Terug
Gepubliceerd op 04/11/2024

2024_CBS_10339 - OMV_2024110222 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor de heraanleg van de publieke ruimte, inclusief de uitvoering van rioleringswerken aan de Leiekaai - zonder openbaar onderzoek - Kettingstraat, Leiekaai en Zwaluwstraat, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 31/10/2024 - 09:02 Hybride
Datum beslissing: do 31/10/2024 - 09:00
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_10339 - OMV_2024110222 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor de heraanleg van de publieke ruimte, inclusief de uitvoering van rioleringswerken aan de Leiekaai - zonder openbaar onderzoek - Kettingstraat, Leiekaai en Zwaluwstraat, 9000 Gent - Vergunning 2024_CBS_10339 - OMV_2024110222 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor de heraanleg van de publieke ruimte, inclusief de uitvoering van rioleringswerken aan de Leiekaai - zonder openbaar onderzoek - Kettingstraat, Leiekaai en Zwaluwstraat, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR SOCIAAL WONEN NV PR met als contactadres Havenlaan 88 bus 94, 1000 Brussel heeft een aanvraag (OMV_2024110222) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 16 augustus 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor de heraanleg van de publieke ruimte, inclusief de uitvoering van rioleringswerken aan de Leiekaai

• Adres: Kettingstraat 21/C&D, Leiekaai 34-315 en Zwaluwstraat 11-13, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 6 sectie F nrs. 160S en 162Y

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 september 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22 oktober 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

 

1.    BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

 

Het betreft het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor de heraanleg van de publieke ruimte, inclusief de uitvoering van rioleringswerken aan de Leiekaai.

 

Om de heraanleg van de publieke ruimte, inclusief de uitvoering van rioleringswerken aan de Leiekaai ter hoogte van de Vlasgaardstraat en Leiestraat in Gent, technisch mogelijk te maken, is het noodzakelijk om het grondwaterpeil te verlagen. Het project reikt van het woningencomplex 'Leiekaai' (Leiekaai - Vlasgaardstraat - Leiestraat) tot de Leiearm. 

 

In het kader van bovenstaand project wenst de WMSW een tijdelijke vergunning aan te vragen voor een bronbemaling inclusief lozing van bemalingswater.

 

De bemaling wordt aangevraagd voor maximum 185.858 m³/jaar en  2.400 m³/dag. De ingeschatte duurtijd van de bemaling bedraagt 292 dagen. De maximale grondwaterverlaging ten opzichte van het maaiveld bedraagt 6,31 m-mv. Rubriek 53.2.2°b)2 (klasse 2) is van toepassing.

 

De totale lengte van de lijnbemaling voor de rioleringswerken bedraagt ca. 460 m. De bemaling wordt gefaseerd uitgevoerd en is opgesplitst in 6 deeltrajecten.

 

Op basis van de uitgevoerde screening van OVAM-dossiers binnen de invloedstraal van de bemaling wordt aangenomen dat er voor bepaalde parameters mogelijks verhoogde concentraties kunnen voorkomen in het bemalingswater. Met voorliggende aanvraag worden verhoogde lozingsnormen aangevraagd. Indien nodig zal een waterzuiveringsinstallatie geplaatst worden alvorens het verontreinigd bemalingswater te lozen. Indien de zuivering geplaatst wordt zal de bemaling ingesnoerd worden ten einde niet meer dan 50 m³/u te moeten zuiveren. Hiervoor worden de rubrieken 3.4.2 en 3.6.3.2. aangevraagd.

 

Het bemalingswater zal geloosd worden in oppervlaktewater, namelijk in de Leiearm. Hiervoor werd reeds goedkeuring verkregen van de beheerder.

 

In het kader van de bemaling zal er geen vergunningsplichtige opslag van gevaarlijke stoffen gebeuren. Tevens zal de bemaling elektrisch aangedreven worden waardoor er geen noodzaak is tot een aggregaat. Indien toch een noodaggregaat moet aangesproken worden, zal deze onder de indelingsplichtige norm vallen.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Lozing van bemalingswater dat mogelijks parameters bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium gevaarlijke stoffen met een maximaal lozingsdebiet van 100 m³/u | klasse 2 | Nieuw

100 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria  andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Lozing van bemalingswater, na voorafgaandelijke zuivering, dat mogelijks parameters bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium gevaarlijke stoffen met een maximaal lozingsdebiet van 50m³/u | klasse 2 | Nieuw

