Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
De heer Christophe Vander Eecken met als contactadres Bosstraat 89, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024129349) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 25 september 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het rooien van 13 bomen en het heraanplanten van nieuwe bomen
• Adres: Bosstraat 89, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie A nrs. 235D en 236V
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 27 september 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 5 november 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag situeert zich op een kasteeldomein aan de noordwestelijke rand van Gent, nabij Vinderhoute. Het kasteeldomein is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed (ID 132632) en wordt in de wetenschappelijke inventaris als volgt omschreven:
“Kasteeldomein Blauw Huys
Eertijds zogenaamd "Blauw Huys". Uitgestrekt park met vijver aangelegd in landschappelijke stijl met fraai kasteel, portierswoning met oranjerie en het voormalige wagenhuis.
Reeds vermeld in 1716. Heropgebouwd in opdracht van Van de Woestijne-Clemmen in 1807 naar ontwerp van Dutry senior en reeds in 1817 vergroot naar de plannen van architect J.B. Van de Cappelle, opnieuw vergroot met twee zijvleugels circa 1874, linkergevel opnieuw afgebroken circa 1930. Reeds in de 19de eeuw overgegaan in handen van familie Van den Hecke. Ingang afgesloten door ijzeren hek tussen dubbele arduinen pijlers.
Oranjerie. Fraai onderkelderd gebouw in empirestijl daterend van 1845. Zuidelijk bepleisterde gevel van vijf traveeën onder zadeldak (pannen), geritmeerd door zeer hoge rondboogvensters met boogomlijsting op doorlopende imposten en behouden metalen roedeverdeling. Licht vooruitspringend middenrisaliet met steektrap. In rechterzijgevel Venetiaans drielicht met deur. Sporen van een gelijkaardig drielicht in de linkerzijgevel. Bakstenen achtergevel verlicht door middel van hooggeplaatste lunetten.
Aanleunend woonhuis met sporen van de vroegere constructie: een aanbouwsel onder lessenaarsdak afgewerkt met muurvlechtingen. Later aangepast tot woonhuis van vijf traveeën en één bouwlaag met licht getoogde vensters en nadien toevoeging van een bovenverdieping onder plat dak. Links aangebouwd dienstgebouwtje onder zadeldak.
Wagenhuis, eveneens van 1845, heden ingericht als woonhuis. Witgeschilderd bakstenen gebouw van vijf traveeën en anderhalve bouwlaag onder schilddak (pannen). Middenrisaliet van drie traveeën met rondboogarcade op pilasters met arduinen imposten; grote rechthoekige poorten en lunetten. In zijtravee rechthoekige deuren en lunetten.
Kasteel met laat-classicistische inslag opgetrokken in 1807 naar ontwerp van Dutry senior en uitgebreid in 1817 met twee vooruitspringende risalieten (een oranjerie en een groot salon), naar ontwerp van J.B. Van de Cappelle. Merkwaardig H-vormig grondplan met respectievelijk aan voor- en achtergevel, een zuilengalerij en een halfronde uitbouw. Bepleisterd gebouw van twee bouwlagen en negen traveeën met attiekbekroning onder plat dak. Afbladderende voorgevel met door geblokte hoekbanden afgelijnde zijrisalieten van één travee en zuilengalerij van drie traveeën onder casementzoldering. De galerij wordt gevormd door Ionische zuilen voorafgegaan door een brede bordestrap met leeuwen en bekroond door een attiekverdieping met centrale oculus en rechthoekige zijvenstertjes. Rondboogvormige deurvensters van middentravee met arduinen omlijsting en kroonlijst, in de middentravee verrijkt met wapenschild.
Voorts rechthoekige vensters met persiennes, op de benedenverdieping van de zijrisalieten voorzien van frontonbekroning. Zijgevels van drie traveeën met geblokte hoekbanden en halfronde attiekvensters. Achtergevel met rotonde voorzien van rondboogvormige deurvensters, met kroonlijst op de gelijkvloerse verdieping en gedichte bovenvensters. Voorts rechthoekige vensters, beneden met frontonbekroning.
