Terug
Gepubliceerd op 04/11/2024

2024_CBS_10494 - OMV_2024080475 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het wijzigen van de boscompensatie - zonder openbaar onderzoek - Schoonmeersstraat en Voskenslaan, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 31/10/2024 - 09:02 Hybride
Datum beslissing: do 31/10/2024 - 09:06
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_10494 - OMV_2024080475 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het wijzigen van de boscompensatie - zonder openbaar onderzoek - Schoonmeersstraat en Voskenslaan, 9000 Gent - Vergunning 2024_CBS_10494 - OMV_2024080475 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het wijzigen van de boscompensatie - zonder openbaar onderzoek - Schoonmeersstraat en Voskenslaan, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Hogeschool Gent OI met als contactadres Geraard de Duivelstraat 5, 9000 Gent en De heer Koenraad Goethals met als contactadres Geraard de Duivelstraat 5, 9000 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024080475) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 8 juli 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het wijzigen van de boscompensatie

• Adres: Schoonmeersstraat 63 en Voskenslaan 362, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 9 sectie I nrs. 306K, 312/4 _, 330F, 330G, 330H, 339D, 407F, 412L, 431D, 431E, afdeling 27 sectie A nrs. 1475D en 1488B

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 2 september 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 18 oktober 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag heeft betrekking op een eerder vergunde aanvraag voor ‘de aanleg van een wandel- en fietspad tussen twee schoolcampussen’ op de onderwijscampus ‘Schoonmeersen’ (OMV_2018135360). Voorliggende aanvraag betreft een aanpassing van deze omgevingsaanvraag, meer bepaald de wijziging van het vergunde boscompensatievoorstel.

 

De bouwplaats situeert zich op de onderwijscampus Schoonmeersen die zich bevindt zich tussen de bebouwing van Voskenslaan en de R4-Binnenring ten zuiden van station Gent-Sint-Pieters.

De straatbebouwing van Schoonmeersstraat dringt vrij diep door in dit gebied en deelt de campus op in een noordelijk en een zuidelijk deel. Het noordelijk deel toont een campusmodel met een aantal grootschalige gebouwen in een vrij open setting. De gebouwencluster van het gemeenschapsonderwijs zet zich achter de bebouwing van Voskenslaan en Schoonmeersstraat.

 

Voor de aanleg van een wandel- en fietspad doorheen deze campus diende 1.800 m² bos gerooid te worden. Voor het te rooien bos werd een boscompensatie opgemaakt waarbij de Hogeschool op eigen terrein de compensatie zou uitvoeren. De compensatie zou plaatsvinden op de percelen 461H, 461L en 461D. Er werd toen gemeld dat de compensatie zou worden uitgevoerd na de afbraak van 2 gebouwen uiterlijk tegen 26/02/2023. Deze boscompensatie werd niet uitgevoerd.

 

Hierna werd een nieuwe aanvraag (OMV_2022087128) ingediend om het eerder vergunde boscompensatievoorstel te wijzigen. De compensatie zou plaatsvinden op het eigen terrein van de Hogeschool nl. op de percelen 330H, 339D en 330G. Deze boscompensatie werd niet uitgevoerd.

 

De huidige aanvraag betreft opnieuw een aanvraag tot het wijzigen van het eerder vergunde boscompensatievoorstel. Hiermee gaan ook enkele vegetatiewijzigingen gepaard.

De gerooide bomen zullen gedeeltelijk gecompenseerd worden op het eigen terrein van de Hogeschool nl. op de percelen 330F en 306K en gedeeltelijk gecompenseerd worden op een perceel gelegen in Drongen nl. het perceel 1475D.

 

De aanvraag houdt geen aanpassingen in van het vergunde wandel- en fietspad.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn relevant:

Omgevingsvergunningen

* Op 28/03/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de aanleg van een wandel- en fietspad tussen twee schoolcampussen (OMV_2018135360).

* Op 25/11/2021 werd een weigering afgeleverd voor het scheuren van het grasland en het wijzigen van de vegetatie (OMV_2021056897).

