Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
De heer Axel Dossche met als contactadres Molenhuisstraat 38, 9800 Deinze en De heer Henry Bostoen met als contactadres Brusselsesteenweg 119, 9090 Melle hebben een aanvraag (OMV_2023058962) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 22 februari 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het regulariseren van uitgevoerde werken van de goedgekeurde vergunning 2017/10039 dig voor het bouwen van een meergezinswoning en ondergrondse parkeergarage
• Adres: Meersstraat 138-138A en Raketstraat 1-9E, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 9 sectie I nr. 867A
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 7 augustus 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 1 oktober 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de omgeving en de plaats van het project
OMGEVING
Voorliggende aanvraag betreft de voormalige zgn. ‘Ghandosite’ en situeert zich ter hoogte van de Raketstraat en de Meersstraat, nabij het Sint-Pietersstation. Deze omgeving kenmerkt zich door rijwoningen, doorgaans opgebouwd uit 2 à 3 bouwlagen met een hellend dak. Aan de overzijde van de Meersstraat bevindt zich het Sint-Pietersinstituut.
PROGRAMMA
Op 6 juli 2017 verleende het college van burgemeester en schepenen voor deze site een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een meergezinswoning en een ondergrondse parkeergarage (2017/10039 Dig). In de vergunning werd het programma van het project als volgt beschreven: “Naar programma worden in totaal 63 appartementen gerealiseerd. Op het gelijkvloers zijn appartementen met tuinzone gecreëerd. 44% van de entiteiten op het gelijkvloers bestaan uit 3-slaapkamers en 38% van de entiteiten uit 2-slaapkamers. Daarboven is er een mix van 3-, 2- en 1-slaapkamerappartementen in het totale programma voorzien. De ratio tussen de 1-, 2- en 3-slaapkamerappartementen bedraagt respectievelijk 30%-41%-29%. Alle appartementen beschikken over een terras van minstens 10m² groot, behalve 7 1-slaapkamerappartementen.”
In de initiële vergunning werd verkeerdelijk aangegeven dat er 63 appartementen werden gerealiseerd. In totaal werden er slechts 60 appartementen aangevraagd, ingetekend en vergund. Op 11 maart 2021 werd evenwel een vergunning afgeleverd waarbij twee appartementen werden omgevormd tot praktijkruimtes. Het betreft een voormalig 3-slaapkamerappartement (nummer 1A blok A) en voormalig 1-slaapkamerappartment (nummer 9 blok D). Bijgevolg betreft het vergunde programma 58 appartementen waarvan vijftien 1-slaapkamerappartementen (25,90%), zessentwintig 2-slaapkamerappartementen (44,8%) en zeventien 3-slaapkamerappartementen (29,30%).
MORFOLOGIE
In de vergunning werd de morfologie van het project als volgt beschreven: “Het ontwerp gaat uit van de herbestemming van bestaande gebouwen en het optrekken van nieuwe bouwvolumes ter hoogte van de onbebouwde oppervlakte langs de straatzijde tot in totaal drie grote woonblokken. Deze bouwvolumes beslaan samen een footprint van 44% van de totale oppervlakte van het perceel. In de bestaande toestand besloeg de footprint 61% van het totale terrein. Een aantal bestaande bouwvolumes worden dus gesloopt zoals het bestaande volume achter de woning, Meersstraat 140 en de hoge bebouwing achter het terrein van Meersstraat 130 en Raketstraat 7.
Binnen voorliggende aanvraag wordt het eerste woonblok aangeduid als blok A (rood ingekleurd op het inplantingsplan). Het tweede woonblok wordt aangeduid als blok H aan de straatzijde (groen ingekleurd op het inplantingsplan) en blok C in het binnengebied (grijs ingekleurd op het inplantingsplan). Het derde woonblok wordt aangeduid als blok D aan de straatzijde (blauw ingekleurd op het inplantingsplan en blok E in het binnengebied (geel ingekleurd op het inplantingsplan. In de vergunning was blok H voorzien van een kelder met een netto vloeroppervlakte van 228,40m². Onder blok A was een kelder voorzien met een netto vloeroppervlakte van 102,93m². Tot slot was er onder het binnengebied (tussen blok E en C) en onder blok D een kelder met een netto vloeroppervlakte van 1208,31m².
MOBILITEIT
In de voorgaande vergunning (2017/10039 Dig) werden de mobiliteitsvoorzieningen als volgt beschreven: “De ontsluiting van het perceel is danig opgevat dat op- en afrit voor de ondergrondse parkeergarage zich via de Raketstraat situeren. De ondergrondse parkeergarage voorziet in 40 parkeerplaatsen in een dubbellaags-parkeersysteem. Op de site worden in totaal 187 fietsenstallingen, uitbreidbaar met een dubbellaags systeem op diverse plaatsen in het project voorzien. Deze stallingen zijn allemaal overdekt, behalve 10 bezoekersplaatsen, welke semi-overdekt zijn.”
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Voorliggende aanvraag betreft de regularisatie van enkele anders uitgevoerde werken aan de goedgekeurde vergunning:
PROGRAMMA
1/ Functiewijziging van praktijk naar wonen:
De praktijkruimte in blok D wordt opnieuw omgevormd tot een 1-slaapkamerappartement met een slaapkamer aan de straatzijde en een leefruimte met open keuken aan de achterzijde. Na deze functiewijziging beschikt het project opnieuw over 59 appartementen.
2/ Herindelen van de appartementen:
Na verbouwingswerken beschikt het project over 59 appartementen waarvan eenentwintig 1-slaapkamerappartmenten, tweeëntwintig 2-slaapkamerappartmenten en zestien 3-slaapkamerappartmenten. In blok D wordt er immers één 1-slaapkamerappartement toegevoegd. In blok C wordt één 3-slaapkamerappartement omgevormd tot een 2-slaapkamerappartement (3A/003). In blok D worden de drie 2-slaapkamerappartementen omgevormd tot 1-slaapkamerappartementen (9A/103, 9A/203 en 9A/403). In blok H worden twee 2-slaapkamerappartmenten omgevormd tot 1-slaapkamerappartmenten (138/002 en 138/101).
