Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
X²O WEST- EN OOST-VLAANDEREN NV met als contactadres Foreestelaan 80, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024075603) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 28 mei 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het plaatsen van publiciteitsinrichtingen
• Adres: Kortrijksesteenweg 1206, 9051 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 25 sectie C nr. 42S
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 21 juni 2024.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 9 september 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag heeft betrekking op een terrein gelegen langs de Kortrijksesteenweg in Sint-Denijs-Westrem. Het perceel is bebouwd met een handelsunit met hiervoor een maaiveldparking die wordt gedeeld met de rechtsaanpalende handelszaak.
De handelsunit beschikt over bestaande zaakgebonden publiciteit, namelijk een uithangbord boven de inkom tot de handelszaak, een vrijstaande totem in de voortuin en 6 vrijstaande vlaggenmasten in de voortuin.
Voorliggende aanvraag betreft het aanpassen van de bestaande publiciteit in functie van een nieuwe handelszaak. De vlaggenmasten blijven behouden, alsook de bestaande totem, zij het met een aangepast logo. Boven de inkom wordt een LEDscherm voorzien van 5m breed en 3m hoog (Logo 2). Dit LEDscherm springt 10cm voorbij het gevelvlak en wordt inwendig verlicht.
Daarnaast wordt boven de etalageramen links van de inkom een belettering aangebracht van 6,80m breed en in totaal 1,50m hoog (logo 1). Deze belettering wordt inwendig verlicht en springt 10cm voorbij het gevelvlak.
De beschrijvende nota stelt dat de totem en de vlaggenmasten vergunde publiciteitsinrichtingen betreffen. Hier is echter geen vergunning van gekend. Deze publiciteitsinrichtingen staan niet weergegeven in de stedenbouwkundige vergunning 2015/05103 voor het verplaatsen van een interne reeds bestaande en goedgekeurde niet dragende tussenwand en het wijzigen van de reclame. Uit een wederrechtelijke toestand kunnen geen rechten worden geput bij het beoordelen van een omgevingsvergunningsaanvraag. Ook in de omgevingsvergunning OMV_2019029649 zijn deze niet mee opgenomen.
2. HISTORIEK
Voor de bouwplaats zijn volgende stedenbouwkundige aanvragen opgenomen in het vergunningenregister:
1976 SD 1864: vergunning van 4 november 1976 voor het bouwen van een handelsruimte
1986/841: vergunning van 31 juli 1986 voor het plaatsen van een uithangbord
2002/70143: vergunning van 30 april 2003 voor de regularisatie van een bestaande handelsruimte
2004/70011: vergunning van 4 maart 2004 voor de regularisatie van een palletstelling en het maken van 3 raamopeningen in de zijgevel.
Op 23/07/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het verplaatsen van een interne reeds bestaande en goedgekeurde niet dragende tussenwand en het wijzigen van de reclame. (2015/05103)
Voor de rechtsaanpalende handelszaak werden volgende recente beslissingen opgenomen in het vergunningenregister:
Op 22/07/2016 werd een weigering afgeleverd voor het plaatsen van reclames. (2016/05077)
Op 27/06/2019 werd een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van reclame (OMV_2019029649)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 8 augustus 2024 onder ref. AV/411/2024/00937:
GUNSTIG ADVIES ONDER VOORWAARDEN
1. Schending direct werkende normen
Conform artikel 4.3.3. VCRO moet de vergunning worden geweigerd of moeten er voorwaarden opgelegd worden in de vergunning indien uit het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer blijkt dat het aangevraagde strijdig is met direct werkende normen binnen de beleidsvelden waarvoor het Agentschap bevoegd is.
“Indien uit de verplicht in te winnen adviezen blijkt dat het aangevraagde strijdig is met direct werkende normen binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening, of indien dergelijke strijdigheid manifest reeds uit het aanvraagdossier blijkt, wordt de vergunning geweigerd of worden in de aan de vergunning verbonden voorwaarden waarborgen opgenomen met betrekking tot de naleving van de sectorale regelgeving.”
