Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Angelo Adriaensens met als contactadres Doornbosstraat 7C, 9850 Deinze heeft een aanvraag (OMV_2024098122) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 8 juli 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het plaatsen van publiciteitsinrichting en een lichtbak
• Adres: Zwijnaardsesteenweg 62, 62A, 62B, 62C en 62D, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 8 sectie H nr. 53Z7
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 augustus 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 25 september 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag omvat het regulariseren van zaakgebonden publiciteitsinrichtingen en een luifel aan de gevelpui langs de Zwijnaardsesteenweg in de wijk Stationsbuurt-Noord. De publiciteitsinrichtingen betreffen enerzijds een langs publiciteitspaneel en anderzijds een dwars op de gevel aangebrachte lichtbak.
Het langs publiciteitspaneel is vervaardigd uit een kunststof en bevat centraal het logo van de zaak en de naam “REPAIR & SHOP” op een witte achtergrond. Langs linkerzijde staat er eveneens in blauwe letters: “UW EXPERT IN SMARTPHONE TABLET LAPTOP CONSOLE / GPS”. Langs rechterzijde staat er in blauwe letters: “HERSTELLINGEN VERKOOP VERZEKERINGEN”. Het paneel beschikt over een breedte van 6,0m en een hoogte van 1,35m. Het paneel beschikt over een dikte van 2cm en reikt bijgevolg 2cm voorbij de rooilijn. De vrije hoogte tussen het paneel en het onderliggende trottoirpeil bedraagt 2,53m.
De lichtbak beschikt over een diepte van 0,60m en een hoogte van 0,4m. De dikte van het paneel bedraagt 0,15m. De lichtbak is van binnenuit verlicht en bevat langs beide zijden het verlichte logo van de zaak. De lichtbak is aan de gevel verankerd. Omtrent de uitsprong van de lichtbak geven de plannen tegenstrijdige informatie weer. Op plan BA_ADDENDUM_B24_C_N_INFORMATIEPANEEL bedraagt de uitsprong slechts 0,60m terwijl op een het plan BA_Addendum_B24_C_N_INFORMATIEPANEEL de uitsprong 0,65m bedraagt. De totale uitsprong t.o.v. de rooilijn bedraagt bijgevolg of 0,60m of 0,65m. De vrije hoogte tussen de lichtbak en het onderliggende trottoirpeil bedraagt 3,03m.
Boven de vitrine werd eveneens wederrechtelijk een oprolbare zonneluifel aangebracht. In gesloten toestand beschikt de luifelbak over een breedte van 9,21m en een hoogte van 0,15m. De vrije hoogte tussen de luifelbak en het ondergelegen trottoirpeil bedraagt 2,35m. In open toestand reikt de luifel 1,50m voorbij de rooilijn. De minimale vrije hoogte tussen de luifel en het ondergelegen trottoirpeil bedraagt 2,25m. Het wederrechtelijk aanbrengen van de luifel betreft een verjaard bouwmisdrijf. Het is onduidelijk of de luifel eveneens deel uitmaakt van de regularisatie-aanvraag.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
- Op 30/12/1968 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen en uitbreiden van de 2° verdieping en het dakverdiep. (KW Z-18-68)
- Op 19/10/1993 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een winkelpui. (1993/499)
- Op 19/08/2004 werd een vergunning afgeleverd voor het bekleden van een gevel. (2004/404)
Volgende historiek inzake bouwovertredingen zijn bekend:
- Op 15/10/2021 werd door de dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu volgende conclusie genomen: voorliggend pand betreft een rechtmatig tot stand gekomen meergezinswoning bestaande uit 10 kamers, 3 appartementen en handelsruimte. Het pand beschikt over een verjaard bouwmisdrijf zijnde het voorzien van een extra kamer op het gelijkvloers. Dit stedenbouwkundig misdrijf is ondertussen strafrechtelijk verjaard. De strafrechtelijke verjaringstermijn voor de wederrechtelijke uitvoering van deze werken bedraagt namelijk 5 jaar en de instandhouding van deze werken is op zich niet strafbaar meer in de huidige wetgeving. De toestand wordt daardoor evenwel niet geregulariseerd en blijft dus onvergund.
- Op 01/03/2024 werd vastgesteld dat volgende vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd zonder voorafgaandelijke vergunning:
- Op 15/03/2024 werd de overtreder schriftelijk aangemaand om een omgevingsvergunningsaanvraag in te dienen (voorliggende aanvraag).
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005).
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement. Het wijkt af op volgend punt:
- artikel 2.7: Uitsprongen boven de openbare weg
Art 2.7 stelt dat gebouwonderdelen in principe niet mogen uitspringen voorbij de rooilijn. Er zijn wel enkele uitzonderingen. Bij gebouwen waarvan de voorgevel tegen de rooilijn staat, mogen bepaalde onderdelen van het gebouw uitspringen uit het gevelvlak tot voorbij de rooilijn: van 3 meter tot 4 meter boven het peil van het trottoir of van de openbare weg mogen constructieve elementen maximaal 20 centimeter en niet-constructieve elementen maximaal 60 centimeter uitspringen voorbij de rooilijn.
