Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
ARCELORMITTAL BELGIUM NV met als contactadres John Kennedylaan 51, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024099661) ingediend bij de deputatie op 25 juli 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van een siderurgisch complex (IIOA)
• Adres: Bokstraat 4, John Kennedylaan 51 en 53, 9042 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 14 sectie A nrs. 75W, 75V, 176M2, 176L2, 176P2, 176S2, 176H2, 176D2, 176W2, 176X2, 179N2, 179G2, 179M2, 243H, 257D2, 257C2, 257E2, 257Z, 293M, 293P, 293R, 293W, 372A2, 372B2, 372Z, 372C2, 372S, 423G, 423H, 423K, 423L, 512F, 512F2, 512V, 512S, 512H2, 512G2, 512Z, 512T, 512A2, 512R, 514A, 515B, 515A, 515D, 515E, 515C, sectie B nrs. 104S, 104L, 104R, 191X, 191M, 191P, 191Y, 191T, 191G, 197/2 C, 233A, 292R, 292X, 292P, 292Y, 292T, 292V, 292W, 292G2, 292C2, 292F2, 292D2, 292B2, 292H2, 292E2, 357/2 B, 362K, 362G, 362H, 364B, 450G, 450F, 450K, 450H, 450L, sectie D nrs. 32M, 32P, 133D, 147M, 147K, 147L, 147N, 147S, 159C, 180E, 198D, 206/2 A, 212K, 225D, 225C, 357C, 357L, 357S, 357T, 357V, 357W, 374B, 423F2, 423L2, 423B2, 423V, 423K2, 423Y, 532E, 554D, 573X, 573S, 573N, 573T, 576M, 576N, 576P, 601C, 601/2 B, 603C, 603H, 603F, 603G, 603D, 603E, 603K, 603B, 603A, 604B, 604A, sectie E nrs. 94C, 107D, 123E2, 123G2, 123F2, 123D2, 123Y, 123E, 123B2, 123A2, 123C, 123V, 123R, 123S, 123X, 123W, 363B, 363C, 363D, 363E, 363A, sectie H nrs. 915/2 A, 915S, 915Z, 915Y, 917M, 917R, 917P, 917T en 917V
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 19 augustus 2024.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 19 augustus 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 3 september 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het veranderen van een siderurgisch complex (IIOA).
Voor het verplaatsen van een waterleidingnetwerk in de warmwalsafdeling (WWA) dient een tijdelijke bemaling uitgevoerd te worden. Het voorwerp van deze aanvraag betreft aldus een tijdelijke grondwaterbemaling, onder rubriek 53.2.2°b)2°, voor een duur tot maximaal 30 dagen aan 441 m³/dag. Het maximaal totaal te onttrekken volume bedraagt 9.401 m³.
Voor de aandrijving van de bemalingspomp zal gebruik gemaakt worden van een dieselgenerator met een thermisch ingangsvermogen van 300 kWth (31.1.3°) en een elektrische drijfkracht van 125 kVA (rubriek 12.1.1.3). Voor deze generator wordt ook een tijdelijke vergunning aangevraagd.
De rubrieken 12.1.1.3, 31.1.3° en 53.2.2°b)2°worden gekenmerkt door een “T” in kolom 4 ‘opmerkingen’ van de indelingslijst in Vlarem II bijlage 1. Het voorwerp van de aanvraag omvat uitsluitend tijdelijke inrichtingen of activiteiten waardoor de vereenvoudigde procedure kan worden toegepast.
De exploitant merkt op:
AMG is vergund voor rubriek 53.2.2°a) voor: ‘Bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen met een netto opgepompt debiet van maximum 30.000 m³/jaar of een verlaging van het grondwaterpeil tot maximum 4 m-mv (Kwartair, HCOV 0160)’
Dit betekent dat AMG feitelijk ook vergund is voor rubriek 53.2.2°b)1°.
Op 23/02/2017 werd de rubriekindeling gewijzigd waardoor rubriek 53.2.2°a) van toen gesplitst werd in rubriek 53.2.2°a) (≤ 30.000 m³/jaar) en rubriek 53.2.2°b)1° (> 30.000 m³/jaar en max. 4 m-mv). De formulering in het besluit werd echter niet aangepast terwijl de rubrieknummer wel gewoon werd overgenomen.
