Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Mevrouw Jodie Van Kemseke met als contactadres Francois Benardstraat 2 bus 201, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024097190) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 5 juli 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het aanpassen van de gevel + plaatsen publiciteit
• Adres: Schuurkenstraat 3, /0301, /0201 en Veldstraat 8, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 3 sectie C nr. 108G
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 10 juli 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 20 augustus 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
OMGEVING
Het pand uit voorliggende aanvraag bevindt zich langs de Veldstraat en Schuurkenstraat in binnenstad. De omgeving is erg divers en bestaat voornamelijk uit handelspanden. Het pand in kwestie betreft een handelspand bestaande uit drie bouwlagen en een hellend dak. Het perceel in kwestie is 123 m² groot, heeft een totale diepte van 19,00 m bij een breedte van 6,26 m.
ERFGOEDWAARDE
Het pand is gelegen binnen een op het gewestplan ingekleurd woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Binnen dit gebied wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden gegrond op de wenselijkheid van behoud.
Het pand is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed (ID 137186) en wordt in de wetenschappelijke inventaris als volgt omschreven:
“Burgerhuis. Aanvankelijk zogenaamd "Huis Snoeck-Ducaju en zoon, gesticht in 1782" (zie opschrift op voorgevel). Breedhuis van twee ongelijke traveeën met drie bouwlagen onder mansardedak (leien) met dakkapellen, uit tweede helft 19de eeuw. Voorgevel van Franse kalksteen. Behouden bovenverdieping gemarkeerd door rechter zijrisaliet, afgelijnd met geblokte en verdiepte pilasters; rechthoekige deurvensters in geriemde omlijsting met oren, ijzeren leuningen en bekronende ijzeren balkons op consoles op de bovenste verdieping. Een gekornist hoofdgestel met gelede architraaf, fries met spiegels en diamantkoppen en kroon- en tandlijst op uitgelengde modillons lijnt gevel af. Volledig gewijzigde begane grond met recente winkelpui.”
De rechtsgevolgen van de opname op de vastgestelde inventaris stimuleren het behoud van en de zorg voor het bouwkundig erfgoed. De eigenaar van een vastgesteld pand kan een afwijking vragen van de normen voor energieprestatie en binnenklimaat als dat nodig is om de erfgoedwaarde van het pand in stand te houden.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het aanpassen van de voorgevel en het voorzien van zaakgebonden publiciteit.
Het bestaande gevelopeningen en het bijhorende schrijnwerk worden behouden. Hierbij wordt het schrijnwerk in een grijze kleur geschilderd. De toegangsdeur wordt voorzien van een grijs geschilderd MDF paneel van 1,8 cm dik tot op een hoogte van ca. 90 cm. Het aanwezige bovenlicht wordt volledig voorzien van een grijs geschilderd MDF paneel. Deze is ca. 2,85 m lang en 72 cm hoog. Op dit paneel worden losse letters voorzien die het woord ‘Subdued’ weergeven. Deze letters zijn niet verlicht, zijn in totaal 1,20 m lang en 33 cm hoog. De totale dikte hiervan is niet gekend.
Rechts op de voorgevel wordt er een niet verlichte haakse gevelpubliciteit voorzien. Deze is volgens de plannen voorzien op een vrije hoogte van ca. +2,70 m (gemeten vanaf het trottoirpeil). De gevelpubliciteit is 28 cm hoog, 6cm dik en spring 79 cm uit voorbij de voorgevellijn (incl. bevestigingsmethode). De afstand tot de rechter perceelsgrens bedraagt 15 cm, tot de linker perceelsgrens 5,91 m. De gevelreclame is voorzien uit een metalen omkasting voorzien van een MDF paneel met het opschrift ‘Subdued’.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
- Op 10/12/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor verbouwen van een pand naar winkel met wonen op de tweede en derde verdieping + koppeling pand Veldstraat 10 via traphal (OMV_2020107541).
