Ook dit jaar worden weer veel schooldirecteurs geconfronteerd met een moeilijke personeelspuzzel bij de start van het schooljaar. Het lerarentekort laat zich daarbij duidelijk voelen.
In de pers verschenen heel wat getuigenissen van directeurs uit heel Vlaanderen, die creatief moeten zijn om de tekorten op te vangen. Velen willen vermijden dat leerlingen vaak in de studie zitten. Ze laten een leraar bijvoorbeeld een les opnemen om die nadien aan meerdere klassen te tonen, of zetten in op digitale methodes waarbij leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen. Het lerarenkorps wordt ook gevraagd meer dan voltijds les te geven, want een Vlaamse leerkracht mag bovenop een voltijdse opdracht tot 40 procent meer uren betaald lesgeven.
Graag had ik van de schepen een antwoord gekregen op volgende vragen:
Bedankt voor uw vraag.
Het lerarentekort wordt inderdaad ook in het stedelijk onderwijs gevoeld. Stedelijk Onderwijs Gent heeft er de laatste jaren wel hard aan gewerkt om vacatures breder bekend te maken, om echt uit te reiken en op die manier nieuwe personeelsleden aan te trekken. Ik begin graag met een algemeen overzicht van al die inspanningen die geleverd worden.
Ook heel belangrijk. De voordeur open, de achterdeur dicht. Daarnaast zet SOG ook in op het behouden van onze personeelsleden.
Hierbij het antwoord op de vragen:
1. Hoeveel openstaande vacatures voor leraren waren er in het stedelijk onderwijs aan de start van dit schooljaar?
We geven de cijfers weer voor basisonderwijs, voor secundair, volwassenenonderwijs en deeltijds kunstonderwijs op datum van vorige vrijdag 6 september 2024.
2a. Welke aanpak wordt gehanteerd voor de invulling van lesuren waarvoor geen leraar beschikbaar is?
De aanpak verschilt in het basis- en het secundair onderwijs.
Basisonderwijs
Stap 1: de school kijkt zelf intern of personeel dat geen lesopdracht heeft, kan klassen overnemen. Dit is voor kortere periodes. Soms springt ook de directie in. Dit is uiteraard geen ideale situatie. Kinderen met zorgnoden krijgen niet de ondersteuning die hen toekomt, en deze mensen hun eigen werk blijft liggen.
Stap 2: De directie bekijkt met het team Talent en Welzijn of er toch een interimaris uit het lerarenplatform kan verschoven worden als er op 1 school meerdere mensen tegelijk uitvallen.
Stap 3: inschakelen van zij-instromers indien beschikbaar voor de gewenste periode.
Secundair onderwijs:
Vaak een combinatie van onderstaande oplossingen, op maat van de school, de leerlingen en de situatie.
2b. Wordt hiervoor ondersteuning voorzien vanuit de diensten?
De scholen secundair onderwijs zoeken zelf een oplossing via dispensatie, leercoaching, creatief aangepast lessenrooster, etc. De Pedagogische Begeleiding kan schoolteams ondersteunen bij de invulling van leercoaching, intervisies, materiaaldeling …
Aanvulling voor basisonderwijs:
3. Hoe wordt er in het stedelijk onderwijs omgegaan met de meer-dan-voltijdse lesopdrachten?
We promoten dit niet binnen het Stedelijk Onderwijs Gent en passen dit enkel toe als dit een noodzaak is. In dat geval zal een leerkracht uitzonderlijk een uitbreiding op zijn voltijdse opdracht krijgen, wanneer:
Ik denk dat we bij de start van het schooljaar redelijk mooie cijfers kunnen voorleggen, maar – en dat zeg ik elke start van het schooljaar – het betekent natuurlijk niet dat wanneer leerkrachten uitvallen , er geen gaten zullen vallen. Het is zeker geen relativering van het lerarentekort. Het is wel fijn om met die volwaardige en volledige schoolteams te kunnen starten. Je kan je voorstellen wat het betekent in het kleuter- en lager onderwijs als daar niemand is, en wat de gevolgen daarvan zijn.
