Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Kunstencentrum VIERNULVIER VZW met als contactadres Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2023123143) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 26 april 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het verder exploiteren en veranderen van het kunstencentrum Viernulvier
• Adres: Sint-Pietersnieuwstraat 21 en 23, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 5 sectie E nrs. 344E, 357G en 363N
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 27 juni 2024.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22 augustus 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het verder exploiteren en veranderen van het kunstencentrum Viernulvier (hernieuwing).
Een geluidsonderzoek werd uitgevoerd om voor elke zaal van De Vooruit (waarvan de Theaterzaal, de Concertzaal, de Domzaal en de Balzaal samen met het Café de belangrijkste zijn) het geluidsniveau vast te leggen.
Naast de vergunning voor de muziekactiviteiten wordt ook vergunning gevraagd voor de ondersteunende activiteiten: koeling en airco, een beperkte opslag van gevaarlijke producten en gassen, een metaal- en houtbewerkingsatelier.
Tot slot wordt de toevoeging van twee percelen gevraagd (363N en 344E). In 2013 werd het terras met onderliggende fietsenparking gebouwd aan de kant van het rectoraat. In 2019 werd de voormalige Snoepwinkel geïntegreerd in De Vooruit, met o.a. de creatie van de nieuwe, ruimere toegangszone.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | klasse 3 | Hernieuwing | 5000 m³/jaar |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Uitbreiding met 218,09 kW (opmerking: vergunde vermogen bepaald aan de hand van vergunningsaanvraag; niet expliciet vermeld in besluit) | klasse 2 | Verandering | +218,09 kW |
17.1.2.1.1° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | - uitbreiding met 145 liter - CLP-omzetting | klasse 3 | Verandering | 145 liter |
17.3.2.1.1.1°b) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | - Uitbreiding met 436 kg of 520 liter - CLP-omzetting | klasse 3 | Verandering | +0,436 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | uitbreiding met 1650 liter | klasse 3 | Verandering | +1650 liter |
19.3.1°b) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | vermindering met 5,2 kW | klasse 3 | Verandering | -5,2 kW |
29.5.2.1°b) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en/of mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | Metaalbewerking met een totaal geïnstalleerd vermogen van 5,3 kW | klasse 3 | Nieuw | 5,3 kW |
32.1.1° | muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | hernieuwing, verduidelijking, nieuwe indeling | klasse 3 | Verandering | 95 DB(A)_LAEQ_15 |
32.1.2° | muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximale geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is: Concertzaal, Theaterzaal en Balzaal (telkens max. 100 dB(A) LAeq,60min of 102 dB(A) LAeq,15min) | klasse 2 | Nieuw | 102 DB(A)_LAEQ_15 |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Uitbreiding met 7 zalen | klasse 3 | Verandering | +7 zalen |
Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:
12.2.1 | Transformator | 100 kVA
15.1.1 | Stalplaats voor voertuigen andere dan personenwagens | 5 stuks
31.1.1 | Dieselmotor (noodaggregaat) | 36 kW
43.1.2 | Zes stookinstallaties | 1859,4 kW
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
Artikel: 5.32.2.2 §2
Omschrijving
De exploitatie van de inrichting en het gebruik van (een) elektronische versterker(s) die muziek voortbrengt(en) is, behalve op zon- en feestdagen, verboden vanaf 3 uur tot 7 uur. In afwijking van de in deze paragraaf vermelde verbodsbepalingen kan, in functie van de plaatselijke omstandigheden, elke andere regeling inzake openings- en sluitingsuren worden vastgesteld in de bijzondere voorwaarden.
Motivatie
De exploitatie is in de huidige vergunning reeds toegestaan alle dagen tot 5 uur ’s ochtends. In deze aanvraag worden geluidsnormen aangevraagd gebaseerd op een akoestisch onderzoek, aangevuld met geplande maatregelen. We kunnen hieruit concluderen dat zowel overdag als ’s avonds en ’s nachts de geluidsnormen in de omgeving gerespecteerd worden. We verwijzen verder naar de bijlage m.b.t. de geluidsnormen.
Voorstel
De exploitatie van de inrichting en het gebruik van elektronische versterkers die muziek voortbrengen is alle dagen toegelaten tot 7 uur ’s morgens.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 01/04/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van enkele ingrepen ter hoogte van het lokaal genaamd "tussengang" (OMV_2021011635).
* Op 27/01/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een voedselautomaat (OMV_2021176834).
* Op 08/09/2022 werd een vergunning afgeleverd voor vervangen van een raam (OMV_2022087847).
* Op 04/05/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanbrengen (vervangen) van lichtletters op de gevel (OMV_2022140438).
* Op 25/01/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van ingrepen aan de 'voorbouw' en het binnengebied van het complex (OMV_2023106079).
