Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
DE VLAAMSE WATERWEG met als contactadres Steenweg van Grembergen 75, 9200 Dendermonde en De heer Wim Dauwe met als contactadres Steenweg van Grembergen 75, 9200 Dendermonde hebben een aanvraag (OMV_2024028936) ingediend bij de Vlaamse overheid op 15 mei 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het aanleggen van een fiets- en voetgangersbrug
• Adres: Nijverheidskaai, 9040 Gent en verlengde van Nederbrugstraat, 9050 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 19 sectie C nrs. 1227S en op openbaar domein
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 27 september 2024.
De Vlaamse overheid heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 27 september 2024.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 7 november 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag situeert zich op de grens van Gent met Destelbergen aan de Schelde.
Het projectgebied bevindt zich in het oosten van Gent, meer bepaald op de grens van Gentbrugge en Destelbergen. De belangrijkste gewestweg in de omgeving is de N70.
Het projectgebied ligt ten zuiden hiervan.
Ten westen van het jaagpad aan de noordelijke oever bevindt zich de Nijverheidskaai;ten noorden de Scheldelaan die met het jaagpad verbonden is via een fiets- envoetpad.
Ten westen van het projectgebied, aan de noordelijke oever van de Schelde, bevindt zich de Nijverheidskaai waar gemengd verkeer geldt.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het aanleggen van een fiets- en voetgangersbrug over de Schelde. 6/28
Ten oosten van het kerkhof van Gentbrugge is een route van het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF) gelegen die, via een verbinding over de Schelde in het verlengde van de Jules van Biesbroeckstraat, de link voorziet tussen Sint-Amandsberg en Gentbrugge. Doordat er momenteel op deze locatie geen fysieke verbinding tussen beide oevers is, kan deze BFF-route niet naar behoren worden gebruikt. Hierdoor verloopt de link via de Gentbruggebrug en (o.a.) de Gentbruggestraat, een smalle straat met gemengd verkeer en vrij hoge verkeersintensiteiten.
De Vlaamse Waterweg wenst samen met de betrokken partners (stad Gent, gemeente Destelbergen en provincie Oost-Vlaanderen) deze missing link weg te werken met behulp van de aangevraagde brug.
De Vlaamse Waterweg NV plant de bouw van een nieuwe fiets- en voetgangersbrug over de Schelde, ten oosten van de Gentbruggebrug, waardoor de fietslink wordt gerealiseerd tussen Destelbergen en Gentbrugge én een missing link in het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF) wordt weggewerkt. De fietsbrug verbindt het jaagpad aan de noordelijke kant van de Schelde met het jaagpad aan de zuidelijke oever.
Afmetingen
De brug wordt gesitueerd ten westen van het fietsvoetpad vanuit de Scheldelaan en verbindt in het noorden en zuiden de jaagpaden. De totale breedte van het brugdek is 4,85 m, waarbij er 4,52 m breedte wordt voorzien tussen de handgrepen, inclusief schrikafstanden zoals voorgeschreven in het Vademecum Fietsvoorzieningen (2022).
Aan weerszijden wordt een borstwering voorzien van 1,2 m hoog. De hellingsgraad kent een (zeer lokaal) maximum van 4 %.
Materiaalgebruik
De fietsbrug en de bijhorende kruispunten worden voorzien in opgeruwd beton (door zandstraling). De jaagpaden op noordelijke en zuidelijke oever sluiten op de kruispunten aan in asfalt.
De doortrekking van beton tot op de kruispunten heeft, naast technische overwegingen, onder andere als voordeel dat deze punten voor de fietsers extra worden benadrukt vanuit de jaagpaden. Het verschil in materialisatie wijst op een verandering van situatie, waardoor de aandacht van de fietser wordt getrokken.
Verlichting
De verlichting op de brug werd ontworpen conform het stappenplan in publicatie INBO.A.3707 ‘Advies over vleermuisvriendelijke verlichting langs wegen en fietsostrades’. De verlichting bij de brug en fietspaden wordt dan ook voorzien conform artikel 16 van het natuurdecreet en artikel 10 van het soortenbesluit.