50 m³/uur

53.2.2°b)2°

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bemaling ikv infrastructuurwerken (lijntraject) met een maximaal dagdebiet van 2400 m³ en een totaal jaardebiet van 185858 m³ | klasse 2 | Nieuw

185858 m³/jaar

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:

 

Artikel: 4.2.5.1.1. § 1 – Afwijking meetmethode

 

Omschrijving

Artikel 4.2.5.1.1 §1 van Vlarem II: Controle-inrichting en bemonsteringsapparatuur in kader van lozen bedrijfsafvalwater. Voornoemde wetbepaling schrijft voor dat het bedrijfsafvalwater geloosd dient te worden via een meetgoot.

 

Motivatie

In het kader van voorliggende bemaling en lozing van het bemalingswater is het niet relevant om een meetgoot te voorzien. De hoeveelheid grondwater die opgepompt en afgevoerd wordt, wordt bepaald door middel van een meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem II.

 

Voorstel

Aangezien het een tijdelijke bemaling en tijdelijke lozing betreft, wordt er geen meetgoot en speciale meetapparatuur geplaatst. Er zal wel een staalnamekraan voorzien worden om de periodieke monitoring te kunnen uitvoeren. De debietmeter die geplaatst wordt is conform Vlarem II artikel 5.53.3.2 en is tevens de meetinrichting tijdens de bemaling.

Er zal gedurende de bemaling doormiddel van een staalnamekraantje op de collector een controle van het bemalingswater uitgevoerd worden. Op basis hiervan zal de bemaling indien nodig bijgestuurd worden en zal er eventueel een zuivering geplaatst worden.

 

Artikel: 4.2.3.1 3 – Afwijking lozingsnormen

 

Omschrijving

Artikel 4.2.3.1.3° van Vlarem II: van de gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 2C, mogen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1. enkel stoffen worden geloosd waarvoor in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit emissiegrenswaarden zijn vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3.6.1.

 

Motivatie

Op basis van de uitgevoerde screening van OVAM-dossiers binnen de invloedstraal van de bemaling wordt aangenomen dat er voor bepaalde parameters mogelijks verhoogde concentraties kunnen voorkomen in het bemalingswater. Met voorliggende aanvraag worden verhoogde lozingsnormen aangevraagd.

 

Voorstel

Gezien voorliggende aanvraag een bemaling betreft ikv bouwkundige werkzaamheden met een tijdelijk karakter in tijdsduur en een beperkt karakter in debiet. Gezien de mogelijke beperkte aanwezigheid van parameters boven de concentraties vastgelegd in het indelingscriterium gevaarlijke stoffen wordt een afwijkende lozingsnorm aangevraagd. Gezien de tijdelijke duur van het project alsook de mogelijks beperkte overschrijdingen is het niet BATNEEC om voor minimale overschrijdingen een waterzuiveringsinstallatie te plaatsen. Indien uit de periodieke monitoring blijkt dat de aangevraagde lozingsnormen toch overschreden worden zal er alsnog een zuivering geplaatst worden.

Gezien er gevaarlijke stoffen verwacht worden met een concentratie boven het indelingscriterium in het bemalingswater, wordt gevraagd om de voorgestelde lozingsnormen op te nemen in de vergunning.

 

2.    HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

Op 30/06/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het heraanleggen van de publieke ruimte rond de 4 appartementsblokken gelegen tussen de Vlasgaardstraat en de Leiestraat. (OMV_2021184124)

 

BEOORDELING AANVRAAG

 

3.    EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 10 oktober 2024.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van VMM (W) Afdeling Operationeel Waterbeheer (milieu) afgeleverd op 11 oktober 2024.

 

Geen advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 13 september 2024.

 

Geen tijdig advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West.

 

4.    TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005 ), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

5.    WATERPARAGRAAF

 

5.1.   Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

5.2.   Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

De bemaling betreft een ingedeelde activiteit. De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De bemaling moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verdroging zal voorkomen worden.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

De impact van het bouwproject op het overstromingsregime werd behandeld in OMV_2021184124.

 

Waterkwaliteit

De lozing van het grondwater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

5.3.   Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van maatregelen de watertoets doorstaat.

 

6.    NATUURTOETS

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

 

Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt.

De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.

