Terug
Gepubliceerd op 13/12/2024

2024_CBS_11751 - OMV_2024058880 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een windturbineproject ter hoogte van het bedrijventerrein 'Skaldenpark' - met openbaar onderzoek - Bragistraat, Eddastraat, Mai Zetterlingstraat en Skaldenstraat, 9042 Gent - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 12/12/2024 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 12/12/2024 - 08:43
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_11751 - OMV_2024058880 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een windturbineproject ter hoogte van het bedrijventerrein 'Skaldenpark' - met openbaar onderzoek - Bragistraat, Eddastraat, Mai Zetterlingstraat en Skaldenstraat, 9042 Gent - Advies 2024_CBS_11751 - OMV_2024058880 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een windturbineproject ter hoogte van het bedrijventerrein 'Skaldenpark' - met openbaar onderzoek - Bragistraat, Eddastraat, Mai Zetterlingstraat en Skaldenstraat, 9042 Gent - Advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

ELECTRABEL NV met als contactadres Simon Bolivarlaan 36, 1000 Brussel en SABEEN NV met als contactadres Eddastraat 32, 9042 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024058880) ingediend bij de Vlaamse overheid op 6 juni 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het exploiteren van een windturbineproject ter hoogte van het bedrijventerrein 'Skaldenpark'

• Adres: Bragistraat 3, Eddastraat 1, 21, Mai Zetterlingstraat 10, 70, Skaldenstraat 61, 62, 64, 125, 129, 131 en 142, 9042 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 12 sectie A nrs. 1061R, afdeling 13 sectie B nrs. 16M6, 16C8, 16X6, 16S6, 16R6, 16D8, 16Z4, 16A5, 16D5, 16W4, 16C5, 16X5, 16E4, 16W5, 63D, 64B, 120G3, 120C4, 120H3, 120K4, 194P2, 194N2, 395P, 395X, 395Y, 395D, 395Z, 402B, 407A en 408C

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 23 oktober 2024.

De Vlaamse overheid heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 25 oktober 2024.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 5 december 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Voorliggende aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit voor het bouwen van 4 windturbines in het industrieterrein ‘Skaldenpark’ in Gent. Voorliggende project is een samenwerking tussen Engie-Electrabel en Sabeen nv om op de meest efficiëntie en productieve wijze windturbines te voorzien in dit gebied. Hiervan bevinden drie windturbines zich op het bedrijventerrein van Sabeen nv (WT1, WT2, WT4). De overige windturbine bevindt zich op het bedrijventerrein van ZinQ (WT3). De omgeving kenmerkt zich door de zeehavenindustrie, grootschalige industriële gebouwen en constructies, transport infrastructuur. In de omgeving zijn tal van windturbines aanwezig.

 

Vooraf

Zowel door Engie als door Sabeen nv werd in februari-maart 2013 een stedenbouwkundige aanvraag ingediend voor het oprichten van respectievelijk 7 en 6 windturbines in het Skaldenpark. Dit gezamenlijk project voor 13 windturbines werd door de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar vergund op 25/07/2013 en 26/07/2013. Tegen beide beslissingen werd beroep aangetekend bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.  Dit dossier werd teruggetrokken en vervangen door de aanvraag van de 8 windturbines.

 

Engie-Electrabel en Sabeen nv hebben in 2016 samen een project-MER en vergunningsaanvraag ingediend voor een gelijknamig project met 8 windturbines. Hierbij zouden vier windturbines eigendom zijn van Engie-Electrabel, vier van Sabeen nv. Op 17/02/2017 werd een bouwvergunning toegekend, maar nog geen milieuvergunning afgeleverd. Op 28/05/2019 werd een milieuvergunning toegekend. Hierna werd een beroep ingediend door buurtbewoners bij de Raad van State. Dit beroep betrof voornamelijk mogelijke geluidsoverlast binnen de omgeving, dit ondanks het feit dat voldaan werd aan de geldende normen die zijn opgenomen in titel II van het VLAREM. Bovendien werd bij deze geluidsstudie rekening gehouden met de aanwezige en vergunde windturbines.

Ondertussen is een finaal vonnis gevallen en werd het beroep verworpen. Het project van 8

windturbines is hierdoor uiteindelijk in 2023 vergund.

 

Gezien het beroep en de gevoeligheden binnen de omgeving hebben Engie-Electrabel en Sabeen nv beslist om het windpark te wijzigen en de 8 turbines te vervangen door 4 turbines. De vorige aanvraag betrof turbines met maximale tiphoogte van 200 m, de nieuw aan te vragen windturbines gaan tot tiphoogte van 266,5 m.

 

 

Het vermogen van de nieuwere turbines is in de loop der jaren sterk verbeterd, waardoor minder turbines nodig zijn om hetzelfde vermogen te creëren. Bovendien werd er in de loop der tijd ook verder onderzoek gedaan naar het beperken van de geluidsoverlast door turbines. Hierdoor werden nieuwe types op de markt gebracht, waarbij de mogelijke geluidsoverlast van de turbines verminderd werd.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Met voorliggende aanvraag worden 4 nieuwe windturbines aangevraagd met bijhorende technische installaties en infrastructuur. De aanvraag bevat eveneens de nodige uitvoeringselementen om deze windturbines te bouwen. De aanvraag omvat ook de nodige elementen om de publiciteit voorzien op de turbines te beoordelen.

 

Windturbine WT01 – Mai Zetterbergstraat 10

Het exacte type van turbine is nog niet gekend maar volgende specificaties voor de toekomstige turbine worden vooropgesteld:

-          Ashoogte: 179m

-          Rotordiameter: 175m

-          Totale hoogte van de turbine: 266,5m

Voor de bouw van deze turbine hoeven geen bomen te worden gerooid.

 

Windturbine WT02 – Skaldenstraat 62

Het exacte type van turbine is nog niet gekend maar volgende specificaties voor de toekomstige turbine worden vooropgesteld:

-          Ashoogte: 179m

-          Rotordiameter: 175m

-          Totale hoogte van de turbine: 266,5m

Ten behoeve van de opbouwzone van de kraan wordt 1 Linde met stamomtrek van 100cm op 1m hoogte gerooid. Na afloop van de werken zal een nieuwe boom worden aangeplant.

