Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Mevrouw Regine Mussche met als contactadres Muldersveld 9, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024008766) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 15 mei 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het slopen van de veranda en het vervangen van de veranda met een plat dak, het regulariseren van de tuinberging en het regulariseren van waterdoorlatende verharding in de achtertuin en het voorzien van een wadi
• Adres: Muldersveld 9, 9041 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 17 sectie B nr. 1237P
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 4 juni 2024.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 3 september 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft het regulariseren van een aantal handelingen op een perceel langs het Muldersveld in Oostakker. De omgeving kenmerkt zich als een randstedelijk verkaveld gebied waar voornamelijk vrijstaande of halfopen eengezinswoningen voorkomen.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het regulariseren van volgende handelingen:
- De bestaande veranda met hellend dak werd gesloopt en heropgebouwd met een plat dak. Hiervoor werd de scheidingsmuur aan de rechterzijde met 50 cm opgehoogd. De dakrand ligt op een hoogte van 3 m ten opzichte van het maaiveld.
- Achter de bestaande garage werd een tuinberging geplaatst met een hoogte van 2,44 m, een diepte van 2,68 m en een breedte van 3,50 m. De berging staat op 50 cm van de linker perceelsgrens. De totale oppervlakte van berging en garage komt hierdoor op 38,50 m².
- Achter de garage en tuinberging werd 31,26 m² grindverharding gelegd.
Er wordt een hemelwaterput met een volume van 7500 l geplaatst waar heel de woning en de garage op aangesloten worden. Op de bijgevoegde constructietekening staat ook een regenwaterput met een volume van 3000 l ingetekend, maar deze ontbreekt op het rioleringsplan.
Rechts achteraan de tuin wordt een wadi gelegd met een infiltratie oppervlakte van 2,40 m² en een buffervolume van 990 l.
Tenslotte moet opgemerkt worden dat de hele voortuin verhard is, in tegenstelling tot wat op de plannen is ingetekend. De verharding in de voortuin maakt geen deel uit van deze regularisatie aanvraag. Op de plannen staat een haag ingetekend op de linker perceelsgrens. Deze lijkt in realiteit verwijderd te zijn. Het verwijderen van de haag op de linker perceelgrens in de voortuin en het plaatsen van een draadafsluiting hoger dan 1 m is vergunningsplichting. Ook deze handeling maakt geen deel uit van de regularisatie aanvraag.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 25/03/1997 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van 15 eengezinswoningen met 12 afzonderlijke garages en het plaatsen van 3 tuinhuisjes. (1997/50026).
Verkavelingsvergunningen
* Op 25/01/1996 werd een vergunning afgeleverd voor een nieuwe verkaveling. (1995 OO 370/00).
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Gewestplan
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Gewestelijk RUP
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
BPA
Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg KRIJTE, goedgekeurd op 27 april 2000, en is bestemd als zone voor bouwvrije tuinstroken, zone voor gekoppelde bebouwing en zone voor koeren en tuinen.
De aangevraagde handelingen zijn getoetst op hun conformiteit met de stedenbouwkundige voorschriften van de geldende plannen. De aanvraag is niet in overeenstemming met volgende stedenbouwkundige voorschriften:
Voor de volledigheid worden de niet-aangevraagde handelingen in de voortuin ook getoetst aan de voorschriften:
Overeenkomstig artikel 4.4.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan beperkt afgeweken worden van de stedenbouwkundige voorschriften van een BPA, wat betreft de perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van de constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.
Volgende afwijkingen op de voorschriften van het BPA zijn wel aanvaardbaar om volgende redenen:
- De afwijking geeft geen aanleiding tot een oneigenlijke wijziging van het BPA. De gevraagde afwijking heeft geen impact op andere voorschriften binnen het BPA;
- De algemene strekking van het bijzonder plan van aanleg wordt nageleefd. Er wordt niet afgeweken op het aantal bouwlagen, op de bestemming noch op de vloerindex. De maximumoppervlakte van 40 m² in de zone voor koeren en tuinen wordt evenwel niet overschreden;
- De afwijking mag is niet strijdig met de goede ruimtelijke ordening. De toetsing kan teruggevonden worden onder ‘omgevingstoets’.