MORFOLOGIE
1/ Verbreding van de terrassen:
Bepaalde terrassen op de eerste en tweede verdiepingen worden langs beide zijden met 5cm verbreed. Het betreft vijf terrassen aan de gevelvlakken van blok C, zes terrassen aan het gevelvlak van Blok E en twee terrassen aan het achtergevelvlak van blok H. Het verbreden van de terrassen heeft geen impact op bestaande scheidingsmuren.
2/ Wijziging aan de dakrand van blok A:
De kroonlijsthoogte van het voorgevelvlak van blok A wordt opgetrokken met 18cm. Enkel het hogere deel van blok A palend aan Meersstraat 130 blijft behouden. De kroonlijsthoogte van de twee achtergevelvlakken van blok A gelegen tussen het pand Raketstraat 5 en het gevelvlak van blok C worden verlaagd met 38cm. Ten gevolge van de wijzigingen aan de kroonlijsthoogte van voor- en achtergevel wordt de scheidingsmuur met rechteraanpalende (Raketstraat 5) gewijzigd:
De overige scheidingsmuren met aanpalenden blijven ongewijzigd.
3/ Wijzigingen aan de kelder niveaus:
De kelderniveaus onder blok A en blok H worden volledig gesupprimeerd. Het kelderniveau onder blok D wordt uitgebreid van 1208,31m² tot 1477,51m². De kelder wordt daarbij uitgebreid in het binnengebied en reikt nagenoeg volledig onder blok C.
GEVEL EN DAKVLAKKEN
1/ Wijzigingen aan de gevelvlakken van blok A
Op het tweede verdiep wordt de teruggetrokken bouwlaag afgewerkt met plaatmateriaal (alucobond) in plaats van zink. In de voorgevel wordt de raamprofilering van de ramen op het eerste verdiep gewijzigd. In het achtergevelvlak van blok A (geveldeel gelegen tussen het pand Raketstraat 5 en het gevelvlak van blok C) worden de ramen gewijzigd:
In het achtergevelvlak van blok A gelegen tussen het pand Meersstraat 130 en het gevelvlak van blok C worden de ramen gewijzigd:
2/ Wijzigingen aan de gevelvlakken van blok D:
Het gelijkvloerse gevelvlak van blok D, gelegen langs de linkerzijde van de onderdoorgang, wordt afgewerkt in een houten bekleding in plaats van gevelmetselwerk. De dubbele toegangsdeur tot het afvallokaal wordt gewijzigd in één enkele bredere toegangsdeur in het hout. De toegangsdeur tot de HS cabine wordt deels verplaatst naar de linkerzijde en aan de onderzijde voorzien van een ventilatierooster. De ventilatieroosters uiterst rechts worden gesupprimeerd. De gevelopeningen in het voorgevelvlak op de verdiepingen worden gewijzigd:
De grote raamvlakken van de uiterst linkse travee in de voorgevel worden vervangen door twee raamvlakken bestaande uit een vast deel en een opengaand deel. De houten lamellen voorzien aan de raamvlakken in de achtergevel van de uiterst rechtse travee worden verwijderd. De ramen worden voorzien van een balustrade. De balustrades met verticale spijlen worden vervangen door glazen balustrades voor de vaste raamdelen.
3/ Wijzingen aan de gevelvlakken van blok E:
Aan het gevelvlak van blok E worden de ramen op de verdiepingen van de uiterst rechtse verbreed. De lamellen worden verwijderd en de ramen worden voorzien van een balustrade.
4/ Wijzigingen aan de gevelvlakken van blok H:
Op het groendak van blok H worden de dakkoepels verwijderd. De onderdoorgang in de voorgevel van blok H wordt aan de straatzijde beperkt verbreed met 5cm. De hoogte van de onderdoorgang aan de straatzijde wordt verlaagd met 14cm tot 5,42m. De gevelopeningen in het voorgevelvlak worden gewijzigd:
De balustrades met verticale spijlen worden vervangen door glazen balustrades voor de vaste raamdelen. Dit voor zowel de raamvlakken in de voorgevel als in de raamvlakken in de achtergevels.
5/ Wijzingen aan de gevelvlakken van blok C:
In blok C worden volgende wijzigingen aangebracht aan de gevelvlakken palend aan het binnengebied ingesloten door blok A,C en H:
In blok C worden volgende wijzigingen aangebracht aan de gevelvlakken palend aan het binnengebied ingesloten door blok A,C, D en E:
6/ Wijzigingen aan de materialisatie van de scheidingsmuren:
De achtergevel van blok H (scheidingsmuur met Meersstraat 140) wordt voorzien in gevelleien in plaats van in metselwerk. Het zichtbaar zijgevelvlak van blok E (tevens de scheidingsmuur met Raketstraat 11) wordt gedeeltelijk afgewerkt met crépi in een bruingrijze kleur. Het buitenschrijnwerk op de verdiepingen in het achtergevelvlak van blok E wordt gewijzigd. De ramen worden daarbij voorzien van een nieuwe profilering. Per raamvlak betreft het drie verticale vleugels in matte glaspartijen met bovenaan één vleugeldeel in klare beglazing.
INDELING
1/ Interne aanpassingswerken blok A:
Op de plannen van de laatst vergunde toestand werd een constructiefout ingetekend. De trappenkern K07 werd hier op het gelijkvloers ingetekend volledig binnen de derde travee (gerekend vanaf de onderdoorgang). Op het eerste verdiep verspringt de trap-en liftkern evenwel op de scheiding van de derde en vierde travee. Op basis van het grondplan kan je nooit boven komen op het punt zoals ingetekend op het eerste verdiep.