Er wordt daarom in het omgevingsloket verondersteld dat rubriek 53.2.2°b)1° ook werd vergund (=> deze rubriek wordt opgenomen onder de vergunde toestand naast rubriek 53.2.2°a).
Het voorwerp van de aanvraag betreft een bemaling waarbij de verlaging van het grondwaterpeil meer dan vier meter onder het maaiveld bedraagt en waarbij geen gebruik meer kan worden gemaakt van rubriek 53.2.2°a) gezien de 30.000 m³ op jaarbasis anders zal worden overschreden. Hierdoor dient rubriek 53.2.2°b)2° tijdelijk te worden aangevraagd. Er wordt hiervoor een tijdelijke uitbreiding aangevraagd van rubriek 53.2.2°a) waarbij het gecoördineerd debiet 39.401 m³/jaar zal bedragen.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
12.1.1.3° | wisselspanning opwekken met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van meer dan 10.000 kVA | Tijdelijke dieselgenerator voor de bemaling met een elektrisch vermogen van 125 kVA | klasse 1 | Verandering | 125 kVA |
31.1.3° | stationaire motoren en gasturbines met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5000 kW | Tijdelijke dieselgenerator voor de bemaling met een thermisch ingangsvermogen van 300 kW | klasse 1 | Verandering | 300 kW |
53.2.2°b)2° | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken met een maximaal debiet van 441 m³/dagen en 9.401 m³/jaar voor een duur van 30 dagen. | klasse 2 | Verandering | 9401 m³/jaar |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
1.2. | De maximale opslag van 1.200.000 kg teer in 2 tanks met een inhoud van elk 500 m³ (1,2 ton/m³) waarvan één opslagtank en één buffertank. | 1200000 kg
2.2.2.a)2° | De opslag en de mechanische behandeling van inerte afvalstoffen in het afvalstoffencentrum P28, met een opslagcapaciteit van maximum 20.000 m³. | 20000 m³
2.2.2.c)4° | De opslag en de mechanische behandeling van schroot in het afvalstoffen centrum P28 en in een schroot cleaning installatie (zeven en magnetische afscheiding), met een opslagcapaciteit van maximum 5.650 ton | 5650 ton
2.2.5.b)2° | De opslag en fysisch-chemische behaling van gevaarlijke slib met een maximale opslagcapaciteit van 320 ton, zijnde opslag opslag en ontwatering van 300 ton veeg- en zuigslib en 20 ton cokesgasslib. | 320 ton
2.2.5.c)2° | De opslag en fysisch-chemische behandeling van afgewerkte olie, met een maximale opslagcapaciteit van 1.500 ton, omvattende een centrale bewerkingsinstallatie voor eigen olieachtige afvalstoffen bij algemene diensten (met diverse tanks en opvangkuipen) en de injectie van eigen afvalolie in de hoogovens. | 1500 ton
2.2.5.e)3° | De opslag en de fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanisch behandelen van niet-gevaarlijke afvalstoffen, met een maximale opslagcapaciteit van 80.650 ton, omvattende de thermische omzetting van afvalhout in biokool, de inzet van slibbriketten in de convertoren van de staalfabriek alsook het insmelten van schroot in de staalfabriek, inclusief de opslag van schroot in de schroothal staalfabriek, op de tussenstocks op het terrein en het compacteren van eigen schroot op de tussenstock. | 80650 ton
2.2.5.f)2° | De opslag en fysisch-chemische behandeling, al of niet in combinatie met een mechanische behandeling, van andere gevaarlijke stoffen, zijnde nuttige toepassing van teerbrij van derden in de cokesfabriek (maximum 24 ton). | 24 ton
2.3.2.g) | De opslag en fysisch-chemische behandeling, al of niet in combinatie met mechanische behandeling van andere gevaarlijke afvalstoffen, zijnde teerwater van derden in de installaties, nevenproducten en de biologische waterzuivering van de cokesfabriek, met een opslagcapaciteit van 150 ton. | 150 ton
