Terug
Gepubliceerd op 23/08/2024

2024_CBS_08060 - OMV_2024061158 - aanvraag omgevingsvergunning voor het hernieuwen en veranderen van een tijdelijke bemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel - zonder openbaar onderzoek - Houtbriel, Nieuwpoort, Oude Schaapmarkt, Sint-Jansdreef en Volmolenstraat, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 22/08/2024 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 22/08/2024 - 08:58
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_08060 - OMV_2024061158 - aanvraag omgevingsvergunning voor het hernieuwen en veranderen van een tijdelijke bemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel - zonder openbaar onderzoek - Houtbriel, Nieuwpoort, Oude Schaapmarkt, Sint-Jansdreef en Volmolenstraat, 9000 Gent - Vergunning 2024_CBS_08060 - OMV_2024061158 - aanvraag omgevingsvergunning voor het hernieuwen en veranderen van een tijdelijke bemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel - zonder openbaar onderzoek - Houtbriel, Nieuwpoort, Oude Schaapmarkt, Sint-Jansdreef en Volmolenstraat, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

AQUAFIN NV met als contactadres Kontichsesteenweg 38A, 2630 Aartselaar heeft een aanvraag (OMV_2024061158) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 16 mei 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het hernieuwen en veranderen van een tijdelijke bemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel

• Adres: Houtbriel , Nieuwpoort , Oude Schaapmarkt , Sint-Jansdreef  en Volmolenstraat , 9000 Gent

Kadastrale gegevens:

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 4 juli 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 6 augustus 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het betreft het hernieuwen en veranderen van een tijdelijke bemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Voor de voorziene lozingspunten werden reeds verhoogde lozingsnormen aangevraagd voor arseen, lood, kwik, minerale olie, vinylchloride en cis+trans-1,2-dichlooretheen. Deze werden gegund, al dan niet ingeperkt (bv. voor vinylchloride en cis+trans-1,2-dichlooretheen), behalve voor kwik (niet gegund: enkel rapportagegrens toegestaan). | klasse 2 | Verandering

0 m³/uur

53.2.2°b)2°

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | De gevraagde hoeveelheid voor het totale volume blijft ongewijzigd. Echter wordt een langere duurtijd aangevraagd, van in totaal 649 dagen (rekening houdend met 22/03/2024 als startdatum van de bemaling en de uiterste einddatum van de bemalingswerken eind 2025). Deze langere duurtijd is nodig omdat de bemalingsfasen niet aansluitend zijn, maar er pauzes tussen ingelasd worden (om bv. de bovenbouw van de weg aan te leggen). | klasse 2 | Verandering

0 m³/jaar

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

3.6.3.2° | Deze rubriek blijft ongewijzigd. | 50 m³/uur

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

53.1 | boren van grondwaterwinningsputten en/of grondwaterwinning voor het uitvoeren van proefpompingen

gedurende minder dan drie maanden | Deze rubriek betreft het uitvoeren van twee bemalings- en zettingsproeven (BZP1 en BZP2) voorafgaand aan de eigenlijke bemalingswerken om de werkelijke zettingen te kunnen bepalen. Er wordt rekening gehouden met een maximaal debiet van 50 m³/u gedurende een periode van 30 dagen per proef. In realiteit zal het debiet per proef vermoedelijk lager liggen dan 50 m³/u. | 72000 m³

 

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
 

De exploitant vraagt een bijstelling aan op bijlage 4.2.5.1 artikel 4.2.5.1.1 §1 - controle-inrichting voor lozingen van afvalwaters. Aangezien het een tijdelijke bemaling en tijdelijke lozing betreft wordt er geen meetgoot en speciale meetapparatuur geplaatst, enkel een staalnamekraan voorzien, de debietmeter die geplaatst wordt is conform Vlarem II artikel 5.53.3.2. §12 (meetinrichting tijdelijke bemaling). 

 

De exploitant vraagt een afwijking op bijlage 4.2.5.2. artikel 4.2.5.2.1 §2 - Controle en beoordeling van de meetresultaten op lozingen van bedrijfsafvalwater en koelwater. De staalname van het bemalingswater gedurende de bemaling zal uitgevoerd worden door middel van staalnamekraantje op collector.

Er wordt voorgesteld om een staalnamekraantje en debietsmeter te voorzien.

2.       HISTORIEK

De volgende relevante voorgaande vergunningen zijn gekend voor het betrokken goed.

 

Omgevingsvergunningen

* Op 03/11/2022 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning gedeeltelijk voorwaardelijk afgeleverd voor het exploiteren van een bemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel in de cluster nieuwpoort te gent. (OMV_2021143319)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 12 juli 2024: zie bespreking bij aspect ‘afvalwater’.