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 02/09/1974 werd een weigering afgeleverd voor het verbouwen en uitbreiden van een drankgelegenheid tot een winkelhuis met werkplaatsen in verbinding met nr. 19. (Litt. S-15-74)
* Op 10/02/1975 werd een vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van binnenaanpassingswerken aan de winkelruimte (herneming litt. s-15-74 dd. 2/9/1974). (KW S-94-74)
* Op 29/11/1976 werd een vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van verbouwings- en aanpassingswerken op het gelijkvloers en de bovenverdiepingen van een woonhuis met magazijn en het bouwen van een liftkoker (regularisatie van kw s-94-74). (KW S-1-76)
* Op 25/02/1980 werd een vergunning afgeleverd voor het aanpassen van de voorgevel. (KW S-105-79)
* Op 12/03/1998 werd een vergunning afgeleverd voor verbouwen van de inkomhal aan de achtergevel vooruit. (1997/2311)
* Op 06/04/2017 werd een vergunning afgeleverd voor de vervangbouw van de snoepwinkel en aanpassingswerken aan de voorbouw en achterbouw van de vooruit. (2016/09242)
* Op 07/09/2017 werd een vergunning afgeleverd voor het maken van 3 openingen in een dragende scheidingswand kunstencrum vooruit (wand snoepwinkel-foyer). (2017/09106 Dig)
Milieuvergunningen
* Op 24/06/1993 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor verder exploiteren van socio-cultureel centrum. (1107/E/1)
* Op 28/04/2005 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het hernieuwen en veranderen (door wijziging en uitbreiding) van het hedendaags kunstencentrum met een concertzaal, theaterzaal, balzaal, café, domzaal, diverse foyers en repetitie-, bureel- en vergaderruimtes. (1107/E/3)
Afwijkingen
* Op 30/11/2006 werd door het college van burgemeester en schepenen een goedkeuring verleend voor ambtshalve wijzigen van de exploitatievoorwaarden opgelegd in de milieuvergunning van 28 april 2005 ivm het niet halen van de termijnen voor de aanpassing glas-in -lood plafond van het kafee (goedkeuring stabiliteitsstudie door brandweer) en het lozen van huishoudelijk afvalwater (aansluiting). (1107/E/4)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 4 juli 2024 onder ref. 030779-084OMG/DA/2024: GUNSTIG ADVIES, mits naleving van de hierboven vermelde maatregelen
Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 17 juli 2024 onder ref. 4.002/44021/32.3
Gunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 6 augustus 2024 onder ref. omv-2023123143 Behandeling in eerste aanleg-001: Zie adviesdocument
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De voorgestelde inrichting of activiteiten zijn in overeenstemming met de voorgeschreven planologische bestemming en de stedenbouwkundige voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Algemeen bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en latere wijzigingen.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
5. WATERPARAGRAAF
1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water met een vertraging wordt afgevoerd. De plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dient aan dit principe te beantwoorden.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Het advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West stelt: “Er is geen interferentie met het beheer van de waterweg Muinkschelde. Gezien de aard van de aanvraag kan in alle redelijkheid verwacht worden dat er geen significante effecten op het watersysteem zullen optreden. De
aanvraag is verenigbaar met de doelstellingen en beginselen van het ‘Decreet Integraal Waterbeleid’. Er wordt door de aangevraagde werken evenmin een impact op het beheer en/of de exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv verwacht.”.
Overstromingen
Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
De lozing van het afvalwater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 5 juli 2024 tot en met 3 augustus 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde omgevingsvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect afval
De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker.
De afvalstoffen worden gescheiden ingezameld via de geregistreerde inzamelaar IVAGO.
Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect afvalwater
De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent.
In 2023 werd 3.819 m³ leidingwater verbruikt en 512 m³ regenwater, in totaal 4.331 m³. Gezien het grootste deel van het verbruik dient voor huishoudelijke toepassingen (sanitair, afwas), en om een zekere marge te behouden, wordt een debiet van maximaal 5.000 m³ per jaar opgegeven als geloosd huishoudelijk afvalwater.
Het afvalwater wordt geloosd in de riolering (Lammerstraat, via persleiding Parijsberg). Het gedeelte ‘snoepwinkel en terras’ wordt geloosd via een septische put.
Aspect hemelwater
Er zijn twee regenwaterputten aanwezig onder de fietsenstalling (2 x 15 000 l). Dit water wordt aangewend in het sanitair van het buitenterras en de kantoorruimte, en voor onderhoud van groengevels en -daken.
Onder de ‘snoepwinkel’ is een derde regenwaterput aanwezig van 22 000 l. Het water uit deze put wordt aangewend voor het sanitair van residentie- en personeelsruimtes
Aspect bodem en grondwater
Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.
De dubbelwandige bovengrondse tank van 620 liter beschikt over een keuringsattest van beperkt onderzoek (d.d. 29.06.2022). Uit het keuringsattest blijkt dat de tank voldoet aan de voorwaarden van VLAREM II.
De exploitant wordt op er gewezen dat de tank opnieuw gekeurd moet worden voor 30.06.2025.
De opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen gebeurt in lekbakken, conform VLAREM II.
Aspect lucht
Luchtcompressoren
Het betreft relatief kleine installaties. Het grootste drukvat heeft een inhoud van 300 liter bij een maximum toelaatbare druk van 10 bar en is overeenkomstig art. 5.16.3.2, §4 van Vlarem II niet onderhevig aan periodieke keuringen. Alle andere drukvaten zijn kleiner dan 3000 bar.liter.