Reliëfwijzigingen
Voor de aansluiting van de bestaande fietspaden op de brug is een reliëfwijziging nodig. De oppervlakte van deze reliëfwijziging is zo beperkt mogelijk gehouden.
In totaal wordt er 632 m³ externe grond aangevuld, die zal voldoen aan de bodemwetgeving.
Verhardingen
Het noordelijke jaagpad kent binnen het projectgebied een breedte van 4,5 m, waarbij ter hoogte van de kruispunten een verbreding wordt voorzien. Ten oosten van het kruispunt met het fietsvoetpad richting Scheldelaan versmalt de route naar 3,0 m om aan te sluiten op de bestaande toestand van het jaagpad. Het fietsvoetpad zelf wordt volgens de voorschriften van het Vademecum fietsvoorzieningen 3,0 m breed aangezet, in de toekomst kan de rest van de route in diezelfde breedte worden heraangelegd.
Het kruispunt van het jaagpad met de fietsbrug op de noordelijke oever wordt voorzien met de fietssnelweg (jaagpad) in de voorrang. Fietsers vanuit de brug moeten voorrang verlenen; deze situatie wordt duidelijk gemaakt met haaientanden en bebording. Ter hoogte van het kruispunt wordt het jaagpad verbreed.
Ook het kruispunt van het jaagpad met het fietsvoetpad naar de Scheldelaan wordt opnieuw aangelegd, opnieuw geldt er voor de fietssnelweg voorrang ten opzichte van het fietsvoetpad en wordt ter hoogte van het kruispunt het jaagpad verbreed.
Het zuidelijke kruispunt tussen de fietsbrug en het jaagpad wordt gelijkaardig ingericht aan het noordelijke kruispunt. Opnieuw is het jaagpad in de voorrang en worden er haaientanden en bebording voorzien ter hoogte van de brug.
De breedte van het jaagpad blijft ongewijzigd en bedraagt 3 m, waarbij deze gelijkaardig aan de noordzijde ter hoogte van het kruispunt verbreedt.
Deze werken zijn niet vrijgesteld van vergunning, gezien ze worden uitgevoerd binnen de 5m zone langsheen de waterloop. In totaal wordt er 591,9 m² verharding verwijderd en 614,1 m² nieuw aangelegd. De netto bijkomende oppervlakte verharding komt zo op 22,2 m².
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
Geen tijdig advies van Fluxys NV. De adviesvraag is verstuurd op 22 oktober 2024. Op 6 november 2024 is nog géén advies ontvangen. Aan Fluxys NV werd gevraagd het advies na te sturen naar de vergunningverlenende overheid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Gewestplan
Het project ligt in gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut, ambachtelijke bedrijven en kmo's en bestaande waterweg volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
In de gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen zijn de voorzieningen toegelaten, welke gericht zijn op het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. Woongelegenheid kan toegestaan worden voor zover die noodzakelijk is voor de goede werking van de inrichtingen (artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen)
Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
De gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote
ondernemingen. Deze gebieden zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard.
De zone bestaande waterweg laat ook alle aanhorigheden bij waterwegen (waaronder bruggen) toe.
De aanvraag wijkt af op de gewestplanbestemming “ambachtelijke bedrijven en kmo’s”.
Gewestelijk RUP
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent zonder bestemmingsvoorschriften.
Gemeentelijk RUP
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'STEDELIJK WONEN' (Definitieve vaststelling door de Gemeenteraad op 27 juni 2017). De locatie is volgens dit RUP gelegen in stedelijk woongebied.
Volgens de voorschriften kan ook verkeersontsluiting in deze bestemming voorzien worden. In deze zone gaat het vooral over de aansluiting op de fietssnelweg wat dus in overeenstemming is met de bestemming.
BPA
Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg NIJVERHEIDSKAAI, goedgekeurd op 9 juni 1995, en is bestemd als zone voor wandel- en fietswegen en zone voor waterlopen.
De aanvraag is hiermee dus in overeenstemming.
Afwijking
Men doet beroep op het artikel 4.4.7 uit de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening om in het kader van het algemeen belang af te wijken van de gewestplanbestemming ambachtelijke bedrijven en kmo’s.
Meer specifiek doet men beroep op de 2de paragraaf van het artikel die stelt dat: “In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.”