Het kasteelpark is waarschijnlijk in de eerste helft van de 19de eeuw in landschappelijke stijl aangelegd. Een oude rechthoekige vijver, te zien op de kabinetskaart van graaf de Ferraris (1778), werd volgens de Atlas der Buurtwegen (1840) en de Vandermaelenkaart (ca. 1846) eerst naar het westen verlengd. Vermoedelijk werd tegelijk een tweede (huidige) langwerpige vijver in de bedding van de Gavergracht uitgegraven. De eerst vermelde vijver werd vermoedelijk gedempt rond het midden van de 19de eeuw. In de zuidoostelijke hoek van het kasteeldomein bevindt zich een volledig ommuurde moestuin.”
Het kasteeldomein is opgenomen in het erfgoedlandschap en de vastgestelde landschapsatlas “Vallei van de Oude Kale, Vinderhoutse Bossen en Slindonk”.
De ingangsdreef naar het kasteeldomein bestaat uit kastanjebomen. Er staan nog 11 bomen overeind (van de oorspronkelijk 18 bomen), sommige zijn dood, andere zijn ziek. Recent viel nog een zieke boom op de weg. Er wordt gevraagd om de resterende 11 bomen te mogen rooien. De dreef zal nadien opnieuw beplant worden met 18 nieuwe bomen met een tussenafstand van ca. 10 m.
Daarnaast wil men ook twee eiken te rooien. De ene eik is dood en de andere helt over de bovengrondse elektrische draden.
Het rooien van de bomen werd in 2020 reeds aangevraagd. De werken werden evenwel niet uitgevoerd en de vergunning is intussen vervallen.
Voorliggende aanvraag is een herneming van een recent geweigerde omgevingsvergunning. Deze aanvraag werd geweigerd op basis van een ongunstig advies van het Agentschap Onroerend Erfgoed. Zij oordeelden dat de aanvraag onvoldoende gedocumenteerd was om een weloverwogen advies te geven over de impact van de handelingen op het erfgoedlandschap. In deze nieuwe aanvraag wordt een verslag van ETW’er toegevoegd.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 16/04/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het rooien van 13 bomen en het heraanplanten van nieuw bomen. (OMV_2020019561)
* Op 12/10/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van werken in kader van slibruiming van de kasteelvijvers waar de meirebeek doorheen loopt. (OMV_2020117549)
* Op 06/06/2024 werd een weigering afgeleverd voor het rooien van 13 bomen en het heraanplanten van nieuw bomen. (OMV_2024042639)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Gunstig advies van VMM (watertoets) Afdeling Operationeel Waterbeheer afgeleverd op 30 september 2024 onder ref. WT 2024 OG 1643_1:
Onder verwijzing naar artikel 1.3.1.1. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, werd onderzocht of er een schadelijk effect op de waterhuishouding uitgaat van de geplande ingreep. Dit advies wordt verleend in uitvoering van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006.
De locatie te Gent 27de afdeling, sectie A nr. 0236 V ligt naast de Merebeek, een onbevaarbare waterloop van eerste categorie die wordt beheerd door de VMM – kern Beheer en Investeringen Waterlopen. Volgens de bijlage III, IV en V van het uitvoeringsbesluit watertoets kan de overstromingsgevoeligheid als volgt beschreven worden: geen overstroming gemodelleerd voor kustoverstroming, beperkt pluviaal overstromingsgevoelig en geen fluviale overstromingen gemodelleerd.
De aanvraag omvat het rooien van bomen.
Aangezien de Merebeek een geklasseerde onbevaarbare waterloop is, dient langs deze waterloop te allen tijde een strook van 5 m breed toegankelijk te zijn voor het onderhoud (ruimingswerken, herstel van oevers), overeenkomstig het decreet integraal waterbeleid van
18 juli 2003 en de wet van 28 december 1967 op de onbevaarbare waterlopen. Deze zone is zeer belangrijk voor het onderhoud van de waterlopen. Oevers hebben een belangrijke ecologische functie, kennen vaak stabiliteitsproblemen en er moet over gereden kunnen worden met zwaar materieel voor onderhouds- en inrichtingswerken. Daarom moet deze zone vrij blijven van gebouwen, verhardingen en andere constructies of hindernissen (zoals ophogingen of opslag) die de doorgang zouden kunnen belemmeren en niet compatibel zijn met de functie van de oeverzone. Op basis van de beschikbare plannen kunnen we aannemen dat er geen werken zullen worden uitgevoerd binnen de 5m-zone.