Met voorliggende aanvraag wordt deze intekeningsfout rechtgezet. De trappenkern wordt volledig voorzien binnen de derde travee en de liftkoker bevindt zich hiernaast (in de vierde travee). Dit wordt doorgetrokken tot op de verdiepingen. Dit heeft natuurlijk gevolgen op de configuratie en indeling van de omliggende ontwerpen:
In het blok worden de vloerpeilen tevens gewijzigd:
Tot slot worden nog enkele interne aanpassingswerken verricht:
2/ Interne aanpassingswerken blok D:
Op het eerste verdiep wordt de scheidingsmuur tussen de twee appartementen (9A/102 en 9A/103) grondig gewijzigd. Het appartement aan de achterzijde (9A/103) wordt in netto vloeroppervlakte verkleind van 73,98m² naar 55,95m². Het voormalige 2-slaapkamerappartement werd daarbij omgevormd naar een 1-slaapkamerappartment. Het appartement aan de straatzijde (PA/102) wordt in netto vloeroppervlakte vergroot van 34,19m² tot 52,21m². Het appartement blijft beschikken over één slaapkamer. Op het tweede verdiep en derde verdiep worden de twee appartementen (9A/202 en 9A/203, 9A/402 EN 9A/403) op identieke wijze omgevormd en heringericht.
3/ Interne aanpassingswerken blok E:
Er wordt een nieuwe vluchttrap vanuit de ondergrondse parkeergarage ingericht binnen de fietsenstalling aan blok E. Hierdoor wordt de fietsenstalling verkleind tot een fietsenstalling van 47,50m² en 47 fietsenstalplaatsen. Op de plaats van de voormalige vluchttrap wordt een nieuwe inkomhal ingericht en wordt tevens de duplex entiteit (9C) beperkt uitgebreid.
4/ Interne aanpassingswerken blok H:
In de laatst vergunde toestand bedraagt het niveauverschil tussen de straatzijde en het vloerpeil in de onderdoorgang aan de gemeenschappelijke toegangsdeur 5cm. In de nieuwe toestand bedraagt het niveauverschil 37cm hetgeen overbrugt wordt met een helling. Het gelijkvloerse vloerpeil wordt ten opzichte van de laatst vergunde toestand met 10cm opgehoogd. De inkomhal wordt heringedeeld. Er wordt een inkomsas ingericht en in de hal worden de elektrische tellers verwerkt. Het niveauverschil tussen het vloerpeil van het gelijkvloers en het vloerpeil voor de toegangsdeur werd in de laatst vergunde toestand opgevangen door een dorpel (met een niveauverschil van 2cm) en een interne helling van 6,25%. In de nieuwe gewenste toestand is het onduidelijk hoe het niveauverschil overbrugd wordt.
Het gelijkvloerse appartement (138/002) wordt intern heringedeeld van een 2-slaapkamerappartement naar een 1-slaapkamerappartement. De nettovloeroppervlakte blijft daarbij evenwel ongewijzigd. Op het eerste verdiep wordt het appartement (138/101) intern heringedeeld van een 2-slaapkamerappartement naar een 1-slaapkamerappartement. De nettovloeroppervlakte blijft daarbij ongewijzigd.
In de fietsenstalling van blok H worden vijf bijkomende fietsenstalplaatsen ingericht waardoor het totale aandeel aan fietsenstalplaatsen 53 bedraagt. Het gangpad tussen de fietsen wordt verkleind van 1,95m breed tot 1,80m breed.
5/ Interne aanpassingswerken blok C:
In blok C worden volgende interne aanpassingswerken uitgevoerd:
6/ Inrichting van de ondergrondse bouwlaag:
De uitbreiding van de kelderruimte situeert zich voornamelijk onder blok C en wordt ingericht met 40 bijkomende bergruimtes voor de woningen. Ten gevolge van het verplaatsen van de vluchttrap in blok E worden de tien bergruimtes eveneens heringericht. Verder wordt de fietsenstalling aan de straatzijde uitgebreid van 58 stalplaatsen naar 76 stalplaatsen. Er wordt tevens een nieuwe bijkomende fietsenstalling ingericht met 20 stalplaatsen. De fietsenstalling aan de achterzijde wordt gesupprimeerd ten voordele van nieuwe autostaanplaatsen. De autostaanplaatsen worden herschikt. Na aanpassingswerken beschikt de ondergrondse parkeergarage over 41 autostaanplaatsen waarvan drie plaatsen voor andersvaliden.
RIOLERING
De locaties van de septische putten wordt gewijzigd. Tevens worden er in de plaats van zes infiltratiekratten met een totale inhoud van 39.000 liter zeven infiltratieputten voorzien met een totale inhoud van 18.900 liter. De wadi’s worden elders aangelegd. De eerste wadi wordt in oppervlakte vergroot van 29m² tot 53m². De inhoudt wordt daarbij vergroot van 8.700 liter naar 9.900 liter. De tweede wadi wordt behouden qua oppervlakte (32m²) en inhoud (9.600 liter).
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen:
Omgevingsvergunningen:
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 2 september 2024 onder ref. 039123-004/LT/2024. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.
Samenvatting:
Voorliggende aanvraag betreft een regularisatieaanvraag van een aantal wijzigingen t.o.v. de eerdere vergunningen. Het hiernavolgend advies beperkt zich tot deze aangevraagde wijzigingen. De oorspronkelijke adviezen blijven integraal van toepassing:
Voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius afgeleverd op 20 augustus 2024 onder ref. 5000075835. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.
Samenvatting:
Geen advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:
“Elke meergezinswoning moet bestaan uit een mix van woningen (groottes en / of aantal slaapkamers).
Met dit voorschrift wil Gent vooral een mix realiseren in de meergezinswoningen, zodat een gevarieerd woonaanbod ontstaat voor de verschillende Gentse bevolkingsgroepen. Een mix in elk gebouw, ongeacht de grootte van dat gebouw, blijft nodig en is cruciaal om een mix op wijkniveau te realiseren. Enkel zo kunnen we in Gent levensloopbestendige wijken realiseren.
Een mix van woningen bereiken we door enerzijds te streven naar een gemiddelde netto vloeroppervlakte van de woningen van minimum 75m², en anderzijds door een variatie in groottes (oppervlaktes) en types (aantal slaapkamers).
Een gemiddelde minimum netto vloeroppervlakte van 75m² zorgt ervoor dat de woningen niet te klein zijn uitgevoerd en er een gezond evenwicht ontstaat tussen kleinere en grotere woningen. Uiteraard mag de gemiddelde netto vloeroppervlakte van de woningen ook hoger zijn dan 75m². Wat wel en niet meegerekend wordt in de netto vloeroppervlakte, vindt u terug in de definities.