Gunstig advies van VMM (W) Afdeling Operationeel Waterbeheer (milieu) afgeleverd op 2 augustus 2024: zie bespreking bij aspect ‘bodem en grondwater’.

 

Geen advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 4 juli 2024:
Brandweer geeft geen advies voor bemaling

 

Geen advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 31 juli 2024:
Gezien de aard van de aanvraag kan in alle redelijkheid verwacht worden dat er geen significante effecten op het watersysteem zullen optreden. De aanvraag is verenigbaar met de doelstellingen en beginselen van het ‘Decreet Integraal Waterbeleid’. Er wordt door de aangevraagde werken evenmin een impact op het beheer en/of de exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv verwacht.


Geen tijdig advies van Onroerend Erfgoed. De adviesvraag is verstuurd op 4 juli 2024. Op 2 augustus 2024 is nog géén advies ontvangen. Omdat de decretaal omschreven adviestermijn verstreken is, kan aan de adviesvereiste voorbij gegaan worden.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

 

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'STEDELIJK WONEN' (Definitieve vaststelling door de Gemeenteraad op 27 juni 2017). De locatie is volgens dit RUP gelegen in stedelijk woongebied.
 

De voorgestelde inrichting of activiteiten zijn in overeenstemming met de voorgeschreven planologische bestemming en de stedenbouwkundige voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.       WATERPARAGRAAF

 

1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

 

2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

De bemaling betreft een ingedeelde activiteit. De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De bemaling moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verdroging zal voorkomen worden.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Conform het advies van De Vlaamse Waterweg kan gezien de aard van de aanvraag in alle redelijkheid verwacht worden dat er geen significante effecten op het watersysteem zullen optreden. De aanvraag is verenigbaar met de doelstellingen en beginselen van het ‘Decreet Integraal Waterbeleid’. Er wordt door de aangevraagde werken evenmin een impact op het beheer en/of de exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv verwacht.

 

Overstromingen

Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

De lozing van het bemalingswater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater/bodem en grondwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

 

7.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
 

8.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde omgevingsvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.

 

Aspect Stadsarcheologie en Monumentenzorg
Juridische context

Het projectgebied bevindt zich binnen een op het gewestplan ingekleurd woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. Binnen deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden gegrond op de wenselijkheid van behoud.

 

Een deel van het projectgebied bevindt zich binnen de contour van het beschermd stadsgezicht ‘Houtbriel, Gildestraat, Zilverenberg, Kalvermarkt en Tussen ’t Pas’, beschermd bij besluit van 16/06/1978.

 

Erfgoedevaluatie

Het stadsgezicht is beschermd omwille van het algemeen belang, gevormd door de sociaal-culturele waarde. Het omvat de Kalvermarkt en een deel van de Houtbriel, Zilverenberg, Gildestraat en Tussen ’t Pas. Centraal ligt de driehoekige Kalvermarkt. De voornaamste gebouwen binnen het stadsgezicht zijn het klooster van de zwarte zusters en het Sint-Lievenscollege. Verder wordt het stadsgezicht voornamelijk gekenmerkt door burgerhuizen.

 

Beoordeling

De aanvraag betreft een bemaling, waarbij geen stedenbouwkundig vergunningsplichtige handelingen worden aangevraagd. Wel vallen deze handelingen mogelijks onder de onroerenderfgoedwetgeving en zijn ze toelatingsplichtig: https://www.onroerenderfgoed.be/werken-een-beschermd-stads-dorpsgezicht

 

Volgende voorwaarden worden opgenomen als bijzondere voorwaarde:
De Dienst Monumentenzorg en Stadarcheologie Gent benadrukt dat in een beschermd stadsgezicht de onroerenderfgoedwetgeving van toepassing is. Bepaalde werken moeten worden gemeld aan het stadsbestuur: https://codex.vlaanderen.be/Zoeken/Document.aspx?DID=1024695&param=inhoud&AID=1188861 

Specifiek wordt voor deze aanvraag gedacht aan:

Voor de volgende handelingen aan of in beschermde stads- en dorpsgezichten geldt de procedure van artikel 6.3.12 van dit besluit:

4° het uitvoeren van de volgende omgevingswerken:

a) het plaatsen of wijzigen van bovengrondse nutsvoorzieningen en leidingen;

c) het aanleggen, wijzigen of verwijderen van wegen en paden;

e) het aanleggen of wijzigen van verharding met een minimale gezamenlijke grondoppervlakte van 30 m² of het uitbreiden van bestaande verhardingen met minimaal 30 m², met uitzondering van verhardingen geplaatst binnen een straal van 30 meter rond een vergund of een vergund geacht gebouw;

f) het plaatsen of wijzigen van straatmeubilair, met uitzondering van niet-aard- en niet-nagelvaste elementen en verkeersborden vermeld in artikel 65 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

g) het aanleggen van sport- en spelinfrastructuur of parkeerplaatsen;

5° de aanmerkelijke reliëfwijziging van de bodem;

Zelfs de wijzigingen die niet onderhevig zijn aan een omgevingsvergunning, dienen te worden gemeld met het formulier voor werken aan een niet-als monument beschermde constructie in een beschermd stadsgezicht. Voor meer informatie zie: https://www.gent.be/wonen-verbouwen/producten/melding-werken-aan-niet-beschermde-constructie-een-beschermd-stads-dorpsgezicht.