We geven wel nog mee dat in deze 5m-erfdienstbaarheidszone verder volgende bepalingen van kracht zijn:
* Bij afrastering bevindt het deel van de afsluiting aan de kant van de grond die aan de waterloop paalt, zich op een afstand van 0,75 meter tot 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop. De afsluiting mag niet hoger dan 1,50 meter boven de begane grond zijn. De afsluiting is zo opgesteld dat ze geen belemmering vormt bij het onderhoud van de waterlopen, of ze kan weggenomen worden.;
* Nieuwe bomen en struiken worden alleen aangeplant binnen een afstand van vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten indien:
1. een minimale tussenafstand van 12 m voor opgaande bomen gerespecteerd wordt;
2. de houtkant regelmatig teruggezet wordt én die indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder;
3. voor een andere plantwijze geopteerd wordt dan vermeld in 1° en 2° nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf.
BESLUIT
Het project wordt gunstig geadviseerd en is in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen van de gecodificeerde decreten betreffende het integraal waterbeleid.
Binnen de 5m-erfdienstbaarheidszone zijn volgende bepalingen van kracht:
* in de 5m-erfdienstbaarheidszone langs de Merebeek zijn bebouwing, verhardingen of andere constructies, reliëfwijzigingen en opslag die de doorgang zou kunnen belemmeren niet toegelaten.
* Bij afrastering bevindt het deel van de afsluiting aan de kant van de grond die aan de waterloop paalt, zich op een afstand van 0,75 meter tot 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop. De afsluiting mag niet hoger dan 1,50 meter boven de begane grond zijn. De afsluiting is zo opgesteld dat ze geen belemmering vormt bij het onderhoud van de waterlopen, of ze kan weggenomen worden.
* Nieuwe bomen en struiken worden alleen aangeplant binnen een afstand van vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten indien:
1. een minimale tussenafstand van 12 m voor opgaande bomen gerespecteerd wordt;
2. de houtkant regelmatig teruggezet wordt én die indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder;
3. voor een andere plantwijze geopteerd wordt dan vermeld in 1° en 2° nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf.
Voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 4 november 2024 onder ref. 4.002/44021/32.36
A. SAMENVATTING
Met toepassing vanartikel 35, §3, 2° van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, adviseert het agentschap Onroerend Erfgoed de aangevraagde handelingen gunstig onder voorwaarden.
Dit advies heeft de rechtsgevolgen zoals vermeld in artikel 4.3.3 en 4.3.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO).
1. Juridische context
Artikel 4.3.1, §2, 1° van de VCRO vermeldt cultuurhistorische aspecten als één van de beoordelingsbeginselen bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Dit aspect maakt deel uit van de duurzame ruimtelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 1.1.4 van de VCRO. Om die reden zijn aanvragen binnen de reguliere procedure onderworpen aan een adviesverplichting volgens artikel 35, §3 en artikel 36, tweede lid van het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
a. Erfgoedwaarden en -kenmerken:
Het erfgoedlandschap werd opgenomen in het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Vinderhoutse bossen, Vallei van de Oude Kale en Appensvoorde wegens volgende waarden en kenmerken:
WAARDEN:
ruimtelijk-structurerende waarde
...
In de vallei van de Merebeek en Oude Kale en rond de Vinderhoutse bossen bevinden zich verschillende kasteeldomeinen, die onder andere door middel van dreven en vistas (zichten) structuur geven aan het landschap. De kasteeldomeinen zijn dikwijls aan een waterloop gelegen, en integreren de waterloop of vallei in het kasteelpark.
esthetische waarde
...
