Terug
Gepubliceerd op 06/12/2024

2024_CBS_11533 - OMV_2024129451 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen en rolstoeltoegankelijk maken van een eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Maurits Sabbestraat, 9050 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 05/12/2024 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 05/12/2024 - 09:05
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_11533 - OMV_2024129451 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen en rolstoeltoegankelijk maken van een eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Maurits Sabbestraat, 9050 Gent - Vergunning 2024_CBS_11533 - OMV_2024129451 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het verbouwen en rolstoeltoegankelijk maken van een eengezinswoning - zonder openbaar onderzoek - Maurits Sabbestraat, 9050 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

De heer Johan Vander Elstraeten met als contactadres M. SABBESTRAAT 75, 9050 GENTBRUGGE heeft een aanvraag (OMV_2024129451) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 25 september 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het verbouwen en rolstoeltoegankelijk maken van een eengezinswoning

• Adres: Maurits Sabbestraat 75, 9050 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 22 sectie B nr. 235N4

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 15 oktober 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 28 november 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

OMGEVING
Het pand uit voorliggende aanvraag bevindt zich langs de Maurits Sabbestraat in Oud Gentbrugge. De omgeving bestaat voornamelijk uit gesloten residentiële bebouwing, opgebouwd uit 2 en 3 bouwlagen met een hellend dak.  

 

De aanvraag betreft het verbouwen en rolstoeltoegankelijk maken van een eengezinswoning.
 

MORFOLOGIE

Het perceel in kwestie is ca. 144 m², heeft een totale diepte van 24m15 bij een breedte van 6m04. Het gebouw bestaat uit 2 bouwlagen met een hellend dak. De bouwdiepte van het hoofdgebouw bedraagt 9m72 (gemeten vanaf de rooilijn). De kroonlijsthoogte aan de voorgevel bedraagt +6m54 en +6m28 aan de achtergevel met een nokhoogte van +10m82 (gemeten vanaf het trottoirpeil). Het volume van het hoofdgebouw blijft behouden en er worden hieraan geen wijzigingen voorzien. Intern wordt er wel een nieuwe indeling voorzien.

 

De bestaande aanbouw is voorzien ter hoogte van de rechter perceelsgrens tot op een diepte van 14m38 (gemeten vanaf de rooilijn), met een breedte van 2m76 en een totale hoogte van +2m95 (gemeten vanaf het trottoirpeil). Het bestaande aanbouwvolume wordt gesloopt.

Er wordt een nieuwe perceel brede aanbouw voorzien. Deze is voorzien tot op een diepte van 15m50 (gemeten vanaf de rooilijn) en heeft een totale hoogte van +3m33 (gemeten vanaf het trottoirpeil). Dit zorgt voor een ophoging van de linker scheidingsmuur met 1m35 over een lengte van 3m40 en de rechter scheidingsmuur met 38cm over een lengte van 4m65.

Ter hoogte van de rechter perceelsgrens en net achter het hoofdgebouw wordt er een liftkoker voorzien. Deze is 2m26 breed en 1m92 diep en is overheen alle verdiepingen voorzien. Dit zorgt voor een ophoging van de rechter scheidingsmuur met 6m20 met een lengte van 2 m ter hoogte van de eerste verdieping en overheen een lengte van 5 m ter hoogte van het hellende dak. De nieuwe bouwdiepte op de linker en rechter perceelsgrens bedraagt respectievelijk 9m90 en 11m64 (gemeten vanaf de rooilijn).

 

Ter hoogte van de rechter perceelsgrens wordt er in de tuinzone vanaf een diepte van 17m17 (gemeten vanaf de rooilijn) een bijgebouw voorzien. Deze is 2 m breed en 5m00 diep met een totale hoogte van +2m59 (gemeten vanaf het trottoirpeil). Dit zorgt voor een ophoging van de rechter scheidingsmuur met 84cm over een lengte van 5 m.

 

GEVELISOLATIE

In deze aanvraag wordt de gevel geïsoleerd met 14 cm isolatie (incl. afwerkingslaag). Daarna wordt deze afgewerkt met grijze crepi. De plint wordt ook afgewerkt met crepi. Het buitenschrijnwerk blijft behouden. De totale uitsprong ten opzichte van de rooilijn bedraagt bijgevolg 14 cm. Het voetpad is 3m92 breed in de bestaande toestand.