Koelinstallaties, warmtepompen en airco’s
Volgende toestellen zijn aanwezig:
* Airco serverlokaal: koelmiddel R410A, 2,9 kg (6,05 ton CO2-equivalent), koelvermogen
6,8 kW. Een lekdetectietest ontbreekt;
* Airco theatertoren: koelmiddel R32, 3,75 kg (2,53 ton CO2-equivalent), koelvermogen
6,8 kW;
De andere installaties zijn koelkasten en kleine koelsystemen die geen periodieke lekdetectietesten vereisen.
De installaties worden periodiek onderworpen aan onderhoud en lekdichtheidscontroles. Het attest van de lektest op ‘airco serverlokaal’ moet uiterlijk 31 januari 2025 aangeleverd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent – met vermelding van het dossiernummer). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Houtbewerking
In de houtwerkplaats is een stofafzuiging voorzien met een ATEX-gekeurde stoffilter. Er is geen afvoer naar buiten het gebouw.
Aspect geluid
Koelinstallaties, warmtepompen, luchtcompressoren en airco’s
Naast de geluidsimpact van muziekactiviteiten werd ook die van de technische installaties
beoordeeld in een akoestisch onderzoek. De metingen werden in een worst case scenario uitgevoerd, onder vollast.
Uit de metingen bleek dat hoofdzakelijk de luchtgroepen, en in het bijzonder de luchtgroep van de Domzaal, een relevante bijdrage leveren aan het omgevingsgeluid. De bijdrage van de warmtepompen is eerder verwaarloosbaar.
De aanvrager merkt op:
* In de praktijk kunnen en mogen niet alle zalen tegelijk in gebruik zijn. Om veiligheidsredenen is er immers een maximale bezetting. De ventilatie en verwarming kan dus nooit tegelijk in werking zijn voor alle zalen.
* Twee luchtgroepen worden vernieuwd, waarbij het geluidsvermogen een belangrijk criterium is.
Een van de twee groepen die vervangen worden, is die van de domzaal, die de meest relevante bijdrage levert aan het omgevingsgeluid. De nieuwe luchtgroep wordt (net als de bestaande) te groot gedimensioneerd. Het doel is om op lage frequentie te kunnen verwarmen en ventileren tijdens voorstellingen, dit omwille van geluidsbeheersing tijdens repetities en voorstellingen.
* Er is voorzien om een aantal bijkomende dempers te plaatsen.
Er wordt geen geluidshinder verwacht. Er zijn geen klachten gekend.
Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.
Elektronisch versterkte muziek
Bij de exploitatie van een lokaal met elektronisch versterkte muziek zijn de omgevingsnormen van de VLAREM-regelgeving van toepassing. Deze regelgeving voorziet dat het specifieke geluid (Lsp) van de onderzochte inrichting (i.c. een lokaal met elektronisch versterkte muziek) moet getoetst worden aan één of meerdere beoordelingspunten (BP).
Volgende BP wordt beschouwd:
* MP1: Sint-Pietersnieuwstraat – 2e verdieping;
* MP2: Bagattenstraat – 4e verdieping;
* MP3: Sint-Pietersnieuwstraat – straatniveau;
* MP4: Muinkkaai – 1e verdieping;
* MP5: Woning hoek Sint-Pietersnieuwstraat & Lammerstraat – 1e verdieping (binnenshuis);
* MPA: achtergevels Lammerstraat.
Voor de BP hangt de toe te passen normering af van volgende factoren:
1. Binnen- of buitenshuis. Indien er bewoning is palend aan de exploitatie (gemene vloer en/of muur) dan moet er getoetst worden aan binnennormen. De richtwaarden voor respectievelijk binnenshuis en buitenshuis worden weergegeven in bijlage 2.2.2 en bijlage 4.5.4 van Vlarem II.
2. De beoordelingsperiode. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de dagperiode (van 7-19u); de avondperiode (van 19-22u) en de nachtperiode (22-7u). In dit geval wordt, gezien de aard van de activiteiten, uitgegaan van de (strengste) nachtperiode.
3. De ligging op het gewestplan. Zie ook punt 1.
In dit geval zijn de inrichting en de omliggende woningen gelegen in woongebied. Binnen een
afstand van 500 m ligt een gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen.
4. Bestaande of nieuwe inrichtingen. De geluidsnormen voor een bestaande inrichting zijn soepeler dan voor een nieuwe inrichting. Rekening houdend met artikel 5.32.2.3§2 van Vlarem II gaat het om een bestaande inrichting Er is wel één zaal (Club) die beoordeeld dient te worden als een nieuwe inrichting.
Samenvattend kan gesteld worden (cfr. beslissingsschema’s in bijlage 4.5.6 van Vlarem II) dat het Lsp getoetst moet worden aan een norm van:
* 45 dB(A) tijdens de nachtperiode voor de bestaande inrichting;
* 40 dB(A) tijdens de nachtperiode voor de nieuwe inrichting;
In een aantal gevallen is er een gemene muur tussen het kunstencentrum en de woningen. Daarom gelden bijkomend voorwaarden binnenshuis.
Bij het aanvraagdossier is een akoestisch onderzoek (AO) opgenomen, uitgevoerd door een erkende deskundige in de discipline geluid. Het doel van een AO bestaat erin om het maximaal geluidsniveau te bepalen dat in het lokaal mag gespeeld worden zodat in de BP aan de normen voldaan is.