Er komen verschillende kasteelparken in het gebied voor die architecturaal doorlopen in het omliggende landschap. De Vinderhoutse bossen kennen een afwisseling tussen bos en historisch permanente graslanden. De afwisseling tussen bos, meers, bulken, open fields (kouter of akker), driesen en dorpen en het aanwezige bouwkundig erfgoed, de veelheid aan kleine landschapselementen en het nog gaaf aanwezig zijn van deze elementen, zorgt voor een gevarieerd en aantrekkelijk landschap.
historische waarde
...
Er is een parallellisme tussen de landschappelijke verschijningsvorm en de fysische factoren (topografie, morfologie en pedologie). De open kouters liggen op de hoge droge gronden, de bulken op de lagere, nattere gronden en de meersen op de alluviale gronden. De historisch permanente graslanden in de moeraskalkdepressie aan de Vinderhoutse Bossen kregen sinds de 18de-eeuw een meer bebost karakter. De bewoning, in (dries)gehuchten of dorpen, bevinden zich op of naast hoger gelegen gronden. De meeste kasteeldomeinen liggen in de onmiddellijke nabijheid van waterlopen. De structuur van het cultuurlandschap, namelijk het naast elkaar bestaan van open kouters, gesloten bulkengebied, alluviale meersen met daarbij driesnederzettingen, kastelen, dorpen en molens, is duidelijk beïnvloed door morfologie, bodem en ontginningsgeschiedenis. In deze ankerplaats is de historisch continu ontwikkelde landschapsopbouw nog gaaf en herkenbaar aanwezig. Vanaf de Ferrariskaart en op latere topografische kaarten is de landschapsopbouw (kouters, driesen, bulken, kastelen en dorpen) goed herkenbaar. Verspreid in het gebied komt agrarisch bouwkundig erfgoed voor, voornamelijk hoeven maar ook een brouwerij. De verschillende kasteeldomeinen die voorkomen behoren bijna allen tot de kastelengordel rond Gent (kasteel Blauwhuis, Liefshof, Campagne, Jongensstad, kasteel van Vinderhoute en kasteel Schoubroek).
...
natuurwetenschappelijke waarde
...
KENMERKEN:
6° kasteelpark
a) groen, aangelegd domein met tuinarchitecturale elementen, horende bij een kasteel, buitenplaats of landhuis;
b) afwisseling van open en gesloten delen, dikwijls zichtassen (vista’s) vanuit het park naar het omliggende landschap;
c) dikwijls dreven in het park, en als verbinding met de omgeving of de dorpskern;
d) dikwijls gelegen langs een waterloop, met waterelementen (vijvers, omwallingen,...) geïntegreerd in de parkaanleg,
e) concentratie van bouwkundig erfgoed; kastelen, buitenplaatsen of landhuizen met bijgebouwen (oranjerie, wagenhuis,...):
...
Bosstraat 89 (Gent 27e afd., sectie A, perceel 235 D). Kasteel “Blauw Huys”: kasteel,
park, vijver, portierswoning
...
Volgend voorschrift van het RUP vertaalt de landschapswaarden en –kenmerken:
Artikel 6. Gemengd openruimtegebied met cultuurhistorische waarde
Artikel 6.1
...
Binnen dit gebied zijn natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg en recreatie nevengeschikte functies.
Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor deze functies zijn toegelaten.
De in artikel 6.1 tot 6.4 genoemde handelingen zijn toegelaten voor zover de ruimtelijke samenhang in het gebied, de cultuurhistorische waarden, horticulturele waarden, landschapswaarden en natuurwaarden in het gebied bewaard blijven en de sociale functie niet geschaad wordt.
...
Artikel 10. Erfgoedlandschap
Het gebied is een erfgoedlandschap in de zin van het Onroerenderfgoeddecreet.
b. Zorgplicht voor erfgoedlandschappen:
Artikel 6.5.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 bepaalt dat iedereen die werken en handelingen verricht of daarvoor de opdracht verleent zoveel mogelijk zorg moet in acht nemen voor de erfgoedwaarden van het erfgoedlandschap. Een administratieve overheid mag geen werkzaamheden en handelingen ondernemen, noch toestemming of een vergunning verlenen voor een activiteit die een erfgoedlandschap geheel of gedeeltelijk kan vernietigen of een betekenisvolle schade kan veroorzaken aan de erfgoedwaarden ervan (art. 6.5.3).
