Het college van burgemeester en schepenen keurt de schrapping van de risicovergunning op het perceel goed.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Sertius nv heeft een aanvraag tot schrapping van een risicovergunning op een perceel uit de gemeentelijke inventaris ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 26 augustus 2024.
Volgende wordt aangevraagd:
vraag tot schrapping risicovergunningen Jaak Janssensstraat (afd 14 sectie E nrs 294G, 295E, 304F, 305L, 305R, 307L2, 307P2, 307S2 en 307T2 ) te Gent (579/E/24, 579/E/19, 201001510)
De percelen die de aanvrager wenst te schrappen als risicogrond zijn opgenomen in de gemeentelijke inventaris.
Volgende vergunningendossiers met risicorubrieken zijn van toepassing:
Dossier: OMV_2023029476 - Beslissing: 02 augustus 2024 (Vlaamse overheid)
Inrichting: FOSTER SPV werffase - de bouw en exploitatie van een slib mono-verwerkingsinstallatie (SMV); inclusief het nog niet goedgekeurd project-MER PR3492
Vergunde risico-rubrieken: 17.3.4.2°a), 17.3.6.2°a), 3.6.3.2°
Dossier: OMV_2023029476 - Beslissing: 02 augustus 2024 (Vlaamse overheid)
Inrichting: FOSTER SPV exploitatiefase - de bouw en exploitatie van een slib mono-verwerkingsinstallatie (SMV); inclusief het nog niet goedgekeurd project-MER PR3492
Vergunde risico-rubrieken: 12.1.1.1°a), 17.3.2.1.1.2°, 17.3.4.2°a), 17.3.6.3°, 17.3.7.3°, 17.3.8.2°, 2.3.2.a)2°, 2.3.4.1.m), 2.4.2.a), 2.4.3.a)3°, 43.1.3°, 43.3.1°
Dossier: 579/E/24 - Beslissing: 02 augustus 2001 (Deputatie)
Inrichting: ArcelorMittal Belgium - Centrale zetel- het veranderen (door uitbreiding) van het siderurgisch complex
Vergunde risico-rubrieken: 12.1.2°, 17.3.3.3°, 20.2.2.2°, 20.2.3.3°, 29.1.1.3°, 29.1.2.2°, 29.5.2.3°, 29.5.5.4°, 6.1.3°
Dossier: 579/E/19 - Beslissing: 18 maart 1999 (Deputatie)
Inrichting: ArcelorMittal Belgium - Centrale zetel - het uitbreiden van het siderurgisch complex met twee dompelverzinkingslijnen
Vergunde risico-rubrieken: 17.3.2.3°, 17.3.3.2°, 29.2.1., 29.5.3.3°, 29.5.4.2°, 29.5.5.3°, 29.5.6.3°, 4.3.b)2°
Dossier: 201001510 - Beslissing: 22 februari 1974 (Deputatie)
Inrichting: CBR Cementbedrijven NV - Cementfabriek (Cementfabriek met EM > 100 kW, statische transormatoren 11 MVA – 2,5 MVA – 315 kVA, pletmolens, zeefinstallaties, transportbanden, heftoestellen, luchtcompressor, koelinrichtingen, en werkplaats voor herstellingen met metaalbewerkingsmachines)
Vergunde risico-rubrieken: 29.5.2.1°a)
Volgende calamiteiten of klachten met betrekking tot de bodem zijn vastgesteld:
Er zijn geen calamiteiten of klachten gekend.
Het perceel is opgenomen in volgende dossiers van OVAM:
OVAM Dossier: 101007 – Type: Bodemonderzoek
Bij OVAM kan opgevraagd worden of het perceel al dan niet deel uit maakte van alle onderzoeken binnen dit dossier.
De motivatie van de erkende bodemdeskundige om de percelen als risicogrond te schrappen is als volgt:
De onderzoekslocatie is sinds 1966 eigendom van ArcelorMittal Belgium, het voormalige Arcelor Steel Belgium of Sidmar. Luchtfoto’s van de onderzoekslocatie die ter beschikking zijn op Geopunt.be (bijlage 8.5) tonen de evolutie van het terrein doorheen de tijd. In de periode van 2001 tot 2021 werd het terrein gebruikt door Raemdonck. Er kwam een voorlopige opslag van afvalstoffen voor in functie van een georganiseerde regelmatige afvoer van deze afvalstoffen. Dit gebeurt op een andere locatie dan de exploitatiezetel. Deze activiteit is niet vergunningsplichtig. Bijgevolg is het perceel op basis van dit gebruik geen risicogrond volgens het VLAREBO. Deze activiteit is ook te zien op de luchtfoto’s vanaf 2001. Op de luchtfoto uit de jaren ’60 is te zien dat toen het terrein nog niet (industrieel) gebruikt werd. Op de luchtfoto van 1971 is af te leiden dat op een deel van het perceel 294 G een ‘bekken’ voorkwam. De exacte functie hiervan is niet bekend. Noch in de vergunningen voor de huidige onderzoekslocatie, noch in de vergunningen voor het buurperceel wordt naar dit bekken verwezen. Ook buurtonderzoek leverde geen informatie op over deze inrichting. Gezien op basis van de luchtfoto van 1967 het ‘bekken’ toen nog niet voorkwam en in 1974 er ook geen sprake van is, moet dit om een relatief kortstondige inrichting gegaan zijn. Gezien dit noch in vergunningen vermeld is, noch kennis hierover kon verkregen tijdens een buurtonderzoek kan ervan uitgegaan worden dat het om een niet-gevaarlijke en niet-hinderlijke inrichting ging. Op basis van deze veronderstellingen wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie ten gevolge van deze inrichting geen risicogrond volgens het VLAREBO is.
De motivatie is onderzocht door de Dienst Milieu en Klimaat.
De rubrieken van OMV_2023029476 kunnen niet geschrapt worden.
Dossiers 201001510, 579/E/19 en 579/E/24 kunnen van deze percelen geschrapt worden. We volgen voor deze dossiers de motivatie van de deskundige uit de gemotiveerde verklaring.
Er bestaat een vermoeden van niet vergunde activiteiten op percelen 294G en 295E. Op luchtfoto’s van 1974 is een bekken zichtbaar. Het is niet uit te sluiten dat dit risicoactiviteiten waren.
Het is ook niet met zekerheid te zeggen of de activiteiten van Raemdonck nv, opslag van afvalstoffen, effectief niet vergunningsplichtig waren. Deze activiteiten zijn reeds stopgezet.
Deze vermoedens werd ondertussen meegenomen in de beoordeling van een oriënterend bodemonderzoek. OVAM bevestigt ook dat de percelen verder onderzocht zullen worden in een beschrijvend bodemonderzoek.
Conclusie
De motivatie van de aanvrager wordt deels gevolgd. Het college van burgemeester en schepenen beschikt over voldoende informatie om de risicovergunningen 201001510, 579/E/19 en 579/E/24 van deze percelen te schrappen. De percelen blijven echter opgenomen in de gemeentelijke inventaris van risicogronden voor de rubrieken uit beide IIOA’s van risicovergunning OMV_2023029476.