 

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
 

Aspect afvalwater

Situatieschets

Voorliggende aanvraag betreft een verlengingsaanvraag van een tijdelijke bemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel in de Nieuwpoort wijk te Gent.

 

De bemaling werd initieel vergund onder de OMV referentie 2021143319 en is reeds van start gegaan op 12/10/2023. De bemaling werd oorspronkelijk bestudeerd in een bemalingsstudie met referentie '2021 07 12- RHON_IWEV-AGT3420-Rapport-v2'.

 

Voorafgaand aan de opstart van de eigenlijke bemaling werden twee nieuwe en uitgebreide bemalings- en zettingsproeven uitgevoerd. De eerste proef werd uitgevoerd in de Volmolenstraat (fase 1) tussen 09/10/2023 en 21/12/2023. Het totaal waterbezwaar bedroeg 6.490 m³, wat neerkomt op een gemiddeld debiet van 6,7 m³/u. De tweede proef werd uitgevoerd in de Nieuwpoort tussen 21/03/2024 en 15/04/2024. Hierbij werd een totaal volume bemalingswater opgepompt van 3.247 m³, wat neerkomt op een debiet van 8,4 m³/u. Uit deze proeven is gebleken dat de werkelijk optredende zettingen relatief beperkt bleven en veel lager liggen dan de theoretisch berekende zettingen uit de bemalingsstudie. De eigenlijke bemalingswerken werden dan ook gestart zonder plaatsing van een groutwand op 22/03/2024 (fase 1). Het debiet bedraagt momenteel ca. 4 m³/u.

 

Zowel tijdens de bemalings- en zettingsproeven als bij de opstart van de eerste bemalingsfase werden staalnames en - analyses uitgevoerd van het bemalingswater. Er werden overschrijdingen gemeten van de geldende/vergunde normen voor xyleen, vinylchloride en kwik. Voor vinylchloride werd een verhoogde lozingsnorm toegekend via de vergunning. In deze aanvraag tot verandering wordt nu ook voor xyleen een verhoogde lozingsnorm aangevraagd.

Omwille van mogelijk verhoogde concentraties gevaarlijke parameters in het bemalingswater worden ook rubrieken 3.4 (lozing van bemalingswater met verhoogde parameters d.m.v. verhoogde lozingsnormen) en 3.6 (toepassing van een grondwaterzuiveringsinstallatie) aangevraagd. Er wordt geen hoger debiet aangevraagd, louter een verlenging. In de initiële aanvraag werd uitgegaan van een tijdelijke inrichting die maximaal 1 jaar zou duren. Echter zal de uiterste datum van de bemalingswerken eind 2025 zijn. Er zal naar gestreefd worden de bemalingswerken af te ronden tegen 12/10/2025.

 

Het bedrijf vraagt voor het lozen van bedrijfsafvalwater volgende rubrieken aan:

- 3.4.2 het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet één of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit, met een debiet van meer dan 2 m³/h tot en met 100 m3 /h.

- 3.6.3.2 afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijbehorende slibproductie: voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van dit besluit, met uitzondering van de in rubriek 3.6.5 ingedeelde inrichtingen, met een effluent van meer dan 5 m³/h tot en met 50 m³/h.

 

Lozingssituatie

Er worden 11 verschillende lozingspunten voorzien. Deze lozingspunten zijn identiek aan de lozingspunten opgenomen in de oorspronkelijke aanvraag.

 

Lozingspunten 1 t.e.m. 8 betreffen lozingspunten waarbij geloosd kan worden in de regenwaterafvoer van de nieuw aangelegde delen (bv. bij bemaling van fase 2 kan reeds in de nieuw aangelegde riolering van fase 1 geloosd worden).

Lozingspunten 9 t.e.m. 11 betreffen lozingspunten waarbij geloosd kan worden in respectievelijk Vertakking De Pauw, de Nederschelde en de Leie. Deze lozingspunten zullen vermoedelijk echter niet gebruikt moeten worden.

 

Bedrijfsafvalwater

Het bedrijf is momenteel vergund voor het lozen van 50 m³/uur – 1200 m³/dag - 154000 m³/jaar bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen, al dan niet via een wzi, via 11 lozingspunten in oppervlaktewater. (Rubriek 3.4.2 en Rubriek 3.6.3.2)

 

Debiet

Er worden geen wijzigingen aangevraagd van het lozingsdebiet.