 

Het bemalingswater wordt geloosd in oppervlaktewater (nl. de Leiearm).

Het betreft een tijdelijke activiteit en het oppervlakte water staat niet direct in verbindingen met speciale beschermingszones of VEN gebieden.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

 

7.    PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

 

8.    BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

9.    OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Aspect bodem en grondwater

De bronbemaling moet voldoen aan onderafdeling 5.53.6.1 van Vlarem II en uitgevoerd worden volgens de richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu (VMM, 2019).

 

Geplande toestand

Er zal bemaald worden op een diepte van 10 meter, het grondwaterpeil wordt max. 6,3 meter verlaagd t.o.v. het maaiveld. Het grondwater zal onttrokken worden aan een debiet van maximaal 2.400 m³/dag. Het grondwater wordt volgens de aanvraag geloosd op oppervlaktewater (nl. de Leiearm).

 

De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer (OMV_2024110222). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Hydrogeologie

Er werd een grondonderzoek uitgevoerd bestaande uit 2 sonderingen en 1 boring die werd afgewerkt tot peilbuis. Verder werden er op het terrein nog 6 andere peilbuizen opgevolgd, deze werden tussen 28/10/2020 en 15/10/2021 meerdere malen opgemeten.

 

Op basis van de gegevens werd het Quartair (HCOV 0100) in de bemalingsnota ingeschat tot een diepte van ca. 15,4 m-mv. Hieronder bevindt zich een dunne afzetting van het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem (HCOV 0600) tot een diepte van 15,7 m-mv. Vervolgens worden de afsluitende lagen van het Paniseliaan Aquitardsysteem (HCOV 0700) aangetroffen.

 

Bemalingsconcept

Voor de bemaling wordt voorgesteld om een filterbemaling te gebruiken, met een aanzetdiepte van ca. 10 mmv. Er zal bemaald worden in de Quartaire Aquifersystemen (HCOV 0100) en het grondwaterlichaam CVS_0160_GWL_1. Dit is een freatische watervoerende laag.

 

Om debiet en invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken, wordt in de bijzondere voorwaarden een peilsturing van de bemaling i.f.v. de vordering van de werken opgenomen.

 

Bemalingscascade

In eerste instantie dient er zo weinig mogelijk grondwater opgepompt te worden. Het grondwater dat onttrokken wordt dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht worden buiten de onttrekkingszone. Indien dit technisch niet mogelijk is mag het grondwater geloosd worden.

 

Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

  1. het merk en serienummer;
  2. het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing;

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.”

Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Het bemalingswater kan niet geretourneerd worden gezien er gebruik gemaakt wordt van een filterbemaling. Het bemalingswater komt hierbij in contact met zuurstof waardoor oxidatie optreedt. Hierdoor zullen eventuele retourfilters zeer makkelijk verstoppen.

Het bedrijf vraagt zodoende de lozing aan van het bemalingswater op oppervlaktewater, nl de Leiearm.

Voor de lozing van het bemalingswater op oppervlaktewater moet de toestemming verkregen worden van de waterloopbeheerder voor de uitvoeringswijze van de lozingsconstructie zodat geen schade aan de waterloop kan ontstaan of onderhoudswerkzaamheden verhinderd worden.

Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Wateroverlast

De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Verdroging

De berekende invloedstraal van de bemaling reikt niet tot een habitat- of vogelrichtlijngebied, VEN en IVON gebieden.

 

Verontreiniging

De decretale bodemonderzoeken binnen de invloedstraal van de bemaling werden gescreend. De bemaling heeft geen onaanvaardbare verspreiding van gekende grondwaterverontreiniging in de omgeving tot gevolg. Er zijn geen maatregelen ter voorkoming van de verspreiding vereist.

 

Er is voorgaand 1 bodemonderzoek op de projectlocatie uitgevoerd. Dit betreft OBO 87982 dd. 19.10.2018. In dit bodemonderzoek werd enkel voor arseen in het grondwater een overschrijding van de richtwaarde (5.2 μg/l) vastgesteld. Op de projectzone werden op 18/06/2024 3 peilbuizen bemonsterd op zware metalen (gefilterd en ongefilterd), minerale olie, VOCL, BTEX, PFAS, het saneringspakket (Fe II, SO4, NO3, Mn) en het heffingspakket (Totaal fosfor zwevende deeltjes, CZV, BZV, nitraat + nitriet, Stikstof Kjeldahl en Stikstof totaal). Uit deze analyses blijkt dat voor stikstof en fosfor een verhoogde waarde wordt gemeten.