Bij het beoordelen van geluidshinder afkomstig lokalen waar elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld wordt uitgegaan van muziek met voldoende energie in de lage frequenties (veel basgeluid). Op die manier wordt een situatie met een ongunstige situatie aan de zendzijde van de muziek beoordeeld.
In het AO wordt gesteld dat
* voor de concertzaal bij een aangelegd geluidsniveau van 107 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
* voor de theaterzaal bij een aangelegd geluidsniveau van 111 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
* voor de domzaal bij een aangelegd geluidsniveau van 93 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
* voor de balzaal bij een aangelegd geluidsniveau van 99 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
* voor de antiekzolder bij een aangelegd geluidsniveau van 96 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
In onderhavige aanvraag beperkt de aanvrager het maximale volume zelf op 95 dB(A) LAeq (rubriek 32.1.1)
* voor de mokabon bij een aangelegd geluidsniveau van 95 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
* voor de foyer theaterzaal bij een aangelegd geluidsniveau van 94 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
* voor de foyer concertzaal bij een aangelegd geluidsniveau van 90 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
* voor de dansstudio bij een aangelegd geluidsniveau van 83 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
De dansstudio betreft bijgevolg een niet ingedeelde inrichting, die uitgebaat kan worden conform de bepalingen in hoofdstuk 6.7 van VLAREM II.
* voor de muziekstudio bij een aangelegd geluidsniveau van 96 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
In onderhavige aanvraag beperkt de aanvrager het maximale volume zelf op 94 dB(A) LAeq (rubriek 32.1.1)
* voor de club bij een aangelegd geluidsniveau van 79 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
De club betreft bijgevolg een niet ingedeelde inrichting, die uitgebaat kan worden conform de bepalingen in hoofdstuk 6.7 van VLAREM II.
* voor het café bij een aangelegd geluidsniveau van 81 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode;
Het café betreft bijgevolg een niet ingedeelde inrichting, die uitgebaat kan worden conform de bepalingen in hoofdstuk 6.7 van VLAREM II.
Het geluidsniveau moet dus in eerste instantie beperkt worden tot
* 102 dB(A) voor de concertzaal;
Gezien het toepasselijke Vlarem II indelingscriterium wordt het geluidsniveau beperkt tot 102 dB(A)
* 102 dB(A) voor de theaterzaal;
Gezien het toepasselijke Vlarem II indelingscriterium wordt het geluidsniveau beperkt tot 102 dB(A)
* 93 dB(A) voor de domzaal;
* 99 dB(A) voor de balzaal;
* 95 dB(A) voor de antiekzolder;
* 95 dB(A) voor de mokabon;
* 94 dB(A) voor de foyer theaterzaal;
* 90 dB(A) voor de foyer concertzaal;
* 94 dB(A) voor de muziekstudio.
Als het geluid tonaliteit vertoont (~ een 'zuivere toon' bevat) dan voorziet de Vlarem-regelgeving dat dit geluid als meer storend voor de omgeving moet beschouwd worden. Indien tonaliteit vastgesteld wordt, dan moet het geluid van de inrichting met een extra 5 dB(A) (en in sommige gevallen met 2 dB(A)) bestraft worden.
Er werd tonaliteit vastgesteld bij de domzaal, de ‘strafdecibels’ werden in rekening gebracht.
Lokalen met elektronisch versterkte muziek die ondergebracht worden in rubriek 32 van de indelingslijst (bijlage 1 van Vlarem II) leiden in de regel tot een beslissing van het college van burgemeester en schepenen. In deze beslissingen hanteert de stad Gent een beleid waarbij een maximaal geluidsniveau wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden van de exploitatie, zodat voldaan is aan de omgevingsnormen.
In het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 29 november 2012 werd als algemene richtlijn opgenomen om dit maximale toegestane geluidsniveau doorgaans uit te drukken met behulp van de parameter LAeq,30 seconden. Dit is een energetisch gemiddelde van een geluidsniveau over 30 seconden. De keuze voor deze parameter is ingegeven omwille van volgende redenen:
* de maximale geluidsniveaus in milieuvergunningen bij de Stad Gent werden sedert ca. 2002 doorgaans opgenomen met deze parameter (gelijkheidsbeginsel);
* de geluidsniveaus op een kortere tijdsmiddeling dan bijvoorbeeld een kwartier laten efficiënt toezicht toe;
* een middeling over een korte tijd concordeert met een gevoelsmatige beleving van geluidshinder;
Naast deze effectieve geluidsnorm (gemiddelde over een bepaalde tijd) voorziet de wetgeving eveneens in een toetsingsnorm om op een relatief eenvoudige manier zelfcontrole mogelijk te maken.
Het maximaal toegestane geluidsniveau bedraagt:
* 102 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de concertzaal. De toetsingsnorm bedraagt 104 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 102 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de theaterzaal. De toetsingsnorm bedraagt 104 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 93 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de domzaal. De toetsingsnorm bedraagt 95 dB(A), gemeten als LA,slow,max;;
* 99 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de balzaal. De toetsingsnorm bedraagt 101 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 95 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de antiekzolder. De toetsingsnorm bedraagt 97 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 95 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de mokabon. De toetsingsnorm bedraagt 97 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 94 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de foyer theaterzaal. De toetsingsnorm bedraagt 96 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 90 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de foyer concertzaal. De toetsingsnorm bedraagt 92 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 94 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de muziekstudio. De toetsingsnorm bedraagt 96 dB(A), gemeten als LA,slow,max.