 

Het gesimuleerde maximale debiet bedraagt ca. 50 m³/u (gesimuleerde maximale initiële debiet voor fasen 1 en 2). Het werkelijk te lozen debiet zal echter afhangen van de pompcapaciteit en zal waarschijnlijk lager liggen, zoals ook gebleken is uit de bemalings- en zettingsproeven en de bemaling van de eerste fase. Toch worden de oorspronkelijk aangevraagde debieten behouden zodat in geval van onverwacht hogere debieten bij andere fasen, de bemaling niet moet worden stilgelegd. Bovendien zal voor de latere fasen vermoedelijk met langere bemalingsstrengen gewerkt worden, waardoor het debiet hoger kan zijn dan de debieten die momenteel opgepompt worden (ca. 4 m³/u).

 

Lozingsnormen

Volgende lozingsnormen zijn van toepassing:

- Algemene en sectorale 61 ’overige bedrijvigheden’ lozingsvoorwaarden voor lozing in oppervlaktewater

- As: 50 µg/l

- Pb: 500 µg/l

- Hg: RG, momenteel 0,15 µg/l

- Minerale olie: 500 µg/l

- Vinylchloride: 1 µg/l

- Cis + trans-1,2-dichlooretheen: 50 µg/l

 

Het bedrijf vraagt volgende bijkomende lozingsnorm aan:

- Xyleen: 12 µg/l

 

Uit de initiële screening van bij OVAM gekende dossiers rondom het te bemalen traject, werd reeds geconcludeerd dat er voor verschillende parameters verhoogde concentraties zouden kunnen voorkomen in het bemalingswater (arseen, lood, minerale olie, vinylchloride en cis+trans-1,2-dichlooretheen). Bij het uitvoeren van een eerdere bemalings- en zettingsproef, werden bovendien verhoogde concentraties kwik gemeten in het bemalingswater. Er werden daarom verhoogde lozingsnormen aangevraagd in de oorspronkelijke vergunningsaanvraag. Deze werden gedeeltelijk gegund (bv. niet voor kwik en maar beperkt voor cis+trans-1,2- dichlooretheen en vinylchloride).

 

In deze verlengingsaanvraag worden voor dezelfde parameters verhoogde lozingsnormen aangevraagd. Er werd echter rekening gehouden met de beperkte concentraties die mogen geloosd worden voor kwik, cis+trans-1,2- dichlooretheen en vinylchloride. Bovendien is nu bij de recente bemalings- en zettingsproeven gebleken dat er verhoogde concentraties xyleen werden opgepompt. Voor deze parameter wordt dan ook bijkomstig een verhoogde lozingsnorm aangevraagd. In het dossier werden geen analyseresultaten toegevoegd met de verhoogde concentratie voor xyleen.

Per mail d.d. 12-07-2024 van het bedrijf aan de VMM werd de verhoogde concentratie xyleen aangetoond a.d.h.v. analyseresultaten.

 

De VMM gaat niet akkoord met de gevraagde lozingsnorm.

Xyleen dient beperkt te worden conform BSN:

- Xyleen: 10 µg/l

 

Waterzuivering

Bij opstart van elke nieuwe bemalingsfase wordt en zal steeds een staalanalyse uitgevoerd worden. Als de gemeten concentraties hoger zijn dan de aangevraagde lozingsnormen, dan zal het water gezuiverd worden via een grondwaterzuiveringsinstallatie voor lozing. Momenteel wordt er bij de bemaling van fase 1 bv. te veel vinylchloride gemeten en wordt het bemalingswater gezuiverd voor lozing.

 

De grondwaterzuiveringsinstallaties staan indicatief aangeduid op de liggingsplannen ('GWZI'), doch de exacte posities kunnen pas bepaald worden bij uitvoering van elke bemalingsfase in overleg met de betrokken aannemers.

 

In het dossier werd een analyseresultaat toegevoegd die aantoont dat vinylchloride in overschrijding is. Maar er werd geen analyseresultaten toegevoegd van het effluent van de wzi.

Per mail d.d. 12-07-2024 van het bedrijf aan de VMM werd aangetoond dat het gezuiverde bemalingswater voldoet aan de vergunde lozingsvoorwaarden. Er werd een actief koolfilter geplaatst.

 

De waterzuivering dient conform BBT ‘Bodemsanering’ uitgevoerd te worden.

 

Controle-Inrichting

Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit en kwantiteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem II.