2.3.4.1.a)2°2° | De opslag en verbranding van biomassa-afval, zijnde niet-verontreinigd behandeld houtafval met een nominaal thermisch vermogen van meer dan 10 MW. | 10 MW
2.4.1.b) | e verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen, zijnde de opslag en ontwatering van veeg- en zuigslib met een maximale capaciteit van 100 ton/dag en cokesgasslib met een maximale capaciteit van 20 ton/dag; totaal: 120 ton/dag. | 120 ton/dag
2.4.2.a) | De verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen in afvalverbrandings- of
afvalmeeverbrandingsinstallaties voor niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit
van meer van 3 ton per uur (4 ton per uur). | 4 ton/uur
2.4.3.b)2° | De nuttige toepassing, of een combinatie van nuttige toepassing en verwijdering, van niet-gevaarlijke afvalstoffen met een capaciteit van meer dan 75 ton per dag, door middel van een of meer van de volgende activiteiten, met uitzondering van de activiteiten, vermeld in rubriek 3.6.4., zijnde voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding. | 100 ton
3.6.3.3° | De lozing van maximum:
- 180 m³/uur, 4.200 m³/dag en 110.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater afkomstig van de
cokesfabriek via een biologische afvalwaterzuivering, in het kanaal Gent-Terneuzen (via riool E in het lozingspunt D+E).
- 2.500 m³/uur, 60.000 m³/dag en 21.960.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater afkomstig
van de hoogovens en de staalproductieprocessen via een cascadeschakeling
waarin het afvalwater in de staalproductie- en verwerkingseenheden van staal
meerdere malen wordt herbruikt en fysisch-chemisch gezuiverd wordt, in het
kanaal Gent-Terneuzen (via riool D in het lozingspunt D+E).
- 2.000 m³/uur, 48.000 m³/dag en 4.500.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater in het kanaal
Gent-Terneuzen afkomstig van de staalbewerkingsprocessen na fysico-chemische
zuivering in lokale waterzuiveringsinstallaties (lozingspunt 10) | 4680 m³/uur
4.3.b)3° | De aanbrenging van bedekkingsmiddelen, omvattende het aanbrengen van
voorbehandelingsproduct (op de installatie 'chemcoater') en het aanbrengen van
verflagen in de verfmachines in de organische bekledingslijn Decosteel ll alsook 2
rollercoaters voor anti-fingerprint en 4 sproeikamers voor passivatie op de
verzinkingslijnen (Sidgal), met een totale geinstalleerde drijfkracht van 640 kW. | 640 kW
4.4. | Diverse inrichtingen voor de thermische behandeling van voorwerpen bedekt met bedekkingsmiddelen, met een inwendig volume van de ovens van meer dan 0,25 m³, omvattende 2 banddrogers voor de rollercoater anti-fingerprint op Sidgal en 3 droogovens op de organische bekledingslijn Decosteel ll met een totaal volume van 590 m³. | 590 m³
4.6.b) | Diverse installaties voor de oppervlaktebehandeling van verzinkte staalband (ontvetten, reinigen en verven) waarin organische oplosmiddelen worden aangewend bij Decosteel ll, met een verbruikscapaciteit van meer dan 200 ton per jaar, zijnde 2.500 ton/jaar | 2500 ton/jaar
6.1.3°a) | Diverse inrichtingen voor het mechanisch behandelen en verwerken van vaste brandstoffen omvattende 4 loskranen, diverse transportbanden en graver werpers voor kolen en cokes, het breken en zeven van cokes (3 cokes stabilisatielijnen), 3 kolenmaalinstallaties, een cokesbrekerij en een antraciet brekerij, een kolenvoorbereiding in de cokesfabriek en de monstervoorbereiding kolen en cokes in het productielabo, met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 27.725 kW. | 27725 kW
6.2.2°b) | De opslag van kolen en cokes op een oppervlakte van 32,5 ha. | 32,5 ha
6.4.2° | De maximale opslag van 1.490.000 liter diverse brandbare vloeistoffen. | 1490000 liter