do 12/09/2024 - 10:32Met de start van het schooljaar is er ook meer aandacht voor de problemen in het onderwijs. Zo heeft de pers het al gehad over leerlingen die schandalig lang op de bus moeten zitten voordat ze op school zijn, over het lerarentekort, … Onlangs was er een artikel over de gedragsproblemen in het onderwijs en de manier waarop veel vrouwelijke leerkrachten behandeld worden. Verhalen dat hun gezag niet aanvaard wordt, dat ze te horen krijgen dat ze beter thuis zouden blijven om voor de kinderen te zorgen of zelfs uitgescholden worden omwille van hun kledij…
Ik stel mij daarbij volgende vragen:
Dank u wel voor uw vraag
Het klopt dat er bij de start van het schooljaar, dat is ook een traditie, heel wat persaandacht was voor ons onderwijs. Terecht. In het leerplichtonderwijs zoeken meer dan 1.2 miljoen leerlingen opnieuw hun plekje in de klassen. In onze eigen stad gaat het over 56.000 kinderen en jongeren die vorige week opnieuw naar school gingen. Dat is heel wat. In die persartikels las ik ook heel wat mooie verhalen. De kracht van onderwijs is groot, en heel veel mensen werken er met goesting en een enorme drive om het beste van zichzelf te geven. Maar er zijn ook heikele thema’s. U benoemt er één van, en ik geef daar natuurlijk graag antwoord op.
Ik vermoed dat u verwijst naar een artikel in Het Laatste Nieuws. Er zijn redenen om bezorgd te zijn, maar ik wil goed kaderen wat de bevindingen zijn, waar u naar vraagt, in ons Gentse onderwijs. Ik heb dat bevraagd.
Vanuit het stedelijk basisonderwijs komen er tot nu toe geen signalen van dit soort problemen tot bij mij. In het secundair onderwijs zijn er wel een aantal signalen, maar die gaan gepaard met wat je kunt noemen ongewenst gedrag in de bredere zin. Omwille van die context zijn er geen cijfers van concrete meldingen van vrouwonvriendelijk gedrag.
Vanuit het Stedelijk Onderwijs kijkt men met die bredere bril naar de problematiek van ongewenst gedrag. Daarvoor bestaat de aanpak vanuit een pedagogisch kader dat trapsgewijs is opgebouwd, en uitgaat van begeleiding en sanctionering als dat moet. Niemand staat alleen, iedereen kan terugvallen op een netwerk van mensen en van diensten. Ik vind het belangrijk om te beklemtonen dat alle vormen van ongewenst gedrag worden aangepakt. Het schoolreglement dient daarvoor als houvast en leidraad.
Wat gebeurt allemaal? Leerkrachten die signalen van radicalisering (in de breedste zin van het woord) ondervinden of oppikken, kunnen terugvallen op een specifieke aanpak. Die heb ik hier eerder al toegelicht in de commissie bij vragen over radicalisering of polarisering. Samengevat start alles met gesprekken op de school. Wanneer nodig kan de referentiepersoon radicalisering – die per school is aangeduid – worden ingeschakeld, en ook het CLB. In een volgende stap, is een verdere escalatie mogelijk naar het team Expo-R van de dienst preventie voor veiligheid.
Daarnaast is er ook de zorg voor de leraren, en eventueel andere collega’s op de scholen zelf. Het klopt wat uw zegt, grensoverschrijdend en/of ongewenst gedrag kan hard aankomen en sporen nalaten bij mensen. Stedelijk Onderwijs verzamelde heel wat info die de schoolteams kunnen raadplegen, en ondersteunt hen met tips, do’s en don’ts. Die gaan over grenzen aangeven, gesprek mogelijk maken, ongewenst gedrag ook leren herkennen … De collega’s kunnen ook terecht bij de preventiedienst voor ondersteuning.
Het stedelijk onderwijs heeft ook een sterk uitgebouwde coaching voor starters. Want dat vraagt u ook. We noemen dit de aanvangsbegeleiding, waar ik eerder al naar verwees in het antwoord op de vraag van collega Van Pee. Dat gebeurt door de aanvangsbegeleiders, maar evengoed kunnen ze rekenen op hun collega’s, lerende netwerken en een breed aanbod van opleidingen. Die begeleiding is kwaliteitsvol, en versterkt dus beginnende leraren in hun pedagogisch handelen, ook bij moeilijk of ongewenst gedrag. Zij kunnen bij hun aanvangsbegeleider terecht die een rol heeft als vertrouwenspersoon, als coach en klankbord.
