Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 82 en 83.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de bijstelling goed.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Rebel Rebel VZW met als contactadres Oude Beestenmarkt 7, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024127956) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 23 september 2024.
De aanvraag tot bijstelling van de milieuvoorwaarden handelt over:
• Onderwerp: het bijstellen van de 5de bijzondere voorwaarde in artikel 2 van de aktename (OMV_2024119696) voor het exploiteren van een danscafé met betrekking tot het verbod voor het produceren van elektronisch versterkte muziek en de afwijking van artikel 5.32.2.2 §2 van Vlarem II
• Adres: Oude Beestenmarkt 7, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 2 sectie B nr. 1183_
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 15 november 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het bijstellen van de 5de bijzondere voorwaarde in artikel 2 van de aktename (OMV_2024119696) voor het exploiteren van een danscafé met betrekking tot het verbod voor het produceren van elektronisch versterkte muziek en de afwijking van artikel 5.32.2.2 §2 van Vlarem II.
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
Artikel: 5.32.2.2, §2
Omschrijving: We vragen een afwijking van artikel 5.32.2.2, §2 van VLAREM II, meer bepaald een aanpassing aan de periode van verbod voor het produceren van elektronisch versterkte muziek. We vragen een schrapping van het verbod tussen 3.00 u en 7.00 u van maandag- tot en met zaterdagochtend. Het openingsuur is immers dagelijks rond 20.00 uur. Het sluitingsuur is op dinsdag om 03.00 u en op donderdag, vrijdag en zaterdag om 05.00 u.
Motivatie: Voor een beschrijving van de maatregelen voor de bescherming van mens en milieu, wordt verwezen naar de bijlage “Effecten op de omgeving” die bijgevoegd werd bij het meldingsdossier dat geleid heeft tot de aktename door de stad Gent op 19 september ll. Deze wordt nu als een aparte bijlage bijgevoegd.
Zie bijlage Q3 en Effecten op de omgeving.
Voorstel: De bijlage “Effecten op de omgeving” toont duidelijk aan dat er geen aanzienlijke effecten te identificeren zijn van de inrichting op de omgeving
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 29/07/2024 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor het exploiteren van een danscafé met het afwijken van geluidsnormen. (OMV_2024105545)
* Op 02/09/2024 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor het exploiteren van een bar met het afwijken van de geluidsnormen. (OMV_2024111412)
* Op 19/09/2024 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een danscafé met een afwijking van geluidsnormen. (OMV_2024119696)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 26/01/1981 werd een vergunning afgeleverd voor het heroptrekken van de gevel. (KW O-37-80)
* Op 30/08/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een zonnetent aan de gevel. (2007/547)
* Op 12/05/2011 werd een vergunning afgeleverd voor het vergroten van een bestaande raamopening in functie van een extra vluchtdeur. (2011/194)
* Op 03/06/1999 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van de voorgevel. (1999/322)
* Op 31/05/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een cafe. (2000/396)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977). De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De voorgestelde inrichting of activiteiten zijn in overeenstemming met de voorgeschreven planologische bestemming en de stedenbouwkundige voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Algemeen bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het algemeen bouwreglement, stedenbouwkundige verordening van de stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en latere wijzigingen.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
5. NATUURTOETS
Er worden geen wijziging aan bouwvolumes/constructies en/of verharding voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op (mogelijks) aanwezige waardevol groen.
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
6. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 16 oktober 2024 tot en met 14 november 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden 2 bezwaarschriften ingediend.
De bezwaren worden als volgt samengevat: Men ondervindt frequent overlast van de danscafés op de Oude Beestenmarkt. Men stelt dat de cafés stelselmatig proberen uit te breiden tot een volgende Overpoort en de panden verouderd zijn en niet voldoende geïsoleerd. Een nachtelijke uitbreiding is enkel mogelijk mits een complete heropbouw met de juiste isolatie.
Naar aanleiding van het milieuhygiënisch onderzoek van deze aanvraag worden de bezwaren als volgt besproken: In de aktename OMV_2024119696 d.d. 19.09.2024 is onder bijzondere voorwaarde 6 opgenomen dat de exploitant uiterlijk binnen de 3 maanden na het besluit de resultaten van een volledig akoestisch (AO) onderzoek moet voorleggen aan de Dienst Toezicht. Eens de resultaten van het volledig AO bekend zijn, zullen specifieke voorwaarden m.b.t. het maximale toegelaten geluidsniveau in de zaal opgelegd worden. Bij deze specifieke voorwaarden worden de omgevingsnormen uit VLAREM II gerespecteerd, ook in de nachtelijke uren.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde omgevingsvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect geluid
Het betreft het bijstellen van de 5de bijzondere voorwaarde in artikel 2 van de aktename (OMV_2024119696) voor het exploiteren van een danscafé met betrekking tot het verbod voor het produceren van elektronisch versterkte muziek en de afwijking van artikel 5.32.2.2 §2 van Vlarem II.