 

RIOLERING

Er wordt een gescheiden rioleringsstelsel voorzien met een septische put van 2.000 l en een hemelwaterput van 6.000 l. Er wordt een ondergrondse infiltratievoorziening voorzien (3,6 m² / 1,200 l)

INDELING

De woning is voorzien van een beperkte kelder aan de voorzijde. De gelijkvloerse verdieping is voorzien van een inkom, keuken en de traphal aan de voorzijde, centraal de eetruimte en een sas die ingericht is als ‘transferzone’ voor een rolstoelgebruiker. Aan de achterzijde is er een lift, sanitair, zitruimte en aangepast sanitair aanwezig. Achter de woning is er een perceelsbreed terras aanwezig die toegang biedt tot de tuinberging en de tuinzone. De eerste verdieping is voorzien van een slaapkamer en badkamer aan de voorzijde, centraal de traphal en aan de achterzijde een slaapkamer, berging en de liftkoker. Onder het hellende dak wordt er een revalidatieruimte en technische berging voorzien.

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

5.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

HEMELWATERPUT

Met voorliggende aanvraag wordt de bestaande woning uitgebreid met een gelijkvloers aanbouwvolume. Hierdoor is de aanleg van een hemelwaterput verplicht. De horizontale dakoppervlakte die in rekening moet gebracht worden bedraagt 93,5 m². De delen van de daken die zijn uitgerust met een groendak met een minimale opslagcapaciteit van 50 l/m² worden door twee gedeeld, als dat groendak ook aangesloten is op de hemelwaterput. In de aanvraag bedraagt dit 41,4 m². Het uiteindelijk in rekening te brengen dakoppervlakte bedraagt 72,8 m². Hierdoor moet een hemelwaterput voorzien worden met een minimale inhoud van 5.000 l.

Verder wordt er een bijgebouw voorzien en deze wordt in de aanvraag aangesloten op de hemelwaterput waardoor deze in rekening gebracht dient te worden voor de berekening voor de capaciteit van de hemelwaterput. Bijkomend dient er een bijkomende capaciteit van 1.000 l in rekening gebracht te worden. De aanvraag voldoet hieraan en voorziet gekoppelde hemelwaterputten met een totale capaciteit van 6.000 l. De hemelwaterput wordt uitgerust met een pompinstallatie die voorziet in het hergebruik van het opgevangen hemelwater voor toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik buiten. 

 

INFILTRATIEVOORZIENING 

Het perceel is groter dan 120 m², waardoor er verplicht een bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd moet worden. Het totale dakoppervlakte bedraagt 93,5 m² en bijkomend 10 m² voor het bijgebouw. Als er een hemelwaterput met hergebruik aanwezig is, mag de afwateren oppervlakte met 30 m² verminderd worden. De horizontale dakoppervlakten van de delen van de daken die zijn uitgerust met een groendak met een minimale opslagcapaciteit van 50 liter per vierkante meter door twee gedeeld. Dit bedraagt voor huidige aanvraag 41,4 m², waarvan slechts 20,7 m² in rekening gebracht dient te worden. Het uiteindelijk in rekening te brengen dakoppervlakte bedraagt 52,8 m² (42,8 m² hoofdgebouw + 10 m² bijgebouw). Hiervoor dient er een bovengrondse infiltratievoorziening met een infiltratieoppervlakte van 4,23 m² en een buffervolume van 1.742 liter te worden voorzien.

 

In de aanvraag wordt een afwijking gevraagd om deze ondergronds te voorzien met volgende motivatie:

‘De bestaande woning en de tuin worden volledig rolstoeltoegankelijk gemaakt. De eigenaar wil de tuin ook vlot kunnen bereiken en onderhoud uitvoeren zonder potentieel valgevaar. Bijna de helft van de voorziene groenzone zou voorzien moeten worden als wadi, en een put van +/- 50 cm diep is te

onpraktisch/gevaarlijk voor een rolstoelgebruiker. Een deel van de tuin zou hierdoor niet toegankelijk zijn en ook niet onderhouden kunnen worden door de eigenaar zelf. Daarom wordt er gekozen om infiltratiekratten te plaatsen die geen hinder vormen voor een rolstoelgebruiker.’ 

 

Er kan akkoord worden gegaan met het voorzien van een ondergrondse infiltratievoorziening. Echter voldoet de ondergrondse infiltratievoorziening uit de aanvraag niet. Als bijzondere voorwaarde wordt opgenomen dat er een ondergrondse infiltratievoorziening met een infiltratieoppervlakte van min. 4,23 m² en een buffervolume van 1.742 liter moet worden voorzien.