* Op 20/10/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de aanleg van een wandel- en fietspad tussen 2 schoolcampussen – wijziging boscompensatie (OMV_2022087128).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 15/12/2009 werd een weigering afgeleverd voor het aanleggen van een verbindingsweg op campus schoonmeersen tussen gebouw a en b. (2009/666)

* Op 06/01/2012 werd een weigering afgeleverd voor het aanleggen van een verbindingsweg op campus schoonmeersen tussen gebouw a en b. (2011/625)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

Voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 17 oktober 2024 onder ref. 4.002/44021/32.38:

Agentschap Onroerend Erfgoed geeft enkel advies met betrekking tot het boscompensatievoorstel op een gedeelte van het perceel Gent, 27e afd., Drongen, sectie A, perceel 1475D gezien de ligging binnen het bovenvermelde erfgoedlandschap.

Met toepassing van artikel 35, §3, 2° van het Besluit van de Vlaamse Regering van
27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, adviseert het agentschap Onroerend Erfgoed de aangevraagde handelingen gunstig onder voorwaarden.

 

Dit advies heeft de rechtsgevolgen zoals vermeld in artikel 4.3.3 en 4.3.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)

 

B. ADVIES

1. Juridische context

Artikel 4.3.1, §2, 1° van de VCRO vermeldt cultuurhistorische aspecten als één van de beoordelingsbeginselen bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Dit aspect maakt deel uit van de duurzame ruimtelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.4 van de VCRO. Om die reden zijn aanvragen binnen de reguliere procedure onderworpen aan een adviesverplichting volgens artikel 35, §3 en artikel 36, tweede lid van het Besluit van de Vlaamse Regering van
27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

a. Beschermde erfgoedwaarden en -kenmerken:

Het erfgoedlandschap werd opgenomen in het ruimtelijk uitvoeringsplan (AGNAS-RUP) ‘Vinderhoutse bossen, vallei van de oude Kale en Appensvoorde’ wegens volgende waarden en kenmerken zoals beschreven in het dossier van het vastgestelde landschapsatlasrelict:

 

WAARDEN (cluster van meers en bos in het vaststellingsbesluit of deelgebied moeraskalkdepressie op kaart):

 

Natuurwetenschappelijke waarde

De moeraskalkdepressie, waarop de Vinderhoutse bossen deels gelegen zijn, is van groot bodemkundig belang.

 

Historische waarde

Het gebied heeft een hoge archeologische potentie, niet alleen door de goede bewaringsomstandigheden, maar ook de rijkelijk aanwezige archeologische vondsten uit het mesolithicum, neolithicum en uit de ijzer-, brons- en Romeinse tijd.

 

Er is een parallellisme tussen de landschappelijke verschijningsvorm en de fysische factoren (topografie, morfologie, en pedologie). De historisch permanente graslanden in de moeraskalkdepressie aan de Vinderhoutse bossen kregen sinds de 18e eeuw een meer bebost karakter.

 

De structuur van het cultuurlandschap is duidelijk beïnvloed door morfologie, bodem en ontginningsgeschiedenis.

In het gebied is de historisch continu ontwikkelde landschapsopbouw nog gaaf en herkenbaar aanwezig. Vanaf de Ferrariskaart en op latere topografische kaarten is de landschapsopbouw goed herkenbaar. Verspreid in het gebied komt agrarisch bouwkundig erfgoed voor. Zo ook de langgestrekte hoeve Keuje, vastgesteld als bouwkundig erfgoed. Het te bebossen perceel maakt deel uit van het oorspronkelijke areaal bij de hoeve.

 

Esthetische waarde

De afwisseling tussen bos, meers, bulken, open fields (kouter of akker), driesen en dorpen en het aanwezige bouwkundig erfgoed, de veelheid aan kleine landschapselementen en het nog gaaf aanwezig zijn van deze elementen, zorgt voor een gevarieerd en aantrekkelijk landschap.

 

Ruimtelijk-structurerende waarde

De bodem en geomorfologie van het gebied is determinerend geweest in de landschapsontginning.

KENMERKEN:

a)  Kleinschalig landschap bestaande uit een oude boskern omringd door historisch permanente graslanden die afgeboord zijn met knotbomenrijen;

b)  Moeraskalkdepressie;

c)  Fijnmazig netwerk van sloten en grachten langs perceelsgrenzen; rabatten in Vinderhoutse bossen;

d)  Vrij van bebouwing.

 

Volgend voorschrift van het RUP vertaalt de landschapswaarden en –kenmerken:

Artikel 10: erfgoedlandschap

Het gebied is een erfgoedlandschap in de zin van het Onroerenderfgoeddecreet.