6.5.2° | 24 verdeelslangen. | 24 verdeelslangen
12.2.2° | Diverse transformatoren met een vermogen van meer dan 1.000 kVA; totaal: 2.145.100 kVA. | 2145100 kVA
15.1.2° | Diverse stelplaatsen voor in totaal 340 voertuigen, andere dan personenwagens. | 340 voertuigen
15.2. | 5 werkplaatsen voor industriële voertuigen. | 5 werkplaatsen
15.4.1° | 22 wasplaatsen voor voertuigen. | 22 wasplaatsen
16.3.1° | Koelinstallaties, warmtepompen en airconditioningsinstallaties met een gezamenlijke hoeveelheid van 25.000 ton CO2-equivalent. | 25000 ton CO2–equivalent
16.3.2°b) | Koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 88.282 kW | 88282 kW
16.5. | Diverse ontspanningsstations voor gassen met een maximumdebiet van meer dan 20.000 m³/h, voor cokesgas, hoogovengas, convertorgas, aardgas en zuurstof, omvattende: - een cokesgasdrukregeling van 2 x 15.000 Nm³/u en 70.000 Nm³/u; - een hoogovenopdrukregeling van 1 x 110.000 Nm³/u en 1 x 900.000 Nm³/u; - een ontspanstation zuurstof van 2 x 120.000 Nm³/uur en 2 x 45.000 Nm³/u; - een ontspanstation zuurstof voor een ondergrondse zuurstofleiding van 2 x 80.000 Nm³/u; - een zuurstofontspanstation van de hoogovens van 75.000 Nm³/u; - 5 hoogovengasfakkels; - 2 cokesgasfakkels; - het cokesgasverdeelnet, incl. cokesgashouder 50.000 m³; - het hoogovengasverdeelnet (drukregeling ontspanning 80.000 Nm³/u), incl. hoogovengashouder 25.000 m³; - het hoofdontspanstation aardgas hoogovens (2 x 60.000 Nm³/u); - 5 ontspanningsstations voor aardgas van 3 x 9.500 Nm³/h en 2 x 20.000 Nm³/u; - een convertorgasverdeelnet van maximum 100.000 Nm³/u; inclusief convertorgashouder 90.000 m³. | 2043500 Nm³/h
16.9.c) | Niet voor publiek toegankelijke aardgasaflevereenheden, omvattende 3 homecompressoren voor CNG bedrijfsvoertuigen, met een totale capaciteit van 20 Nm³/uur. | 20 Nm³/uur aanzuigzijdig debiet
17.1.1.1° | De opslagplaatsen voor aërosolen waarop minstens één gevarenpictogram is aangebracht, met een gezamenlijke netto inhoud van 1.000 liter. | 1000 liter
17.1.2.1.3° | De opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 160.000 liter. | 160000 liter
17.1.2.2.3° | De opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 2.060.000 liter | 2060000 liter
17.2.2. | Een VR-plichtige inrichting met aanwezigheid van gevaarlijke producten: H1: 35 ton, H2: 212,14 ton, H3: 1 ton, P2: 227,26 ton, P3a: 1 ton, P5a: 10 ton, P5c: 1.500 ton, P6b: 1 ton, P8: 1 ton, E1/E2: 4.500 ton, O2: 500 ton. Waterstof: 1 ton, Ontvlambare vloeibare gassen, cat. 1 of 2 (incl. LPG) en aardgas: 5,17 ton, acetyleen: 1 ton, zuurstof: 240 ton, aardolieproducten en alternatieve brandstoffen: 1.350 ton. | 0 -
17.3.2.1.1.3° | De maximale opslag van 800 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige
vloeistoffen met een vlampunt => 55°C. | 800 ton
17.3.2.1.2.3° | De maximale opslag van 1.100 ton overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3. | 1100 ton
17.3.2.2.3°b) | De maximale opslag van 500 ton ontvlambare vloeistoffen van gevaren categorie 1 en 2 | 500 ton
17.3.2.3.3° | De maximale opslag van 200 ton overige brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen niet vermeld in rubriek 17.3.2.1 en 17.3.2.2. | 200 ton
17.3.3.1°a) | De maximale opslag van 1 ton oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen (GHS03). | 1 ton
17.3.4.3° | De maximale opslag van 1.674 ton bijtende vloeistoffen en vaste stoffen (GHS05). | 1674 ton
17.3.5.3° | De maximale opslag van 40 ton giftige vloeistoffen en vaste stoffen (GHS06). | 40 ton
17.3.6.3° | De maximale opslag van 3.570 ton schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen (GHS07). | 3570 ton