 

Windturbine WT03 – Eddastraat 1

Het exacte type van turbine is nog niet gekend maar volgende specificaties voor de toekomstige turbine worden vooropgesteld:

-          Ashoogte: 179m

-          Rotordiameter: 175m

-          Totale hoogte van de turbine: 266,5m

In functie van de toegang naar de werf wordt 1 Amerikaanse Eik met een stamomtrek van 60cm op 1m hoogte gerooid. Na afloop van de werken wordt een nieuwe boom aangeplant

 

Ten behoeve van de werkzone wordt een berk met stamomtrek 40cm op 1m hoogte gerooid. Na afloop van de werken kan op deze plek geen nieuwe boom worden voorzien.

 

In functie van de fundering worden 2 berken met stamomtrek 40cm op 1m hoogte gerooid. Na afloop van de werken kunnen 2 nieuwe bomen worden aangeplant.

 

Windturbine WT04 – Skaldenstraat 129

Het exacte type van turbine is nog niet gekend maar volgende specificaties voor de toekomstige turbine worden vooropgesteld:

-          Ashoogte: 179m

-          Rotordiameter: 175m

-          Totale hoogte van de turbine: 266,5m

Voor de inrichting van de werfzone worden 12 Essen met een stamomtrek van 60cm op 1m hoogte gerooid. Na afloop van de werken kunnen deze niet opieuw worden aangeplant.

 

Rooien van ca. dertig bomen ten behoeve van de werkzone en de opbouwzone voor de kraan bij windturbine WT04. Het gaat over essen van 20 tot 25 jaar met een omtrek van 60 cm op 1 m boven het maaiveld. Na afloop van de werken zullen ca. vijftien van deze bomen opnieuw aangeplant worden.

 

Rooien van drie bomen ten behoeve van de bereikbaarheid van windturbine WT04 tijdens de constructiefase. Het betreft drie Amerikaanse eiken van 20 tot 25 jaar met een omtrek van 90 cm op 1 m boven het maaiveld. Na afloop van de werken zullen deze bomen opnieuw aangeplant worden.

 

Teneinde de aansluiting van het windturbineproject op het lokale distributienet te faciliteren, voorziet dit project eveneens in de bouw van drie elektrische middenspanningscabines. Deze aansluitingscabines hebben volgende specificaties:

-          maximale breedte (in de lengte) van 8.7 m;

-          maximale breedte (dwars) van 3.2 m;

-          maximale hoogte van 3.2 m boven het maaiveld;

-          maximale diepte van 0.84 m onder het maaiveld.

 

Aansluitingscabine2 wordt voorzien ten zuiden van de openbare weg Skaldenstraat op de rand van een bedrijventerrein van Sabeen nv dat grenst aan de openbare weg Fritiof Nilsson Piratenstraat. Aansluitingscabine3  wordt voorzien ten noorden van de openbare weg Skaldenstraat, op de rand van het bedrijventerrein van ZinQ. Aansluitingscabine4 wordt voorzien ten noorden van de openbare weg Skaldenstraat, op een bedrijventerrein van Sabeen nv.

 

 

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft het exploiteren van 4 windturbines en 4 transformators

 -3 turbines op terreinen van Sabeen nv (WT1, WT2, WT4)

 -1 turbine op terreinen van ZinQ (WT3).

Daarnaast wordt ook voor de bouw van de turbines de bemaling en lozing met lozingsparameters aangevraagd.

 

De turbines WT1-2 en WT3-4  en de bemalingen worden met verschillende inrichtingsnummers aangevraagd.

L

 

Inrichtingsnummer 20240724-0036: IIOA – SkaldenparkGent WT01 - WT02

12.2.2° |transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA |Twee transformatoren van elk max. 8500 kVA  (één in de windturbine WT01, één in de windturbine WT02 ) |klasse 2 |Nieuw |17000 kVA

20.1.6.1°c) |opwekken van elektriciteit door middel van windenergie meer dan 1500 kW |Twee windturbines met elk een generator met een actief vermogen van maximaal 7 200 kW. |klasse 1 |Nieuw |14400 kW

 

Inrichtingsnummer 20240725-0006: IIOA – SkaldenparkGent WT03 - WT04

12.2.2° |transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA |Twee transformatoren van elk max. 8500 kVA (één in de windturbine WT03, één in de windturbine WT04) |klasse 2 |Nieuw |17000 kVA

20.1.6.1°c) |opwekken van elektriciteit door middel van windenergie meer dan 1500 kW |Twee windturbines met elk een generator met een actief vermogen van maximaal 7 200 kW. |klasse 1 |Nieuw |14400 kW

 

Inrichtingsnummer 20240514-0041: IIOA - SkaldenparkGent - Bemaling

3.4.3° |lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 100 m³/u) |Max. bemalingsdebiet = 2.927 m3/dag. Voor de gehele bemaling wordt er een verwacht volume opgepompt van 199.124 m³. In het kader van de lozing van het bemalingswater op oppervlaktewater worden lozingsnormen aangevraagd voor EC, Arseen, Minerale olie, Ammonium, Chloride en alle individuele PFAS-componenten. Deze lozingsnormen worden aangevraagd aangezien er gevaarlijke stoffen verwacht worden in het grondwater (en bijgevolg ook in het bemalingswater) met een concentratie boven het indelingscriterium. |klasse 1 |Nieuw |121,9 m³/uur

53.2.2°b)2° |bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1°  met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder maaiveld |Het maximale debiet van de bemaling bedraagt ca. 2.927 m³/dag. Voor de gehele bemaling wordt er een verwacht volume opgepompt van 199.124 m³.

Het bemalingspeil van de turbines is steeds 4,5 m-mv (0,5 m onder het uitgravingspeil). De bemaling wordt voor 50 dagen per windturbine berekend en worden aaneensluitende gemodelleerd (totaal van 200 dagen). De invloedstraal van de bemaling reikt maximaal ca. 460 m. |klasse 2 |Nieuw |199124 m³/jaar

53.11.1° |Werken voor het onttrekken van grondwater met inbegrip van terugpompingen van onbehandeld en niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, en met een netto onttrokken debiet van 2500 m3 per dag of meer

Er kan overlapping zijn met een of meer subrubrieken van de rubriek 53. |Het maximale debiet van de bemaling bedraagt ca. 2.927 m³/dag. Voor de gehele bemaling wordt er een verwacht volume opgepompt van 199.124 m³.  Het bemalingspeil van de turbines is steeds 4,5 m-mv (0,5 m onder het uitgravingspeil). De bemaling wordt voor 50 dagen per windturbine berekend en worden aaneensluitende gemodelleerd (totaal van 200 dagen). |klasse 1 |Nieuw |2927 m³/dag

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd voor Inrichtingsnummer 20240514-0041: IIOA - SkaldenparkGent - Bemaling:
-artikel 4.2.3.1 3° van Vlarem II voor lozing bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen bevat. Er worden lozingsnormen gevraagd voor:

EC: 1700 µS/cm

Arseen: 50 µg/l

Minerale olie: 500 µg/l

Ammonium: 5 mg/l

Chloriden: 289 mg/l

Alle individuele PFAS-componenten: 100 ng/l

 

-artikel 4.2.5.1.1 §1 van Vlarem II voor afwijking voor aanleg meetgoot. Om de kwaliteit van het geloosde grondwater te bepalen, zullen er staalnames gedaan worden via een aftapkraan van het voorziene buffervat/container. De exploitant voorziet hiervoor 1 monsternamepunt (effluentwater) en één waterteller.