Als er voldaan is aan de toetsingsnorm van, dan wordt geacht voldaan te zijn aan de opgelegde norm in LAeq, 30 seconden.
De geluidsnorm geldt ter hoogte van de mixtafel van de respectievelijke zaal, bij het ontbreken van een mixtafel geldt de norm ter hoogte het midden van de publieksruimte.
Deze elementen worden opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Het advies van Dienst Toezicht om ook dB(C)-normen op te nemen wordt niet weerhouden, aangezien het spectrum dat gebruikt is in het AO reeds rekening houdt met muziekgenres met veel lage tonen.
De exploitant is, voor de zalen vergund onder rubriek 32.1.1 van VLAREM II, verplicht om het geluidsniveau te meten tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek (artikel 5.32.2.2.bis §1 lid 3 van Vlarem II), tenzij er een geluidsbegrenzer wordt geplaatst. De exploitant moet minstens de parameter LAeq,15min meten en dit zichtbaar houden voor de geluidsverantwoordelijke.
De exploitant is, voor de zalen vergund onder rubriek 32.1.2 van VLAREM II, verplicht om:
* het geluidsniveau te meten en te registreren tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek (artikel 5.32.2.2.bis §2 lid 3 van Vlarem II), tenzij er een geluidsbegrenzer wordt geplaatst. De exploitant moet de parameters LAeq,60min en LAeq,15min continu meten en LAeq,60min registreren. De parameter LAeq,15min moet zichtbaar zijn voor de geluidsverantwoordelijke.
* kosteloos gehoorbescherming voor eenmalig gebruik ter beschikking te stellen aan alle bezoekers en een geluidsplan op te maken (cfr. artikel 5.32.2.2.bis §2 lid 4 van Vlarem II).
De exploitant informeert de bezoekers en de persoon die hij heeft aangesteld, over het maximaal toegestane geluidsniveau. Daarvoor wordt het maximaal toegestane geluidsniveau, weergegeven als LAeq,60min en/of LAeq,15min, op een duidelijk zichtbare plaats geafficheerd, zowel ter hoogte van de toegang tot de muziekactiviteit als ter hoogte van de mengtafel.
Deze elementen worden opgenomen als opmerking.
Om gehoorbeschadiging te voorkomen moet de exploitant voldoende maatregelen nemen zodat het publiek niet te dicht bij de luidsprekers kan komen. Op algemene vraag en advies van de politie moet de exploitant de geldende bijzondere voorwaarden van dit besluit uithangen ter hoogte van de bar, zodat bij eventuele politiecontroles de vergunningstoestand direct zichtbaar is. Tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek moeten ramen en deuren gesloten blijven. Deze elementen worden opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Einduur
Om de geluidshinder afkomstig van lokalen met elektronisch versterkte muziek te beperken voert de stad Gent een beleid waarbij een periode van verbod op elektronisch versterkte muziek opgenomen wordt in het milieuvergunningsbesluit in plaats van een einduur. Artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II stelt:
De exploitatie van de inrichting en het gebruik van (een) elektronische versterker(s) die muziek voortbrengt(en) is, behalve op zon- en feestdagen, verboden vanaf 3 uur tot 7 uur.
In afwijking van de in deze paragraaf vermelde verbodsbepalingen kan, in functie van de plaatselijke omstandigheden, elke andere regeling inzake openings- en sluitingsuren worden vastgesteld in de bijzondere voorwaarden.
De exploitant heeft in de aanvraag een specifiek exploitatieregime aangevraagd. Met name: De exploitatie van de inrichting en het gebruik van elektronische versterkers die muziek voortbrengen is alle dagen toegelaten tot 7 uur ’s morgens.
Er zijn geen klachten of vermoedens van hinder bekend. Hierdoor wordt volgende regeling van toepassing gesteld, geïnspireerd op artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II. Er wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek tussen 7.00 uur en 9.00 uur. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Aspect afgeleide hinder
Rekening houdend met de (grote) capaciteit van de zalen, en daaruit volgend het groot aantal bezoekers rondom de zaal, rekening houdend met een gemiddeld stemvolume van een mens en rekening houdend met de korte afstand van bewoning, wordt aangenomen dat aankomende en vertrekkende bezoekers geluidsoverlast kunnen veroorzaken in bewoonde gebouwen in de buurt.
De exploitant moet, in navolging van artikel 4.1.3.2 en 4.5.1.1 van VLAREM II, de nodige maatregelen nemen om hinder naar de omgeving te beperken.
Aspect energie
Voor de verwarming wordt gebruik gemaakt van het warmtenet van de stad Gent, zodat er
geen aardgas meer wordt verbruikt.
VIERNULVIER investeerde de voorbije jaren in energiebesparende maatregelen, daarnaast zijn op korte termijn nog extra investeringen in energiebesparende maatregelen ingepland.
Er wordt geen significante toe- of afname van activiteiten verwacht, zodat het energieverbruik stabiel zal blijven.