Ik wil ook nog eens benoemen dat we vanuit de stad ook de niet-stedelijke scholen ondersteunen. Ook dat kwam al ter sprake in deze commissie. Ik benoem een aantal zaken uit dat aanbod waarbij het Onderwijscentrum Gent veelal de draaischijf is:
Ik meen dat uit de hoeveelheid ondersteuning die er bestaat, alleen maar kan blijken dat we deze problematiek ernstig nemen. We kijken hiernaar in brede zin, en pakken dat ook op die manier aan. Maar tegelijk wil ik herhalen dat we noch vanuit het stedelijk onderwijs noch vanuit ons netwerk met de andere scholen alarmerende signalen krijgen specifiek over vrouwonvriendelijk gedrag. Ik ben ervan overtuigd dat dit mee te verklaren valt vanuit de brede, verbindende visie die we ontwikkelden in onze stad en dat het beleid dat we daarrond voeren ook op deze manier zijn vruchten afwerpt.
Maar er sluimert iets wat me heel erg bezorgd maakt. Wie de berichtgeving volgde, ziet dat de rol van sociale media niet te onderschatten is. Jongeren zijn zoekende en vinden online steeds meer rolmodellen die hypermasculiniteit promoten. Het vrouwonvriendelijk gedrag – en dan druk ik me zacht uit – wordt niet eens onder stoelen of banken gestoken. Meer nog, het wordt gecultiveerd en verheerlijkt. Niet zelden gaat het over regelrechte vrouwenhaat, en soms zelfs oproepen tot geweld. De algoritmes leiden jongens willens nillens naar deze websites en influencers. Mijn bezorgdheid daarover is groot. Ik geloof in onze aanpak, maar het belang om sterk in te zetten op mediawijsheid en van te blijven praten met jongeren en met jongens is duidelijk. Ik kan u het debat van afgelopen zondag van De Zevende Dag aanraden, waarbij een journalist het heet uitgetest. Het zo dat zelfs zonder ergens op te klikken, jongens in aanraking komen met dergelijke influencers, met dergelijke filmpjes. En bij meisjes is dat helemaal niet het geval, bleek daar uit het onderzoek dat zij gedaan heeft. Dat is iets dat ons allemaal heel erg moet bezorgen. Ik denk dat het echt de sleutel ook is om echt te blijven praten met elkaar. Die mediawijsheid, en ook daarover op school in gesprek te blijven gaan met leerlingen.
do 12/09/2024 - 10:38Op de eerste schooldag voorzag brooddoosnodig een (gratis) gezonde lunch voor alle kleuters en lagere schoolkinderen van het Sint-Lievenscollege. Het project ‘brooddoosnodig’ kon zich ontwikkelen mede dankzij een subsidie vanuit het sociaal innovatiefonds.
Vanuit de Stad Gent nemen we verschillende initiatieven rond lege brooddozen. Een van deze initiatieven is Brood(doos)nodig, dat we via het Sociaal Innovatiefonds financieel ondersteunen. Daarnaast trachten we armoede en de gevolgen hiervan bij kinderen, jongeren en hun gezinnen tegen te gaan via verschillende acties op en met de scholen. Daar zullen we straks in de presentatie van schepen Coddens en schepen Willaert op deze commissie verder op inzoomen.
Het hoofddoel van het project ‘Brood(doos)nodig’ is een betere toegang tot een voedzame, lekkere maaltijd op school, voor elk kind. Op die manier willen we de weerbaarheid van kinderen en jongeren in de schoolcontext vergroten en goede onderwijskansen voor iedereen mogelijk te maken. Enchanté VZW kreeg via het Sociaal Innovatiefonds een subsidie om hun werking verder uit te bouwen en duurzame partnerschappen uit te bouwen met lokale handelaars, sociale partners, burgers en scholen.
Bij opstart van het schooljaar 2024-2025, nemen er 30 scholen deel. Gemiddeld bereiken ze 400 leerlingen per school en 30 deelnemende scholen, bereikt het project nu ongeveer 12.000 leerlingen. Niet al deze leerlingen maken gebruik van het aanbod, maar ze worden wel allemaal mee gesensibiliseerd rond armoede en gezonde voeding. Vlak voor de zomer werd ook het afsprakenkader voor uitrol in stedelijk onderwijs, onder bevoegdheid van schepen Willaert, goedgekeurd. Heel wat stedelijke scholen staan te trappelen om ook deel te nemen in deze werking.