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 30/10/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het oprichten en het exploiteren van 3 windturbines op de site van de electrabel centrale van rodenhuize en het afbreken van de twee bestaande windturbines. (OMV_2018062303)

* Op 19/12/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van 2 windturbines (iioa + sh). (OMV_2019104905)

* Op 18/03/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen en exploiteren van 1 windturbine ten noorden van de moervaart van gent. (OMV_2019100814)

* Op 20/05/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de bouw van twee elektrische aansluitingscabines ter vervanging van een vergunde cabine en (ver)plaatsing van vijf elektrische kabels. (OMV_2021034591)

* Op 27/07/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van één elektrische aansluitingscabine en de aanleg van drie elektrische kabels ter vervanging van de vergunde kabels en het rooien van bomen. (OMV_2020142210)

* Op 13/03/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de bouw en exploitatie van een windturbine op het terrein van dfds seaways. (OMV_2021126774)

* Op 04/05/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het regulariseren van 2 luifelstructuren ter bescherming van voetgangers in de nabijheid van een windmolen. (OMV_2023022658)

* Op 04/05/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het regulariseren van een luifelstructuur ter bescherming van voetgangers in nabijheid van een windmolen. (OMV_2023022374)

* Op 06/10/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor windproject engie mercatordok. (OMV_2023011299)

* Op 19/04/2024 werd een weigering afgeleverd voor het exploiteren van een windturbine (iioa + sh). (OMV_2021121974)

* Op 04/05/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor bijstelling van voorwaarden voor een windturbine. (OMV_2023152034)

* Op 14/05/2024 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het vellen van 3 populieren en het vernieuwen van een afsluiting. (OMV_2023131945)

* Op 15/05/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een bemaling noodzakelijk voor de bouw van een windturbine op het mercatordok. (OMV_2023171691)

* Op 12/08/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de exploitatie van een bronbemaling in functie van de bouw van een windturbine + bijstelling van de milieuvoorwaarden. (OMV_2024081845)

* Op 27/09/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor regularisatie door het bijplaatsen van één transformator (in de windturbine) op de site van renewi + bijstelling voorwaarden. (OMV_2023166234)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 17/03/2016 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van definitieve toegangswegen en werkplatformen en voor de aanleg van tijdelijke toegangswegen en stockageruimtes voor het windturbinepark "arcelor mittal gent" van 5 windturbines. (2015/01240)

* Op 01/09/2016 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van 3 windturbines ter hoogte van stora enso te gent. (2016/07050)

* Op 14/10/2016 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van 2 windturbines. (2016/01098)

* Op 15/12/2016 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van 2 elektriciteitscabines voor het windturbinepark van 3 windturbines "haven gent darsen ii" van electrabel en de aanleg van kabels. (2016/01177)

* Op 17/02/2017 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van 4 windturbines. (2016/01136)

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Defensie afgeleverd op 19 november 2024:
Volgende voorwaarden worden met dit advies meegegeven:

De bouwheer dient ons, tenminste 30 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden, schriftelijk op de hoogte te brengen van hun begindatum. De bekendmaking dient naar onderhavig advies te verwijzen met vermelding van het nummer 3D/4469, de juiste positie in Lambert 72-coördinaten en de totale hoogte van de obstakels. Om elk tijdverlies uit te sluiten dienen de gevraagde gegevens naar het volledig hieronder vermelde adres te worden overgezonden. Bovendien wordt er gevraagd aan de verantwoordelijke voor het project tijdig de relevante informatie (plaatsen van

kranen, …) via e-mail op te sturen aan aim@mil.be.

In dezelfde geest verzoeken wij de aanvrager ons op de hoogte te willen brengen van de voltooiing van de werkzaamheden voor de bouw van de betrokken turbines evenals van hun latere ontmanteling.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - dienst patrimonium - Oost-Vlaanderen afgeleverd op 20 november 2024:
Het agentschap Wegen en Verkeer geeft richtlijnen en voorwaarden mee die betrekking hebben op de afstand ten opzichte van de gewestweg.

 

 

Geen advies advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 25 oktober 2024:
Er is geen advies vereist.

 

Geen advies advies van Dienst VR - Team Externe Veiligheid afgeleverd op 26 november 2024:
Het Team Omgevingseffecten is wat betreft externe veiligheid niet bevoegd voor dit dossier aangezien de aangevraagde windturbine niet in de nabijheid van een Seveso-inrichting wordt ingepland (>450 m), en er zijn tevens geen installaties met gevaarlijke stoffen van Seveso-inrichtingen gelegen binnen de maximale effectafstand van de windturbine (bladbreuk bij overtoeren).

 

Gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 31 oktober 2024:
De aanvraag heeft betrekking op privaat terrein en concessieterrein.

De werken kunnen gunstig geadviseerd worden.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van DGLV - Airfields afgeleverd op 13 november 2024.

De bijlagen bij het advies bevatten voorwaarden voor zowel tijdens de bouwwerken als nadien de ingebruikname en veiligheidsaspecten van de installaties.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Agentschap voor Natuur en Bos afgeleverd op 15 november 2024:
De voorwaarden werden ook behandeld in functie van het besluit met betrekking tot de project-MER.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

De aanvraag is volgens het gewestplan ‘Genste en Kanaalzone’, vastgesteld bij koninklijk besluit van 14 september 1977 en bij wijziging ‘Genste kanaalzone – Algemeen’, vastgesteld bij koninklijk besluit van 28 oktober 1998, gelegen in een gebied voor zeehaven – en watergebonden bedrijven.

 

Artikel 5: Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven

Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden industriële bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven : bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.

Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferzone, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd door de overheid.

 

De aanvraag is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Afbakening Zeehavengebied Gent – Inrichting R4-oost en R4-west’ van toepassing. Dit GRUP werd op 15 juli 2005 definitief vastgesteld door de Vlaamse regering. Het project is niet in één van de deelgebieden gelegen.