2. Beoordeling
De aangevraagde werken zijn strijdig met de voorschriften uit het RUP Vinderhoutse bossen, Vallei van de Oude Kale en Appensvoorde. omwille van de volgende redenen:
Het rooien van de toegangsdreef tot het kasteelpark heeft een negatieve impact op de cultuurhistorische, horticulturele en landschapswaarden van het erfgoedlandschap.
Een heraanplant zoals voorgesteld in de aanvraag is dus essentieel om de impact hiervan op lange termijn te milderen. De boomsoort van de heraanplant moet passen binnen de historische context. Typerende boomsoorten voor dreven bij een kasteeldomein zijn eik, beuk, linde, of opnieuw kastanje. Gezien de natte bodem is eik aan te bevelen.
Bovendien is bij dergelijke nieuwe drevenaanplant een kwalitatieve opvolging met begeleidingssnoei essentieel om voor deze bomen een nieuwe toekomst als monumentale dreef te verzekeren.
Op basis van de vaststellingen bij plaatsbezoek en bemerkingen binnen het rapport van de boomverzorger is ook duidelijk dat standplaatsverbetering noodzakelijk is. Alle te rooien bomen hebben wortelschade, door rijden met gemotoriseerd verkeer op de wortels en enkele bomen vertonen ook stamschade. Hiertoe moeten de aanbevelingen van de boomverzorger opgevolgd worden.
Bovendien moeten de inritten naar de gebouwen vanaf de dreef beperkt worden.
Mits naleving van de hier na volgende voorwaarden, zijn de aangevraagde handelingen in overeenstemming te brengen met de voorschriften uit het RUP Vinderhoutse bossen, Vallei van de Oude Kale en Appensvoorde.
GUNSTIG ONDER VOORWAARDEN
Mits naleving van de hier na volgende voorwaarden, doen de aangevraagde werken geen afbreuk aan de erfgoedwaarden of en zijn zij dus niet in strijd met de bepalingen in het RUP of het Onroerenderfgoeddecreet. Het agentschap Onroerend Erfgoed adviseert deze aanvraag gunstig onder voorwaarden.
De voorwaarden zijn:
- U elimineert overbodige in- en uitritten vanuit de dreef;
- U voorziet een duidelijke markering van de wortelzones, bv. door middel van houten paaltjes;
Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap voor Natuur en Bos afgeleverd op 21 oktober 2024 onder ref. 24-214805:
Rechtsgrond
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Artikel 38/3 Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bespreking aanvraag
De aanvraag betreft het kappen van 11 kastanjes langs de toegangsdreef. Oorspronkelijk waren er 18 bomen, nu staan er nog 11 bomen overeind.
De bomen mogen gekapt worden indien voorzien wordt in een kwalitatieve heraanplanting. Heraanplanten is noodzakelijk zodat er geen vermijdbare schade aan de natuur kan ontstaan. Bovendien hebben bomen en bomenrijen een grote landschappelijke en ecologische waarde. Bij het aanplanten is het belangrijk dat de nodige voorzorgsmaatregelen worden genomen opdat de bomen zouden aanslaan en tot volle wasdom kunnen komen.
Deze voorzorgsmaatregelen kunnen bestaan uit:
- de plantput moet voldoende groot zijn en aangevuld worden met goede grond (zonder afval of stenen),
- er wordt een steunpaal of wortelverankering voorzien
- er wordt bescherming voorzien tegen wild- en/of veevraat
Belangrijk is dat de aanplanting uitgroeit tot een volledige bomenrij. Bij uitval moet de opengevallen plaats in het eerstvolgende plantseizoen terug worden aangeplant.
Tot slot willen we nog de aandacht vestigen op een algemene maatregel, die voor elke vergunning van toepassing is:
“Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit).