Het project stimuleert ook een vrijwilligerswerking rond voeding in de scholen. De vrijwilligers leggen actief de brug tussen scholen en buurtbewoners via infosessies. Ze zoeken ook contact met lokale handelaars ter ondersteuning van de scholen. Dit is niet altijd een gemakkelijk proces en loopt ook erg verschillend in de wijken.
Er is veel variatie in de manier waarop scholen Brood(doos)nodig invullen. Er wordt immers gewerkt op maat van elke school. In sommige scholen kiezen ze voor ontbijt, bijvoorbeeld via een ontbijtkar, ontbijthoekje of een ontbijtkast. Andere scholen bieden een brooddoosverrijking aan, bijvoorbeeld door groente- en fruitsnacks aan te bieden of door soep. Nog andere scholen kiezen voor tussendoortjes. De frequentie van het aanbod is schoolafhankelijk, van een dagelijks aanbod tot enkele keren in de maand.
Scholen in het project stellen vast dat een aantal leerlingen minder honger hebben, beter kunnen opletten en minder ‘storend’ gedrag vertonen. Het draagt bij tot een warmere sfeer op school. Leerlingen eten vaak ook gezonder. Soms zien we ook dat ze thuis ook gezondere producten eten omdat ze aangeven dat ze deze nu lekker vinden.
Brood(doos)nodig is een mooi en verrijkend initiatief dat goede effecten heeft, die verder gaan dan de enkel de gezondheid en voeding van de betrokken kinderen. Maar een structurele beleidsinzet op gezonde, toegankelijke voeding op scholen zou beter zijn. We kunnen wel al heel wat leren uit deze werking over hoe voedingsprojecten vorm kunnen krijgen op scholen.
do 12/09/2024 - 08:10Deze zomer zijn er verschillende personen verdronken in diverse zwemwaters in het land. In de zoektocht naar de oorzaken van deze droeve gebeurtenissen, wordt ook verwezen naar de dalende zwemvaardigheid van onze jeugd (naast andere redenen, zoals zwemmen buiten de uren van toezicht, of buiten de toegelaten zones).
Het is zo klaar als een klontje: een goede zwemvaardigheid is van groot belang. Ik denk dat we allemaal geraakt zijn door de jonge mensen die het leven gelaten hebben, aan de kust en ook in onze eigen stad.
Voor uw eerste vraag heb ik input opgevraagd aan schepen Bracke als bevoegde schepen. De sportdienst spreekt bij voorkeur over zwembeurten i.p.v. zwemuren. Het aantal zwembeurten door scholen in de voorbije vijf jaren kende een grote dip in 2020 en 2021. Het grote C-woord of covid19 zorgde ervoor dat zwembaden gesloten waren, en ook scholen moesten veel activiteiten terugschroeven. Sinds 2022 is het aantal zwemmers opnieuw gestegen, maar we zitten nog niet helemaal aan het niveau van 2019. Dat is mee te verklaren door werken in zwembad Rooigem gedurende enkele maanden in 2023.
De Sportdienst houdt deze cijfers bij in totaliteit voor het schoolzwemmen. Een afzonderlijk overzicht voor basis- en secundair onderwijs of een overzicht per net bestaat niet. Bovendien kunnen we dit niet vergelijken met Vlaamse cijfers omdat we daar geen gegevens van hebben. Ik geef u wel graag nog de Gentse cijfers van de voorbije vijf jaren. In 2019 waren er 310.415 zwembeurten, in 2023 waren het 283.238 zwembeurten. In 2020 was dat meer dan een halvering.
Vanuit mijn bevoegdheid voor het stedelijk onderwijs kan ik volgende zaken stellen:
Wel is het zo dat in deze meting scholen worden afgezet tegenover referentiegroepen, waarbij ook de SES-kenmerken worden meegenomen. Dat is nuttig om te beoordelen in welke mate zwemvaardigheid gelinkt is met de socio-economische achtergrond van leerlingen. Maar zoals gesteld, het is te vroeg om conclusies te trekken.
