Terug
Gepubliceerd op 29/11/2024

2024_CBS_11336 - Gecoördineerd advies voor een project-MER toegevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag met nummer OMV_2024058880 voor het exploiteren van een windturbineproject ter hoogte van het bedrijventerrein 'Skaldenpark'

college van burgemeester en schepenen
do 28/11/2024 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 28/11/2024 - 08:48
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_11336 - Gecoördineerd advies voor een project-MER toegevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag met nummer OMV_2024058880 voor het exploiteren van een windturbineproject ter hoogte van het bedrijventerrein 'Skaldenpark' 2024_CBS_11336 - Gecoördineerd advies voor een project-MER toegevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag met nummer OMV_2024058880 voor het exploiteren van een windturbineproject ter hoogte van het bedrijventerrein 'Skaldenpark'

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

* Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) met een titel betreffende milieueffect- en veiligheidsrapportage van 18 december 2002.

* Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage, en de wijzigingen van 29 april 2013.

* Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

* Het Decreet lokale besturen van 22 december 2017, artikel 56.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

ELECTRABEL NV en SABEEN NV hebben een nog niet goedgekeurde project-MER toegevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag met nummer  OMV_2024058880 ingediend bij de vlaamse overheid op 6 juni 2024.

 

Over deze project-MER dient er advies uitgebracht worden aan team Milieueffectrapportage van Departement Omgeving.

 

Het dossier handelt over:

* Onderwerp: het exploiteren van een windturbineproject ter hoogte van het bedrijventerrein 'Skaldenpark'

* Adres: Bragistraat 3, Eddastraat 1, 21, Mai Zetterlingstraat 10, 70, Skaldenstraat 61, 62, 64, 125, 129, 131 en 142, 9042 Gent

* Kadastrale gegevens: afdeling 12 sectie A nrs. 1061R, afdeling 13 sectie B nrs. 16M6, 16C8, 16X6, 16S6, 16R6, 16D8, 16Z4, 16A5, 16D5, 16W4, 16C5, 16X5, 16E4, 16W5, 63D, 64B, 120G3, 120C4, 120H3, 120K4, 194P2, 194N2, 395P, 395X, 395Y, 395D, 395Z, 402B, 407A en 408C


Volgend gecoördineerd verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22/11/2024.

 

Omschrijving MER/VR

Er werd een project-MER opgemaakt voor de plaatsing van 4 windturbines op het industrieterrein Skaldenpark.

 

In de studie wordt er rekening gehouden met een windpark van meer dan 20 turbines, het dossier is bijgevolg opgenomen in Bijlage II van het MER besluit, conform het arrest van de Raad van Vergunningsbetwistingen dd. 23/06/2020.

 

Deze aanvraag betreft een aanvraag voor 4 turbines ter vervanging van 8 turbines die na jaren lange juridische strijd in 2023 vergund werden. De vergunde turbines hadden een lagere tiphoogte (200 m).

 

Het huidige project omvat 4 turbines met een

-vermogen van maximaal van 7.2 MW;

-tiphoogte van maximaal 266,5 m;

-rotordiameter van maximaal 175.0 m;

-ashoogte van maximaal 179 m en minimaal 162 m.

 

BEOORDELING AANVRAAG

1.       Ruimtelijke situering

In het dossier/project dient er rekening gehouden worden met de Gewestelijke stedenbouwkundige verordening.

Zowel de constructie van de windturbine, de transformatorcabines als de permanente of tijdelijke werkzone dient afgetoetst te worden aan de verordening.

 

Het is onduidelijk in het dossier hoeveel nieuwe verhardingen (inclusief waterdoorlatende verharding) worden voorzien. Een algemeen grondplan met aanduiding van de nieuwe permanente en of tijdelijke verhardingen, infiltratievoorzieningen of natuurlijk afwaterende zones ontbreekt.

-Voor WT1 wordt er afgewaterd naar een blusvijver. Conform de GSV dient er bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd. Via een blusvijver wordt er geen water geïnfiltreerd in de grond.

-Voor WT 2 wordt er afgewaterd naar een bestaande infiltratievoorzieningen. Er wordt aangegeven dat er nog voldoende volume en oppervlakte beschikbaar is in deze voorzieningen.

Daarnaast wordt ook een wadi aangelegd naast de bestaande wegenis, die voldoende moeten zijn van 15 784 m² verharding.