In principe moet het gaan om een mix van 1-, 2-, 3- of meer-slaapkamerappartementen, en dit van verschillende groottes.
Richtlijnen:
> min. 25% grote (3 en meer-slaapkamerappartementen, met variërende grootte).
> max. 25% kleine (studio’s en 1-slaapkamerappartementen, met variërende grootte),
> de rest (circa 50%) in 2-slaapkamerappartementen
Deze mix kan ook op projectniveau gerealiseerd worden, voor zover dit bij de aanvraag tot omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen duidelijk gemotiveerd wordt. Door een mix te voorzien op gebouwniveau wordt ook een mix in bewonersprofiel en huishoudengrootte verkregen. Niet alleen het aantal slaapkamers, maar ook de netto vloeroppervlakte van de appartementen bepaalt mee de mix.”
Afwijking: In de laatst vergunde toestand beschikt het project over 58 appartementen waarvan vijftien 1-slaapkamerappartementen (25,90%), zessentwintig 2-slaapkamerappartementen (44,8%) en zeventien 3-slaapkamerappartementen (29,30%). De gemiddelde netto vloeroppervlakte bedraagt daarbij 85,60m². Er wordt bijgevolg voldaan aan de vooropgestelde mix.
Ten gevolge van voorliggende aanvraag wordt het project omgevormd tot een programma van 59 appartementen waarvan eenentwintig 1-slaapkamerappartmenten (35,60%), tweeëntwintig 2-slaapkamerappartmenten (37,30%) en zestien 3-slaapkamerappartmenten (27,10%). In blok D wordt er immers één 1-slaapkamerappartement toegevoegd. In blok C wordt één 3-slaapkamerappartement omgevormd tot een 2-slaapkamerappartement (3A/003). In blok D worden de drie 2-slaapkamerappartementen omgevormd tot 1-slaapkamerappartementen (9A/103, 9A/203 en 9A/403). In blok H worden twee 2-slaapkamerappartmenten omgevormd tot 1-slaapkamerappartmenten (138/002 en 138/101). Vanuit een zuivere lezing van het aantal slaapkamers wordt er niet langer voldaan aan de vooropgestelde mix. Er wordt immers een te groot aandeel aan 1-slaapkamerappartementen ingericht.
Een aantal appartementen werden zuiver intern heringedeeld waarbij het aantal kamers werd gereduceerd ten voordele van een grotere leefruimte. Deze interne aanpassingswerken zijn omkeerbaar waardoor deze entiteiten op termijn eenvoudig opnieuw omgevormd kunnen worden naar entiteiten met een groter aandeel aan slaapkamers waardoor de mix voldoende gegarandeerd blijft. Het betreft de interne aanpassingswerken aan het appartement in blok C (3A/003) en blok H (138/002 en 138/101). Bijgevolg kunnen deze appartementen in de toetsing aan bovenstaand voorschrift nog steeds beschouwd worden als een 3-slaapkamerapparement (3A/003) en twee 2-slaapkamerappartementen (138/002 en 138/101).
Er wordt vastgesteld dat dit niet het geval is voor de wijzigingen aan de appartementen in blok D (9A/103, 9A/203 en 9A/403). Deze appartementen werden in netto vloeroppervlakte verkleind en kunnen omwille van hun nieuwe oppervlakte en configuratie niet langer éénduidig omgevormd worden naar kwalitatieve 2-slaapkamerappartemten waarbij voldaan wordt aan de voorschriften van het algemeen bouwreglement. Één grote slaapkamer van ten minste 11m², een tweede slaapkamer van ten minste 7m², een leefruimte van ten minste 27m² en een berging van ten minste 3m² vereisen immers al een netto vloeroppervlakte van 48m² terwijl de appartementen slechts beschikken over een oppervlakte van 55,95m² waarbinnen tevens nog ruimte voor circulatie, toilet, badkamer(s) en muurdiktes moet voorzien worden. Ook de aanpalende 1-slaapkamerappartementen aan de straatzijde die in netto vloeroppervlakte worden vergroot kunnen omwille van hun configuratie niet éénduidig worden omgevormd naar kwalitatieve 2-slaapkamerappartementen waarbij voldaan wordt aan de voorschriften van het algemeen bouwregelement. De appartementen zullen bijgevolg blijvend in gebruik genomen worden als 1-slaapkamerappartementen. Bijgevolg dienen deze appartementen in de toetsing aan bovenstaand voorschrift wel degelijk beschouwd te worden als 1-slaapkamerappartementen.
Bovenstaande in acht genomen beschikt het pand na aanpassingswerken over 59 appartementen waarvan negentien 1-slaapkamerappartementen (32,20%), drieëntwintig 2-slaapkamerappartementen (39%) en zeventien 3-slaapkamerappartementen (28,81%). De gemiddelde netto vloeroppervlakte bedraagt 83,70m². Er wordt een te groot aandeel aan 1-slaapkamerappartementen voorzien waardoor er niet voldaan wordt aan vooropgestelde mix.
Toetsing: Afwijking niet toegestaan: In de toetsing aan het voorschrift werd reeds rekening gehouden met de totale omvang van het project over de verschillende bouwblokken. De mix werd niet benaderd vanuit ieder individueel appartemensblok. Tevens werd de netto vloeroppervlakte mee in rekening genomen bij de toetsing van het voorschrift waarbij bepaalde appartementen die slechts over één slaapkamer beschikken alsnog worden opgevat als 2- of 3-slaapkamerentiteiten op basis van hun potentieel. Ten gevolge van de voorliggende wijzigingen verkrijgt het project evenwel een te groot aandeel aan 1-slaapkamerappartementen. Er kan geen afwijking verleend worden op bovenstaand voorschrift aangezien voorliggend project niet gaat om de verbouwing van erkende assistentiewoningen. De aard een typische karakteristieken van het gebouw maken de mix tevens niet onredelijk. In de plannen van de initiële vergunning werd immers voldaan aan de vooropgestelde mix en morfologisch zijn er geen wijzigingen uitgevoerd aan het gebouw. Bovendien wordt het aandeel aan woonentiteiten binnen voorliggende aanvraag vergroot door de omvorming van de praktijk naar woongelegenheid. Deze bijkomende woongelegenheid betreft eveneens een bijkomende kleine woonentiteit van één slaapkamer. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
“De vrije hoogte tussen de vloer en het plafond van de woonkamer, de keuken en de slaapkamer mag bij nieuwbouw niet lager zijn dan 2,5 meter en bij verbouwing van bestaande woningen niet lager zijn dan 2,20 meter, behoudens voor dat deel van het lokaal dat de opgelegde minimum vloeroppervlakte overtreft.”