- De afwijking geeft geen aanleiding tot een oneigenlijke wijziging van het BPA. De gevraagde afwijking heeft geen impact op andere voorschriften binnen het BPA;
- De algemene strekking van het bijzonder plan van aanleg wordt nageleefd. Er wordt niet afgeweken op het aantal bouwlagen, op de bestemming noch op de vloerindex;
- De afwijking is niet strijdig met de goede ruimtelijke ordening. De toetsing kan teruggevonden worden onder ‘omgevingstoets’.
De afwijkingen op de niet-aangevraagde handelingen in de voortuin vallen niet onder de beperkte afwijkingen volgens artikel 4.4.1 omdat deze niet als beperkt beschouwd kunnen worden.
Artikel 4.4.9/1 van de VCRO bepaalt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan bij het afleveren van een omgevingsvergunning mag afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een BPA, voor zover dit plan ouder is dan 15 jaar op het moment van de indiening van de aanvraag. Volgende afwijkingen op de voorschriften van het BPA zijn niet aanvaardbaar om volgende redenen:
Daarnaast blijft de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening onverminderd gelden bij de afweging of het gebruik van zo’n afwijkingsbepaling al dan niet wénselijk is. De toetsing kan teruggevonden worden onder ‘omgevingstoets’. Voor de niet-aangevraagde handelingen in de voortuin betreft dit een negatieve evaluatie.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling (ref. nr. 1995 OO 370/00 van 25/01/1996). De aanvraag heeft betrekking op lot 9. De zonering volgens deze verkaveling is bouwzone, bouwzone verdiep, tuinzone en voortuinzone.
De aangevraagde handelingen zijn getoetst op hun conformiteit met de verkavelingsvoorschriften. De verkavelingsvoorschriften volgen de voorschriften van het BPA met uitzondering van volgende voorschriften:
- In de zone voor koeren en tuinen mogen tuinhuisjes opgericht worden met een maximale oppervlakte van 6 m². Het tuinhuis heeft een oppervlakte van 9,36 m².
- In de voortuinstrook zijn de afsluitingen uit te voeren in levende hagen eventueel verwerkt met draad met een maximum hoogte van 60 cm.
- In de zone voor koeren en tuinen zijn de afsluitingen uit te voeren in levende hagen, al dan niet voorzien van een draad met een maximum hoogte van 1,60 m.
Verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar, zoals deze waarbinnen de aanvraag zich situeert, vormen op zich geen weigeringsgrond meer voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen (art. 4.3.1, §1 en 4.4.1§2). Dat betekent dat aanvragen binnen de contour van zo’n verkaveling ook getoetst moeten worden aan de goede ruimtelijke ordening en niet louter aan de verkavelingsvoorschriften (zie ‘Hoofstuk 8: Omgevingstoets’). Voor deze aanvraag betreft dit een gedeeltelijk positieve/ negatieve evaluatie.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:
- Artikel 3.2 – Beperken van verhardingen
Dit artikel stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden. Verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.
Zo goed als de volledige voortuin werd verhard (80 m²). Achteraan de tuin werden nog twee terrassen aangelegd met een totale oppervlakte van ca. 50 m². De verharding van de terrassen valt binnen de mogelijkheden van het Vrijstellingsbesluit aangezien zowel het BPA als de verkaveling hier geen beperkingen voor opleggen.
De verharding in de voortuin maakt geen deel uit van deze aanvraag, maar omdat er bijkomende verharding gelegd wordt op het terrein, moet de bestaande verharding wel mee in rekening gebracht worden.
Het voor 90 % verharding van de voortuin is niet aanvaardbaar.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening voetgangersverkeer
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede en in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- Aan de straat gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd met een halfopen woning.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
- Toetsing hemelwaterverordening
Hemelwaterput
Met voorliggende aanvraag wordt de bestaande woning uitgebreid met een veranda. Hierdoor is de aanleg van een hemelwaterput verplicht.
De in rekening te brengen afwaterende oppervlakte bedraagt 60 m². Dit komt overeen met een hemelwaterput van 5000 l. Uit het rioleringsplan is af te leiden dat er een hemelwaterput met een volume van 7500 l geplaatst wordt. Het is echter onduidelijk of er een bestaande hemelwaterput van 3000 l aanwezig is en behouden blijft of niet. Op de constructietekening van de wadi worden beiden putten immers ingetekend.