17.3.7.3° | De maximale opslag van 2.500 ton op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (GHS08). | 2500 ton
17.3.8.3° | De maximale opslag van 2.500 ton voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen
en vaste stoffen (GHS09). | 2500 ton
19.3.1°a) | Een schrijnwerkerij in de koudwalserij, met een geïnstalleerde drijfkracht van 100 kW. | 100 kW
19.6.1°b) | Diverse opslagplaatsen van hout in open lucht met een opslagcapaciteit van 650 ton (810 m³). | 810 m³
20.1.1. | Een cokesfabriek met een capaciteit van 1,3 miljoen ton cokes per jaar, inclusief nevenproducten met oa ontzwaveling en bijkomende backup ontzwaveling. | 1,3 miljoen/ton
20.2.1. | 2 sinterfabrieken met een totale jaarcapaciteit van 6,5 miljoen ton sinter/jaar. | 6,5 miljoen/ton
20.2.2.2° | De productie van ruwijzer of staal met inbegrip van continugieten met een capaciteit van maximum 1.450 ton continu gegoten staal, bestaande uit: - 2 hoogovens met een totale jaarcapaciteit van 4,9 miljoen ton ruwijzer/jaar; - een staalfabriek met een jaarcapaciteit van 5,5 miljoen ton vloeibaar staal/jaar; - 2 continugieterijen (maximum 1.450 ton/u continu gegoten staalplakken). | 1450 ton/uur
20.2.9. | De productie of bewerking van ferrometalen waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 919 MW worden gebruikt, omvattende: - de pannenoven in de staalfabriek; - 3 hefbalkovens in de warmwalserij; - 2 stolpgloeierijen en de continu gloeierij CAPL in de koudwalserij; - 2 regeneratie-ovens voor het vervuild zoutzuur van de beitserijen in de koudwalserijen; - 3 ovens voor de thermische behandeling van staalplaat op de verzinkings-lijnen en een piloot-oven SDG3-Upgrade; - 2 ovens voor de thermische behandeling van verzinkte staalband waarop bedekkingsmiddelen zijn aangebracht, in Decosteel2; - 3 droogovens waarvan één in Decosteel2 (droogoven chemcoater) en twee op Sidgal (droogoven rollercoater). | 919 MW
24.4. | 11 laboratoria waar geen afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken gegenereerd wordt. | 11 labo's
29.1.1.3°a) | Diverse inrichtingen voor het behandelen van ertsen omvattende 4 loskranen, diverse transportbanden en graver-werpers voor ertsen, pellets en sinter, 2 beddingmachines, een ertsbrekerij en de monstervoorbereiding in het productielabo, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 20.225 kW. | 20225 kW
29.1.2.2° | De opslag van ertsen op een oppervlakte van 32,5 ha. | 32,5 ha
29.2.1.1° | Een warmwalserij met een capaciteit van 6,5 miljoen ton warmrollen/jaar, gemiddeld
750 ton/u, maximum 1.200 ton/u. | 1200 ton/uur
29.2.1.2° | Een koudwalserij met een capaciteit van 5,5 miljoen ton staal per jaar omvattende een
turbobeitserijtandem TTS, een gekoppelde tandemwalserij 2, 3 hardingswalserijen
voor onbekleed staal (SKP1, SKP3 en SKP CAPL) en 4 hardingswalstuigen en
strekrichter voor bekleed staal. | 5,5 miljoen ton/jaar
29.5.2.2°a) | Diverse inrichtingen voor het mechanisch of fysisch behandelen van metalen omvattende diverse onderhoudswerkplaatsen verspreid over het terrein, 3 overwikkelbanen en 1 knipbaan in de koudwalserij, 2 walsenwerkplaatsen, een ingangs- en uitgangssectie Sidgal3 upgrade, het noodgieten van ruwijzer en een inrichting voor het ontijzeren van slakken, alsook diverse inrichtingen voor het fysisch behandelen van metalen, omvattende: de ontgassers in de staalfabriek, het schoonbranden, snijbranden en verschroten van staalplakken in de warmwalserij, en het branden van staalblokken met een totaal gïnstalleerde drijfkracht van 23.600 kW. | 23600 kW