Hoewel de ontwikkelingsdoelen en eindtermen in het basisonderwijs de opdracht rond zwemmen vastleggen, is het van belang om ook buiten die context kansen te bieden. Er zijn heel wat Gentse zwemclubs. Zij nemen bijna alle beschikbare avonduren in. Daaruit mag tegelijk het succes blijken.
Twee jaar geleden startte een project waarbij ook privé-lesgevers een zone toegewezen krijgen in het zwembad. Zo werden intussen meer dan 3.000 extra zwemuren gecreëerd voor wie leert zwemmen.
Maar we hebben ook, en dat ligt mij en u ook nauw aan het hart, een gerichte werking naar meer kwetsbare kinderen. Vanuit het netwerk van de brugfiguren of Brede School worden zij doorverwezen naar het ‘Leren Zwemmen’-aanbod in samenwerking met de Sportdienst. Dat is een aanvullend aanbod in het weekend, met de Uitpas. Het gaat dan om kinderen van het derde tot het zesde leerjaar waarvan we zien dat ze de doelstellingen niet halen tijdens het reguliere zwemaanbod. We bereiken nu 30 kinderen die een reeks van 15 zwemlessen krijgen in zwembad Rooigem. Omdat er een wachtlijst bestaat willen we deze werking graag uitbreiden. Ook dit toont de nood aan een bijkomend zwembad in onze stad.
De sportdienst heeft ook een reeks lessen voor nieuwkomers uit het secundair onderwijs, het OKAN-onderwijs. Dat aanbod is evengoed toegankelijk voor andere leerlingen in het secundair onderwijs die niet over voldoende zwemvaardigheden beschikken.
U verwijst naar een initiatief in Oudenaarde dat voortkomt uit het Sociaal Huis in de stad. Ik moet samen met de bevoegde schepen Coddens dit project bekijken, al denk ik dat we met het bestaande aanbod hier in Gent deze doelgroep al te bereiken. Het is altijd interessant om over de muren te kijken.
U polst ook naar specifieke initiatieven dit schooljaar. Ik wil graag duiden dat de scholen nu al geen eenvoudige opdracht hebben. Onze basisscholen hebben de nodige expertise om onze Gentse kinderen aan watergewenning te laten doen, en in tweede instantie te leren zwemmen. Maar het is nodig om voldoende begeleiding te vinden naast de sportleerkracht (in heel wat scholen wordt gevraagd aan ouders om mee te gaan), de groepen zijn veelal groot of te groot, er zijn niveauverschillen. 2 lesuren met 24 kinderen is iets anders dan privélessen, waar je 20 minuten met 3 kinderen aan de slag kan. Bij een bezoek aan een school vorige week polste ik hiernaar. Scholen zijn hierin wel zoekende. De vaststelling was dat er kinderen goed kunnen zwemmen vanuit privélessen, en ook kinderen die dat van thuis uit niet doen, de school kan daar heel wat betekenen. Maar zij zijn echt aan het puzzelen. Die school focust meer op zwemmen voor het eerste en tweede leerjaar, om intensiever te zwemmen met die jongere kinderen, om die eindtermen zo goed mogelijk te behalen. Dat gaat dan wel ten koste van bv. het aantal uren turnen van de jaren daarop. Op die manier kunnen ze ook meer niveaugroepjes maken. Ik vond dat een heel mooi voorbeeld. Scholen kijken echt hoe ze het kunnen aanpakken. Ik ben ervan overtuigd dat scholen daar echt wel zoekend in zijn en oplossingen zoeken.
Het is wel zo dat er in het verleden opmerkingen vanuit de inspectie dat sommige scholen te veel tijd spendeerden aan het zwemmen. Dat gaat enerzijds over de verplaatsing, maar anderzijds ook over het aantal uren dat naar zwemmen ging. Als zou blijken dat de zwemvaardigheid van onze jeugd werkelijk daalt, en we vinden dat ons onderwijs een blijvende opdracht hierin moet opnemen – iets wat ik ook echt steun, juist omwille van die gelijke kansen – dan moet ook het bovenliggend, Vlaamse kader hiertoe de mogelijkheid bieden. Ik denk dat dat een debat is om ook Vlaanderenbreed te voeren: als we de eindtermen willen halen, hebben de scholen dan de mogelijkheid om dat te doen, met specifieke aandacht voor die kinderen die in een kwetsbare situatie zitten, om ook te leren zwemmen op een deftige manier.
do 12/09/2024 - 10:46Er wordt een nieuw buurthuis gebouwd aan de Watersportbaan dat een nieuwe plaats kan zijn om elkaar te ontmoeten, een plek ook om te landen in de buurt. Buurtbewoners van de woontorens vlakbij waren al betrokken van bij het ontwerp van het buurthuis en kijken nu heel hard uit om het in gebruik te kunnen nemen. Vandaag zijn ze nog volop aan het werken.
