Terug
Gepubliceerd op 27/09/2024

2024_CBS_09185 - OMV_2023102050 - aanvraag omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een terminal voor de opslag en distributie van brandstoffen in de haven van Gent - met openbaar onderzoek - Wondelgemkaai, 9000 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 26/09/2024 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 26/09/2024 - 08:44
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_09185 - OMV_2023102050 - aanvraag omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een terminal voor de opslag en distributie van brandstoffen in de haven van Gent - met openbaar onderzoek - Wondelgemkaai, 9000 Gent - Advies 2024_CBS_09185 - OMV_2023102050 - aanvraag omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een terminal voor de opslag en distributie van brandstoffen in de haven van Gent - met openbaar onderzoek - Wondelgemkaai, 9000 Gent - Advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Varo Energy Tankstorage NV met als contactadres Wiedauwkaai 75, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2023102050) ingediend bij de deputatie op 31 mei 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het verder exploiteren en veranderen van een terminal voor de opslag en distributie van brandstoffen in de haven van Gent

• Adres: Wondelgemkaai 142, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie S nr. 393C4

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 7 augustus 2024.

De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 7 augustus 2024.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 17 september 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het betreft het verder exploiteren en veranderen van een terminal voor de opslag en distributie van brandstoffen in de haven van Gent.

 

In grote lijnen zijn de veranderingen samen te vatten als volgt:

-Rubriek 3.4.2°: Het berekende piekdebiet aan bedrijfsafvalwater in de vorm van potentieel verontreinigd hemelwater is aangepast zodanig dat de luifels boven de verlaadplaatsen mee opgenomen zijn in de berekening.

-Rubriek 6.4.3°: Niet langer van toepassing n.a.v. de indelingswijziging van HVO (Hydrotreated Vegetable Oil).

-Rubriek 12.2.1°: Niet langer van toepassing n.a.v. wijzigingen in Vlarem II.

-Rubriek 17.2.1.: Verandering in hoeveelheden per categorie n.a.v. de indelingswijziging van HVO en de additieven.

-Rubriek 17.3.2.1.1.3°: Toename n.a.v. de indelingswijziging van HVO.

-Rubriek 17.3.7.3°: Administratieve wijziging n.a.v. van een verschillende dichtheid voor het product KLA D60.

 

Voor de overige vergunde rubrieken, niet vermeld in bovenstaande lijst, wordt via deze aanvraag een hernieuwing aangevraagd. Voorliggende aanvraag gaat niet gepaard met bouwkundige wijzigingen.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Verandering van de berekende piekdebieten n.a.v. het in rekening brengen van de oppervlaktes van de aanwezige luifels.

Concreet betreft het een afname van 4 m³/uur, 20 m³/dag en 282 m³/jaar. | klasse 2 | Verandering

-4 m³/uur

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | klasse 3 | Hernieuwing

11,5 kW

17.2.1.

inrichting waar gevaarlijke producten aanwezig zijn in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 2, bij dit besluit - lagedrempelinrichting | Bij een herziening van de SDS voor HVO is het vlampunt bijgesteld, waardoor het product nu ook GHS02 krijgt toebedeeld, en dus ook een Sevesoproduct (categorie P5C) betreft.

De additieven kunnen, afhankelijk van hun exacte samenstelling, ofwel onder categorie E2, ofwel onder categorie 34 ondergebracht worden. | klasse 1 | Verandering

1 inrichting

17.3.2.1.1.3°

opslagplaatsen gevaarlijke vloeistoffen van gevarencategorie 3 o.b.v. gevarenpictogram GHS02 met een vlampunt > of = 55°C en gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 500 ton | De wijziging omvat enkel de rubriekswijziging van HVO van 6.4 naar 17.3.2.1.1.