Er moet dus voldaan zijn aan twee voorwaarden:
Het aangevraagde project heeft betrekking op werken opgenomen in de eerste categorie (§1) van artikel 3 van het Besluit van 5 mei 2000:
4° de aanhorigheden en kunstwerken bij lijninfrastructuren;
Het kan bijvoorbeeld gaan om de omvorming van een bestaande kruising of kruispunt met het oog op een verbeterde verkeerssituatie met inbegrip van de realisatie van niet-gelijkgrondse kruisingen met mogelijkheid tot uitwisseling van het verkeer tussen de wegen, de vervanging van een gelijkvloerse spoorwegovergang door een brug, het plaatsen van verlichting en signalisatie bij een infrastructuur, het aanleggen van stationeer- en parkeerstroken of invoeg- en afslagstroken, het aanleggen van bovenleidingen, kabelwerken en seininrichtingen bij sporen, het aanleggen van halte infrastructuur, het bouwen van stuwen op waterwegen en waterlopen, het plaatsen van meet- en pompinstallaties, het plaatsen van onderhouds- en veiligheidsuitrusting, het bouwen van kaaimuren, het aanleggen van toegangswegen, het oprichten van geluidsschermen, enz.
Worden niet bedoeld: het volledig in een tunnel brengen van een bovenlokale weg die momenteel op maaiveldniveau is gelegen, een gasontspanningsstation bij een aardgasleiding, enz.
Onder lijninfrastructuren worden verstaan onder meer verkeerswegen, spoorwegen, waterwegen en waterlopen, pijpleidingen, elektriciteitsleidingen, ... => Dit zijn handelingen die vanwege hun aard en omvang een beperkte impact hebben. Voor de lijninfrastructuren zelf is (al naargelang waar het over gaat) al dan niet een planinitiatief nodig. Maar de aanhorigheden en kunstwerken erbij (zoals bruggen, tunnels, geluidsmuren, bufferstroken, signalisatie, en dergelijke) hebben een ruimtelijk beperkte impact.
Het vereisen van de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan heeft geen meerwaarde omwille van deze ruimtelijk beperkte impact.
Samengevat is vast te stellen dat de voorliggende vergunningsaanvraag betrekking heeft op (een) handeling(en) van algemeen belang met een ruimtelijk beperkte impact.
Deze vergunningsaanvraag voorziet immers in de constructie van een fietsersbrug over de waterweg en de aansluiting van deze fietsersbrug op fietspaden en jaagpaden.
Bij deze kan op basis van dit artikel een afwijking toegestaan worden voor de aanleg van de fietsverbinding binnen de zone “Gebieden voor ambachtelijke bedrijven en kmo’s”, gezien de fietsverbinding niet voorziet in de bereikbaarheid van het gebied voor ambachtelijke bedrijven en kmo’s.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
Gewestelijke verordening voetgangersverkeer
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg en gewestweg.
4.5. Archeologienota
Gelet op het programma van maatregelen in de archeologienota met referentienummer 29185, waarvan akte genomen dd. 03/04/2024, zijn er geen specifieke maatregelen met betrekking tot archeologisch erfgoed noodzakelijk.
ID nota: 29185: https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/notas/29185
5. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:
Het rijoppervlak van het brugdek wordt voorzien van een dakprofiel met een dwarshelling van
2 %. Het regenwater wordt rechtstreeks naar de Schelde afgevoerd, hetgeen toelaatbaar is gezien er geen gemotoriseerd verkeer is toegelaten op de brug en bijgevolg het risico op olieverlies onbestaande is.
De heraan te leggen jaagpaden blijven afwateren zoals ze dat vandaag doen: naar de groene bermen aan weerszijden.
De impact op waterverhaal blijft op die manier beperkt. De gewestelijke verordening inzake hemelwater is pas van kracht voor openbaar domein in januari 2025.
6. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Stikstofdepositie
De som van de emissiebronnen is kleiner dan 100% (0,714% + 3,28% + 0,933% = 4,927%). Op basis hiervan kan overschrijding van de de minimis-drempel van 1% worden uitgesloten. De stikstofuitstoot van het voorliggende project tijdens de aanlegfase veroorzaakt geen risico op een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een Habitatrichtlijngebied.