Aspect mobiliteit
Er zijn geen wijzigingen aan de werking van het centrum waardoor er bijgevolg ook geen negatieve impact is op vlak van mobiliteit.
Er is een bestaande fietsenstalling met plaats voor 421 fietsen en er wordt sterk ingezet op sensibilisering van zowel personeel als leveranciers om de meest duurzame transportoptie te kiezen.
Er zijn gesprekken met Stad Gent om de problemen met laden en lossen op openbaar domein aan te pakken. Dit moet verder onderzocht moet worden, maar heeft geen effect op de beoordeling van onderhavige vergunningsaanvraag.
Aspect erfgoed
Het feestlokaal Vooruit is sinds 28 juli 1983 beschermd als monument (ID 10000): In het beschermingsdossier wordt de historische en artistieke waarde van het pand als volgt gemotiveerd: "als gebouw in eclectische stijl met art-nouveaureminiscenties, gebouwd in 1914, met karakteristieke gevels aan de Sint-Pietersnieuwstraat en aan de Schelde, met inwendig onder meer een voor de periode karakteristieke bloemendecoratie van theater en bioscoopzaal; het geheel stadsbeeldbepalend element door de functie van de gevel in de Sint-Pietersnieuwstraat als perspectiefsluiting vanuit de Bagattenstraat".
Het gebouw is bovendien gelegen in het beschermde stadsgezicht ‘Feestlokaal Vooruit met omgeving’ (ID 11265): In het beschermingsdossier wordt de historische en artistieke waarde van de gevels van de panden gelegen aan de hoek van de Bagattenstraat en de Sint-Pietersnieuwstraat als volgt gemotiveerd: als eclectische, op art nouveau geïnspireerde architectuur uit het begin van de 20ste eeuw, als stadsbeeldbepalend element door de functie als perspectiefsluiter vanaf de lagergelegen Lammerstraat. De motivering van de historische en artistieke waarde van de panden gelegen tussen de Lammerstraat en het feestlokaal Vooruit, alsmede het smalle steegje Parijsberg, klinkt als volgt: als beeldbegeleidende elementen, namelijk bepleisterde 19de-eeuwse lijstgevels, qua karakter aansluitend bij de bebouwing aan de reeds beschermde overzijde van de Lammerstraat.
De aanvraag betreft de verlenging en verandering van de omgevingsvergunning voor ingedeelde inrichtingen of activiteiten . Ook wordt een samenvoeging van percelen gevraagd. De aanvraag bevat geen stedenbouwkundige handelingen (geen ingrepen in het gebouw). Er wordt dan ook geen storende impact op de erfgoedwaarde van het gebouw verwacht.
Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg wijst er wel op dat heel wat werken aan of in een beschermd monument toelatingsplichtig zijn. Zelfs voor wijzigingen die niet onderhevig zijn aan een omgevingsvergunning is mogelijks een toelating noodzakelijk (bv het maken van doorbrekingen in functie van technieken). Een toelating wordt aangevraagd via het E-loket: Werken monument | Eigenaars | Onroerend Erfgoed. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect veiligheid
Gasflessen
De gasflessen worden in een apart lokaal opgeslagen. De volle en lege gasflessen dienen apart gestockeerd te worden en er dient rekening gehouden te worden met de afstandsregels conform artikel 5.17.3.2.4. van Vlarem II.
Gasflessen moeten steeds met behulp van beugels, kettingen of rooster beschermd worden tegen omvallen en aanrijding. Deze voorwaarde wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Politioneel
Het advies van PZ Gent – Commissariaat Gent Centrum stelt: Het is aangewezen dat de deur van de uitbating maximaal gesloten blijft om de geluidshinder te beperken, alsook is het aangewezen om toezicht/ bewaking te voorzien bij evenementen, zodoende er in het geval van verstoring openbare orde of vechtpartijen onmiddellijk tussenbeide kan gekomen worden om de openbare rust en veiligheid te laten terugkeren. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Brandveiligheid
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 030779-084OMG/DA/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Aspect bijstellen voorwaarden
In afwijking van artikel 5.32.2.2 §2 van VLAREM II wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek tussen 7.00 uur en 9.00 uur. [Dit is ook opgenomen als bijzondere voorwaarde (zie bespreking onder ‘aspect geluid – einduur’).]
