Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
ELIA ASSET NV met als contactadres Keizerslaan 20, 1000 Brussel heeft een aanvraag (OMV_2023131471) ingediend bij de Vlaamse overheid op 30 augustus 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: de aanleg van de ondergrondse kabelverbinding 36kV tussen het HS-station FLORA en het HS-station Sint-Amandsberg op het grondgebied van de gemeenten Merelbeke, Destelbergen en Stad Gent over een lengte van ongeveer 5,2 km ter vervanging van de 36kV-ondergrondse kabelverbinding
• Adres: Braemkasteelstraat, Brusselsesteenweg, Dendermondsesteenweg, Emanuel Hielstraat, Gentbruggekouter, Hundelgemsesteenweg, Jules Van Biesbroeckstraat, Magerstraat, Peter Benoitlaan en Schooldreef, 9050 Gent - Dendermondsesteenweg, Paul De Ryckstraat, 9040 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 19 sectie C, afdeling 21 sectie A ercelen zoals ingetekend op het Omgevingsloket en op openbaar domein
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 9 oktober 2024.
De Vlaamse overheid heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 10 oktober 2024.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 18 november 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Deze aanvraag betreft het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de aanleg van de ondergrondse kabelverbinding 36kV tussen het HS-station FLORA en het HS-station Sint-Amandsberg op het grondgebied van de gemeenten Merelbeke, Stad Gent (Gentbrugge, Destelbergen) over een lengte van ongeveer 5,2 km met als doel de vervanging van de 36kV-onderrondse kabelverbinding die het einde van zijn levensduur bereikt heeft. Gelijktijdig wordt voor deze verbinding ook 1 polyethyleen (PE)-buis voorzien met daarin een optische vezelkabel. De aanleg gebeurt deels os open sleuf en deels via een ondergronds gestuurde boring. De start van de werken is gepland voor april 2025, het einde is voorzien voor juni 2026.
Ter hoogte van de Driebeekstraat kruist het kabeltraject de Rietgracht, een waterloop van derde categorie in beheer van de stad Gent. Een document voor aanvraag van een machtiging voor werken aan, over of onder onbevaarbare waterlopen van derde categorie is in bijlage toegevoegd.
2. HISTORIEK
De vergunningverlenende overheid staat in voor de vergunningenhistoriek.
3. WIJZIGINGSAANVRAAG
Op 10 oktober 2024 werd een wijzigingsverzoek ingediend. Op 17 oktober 2024 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard. Het wijzigingsverzoek werd aanvaard voor de start van het initiële openbaar onderzoek.
BEOORDELING AANVRAAG
4. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
5. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
5.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg MOSCOU, goedgekeurd op 9 januari 2004, en is bestemd als zone voor wegen.
Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg Lusthofwijk, goedgekeurd op 13 april 1989, en is bestemd als zone voor wegen.
Het project ligt in bijzonder plan van aanleg Nijverheidskaai, goedgekeurd op 9 juni 1995, en is bestemd als zone voor wegen.
Het project ligt in bijzonder plan van aanleg SINT BAAFSKOUTER, goedgekeurd op 21 september 1992, en is bestemd als zone voor wegen.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften. Mochten de werken alsnog afwijken van de voorschriften kan met evenwel ook gebruik maken van artikel 4.4.7 van de VCRO (uitvoeren van werken van algemeen belang die een beperkte ruimtelijke impact hebben).
5.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
5.4. Uitgeruste weg
De werken worden hoofdzakelijk uitgevoerd op bestaande gemeentewegen.
6. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:
6.1. Ligging project
Het project situeert zich in het afstroomgebied van verschillende waterlopen:
- Waterloop categorie 1 in beheer van de VMM
- De Schelde, waterloop in beheer van de Vlaamse Waterweg
- Waterloop categorie 3 (Rietgracht) in beheer van de stad Gent
- Waterloop categorie 2 in beheer van de Provincie Oost-Vlaanderen
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
De werken worden hoofdzakelijk op openbaar domein uitgevoerd en slechts heel plaatselijk op privaat domein.
6.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
6.2.1 Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel blijft ongewijzigd. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het algemeen bouwreglement van de stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.
De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
6.2.2 Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Om het kabeltrace te kunnen realiseren zal een onderboring van de Bovenschelde moeten gebeuren. De boring bevindt zich op minstens 14,4 meter onder het laagste punt van de bodem van de Schelde. Om deze werken te mogen uitvoeren wordt een machtiging aangevraagd worden aan de Vlaamse Waterweg.
Ter hoogte van de Driebeekstraat kruist het kabeltraject de Rietgracht, een waterloop van categorie 3 in beheer van de stad Gent. Een document voor aanvraag voor machtiging is in bijlage toegevoegd. De stad Gent gaat hiermee akkoord.
6.2.3 Overstromingen
Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.
Ruimten met kwetsbare functies kunnen extra beschermd worden tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/publicaties/waterwegwijzer-bouwen-en-verbouwen (p 19).
6.2.4 Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
6.3. Conclusie
Er kan geconcludeerd worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
7. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Het stikstofdecreet omvat een nieuw beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken en is in werking getreden op 23 februari 2024. Binnen de toetszone, gelegen binnen de SBZ-H (speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn) en binnen 20 km afstand tot de emissiebron(nen), dient bij een omgevingsvergunningsaanvraag nagegaan te worden of de kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H door het project niet wordt overschreden. De stikstofdepositie wordt beoordeeld aan de hand van de impactscore op de SBZ-H.
Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Dit betekent dat zelfs wanneer het project op het meest kritische habitat gebouwd wordt, de impact van het verkeer nog niet zal zorgen voor een overschrijding van de 1% . We kunnen bijgevolg met absolute zekerheid besluiten dat de impactscore van dit project, voor wat betreft mobiliteit, lager is dan 1%.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 25 oktober 2024 tot en met 23 november 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag betreft het aanleggen van een kabeltracé ter vervanging van bestaande kabels die einde levensduur zijn. Het tracé heeft een totale lengte van meer dan 5 kilometer en verloopt over het grondgebied van Merelbeke, Gent en Destelbergen. Voor de plaatsing van de kabels worden sleuven getrokken ofwel door uitgraving ofwel door grondgestuurde boringen.
De kabel wordt over het volledige tracé ondergronds aangelegd. Er is dus enkel een tijdelijke visuele impact bij aanleg van de kabel.
Er worden geen (straat)bomen geveld. De gestuurde boringen zitten voldoende diep ten opzichte van de bomen. De trajecten in open sleuf zitten verder verwijderd van de bomen dan de riolering. Bijgevolg is ook de impact op de straatbomen in de tracédelen met open sleuf minimaal tot onbestaande.
Nergens doorkruist het tracé beschermd erfgoed: beschermde monumenten, beschermde stads- of dorpsgezichten, beschermde cultuurhistorische landschappen of beschermde archeologische zones.
Bovendien doorkruist het ook geen sites of relicten die opgenomen zijn op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. Daarom is er ook vanuit erfgoedoogpunt geen bezwaar tegen de ingediende aanvraag, wel wordt gewezen op de regelgeving archeologie waaraan de aanvraag moet getoetst worden om hiermee in regel te zijn.
De opgebroken bestaande infrastructuur of de omgeving wordt hersteld naar een toestand die minstens overeenstemt met de toestand voor de uitvoering van de werken, of waar nodig overgelaten aan spontaan herstel.
Er kan gesteld worden dat de kabelverbinding correct geïntegreerd wordt in de omgeving.
Ter hoogte van de Driebeekstraat kruist het kabeltraject de Rietgracht, een waterloop van derde categorie in beheer van de stad Gent. Een document voor aanvraag van een machtiging voor werken aan, over of onder onbevaarbare waterlopen van derde categorie is in bijlage toegevoegd. De stad Gent gaat hiermee akkoord.
CONCLUSIE
De aanvraag wordt beslist door de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
Gunstig, de aanvraag is in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de Vlaamse Regering over omgevingsvergunningsaanvragen die door de Vlaamse Regering worden behandeld (vlaamse projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor de aanleg van de ondergrondse kabelverbinding 36kV tussen het HS-station FLORA en het HS-station Sint-Amandsberg op het grondgebied van de gemeenten Merelbeke, Destelbergen en Stad Gent over een lengte van ongeveer 5,2 km ter vervanging van de 36kV-ondergrondse kabelverbinding van ELIA ASSET nv, gelegen te Braemkasteelstraat, Brusselsesteenweg, Dendermondsesteenweg, Emanuel Hielstraat, Gentbruggekouter, Hundelgemsesteenweg, Jules Van Biesbroeckstraat, Magerstraat, Peter Benoitlaan en Schooldreef, 9050 Gent en Dendermondsesteenweg, Paul De Ryckstraat, 9040 Gent
Verzoekt de Vlaamse regering om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:
Afval
De verplichting om selectief te slopen, renoveren en/of te ontmantelen staat in artikel 4.3.3 van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Vlarema).
Het opstellen van een sloopopvolgingsplan is vereist voor vergunningsplichtige sloop- en afbraakwerken van:
- niet-residentiële gebouwen met bouwvolume groter dan 1.000 m³
- residentiële gebouwen met bouwvolume groter dan 5.000 m³
- infrastructuurwerken met een volume groter dan 250m³.
Het dossier bevat een sloopopvolgingsplan. De specifieke aandachtspunten en aanbevelingen uit het plan dienen opgevolgd te worden.
Elke afvoer van afvalstoffen moet gedocumenteerd worden met een identificatieformulier of een afgiftebewijs. De uitvoerder van de bouw-, infrastructuur-, sloop- en ontmantelingswerken bezorgt deze documenten aan de houder van de omgevingsvergunning. Deze dienen 5 jaar bijgehouden te worden.
Bij de sloop moet de nodige aandacht besteed worden aan de aanwezigheid van asbest. Meer informatie over het correct omgaan met asbest is terug te vinden op de website van OVAM: https://ovam.vlaanderen.be/asbest-en-sloop.
Stofemissies
De uitvoerder van bouw-, sloop- en infrastructuurwerken moet de emissie van stof zo laag mogelijk houden en moet hiertoe maatregelen treffen.
De verplichte maatregelen staan opgesomd in hoofdstuk 6.12 van Vlarem II.
De aandacht wordt gevestigd op artikel 6.12.3 van deze regelgeving. Dit artikel vermeldt vier concrete maatregelen om stofemissies te voorkomen:
1. afscherming met doeken of zeilen,
2. beneveling van de locatie waar de werken worden uitgevoerd,
3. bevochtiging ter hoogte van de apparatuur,
4. rechtstreekse stofafzuiging op breekhamers, polijstmachines, slijpschijven, boormachines, freesmachines en schuurmachines.
Minimaal één van deze vier maatregelen moet genomen worden.
Als er visueel waarneembare stofverspreiding optreedt kan bijkomende verneveling verplicht zijn.
Openbaar domein
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.
De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.
Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.
U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).
In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).