Afwijking: Het vloerpeil van het appartement 1 in blok 1 bedraagt op het tussenverdiep 2,53m gemeten t.o.v. het nulpeil. De bovenliggende verdieping beschikt over een vloerpeil van 5,43m. De vloer-op-vloer afstand van het tussenverdiep en het eerste verdiep bedraagt daarbij 2,90m. Het is onduidelijk, aangezien er geen relevante sneden werden aangereikt, wat de vrije hoogte bedraagt op het tussenverdiep. Boven de gemeenschappelijke traphal wordt een bijkomende ruimte voorzien voor het appartement. Het is onduidelijk wat de vrije hoogte bedraagt in dit lokaal.
Toetsing: Afwijking niet toegestaan: Het is onduidelijk of de bijkomende verdiepingen binnen het pand beschikken over een voldoende vrije hoogte. Op basis van de aangereikte plannen blijkt evenwel dat de vloer-op-vloer afstand van het tellerlokaal en de afvalberging slechts 2,51m bedraagt waardoor de werkelijke vrije hoogte (ten gevolge van een vloerpakket) hier zeer laag zal zijn. De wijzigingen aan de vloerpeilen hebben bovendien mogelijks een te grote negatieve impact op de erfgoedwaarden van het pand. De interne structuur en bijgevolg de vloerpeilen van het pand moeten behouden blijven. Bijgevolg wordt voorliggende aanvraag ongunstig beoordeeld.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Het ontwerp is niet in overeenstemming met deze verordening en wijkt af op volgende punten:
“Niveauverschillen tot en met 18 cm moeten, zowel binnen als buiten, minstens met een helling overbrugd worden, met uitzondering van niveauverschillen tot twee cm in buitenruimtes of niveauverschillen tot twee cm bij een overgang tussen binnen- en buitenruimtes.
Niveauverschillen van meer dan 18 cm moeten overbrugd worden, ofwel met een trap in combinatie met een helling, ofwel met een trap in combinatie met een lift, ofwel met een helling in combinatie met een lift.
[…]
§1. Het hellingspercentage bedraagt hoogstens:
[…]
§3. Bij hellingen met een hellingspercentage van meer dan vier procent moet zowel bovenaan als onderaan voor een vrije en vlakke draairuimte worden gezorgd. Die draairuimte mag maximaal twee procent in één richting hellen met het oog op de afwatering.
[…]
§5. De breedte van een helling met een hellingspercentage van meer dan vier procent bedraagt minstens 145 cm, zodat na de afwerking van de eventuele wanden en met inbegrip van de ruimte voor eventuele plinten en leuningen een vrije en vlakke doorgangsbreedte van minstens 120 cm gegarandeerd wordt.
[…]
§9. Aan de zijkanten van een helling die een niveauverschil van meer dan 25 cm overbrugt, moet aan beide zijden een leuning aangebracht worden, die doorloopt over eventuele tussenbordessen. Voor het begin en aan het einde van de helling moet de leuning minstens 40 cm horizontaal verderlopen. Als de leuning in het ijle stopt, moet ze worden afgerond naar de grond of naar de wand.”
Toetsing:
1/ Op basis van de aangeleverde plannen beschikt de onderdoorgang van blok H over een niveauverschil van 37cm. Het vloerpeil (TAW) aan de rooilijn bedraagt immers 10,08m terwijl het vloerpeil voor de toegangsdeur tot de gemeenschappelijke inkomhal van blok H 10,45m bedraagt. In de laatst vergunde toestand bedroeg dit niveauverschil slechts 5cm. De helling die wordt voorzien beschikt aan de onderzijde niet over een vrije en vlakke draairuimte. De helling is bovendien langs weerszijden niet voorzien van een conforme leuning. Bovendien wordt vastgesteld dat de onderdoorgang voorzien wordt van een afsluiting met deur voorzien aan de bovenzijde van deze helling. Tevens worden aan de rechterzijde brievenbussen voorzien. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
2/ Op basis van de aangeleverde plannen beschikt de inkomhal (K01.00) van blok H over een niveauverschil van 10cm. Het vloerpeil (TAW) bedraagt vlak achter de toegangsdeur immers 10,47m en vlak voor de liftdeur 10,57m. Het is onduidelijk hoe dit niveauverschil overbrugd wordt. In de laatst vergunde toestand was er een helling voorzien binnen de inkomhal (naast de traphal). Dergelijke helling is echter niet ingetekend op de plannen van de nieuwe toestand. Een eventuele helling zou conform de verordening een maximale hellingsgraad mogen hebben van 10 procent, moet beschikken over een minimale breedte van 1,45m en moet aan boven-en onderzijde beschikken over een vrije en vlakke draairuimte. Dergelijke helling is niet inpasbaar binnen de voorliggende configuratie van het pand. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd. Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
Het perceel is momenteel gedeeltelijk bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst:
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Er worden evenwel beperkte wijzigingen uitgevoerd aan het afvoerstelsel:
Hemelwaterputten:
De hemelwaterputten blijven behouden.
Infitratievoorziening:
Aangezien er geen ingrijpende wijzigingen worden uitgevoerd aan de afwatering en de bebouwde/verharde oppervlakte nagenoeg ongelijk blijft kan akkoord gegaan worden met het vervangen van de infiltratiekratten en het aanpassen van de wadi’s op voorwaarde dat de vergunde infiltratiecapaciteit behouden blijft.