 De aanvraag is niet gelegen in een gemeentelijk of provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

De VCRO bevat in hoofdstuk IV volgende afwijkingsbepalingen die relevant zijn voor de beoordeling van onderhavige aanvraag:

 

Artikel 4.4.9, § 1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening voert de mogelijkheid in om bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor windturbines en windturbineparken, alsook voor andere installaties voor de productie van energie of energierecuperatie in een gebied dat sorteert onder de voorschriften van een gewestplan, af te wijken van de bestemmingsvoorschriften van de Gewestplannen, indien het aangevraagde kan worden vergund op grond van de voor de vergelijkbare categorie of subcategorie van gebiedsaanduiding bepaalde standaardtypebepalingen, vermeld in de bijlage bij het besluit van 11 april 2008.

 

Het eerste lid laat geen afwijkingen toe op de voorschriften die betrekking hebben op de inrichting en het beheer van het gebied.

 

Voor de toepassing van §1, eerste lid geldt dat een bestemmingsvoorschrift van een gewestplan alleszins vergelijkbaar is met een categorie of een subcategorie van gebiedsaanduiding, indien deze concordantie vermeld wordt in de tabel opgenomen in artikel 7.4.13, eerste lid of in de concordantielijst, bepaald volgens artikel 7.4.13 tweede lid.

 

Overeenkomstig artikel 7.4.13 van de VCRO wordt de gewestplanbestemming ‘industrie’ gelijkgesteld met de bestemming bedrijvigheid.

 

Het typebesluit stelt met betrekking tot het ‘gebied voor zeehaven – en watergebonden bedrijven’ als volgt:

“het gebied is bestemd om te functioneren als havengebied  als onderdeel van de haven van Gent. Het is bestemd voor zeehaven gebonden en zeehaven gerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie -, opslag en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaven infrastructuur. In dit gebied is de opwekking van energie toegelaten…”

 

Met toepassing van de afwijkingsmogelijkheden voozien in artikel 4.4.9 VCRO is het oprichten van een windturbine en aanhorigheden hoe dan ook toegestaan binnen de gewestplanbestemming ‘gebied voor zeehaven – en watergebonden industrie’


De aanvraag is principieel in overeenstemming met de geldende voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening publiciteit

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023)

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

4.5.   Archeologienota

De vergunningsaanvraag in het kader van voorliggend project valt onder (uitzonderings-) situatie 4. Het projectgebied is immers ‘Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven’ (GRUP Afbakening Zeehavengebied Gent – Inrichting R4-oost en R4-west), en de aanvragers Engie Electrabel en Sabeen nv hebben een privaatrechtelijk statuut. De totale oppervlakte van de kadastrale percelen waarop de vergunning betrekking heeft bedraagt meer dan 3.000 m², maar de totale oppervlakte van de ingreep in de bodem is meer dan 5.000 m².

 

De opmaak van een Archeologienota is als gevolg vereist voor dit project. De archeologienota werd reeds opgemaakt: Wittebroodt. J. (2024). Archeologienota 4 Windturbines Skaldenpark Gent. Deel I: Verslag van de resultaten. Bureauonderzoek – 2024B302. RAAP België. Er werd geconcludeerd dat de kenniswinst voor de vier werven eerder beperkt is en niet op weegt tegen de kosten en inspanningen die verder onderzoek met zich meebrengen. Om deze reden werd beslist om voor elk van de deelzones niet in te zetten op verder archeologisch (voor)onderzoek. Er geldt wel nog steeds een meldingsplicht van archeologische toevalsvondsten.

5.       WATERPARAGRAAF

 

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:

In het dossier is toegevoegd dat er een akkoord is met de waterbeheerder Polder Moervaart en Zuidlede (overleg op 29 maart 2024).

 

Echter is het onduidelijk in het dossier hoeveel nieuwe verhardingen (inclusief waterdoorlatende verharding) worden voorzien. Een algemeen grondplan met aanduiding van de nieuwe permanente en of tijdelijke verhardingen ontbreekt.

 

-SBKH- MaiZetterlingstraat70Gent (WT1)

-verharding 1587 m² ?

 

De verhardingen wordt aangesloten op 2 blusvijvers (6700 m³) die hydraulisch verbonden zijn met het ondergrondse rioleringsnet. Op de blusvijvers is 335 000 m² verharding aangesloten.

 

Conform de GSV dient er bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd. Via een blusvijver wordt er geen water geïnfiltreerd in de grond.

 

- SBKH – Skaldenstraat62Gent (WT2)

-verharding: 721,8 m²?

-uitbreiding bestaande verharding: 198,6 m²?

 

De verharding wordt aangesloten op een bestaande infiltratievoorzieningen. Er wordt aangegeven dat er nog voldoende volume en oppervlakte beschikbaar is in deze voorzieningen.

Daarnaast wordt ook een wadi aangelegd naast de bestaande wegenis, die voldoende moeten zijn van 15 784 m² verharding.

Er ontbreekt een grondplan met de overzicht van de verhardingen en een plan met de exacte plaatsing, omvang en diepte van de infiltratievoorzieningen, het buffervolume van de infiltratievoorziening in liter, de totale horizontale dakoppervlakte en de verharde grondoppervlakte die op de infiltratievoorziening aangesloten worden in vierkante meter en de locatie en het niveau van de overloop.

 

- SBKH – Skaldenstraat61Gent (WT3)

WT3 bevind zich op de percelen van ZINQ Ghent. Dit bedrijf verwerkt gegalvaniseerd staal en slaat dit buiten op. Hierdoor wordt het hemelwater op dit perceel gecontamineerd en in een afzonderlijke afwatering behandelt. Dit zorgt er voor dat infiltratie niet mogelijk is en er geen verder stappen dienen ondernomen te worden volgens de verordening hemelwater.

Met deze oplossing kan akkoord gegaan worden indien de verharding en de extra afstroombare oppervlakte ook opgenomen is in de vergunning van het bedrijf en de VMM akkoord is.

 

-SBKH – Skaldenstraat129Gent (WT4)

- 3.103,8 m²

De funderingen en de verharding voor dit project zullen zodanig aangelegd worden dat het hemelwater gravitair afstroomt richting de onverharde groenzones ter hoogte van de perceelsgrenzen om daar op natuurlijke wijze te infiltreren. Deze groenzones bevatten afwateringssystemen in geval van overvloedige regenval waarbij het hemelwater via private rioleringen richting het bluswaterbassin ten oosten van de projectsite afstroomt.