 

GROENDAK

Aangezien het nieuw plat dak wordt aangesloten op een voldoende gedimensioneerde hemelwaterput, is het aanleggen van een groendak niet verplicht. Echter wordt er in de aanvraag gekozen om alle nieuwe platte daken van de aanbouwvolumes als een groendak met een bufferend vermogen van 50 l/m² aan te leggen.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd. De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater. Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werd 1 bezwaarschrift ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.  

 

De bezwaren worden als volgt samengevat:

-          De volgende bezorgdheden worden geuit:

  • Dat er geen plan werd toegevoegd door een beëdigd landmeter die bepaalt waar de formele perceelsgrens gelegen is en er is enige twijfel over de juistheid hiervan hoe deze op plan zijn weergegeven.
  • Dat de vooropgestelde aanbouw een negatieve impact zal hebben op de woonomgeving en algemeen welzijn door de scheidingsmuur bijkomend te gaan ophogen. De natuurlijke daglichttoetreding en zicht op de omgeving vanuit de woning zal hierbij beperkt worden waardoor de woonkwaliteit zal verminderen.
  • Dat er geen vermelding wordt gemaakt in het dossier hoe de zijkanten van de bijkomende voorgevelisolatie afgewerkt zullen worden. Verder staat de afwerking van de gevel in schraal contrast met de omgeving.
  • Dat de nieuwe tuinberging (bijgebouw) in de tuin zal zorgen voor een afname van de natuurlijke daglichttoetreding alsook het zicht op het groen in de omgeving. De uitbreidingen die voorliggen zijn niet meer evenredig met de grootte van het perceel waarop wordt gebouwd.
  • Er wordt gesteld dat het totale bouwproject incl. de grote tuinberging niet meer evenredig is met de grootte van het perceel waarop wordt gebouwd. Hierbij wordt er verwezen naar ‘Ruimtelijk rendement in relatie tot Ruimte voor Gent’ en dat de straat uit de aanvraag binnen het deelgebied Kernstad is gelegen waar de ‘verluchtingsstrategie’ als uitgangspunt wordt geformuleerd.
  • Dat het voorzien van een bijkomend raam in de achtergevel zorgt voor een rechtsreeks zicht in de tuin van de bezwaarschrijver.
  • Dat het inrichten van een fitnessruimte voor geluidsoverlast zal zorgen en hier geluidsisolerende maatregelen getroffen moeten worden.

 

Naar aanleiding van het stedenbouwkundig onderzoek van deze aanvraag worden de bezwaren als volgt besproken:

  • Er is vanuit het normenboek geen verplichting om de plannen op te laten maken door een erkend landmeter in dergelijke Omgevingsvergunningsaanvraag. Er kan altijd in overeenkomst met de bouwheer en architect gekozen worden om een landmeter aan te stellen om een plan op te maken. Het is bijgevolg bij huidige aanvraag de verantwoordelijkheid van de architect om de plannen zo waarheidsgetrouw mogelijk op te maken. Het is hierbij geen vereiste om dit door een erkende landmeter te laten uitvoeren en kan door de architect zelf opgemeten te worden. Verder wordt op de aangeleverde plannen volgende vermeld:

 

‘elk ontwerp of inplanting met specifieke nauwkeurigheidseisen, gebaseerd en/of ingepast op de digitale versie, dient voor uitvoering of verdere goedkeuring te worden nagetrokken en/of gecontroleerd op haalbaarheid voor het beoogde doel

 

Maatvoering

deze plannen zijn opgesteld als principetekeningen, de afmetingen zijn richtgevend. Alle documenten en maten dienen vooraf en tijdens de werken gecontroleerd te worden. Alle afwijkingen dienen gemeld te worden aan de architect en opdrachtgever. Deze plannen zijn onder voorbehoud van stabiliteitsstudie en technieken.’

 

Het is dus de verantwoordelijkheid van de architect en de opdrachtgever om de werken volgens de regels van het goed vakmanschap uit te voeren.