De exploitant vroeg in het omgevingsloket enkel een bijstelling van artikel 5.32.2.2 §2 van Vlarem II aan. De bijstelling van de 5de bijzondere voorwaarde in artikel 2 van de aktename OMV_2024119696 wordt derhalve ambtshalve toegevoegd.
Artikel 2 van de aktename stelt: “ Verwijzend naar artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek:
- tussen 3.00 uur en 7.00 uur van maandag- tot en met zaterdagochtend en
- tussen 7.00 uur en 9.00 uur op zondagochtend en de ochtend van een officiële feestdag”.
Om de geluidshinder afkomstig van lokalen met elektronisch versterkte muziek te beperken voert de stad Gent een beleid waarbij een periode van verbod op elektronisch versterkte muziek opgenomen wordt in het milieuvergunningsbesluit in plaats van een einduur. Artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II stelt:
De exploitatie van de inrichting en het gebruik van (een) elektronische versterker(s) die muziek voortbrengt(en) is, behalve op zon- en feestdagen, verboden vanaf 3 uur tot 7 uur.
In afwijking van de in deze paragraaf vermelde verbodsbepalingen kan, in functie van de plaatselijke omstandigheden, elke andere regeling inzake openings- en sluitingsuren worden vastgesteld in de bijzondere voorwaarden.
De exploitant heeft in de aanvraag een specifiek exploitatieregime aangevraagd. Met name: Dagelijks tot 03.00 uur, vrijdag- en zaterdagochtend tot 05.00 uur.
Er zijn klachten bekend. Rekening houdend met het aangevraagde exploitatieregime, het lokale draagvlak van de residentiële buurt, en de adviezen politiediensten en horecacoach van Stad Gent wordt een andere regeling van toepassing gesteld dan deze die opgenomen is artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II.
Er wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek:
* tussen 03.00 uur en 09.00 uur van zondag- t.e.m. donderdagochtend;
* tussen 05.00 uur en 09.00 uur op vrijdag- en zaterdagochtend.
Bijzondere voorwaarde 5 uit de aktename OMV_2024119696 d.d. 19.09.2024 wordt in die zin bijgesteld. De overige bijzondere voorwaarden blijven ongewijzigd.
CONCLUSIE
De bijstelling van de bijzondere voorwaarden wordt gunstig geadviseerd.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende bijstelling van de voorwaarden een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de omgevingsvergunning voor het bijstellen van de 5de bijzondere voorwaarde in artikel 2 van de aktename (OMV_2024119696) voor het exploiteren van een danscafé met betrekking tot het verbod voor het produceren van elektronisch versterkte muziek en de afwijking van artikel 5.32.2.2 §2 van Vlarem II aan Rebel Rebel vzw (O.N.:0742973577) gelegen te Oude Beestenmarkt 7, 9000 Gent.
Volgende bijzondere voorwaarden van de ingedeelde inrichting of activiteit wordt bijgesteld:
Verwijzend naar artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek:
* tussen 03.00 uur en 09.00 uur van zondag- t.e.m. donderdagochtend;
* tussen 05.00 uur en 09.00 uur op vrijdag- en zaterdagochtend.
Bijzondere voorwaarde 5 uit de aktename OMV_2024119696 d.d. 19.09.2024 wordt in die zin bijgesteld.
Volgende geactualiseerde milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
1. De exploitant moet voldoende organisatorische maatregelen nemen zodat het publiek niet te dicht bij de luidsprekers kan staan.
2. De bijzondere voorwaarden moeten opgehangen worden ter hoogte van de bar.
3. Tijdens het gebruik van de exploitatie moeten ramen en deuren gesloten zijn.
4. Het sas moet te allen tijde gebruikt worden.
5. Verwijzend naar artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek:
* tussen 03.00 uur en 09.00 uur van zondag- t.e.m. donderdagochtend;
* tussen 05.00 uur en 09.00 uur op vrijdag- en zaterdagochtend.
6. Uiterlijk binnen 3 maanden na datum van dit besluit moeten de resultaten van een volledig akoestisch onderzoek (cfr. bijlage 4.5.2 van VLAREM I) ter evaluatie voorgelegd worden aan de Dienst Toezicht (toezicht@stad.gent), met vermelding van het dossiernummer. Dit akoestisch onderzoek moet uitgevoerd worden door een erkende VLAREM deskundige in de discipline geluid. In navolging van bijlage 4.5.1. §2 van VLAREM II moet, vóór de metingen plaatsgrijpen, een meetvoorstel voorgelegd worden aan de Dienst Milieu en Klimaat (Milieuenklimaat@stad.gent). De buitenunit van de airco wordt meegenomen in het AO.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.