Gezien het gemeenschappelijke tanks betreffen voor gasolie of HVO, worden de volumes niet opgeteld, maar wordt de hoogste dichtheid (gasolie) van beide producten gehanteerd. | klasse 1 | Verandering

/

17.3.4.1°a)

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | klasse 3 | Hernieuwing

8,1 ton

17.3.6.1°a)

schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | klasse 3 | Hernieuwing

8,1 ton

17.3.7.3°

op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton | Actualisatie van de vergunde hoeveelheid omwille van een aangepaste dichtheid voor KLA D60. | klasse 1 | Verandering

-1665,4 ton

17.3.8.2°

voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | klasse 2 | Hernieuwing

8,1 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | klasse 3 | Hernieuwing

2000 kg

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

6.4.3° | De opslag van 15.140.000 l brandbare vloeistoffen (HVO) in 6 bovengrondse houders (3 x 4.000 m³, 1 x 1.980 m³ en 2 x 580 m³) | 1.140.000 liter

12.2.1° | 1 transformator met een individueel nominaal vermogen van resp. 160 kVA. | 160 kVA

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
 

Artikel: 4.2.5.1.1. § 1.

 

Omschrijving: Bedrijfsafvalwater van inrichtingen die een maximum hoeveelheid bedrijfsafvalwater van meer dan 2 m³ per dag of 50 m³ per maand of 500 m³ per jaar lozen, moet worden geloosd via een controle-inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters van het geloosde water te nemen.

Tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit dient deze controle-inrichting vanaf de hierna vermelde debieten bovendien te beantwoorden aan de volgende eisen:

- voor debieten > 2 m³/uur of > 20 m³/dag: de plaatsing van een meetgoot (bij voorkeur) volgens de in bijlage 4.2.5.1. bij dit besluit gevoegde omschrijving en gestelde eisen of een andere evenwaardige meetmogelijkheid;

- voor debieten > 50 m³/uur (lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen bevat) of > 100 m3/uur (lozing van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen bevat): de plaatsing van debietsmeet- en bemonsteringsapparatuur volgens de in bijlage 4.2.5.1. bij dit besluit gevoegde omschrijving en gestelde eisen.”

 

Motivatie: Afwijking wordt gevraagd van de plaatsing van een controle-inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters van het geloosde water te nemen.

De VMM hanteert sinds 2017 een nieuwe berekeningsmethode voor de advisering bij de lozing van verontreinigd hemelwater waarbij rekening wordt gehouden met piekdebieten bij regenweer. Dit is van belang voor de dimensionering van het afvoerkanaal. Door deze berekeningswijze komt het bedrijf boven een lozingsdebiet van 50 m³/h waardoor de plaatsing van een meetgoot wettelijk verplicht wordt. De aanvrager wenst gebruik te maken van de mogelijkheid tot afwijken op de plaatsing van een meetgoot gezien het hier gaat om potentieel verontreinigd hemelwater afkomstig van inkuiping en vloeistofdichte verlaadplaatsen waarbij dergelijke gevraagde hoge debieten in mindere mate voorkomen. Bovendien is de verharde oppervlakte aangesloten op een KWS-afscheider met coalescentiefilter en bijhorende controleput (monsternameput) waarbij weinig of geen verontreiniging te verwachten is van het bedrijfsafvalwater. De KWS-afscheider wordt regelmatig gereinigd via een contractuele onderaannemer. Het bedrijfsafvalwater kan via de controleput ten allen tijde gecontroleerd worden.

 

Voorstel: a) In afwijking van artikel 4.2.5.1.1.§ 1. van titel II van het VLAREM dient geen debietsmeet- en bemonsteringsapparatuur volgens de in bijlage 4.2.5.1. gestelde eisen geplaatst te worden. De aanwezigheid van een monsternameput is voldoende.

b) In afwijking en/of ter aanvulling van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden mogen de volgende emissiegrenswaarden niet worden overschreden:

- Arseen: 0,025 mg/l

- Xyleen: 0,020 mg/l

 

Artikel 4.2.3.1.

 

Omschrijving: 2° Voor de lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen van bijlage 2C bevat gelden dezelfde algemene emissiegrenswaarden als in de Afdeling 4.2.2. voorgeschreven voor de lozing van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen bevat, behoudens het bepaalde onder 3° hierna.

3° Van de gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 2C, mogen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 [...], enkel die stoffen worden geloosd waarvoor in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit emissiegrenswaarden zijn vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in art. 2.3.6.1.

Gelet op de samenstelling worden bijkomende lozingsnormen aangevraagd voor het te lozen bedrijfsafvalwater, conform art. 4.2.3.1. van Vlarem II.