Bedankt voor uw vragen over het buurthuis aan de Watersportbaan. Het klopt dat de buurtbewoners al lang naar hun nieuwe buurthuis uitkijken. Al van bij het begin zijn ze betrokken geweest bij het ontwerp van hun buurthuis. Buurtbewoners en -organisaties bekeken samen wat er zoal zou moeten kunnen plaatsvinden en hoe dat vorm krijgt in het ontwerp. Dat is ondertussen vijftal jaar geleden.
De bouw van het buurthuis heeft wat voeten in de aarde gehad. Niet in minst door een aantal crisissen zoals de coronacrisis, maar ook de stijging van grondstofprijzen. Maar het einde is nabij! Wie al langs de Nekkersberglaan passeerde, ziet het buurthuis al staan: muren, ramen deuren: de basis is gelegd. Wat nu volgt, zijn wat werken aan de buitenkant -bijvoorbeeld het kaleien van de buitenmuren- en werken binnenin. Als alles nu loopt volgens plan, dan zal het gebouw gebruiksklaar zijn eind december 2024.
Dat wil uiteraard niet zeggen dat er momenteel niets rond het buurthuis-in-wording gebeurt. De buurtwerkers blijven in de toekomst inzetten op laagdrempelige ontmoeting, in en rondom het nieuwe buurthuis. Voor de zomer was er al een buurtmoment rond de site en er wordt volop nagedacht, samen met buurtpartners, over de activiteiten in het buurthuis.
We willen gedeeld gebruik, geen verdeeld gebruik van het gebouw. Een samenwerking van organisaties, veldwerkers en bewoners waarbij 1+1 drie is. Het nieuwe buurthuis is binnen de Stad één van de drie leermodellen voor gedeeld gebruik (naast de Felix en Stadsgebouw Zuid)
Verder legt de buurtwerkster ook al een tijd huisbezoeken af, om vinger aan de pols te houden, ook bij mensen die ze minder ziet. Soms was het niet evident om naast het lawaai van de werken te wonen. Maar bovenal blijkt uit die bezoeken dat bewoners keihard uitkijken naar het buurthuis.
Ik kan ze geen ongelijk geven, het is een nood die ons al lang gesignaleerd was: een laagdrempelige ontmoetingsplek bij de woontorens van de Watersportbaan om mensen in en tussen de blokken te verbinden. Sterke veldwerkers -van de Stad én vanuit het middenveld- en een ontmoetingsplek op het sociaal kruispunt in de buurt: ik ben er zeker van dat we met die combinatie aan de woontorens een hele stap vooruit kunnen zetten om er een warme buurt van te maken. do 12/09/2024 - 08:12Erkenning en het omarmen van de diversiteit aan achtergronden van leerlingen op school, erkenning van de religieuze, culturele en taalkundige diversiteit van leerlingen op school werpt zijn vruchten af.
Internationale literatuur bevestigde dat al. We hebben hierover deze legislatuur ook al meerdere keren in deze commissie debatten gehad. Ik verwijs daarmee onder andere naar de uitgebreide en met expertise uitgewerkte themacommissie over meertaligheid in het Gentse onderwijs.
Mijn persoonlijke ervaring bevestigde het ook, en onze schepenen van onderwijs hebben deze visie en een op die visie gebaseerd, progressief lokaal onderwijsbeleid op dit vlak steeds uitgedragen, en toegepast in het Gentse onderwijs.
En we hebben met onze fractie deze visie ook steeds verdedigd tegen de stemmen die hier anders over denken, stemmen die we met betrekking tot dit onderwerp ook steeds te horen krijgen.