Indien het water natuurlijk kan infiltreren, dient dit aangeduid te worden op de plannen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn.

Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze voldoende hoog voorzien wordt, zodat natuurlijke infiltratie kan.

 

Transformatorcabines

3*28 m²

Op basis van de plannen is het niet duidelijk hoe de dakoppervlaktes afwateren.

 

Conclusie

Op basis van bovenstaande kan de Stad Gent als adviserende overheid niet geconcludeerd of er voldaan wordt aan de GSV en dus dit project al dan niet de watertoets doorstaat.

 

6.       NATUURTOETS

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.


 

7.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 6 november 2024 tot en met 5 december 2024.

Op het moment van behandelen werden 103 bezwaarschriften ingediend.

 

De bezwaren worden als volgt samengevat:

* Ligging
  • Visuele vervuiling
  • Visuele impact wordt in de studies geminimaliseerd door de uitleg over de subjectiviteit van schoonheid… een windturbine van  deze grootte-orde is echter geen subjectief iets vanuit humaan standpunt. Vanuit humaan standpunt is dit een installatie die het landschappelijk zicht overal en altijd negatief zal beïnvloeden.
  • Inplanting dicht bij woningen (< 500 m)
  • De 4 windturbines worden voorzien in een bedrijventerrein dat voor 73% ( gemeten lengte perimeter) direct omringd wordt door woonzones.
  • De inplanting van deze windturbine op een ingesloten bedrijventerrein, die de rand raakt van het Gentse stedelijke gebied zorgt ervoor dat de lasten volledig verplaatst worden naar de woonzones in de directe omgeving.
  • Omsingeling van Desteldonk, zonder vrij zicht
  • Skaldenpark is slecht een logistieke zone zonder echte fabrieken die lawaai maken.
  • Skaldenpark behoort niet tot een “echt” haven gebied. En de prioritaire zoekzone voor turbines. Er is weinig overlast. Het voorzien van windturbines druist in tegen de geest van de wet.
  • Er zijn andere plaatsen waar de turbines kunnen geplaatst worden.
  • De leefbaarheid van Desteldonk komt in gedrang.
  • De fotostandpunten tonen bijna elke keer niet de dichtstbijzijnde molen in beeld maar echter de windmolens die 2’ of 3e in lijn lagen op telkens minstens +-800m, dit geeft een gigantisch vertekend beeld aangezien voor meerdere omwonenden de dichtstbijzijnde molen op 400m ligt.
  • Bij de fotosimulatie zie je een foto vanaf Oostakkerdorp en zie je alleen het kerkdak in close-up. Neem dezelfde foto van in de (begin, halfweg of einde) Gashuisstraat en je zal wat anders zien.
  • Er zijn geen representatieve foto’s vanaf de Wittewalle, of de Borkelaarstraat. Steeds een grote struik of klein boom in close-up en in de verre verte 2 minuscule wiekjes.
  • Verlies van privacy: Windmolens kunnen een visuele verstoring zijn in het landschap en je zicht blokkeren. Vooral als ze groot en dichtbij zijn, kan dit je gevoel van privacy en openheid verminderen.
  • Er is geen gelijke verdeling van de windtubines over de oppervlakte en over de inwoners. De windturbines in Vlaanderen worden niet gelijkwaardig verdeeld over de oppervlakte en over de inwoners.
  • De aangevraagde locatie is niet de meest renderende vanuit het standpunt van de meeste windrentabilisering zowel op de schaal van Vlaanderen als op schaal Gents Havengebied.
* Hoogte
  • De grootste windturbines van België komen vlakbij een woonwijken en koppelingsgebied.
  • Rekening houdend met de oppervlakte van het bedrijventerrein en de extreme grootte van de voorziene turbine is het voorziene project buiten de mogelijkheden van wat de omliggende woonzones aan lasten kunnen dragen. 
  • Door de enorme tiphoogte kunnen omwonenden onmogelijk zelf met aanplant van groen het zicht op grote windturbines kunnen vermijden.
  • De tubines zijn 50% groter dan wat dan ook in de buurt staat. De molen zijn even groot als de eiffeltoren.
  • Exploitanten of de stad Gent tonen niet genoeg aan dat ze daar initiatief in gaan nemen om de visuele hinder maximaal te beperken. Integendeel, de laatste jaren zijn al veel hoge bomen gerooid geweest, zelfs zonder vergunning. Dit is slecht nabuurschap. 
  • Men stelt dat men rekening houdt met de omwonenden door van 8 naar 4 windmolens te gaan en zo voor minder overlast wil zorgen, het is echter zo dat de windmolens wel bijna dubbel zo groot worden. Dit zorgt dus niet voor minder overlast als men gewoon het aantal verminderd voor een grotere omvang van de molens. De overlast blijft hiermee dus evenredig.
* Invloed op de bestaande bufferzone
  • De bestaande bufferzones worden teniet gedaan.
  • Het groen maken van deze zone, met als doel onder ander recreatie- en picknickzone te creëren, maakt deel uit van het leefbaar houden van Oostakker/Desteldonk. Met het geplande windmolen project zal deze groene zone door het bijkomende lawaai haar doelstellingen nooit behalen.
  • Invloed op wandelroutes en groene karakter.
  • In de omgevingsvergunning staat volgende tekst: “Binnen de discipline landschap werd gekeken naar de invloed van de aanwezigheid van dit ontwikkelingsscenario op het zicht van de woningen ten zuiden. In het ontwikkelingsscenario (zie § 12.7) is voorzien om in het Koppelingsgebied Oostakker-Noord een extra uitbreiding van een bos te voorzien. Dit bos, verwacht in de toekomst, zal het beeld vanuit het zuiden naar de turbines toe sterker bufferen, waardoor de impact beperkter zou worden.” Via een wiskundige berekening (Stelling van Thales) maakt dit tot nonsens. Rekening houdend met een winturbine van 266 m hoog, een bomenrij van ongeveer 20 m hoog en een afstand van ongeveer 450m tussen bomenrij en turbine, mag je je maximaal op 30-35 m van de bomenrij bevinden opdat je de turbines niet meer zou zien. Op een afstand van 400 m tussen bomenrij en woning, wordt op basis van de zelfde redenering maar 40-45 m van de windturbine “verstopt”. De impact wordt dus niet beperkt.
* Ecologische impact
  • Op lokale biodiversiteit
  • Op Vogels o.a. blauwborst, buizerd, gaai, specht, koekoek, ooievaar, de boerenzwaluw, de goudveil, de huiszwaluw, de patrijs, de sleedoornpage en de steenuil. De windtubines worden in het leefgebied gepland.
  • Op de seizoenale trek van vogels. De inplanting van de turbines staat loodrecht op de trekroutes.
  • Op Vleermuizen, WT04 staat pal op een woonzone van de gewone dwergvleermuis en op minder dan 100m van grote zones waar de gewone en ruige dwergvleermuis leven.
  • Op vossen, reeën en herten
  • Op runderen
  • Op huisdieren
  • Een buurtbewoner mocht geen particuliere windmolen plaatsen met als reden dat die in de route staat van trekvogels. Bijgevolg is het maar logisch dat die reden evenveel geld bij dit project.
  • Er staan al teveel turbines die fauna verstoren.
  • Er wordt geïnvesteerd in buffergebieden met langgerekte waterpartijen waar men enerzijds watervogels en trekvogels verwelkomt  en anderzijds, op een paar meter daarvandaan, wil men foeragerende vogels door de molen halen.  De plassen op 500m  van het Skaldenpark zijn ondertussen belangrijke pleistergebieden geworden voor watervogels, meestal trekvogels.
  • Onvoldoende maatregelen voor vleermuizen en wulpen. De voorgestelde mitigerende maatregelen zijn onvoldoende. De aanbevelingen zoals beschreven in het rapport van Joris Everaert (2015): ‘Effecten van windturbines op vogels en vleermuizen in Vlaanderen. Leidraad voor risicoanalyse en monitoring.’ 
    • WT4: Milderende maatregelen toepassen voor de vleermuizen 
    • WT2 & WT3: Milderende maatregelen toepassen voor de wulpen