 

Motivatie: Er worden bijkomende lozingsnormen voor het bedrijfsafvalwater aangevraagd. Gelet op de meetresultaten van het bedrijfsafvalwater van de afgelopen drie jaar, toegevoegd als bijlage Q2_1, wordt het indelingscriterium voor zowel arseen en xyleen sporadisch overschreden.

Gezien het dagdagelijks lozingsdebiet in praktijk minder zal bedragen dan het aangevraagde piekdebiet en het afvalwater enkel potentieel verontreinigd hemelwater betreft, wenst Varo een norm aan te vragen van 5x het indelingscriterium voor zowel xyleen als arseen. Dit om onder andere normoverschrijdingen n.a.v. contaminatie uit de omgeving te vermijden.

De voortoets, toegevoegd als bijlage E6bis bij deze aanvraag, toont aan dat het toepassen van een norm van 5x het indelingscriterium voor arseen en xyleen geen risico vormt op betekeningsvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een SBZ.

 

Voorstel: In afwijking en/of ter aanvulling van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden mogen de volgende emissiegrenswaarden niet worden overschreden:

- Arseen: 0,025 mg/l

- Xyleen: 0,020 mg/l

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Milieuvergunningen

* Op 19/10/2017 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen door uitbreiding van een brandstoffendepot. (9825/E/5)

 

Omgevingsvergunningen

* Op 22/12/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een brandstoffendepot (iioa) (bijstelling). (OMV_2022089688)

* Op 15/10/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een chemisch bedrijf: het uitbreiden van de dimla productie met bijbehorende staalbouw + bijstelling. (OMV_2020030057)

* Op 25/06/2020 werd een vergunning afgeleverd voor het veranderen van een brandstoffendepot. (OMV_2020021348)

* Op 20/02/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door uitbreiding van een chemisch bedrijf (iioa+sh). (OMV_2019149452)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 10/06/2004 werd een vergunning afgeleverd voor het uitvoeren van technische werken en het opslaan van bouw- en sloopafval. (2003/40281)

* Op 14/07/1988 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van opslagtanks voor diesel en stookoliën (wijziging 87/1311(w), geweigerd dd. 5/11/1987). (1988/94)

* Op 07/05/1987 werd een vergunning afgeleverd voor slopen van drie bedrijfsgebouwen en een schoorsteen. (1987/421)

* Op 05/11/1987 werd een weigering afgeleverd voor het oprichten van 8 opslagtanks voor diesel en stookoliën. (1987/1311)

* Op 22/12/2005 werd een vergunning afgeleverd voor de sloping van een gebouw, de oprichting van een vloeistofdichte inkuiping en een bodemsaneringsproject. (2005/40268)

* Op 14/12/1995 werd een vergunning afgeleverd voor herbouwen van kantoren. (1995/90093)

* Op 18/01/2007 werd een vergunning afgeleverd voor de sloping van een bestaande hs cabine en de oprichting van een nieuwe hs cabine. (2006/40317)

* Op 02/03/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een pijpenbrug. (2006/40310)

* Op 13/08/1973 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een brandmuur en van 6 tanks voor het opslaan van petroleumproducten. (Litt. P-8-73)

* Op 27/07/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van vier woonhuizen en een industrieel complex. (KW P-16-70)

* Op 24/01/1966 werd een vergunning afgeleverd voor het herbouwen van de voor- en zijgevel van een beschadigd huis in hun vroegere toestand. (Litt. P-35-65)

* Op 13/02/2015 werd een vergunning afgeleverd voor de heraanleg van een fietspad in combinatie met structureel onderhoud van de rijweg. (2014/40308)

 

De vergunningverlenende overheid staat in voor de historiek van de inrichting.

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Afbakening Zeehavengebied Gent - Fase 2 en Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Fase 2' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 20 juli 2012), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 17 augustus 2024 tot en met 15 september 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

6.       OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

 

CONCLUSIE

 

Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

Niet van toepassing.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies over de omgevingsaanvraag voor het verder exploiteren en veranderen van een terminal voor de opslag en distributie van brandstoffen in de haven van Gent van Varo Energy Tankstorage nv, gelegen te Wondelgemkaai 142, 9000 Gent.

Artikel 2

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.