Er ontbreekt een grondplan met de overzicht van de verhardingen en een plan met de exacte plaatsing, omvang en diepte van de infiltratievoorzieningen, het buffervolume van de infiltratievoorziening in liter, de totale horizontale dakoppervlakte en de verharde grondoppervlakte die op de infiltratievoorziening aangesloten worden in vierkante meter en de locatie en het niveau van de overloop.

-Voor WT3 wordt er geargumenteerd dat het water dient aanzien worden als afvalwater en niet onder de GSV. Met deze oplossing kan akkoord gegaan worden indien de verharding en de extra afstroombare oppervlakte ook opgenomen is in de vergunning van het bedrijf en de VMM akkoord is.

 -Voor WT4 zou het water natuurlijk kunnen afstromen. Indien het water natuurlijk kan infiltreren, dient dit aangeduid te worden op de plannen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze voldoende hoog voorzien wordt, zodat natuurlijke infiltratie kan.

 

Het is onduidelijk of er voldaan wordt aan de GSV. Dit wordt als aanbeveling opgenomen.

 

2.       Groenaspecten

De impact op natuur is correct beschreven.

 

3.       Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Slagschaduw en geluid

Om de invloed van de windturbines te bepalen werd er rekening gehouden met alle windturbines die voor geluid of slagschaduw cumulatieve effecten kunnen geven.

Voor geluid wordt de 29 dB(A) contour genomen en voor slagschaduw wordt elke individuele vergunde windturbine mee in rekening genomen waarvan de contour van 0 uur verwachte slagschaduw raakt aan de contour van 4u verwachte slagschaduw voor het project.

Voor geluid worden naast de 4 gevraagde turbines nog rekening gehouden met 15 andere turbines.

Voor slagschaduw worden naast de 4 gevraagde turbines nog rekening gehouden met 25 andere turbines.

 

De dichtstbijzijnde woningen bevinden tov van de turbines 

-op 280 m in de Nokerstraat

-op 400 m in Rostijnenstraat

-op 630 m in de Rechtstraat

-op 650 m in de Lichterveldestraat

-op 680 m in Wittewalle

-op 760 m in Desteldonkdorp

 

Gezien de grote hoeveelheid omwonende rond het project dient als bijzondere voorwaarde voor de vergunning opgenomen dat de exploitant een meldpunt dient te organiseren waar omwonenden klachten als gevolg van windturbines kunnen melden. De klachten worden geregistreerd met vermelding van datum, klager, aard van de klacht en de genomen maatregelen. Dit register wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

 

De meeste woningen bevinden zich volgens Vlarem II in ‘Woongebieden < 500 m van industriegebied’ of ‘Agrarische gebieden < 500 m van industriegebied’ de normen waaraan dient afgetoetst zijn resp. 48 dB in dag/43 dB in de nacht-avond en 50 dB in dag/45 dB in de nacht-avond.

 

De turbines hebben een maximaal brongeluid van 107,5 dB(A). Uit de geluidsstudie blijkt dat in de avond en nacht de turbines gebrideerd te worden om aan de geluidsnormen te voldoen (in het ontwikkelscenario):

WT01: 101,1 dB(A)

WT02: 98,4 dB(A)

WT03: 102,1 dB(A)

WT04: 105,8 dB(A)

 

In de MER wordt aanbevolen om na realisatie geluidsmetingen uit te voeren op de meest kritische punten om na te gaan of voldaan wordt aan de normen van Vlarem II. Dit dient als voorwaarde in de vergunning worden opgenomen.

 

In de MER-studie werden bijkomende analyses gedaan van het aantal potentieel blootgestelde woningen en kwetsbare locaties binnen de relevante geluidscontouren. De geluidsniveaus werden getoetst aan de waarde voor hinderbeleving voor overdag (45 dB(A) en ‘s avonds en ’s nachts (40 dB(A)). Deze normen worden afgeleid uit het plan MER opgesteld door Vlaanderen.

In de geplande situatie met milderende maatregen (en inrekening van het omgevingslawaai) komt er tijdens de dag en nacht, respectievelijk   62 (+95,4 %) en 150 (+14 %) bijkomende adrespunten die boven de waarde uitkomen.

In het cumulatief ontwikkelingsscenario zijn er geen voorzieningen voor kinderopvang, onderwijsinstellingen of zorginstellingen gelegen binnen de 45 dB(A) contour in de dagperiode.