Deze richtlijnen, opgesteld door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, bieden een minimale bescherming voor kwetsbare vleermuispopulaties. Elke vleermuis en elke wulp dienen maximaal beschermd te worden. 

* Geluid
  • Geluidshinder
  • Er is geluidshinder tot op 1500 m. De Franse gezondheidsraad geeft het advies van deze minimumafstand.
  • De Vlarem-normen zijn niet toereikend. Vlaanderen hanteert één van de soepelste geluidsnormen in Europa.
  • Enkel 39dB(A) is een garantie op slaap, de maximale geluidsintensiteit gedurende nacht én op zondag moet hiernaar herleid worden. Zeker gezien de huidige geluidsniveau's, die de exploitanten hebben gemeten.
  • Doordat de turbines zo hoog zijn, zal het geluid veel verder dragen. Die impact wordt onderschat.
  • Het storende geluid voor de omgeving zal niet van de motor komen maar wel de 'slag' van de wieken. De Vlaamse regelgeving houdt hier geen rekening mee.
  • Het geluid is ook storend omdat het geen constant geluid is. Zeker in rustige woongebieden.
  • Er is al last van de Kennedylaan, de industrie en vooral het verkeer, hierbij nog windturbines zou de geluidsoverlast te groot maken.
  • Skaldenpark is slecht een logistieke zone zonder echte fabrieken die lawaai maken. De gehanteerde geluidsnormen voor achtergrond geluid zijn niet realistisch. In het echt is het veel stiller.
  • Er zijn geen normen voor weekend- en feestdagen. Graag de norm van de nacht op deze momenten respecteren.
  • De geluiden die de turbines veroorzaken, vooral bij hogere windsnelheden, kunnen voor een voortdurende achtergrondruis zorgen die als zeer storend wordt ervaren. Deze verstoring draagt bij aan een verstoord woonklimaat, vooral in stille landelijke gebieden zoals Desteldonk
  • Alle geluidsfrequenties moeten beoordeeld worden. Dus ook laag frequent geluid. Dit is misschien niet hoorbaar maar kan toch storend zijn.
  • De geluidsbelastingskaarten zijn achterhaald daar men de R4 de komende 6 jaar aan het vernieuwen is en dit met de geluidsoverlast in gedachten om de overlast op de omgeving te verlagen, het idee dat de windmolens de inpakt dus niet gaan vergroten ten opzichte van het huidige beeld is dus vertekend.
  • De geluidsbelasting wordt in optimale situaties getest. In de praktijk blijkt dat elke turbine zijn eigen geluidsfrequentie heeft (dBA en LFG). De contouren van het geluid reiken in de praktijk verder dan berekend en de overlast is dus groter.
  • Voor geluid veroorzaakt door windturbines wordt het jaargemiddelde standaard opgelegd. Een gemiddelde verdoezelt heel handig de klachten die turbines met pieken in hun geluid bij omwonenden geven en noopt overheden niet om onderzoek ernaar uit te voeren. Men verschuilt zich achter de richtlijnen en de normen worden daardoor niet overschreden. Terwijl omwonenden wel wakker worden van de pieken in het geluid. Een zelfde redenering gaat op voor laag frequent geluid dat niet door iedereen op dezelfde manier wordt ervaren.
  •  Er dient een real-time monitoring van slagschaduw en geluid wordt opgezet en dat deze digitaal beschikbaar wordt gesteld voor omwonenden. Transparantie over de impact is essentieel, zowel tijdens de opstartfase als gedurende de hele exploitatieperiode. 
  • Ontbrekende geluidsgarantie. Niet alle exploitanten verbinden zich schriftelijk tot geluidscontouren. Hierdoor ontbreekt een harde garantie dat de geluidsdruk niet hoger zal zijn dan aangegeven.  Zonder deze formele garantie kan de geluidsoverlast vanaf de start of tijdens de exploitatieperiode aanzienlijk groter worden. 
  • Er wordt gevraagd dat de turbines meer afgeremd worden en beide exploitanten zich expliciet verbinden tot het nemen van (bijkomende) mitigerende maatregelen indien slaapverstorende geluidsoverlast optreedt.
  • Wij maken voorbehoud bij de in de MER vooropgestelde 'aanvaardbare' geluidsnormen van 45-40 dBA en het zogenaamd Vlarem-conform exploiteren van de windturbines. Wij verwijzen hierbij naar de lopende procedure bij de Raad van State tegen de huidige Vlarem II-normen (Besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 2023), geregistreerd onder rolnummer G/A 240.064 / VII-42.206. Deze normen worden betwist vanwege hun mogelijke ontoereikendheid om geluidsoverlast effectief te beperken en onze gezondheid te waarborgen. 
  • Tijdens officiële geluidsmetingen laat men turbines trager draaien.
  • Tijdens de hoorzitting werd er door de organisatie gezegd dat en daar toch al veel geluid is van de ringweg Kennedybaan. Dit klop maar het geluid komt vanop de grond en niet van 266 m hoogte. Ook zijn er geluidsschermen geplaats en worden ze uitgebreid zodat deze geluidshinder nog te verdragen is.
* Slagschaduw
  • Ontbreken van gedetailleerde simulatie van de slagschaduw
  • Er is nu al last van veel slagschaduw. Dit zal nog meer worden.
  • Slagschaduw kan verminderde opbrengst van zonnepanelen geven.
  • Door de slagschaduw kunnen we minder genieten van terras en tuin. De slagschaduw in de tuin is niet beperkt tot 8 uur/jaar.
  • Ze beweren van een bepaalde zone dat er geen slagschaduw is want de zon staat niet in het noorden. Maar ik heb heel zeker wel al slagschaduw gehad, misschien vanwege de weerkaatsing van het licht.
  • Op basis van de huidige plannen heeft heel Desteldonkdorp een slagschaduw van 32u per jaar, terwijl het wettelijk maar 8u op jaarbasis mag zijn. De molens gewoon stilleggen tijdens deze uren is in mijn ogen dan ook geen degelijke oplossing. Dit maakt gewoon duidelijk hoe ongepast deze molens gepositioneerd zijn.
  • Kan er gegarandeerd dat er aan de normen voldaan wordt? Wat als normen veranderen of er overmacht wordt ingeroepen om de wieken permanent te draaien.
  • De reflexischaduwen via de ramen werd niet behandeld.
* Veiligheid
  • ijsafworp, risico op afsluiten wegen in omtrek turbines zullen in de leefcomfort en veiligheid in gevaar gaat brengen
  • Langs de Fritiof Nilsson Piratenstraat waar 2 tubines komen, ligt een mooi afzonderlijk en druk bereden fietspad. Zelfs een ijsdetectiesysteem zal niet verhinderen dat bij stilstand van een turbine toch ijspegels of ijsschotsen zullen loskomen.
  • Turbine 4 draait over een rond punt. Ook hier lijkt mij dit een zeer gevaarlijke en onaanvaardbare situatie. Hier kan men onmogelijk bij ijsvorming de wieken in een veilig stand brengen, weg van de openbare weg. Van een veilig parkeerstand is hier zeker geen sprake.
  • Gevaar bij technische storingen of defecten Bij technische defecten, zoals het breken van een wiek, brand of structurele instabiliteit, kan schade aan omliggende woningen of verwondingen bij bewoners en passanten ontstaan.
* Gezondheidsproblemen
  • Het geluid van windturbines wordt ’s nachts vaak als ernstiger ervaren, omdat de achtergrondgeluiden in een woongebied dan afnemen. Het geluid van windturbines wordt ’s nachts vaak als ernstiger ervaren, omdat de achtergrondgeluiden in een woongebied dan afnemen.
  • Slaapproblemen die leiden tot verschillende lichamelijke symptomen zoals hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, concentratieproblemen, stemmingsproblemen en een algemeen onbehagen.
  • Verhoogde en chronisch stressklachten die leiden tot cardiovasculaire problemen, verhoogde bloeddruk,..
  • Thuiswerk prestaties zullen bemoeilijkt worden (slagschaduw en geluid)
  • Mentale en fysieke gezondheidsklachten.
  • LFG, dat niet door iedereen op dezelfde manier wordt ervaren, kan zorgen voor somatische klachten als maag- en darmproblemen, stress, hartritme klachten en hoofdpijnen.
* Financiële compensatie
  • Vraag naar financiële compensatie voor dorpsbewoners?
  • Er dient een schadevergoedng voor alle woningen in een straal van 2 km rond de turbines en dit eventueel in functie van de reële afstand tot één of meerdere windturbines.
  • Men verkoopt dit als energie voor 20.000 gezinnen, terwijl dit een gedeelde investering is van Katoen natie en Engie. Deze energie zal in de eerste plaats naar de bedrijven gaan en ik zie dus ook niet in welke meerwaarde dit geeft voor de omwonenden of “gezinnen” van gent. Dit is een investering met in de eerste plaats winstbejag en wil men dit verkopen als “investering voor het klimaat”
  • Er is ongelijke verdelen van lasten en lusten, Engie Electrabel en Eoly strijken de winsten op, enkele eigenaars van de akkerpercelen krijgen een rijkelijke verloning maar alle lasten komen ten nadele van de buurtbewoners die hier niet