In casu moeten er voorwaarden opgelegd worden, aangezien volgende direct werkende normen geschonden worden:
Schending van het BVR van 23 mei 2023 betreffende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen Zaakgebonden publiciteitsinrichtingen en publiciteitsboodschappen die voldoen aan de algemene voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2, kunnen worden toegelaten als al de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 3, vervuld zijn. Dit is echter niet het geval.
Zaakgebonden publiciteitsinrichtingen kunnen worden toegelaten aan of op een vergund of vergund geacht gebouw als de plaatsing aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
1° de plaatsing gebeurt evenwijdig met de gevel en de publiciteitsinrichting steekt niet uit buiten het gevelvlak of de kroonlijst;
2° de plaatsing gebeurt niet evenwijdig met de gevel of de publiciteitsinrichting steekt uit boven de kroonlijst, met een gezamenlijke maximale oppervlakte van 10% van het geveloppervlak van de gevel waarop of waarboven de publiciteitsinrichting is aangebracht; 3° de plaatsing gebeurt op het dak met een maximale hoogte van 2,5 meter boven de kroonlijst.
De aanvraag (zaakgebonden publiciteit aan de gevel - logo1+2) voldoet aan bovenvermelde voorwaarden.
In overeenstemming met het artikel 10 kunnen in de volgende gevallen vrijstaande zaakgebonden publiciteitsinrichtingen worden toegelaten:
1° bij plaatsing in de eerste vier meter vanaf de grens met de openbare weg, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
a) de totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt maximaal vier vierkante meter per zaak en maximaal tien vierkante meter per gebouwencomplex;
b) de publiciteitsinrichting wordt niet in de zijtuinstrook geplaatst;
2° bij plaatsing vanaf de vierde meter vanaf de grens met de openbare weg, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
a) de totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt maximaal tien vierkante meter per zaak en maximaal veertig vierkante meter per gebouwencomplex;
b) de publiciteitsinrichting wordt niet in de zijtuinstrook geplaatst.
De aangevraagde publiciteitsinrichting wordt aanzien als een vrijstaande zaakgebonden publiciteitsinrichting. Ze wordt deels geplaatst in de eerste vier meter en vanaf de vierde meter vanaf de grens met de openbare weg.
Er wordt niet voldaan aan de specifieke voorwaarden van hoofdstuk 3 van de verordening :
- De totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt meer dan vier vierkante meter per zaak in de eerste 4 meter (nl. totem 1,25 x 4 m en 2 vlaggen van 1 x 3,5 m)
- De totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt meer dan tien vierkante meter per zaak vanaf de 4de meter (nl. 4 vlaggen van 1 x 3,5 m)
Om bovenvermelde redenen verleent het Agentschap Wegen en Verkeer een voorwaardelijk gunstig advies.
GUNSTIG: gevelpubliciteit (logo en ledscherm - logo 1 + 2)
ONGUNSTIG: vrijstaande publiciteit (vlaggenmasten en totem - logo 3 tem 9)
BESLUIT:
Om deze redenen adviseert het Agentschap Wegen en Verkeer VOORWAARDELIJK GUNSTIG. De volgende voorwaarden dienen te worden opgelegd:
De logo's 3 tem 9 dienen expliciet uit de vergunning te worden gesloten.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten. Integrale advies te raadplegen op het omgevingsloket.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg SINT-DENIJS-WESTREMDORP, goedgekeurd op 11 februari 1994, en is bestemd als zone voor commerciële en dienstverlenende bedrijven en zone voor tuinstroken met bouwverbod.
Het BPA legt op dat reclamevoering mogelijk is binnen de volgens de stedenbouwkundige voorschriften toegestane volumes in het BPA op voorwaarde dat deze esthetisch verantwoord is. Logo 1 en 2 worden beiden geplaatst tegen de bestaande gevel en maken bijgevolg deel uit van de bestaande en vergunde handelsvolumes.