Afwijking: Omtrent de uitsprong van de lichtbak geven de plannen tegenstrijdige informatie weer. Op plan BA_ADDENDUM_B24_C_N_INFORMATIEPANEEL bedraagt de uitsprong slechts 0,60m terwijl op een het plan BA_Addendum_B24_C_N_INFORMATIEPANEEL de uitsprong 0,65m bedraagt. De totale uitsprong t.o.v. de rooilijn bedraagt bijgevolg of 0,60m of 0,65m.
Toetsing: Afwijking niet toegestaan: De lichtbak bevindt zich op een hoogte tussen de 3 en 4m waarbij deze 0,65m uitspringt. Er kan uiterlijk akkoord gegaan worden met een uitsprong van 0,60m gemeten t.o.v. het voorgevelvlak. De voorgestelde lichtbak wordt echter ongunstig beoordeeld (zie punt 9. Omgevingstoets).
Gewestelijke verordening publiciteit
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023).
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd. Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1% kans is op overstroming).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Het project veroorzaakt geen bijkomende stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen. De aanvraag heeft bijgevolg geen negatieve impact op de overschrijding van de kritische depositiewaarde ten aanzien van de speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Langs publiciteitspaneel:
Het langse publiciteitspaneel beschikt over een zeer betrekkelijke hoogte (1,35m) en oppervlakte (8,1m²) ten aanzien van de hoogte (2,20m) en de oppervlakte (9,26m²) van de vitrine. Dit leidt tot een zeer dominante uitstraling binnen het straatbeeld wat versterkt wordt door het feit dat het paneel extern verlicht wordt. Bovendien is de positie en de breedte van het publiciteitspaneel niet afgestemd op de vitrine of de bovenliggende ramen wat de inpasbaarheid binnen het straatbeeld verder beknot.
Dwarse lichtbak:
Zoals eerder aangehaald zijn er tegenstrijdigheden aanwezig in de aangeleverde plannenset. De uitsprong van de lichtbak is op het ene plan 0,65m ten opzichte van de rooilijn en op een ander plan 0,60m. In het eerste geval is het aangevraagde strijdig met het ABR (art 2.7). Er kan uiterlijk akkoord gegaan worden met een dwarse publiciteitsinrichting van 60cm op 60cm (inclusief bevestiging en mits er voldoende vrije hoogte beschikbaar is, wat in dit geval minimaal een hoogte van 3,0m is (cfr ABR).
De positionering van de lichtbak, slechts op een afstand van ca. 5cm van de linkerperceelsgrens, is ongunstig. Door deze beperkte afstand van de lichtbak tot de linker perceelsgrens brengt de aanvraag een negatieve impact op de woonkwaliteit van de linkeraanpalende woning teweeg, wat onaanvaardbaar is. De inrichting van de lichtbak zo kort tegen de perceelsgrens hypothekeert tevens de inrichting van een gelijkaardige publiciteitsinrichting voor linkeraanpalende (indien hier op termijn een gelijkvloerse nevenfunctie zou worden ingericht). Er moet een minimale afstand van 0,60m van de perceelsgrenzen behouden blijven. De dwarse lichtbak wordt onvoldoende kwalitatief ingepast binnen het bestaande straatbeeld en wordt ongunstig beoordeeld.
Zonneluifel:
Het is onduidelijk of de aanvrager ook de luifel wenst te regulariseren. De luifel evenwel niet in aanmerking voor regularisatie. De zonneluifel beschikt in uitgerolde toestand over een totale diepte van 1,50m en behoudt daarbij slechts over een afstand van 0,23m t.o.v. de boordsteen van het trottoir. Om het risico bij aanrijden te voorkomen wordt bij zonneluifels steeds gevraagd ten minste 0,60cm afstand te houden t.o.v. de boordsteen van het trottoir. Voorliggende zonneluifel voldoet hier niet aan.
De zonneluifel is ook niet inpasbaar binnen het straatbeeld. Zonneluifels worden vooral toegelaten binnen het kernwinkelgebied bij horecazaken die beschikken over terrassen op het openbaar domein of bij handelszaken indien er in de vitrine producten worden geëtaleerd die zonnebescherming nodig hebben. Dit is in voorliggende aanvraag niet het geval. De inrichting van een zonneluifel in het straatbeeld is hier atypisch. De regularisatie van de zonneluifel wordt ongunstig beoordeeld.
Bestickering:
Bijkomend wordt opgemerkt dat op de glazen vitrine ook bestickering aanwezig is. Deze bestickering betreft eveneens vergunningsplichtige zaakgebonden publiciteit.
De publiciteitsinrichtingen leggen visueel een te zware belasting op de omgeving en zijn te aanzienlijk aanwezig in het straatbeeld. De aanvraag kan dan ook vanuit het oogpunt van de goede ruimtelijke ordening niet worden aanvaard. Bij een eventuele nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag dient gezocht te worden naar een aanvaardbare verhouding van de ingenomen oppervlakte aan publiciteit ten opzichte van de oppervlakte van het gevelvlak.
CONCLUSIE
Ongunstig, de aanvraag is in niet verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het plaatsen van publiciteitsinrichting en een lichtbak aan Angelo Adriaensens gelegen te Zwijnaardsesteenweg 62, 62A, 62B, 62C en 62D, 9000 Gent.