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Hernieuwing | 5000 m³/jaar |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Uitbreiding met 218,09 kW (opmerking: vergunde vermogen bepaald aan de hand van vergunningsaanvraag; niet expliciet vermeld in besluit) | Verandering | +218,09 kW |
17.1.2.1.1° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | - uitbreiding met 145 liter - CLP-omzetting | Verandering | +145 liter |
17.3.2.1.1.1°b) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | - Uitbreiding met 436 kg of 520 liter - CLP-omzetting | Verandering | +0,436 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | uitbreiding met 1650 liter | Verandering | +1650 liter |
19.3.1°b) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | vermindering met 5,2 kW | Verandering | -5,2 kW |
29.5.2.1°b) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en/of mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | Metaalbewerking met een totaal geïnstalleerd vermogen van 5,3 kW | Nieuw | 5,3 kW |
32.1.1° | muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | hernieuwing, verduidelijking, nieuwe indeling | Verandering | 95 DB(A)_LAEQ_15 |
32.1.2° | muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximale geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is: Concertzaal, Theaterzaal en Balzaal | Nieuw | 102 dB(A) LAeq,15min |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Uitbreiding met 7 zalen | Verandering | 7 zalen |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20230918-0023) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Lozen van 5000 m³/jaar huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering (opmerking: het vergunde debiet is in de vergunning van 2015 niet gespecificeerd. We gaan er hier van uit dat het gewone hernieuwing betreft.) | klasse 3 | 5000 m³/jaar |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioning met een totaal geïnstalleerd vermogen van 254,6 kW | klasse 2 | 254,6 kW |
17.1.2.1.1° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | Opslag van 445 liter gassen in verplaatsbare recipiënten | klasse 3 | 445 liter |
17.3.2.1.1.1°b) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Opslag van diesel in een dubbelwandige bovengrondse houder van 620 liter of 520 kg | klasse 3 | 0,52 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van 1700 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | klasse 3 | 1700 liter |
19.3.1°b) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | Houtbewerking met een totaal geïnstalleerd vermogen van 5,3 kW | klasse 3 | 5,3 kW |
29.5.2.1°b) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en/of mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | Metaalbewerking met een totaal geïnstalleerd vermogen van 5,3 kW | vlarebo : O | klasse 3 | 5,3 kW |
32.1.1° | muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximale geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is: Domzaal, Antiekzolder, Mokabon, Foyer Theaterzaal, Foyer Concertzaal en Muziekstudio. | klasse 3 | 95 DB(A)_LAEQ_15 |
32.1.2° | muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximale geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is: Concertzaal, Theaterzaal en Balzaal (telkens max. 100 dB(A) LAeq,60min of 102 dB(A) LAeq,15min) | klasse 2 | 102 DB(A)_LAEQ_15 |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Negen schouwspelzalen en polyvalente zalen (andere dan deze ingedeeld in rubriek 32.1.2, zijnde Concertzaal, Theaterzaal en Balzaal) | klasse 3 | 9 zalen |
De lopende vergunningen worden opgeheven.
TERMIJN
De gevraagde vergunning kan verleend worden voor onbepaalde duur vanaf 5 september 2024.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van het kunstencentrum Viernulvier aan Kunstencentrum VIERNULVIER vzw (O.N.:0423063619) gelegen te Sint-Pietersnieuwstraat 21 en 23, 9000 Gent.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit Kunstencentrum Viernulvier (Vooruit) met inrichtingsnummer 20230918-0023 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Hernieuwing | 5000 m³/jaar |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Uitbreiding met 218,09 kW (opmerking: vergunde vermogen bepaald aan de hand van vergunningsaanvraag; niet expliciet vermeld in besluit) | Verandering | +218,09 kW |
17.1.2.1.1° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | - uitbreiding met 145 liter - CLP-omzetting | Verandering | +145 liter |
17.3.2.1.1.1°b) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | - Uitbreiding met 436 kg of 520 liter - CLP-omzetting | Verandering | +0,436 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | uitbreiding met 1650 liter | Verandering | +1650 liter |
19.3.1°b) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | vermindering met 5,2 kW | Verandering | -5,2 kW |
29.5.2.1°b) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en/of mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | Metaalbewerking met een totaal geïnstalleerd vermogen van 5,3 kW | Nieuw | 5,3 kW |
32.1.1° | muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | hernieuwing, verduidelijking, nieuwe indeling | Verandering | 95 DB(A)_LAEQ_15 |
32.1.2° | muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximale geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is: Concertzaal, Theaterzaal en Balzaal | Nieuw | 102 dB(A) LAeq,15min |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Uitbreiding met 7 zalen | Verandering | 7 zalen |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20230918-0023) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Lozen van 5000 m³/jaar huishoudelijk afvalwater in de openbare riolering (opmerking: het vergunde debiet is in de vergunning van 2015 niet gespecificeerd. We gaan er hier van uit dat het gewone hernieuwing betreft.) | klasse 3 | 5000 m³/jaar |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioning met een totaal geïnstalleerd vermogen van 254,6 kW | klasse 2 | 254,6 kW |
17.1.2.1.1° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1000 liter | Opslag van 445 liter gassen in verplaatsbare recipiënten | klasse 3 | 445 liter |
17.3.2.1.1.1°b) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Opslag van diesel in een dubbelwandige bovengrondse houder van 620 liter of 520 kg | klasse 3 | 0,52 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van 1700 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | klasse 3 | 1700 liter |
19.3.1°b) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | Houtbewerking met een totaal geïnstalleerd vermogen van 5,3 kW | klasse 3 | 5,3 kW |
29.5.2.1°b) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en/of mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied (van 5 kW tot en met 100 kW) | Metaalbewerking met een totaal geïnstalleerd vermogen van 5,3 kW | vlarebo : O | klasse 3 | 5,3 kW |
32.1.1° | muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximale geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is: Domzaal, Antiekzolder, Mokabon, Foyer Theaterzaal, Foyer Concertzaal en Muziekstudio. | klasse 3 | 95 DB(A)_LAEQ_15 |
32.1.2° | muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximale geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is: Concertzaal, Theaterzaal en Balzaal (telkens max. 100 dB(A) LAeq,60min of 102 dB(A) LAeq,15min) | klasse 2 | 102 DB(A)_LAEQ_15 |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Negen schouwspelzalen en polyvalente zalen (andere dan deze ingedeeld in rubriek 32.1.2, zijnde Concertzaal, Theaterzaal en Balzaal) | klasse 3 | 9 zalen |
De lopende vergunningen worden opgeheven.
Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
1. Het attest van de lektest op ‘airco serverlokaal’ moet uiterlijk 31 januari 2025 aangeleverd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent – met vermelding van het dossiernummer).
2. Het maximaal toegestane geluidsniveau bedraagt:
* 102 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de concertzaal. De toetsingsnorm bedraagt 104 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 102 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de theaterzaal. De toetsingsnorm bedraagt 104 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 93 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de domzaal. De toetsingsnorm bedraagt 95 dB(A), gemeten als LA,slow,max;;
* 99 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de balzaal. De toetsingsnorm bedraagt 101 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 95 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de antiekzolder. De toetsingsnorm bedraagt 97 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 95 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de mokabon. De toetsingsnorm bedraagt 97 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 94 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de foyer theaterzaal. De toetsingsnorm bedraagt 96 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 90 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de foyer concertzaal. De toetsingsnorm bedraagt 92 dB(A), gemeten als LA,slow,max;
* 94 dB(A) gemeten als LAeq,30 seconden voor de muziekstudio. De toetsingsnorm bedraagt 96 dB(A), gemeten als LA,slow,max.
Als er voldaan is aan de toetsingsnorm van, dan wordt geacht voldaan te zijn aan de opgelegde norm in LAeq, 30 seconden.
De geluidsnorm geldt ter hoogte van de mixtafel van de respectievelijke zaal, bij het ontbreken van een mixtafel geldt de norm ter hoogte het midden van de publieksruimte.
3. Om gehoorbeschadiging te voorkomen moet de exploitant voldoende maatregelen nemen zodat het publiek niet te dicht bij de luidsprekers kan komen. Op algemene vraag en advies van de politie moet de exploitant de geldende bijzondere voorwaarden van dit besluit uithangen ter hoogte van de bar, zodat bij eventuele politiecontroles de vergunningstoestand direct zichtbaar is. Tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek moeten ramen en deuren gesloten blijven
4. Er wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek tussen 7.00 uur en 9.00 uur.
5. Gasflessen moeten steeds met behulp van beugels, kettingen of rooster beschermd worden tegen omvallen en aanrijding.
6. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 030779-084OMG/DA/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:
Artikel: 5.32.2.2 §2: In afwijking van artikel 5.32.2.2 §2 van VLAREM II wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek tussen 7.00 uur en 9.00 uur. [Dit is ook opgenomen als bijzondere voorwaarde (zie bespreking onder ‘aspect geluid – einduur’).]
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Afval
* Het is verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.
Bodem en grondwater
* Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement.
Geluid
* De exploitant is, voor de zalen vergund onder rubriek 32.1.1 van VLAREM II, verplicht om het geluidsniveau te meten tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek (artikel 5.32.2.2.bis §1 lid 3 van Vlarem II), tenzij er een geluidsbegrenzer wordt geplaatst. De exploitant moet minstens de parameter LAeq,15min meten en dit zichtbaar houden voor de geluidsverantwoordelijke.
* De exploitant is, voor de zalen vergund onder rubriek 32.1.2 van VLAREM II, verplicht om:
- het geluidsniveau te meten en te registreren tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek (artikel 5.32.2.2.bis §2 lid 3 van Vlarem II), tenzij er een geluidsbegrenzer wordt geplaatst. De exploitant moet de parameters LAeq,60min en LAeq,15min continu meten en LAeq,60min registreren. De parameter LAeq,15min moet zichtbaar zijn voor de geluidsverantwoordelijke.
- kosteloos gehoorbescherming voor eenmalig gebruik ter beschikking te stellen aan alle bezoekers en een geluidsplan op te maken (cfr. artikel 5.32.2.2.bis §2 lid 4 van Vlarem II).
*De exploitant informeert de bezoekers en de persoon die hij heeft aangesteld, over het maximaal toegestane geluidsniveau. Daarvoor wordt het maximaal toegestane geluidsniveau, weergegeven als LAeq,60min en/of LAeq,15min, op een duidelijk zichtbare plaats geafficheerd, zowel ter hoogte van de toegang tot de muziekactiviteit als ter hoogte van de mengtafel.
Erfgoed
* Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg wijst er wel op dat heel wat werken aan of in een beschermd monument toelatingsplichtig zijn. Zelfs voor wijzigingen die niet onderhevig zijn aan een omgevingsvergunning is mogelijks een toelating noodzakelijk (bv het maken van doorbrekingen in functie van technieken). Een toelating wordt aangevraagd via het E-loket: Werken monument | Eigenaars | Onroerend Erfgoed.
Veiligheid
* Het is aangewezen dat de deur van de uitbating maximaal gesloten blijft om de geluidshinder te beperken, alsook is het aangewezen om toezicht/ bewaking te voorzien bij evenementen, zodoende er in het geval van verstoring openbare orde of vechtpartijen onmiddellijk tussenbeide kan gekomen worden om de openbare rust en veiligheid te laten terugkeren.