In de initiële vergunning werd een infiltratievoorziening vergund met een totale inhoud van 55.400 liter. Het betrof zes infiltratiekratten met een totale inhoud van 39.000 liter en twee wadi’s met een totale inhoud van 16.500 liter. In voorliggende aanvraag werden de infiltratiekratten vervangen door infiltratieputten met een inhoud van 18.900 liter. De wadi’s worden vergroot tot een gezamenlijke inhoudt van 9.600 liter. De totale infiltratievoorziening beschikt bijgevolg over een inhoud van slechts 28.500 liter.
Dit is maar liefst 26.900 liter minder dan ten opzichte van de initiële vergunning. Bovendien worden conform de nieuwe gewestelijke verordening hemelwater enkel ondergrondse infilratievoorzieningen toegelaten op voorwaarde dat de aanleg van bovengrondse infilratievoorzieningen (wadi’s) niet tot de mogelijkheden behoort. Dit wordt niet aangetoond binnen voorliggende aanvraag. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein door klimaatverandering tot klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming). Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat.
6. NATUURTOETS
Het stikstofdecreet omvat een nieuw beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken en is in werking getreden op 23 februari 2024. Binnen de toetszone, gelegen binnen de SBZ-H (speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn) en binnen 20 km afstand tot de emissiebron(nen), dient bij een omgevingsvergunningsaanvraag nagegaan te worden of de kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H door het project niet wordt overschreden. De stikstofdepositie wordt beoordeeld aan de hand van de impactscore op de SBZ-H.
Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Dit betekent dat zelfs wanneer het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% . We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van dit project, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1%.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werden 2 bezwaarschriften ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.
De bezwaren worden als volgt samengevat:
1/ In de procedure zouden niet alle noodzakelijke aanpalenden zijn aangeschreven.
2/ Ten gevolge van de uitgevoerde sloopwerken langsheen een scheidingsmuur zou er waterschade ontstaan zijn bij aanpalende. Ten gevolge van het plaatsen van de gevelleien langsheen de scheidingsmuur met aanpalende zou er waterschade zijn ontstaan bij aanpalende.
3/ De vloerpeilen van het appartement op het eerste verdiep in blok A (palend aan Meersstraat 130) zouden zijn gewijzigd. Ten gevolge van deze wijziging zou er schade ontstaan zijn aan de scheidingsmuur met negatieve gevolgen voor aanpalende. Ten gevolge van deze wijzigingen aan het vloerpeil wou de beschermde trap zijn aangetast. Ten gevolge van de ingebruikname van de nieuwe ruimte bovenaan de traphal zou er bijkomende overlast ontstaan.
Naar aanleiding van het stedenbouwkundig onderzoek van deze aanvraag worden de bezwaren als volgt besproken:
Met betrekking tot de gevolgde procedure en het aanschrijven van aanpalenden:
Voorliggende aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen. Binnen een vereenvoudigde procedure moeten enkel de aanpalende eigenaren aangeschreven worden indien voorliggende aanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom van aanpalende percelen. Binnen voorliggende aanvraag wordt enkel de scheidingsmuur met aanpalende (Raketstraat 5) beperkt gewijzigd. Bijgevolg moeten overige aanpalende eigenaren niet worden aangeschreven. Op basis van de ingetekende plannen blijkt immers dat de scheidingsmuren met overige aanpalenden ten opzichte van de laatst vergunde toestand ongewijzigd blijven.
Met betrekking tot de schade bij aanpalenden ten gevolge van wijzingen aan de scheidingsmuren:
De uitgevoerde sloopwerken waarnaar verwezen hebben betrekking op de uitvoering van de initiële vergunning. Bijgevolg heeft het bezwaar geen betrekking op het voorwerp van voorliggende aanvraag waarbinnen geen sloopwerken worden uitgevoerd. Het is de verantwoordelijkheid van de architect en de aannemer om de werken volgens de regels van het goed vakmanschap uit te voeren zonder schade te berokkenen aan de aanpalende percelen. De noodzakelijke voorzorgsmaatregelen kunnen echter niet via een omgevingsvergunning worden opgelegd en vallen onder de verantwoordelijkheid van de bouwheer, architect en aannemer. Wel wordt benadrukt dat Een omgevingsvergunning een zakelijk karakter heeft (artikel 78 §1 omgevingsvergunningsdecreet). De vergunning kan nooit afbreuk doen aan rechten van derden.
Met betrekking tot het wijzigingen van het vloerpeil, de aantasting van de traphal en de overlast:
In het blok worden de vloerpeilen inderdaad gewijzigd:
Deze wijzigingen worden niet benoemd in de beschrijvende nota. Ook is het niet geheel duidelijk of de wijziging van de vloerpeilen over het volledige inventarispand is doorgevoerd (een snede door het volume in de bocht ontbreekt). De erfgoedwaarde van een pand worden niet enkel bepaald door het gevelbeeld, maar ook door de samenhang van dat gevelbeeld met de achterliggende dragende structuur. Alle eerdere adviezen inzake de erfgoedwaardering zijn opgesteld vanuit het gegeven dat de dragende structuur (betonvloeren) behouden bleven. Op basis van de huidige plannen betwijfelen we of die oorspronkelijke structuur ook behouden bleef. Vanuit erfgoedoverweging wordt dit ongunstig beoordeeld. Het is onduidelijk of de bijkomende verdiepingen binnen het pand beschikken over een voldoende vrije hoogte. Op basis van de aangereikte plannen blijkt evenwel dat de vloer-op-vloer afstand van het tellerlokaal en de afvalberging slechts 2,51m bedraagt waardoor de werkelijke vrije hoogte (ten gevolge van een vloerpakket) hier zeer laag zal zijn. Bovendien blijkt dat er voor het appartement intern niveauverschillen overbrugd moeten worden. Dit wordt eveneens ongunstig beoordeeld.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
PROGRAMMA
In de laatst vergunde toestand beschikt het project over 58 appartementen waarvan vijftien 1-slaapkamerappartementen (25,90%), zessentwintig 2-slaapkamerappartementen (44,8%) en zeventien 3-slaapkamerappartementen (29,30%). De gemiddelde netto vloeroppervlakte bedraagt daarbij 85,60m². Het project beschikte daarbij over een voldoende grote mix in woonentiteiten (zowel op het vlak van aantal slaapkamers als de grootte van de verschillende entiteiten). Dergelijke mix op projectniveau is cruciaal om tevens een wik op wijkniveau te realiseren. Een gevarieerd woonaanbod voor verschillende bevolkingsgroepen leidt tot levensloopbestendige wijken.