 

  • Gezien de bestaande scheidingsmuren een lagere hoogte kennen kan er erkend worden dat de vooropgestelde uitbreiding op de gelijkvloerse verdieping weldegelijk een ruimtelijk impact zal hebben. Dit zal bijgevolg een effect hebben op de natuurlijke daglichttoetreding in de woning van de aanpalende panden. Echter valt de vooropgestelde bouwhoogte binnen de gebruikelijk bouwhoogte die gangbaar wordt gehanteerd voor het volledige grondgebied van Stad Gent. Dergelijke bouwhoogte is met de hedendaagse energie-eisen en isolatiepakketten een vereiste en biedt ook de mogelijkheid aan beide aanpalende om hier naar de toekomst toe op aan te sluiten.
  • We volgen vanuit de Stad de opmerking in verband met de keuze van de gevelafwerking. Het wordt hierbij sterk betreurd dat er gekozen wordt voor een afwerking in grijze crepi en dit in een straatbeeld dat prominent en zelfs nagenoeg uitsluitend wordt gekenmerkt door een baksteenarchitectuur. Het afwerken met een grijze crepi van de voorgevel zorgt hier voor een drastische stijlbreuk en getuigt in geen enkel geval van een goede ruimtelijke ordening alsook wordt hierbij in geen enkel geval rekening gehouden met de omgeving. Gezien dergelijke gevelafwerking een grote precedentswaarde kan hebben in dergelijke omgeving, waar een vervlakking van de architectuur niet wenselijk is, wordt er hieraan een bijzondere voorwaarde gekoppeld. Verder zullen de zijkanten van het bijkomend isolatiepakket op de voorgevel volwaardig worden afgewerkt en is de verantwoordelijkheid van de architect en opdrachtgever.
  • De tuinberging wordt op de rechter perceelsgrens voorzien en zorgt voor een beperkte ophoging van de scheidingsmuur. Het gewenste bijgebouw behoud voldoende afstand van de linker perceelsgrens en zal bijgevolg weinig tot geen impact hebben hierop.
  • Er kan akkoord worden gegaan met de bezorgdheid dat de uitbreidingen die worden aangevraagd niet evenredig zijn met oppervlakte van het perceel. Het voorliggende voorstel gaat inderdaad uit van zowel een uitbreiding op de gelijkvloerse verdieping, op de verdiepingen als in de tuinzone. Deze uitbreidingen gaan uit van een maximalisatie van het volume. De ruimtelijke draagkracht van het perceel wordt hierdoor ook bereikt
  • Elke woning beschikt over ramen in de achtergevel in dergelijke stedelijk context. Binnen een stedelijke context  zal er altijd enige vorm van ‘inkijk’ mogelijk zijn. Dit is bijgevolg onvermijdelijk. In huidig voorstel is er geen sprake van rechtstreekse inkijk die strijdig is met het burgerlijk wetboek ‘Lichten & Zichten’
  • Het gaat in de aanvraag over een revalidatieruimte en niet over een fitness. Verder staat het iedereen vrij zijn/haar woning in te richten naar zijn/haar noden en hierover wordt geen uitspraak gedaan. Indien de bezwaarschrijver geluidsoverlast zou ondervinden staat het de bezwaarschrijver vrij in overeenkomst met de bouwheer akoestische maatregelen te treffen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
MORFOLOGIE

De verbouwingswerken en volume-uitbreidingen betekenen een meerwaarde voor deze eengezinswoning. Echter gaan de voorgestelde uitbreiding zowel op de gelijkvloerse verdieping, op de verdiepingen als in de tuinzone uit van wat er maximaal mogelijk is. De ruimtelijke draagkracht van het perceel bereikt met huidig voorstel zijn maximale programma. Zo worden de scheidingsmuren t.o.v. beide aanpalende drastisch opgehoogd en zal dit ongetwijfeld een negatieve impact hebben op de daglichttoetreding alsook de algehele woonkwaliteit van de woning. Echte biedt de hogere scheidingsmuur wel de mogelijkheid aan beide aanpalende om hier in de toekomst op aan te sluiten met een eventuele volume-uitbreiding. Verder blijft er slechts een tuindiepte van min. 8 m over, wat streeft naar het uiterste minimum. Verder wordt het sterk betreurd dat er gekozen wordt om een bijgebouw te plaatsen op de rechter perceelsgrens centraal in de tuin, terwijl er de mogelijkheid is dit bijgebouw aan te bouwen tegen het bijgebouw van de rechter aanpalende. Gezien het gaat om het integraal toegankelijk maken van de woning voor een rolstoelgebruiker kan er in deze specifieke context akkoord worden gegaan met de voorgestelde volume-uitbreidingen.