De vrijstaande publiciteitsinrichtingen (logo 3 tot en met logo 9) in de voortuin bevinden zich binnen de zone voor tuinstroken met bouwverbod. In deze zone zijn geen constructies toegelaten. Het plaatsen van de totem en de vlaggenmasten is strijdig met dit artikel.
Artikel 4.4.9/1 van de VCRO bepaalt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan bij het afleveren van een omgevingsvergunning mag afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een BPA, voor zover dit plan ouder is dan 15 jaar op het moment van de indiening van de aanvraag en mits het in acht nemen van een aantal voorwaarden. Daarnaast blijft de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening onverminderd gelden bij de afweging of het gebruik van zo’n afwijkingsbepaling al dan niet wenselijk is. De toetsing kan teruggevonden worden onder ‘omgevingstoets’. Voor deze aanvraag betreft dit een negatieve evaluatie.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening publiciteit
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023)
Logo 3 tot en met 9 zijn niet in overeenstemming met deze verordening, meer bepaald zijn deze publiciteitsinrichtingen strijdig met artikel 10:
In overeenstemming met het artikel 10 kunnen in de volgende gevallen vrijstaande zaakgebonden publiciteitsinrichtingen worden toegelaten:
1° bij plaatsing in de eerste vier meter vanaf de grens met de openbare weg, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
a) de totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt maximaal vier vierkante meter per zaak en maximaal tien vierkante meter per gebouwencomplex;
b) de publiciteitsinrichting wordt niet in de zijtuinstrook geplaatst;
2° bij plaatsing vanaf de vierde meter vanaf de grens met de openbare weg, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
a) de totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt maximaal tien vierkante meter per zaak en maximaal veertig vierkante meter per gebouwencomplex;
b) de publiciteitsinrichting wordt niet in de zijtuinstrook geplaatst.
De aangevraagde totem en vlaggenmasten betreffen vrijstaande zaakgebonden publiciteitsinrichtingen. Ze wordt deels geplaatst in de eerste vier meter (totem en 2 vlaggenmasten) en vanaf de vierde meter vanaf de grens met de openbare weg (4 overige vlaggenmasten).
Er wordt niet voldaan aan de specifieke voorwaarden van hoofdstuk 3 van de verordening:
- De totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt meer dan 4m² per zaak in de eerste 4 meter vanaf de grens met de openbare weg (nl. totem 1,25 x 4m en 2 vlaggen van 1 x 3,5m)
- De totale oppervlakte van de publiciteitsinrichtingen bedraagt meer dan 10m² per zaak vanaf de 4de meter vanaf de grens met de openbare weg (nl. 4 vlaggen van 1 x 3,5m)
De beschrijvende nota stelt dat de totem en de vlaggenmasten vergunde publiciteitsinrichtingen betreffen. Voor deze inrichtingen is echter geen stedenbouwkundige vergunning gekend. Deze publiciteitsinrichtingen staan niet weergegeven in de stedenbouwkundige vergunning 2015/05103 voor het verplaatsen van een interne reeds bestaande en goedgekeurde niet dragende tussenwand en het wijzigen van de reclame. Ook in de omgevingsvergunning OMV_2019029649 zijn deze niet mee opgenomen. De stelling dat de Gewestelijke verordening uitdrukkelijk zegt dat bestaande,
reglementair geplaatste publiciteit behouden mag blijven, kan hier bijgevolg niet worden toegepast.
Gezien op de schending van de publiciteitsverordening, kunnen zowel de totem als de vlaggenmasten niet worden vergund.