 

De bemaling is niet gelegen in een PFAS no-regret zone.

 

Voor de bespreking van de lozing wordt er verder verwezen naar het aspect afvalwater.

 

Zettingen

De max. berekende absolute zetting ter hoogte van de bebouwing bedraagt minder dan 15 mm. Het risico op schade door zettingen t.g.v. de bemaling wordt aanvaardbaar geacht.

 

Termijn

De ingeschatte duurtijd van de bemaling bedraagt 292 kalenderdagen. De vergunning wordt voor een termijn van 1 jaar gevraagd. Conform het advies van de VMM kan hiermee akkoord gaan worden.

 

Aspect afvalwater

 

Lozingssituatie

De werken vinden plaats in centraal gebied, er zal geloosd worden op oppervlaktewater, nl op de Leiearm.

Bedrijfsafvalwater

Het debiet van het bedrijfsafvalwater zal 100 m³/uur – 2.400 m³/dag (zonder wzi) – 50 m³/uur – 1.200 m³/dag (met wzi) bedragen en bestaat uit het mogelijk verontreinigd grondwater dat tijdens de werken zal worden opgepompt. Het zal, al dan niet via een wzi, geloosd worden op oppervlaktewater. De duur van de werken wordt geraamd op 292 dagen.

 

Uit het dossier kan niet worden afgeleid uit welke zuiveringsstappen de wzi zal bestaan.

 

Op basis van omliggende OVAM-dossiers vraagt het bedrijf volgende lozingsnormen aan:

 

Parameter

Voorstel lozingsnorm (µg/l)

Berekeningswijze

Bron

Fosfor totaal (P)

5

5 x indelingscriterium gevaarlijke stoffen

Vlarem II – Bijlage 2.4.1. Basiskwaliteitsnormen voor oppervlaktewater

Fosfor totaal (PO4)

13,4

10 x milieukwaliteitsnorm grondwater

Totaal stikstof

40

10 x milieukwaliteitsnorm oppervlaktewater

Nitraat (NO3-N)

56,5

Nitraat (NO3)

100

2 x bodemsaneringsnorm grondwater

Vlarebo-besluit 2007: Bijlage IV bodemsaneringsnormen

PFAS individuele stof

0,1

Indelingscriterium (norm menselijke consumptie 2023)

Ontwerp Vlarem

 

In de bemalingsstudie wordt vermeld dat men ook best een norm voor As zou aanvragen van 20 µg/l, deze werd uiteindelijk niet opgenomen in de aanvraag.

 

Uit dezelfde studie blijkt ook dat voor PFAS maximaal 9 ng/l werd gemeten, dit is ruim onder de rapportagegrens, de aangevraagde norm kan dan ook niet worden toegestaan. De site is niet gelegen in een PFAS no-regret zone.

 

De aangevraagde norm voor Ptot bedraagt minder dan het indelingscriterium (1 mg/l), deze norm dient dus niet te worden opgenomen. Mogelijks bedoelt het bedrijf 5 mg/l maar dit wordt door VMM niet aanvaard.

 

Gelet op de lozing op oppervlaktewater, kan voor Ntot enkel volgende waarde worden toegestaan:

-       Ntot : 15 mg/l

 

Bijkomend kan voor As volgende waarde worden opgenomen:

-       As : 20 µg/l

 

De normen worden in het dossier aangevraagd als een bijstelling van voorwaarden van Vlarem II. De bijstelling is niet nodig en wordt zonder voorwerp verklaard. Conform het advies van de VMM, bevoegd voor afvalwater kan:

-       er niet akkoord gegaan worden met de aangevraagde lozingsnormen voor Ntot, Ptot, PO4, NO3-N, PFAS

-       er akkoord gegaan worden met volgende lozingsnormen

  •   As: 20 µg/l
  •   Ntot: 15 mg/l

Ze worden als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit en kwantiteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig artikel 4.2.5.1.1. van Vlarem II.

Het bedrijf vraagt een afwijking aan op artikel 4.2.5.1.1. van Vlarem II.

Conform artikel 4.2.5.1.1 van Vlarem II en het advies van de VMM mag voor de bepaling van het debiet de meetmethode conform hoofdstuk 5.53.3 van Vlarem II gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.