voor kiezen. 

  • Financiële compensatie voor slagschaduw op zonnepanelen.
  • Compensatie van de energierekening.
  • Vrijwillige bijdrage bij boskap : De exploitanten dienen een teken van goodwill te tonen door voor elke gekapte boom een vrijwillige bijdrage van 10 Euro te storten op de rekening van Natuurpunt Regio Gent, afdeling Oud-Vliegveld Oostakker. Dit staat los van de wettelijk verplichte boscompensatie of heraanplant. We merken op dat een deel van de geplande kap onterecht niet als bos is aangeduid in de aanvraag. 
* Onderzoeken
  • Er is onvoldoende onderzoek naar hoge turbines (260 m) dicht bij een woongebied.
  • Te weinig onderzoek naar gezondheids- en milieuaspecten
  • Het Skaldenpark ligt 5 meter hoger dan de omgeving, dit werd niet in de onderzoeken besproken. Alle berekeningen i.v.m. slagschaduw t.o.v. de bewoning kloppen niet.
  • Er is te weinig onderzoek gedaan naar groene energie alternatieven die wel geschikt zijn voor deze zone, zoals batterijparken of zonneparken of kleinschalige kunstmatige waterkrachtcentrales die energie kunnen opslaan en terug afgeven wanneer nodig.
  • Er dient eerder geïnvesteerd worden in energiebesparing.
  • Er moet blijkbaar al een windmolen in de Nokerstraat aanwezig zijn. Deze hebben wij als inwoner nog nooit gezien. Als men daar al fouten bij maakt vragen wij ons af of alle resterende info wel klopt en hoe correct deze is.
  • In de vergunningsaanvragen (Engie–Sabeen) worden deze koppelingsgebieden niet of te weinig meegenomen in het onderzoek. Voor Desteldonk Zuid spreken we over een bufferende plateaurand en een weiland. Deze zal in geen geval de hinder van de windturbines beperken.
  • In het project MER wordt vlotjes geschreven dat seizoenstrekroutes zich op zeer grote afstand van het studiegebied bevinden.  Dit is totaal onjuist. Trekvogels volgen inderdaad lineaire patronen in het landschap, maar kunnen die ook vanaf een beperkte afstand volgen over een rustiger gebied, dan bijvoorbeeld een schreeuwerig industriegebied. Er is een buffergebied dat in het verlengde ligt van de Moervaartdepressie.
  • Er zijn wel  seizoenstrekroutes te merken binnen een straal van 5km rondom het projectgebied. Dit is fouttief opgenomen in het MER.
  • Het is gemakkelijk om vanuit een theoretisch model, verafgelegen bezwaren te zoeken om alzo positief te kunnen besluiten; “er zijn geen leemten in de kennis”.  Er zijn heel veel leemten in de kennis.
  • Bij de  impact-studies op de omgeving is geen rekening gehouden met het cumulatief effect van de reeds omringende windturbines.
  • CO2 reductie: Windenergie wordt al ongeveer 20 jaar toegepast en toch ontbreken cijfers over zowel de CO2-beperking die het zou opleveren als de opbrengsten per park. In de gebruikte modellen worden niet meegenomen de CO2-uitstoot die vrijkomt bij het bouwen van de turbines of dat als back up een gas- of kolencentrale nodig is bij geen wind. Het exploiteren van windturbines gaat uit van plaatsing van windparken om energie neutraal te worden.  Steeds duidelijker wordt dat het bij klimaatverandering draait om CO2-reductie. In deze aanvraag wordt hier geen rekening mee gehouden. Wat leveren de plannen op aan CO2-reductie?
  • Het gezondheidsaspect als gevolg van laagfrequent geluid wordt niet meegenomen.
  • Is er onderzoek gedaan naar de stoffen die vrijkomen door wrijving zoals
    • Emissie van BPA, BPF, 4tbp uit coating monopile
    •  Emissie van metalen uit kathodische bescherming monopile
    •  Emissie van microplastics en stoffen (fenolen, PFAS) door slijtage leading edge windbladen.