Logo 1 en 2
Deze beide constructies betreffen zaakgebonden publiciteit tegen de voorgevel. Hiervoor geldt dat zaakgebonden publiciteitsinrichtingen kunnen worden toegelaten aan of op een vergund of vergund geacht gebouw als de plaatsing gebeurt evenwijdig met de gevel en de publiciteitsinrichting niet uitsteekt buiten het gevelvlak of de kroonlijst. Hieraan wordt voldaan.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1% kans is op overstroming).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Bijgevolg kan door het uitvoeren van de aangevraagde werken of handelingen geen schadelijk effect voor de waterhuishouding ontstaan.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van de wegenis en aan de oostelijke perceelsgrens. Indien de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement inzake hemelwater correct toegepast worden, wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Het project veroorzaakt geen bijkomende stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen. De aanvraag heeft bijgevolg geen negatieve impact op de overschrijding van de kritische depositiewaarde ten aanzien van de speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 1 juli 2024 tot en met 30 juli 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De vrijstaande publiciteitsinrichtingen komen omwille van strijdigheid met de gewestelijke verordening publiciteit en strijdigheid met het BPA niet voor vergunning in aanmerking. Daarnaast verleende Administratie Wegen en Verkeer een ongunstig advies voor deze publiciteitsinrichtingen. Een verdere aftoetsing van logo 3 tot en met logo 9 aan de goede ruimtelijke ordening is bijgevolg niet opportuun.
De bestaande publiciteitsinrichtingen tegen de gevel van dit handelspand beperken zich tot een duidelijke belettering met de naam van de handelszaak boven de inkom van het gebouw. Analoog aan het rechtsaanpalende handelspand is de inkom van het gebouw voorzien van een accentuering onder de vorm van een inkomportaal die boven de kroonlijst van het gebouw uitkomt.
De aanvraag voorziet eveneens een belettering met hierop de naam van de handelszaak, doch plaatst deze niet boven de inkom, maar aan de linkerzijde hiervan. Boven de inkom zelf wordt een LED-scherm van 5m op 3m geplaatst met als doel om specifieke promoties en acties kenbaar te maken. Deze keuze verplaatst de nadruk van het kenbaar maken van de handelszaak naar het kenbaar maken van specifieke promoties en acties van de handelszaak. Het LED-paneel is met een oppervlakte van 15m² aanzienlijk qua grootte. Dit samen met het feit dat hier bewegende en lichtgevende beelden op kunnen worden geplaatst, betekent een overdaad aan publiciteitsmiddelen tegen deze gevel. Het LED-scherm domineert duidelijk ook de aankondiging van de naam van de handelszaak zelf, wat niet volgens de logica van zaakgebonden publiciteitsinrichtingen is. Het overwicht moet liggen op de aanduiding van de aanwezigheid van de handelszaak in kwestie. Eventuele aanbiedingen kunnen in ondergeschikte vorm en indien dit de gevelopbouw niet domineert worden toegestaan, maar niet als dominante publiciteitsinrichting. Het LED-scherm boven de inkom is te groot en te dominant in deze gevel. De naamaankondiging van de winkel wordt hiermee ondergeschikt geplaatst. Een aankondiging van de naam van de handelszaak moet de hoofdzaak vormen in de bepaling van de publiciteitsinrichtingen. De combinatie van deze belettering met een groot LED-scherm zorgt voor een overdaad aan publiciteitsinrichtingen.
In voorliggende aanvraag is duidelijk sprake van een overdaad aan publiciteit met een verrommeling van het straatbeeld tot gevolg. De combinatie van de aangevraagde publiciteit bij deze handelszaak is overmatig en kan niet worden ingepast in de omgeving.
Omwille van voormelde redenen kan de aanvraag vanuit het oogpunt van de goede ruimtelijke ordening niet worden aanvaard.
CONCLUSIE
Ongunstig omwille van strijdigheid met het BPA, met de gewestelijke publiciteitsverordening, gedeeltelijk ongunstig advies wegbeheerder en strijdigheid met de goede ruimtelijke ordening (overdaad aan publiciteitsinrichtingen).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het plaatsen van publiciteitsinrichtingen aan X²O WEST- EN OOST-VLAANDEREN nv (O.N.:0627861895) gelegen te Kortrijksesteenweg 1206, 9051 Gent.