 

b. Zorgplicht voor erfgoedlandschappen:

Artikel 6.5.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 bepaalt dat iedereen die werken en handelingen verricht of daarvoor de opdracht verleent zoveel mogelijk zorg moet in acht nemen voor de erfgoedwaarden van het erfgoedlandschap. Een administratieve overheid mag geen werkzaamheden en handelingen ondernemen, noch toestemming of een vergunning verlenen voor een activiteit die een erfgoedlandschap geheel of gedeeltelijk kan vernietigen of een betekenisvolle schade kan veroorzaken aan de erfgoedwaarden ervan (art. 6.5.3).

 

2. Beoordeling

De aangevraagde werken zijn strijdig met de voorschriften uit het AGNAS-RUP omwille van de volgende redenen:

 

Het perceel waarvan een gedeelte voor bebossing is ingetekend, maakt onderdeel uit van het kleinschalig historisch permanent graslandcomplex op de moeraskalkdepressie en hoort bij de langgestrekte hoeve Keuje.

 

Het historisch permanent grasland is volgens kaartstudie echter vergraven en er zijn al bomen aangebracht. Bovendien vormt dit gedeelte van het perceel de afscherming tussen de hoeve en de R4. Aangezien de afwisseling tussen bos en historisch permanent grasland met KLE’s op de moeraskalkdepressie een waardevol element vormt binnen het vastgestelde landschapsatlasrelict en het erfgoedlandschap, kunnen wij instemmen met een gedeeltelijke bebossing van het perceel.

 

Om de kleinschaligheid van het landschap te bewaken, geven wij als voorwaarde mee dat de knotbomenrij midden op het perceel behouden moet blijven door voldoende afstand te voorzien tussen de boskern en de bomenrij. Dit kleine landschapselement staat ingeplant op een historisch lijnrelict, vermoedelijk een ontginngingsweg. U kan voldoende afstand voorzien door een bosrand te creëren.

 

Het gebied heeft een hoog archeologisch potentieel voor steentijdsites, voor de aanplant van het bos moet er rekening gehouden worden met het ondergronds potentieel.

 

Mits naleving van de hier na volgende voorwaarden, zijn de aangevraagde handelingen in overeenstemming te brengen met de voorschriften uit het AGNAS-RUP.

 

GUNSTIG ONDER VOORWAARDEN

Mits naleving van de hier na volgende voorwaarden, doen de aangevraagde werken geen afbreuk aan de erfgoedwaarden of en zijn zij dus niet in strijd met de bepalingen in het RUP of het Onroerenderfgoeddecreet. Het agentschap Onroerend Erfgoed adviseert deze aanvraag gunstig onder voorwaarden.

 

De voorwaarden zijn:

-      De aanvrager voorziet voldoende afstand tussen de boskern en het kleine landschapselement (de bomenrij) ten westen van de te bebossen zone door middel van een bosrand.

-      De werken mogen niet gepaard gaan met reliëfwijzigingen van het terrein, de aanplant van de bomen gebeurt door middel van geboorde plantgaten om het archeologisch potentieel niet onnodig te beschadigen.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap voor Natuur en Bos afgeleverd op 1 oktober 2024 onder ref 24-213432:

 

Rechtsgrond

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:

Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van
25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Artikel 38/3 Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van
25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Artikel 90 bis Bosdecreet van 13 juni 1990 (in het kader van ontbossing).

 

Bespreking aanvraag

De aanvraag betreft een wijziging in het goedgekeurd boscompensatievoorstel.

Het project is reeds vergund (OMV_2018135360) en uitgevoerd.

Enkel de nodige boscompensatie blijft aanslepen.

Hoewel de boscompensatie integraal deel uitmaakt van de omgevingsvergunning, en deze diende uitgevoerd te worden binnen de 3 jaar na het verkrijgen van de vergunning (i.e. 2021) is deze nog steeds niet uitgevoerd.

Deze aanvraag houdt een zoveelste wijziging in van deze compensatie.

Het Agentschap voor Natuur en Bos dringt dan ook aan op de uitvoering van de noodzakelijke compenserende bebossing in het komende plantseizoen november 2024 tot maart 2025.

 

Bespreking boscompensatievoorstel

Uit het dossier kan afgeleid worden dat de aanvrager een oppervlakte van 1800 m² wenst te ontbossen.