 

Het bedrijf vraagt volgende afwijking aan op art. 4.2.5.1.1§1 en § 2 van Vlarem II. En motiveert dit als volgt:

Aangezien het een tijdelijke bemaling en tijdelijke lozing betreft wordt er geen meetgoot en speciale meetapparatuur geplaatst, enkel een staalnamekraan voorzien, de debietmeter die geplaatst wordt is conform Vlarem II artikel 5.53.3.2. §12 (meetinrichting tijdelijke bemaling). De staalname van het bemalingswater gedurende de bemaling zal uitgevoerd worden door middel van staalnamekraantje op collector.

 

In het dossier werd verkeerdelijk een afwijking op 4.2.5.2.1§2 gevraagd zoals ook in de vorige aanvraag. Maar het moet zijn, afwijking op artikel 4.2.5.1.1§2, zoals hierboven al gecorrigeerd is. Dit werd per mail d.d. 27- 09-2022 bevestigd, zie vorige aanvraag.

Volgende bijkomende informatie werd ook overgemaakt:

Met een staalnamekraantje op collector wordt bedoelt een soort kraantje dat voorzien wordt op de collectorleiding waarin het bemalingswater uit de bemalingsfilters samenkomt. De installatie wordt geactiveerd en na ca. 30 minuten pompen en lozen op de gemengde riolering wordt dan een staal genomen via dit staalnamekraantje. Gedurende de periode dat het staal geanalyseerd wordt, wordt de bemaling stilgelegd. Als uit de analyseresultaten blijkt dat het staal geen concentraties boven de verhoogde lozingsnormen bevat, dan wordt de bemaling opnieuw opgestart met lozing in RWA of op de waterloop en starten de werken. Als wel te hoge concentraties gemeten worden, dan wordt een grondwaterzuiveringsinstallatie voorzien.

 

De VMM gaat hiermee akkoord.

 

Monitoring

Het bedrijf dient, conform artikel 4.2.5.3.1 Vlarem II, minstens jaarlijks een analyse op het effluent van de bemaling uit te voeren.

 

Voor de vergunde lozingsparameters dient een monitoring uitgevoerd te worden (bij opstart en elke nieuwe bemalingsfase en minstens wekelijks).

 

Conform het advies van de VMM-Adviseren Afvalwater wordt deels ongunstig/gunstig geadviseerd voor het lozen van 50 m³/uur – 1200 m³/dag – 154000 m³/jaar bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen, al dan niet via een wzi, op oppervlaktewater via 11 lozingspunten mits het naleven van de algemene en sectorale lozingsvoorwaarden 61 ‘overige bedrijvigheden voor lozing van bedrijfsafvalwater tot eind 2025. (Rubriek 3.4.2 en Rubriek 3.6.3.2):

- Ongunstig: xyleen: 12 µg/l

- Gunstig: xyleen: 10 µg/

 

Volgende voorwaarden zijn van toepassing en worden opgenomen als bijzondere voorwaarden:

- As: 50 µg/l

- Pb: 500 µg/l

- Hg: RG, momenteel 0,15 µg/l

- Minerale olie: 500 µg/l

- Vinylchloride: 1 µg/l

- Cis + trans-1,2-dichlooretheen: 50 µg/l

- Xyleen: 10 µg/l

- De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II.

- Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53. gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.

- Het bedrijf dient, conform artikel 4.2.5.3.1 Vlarem II, minstens jaarlijks een analyse op het effluent van de bemaling uit te voeren.

- Monitoring: voor de vergunde lozingsparameters dient een monitoring uitgevoerd te worden (bij opstart en elke nieuwe bemalingsfase minstens wekelijks) .

- De waterzuivering dient conform BBT ‘Bodemsanering’ uitgevoerd te worden.

 

Aspect bodem en grondwater

De bronbemaling moet voldoen aan onderafdeling 5.53.6.1 van Vlarem II en uitgevoerd worden volgens de richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu (VMM, 2019).

 

Het aangevraagde debiet van de bemaling bedraagt max. 154 000 m³/jaar en max. 1200 m³/dag. De ingeschatte duurtijd van de bemaling bedraagt 730 dagen (tot uiterlijk eind 2025). De verlaging van het grondwaterpeil bedraagt max. 5,47 m-mv. Rubriek 53.2.2b)2° (klasse 2) is van toepassing.

 

Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

-  het merk en serienummer

-  het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.

Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

De grondwaterbemaling heeft plaats in overstromingsgebied volgens de watertoetskaarten. Er moet te allen tijde gemonitord worden of de bemalingswerken geen (bijkomende) wateroverlast veroorzaken. Indien noodzakelijk dienen de nodige maatregelen genomen te worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen). Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.

 

Hydrogeologie

Er werden sonderingen, boringen uitgevoerd en peilbuizen geplaats. Van 3 peilbuizen in het projectgebied is een meetreeks beschikbaar.