In een recent gepubliceerd Vlaams wetenschappelijk onderzoek van Orhan Agirdaga en Jozefien De Leersnyder, beiden verbonden aan de KU-Leuven, wordt dit nu ook bevestigd voor onze lokale context. Het onderzoek werd gevoerd in 18 lagere scholen, in Antwerpen, Genk en bij ons in Gent.
het onderzoek bevestigt dat:
Erkenning van de diversiteit van leerlingen op school de prestaties van de leerlingen positief bevordert en er meer kans is op excellente studieresultaten.
Het onderzoek bevestigt ook dat het omgekeerde, discriminatie, miskenning en uitsluiting van die diversiteit leidt tot onder-prestaties.
De erkenning en het omarmen van de diversiteit is ook terug te vinden in de beleidsnota Onderwijs:
Diversiteit is 1 van de vijf pijlers waar het bestuur van het Stedelijk Onderwijs Gent op gebaseerd is. "Het stedelijk onderwijs honoreert diversiteit als troef om inclusief kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden." (...) "We stoppen diversiteit niet weg, maar geven het een plaats op school en maken het bespreekbaar."
Ik wil u danken voor het overnemen van de vraag van collega Ben Chikha. Het onderzoek dat gepubliceerd is, bevestigt dat de visie die we hebben op onderwijs in deze stad, en hoe we dat vertalen in beleid the way to go is. Dat verbaast me ook niet, aangezien onze visie uiteraard gebaseerd is op wetenschappelijke inzichten, op een ganse internationale wetenschappelijke evidentie. Ik geef graag een eerste reactie op de bevindingen van het onderzoek.
Dit onderzoek toont aan dat een schoolbrede visie en een krachtig en open beleid veel impact heeft, en dat we samen met het Onderwijscentrum Gent de juiste keuze hebben gemaakt door sterk op thema’s als beleidsvoerend vermogen en een schoolbrede visie in te zetten. Dat doen we in de brede zin, maar ook specifiek met betrekking tot diversiteit en meertaligheid.
Dat blijkt ook uit ons materiaal en de initiatieven die we opzetten:
Ik geloof ook heel erg – en het onderzoek bevestigt dat ook – dat we moeten (blijven) wegsturen van een beleid dat de verantwoordelijkheid voor schoolsucces en een sterke leerloopbaan enkel bij leerlingen en hun ouders legt. De school hééft veel impact, en vooral veel méér impact dan individuele leerlingenkenmerken. In het artikel staat in dat verband bijvoorbeeld “[T]here is ample evidence that schools matter such that the way a school operates impacts students’ academic achievements above and beyond the effects of individual student characteristics.”
Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de SES-compositie van een school (dus voorbij het individu, hoe de gehele groep is samengesteld), maar dus ook om de visie op diversiteit, meertaligheid, religie …
Bovendien toont dit ook dat het hele discours van “gelijke kansen versus excellentie” eigenlijk nergens op slaat: het kan ook echt de twee zijn. Ook scholen met een gemengd publiek die inzetten op een open/multiculturele aanpak kunnen leerlingen hebben die excelleren. Of ze thuis Nederlands of een andere taal spreken, en welke religie ze hebben, blijkt op hun prestaties op de wiskundetest die in dit onderzoek gebruikt werd, geen impact te hebben. Leerlingen scoren, en dat is heel belangrijk, echter wél slechter als ze in een school zitten die vol op assimilatie inzet.
Uit de studie komt ook nog dat hogere ‘school belonging’ en een ‘growth mindset’ sterk positief gecorreleerd zijn met schoolse prestaties, terwijl de mate waarin discriminatie wordt ervaren door medeleerlingen of leraren sterk negatief gecorreleerd is. Ook dat toont dat we met het Onderwijscentrum op de juiste zaken inzetten. Ik zie linken met de trajecten Samen maakt School, maar ook met de omstaanderstraining en met de eerdere schooltrajecten die we rond diversiteit hebben gedaan.
Deze vaststellingen zijn nog maar eens een oproep om los te komen van ideologie en buikgevoel die blijven steken in het verleden. Dit onderzoek is een opsteker voor de vele scholen die de diversiteit hebben omarmd, en elke dag inspanning leveren voor hun leerlingen om hen stappen vooruit te laten zetten. Dat moet deugd doen voor scholen om dat bevestigd te zien in dit onderzoek.
do 12/09/2024 - 10:48