Stedenbouwkundige vergunningen
- Op 30/06/1975 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de winkelpui en het uitvoeren van binnenaanpassingswerken op het gelijkvloers. (KW V-12-75)
- Op 09/07/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de winkelpui. (1990/99)
- Op 07/02/2002 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van een handelsruimte en de plaatsing van vier uithangborden. (2001/768)
- Op 16/04/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een raamkader op glasprofiel, verlichte boxletters boven de inkomdeur en haakse lichtreclame op de gevel. (2008/151)
3. WIJZIGINGSAANVRAAG
Op 23 juli 2024 werd een wijzigingsverzoek ingediend. Hierbij werden er een nieuw gevelplan als snede aangeleverd. Op 29 juli 2024 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard.
BEOORDELING AANVRAAG
4. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
5. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
5.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
5.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Artikel 2.7 Uitsprongen boven de openbare weg; Gebouwonderdelen mogen in principe niet uitspringen voorbij de rooilijn. Er zijn wel enkele uitzonderingen. Bij gebouwen waarvan de voorgevel tegen de rooilijn staat, mogen bepaalde onderdelen van het gebouw uitspringen uit het gevelvlak tot voorbij de rooilijn: Tot op een hoogte van 2,20 meter boven het peil van het trottoir of van de openbare weg mogen zowel constructieve als niet-constructieve elementen maximaal 10 centimeter uitspringen voorbij de rooilijn. Van 2,20 meter tot 3 meter boven het peil van het trottoir of van de openbare weg mogen constructieve elementen maximaal 10 centimeter en nietconstructieve elementen maximaal 20 centimeter uitspringen voorbij de rooilijn. Van 3 meter tot 4 meter boven het peil van het trottoir of van de openbare weg mogen constructieve elementen maximaal 20 centimeter en niet-constructieve elementen maximaal 60 centimeter uitspringen voorbij de rooilijn.
Toetsing: niet conform: De aangevraagde haakse gevelreclame is voorzien op een vrije hoogte van ca. +2,70 m (gemeten vanaf het trottoirpeil) en springt 79 cm uit voorbij de rooilijn, waardoor deze strijdig is met bovenstaand artikel. Deze moet aan onderstaande voldoen:
- De haakse gevelpubliciteit dient voorzien te worden in de zone boven de lateien van de gevelopeningen van de gelijkvloerse verdieping en onder de doorlopende raamdorpel van de eerste verdieping met een minimale vrije hoogte van 3,00 m (gemeten vanaf het trottoirpeil).
- De maximale uitsprong voorbij de rooilijn mag op een vrije hoogte van 3,00 m maximaal 60 cm bedragen (incl. bevestingsmethode). De maximale afmetingen dienen beperkt te worden tot 60 x 60 x 10 cm (breedte x hoogte x dikte).
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening voetgangersverkeer
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
Gewestelijke verordening publiciteit
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023)
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
5.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
6. WATERPARAGRAAF
6.1. Ligging project
Het project situeert zich in het afstroomgebied van De Leie (beheer: De Vlaamse Waterweg – Afdeling Regio West). Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
6.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst. De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
6.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De opname in het CHE-gebied en op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed bevestigen de cultuurhistorische waarde van het pand.
Plaatsbezoek wees uit dat het pand in de kelder en op de eerste verdieping zijn oorspronkelijke structuur grotendeels behield. Op de eerste verdieping bleef een waardevol stucwerkplafond met moulures en een bijhorend schouwlichaam bewaard. Ook de 19de-eeuwse dakstructuur bleef behouden. Deze oorspronkelijke structurele onderdelen en interieurafwerkingen van het pand bepalen eveneens de erfgoedwaarde.