Conclusie
Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies onder volgende voorwaarden:
* het eerst volgend plantseizoen (najaar-winter 2024-2025 ) wordt overgegaan tot heraanplanten met minstens evenveel (18) bomen. Heraanplanten moet gebeuren met een inheemse streekeigen boomsoort zoals winterlinde, es, esdoorn, beuk, wintereik, gladde iep, ....
* De bomen moeten minstens maat 12-14 hebben.
* De aanvrager neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen met het oog op het welslagen van de nieuwe aanplant.
* Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men grondig nagaan - vóór men start met de werken – dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden en/of er vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos”.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Vinderhoutse Bossen, vallei van de Oude Kale en Appensvoorde' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 11 maart 2022), in een gebied dat bestemd is als “gemengd openruimtegebied met cultuurhistorische waarde” (Artikel 6).
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Vlaamse Milieumaatschappij - Afdeling Operationeel Waterbeheer - Gent en in een afstroomgebied in beheer van Watering Oude Kale en Meirebeek. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van Vlaamse Milieumaatschappij - Afdeling Operationeel Waterbeheer - Gent.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het perceel ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van Vlaamse Milieumaatschappij - Afdeling Operationeel Waterbeheer - Gent. Er werd advies gevraagd aan de waterbeheerder.
De afstandsregels tot waterlopen zoals voorzien in het Waterwetboek en de wet onbevaarbare waterlopen worden gerespecteerd.
Overstromingen
Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.
Ruimten met kwetsbare functies kunnen extra beschermd worden tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
In 2020 werd een omgevingsvergunning OMV_2020019561 afgeleverd voor het kappen van kastanjebomen in een dreef, maar deze vergunning is intussen vervallen. Recent werd het rooien van de bomen opnieuw aangevraagd (OMV_2024042639) maar deze aanvraag werd geweigerd. Het Agentschap Onroerend Erfgoed oordeelde dat de aanvraag onvoldoende gedocumenteerd was om een weloverwogen advies te geven over de impact van de handelingen op het erfgoedlandschap en gaf een ongunstig advies op de aanvraag. Het perceel is sinds 2022 vastgesteld als erfgoedlandschap door het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Vinderhoutse Bossen, vallei van de Oude Kale en Appensvoorde'.
In deze nieuwe aanvraag wordt een verslag van een ETW’er toegevoegd met een evaluatie van de gezondheidstoestand van de bomen en advies voor heraanplanting. Dit maakt dat de aanvraag ook voor het Agentschap Onroerend Erfgoed beter kan beoordeeld worden. Een voorwaardelijk gunstig advies van OE is dan ook het gevolg.
Er zijn geen bezwaren tegen het rooien van de 11 resterende kastanjebomen die een dreef vormen naar het kasteel en de 2 andere eiken. De bomen zijn ofwel reeds afgestorven ofwel in een slechte gezondheidstoestand.
Er wordt aanbevolen alle bestaande bomen te rooien en te vervangen door nieuwe inheemse bomen met een minimum van plantmaat 14-16 HO en met een tussen afstand van ±10 m wat neerkomt op een ±20 tal nieuwe bomen. Nieuwe bomen moeten aan beide kanten van de oprit geplant worden.
Door een volledige nieuwe start te nemen voor de dreef zal er terug een uniform beeld gecreëerd worden waardoor de status en waarde van de dreef in de toekomst zal verhogen.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het rooien van 13 bomen en het heraanplanten van nieuwe bomen aan de heer Christophe Vander Eecken gelegen te Bosstraat 89, 9031 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Externe adviezen
Het advies van Agentschap voor Natuur en Bos (advies van 21 oktober 2024, met kenmerk 24-214805) moeten strikt nageleefd worden.
De voorwaarden opgenomen in het advies van Onroerend Erfgoed (afgeleverd op 4 november 2024 met kenmerk 4.002/44021/32.36) moeten strikt nageleefd worden.
- U elimineert overbodige in- en uitritten vanuit de dreef;
- U voorziet een duidelijke markering van de wortelzones, bv. door middel van houten paaltjes;
Heraanplant
Heraanplanting van 20 hoogstammige inheemse bomen ( HS 14/16) het eerstvolgende plantseizoen na de kapping.