Ten gevolge van voorliggende aanvraag wordt het project omgevormd tot een programma van 59 appartementen waarvan eenentwintig 1-slaapkamerappartmenten (35,60%), tweeëntwintig 2-slaapkamerappartmenten (37,30%) en zestien 3-slaapkamerappartmenten (27,10%). In blok D wordt er immers één 1-slaapkamerappartement toegevoegd. In blok C wordt één 3-slaapkamerappartement omgevormd tot een 2-slaapkamerappartement (3A/003). In blok D worden de drie 2-slaapkamerappartementen omgevormd tot 1-slaapkamerappartementen (9A/103, 9A/203 en 9A/403). In blok H worden twee 2-slaapkamerappartmenten omgevormd tot 1-slaapkamerappartmenten (138/002 en 138/101). Het aandeel aan 1-slaapkamerappartementen neemt bijgevolg betrekkelijk toe.
Hier kan deels mee akkoord gegaan worden aangezien een aantal appartementen zuiver intern worden heringedeeld. De interne aanpassingswerken zijn omkeerbaar waardoor deze entiteiten op termijn eenvoudig opnieuw omgevormd kunnen worden naar entiteiten met een groter aandeel aan slaapkamers waardoor de mix voldoende gegarandeerd blijft. Het betreft de interne aanpassingswerken aan het appartement in blok C (3A/003) en blok H (138/002 en 138/101).
Er wordt evenwel vastgesteld dat dit niet het geval is voor de wijzigingen aan de appartementen in blok D (9A/103, 9A/203 en 9A/403). Deze appartementen worden in netto vloeroppervlakte verkleind en kunnen omwille van hun nieuwe oppervlakte en configuratie niet langer éénduidig omgevormd worden naar kwalitatieve 2-slaapkamerappartemten waarbij voldaan wordt aan de voorschriften van het algemeen bouwreglement. Één grote slaapkamer van ten minste 11m², een tweede slaapkamer van ten minste 7m², een leefruimte van ten minste 27m² en een berging van ten minste 3m² vereisen immers al een netto vloeroppervlakte van 48m² terwijl de appartementen slechts beschikken over een oppervlakte van 55,95m² waarbinnen tevens nog ruimte voor circulatie, toilet, badkamer(s) en muurdiktes moet voorzien worden. Ook de aanpalende 1-slaapkamerappartementen aan de straatzijde die in netto vloeroppervlakte worden vergroot kunnen omwille van hun configuratie niet éénduidig worden omgevormd naar kwalitatieve 2-slaapkamerappartementen waarbij voldaan wordt aan de voorschriften van het algemeen bouwregelement. De appartementen zullen bijgevolg blijvend in gebruik genomen worden als 1-slaapkamerappartementen.
Bovenstaande in acht genomen, in combinatie met de toevoeging van een bijkomende 1-slaapkamerentiteit beschikt het pand na aanpassingswerken over 59 appartementen waarvan negentien 1-slaapkamerappartementen (32,20%), drieëntwintig 2-slaapkamerappartementen (39%) en zeventien 3-slaapkamerappartementen (28,81%). Er wordt een te groot aandeel aan 1-slaapkamerappartementen voorzien. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
Het grotere aandeel aan 1-slaapkamerappartementen wordt vergroot door de omvorming van de gelijkvloerse praktijkruimte tot een 1-slaapkamerappartement. De bestaande bestemming zijnde een praktijk vormt bovendien een kwetsbaar stedelijke functie binnen de stad. Kwetsbaar stedelijke functies zijn functies die we moeten beschermen omdat ze anders door andere harde functies (zoals wonen) dreigen te worden verdrongen. De omvorming van de praktijk naar woning wordt bijgevolg ongunstig beoordeeld.
MORFOLOGIE
1/ Verbreding van de terrassen:
Het beperkt verbreden van de terrassen leidt niet tot een wijziging van de scheidingsmuren. De desbetreffende terrassen behouden voldoende afstand ten aanzien van de perceelsgrenzen. Bijgevolg is de impact op aanpalenden en bijgevolg de omgeving van de beperkte verbreding beperkt.
2/ Wijziging aan de dakrand van blok A:
Het ophogen en verlagen van de dakrand van blok A geen wezenlijke impact op het gevelbeeld en kan eveneens aanvaard worden. De beperkte ophoging van de scheidingsmuur aan de straatzijde is van beperkte omvang en is aanvaardbaar. Het hernemen van de kenmerkende afwerking van de kroonlijst met pannen zou een absolute eerwaarde zijn.
3/ Wijzigingen aan de kelder niveaus:
Principieel is er geen bezwaar tot het reduceren van de oorspronkelijke kelderniveaus onder blok A en blok H. Het uitbreiden van het kelderniveau onder blok D is eveneens aanvaardbaar aangezien het aandeel aan bebouwde/verharde oppervlakte hierdoor niet toeneemt. De uitbreiding bevindt zich immers volledig onder de footprint van blok C. Ten gevolge van de uitbreiding verkrijgt het pand tevens bijkomende bergruimte.
GEVEL EN DAKVLAKKEN
1/ Wijzigingen aan de gevelvlakken van blok A
Het gevelmateriaal van de optopping is gewijzigd (anthrazink). Aangezien het een evenwaardig materiaal is met gelijkaardig uitzicht kan akkoord gegaan worden met deze aanpassing. De ramen op de verdieping krijgen een andere indeling dan oorspronkelijk. In plaats van een vast bovenlicht wordt dit aan de onderzijde voorzien. Aangezien de nieuwe indeling voldoende refereert naar het oorspronkelijke kan ook deze aanpassing aanvaard worden. De overige aanpassingen aan de gevel kunnen eveneens aanvaard worden.