29.5.3.3°a) | Diverse inrichtingen voor het behandelen van metalen met een totaal thermisch vermogen van 900.000 kW, omvattende: - de pannenoven in de staalfabriek; - 3 hefbalkovens in de warmwalserij; - 2 stolpgloeierijen en de continu gloeierij CAPL in de koudwalserij; - 3 ovens voor de thermische behandeling van staalplaat op de verzinkings-lijnen en een piloot-oven Sidgal3-Upgrade. | 900000 kW
29.5.4.1°a) | Diverse inrichtingen voor het stralen van metalen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 100 kW, omvattende: een zandstraalcabine. | 100 kW
29.5.5.4° | De oppervlaktebehandeling, ontvetting inbegrepen, van metalen door middel van elektrolytisch of chemisch procedé, omvattende 3 panmetallurgiëen en deontzwaveling met calciumcarbide in de staalfabriek, 3 beitserijen waarvan 2 gekoppeld aan een tandemwalserij, inclusief de regeneratie van vervuild zoutzuur in de koudwalserij, electrolytisch ontvetten en chromeren van walsen in de koudwalserij en de alkalische.ontvetting op Sidgal2 en 3 en 4, met een totaal volume van 1.415.000 liter (excl. 145 m³ spoelbaden). | 1415000 liter
29.5.6.b)3° | 4 dompelverzinkingslijnen voor de bekleding van staalplaat, met een badinhoud van 3x 75 m³ en 3x 40m³; totaal: 345.000 liter | 345000 liter
30.1.1°c) | Diverse inrichtingen voor het mechanisch behandelen van minerale producten, omvattende 4 loskranen, diverse transportbanden gravers en werpers voor toeslagstoffen, een installatie voor het breken en zeven van vuurvaste producten, een installatie voor het breken, zeven en ontijzeren van slakken, 4 INBA-installaties voor slakkengranulatie in de hoogovens, de kalklosplaats en de slakstabilisatie in de staalfabriek en de monstervoorbereiding van kalk en duniet in het productielabo, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 15.000 kW. | 15000 kW
30.3.c) | De vuurvaste mortelbereiding in de hoogovens en staalfabriek, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 650 kW. | 650 kW
30.10.2° | De opslag van minerale producten, omvattende de opslag van toeslagstoffen, slakken, slakkenzand en bijproducten, op een oppervlakte van 79 ha. | 79 ha
36.4.2° | De opslag van rubberen voorwerpen (zoals Kressbanden en transportbanden) in open lucht ter hoogte, met een maximale opslagcapaciteit van 1.120 ton. | 1120 ton
39.1.2° | 10 stoomgeneratoren, andere dan lagedrukstoomgeneratoren met een individuele inhoud van minder dan 5.000 liter en met een totale waterinhoud van 20.000 liter. | 20000 liter
39.1.3° | Diverse stoomgeneratoren, andere dan lagedrukstoomgeneratoren met een individuele inhoud van meer dan 5.000 liter en met een totale waterinhoud van 524.500 liter. | 524500 liter
39.2.1° | 15 stoomvaten met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat beschouwd wordt, met een individuele inhoud van 300 liter t.e.m. 5.000 liter en met een totale waterinhoud van 12.500 liter. | 12500 liter
39.2.2° | 17 stoomvaten met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat beschouwd wordt met een individuele inhoud van meer dan 5.000 liter en met een totale waterinhoud van 535.780 liter. | 535780 liter
39.4.1° | 2 warmtewisselaars van elk 500 liter horende bij het beo-veld voor het kantoorgebouw SIFA. | 1000 liter
43.1.3° | Diverse stookinstallaties, omvattende 7 stoomketels verspreid over 3 ketelhuizen (hoogovens, staalfabriek en koudwals), 3 stoomketels in de cokesfabriek, een verbrandingsinstallatie na de biokoolreactor, en een stoom oververhitter in de staalfabriek, een stookinstallatie in Decosteel II en diverse kleine stookinstallaties voor gebouwenverwarming verspreid over het terrein, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 187 MW. | 187000 kW
43.3.2° | Diverse stookinstallaties, omvattende stationaire motoren om noodgeneratoren en bluswaterinstallaties aan te drijven, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 222 MW. | 222 MW
