Terug
Gepubliceerd op 29/11/2024

2024_CBS_11259 - OMV_2024127669 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van gerooide/gevelde/omgevallen bomen en het planten van nieuwe bomen - zonder openbaar onderzoek - Grotesteenweg-Zuid, 9052 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 28/11/2024 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 28/11/2024 - 08:43
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_11259 - OMV_2024127669 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van gerooide/gevelde/omgevallen bomen en het planten van nieuwe bomen - zonder openbaar onderzoek - Grotesteenweg-Zuid, 9052 Gent - Vergunning 2024_CBS_11259 - OMV_2024127669 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van gerooide/gevelde/omgevallen bomen en het planten van nieuwe bomen - zonder openbaar onderzoek - Grotesteenweg-Zuid, 9052 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Adelahof BVBA met als contactadres Gentsesteenweg 71, 8530 Harelbeke heeft een aanvraag (OMV_2024127669) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 25 september 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het regulariseren van gerooide/gevelde/omgevallen bomen en het planten van nieuwe bomen

• Adres: Grotesteenweg-Zuid 26A-26D, 9052 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 24 sectie A nr. 458N

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 1 oktober 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 21 november 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De bouwplaats is gelegen langs de gewestweg Grotesteenweg-Zuid (N60) in de deelgemeente Zwijnaarde. Op de site is recent de bouw van vier meergezinswoningen met ondergrondse parking uitgevoerd (2017/04266 Dig dd. 20/09/2018). De tuin rondom de meergezinswoningen is deels vastgelegd als boszone.

De site grenst aan het beschermd cultuurhistorisch landschap van de ‘Kastelensite’, beschermd omwille van de natuurwetenschappelijke, historische en esthetische waarde. Voor de aanduiding, beschrijving en het beschermingsbesluit, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/8951

 

De site grenst eveneens aan het kasteel De Klosse, beschermd als monument ‘ Kasteeldomein De Klosse: gracht met toebehoren’ omwille van de historische en artistieke waarde. Voor de aanduiding, beschrijving en het beschermingsbesluit, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/9821


Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het regulariseren van 3 gerooide/gevelde/omgevallen bomen. Specifiek betreft het:

-      Het vellen van een conifeer (B3) met stamomtrek 160 cm op 1 m hoogte. Bij de uitvoering van de werken (afbraak van de woning), stelde men vast dat twee te verwijderen mazouttanks zich net onder deze boom bevonden, waardoor de boom niet behouden kon blijven. 

-      Een pinus (B4) met stamomtrek 82 cm op 1 m hoogte. Deze boom was dood en werd bijgevolg geveld, op vraag van de vereniging van mede-eigenaars.

-      Een notelaar (B6) met stamomtrek 146 cm op 1 m hoogte. Deze boom is omgevallen bij een storm. Dit werd niet gemeld wegens niet eerder opgemerkt. 


Er zijn reeds 3 bomen aangeplant ter compensatie.

2.       DIENST TOEZICHT WONEN, BOUWEN EN MILIEU

Er is een proces-verbaal met nummer D2024419.003 opgemaakt op 25 juni 2024 voor:

 

De volgende bomen, gelegen in de zone die niet te beschouwen is als boszone, werden gerooid:

- Ter hoogte van de afvalbergplaats aan de straatzijde rechts werd de middelste pinus (B2) gerooid. De linkse pinus (B1) werd sterk teruggesnoeid waardoor de boom vernietigd is.

- Rechts van de inrit naar de ondergrondse garage (blok Oost) werd een conifeer(B3) en een pinus (B4) t.h.v. de rechter perceelsgrens gerooid.

De volgende boom, binnen de vergunde ontboste zone (en bijgevolg niet meer te beschouwen als bos), werd gerooid:

- Rechts van blok Noord werd een notelaar (B6) gerooid

 

Binnen de boszone (bevoegdheid voor Agentschap Natuur en Bos) werden de volgende bomen gekapt:

- Recht van blok Noord werd een meerstammige hazelaar (B5) en een beuk (B6)

- Ter hoogte van de linker perceelgrens vooraan, werd een beuk (B9) en een kastanjeboom (B8) gerooid.