Voor inventarispanden wordt een geïntegreerde aanpak gehanteerd. Erfgoedwaarde wordt daarbij niet alleen bepaald door het uitzicht van een gebouw, maar komt tot uiting in meerdere aspecten:
- Het uitzicht van de gevels met hun indeling, ritmiek, gevelgeleding, materialisatie en buitenschrijnwerk, van de daken met hun volumes en dakafwerkingsmateriaal.
- De dragende structuur: de dragende muren, houten dak- en vloerconstructies, keldergewelven.
- De indeling: kenmerkende plattegrond voor de functie en periode waarin het gebouw is opgericht.
- De ruimtelijkheid: die voortvloeit uit de dragende structuur en indeling.
- Authentieke interieurelementen zoals vloerafwerkingen, trap, deuren, schouwen met hun schouwmantel, stucwerkplafonds, e.d.m.
Al deze elementen hebben erfgoedwaarde en bepalen het karakter van het gebouw. Ze moeten maximaal behouden blijven.
De behouden 19de-eeuwse architectuur van de straatgevel en het schilddak met mansarde en dakkapellen aan de straatzijde zorgen ervoor dat het pand de omgevende ruimtelijke structuur ondersteunt en een bepalend deel is van het overwegend laat 19de-eeuwse straatbeeld van deze straatwand in de Veldstraat. Het pand heeft een architecturale en historische waarde.
De aanvraag omvat het dichten van een deel van de gevelopening van de gelijkvloerse verdieping en het aanbrengen van gevelpubliciteit op de voorgevel.
Er wordt in de aanvraag een paneel voorzien op het beglaasde bovenlicht alsook deels voor de ramen van de toegangsdeur. Dit is vanuit erfgoedstandpunt en ruimtelijk niet aanvaardbaar. Het beglaasde bovenlicht moet zichtbaar behouden blijven zodat beide gevelopeningen op de gelijkvloerse opening even hoog zijn. Het dichten van het bovenlicht en deuropeningen vergroot het blinde geveldeel tussen de gevelopeningen van de gelijkvloerse verdieping en deze van de eerste verdieping. Deze ingreep tast de architecturale verhouding van de gevel aan, zorgt voor een afname van de leesbaarheid van de gevel alsook het contact tussen de handelsruimte en de straatkant. Bijgevolg wordt het voorzien van een paneel voor de beglaasde bovenlichten alsook op de toegangsdeuren ongunstig beoordeeld.
De locatie en omvang van de naam van de zaak boven de inkom is aanvaardbaar. Deze mag echter niet op een paneel voorzien worden maar dient als losse letters op of achter het beglaasde bovenlicht wordt aangebracht met dezelfde afmetingen.
Verder wordt er in de aanvraag haakse gevelpubliciteit voorzien. Deze voldoet niet aan artikel 2.7 van het Algemeen Bouwreglement en wordt deze ongunstig beoordeeld. Enige vorm van haakse gevelreclame dient aan onderstaande te voldoen:
- De haakse gevelpubliciteit dient voorzien te worden in de zone boven de lateien van de gevelopeningen van de gelijkvloerse verdieping en onder de doorlopende raamdorpel van de eerste verdieping met een minimale vrije hoogte van 3,00 m (gemeten vanaf het trottoirpeil).
- De maximale uitsprong voorbij de rooilijn mag op een vrije hoogte van 3,00 m maximaal 60 cm bedragen (incl. bevestingsmethode). De maximale afmetingen dienen beperkt tot 60 x 60 x 10 cm (breedte x hoogte x dikte).
Een aangepast voorstel dient rekening te houden met de hierboven vermelde opmerkingen en richtlijnen om voor vergunning in aanmerking te komen.
CONCLUSIE
Ongunstig, de aanvraag is niet in overeenstemming met de wettelijke bepalingen (artikel 2.7 ABR) en niet verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg (erfgoedwaarde).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het aanpassen van de gevel + plaatsen publiciteit aan mevrouw Jodie Van Kemseke gelegen te Schuurkenstraat 3, /0301, /0201 en Veldstraat 8, 9000 Gent.