 

De grondopbouw in de projectzone wordt op basis van de gegevens als volgt ingeschat: een geroerde toplaag van ca. 1,70 m dik die bestaat uit alluviale afzettingen en zand. Daaronder bevindt zich een laag van alluviale afzettingen (L2) die bestaat uit klei en veen en die zeer variabel is in dikte. Dicht bij de Leie is deze laag tot 7 m dik, verder van de Leie is ze slechts ca. 1,40 m dik. Onder deze slecht doorlatende laag bevindt zich een laag quartair zand (L3) met een vrij goede doorlatendheid. Deze laag reikt tot ca. -10,00 mTAW. Daaronder bevindt zich zand van het tertiaire Lid van Vlierzele (L4).

 

Bemalingsconcept

De bemaling werd ontworpen als een traditionele vacuümbemaling met verticale filters, aangezet tot ca. 10 m onder maaiveld. De bemaling zal uitgevoerd worden in 5 fasen (fasen 1 t.e.m. 5), waarvan de eerste fase momenteel actief is. Er zal bemaald worden in het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem (HCOV 0600) en het grondwaterlichaam CVS_0600_GWL_1. Dit is een freatische watervoerende laag.

 

De invloedstraal werd berekend (numeriek, Modflow) voor elk van de 5 fases. De totale invloedstraal zal ca. 650 m bedragen.

 

Zettingen

Voorafgaand aan de start van de werken werden twee bemalings- en zettingsproeven uitgevoerd. Er werd een proef uitgevoerd ter hoogte van de Volmolenstraat (ter hoogte van fase 1) en een proef ter hoogte van de Nieuwpoort (ter hoogte van fase 2). Bij de eerste proef werd een absolute zetting van maximaal 8 mm opgemeten. Bij de tweede proef werd een absolute zetting van maximaal 3 mm opgemeten. Men stelt dat tijdens de bemaling er eveneens wekelijkse zettingsmonitoring zal gebeuren. Dit wordt ook opgenomen in de bijzondere voorwaarden.

 

Verontreiniging

De decretale bodemonderzoeken binnen de invloedstraal van de bemaling werden gescreend. De bemaling heeft geen onaanvaardbare verspreiding van gekende grondwaterverontreiniging in de omgeving tot gevolg. Er zijn geen maatregelen ter voorkoming van de verspreiding vereist.

 

De bemaling is niet gelegen in een PFAS no-regret zone.

 

Verdroging

De berekende invloedstraal van de bemaling reikt niet tot een habitat- of vogelrichtlijngebied, VEN en IVON gebieden.

 

Bemalingscascade

In de aanvraag wordt aangegeven dat er getracht zal worden het bemalingswater maximaal te lozen in de nieuw aangelegde regenwaterafvoer.

 

Termijn

De vergunning wordt gevraagd tot eind 2025, de ingeschatte duurtijd bedraagt 730 dagen vanaf de start van de bemaling. VMM kan akkoord gaan met een termijn tot en met 31/12/2025.

 

Conform het advies van de VMM bevoegd voor grondwateradvisering wordt gunstig geadviseerd voor de bemaling (rubriek 53.2.2.b)2°) voor uitbreiding van de termijn tot en met 31/12/2025. Het reeds vergund jaardebiet van max. 154 000 m³/jaar, en dagdebiet van max. 1 200 m³/dag blijft behouden. Er wordt bemaald met filters in het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem (HCOV 0600) en het grondwaterlichaam CVS_0600_GWL_1 en een verlaging tot max. 5,47 m-mv voor een project gelegen aan te Nieuwpoort en omliggende straten te Gent, mits naleving van de algemene en de sectorale voorwaarden van titel II van het VLAREM en onderstaande bijzondere voorwaarden:

 

- De stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer (OMV_ 2024061158).

- In de periode dat de bemaling in een traject actief is, wordt er een referentiepunt (bijv. het dorpelpeil) van de meest kritische zettingsgevoelige constructie van derden ingemeten nabij elk actief traject. De monitoring gebeurt minstens met volgende frequentie:

Voor het opstarten van de bemaling: 1 zettingsmeting (nulmeting).

Week 1 na opstarten bemaling: vijfmaal per week een zettingsmeting.

Vanaf week 2: 1 keer per week een zettingsmeting.

Indien er een absolute zetting van 15 mm of meer gemeten wordt ter hoogte van een zettingsgevoelige constructie wordt de bemaling bijgestuurd. Vanaf 20 mm wordt ze stilgelegd. Er dient technisch een terugvalscenario voorzien te worden dat dit mogelijk maakt. De metingen op de zettingen mogen stopgezet worden van zodra deze niet meer wijzigen.

 

Geluid

Bij gebruik van een pomp moeten alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Verkeershinder

Verkeershinder is mogelijk tijdens de bemalingswerken. Eventueel kunnen ook een aantal nutsleidingen worden omgelegd gedurende de civieltechnische werken. Tijdens de periode van de bemaling dient de openbare weg steeds toegankelijk te zijn. Een plaatsbeschrijving dient te worden opgemaakt van de huidige toestand van het voetpad. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers. Deze voorwaarden worden als bijzondere voorwaarden opgenomen.