43.4. | Diverse stookinstallaties, omvattende 7 stoomketels verspreid over 3 ketelhuizen (hoogovens, staalfabriek en koudwals), 3 stoomketels in de cokesfabriek, een verbrandingsinstallatie na de biokoolreactor, een stoom oververhitter in de staalfabriek, een stookinstallatie in Decosteel II en diverse kleine stookinstallaties voor gebouwenverwarming verspreid over het terrein, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 187 MW. | 187 MW
53.2.2°b)1° | Bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen met een netto opgepompt debiet van meer dan 30.000 m³/jaar en een verlaging van het grondwaterpeil tot maximum 4 m-mv (Kwartair, HCOV 0160). | 30000 m³/jaar
53.5.2° | Bronbemaling die noodzakelijk is om het gebruik of de exploitatie van gebouwen of bedrijfsterreinen mogelijk te maken of te houden met een netto opgepompt debiet van meer dan 30.000 m³/jaar, zijnde: - maximaal 5.500 m³/dag en 2.000.000 m³/jaar uit 63 boorputten met een diepte tot 22 m uit het Kwartair (HCOV 0160). | 2000000 m³/jaar
53.8.3° | Boren van grondwaterwinningsputten en andere dan vermeld in rubriek 53.1 t.e.m. 53.7 en 53.12, waarvan het totaal opgepompt debiet groter is dan 30.000 m³/jaar, zijnde maximaal: - 5.500 m³/dag en 2.000.000 m³/jaar uit 63 boorputten met een diepte tot 22 m uit het Kwartair (HCOV 0160). | 2000000 m³/jaar
53.11.1° | Onttrekken van grondwater met een netto onttrokken debiet van 2.500 m³/dag of meer, zijnde maximaal: - 5.500 m³/dag en 2.000.000 m³/jaar uit 63 boorputten met een diepte tot 22 m uit het Kwartair (HCOV 0160). | 5500 m³/dag
59.4.1° | Bandlakken met een jaarlijks oplosmiddelenverbruik van 2.500 ton. | 2500 ton/jaar
61.2.1° | Een tussentijdse opslag van uitgegraven bodem op post 28, met een capaciteit van 10.000 m³/jaar. | 10000 m³
2. HISTORIEK
De vergunningverlenende overheid staat in voor de historiek van de inrichting.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
Geen advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 20 augustus 2024 onder ref. -:
De brandweer geeft geen advies voor bemalingen.
Geen advies van North Sea Port afgeleverd op 22 augustus 2024 onder ref. -:
Wij verwijzen naar uw bovenvermelde adviesvraag via het Omgevingsloket van 19/8/2024 met referentie OMV_2024099661. De aanvraag heeft betrekking op privaat terrein. Er is geen advies nodig van North Sea Port.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, industriegebied en gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998). Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven. Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid. Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop. Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven. Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid. Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'R4WO_Knooppunt_O3-O4bis_Wachtebeke' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op ). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Weginfrastructuur (type I).
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
6. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect bodem en grondwater
De bronbemaling moet voldoen aan onderafdeling 5.53.6.1 van Vlarem II en uitgevoerd worden volgens de richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu (VMM, 2019).
Geplande toestand
Er zal bemaald worden op een diepte van 4,3 meter. Het grondwater zal onttrokken worden aan een debiet van maximaal 14,7 m³/uur. Het grondwater wordt volgens de aanvraag geloosd in de bedrijfsafvalwaterriool 10 zodat het kan worden aangewend voor procesdoeleinden.