2/ Wijzigingen aan de gevelvlakken van de andere blokken:
Deze ingrepen zijn ruimtelijk aanvaardbaar.
INDELING
1/ Interne aanpassingswerken blok A:
Het blok beschikt over resterende erfgoedwaarden. Na vergelijking van de snedes in bestaande en nieuwe toestand en vergelijking met de initiële vergunning blijkt dat de vloerpeilen en vloeropbouw werd gewijzigd (zie beschrijving). Deze wijziging wordt niet benoemd in de beschrijvende nota. Ook is het niet geheel duidelijk of de wijziging van de vloerpeilen over het volledige inventarispand is doorgevoerd (een snede door het volume in de bocht ontbreekt). De erfgoedwaarde van een pand worden niet enkel bepaald door het gevelbeeld, maar ook door de samenhang van dat gevelbeeld met de achterliggende dragende structuur. Alle eerdere adviezen inzake de erfgoedwaardering zijn opgesteld vanuit het gegeven dat de dragende structuur (betonvloeren) behouden bleven. Op basis van de huidige plannen betwijfelen we of die oorspronkelijke structuur ook behouden bleef. Vanuit erfgoedoverweging wordt dit ongunstig beoordeeld.
Het is onduidelijk of de bijkomende verdiepingen binnen het pand beschikken over een voldoende vrije hoogte. Op basis van de aangereikte plannen blijkt evenwel dat de vloer-op-vloer afstand van het tellerlokaal en de afvalberging slechts 2,51m bedraagt waardoor de werkelijke vrije hoogte (ten gevolge van een vloerpakket) hier zeer laag zal zijn. Bovendien blijkt dat er voor het appartement intern niveauverschillen overbrugd moeten worden. Dit wordt eveneens ongunstig beoordeeld.
2/ Interne aanpassingswerken blok D:
Ten gevolge van de interne aanpassingswerken aan blok D wordt het aandeel van 1-slaapkamerappartementen in het project vergroot (zie boven). Dit wordt ongunstig beoordeeld.
3/ Interne aanpassingswerken blok E:
Principieel is er geen bezwaar tegen de inrichting van een nieuwe vluchttrap binnen het pand.
4/ Interne aanpassingswerken blok H:
Op basis van de aangeleverde plannen beschikt de onderdoorgang van blok H over een niveauverschil van 37cm. Het vloerpeil (TAW) aan de rooilijn bedraagt immers 10,08m terwijl het vloerpeil voor de toegangsdeur tot de gemeenschappelijke inkomhal van blok H 10,45m bedraagt. In de laatst vergunde toestand bedroeg dit niveauverschil slechts 5cm. De helling die wordt voorzien beschikt aan de onderzijde niet over een vrije en vlakke draairuimte. De helling is bovendien langs weerszijden niet voorzien van een conforme leuning. Bovendien wordt vastgesteld dat de onderdoorgang voorzien wordt van een afsluiting met deur voorzien aan de bovenzijde van deze helling. Tevens worden aan de rechterzijde brievenbussen voorzien. Dit beknot de integrale toegankelijkheid en wordt ongunstig beoordeeld.
Op basis van de aangeleverde plannen beschikt de inkomhal (K01.00) van blok H over een niveauverschil van 10cm. Het vloerpeil (TAW) bedraagt vlak achter de toegangsdeur immers 10,47m en vlak voor de liftdeur 10,57m. Het is onduidelijk hoe dit niveauverschil overbrugd wordt. In de laatst vergunde toestand was er een helling voorzien binnen de inkomhal (naast de traphal). Dergelijke helling is echter niet ingetekend op de plannen van de nieuwe toestand. Een eventuele helling zou conform de verordening een maximale hellingsgraad mogen hebben van 10 procent, moet beschikken over een minimale breedte van 1,45m en moet aan boven-en onderzijde beschikken over een vrije en vlakke draairuimte. Dergelijke helling is niet inpasbaar binnen de voorliggende configuratie van het pand. Dit beknot de integrale toegankelijkheid en wordt ongunstig beoordeeld.
5/ Interne aanpassingswerken blok C:
Principieel is er geen bezwaar tegen de interne aanpassingswerken aan blok C.
6/ Inrichting van de ondergrondse bouwlaag:
In de ondergrondse bouwlaag wordt de indeling gewijzigd. Daarbij worden twee nieuwe fietsenstallingen ingericht. Ontwerpmatig voldoen de fietsenstallingen niet aan de huidige parkeerrichtlijnen:
De fietsenstallingen voldoen bijgevolg niet aan de geldende richtlijnen waardoor een comfortabel en functioneel gebruik ervan wordt gehypothekeerd. Bovendien leidt dit in realiteit mogelijks tot een lager aandeel aan effectieve stalplaatsen. Dit wordt ongunstig beoordeeld.
In voorliggende aanvraag wordt de ondergrondse parking voorzien van 41 autostaanplaatsen. Er wordt bijgevolg één bijkomende autostaanplaats voorzien. Het voorzien van 41 autostaanplaatsen voor een woonproject van 59 wooneenheden valt buiten de huidige maximumrichtlijnen. Het valt evenwel eveneens buiten de maximale richtlijnen geldig bij de initiële vergunning. De site is goed gelegen en heeft voldoende kansen om minder autogericht te worden gebruiken. In combinatie met de niet kwalitatieve inrichting van de fietsenstalling wordt dit ongunstig beoordeeld.
Voorliggende aanvraag komt wordt bijgevolg ongunstig beoordeeld.
CONCLUSIE
Ongunstig, de aanvraag is niet in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en onverenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
De aanvraag wordt ongunstig beoordeeld omwille van volgende redenen:
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het regulariseren van uitgevoerde werken van de goedgekeurde vergunning 2017/10039 dig voor het bouwen van een meergezinswoning en ondergrondse parkeergarage aan de heer Axel Dossche en de heer Henry Bostoen gelegen te Meersstraat 138-138A en Raketstraat 1-9E, 9000 Gent.