GEVELISOLATIE

Het isoleren van de voorgevel zal een positief effect hebben op zowel het wooncomfort als de energie-efficiëntie van de woning. Het wordt echter sterk betreurd dat er gekozen wordt voor een afwerking in crepi in een straatbeeld dat prominent en zelfs nagenoeg uitsluitend wordt gekenmerkt door een baksteenarchitectuur. Het afwerken met een grijze crepi van de voorgevel zorgt hier voor een drastische stijlbreuk en getuigd in geen enkel geval van een goede ruimtelijke ordening alsook wordt hierbij in geen enkel geval rekening gehouden met de omgeving. Gezien dergelijke gevelafwerking een grote precedentswaarde kan hebben in dergelijke omgeving, waar een vervlakking van de architectuur niet wenselijk is, wordt er een bijzondere voorwaarde opgelegd in verband met de gevelafwerking. Deze dient te worden afgewerkt in één van volgende:

  1. Afwerking met steenstrips, waarbij de typerende gevelelementen behouden blijven.
  2. Afwerking met crepi in een baksteenkleur (bruinrood tinten), waarbij de typerende gevelelementen behouden blijven.

 

Volgens het huidige toetsingskader kan er voorwaardelijk gunstig geadviseerd worden voor het plaatsen van uitspringende gevelisolatie ten opzichte van de rooilijn met een dikte van 14 cm (isolatie inclusief afwerking). Het voetpad moet na het aanbrengen van de gevelisolatie ten minste 1,2 meter breed blijven.

 

Er wordt wel opgemerkt dat de voorbij de rooilijn uitspringende erker bijkomend wordt geïsoleerd.
Aangezien de constructieve uitsprong/erker nu reeds ca. 16 cm t.o.v. de rooilijn uitspringt kan deze in principe niet bijkomend geïsoleerd worden. Echter heeft het bijkomend isoleren in dit geval geen invloed op het functioneren van het openbaar domein en draagt dit bij aan de energetische efficiëntie van het gebouw en kan dit gezien de specifieke context aanvaard worden. De isolatie op de onderzijde van de uitsprong is eveneens te beperken tot 14 cm, in geen geval mag deze lager komen dan 2,2 m boven het maaiveld. De uitsprong moet 60 cm verwijderd blijven van de boordsteen van het trottoir. De aanvrager draagt alle gevolgen bij aanrijding en schade, er zullen geen obstakels, palen e.d. in het openbaar domein aangebracht worden om dergelijke voorvallen te voorkomen.


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het verbouwen en rolstoeltoegankelijk maken van een eengezinswoning aan de heer Johan Vander Elstraeten gelegen te Maurits Sabbestraat 75, 9050 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Ondergrondse infiltratievoorziening

Er dient een ondergrondse infiltratievoorziening met een infiltratieoppervlakte van min. 4,23 m² en een buffervolume van 1.742 liter te worden voorzien.

 

Gevelafwerking voorgevel

De voorgevel dient afgewerkt te worden in steenstrips of met een crepi in een roodbruine tint waarbij de geveluitsprongen duidelijk behouden blijven.

 

Riolering
De aansluiting op het rioleringsnet is verplicht en wordt, wat betreft het gedeelte op het openbaar domein, uitgevoerd door FARYS. Een aanvraag tot het bekomen van een huisaansluiting moet ingediend worden bij FARYS via www.farys.be/nl/rioolaansluiting (voor telefonische info: 078 35 35 99).

 

De afvoer van het regen- en afvalwater moeten op kosten en op risico van de bouwheer, binnen zijn eigen terrein uitgevoerd worden. Het afvoeren kan hetzij door natuurlijke afloop, hetzij door oppompen.
 

Een bestaande aansluiting of een wachtaansluiting dient gebruikt/(her)bruikt te worden. De locatie en de diepteligging ervan zijn bindend. De bestaande aansluiting dient ter hoogte van de rooilijn opgezocht, opgemeten en gemarkeerd te worden. Indien ze (tijdelijk) niet in dienst blijft is het de taak van de bouwheer om deze ter hoogte van de rooilijn dicht te maken om elke instroom te vermijden.

 

De aanvrager dient zich te houden aan de bepalingen van het Bijzonder Waterverkoopreglement huisaansluitingen. Dit reglement is terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

 

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op :

  • De openbare riolering kan onder druk komen tot het maaiveld niveau, wat neerkomt op een stijging van het waterpeil in de buizen en de aansluitingen (code van goede praktijk voor  rioleringssystemen : www.vmm.be/wetgeving/code-van-goede-praktijk-voor-rioleringssystemen).
    De bouwheer moet hier dan ook rekening mee houden bij de aanleg van (en de aansluitingen op) zijn privéwaterafvoer. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast die een gevolg is van een onoordeelkundige aanleg van de privéwaterafvoer.
  • Door de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels, zowel op openbaar als op privaat domein, kan er sneller geurhinder ontstaan als gevolg van het geconcentreerde (onverdunde) afvalwater.
    De aanvrager dient bij geurhinder op eigen initiatief en kosten elke instroomopening op zijn privéwaterafvoer door middel van een waterslot geurdicht af te schermen.
    Om geurhinder als gevolg van de eigen private riolering te reduceren werden er enkele richtlijnen opgesteld, die je via deze link kan terugvinden: www.farys.be/richtlijnengeurhinder.