De gehele woning en de garage worden aangesloten op de hemelwaterput. Het hergebruik beperkt zich tot één buitenkraan. Het volume van de hemelwaterput(ten?) lijkt groot te zijn voor dit hergebruik. Er wordt niet gemotiveerd waarom er een grotere hemelwaterput wordt geplaatst en het is onduidelijk hoeveel hemelwaterputten er aanwezig zijn.
Infiltratievoorziening
Het perceel is groter dan 120 m², waardoor er verplicht een bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd moet worden. De overloop van de hemelwaterput is aangesloten op een voldoende ruim gedimensioneerde bovengrondse infiltratievoorziening.
De in rekening te brengen afwaterende oppervlakte bedraagt 30 m². Dit komt neer op een infiltratievoorziening met een infiltratieoppervlakte van 2,40 m² en een buffervolume van 990 l. Er wordt een infiltratievoorziening geplaatst met een infiltratieoppervlakte van 5,85 m² en een volume van 1008 l. Er wordt niet gemotiveerd waarom er een grotere infiltratievoorziening wordt geplaatst.
- Toetsing algemeen bouwreglement
De aanvraag is niet in overeenstemming met artikel 3.2 van het algemeen bouwreglement. Dit artikel stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden, uiteraard om de problematiek van wateroverlast en verdroging zoveel mogelijk te voorkomen. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden. De voortuin bij de woning is nagenoeg volledig aangelegd met (niet) waterdoorlatende verharding. Enkel de oprit naar de garage en de toegang naar de woning zijn strikt noodzakelijk. De overige verharding is niet strikt noodzakelijk, strijdig met artikel 3.2 en hierdoor niet aanvaardbaar.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een kleine overstromingskans ter hoogte van de wegenis. Indien de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement inzake hemelwater correct toegepast worden, wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat.
6. NATUURTOETS
Het project veroorzaakt geen bijkomende stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen. De aanvraag heeft bijgevolg geen negatieve impact op de overschrijding van de kritische depositiewaarde ten aanzien van de speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 14 juni 2024 tot en met 13 juli 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag betreft het regulariseren van een aantal wederrechtelijk uitgevoerde werken op het perceel zoals het plaatsen van een veranda en een tuinberging. Dit zijn echter niet de enige handelingen die wederrechtelijk werden uitgevoerd op dit perceel. De voortuin werd voor 90 % verhard en de haag op de linker perceelsgrens werd gerooid en vervangen door een draadafsluiting, deels open, deels gesloten.
Al deze werken zorgen ervoor dat 340 m² van het 500 m² grote perceel ingenomen is. Dit komt neer op een bezettingsgraad van 68 %. Op percelen van dergelijke grootte mikken we op een maximale bezettingsgraad van 50 %. De voorschriften van het BPA Krijte zijn ook in die mate opgemaakt met als doel het groen karakter van de wijk te behouden. Wat op dit perceel gebeurd is, strookt niet met deze visie.
Hoewel het aanleggen van de verharding in de voortuin en het plaatsen van een afsluiting geen deel uitmaken van deze aanvraag, hebben deze handelingen wel een impact op de bezettingsgraad van het perceel en moeten deze mee in rekening genomen worden bij het beoordelen van de gevraagde werken. Het plaatsen van de veranda en tuinberging komen in principe in aanmerking voor vergunning omdat deze in overeenstemming zijn met de voorschriften van het BPA, maar door het ondoordacht verharden en ontgroenen van het perceel kunnen we de aanvraag tot regularisatie van een aantal werken niet vergunnen.
De aanvraag komt bijgevolg niet voor vergunning in aanmerking.
CONCLUSIE
Ongunstig, de aanvraag komt niet voor vergunning in aanmerking omdat
- De totale terreinbezetting op het perceel te veel is;
- Niet alle wederrechtelijk uitgevoerde handelingen werden aangevraagd ter regularisatie waardoor de beoordeling niet ten gronde kan gemaakt worden;
- De aanvraag doorstaat de watertoets niet.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het slopen van de veranda en het vervangen van de veranda met een plat dak, het regulariseren van de tuinberging en het regulariseren van waterdoorlatende verharding in de achtertuin en het voorzien van een wadi aan mevrouw Regine Mussche gelegen te Muldersveld 9, 9041 Gent.