 

Aspect geluid

In de buurt zijn woningen aanwezig. De pompen zullen continu in werking zijn. Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect fauna en flora

Binnen de invloedszone van de bemaling is ten zuiden het Groenevalleipark gesitueerd. Volgens de biologische waarderingskaart en droogtekaart van de stad Gent is een zone als biologisch waardevol met zéér waardevolle elementen ( o.a. vochtig wilgenstruweel ) en zéér kwetsbaar voor droogte opgenomen. De parkzone werd als biologisch waardevol en matig kwetsbaar voor droogte opgenomen. Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert.

Aangezien de grootste grondwaterstandsdaling kan verwacht worden in het laatste deel van de fase ‘Leistraat’ en het laatste deel van fase ‘Fietspad + zuidzijde gebouwen’, wordt geadviseerd om deze fases in te plannen in de periode 15 oktober - 15 maart. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Lozing van bemalingswater dat mogelijks parameters bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium gevaarlijke stoffen met een maximaal lozingsdebiet van 100 m³/u | Nieuw

100 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria  andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Lozing van bemalingswater, na voorafgaandelijke zuivering, dat mogelijks parameters bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium gevaarlijke stoffen met een maximaal lozingsdebiet van 50m³/u | Nieuw

50 m³/uur

53.2.2°b)2°

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bemaling ikv infrastructuurwerken (lijntraject) met een maximaal dagdebiet van 2400 m³ en een totaal jaardebiet van 185858 m³ | Nieuw

185858 m³/jaar

 

TERMIJN

De gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van 1 jaar. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze datum dient gemeld te worden conform de bijzondere voorwaarde.

Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent de omgevingsvergunning voor het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor de heraanleg van de publieke ruimte, inclusief de uitvoering van rioleringswerken aan de Leiekaai aan VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR SOCIAAL WONEN nv pr (O.N.:0236506487) gelegen te Kettingstraat 21/C&D, Leiekaai 34-315 en Zwaluwstraat 11-13, 9000 Gent.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit Bemaling Leiekaai Gent met inrichtingsnummer 20240813-0006 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Lozing van bemalingswater dat mogelijks parameters bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium gevaarlijke stoffen met een maximaal lozingsdebiet van 100 m³/u | Nieuw

100 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria  andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Lozing van bemalingswater, na voorafgaandelijke zuivering, dat mogelijks parameters bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium gevaarlijke stoffen met een maximaal lozingsdebiet van 50m³/u | Nieuw

50 m³/uur

53.2.2°b)2°

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bemaling ikv infrastructuurwerken (lijntraject) met een maximaal dagdebiet van 2400 m³ en een totaal jaardebiet van 185858 m³ | Nieuw

185858 m³/jaar

 

Artikel 2

De gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van 1 jaar. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze datum dient gemeld te worden conform de bijzondere voorwaarde.

Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).

 

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Start- en stop bemaling

De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer (OMV_2024110222).

 

Peilsturing

Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken dient een peilsturing van de bemaling te gebeuren. Elke bemalingspomp wordt gestuurd op het grondwaterpeil in een peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De noodzakelijke verlaging wordt per (lijn)traject bepaald en de regeling van de peilsturing bijgesteld in functie van de vordering van de werken.

 

Webapplicatie DOV

Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

  1. het merk en serienummer;
  2. het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing;

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.”

 

Wateroverlast

De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.

 

Lozingsvoorwaarden

Volgende lozingsnormen worden toegestaan:

- As: 20 μg/l

- Ntot: 15 mg/l

De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van Vlarem II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II. Bij ontstentenis van een indelingscriterium zijn de concentraties beperkt tot de rapportagegrens of tot de bepalingsgrens.

 

 

Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:

Artikel: Artikel: 4.2.5.1.1. § 1: Voor de bepaling van het debiet de meetmethode conform hoofdstuk 5.53.3 van Vlarem II gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Bemalingscascade

Voor de lozing van het bemalingswater op oppervlaktewater moet de toestemming verkregen worden van de waterloopbeheerder voor de uitvoeringswijze van de lozingsconstructie zodat geen schade aan de waterloop kan ontstaan of onderhoudswerkzaamheden verhinderd worden.

 

Geluid

Te allen tijde moet voldaan zijn aan de geluidsnormen van Vlarem II.