 

Aspect fauna en flora

Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

De bemaling wordt bij voorkeur uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 maart. Dit wordt als opmerking openomen.

 

CONCLUSIE

 

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Voor de voorziene lozingspunten werden reeds verhoogde lozingsnormen aangevraagd voor arseen, lood, kwik, minerale olie, vinylchloride en cis+trans-1,2-dichlooretheen. Deze werden gegund, al dan niet ingeperkt (bv. voor vinylchloride en cis+trans-1,2-dichlooretheen), behalve voor kwik (niet gegund: enkel rapportagegrens toegestaan). | Verandering

0 m³/uur

53.2.2°b)2°

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | De gevraagde hoeveelheid voor het totale volume blijft ongewijzigd. Echter wordt een langere duurtijd aangevraagd, van in totaal 649 dagen (rekening houdend met 22/03/2024 als startdatum van de bemaling en de uiterste einddatum van de bemalingswerken eind 2025). Deze langere duurtijd is nodig omdat de bemalingsfasen niet aansluitend zijn, maar er pauzes tussen ingelasd worden (om bv. de bovenbouw van de weg aan te leggen). | Verandering

0 m³/jaar

 

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20210908-0058) is:

 

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | lozen van 50 m³/uur – 1200 m³/dag – 154000 m³/jaar bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen, al dan niet via een wzi, op oppervlaktewater via 11 lozingspunten| klasse 2

50 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria  andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | het plaatsen van een afvalwaterzuiveringsinstallatie om het bemalingswater indien nodig te kunnen zuiveren voor lozing. Het lozen van 50 m³/uur  bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen, via een wzi, op oppervlaktewater via 11 lozingspunten | vlarebo : A | klasse 2

50 m³/uur

53.2.2°b)2°

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | bemaling van max. 154 000 m³/jaar en dagdebiet van max. 1 200 m³/dag met filters in het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem (HCOV 0600) en het grondwaterlichaam CVS_0600_GWL_1 en een verlaging tot max. 5,47 m-mv| klasse 2

154000 m³/jaar

 

TERMIJN

De gevraagde vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit kan verleend worden voor een termijn tot en met 31 december 2025.

 

 

BIJSTELLING SECTORALE VOORWAARDEN

Artikel: 4.2.5.1.1.§1 en §2: GUNSTIG

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het hernieuwen en veranderen van een tijdelijke bemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel aan AQUAFIN nv (O.N.:0440691388) gelegen te Houtbriel , Nieuwpoort , Oude Schaapmarkt , Sint-Jansdreef  en Volmolenstraat , 9000 Gent.


De rubrieken voor de inrichting/activiteit Bemaling cluster Nieuwpoort met inrichtingsnummer 20210908-0058 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Voor de voorziene lozingspunten werden reeds verhoogde lozingsnormen aangevraagd voor arseen, lood, kwik, minerale olie, vinylchloride en cis+trans-1,2-dichlooretheen. Deze werden gegund, al dan niet ingeperkt (bv. voor vinylchloride en cis+trans-1,2-dichlooretheen), behalve voor kwik (niet gegund: enkel rapportagegrens toegestaan). | Verandering

0 m³/uur

53.2.2°b)2°

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | De gevraagde hoeveelheid voor het totale volume blijft ongewijzigd. Echter wordt een langere duurtijd aangevraagd, van in totaal 649 dagen (rekening houdend met 22/03/2024 als startdatum van de bemaling en de uiterste einddatum van de bemalingswerken eind 2025). Deze langere duurtijd is nodig omdat de bemalingsfasen niet aansluitend zijn, maar er pauzes tussen ingelast worden (om bv. de bovenbouw van de weg aan te leggen). | Verandering

0 m³/jaar

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20210908-0058) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | lozen van 50 m³/uur – 1200 m³/dag – 154000 m³/jaar bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen, al dan niet via een wzi, op oppervlaktewater via 11 lozingspunten | klasse 2

50 m³/uur

3.6.3.2°

afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria  andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | het plaatsen van een afvalwaterzuiveringsinstallatie om het bemalingswater indien nodig te kunnen zuiveren voor lozing. Het lozen van 50 m³/uur  bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen, via een wzi, op oppervlaktewater via 11 lozingspunten | vlarebo : A | klasse 2

50 m³/uur

53.2.2°b)2°

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | bemaling van max. 154 000 m³/jaar en dagdebiet van max. 1 200 m³/dag met filters in het Ledo Paniseliaan Brusseliaan Aquifersysteem (HCOV 0600) en het grondwaterlichaam CVS_0600_GWL_1 en een verlaging tot max. 5,47 m-mv | klasse 2

154000 m³/jaar


Artikel 2

Verleent de ingedeelde inrichting of activiteit voor een termijn tot en met 31 december 2025.


Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. De Dienst Monumentenzorg en Stadarcheologie Gent benadrukt dat in een beschermd stadsgezicht de onroerenderfgoedwetgeving van toepassing is. Bepaalde werken moeten worden gemeld aan het stadsbestuur: https://codex.vlaanderen.be/Zoeken/Document.aspx?DID=1024695&param=inhoud&AID=1188861 

Specifiek wordt voor deze aanvraag gedacht aan:

Voor de volgende handelingen aan of in beschermde stads- en dorpsgezichten geldt de procedure van artikel 6.3.12 van dit besluit:

4° het uitvoeren van de volgende omgevingswerken:

a) het plaatsen of wijzigen van bovengrondse nutsvoorzieningen en leidingen;

c) het aanleggen, wijzigen of verwijderen van wegen en paden;

e) het aanleggen of wijzigen van verharding met een minimale gezamenlijke grondoppervlakte van 30 m² of het uitbreiden van bestaande verhardingen met minimaal 30 m², met uitzondering van verhardingen geplaatst binnen een straal van 30 meter rond een vergund of een vergund geacht gebouw;

f) het plaatsen of wijzigen van straatmeubilair, met uitzondering van niet-aard- en niet-nagelvaste elementen en verkeersborden vermeld in artikel 65 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

g) het aanleggen van sport- en spelinfrastructuur of parkeerplaatsen;

5° de aanmerkelijke reliëfwijziging van de bodem;

Zelfs de wijzigingen die niet onderhevig zijn aan een omgevingsvergunning, dienen te worden gemeld met het formulier voor werken aan een niet-als monument beschermde constructie in een beschermd stadsgezicht. Voor meer informatie zie: https://www.gent.be/wonen-verbouwen/producten/melding-werken-aan-niet-beschermde-constructie-een-beschermd-stads-dorpsgezicht.

 

2. Volgende lozingsnormen zijn van toepassing:

- As: 50 µg/l

- Pb: 500 µg/l

- Hg: RG, momenteel 0,15 µg/l

- Minerale olie: 500 µg/l

- Vinylchloride: 1 µg/l

- Cis + trans-1,2-dichlooretheen: 50 µg/l

- Xyleen: 10 µg/l

 

3. De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II.

 

4. Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53. gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.

 

5. Het bedrijf dient, conform artikel 4.2.5.3.1 Vlarem II, minstens jaarlijks een analyse op het effluent van de bemaling uit te voeren.

 

6. Monitoring: voor de vergunde lozingsparameters dient een monitoring uitgevoerd te worden (bij opstart en elke nieuwe bemalingsfase minstens wekelijks).

 

7. De waterzuivering dient conform BBT ‘Bodemsanering’ uitgevoerd te worden.

 

8. Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

-  het merk en serienummer

-  het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.

 

9. De grondwaterbemaling heeft plaats in overstromingsgebied volgens de watertoetskaarten. Er moet te allen tijde gemonitord worden of de bemalingswerken geen (bijkomende) wateroverlast veroorzaken. Indien noodzakelijk dienen de nodige maatregelen genomen te worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen).

 

10. De stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via het mailadres grondwater.ovl@vmm.be met vermelding van het projectnummer (OMV_ 2024061158).

 

11. In de periode dat de bemaling in een traject actief is, wordt er een referentiepunt (bijv. het dorpelpeil) van de meest kritische zettingsgevoelige constructie van derden ingemeten nabij elk actief traject. De monitoring gebeurt minstens met volgende frequentie:

Voor het opstarten van de bemaling: 1 zettingsmeting (nulmeting).

Week 1 na opstarten bemaling: vijfmaal per week een zettingsmeting.

Vanaf week 2: 1 keer per week een zettingsmeting.

Indien er een absolute zetting van 15 mm of meer gemeten wordt ter hoogte van een zettingsgevoelige constructie wordt de bemaling bijgestuurd. Vanaf 20 mm wordt ze stilgelegd. Er dient technisch een terugvalscenario voorzien te worden dat dit mogelijk maakt. De metingen op de zettingen mogen stopgezet worden van zodra deze niet meer wijzigen.

 

12. Tijdens de periode van de bemaling dient de openbare weg steeds toegankelijk te zijn. Een plaatsbeschrijving dient te worden opgemaakt van de huidige toestand van het voetpad. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers.

 

13. Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert.

 

 

Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:

Artikel: 4.2.5.1.1.§1 en §2: GUNSTIG

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

1. Bij gebruik van een pomp moeten alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn.

2. De bemaling wordt bij voorkeur uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 maart.