Tijdens de uitbatingsfase worden geen bijkomende NOx-emissies verwacht.
Er kan geconcludeerd worden dat een verdere passende beoordeling voor wat betreft de eƯecten van stikstofdepositie via lucht niet nodig is.
Natuurtoets
Voor de reliëfwijzigingen zijn “verboden te wijzigen vegetatie” moet een vegetatiewijziging worden aangevraagd. Het is niet mogelijk om een exacte oppervlakte van het Rietland en het Slik uit te maken waarboven wordt gewerkt, gezien de begroeiing overlapt en onderhevig is aan wijzigingen. De theoretische overlap van de fietsbrug met het volledige gebied dat op een manier is aangegeven op de Biologische Waarderingskaart bedraagt ongeveer 1484 m².
In realiteit heeft het project een veel beperktere impact, gezien de brug in de lucht zal hangen. Het effectieve ruimtebeslag beperkt zich het betonnen brughoofd en de bijhorende reliëfwijziging (permanent ruimtebeslag) en de werfzone er omheen (tijdelijk ruimtebeslag).
Na de aanleg zal het volledig habitat, inclusief het riet, zich kunnen herstellen in de werfzone en op de taluds naast de ventweg talud, zoals het ook vandaag op de Schelde-oever tot boven hoogwaterpeil staat. Ook onder de smalle brug, die hoger ligt dan het begroeide talud, kan de vegetatie zich opnieuw ontwikkelen, er zal geen permanent ruimtebeslag zijn.
De impact op de aanwezige natuurwaarden zijn beschreven in de aanvraag en zijn beperkt (herstel na werken wordt verwacht).
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 4 oktober 2024 tot en met 2 november 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden 2 bezwaarschriften ingediend.
De bezwaren worden als volgt samengevat:
Naar aanleiding van het stedenbouwkundig onderzoek van deze aanvraag worden de bezwaren als volgt besproken:
De vergunningverlenende overheid staat in voor de behandeling van de bezwaren.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De werken kaderen in het algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact (zie ook 4.1). De werken zorgen voor een beter toegankelijkheid tot de verschillende natuur- en recreatiepolen in de buurt.
Voetgangers en Openbaar vervoer
Door deze nieuwe fiets- en voetgangersverbinding wordt ook de voetgangersrelatie tussen de wijken Dampoort, Eenbeekeinde (Destelbergen) en Oud-Gentbrugge aanzienlijk verbeterd. De nieuwe brug zal ook aansluiten op de westzijde van de Gentbrugse meersen, waardoor ook de toegankelijkheid tot deze natuur- en recreatiepool veel beter wordt. Belangrijke attractiepolen in deze omgeving zijn ook het kerkhof van Gentbrugge en het aanpalende kerkplein, met heel wat horeca.
Daarnaast worden beide Schelde-oevers ook druk gebruikt door heel wat joggers en recreatieve wandelaars. Door deze nieuwe brug worden de mogelijkheden in parcours en routes voor deze gebruikers sterk uitgebreid.
Fiets
De fietsbrug krijgt een netto breedte van 4m50 (breedte tussen de relingen). Dit is voldoende ifv de maatvoering conform het fietsvademecum. Het fietsvademecum vraagt immers voor een primaire fietsroute (geen fietssnelweg) een nettobreedte van 3m, voor zover het aantal verwachte gebruikers in het drukste uur de 250 fietsers niet overschrijdt (dit is hier effectief de verwachting, conform het stedelijke fietsmodel). Rekening houdende met de noodzakelijke schuwafstanden tot de beide relingen (2 x 0,50m – de vroegere norm was 2x0,75m) komen we zo uit op 4m50 breedte.
De hellingen blijven overal zeer beperkt. Ter hoogte van beide landhoofden wordt het doorgaande fietspad lichtjes verhoogd, waardoor de hellingen op de eigenlijke brug zeer laag kunnen blijven. Ook de bochtstralen van de brug naar de fietspaden op de dijken en naar de Scheldelaan zijn OK en de voorziene ondergrond biedt hier voldoende stroefheid.