3.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 01/08/2019 werd een weigering afgeleverd voor het wijziging aan de vergunning 2017/04266 dig (het afbreken van een woning en bouwen van 4 meergezinswoningen met ondergrondse parking). (OMV_2019061928)

* Op 03/01/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de exploitatie van een tijdelijke bronbemaling voor de uitvoering van een ondergrondse verdieping. (OMV_2019128801)

* Op 26/03/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de aanvraag voor enkele wijzigingen aan dosssier 2017039165 met name : het verplaatsen van de hoogspanningscabine, het ontwerp van een nieuwe toegangspoort en opstelling van de brievenbussen en een 2e toegangspoort enkel voor de brandweer. (OMV_2019160424)

* Op 27/04/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de regularisatie en de aanvraag van wijzigingen aan de vergunde nieuwbouw meergezinswoning. (OMV_2022149528)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 25/05/1981 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een landhuis. (1981/673)

* Op 27/09/1982 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een tennisbaan. (1982/748)

* Op 02/10/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van een deel van een bestaande villa. (2003/70092)

* Op 12/11/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een mobiel toilet (halte 208333). (2015/04173)

* Op 20/09/2018 werd een vergunning afgeleverd voor het afbreken van een woning en bouwen van 4 meergezinswoningen met ondergrondse parking. (2017/04266 Dig)

 

Verkavelingsvergunningen

* Op 08/04/1975 werd een vergunning afgeleverd voor wijziging van een bestaande verkaveling. (1975 ZW 115/01)

* Op 16/02/1984 werd een vergunning afgeleverd voor wijziging van een bestaande verkaveling. (1983 ZW 115/02)

* Op 24/12/1974 werd een weigering afgeleverd voor wijziging van een bestaande verkaveling. (1974 ZW 115/01/W)

* Op 19/10/1973 werd een vergunning afgeleverd voor nieuwe verkaveling. (1973 ZW 115/00)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

4.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

  • Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 18 oktober 2024 onder ref. AV/411/2024/01390:
    Het agentschap Wegen en Verkeer adviseert gunstig betreffende voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met de vermelde inlichtingen en beperkingen.
    Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten. (zie integraal advies op het omgevingsloket)

5.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

5.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het bouwperceel is bestemd als woongebied volgens het gewestelijk RUP 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent - deelproject 6C Parkbos' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 9 juli 2010). Naast de generieke voorschriften wordt de site gevat door de zonevoorschriften van de bestemmingscategorie ‘woongebied’ (art.7).

 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor kleinschalige toeristische voorzieningen en voor agrarische bedrijven, voor zover deze activiteiten landschappelijk en functioneel geïntegreerd kunnen worden in de woonomgeving en het draagvlak van de bosrijke omgeving niet overschrijden.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

5.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

5.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.

6.       WATERPARAGRAAF

6.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

6.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
 

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

6.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

7.       NATUURTOETS

Deze (gedeeltelijke) regularisatieaanvraag kan grotendeels gunstig geadviseerd worden. Verschillende bomen zijn omgewaaid. Voor de drie effectief te regulariseren bomen, is alleen het voorstel voor boom B4 (pinus) ontoereikend, omdat deze boom zich bevindt bovenop een ondergrondse parking en dus op een minder duurzame plaats. Bovendien is het wenselijk dat ter hoogte van de rechter perceelsgrens, waar eerder ook al minder kwaliteitsvolle pinussen konden gerooid worden ter hoogte van B4, opnieuw aangevuld wordt. Als voorwaarde wordt dan ook opgelegd dat ter hoogte van de drie bezoekersparkings een nieuwe boom (met stamomtrek minstens HS14/16) wordt aangeplant (als compensatie van B4) en dit het eerstvolgende plantseizoen na het bekomen van deze vergunning en op minstens 2 meter van de perceelsgrens.
 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag mits voorwaarden de natuurtoets doorstaat.

8.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

9.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

10.   OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag omvat het regulariseren van het rooien van bomen en de aanplant van nieuwe bomen.
Mits de heraanplant van de gesneuvelde bomen en een gewijzigde inplanting van een van de compensatievoorstellen (zie hierboven punt 7. Natuurtoets) komt deze aanvraag voor vergunning in aanmerking.


Erfgoedevaluatie

Deze werken hebben geen negatieve impact op de beschermde, aanpalende sites. Er is vanuit erfgoedoogpunt geen bezwaar tegen deze werken.


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het regulariseren van gerooide/gevelde/omgevallen bomen en het planten van nieuwe bomen aan Adelahof bvba (O.N.:0831376805) gelegen te Grotesteenweg-Zuid 26A-26D, 9052 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Heraanplant bomen:
- Ter hoogte van de drie bezoekersparkings wordt een nieuwe boom (met stamomtrek minstens HS14/16) aangeplant (als compensatie van B4) en dit het eerstvolgende plantseizoen na het bekomen van deze regularisatieaanvraag en op minstens 2 meter van de perceelsgrens.
 

Advies wegbeheerder:

  • De voorwaarden opgenomen in het advies van Agentschap Wegen en Verkeer (advies van 18 oktober 2024, met kenmerk AV/411/2024/01390) moeten strikt nageleefd worden.