In het geplande scenario met milderende maatregelen worden er 2 voorziening voor kinderopvang blootgesteld aan 40 dB(A) of meer. In deze voorzieningen voor kinderopvang zijn echter gedurende de nacht veelal geen kinderen aanwezig.

Uit de berekeningen van het potentieel blootgestelde woningen blijkt dat het aantal hinderadressen voor geluid verdubbeld (+95,4 %) worden tijdens de dag door de plaatsing van de 4 windturbines. Tijdens de nacht zorgt bridage dat de geluidshinder beperkt blijft (+14%). Het wordt aanbevolen om aantal gehinderde zo laag mogelijk te houden en hier milderen maatregelen te voorzien.

 

 

De slagschaduw wordt berekend en gevisualiseerd met behulp van het softwarepakket WindPRO.

Van de verschillende mogelijke turbinetypes wordt er uitgegaan van diegene met de grootste rotordiameter omdat deze gepaard gaat met de grootste slagschaduweffecten (= worst case).

De tijdsduur van slagschaduw wordt getoetst aan de geldende norm. artikel 5.20.6.2.3 van de Vlarem II vermeldt een maximum van 8 uur effectieve (=real-case/verwachte) slagschaduw per jaar, met een maximum van 30 minuten effectieve slagschaduw per dag voor elk relevant slagschaduwgevoelig object.

Voor relevante slagschaduwgevoelige objecten in industriegebied, met uitzondering van woonobjecten, geldt een maximum van 30 uur effectieve slagschaduw per jaar, met een maximum van 30 minuten effectieve slagschaduw per dag.

 

De cumulatieve effecten van de 24 bestaande turbines en geplande turbine van Encon worden mee genomen als referentiesituatie. Reeds in de referentiesituatie zonder de geplande turbines zijn er slagschaduwnorm overschrijdingen bij 297 van de 563 beschouwd woonobjecten. Met de geplande turbines zijn er slagschaduwnorm overschrijding in 519 van de 563 beschouwde woonobjecten.

 

De turbines worden voorzien van een stilstand regeling zodat er voldaan wordt aan de normen. Gezien het grote aantal bewoners rondom het project dient als bijzondere voorwaarde in de vergunning opgenomen dat de exploitant op aanvraag (binnen de 72 uur) de informatie over de effectieve slagschaduw per dag beschikbaar te stellen.

 

Ook dienen de turbines voorzien zijn van antireflecterende coating of lichtabsorberend materiaal zoals opgenomen in de milderende maatregelen.

 

 

Veiligheid

Er is een veiligheidsstudie toegevoegd aan het dossier. Uit deze veiligheidsstudie wordt besloten dat de inplanting van de windturbines voldoen aan de criteria die in het kader van de externe veiligheid voor windturbines in Vlaanderen worden gehanteerd

 

CONCLUSIE

Het projectMER wordt voorwaardelijk gunstig beoordeeld.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de team Milieueffectrapportage van Departement Omgeving.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

niet van toepassing

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over het project-MER ingediend door ELECTRABEL nv (O.N.:0403170701) en SABEEN nv (O.N.:0449090697) gelegen te Bragistraat 3, Eddastraat 1, 21, Mai Zetterlingstraat 10, 70, Skaldenstraat 61, 62, 64, 125, 129, 131 en 142, 9042 Gent.


Artikel 2

AANBEVELINGEN

Gewestelijke stedenbouwkundige verordening

In het dossier/project dient er rekening gehouden worden met de Gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV).

Het is onduidelijk in het dossier hoeveel nieuwe verhardingen (inclusief waterdoorlatende verharding) worden voorzien. Een algemeen grondplan met aanduiding van de nieuwe permanente en of tijdelijke verhardingen, infiltratievoorzieningen of natuurlijk afwaterende zones ontbreekt.

Het is onduidelijk of er voldaan wordt aan de GSV

 

Grote toename aantal gehinderden

We merken op dat tijdens de dagperiode het aantal hinderadressen voor geluid verdubbeld (+95,4 %) worden door de plaatsing van de windturbines. Tijdens de nacht zorgt bridage dat de geluidshinder beperkt blijft (+14%). Het wordt aanbevolen om aantal gehinderde zo laag mogelijk te houden en hier milderen maatregelen te voorzien.

 

Slagschaduw

De turbines dienen voorzien worden van antireflecterende coating of lichtabsorberend materiaal zoals opgenomen in de milderende maatregelen.

 

Artikel 3

Er worden geen opmerkingen opgenomen.