Het fietspad op de noordelijke (linker) Schelde-oever wordt verbreed van 3m naar 4m50, tussen de Nijverheidskaai (fietsstraat) en de aansluiting naar de Scheldelaan. Deze nieuwe breedtemaat is conform het fietsvademecum en laat bovendien ook medegebruik door voetgangers toe.
Gezien het grote belang van de voetgangers- en fietsaansluiting naar de Scheldelaan (grondgebied Destelbergen, zie ook fietsnetwerk hierboven) wordt ook deze aansluiting voldoende breed en comfortabel uitgewerkt.
Uit veiligheidsoverwegingen en in functie van categorisering worden de fietspaden op beide Schelde-oevers in de voorrang gebracht.
Verlichting
Op beide brughoofden komt centraal op de brug een lichtmast. Deze beide lichtpunten dienen ook als noodzakelijk obstakel, om te vermijden dat gemotoriseerd verkeer de brug kan oprijden. Het type verlichting, de hoogte en de uitgelichte zones werden ook bekeken in functie van de ecologische waarden, zoals de aanwezige vleermuizenpopulatie. Ook voor de verlichtingstijden en de lichtsterkte werd een compromis gevonden tussen veiligheidsaspecten en ecologische afwegingen.
Paaltjes
Halverwege de westelijke helling kant Nijverheidskaai komen 4 paaltjes, om de toegang tot gemotoriseerd verkeer te beperken (enkel dienstvoertuigen De Vlaamse Waterweg zijn toegelaten). Voor de exacte inplanting, de tussenafstanden en de toeleidende markering wordt verwezen naar de “Ontwerpmatrix Paaltjes” van het Stedelijke Mobiliteitsbedrijf.
Voor een asfaltbreedte van 450cm wordt dit de gewenste verdeling van de paaltjes hart-op-hart: 20-180-50-180-20. Rondom de paaltjes komt toeleidende ribbelmarkering, conform onderstaande schets. De paaltjes zelf zijn van het type IPOD-III Flex, met fluorescerende stikkers, waarvan de 2 centrale paaltjes wegneembaar kunnen zijn.
Ook rondom de beide lichtmasten is toeleidende markering nodig. Gezien de plaatsing op een T-kruispunt, moeten deze moeten als “druppel” worden uitgevoerd:
Aansluiting op de bestaande toestand
De aansluiting op het fietspad naar de Scheldelaan ziet er vreemd uit. Dit kan best op volgende wijze worden aangesloten, met weglating van de vroegere driehoekige aansluitvlakken:
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden wat betreft het vegetatieluik en stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
De aanvraag wordt beslist door de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de Vlaamse Regering over omgevingsvergunningsaanvragen die door de Vlaamse Regering worden behandeld (vlaamse projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het aanleggen van een fiets- en voetgangersbrug van DE VLAAMSE WATERWEG en de heer Wim Dauwe, gelegen te Nijverheidskaai, 9050 Gent en verlengde van Nederbrugstraat, 9050 Gent.
Verzoekt de Vlaamse Regering om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:
Uitwerking van de paaltjes, toeleidende markering en aansluiting bestaande toestand
Voor een asfaltbreedte van 450cm wordt dit de verdeling van de paaltjes hart-op-hart: 20-180-50-180-20. Rondom de paaltjes komt toeleidende ribbelmarkering, conform onderstaande schets. De paaltjes zelf zijn van het type IPOD-III Flex, met fluorescerende stikkers, waarvan de 2 centrale paaltjes wegneembaar kunnen zijn.
Ook rondom de beide lichtmasten is toeleidende markering nodig. Gezien de plaatsing op een T-kruispunt, moeten deze moeten als “druppel” worden uitgevoerd:
De aansluiting op het fietspad naar de Scheldelaan moet volgende wijze worden aangesloten, met weglating van de vroegere driehoekige aansluitvlakken:
Openbaar domein
Er wordt voorgesteld om de leuning in RVS uit te voeren. Dit is een materiaal dat niet geselecteerd werd in IPOD III. Het RVS dat wordt gebruikt voor de borstwering van de brug is ofwel van een matte afwerking te voorzien (beitsen en passiveren), ofwel te schilderen in het stadskleur.
Verzoekt de Vlaamse regering om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:
Openbaar domein
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.
De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.
Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.
U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).
In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).