 

Volgens onze gegevens is het perceel bezet met inheems bos .

Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is er voor het uitvoeren van de geplande werken een ontbossing nodig van 1800 m² .

18915 m² dient als bos behouden te worden.

 

Het compensatievoorstel wordt goedgekeurd en zit in bijlage (zie Omgevingsloket). Dit compensatievoorstel moet integraal deel uitmaken van de omgevingsvergunning. Het dossier is bij het Agentschap voor Natuur en Bos geregistreerd onder het kenmerk 24-213432.

 

Conclusie

Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies mits naleving van de volgende voorwaarde(n): 

• Het goedgekeurde boscompensatievoorstel met inbegrip van haar voorwaarde(n) op het gebied van compenserende maatregelen dient integraal deel uit te maken van de omgevingsvergunning. 

• De boscompensatie moet zo snel mogelijk uitgevoerd worden in het komende plantseizoen 2024-2025.

 

Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:

Artikel 90bis Bosdecreet van 13.06.1990

Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997

 

Onderstaande doelstellingen of zorgplichten zijn hierbij van toepassing:

Artikel 14 §1 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997

 

Volgende voorwaarden worden letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning opgenomen:

  •     De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met kenmerk:  24-213432.
  •     De te ontbossen oppervlakte bedraagt 1800 m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet. 
  •     De resterende bosoppervlakte 18915 m² moet ALS BOS behouden blijven. Bijkomende kappingen in deze zone kunnen maar uitgevoerd worden mits machtiging door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het is evenmin toegelaten in deze zone constructies op te richten of ingrijpende wijzigingen van de bodem, de strooisel-, kruid- of boomlaag uit te voeren.
  •     De ontbossing kan enkel worden uitgevoerd conform het plan toegevoegd als bijlage, waarop ook de als bos te behouden zones zijn aangeduid. 
  •     De compenserende bebossing op de percelen Gent: 44017A1475/00D000, 44809I0330/00F000, 44809I0306/00K000 over een oppervlakte van 2250m² dient uitgevoerd te worden het eerstvolgende plantseizoen 2024-2025.
  •     De compenserende bebossing op het perceel 44017A1475/00D000 over een oppervlakte van 3340m² dient uitgevoerd te worden het eerstvolgende platseizoen 2024-2025. De compenserende bebossing zal uitgevoerd worden door een derde, met name Chris Montenn Beekstraat 38, 9031 Drongen. De aanvrager van de vergunning verbindt er zich toe om minstens binnen 30 dagen voordat de compenserende bebossing wordt uitgevoerd dit aan het Agentschap voor Natuur en Bos te melden. Wanneer de compenserende bebossing volledig is uitgevoerd, kan men hiervan een attest bekomen bij de provinciale afdeling van het Agentschap voor Natuur en bos.  

 

Gelet op art. 31 §2 van het Besluit van de Vlaamse regering houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgerichte natuurbeleid van 21 november 2003 geldt een gunstig advies als ontheffing op de verboden van artikel 25 §3 2° van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997. Een ongunstig advies betekent dat er geen ontheffing wordt verleend door het ANB en dat de aangevraagde werken verboden zijn.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Zone wandel- en fietspad + zone boscompensatie (percelen 330F en 306K)

Gewestelijk RUP

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
 

Gemeentelijk RUP
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'HANDELSBEURS' (Besluit tot goedkeuring door de Deputatie op 8 maart 2007). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor reservatiestrook voor fiets- en voetgangersverbinding.

Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'THEMATISCH RUP GROEN' (Definitieve vaststelling door de Gemeenteraad op 28 september 2021). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor bos.

 

Zone boscompensatie Drongen (perceel 1475D)
Gewestelijk RUP

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Vinderhoutse Bossen, vallei van de Oude Kale en Appensvoorde' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 11 maart 2022). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Erfgoedlandschap, Grote eenheid natuur en Natuurgebied.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

5.1. Ligging project

De aanvraag heeft betrekking op verschillende percelen die zich op verschillende locaties binnen de stad Gent bevinden. De percelen liggen deels in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West, in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen en in een afstroomgebied in beheer van Watering Oude Kale en Meirebeek. De percelen liggen deels in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West, in de nabijheid van waterloop in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen en in de nabijheid van waterloop in beheer van Watering Oude Kale en Meirebeek.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

De terreinen zijn deels bebouwd en deels braakliggend.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

De percelen liggen deels in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West, in de nabijheid van waterloop in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen en in de nabijheid van waterloop in beheer van Watering Oude Kale en Meirebeek.