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).
Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater in de gracht te lozen is de RWA-leidingen naar de straat te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60 cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering.

 

Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht volgens het Algemeen Waterverkoopreglement bij aanbouw en/of het voorzien van een nieuwe aansluiting. Meer informatie vind je op www.farys.be/keuring-privewaterafvoer

 

Er moet blijvend voorzien worden in een septische put. Alle en enkel de toiletten zijn hierop aan te sluiten.


De regenwaterpijpen op de straatgevel mogen maximaal 10 cm uitspringen. Deze moeten onderaan, tot 1 m hoogte, uitgevoerd worden in gietijzer of in een ander materiaal dat evengoed bestand is tegen breuk of blijvende beschadiging.
Indien de regenwaterpijpen verder dan 1,5 m van de rioolvertakking verwijderd zijn, moet de bouwheer deze binnenshuis op het interne rioleringssysteem aansluiten.

 

Openbaar domein

Constructieve elementen (ramen en deuren) mogen niet voorbij de huidige rooilijn geplaatst worden, dit geldt enkel voor de isolatie met afwerking. Om schade aan de nieuwe gevelafwerking te vermijden, bijvoorbeeld bij werken aan het voetpad, moet de gevelisolatie voorzien worden van een slagvast materiaal dat minstens 10 centimeter doorgetrokken wordt tot onder het trottoirpeil en minstens 40 centimeter boven het maaiveld. Hiervoor moet het trottoir plaatselijk aangepast worden. Het is niet toegestaan om de afwerking te laten steunen op het trottoir, zwevende of overhangede isolatie is pas toegestaan vanop een hoogte van 25 centimeter boven het trottoirpeil. De plaatselijke aanpassing van het voetpad mag gebeuren door de bouwheer zelf maar dient – voor uitbraak en na herstel - gemeld te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via mail: wegen@stad.gent. Of per post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent. Daarbij dient de timing van de aanpassingswerken duidelijk vermeld te worden

 

Opbouw
Bij het vastleggen van de vloerpassen en dorpelpeilen van het gebouw moet de bouwheer rekening houden met het bestaande peil van de dichtst bijgelegen rand van de openbare verhardingen. Het openbaar domein (zowel verharde als onverharde stroken) wordt aangelegd met een dwarshelling van 2 % richting de as van de straat. De peilen van de bestaande verhardingen worden niet aangepast in functie van aanpalende bouwwerken. Er worden ook geen trappen en/of hellingen toegestaan op het openbaar domein om de gebouwen toegankelijk te maken. Dit dient aangepast te worden zodat de helling volledig op privaat domein is.

Afbeelding met diagram, lijn, Perceel, schermopname

Automatisch gegenereerde beschrijving

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Openbaar domein
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.

 

De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.

Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).


Voor het eventueel wegnemen en terugplaatsen van de distributiekabel die zich op de gevel bevindt, moet contact worden opgenomen met Telenet, tel. 015 66 66 66.

Rookmelder
De woning moet uitgerust worden met een correct geïnstalleerde rookmelder die voldoet aan de norm NBN EN 14604 én die niet van het ionische type is. De detector moet reageren op rookontwikkeling bij een brand door het produceren van een scherp geluidssignaal.

Drinkwaterinstallatie
Op 1 juli 2011 werd het Algemeen Waterverkoopreglement van kracht, zodat er voor bouwers en verbouwers een aantal rechten en plichten bijkwamen. Sinds 16 juli 2012 is tevens het Bijzonder Waterverkoopreglement van Water-Link van kracht. Het bijzonder waterverkoopreglement van Water-Link is een aanvulling op het Algemeen Waterverkoopreglement. Zowel het Algemeen Waterverkoopreglement, als het aanvullend Bijzonder Waterverkoopreglement kan geraadpleegd worden via de website www.water-link.be, publicaties. Op deze locatie staat eveneens een infobrochure over de verplichte keuring van de binneninstallatie en de privé-waterafvoer.