Bemalingscascade (info: https://www.vmm.be/water/grondwater/bemaling)
In eerste instantie dient er zo weinig mogelijk grondwater opgepompt te worden (beperken duur, peilgestuurd, waterremmende constructies). Het grondwater dat onttrokken wordt dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht worden buiten de onttrekkingszone (retourbemaling, herinfiltratie). Voor het netto debiet dat overblijft dient onderzocht of nuttig hergebruik mogelijk is.
Indien dit niet mogelijk is of aangewezen mag het grondwater geloosd worden op oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. In laatste instantie mag het bemalingswater in de riolering geloosd worden.
Beperken en retourneren
Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
- het merk en serienummer
- het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing
Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken, wordt in de bijzondere voorwaarden een peilsturing van de bemaling opgenomen.
Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De noodzakelijke verlaging wordt per bouwfase bepaald. De regeling van de peilsturing dient bijgesteld in functie van de vordering van de bouwwerken.
Wateroverlast
De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
Zettingen
De exploitant dient alle voorzorgen te nemen om schade aan onroerende goederen binnen de invloedstraal van een grondwaterwinning te vermijden (bv. zettingen). Dit wordt als opmerking opgenomen.
Vlakbij de uitgraving bevinden zich enkele spoorwegen op ca. 25m van de bemalingszone. Het dichtstbijzijnde gebouw bevindt zich op ca. 55 m van de bemalingszone. Zettingen werden berekend en kunnen teruggevonden worden in Bijlage E2-1. Als algemene richtwaarde voor de maximaal toegestane absolute zetting wordt een grenswaarde van 20 mm vooropgesteld. De berekende totale zetting ten gevolge van een grondwaterverlaging naar 4,8 m-mv bedraagt 12,19 mm wat onder de grenswaarde van 20 mm is.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
De rubrieken worden als volgt geadviseerd:
Rubriek | Conclusie | Omschrijving | Hoeveelheid |
12.1.1.3° | Gunstig | wisselspanning opwekken met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van meer dan 10.000 kVA | Tijdelijke dieselgenerator voor de bemaling met een elektrisch vermogen van 125 kVA (Verandering) | 125 kVA |
31.1.3° | Gunstig | stationaire motoren en gasturbines met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5000 kW | Tijdelijke dieselgenerator voor de bemaling met een thermisch ingangsvermogen van 300 kW (Verandering) | 300 kW |
53.2.2°b)2° | Gunstig | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken met een maximaal debiet van 441 m³/dagen en 9.401 m³/jaar voor een duur van 30 dagen. (Verandering) | 9401 m³/jaar |
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een siderurgisch complex (IIOA) van ARCELORMITTAL BELGIUM nv, gelegen te Bokstraat 4, John Kennedylaan 51 en 53, 9042 Gent, omvattende volgende rubrieken:
Rubriek | Conclusie | Omschrijving | Hoeveelheid |
12.1.1.3° | Gunstig | wisselspanning opwekken met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van meer dan 10.000 kVA | Tijdelijke dieselgenerator voor de bemaling met een elektrisch vermogen van 125 kVA (Verandering) | 125 kVA |
31.1.3° | Gunstig | stationaire motoren en gasturbines met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 5000 kW | Tijdelijke dieselgenerator voor de bemaling met een thermisch ingangsvermogen van 300 kW (Verandering) | 300 kW |
53.2.2°b)2° | Gunstig | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld | Bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken met een maximaal debiet van 441 m³/dagen en 9.401 m³/jaar voor een duur van 30 dagen. (Verandering) | 9401 m³/jaar |
Verzoekt de deputatie om volgende bijzondere milieuvoorwaarden op te nemen:
1. Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:
- het merk en serienummer
- het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing
Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.
Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.
2. Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De noodzakelijke verlaging wordt per bouwfase bepaald. De regeling van de peilsturing dient bijgesteld in functie van de vordering van de bouwwerken.
Verzoekt de deputatie om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:
* De exploitant dient alle voorzorgen te nemen om schade aan onroerende goederen binnen de invloedstraal van een grondwaterwinning te vermijden (bv. zettingen).