 

Overstromingen

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Het project veroorzaakt geen bijkomende stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen. De aanvraag heeft bijgevolg geen negatieve impact op de overschrijding van de kritische depositiewaarde ten aanzien van de speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag betreft het wijzigen van de locatie voor de boscompensatie bij de eerder vergunde

aanvraag voor ‘de aanleg van een wandel- en fietspad tussen twee schoolcampussen’

(OMV_2018135360).

 

De locatie voor de compensatie wordt gewijzigd omdat de dienst biodiversiteit van de HoGent het historisch grasland op de campus Schoonmeersen wil behouden, herstellen en gecontroleerd spontaan wil laten ontwikkelen. De nieuwe locaties voor de boscompensatie zijn gedeeltelijk gelegen op het eigen terrein en gedeeltelijk gelegen buiten de campus nl. in Drongen binnen natuurgebied.

Op de site in Drongen zal men cirkels volgens de Miyawaki methode aanplanten. Een methode waarbij soorten intensief gemengd worden. De ruimte tussen de cirkels wordt vrijgehouden voor spontane bosontwikkeling. Op de eigen site zal vooral beplanting worden voorzien die aansluit bij de bestaande bebossing en beplanting.

 

Er kan geconcludeerd worden dat de bebossing van deze percelen op termijn de reeds aanwezige bosstructuur zal versterken en een ecologische meerwaarde zal betekenen voor deze gebieden.

 

Omwille van voormelde redenen kan de aanvraag vanuit het oogpunt van de goede ruimtelijke

ordening worden aanvaard.
 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Activiteit

AC34300 Behandelen van omgevingsvergunningen

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de boscompensatie aan Hogeschool Gent oi (O.N.:0255647755) en de heer Koenraad Goethals gelegen te Schoonmeersstraat 63 en Voskenslaan 362, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt. 

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Extern advies:
* Het advies van Onroerend erfgoed (advies van 17 oktober 2024 met kenmerk 4.002/44021/32.38) moet strikt nageleefd worden.


* Het advies van Agentschap voor Natuur en Bos (advies van 1 oktober 2024 met kenmerk 24-213432) moet strikt nageleefd worden.

   Volgende bijzondere voorwaarden worden benadrukt:

  •     De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met kenmerk:  24-213432.
  •     De te ontbossen oppervlakte bedraagt 1800 m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet. 
  •     De resterende bosoppervlakte 18915 m² moet ALS BOS behouden blijven. Bijkomende kappingen in deze zone kunnen maar uitgevoerd worden mits machtiging door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het is evenmin toegelaten in deze zone constructies op te richten of ingrijpende wijzigingen van de bodem, de strooisel-, kruid- of boomlaag uit te voeren.
  •     De ontbossing kan enkel worden uitgevoerd conform het plan toegevoegd als bijlage, waarop ook de als bos te behouden zones zijn aangeduid.
  •     De compenserende bebossing op de percelen Gent: 44017A1475/00D000, 44809I0330/00F000, 44809I0306/00K000 over een oppervlakte van 2250m² dient uitgevoerd te worden het eerstvolgende plantseizoen 2024-2025.
  •     De compenserende bebossing op het perceel 44017A1475/00D000 over een oppervlakte van 3340m² dient uitgevoerd te worden het eerstvolgende platseizoen 2024-2025. De compenserende bebossing zal uitgevoerd worden door een derde, met name Chris Montenn Beekstraat 38, 9031 Drongen. De aanvrager van de vergunning verbindt er zich toe om minstens binnen 30 dagen voordat de compenserende bebossing wordt uitgevoerd dit aan het Agentschap voor Natuur en Bos te melden. Wanneer de compenserende bebossing volledig is uitgevoerd, kan men hiervan een attest bekomen bij de provinciale afdeling van het Agentschap voor Natuur en bos. 
  •     Het goedgekeurde boscompensatievoorstel met inbegrip van haar voorwaarde(n) op het gebied van compenserende maatregelen maakt integraal deel uit van de omgevingsvergunning. 
  •     De boscompensatie moet zo snel mogelijk uitgevoerd worden in het komende plantseizoen 2024-2025.