* Waarde van eigendom verminderd

* Informatievergadering
  • De infovergadering was gelijktijdig met een andere infovergadering over ook een windturbine. De stad heeft met opzet verwarring gecreëerd.
  • We kregen pas dag van infovergadering de brief.
  • We werden pas 3 dagen voor het infomoment op de hoogte gebracht.
  • De schriftelijke kennisgeving van stad gent werd maar verstuurd op 30/10/2024, dit op minder dan 2 weken voor de informatievergadering.
  • Slechts 1 infomoment is te weining voor mensen die in ploegen werken. 
  • Sommige mensen die dichter wonen hebben geen brief gekregen.
  • Er werd een bewuste selectie gemaakt voor de aanschrijvingen.
  • De informatievergadering is niet toegankelijk voor personen zonder internet.
  • De inschrijvingslink werkte niet.
  • Er is geen moeite gedaan door stad voor een fysieke vergadering die op tijd gecommuniceerd wordt en die voor iedereen toegankelijk is.
  • We hadden ons op de informatielijst geplaatst om de presentatie te mogen ontvangen. Tot op vandaag nog steeds zonder gevolg.
  • Het stad heeft geprobeerd een 2 de vergadering te organiseren, maar dit is tegen gehouden door iemand die de buurt onterecht vertegenwoordigd. Dit is slecht en partijdig beleid. Ons recht op een open, correct en onpartijdig bestuur, met aandacht voor het welzijn van de burgers, is geschonden.
  • Er is onvoldoende inspraak geweest in het dossier.
* Andere
  • Het project wordt niet correct meegedeeld aan de buurtbewoners. De impact wordt sterk onderschat en geminimaliseerd door de stad en exploitanten.
  • Er is al hinder van turbines. Klachten worden niet of tergend traag aangepakt of gebanaliseerd.
  • Er is geen vertrouwen in de goede intentie of bereidwilligheid van de stad of de exploitant.
  • Windturbines zijn moeilijk recycleerbaar, in het bijzonder de wieken. Er zijn nu al hele kerkhoven vol van.
  • De gehele windturbine heeft een PFAS coating. Er komen PFAS deeltjes vrij bij wrijving van de wieken. Dit zal de omgeving vervuilen. Wordt hiermee rekening gehouden bij de keuze van materialen?
  • We moeten zelf uitzoeken wat de invloed van het project voor ons betekend.
  • Het storen van pinklichten gedurende de nacht.
  • De bronbemaling zal een impact hebben op een naburige beuk of ander groen. De exploitanten moeten voorzien in gratis waterbedeling gedurende deze periode. Uiteraard niet met het opgezogen water uit de ondergrond, want die is ernstig vervuild, maar met gezuiverd water.
  • Schommelingen in elektriciteit (indien niet goed beheerd): Als de windmolens geen constante stroom genereren door fluctuaties in windkracht, kan het elektriciteitsnet onregelmatigheden vertonen. Dit is echter meestal geen direct probleem voor bewoners, maar kan wel invloed hebben op het bredere energiebeheer in de regio.
  • Beperking van andere activiteiten: Als de molens dichtbij je huis worden geplaatst, kunnen ze bepaalde activiteiten, zoals tuinieren of andere buitenbezigheden, minder aangenaam maken door schaduw of windverstoringen die ze veroorzaken.
  • Rendabiliteit Windenergie heeft een productiefactor van 25% dat nauwelijks verbetert bij steeds groter windturbines De constructie maakt dat de prestaties van de turbines bovendien al na een jaar achteruitgaan en dat loopt steeds verder op naarmate de turbines hun levenseind (20 jaar) naderen. 
  • De natuurlijke afwatering van de omgeving zou verstoord worden door de fundamenten van deze windturbines.


 

De vergunningverlenende overheid zal uiteindelijk instaan voor de behandeling van de bezwaren.

8.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Artikel 4.3.1, § 2 van de VCRO stelt dat de goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van de volgende beginselen:

 

“1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand

van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid,

de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke

elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten,

gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met

inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;”

 

De oprichting van windturbines kadert in de doelstelling van de Europese richtlijn alsook binnen de ambitities van de Stad Gent inzake de uitbouw van hernieuwbare energiebronnen in Vlaanderen. Windenergie kan hierin een belangrijke bijdrage leveren. Het positief benaderen van windturbines als nieuw element in het landschap en het kaderen in een lange termijnvisie op duurzame ruimtelijke ontwikkeling is een cruciale ambitie binnen de klimaatambities van de Stad Gent.

 

Functionele inpasbaarheid

Overeenkomstig de omzendbrief RO/2014/02 worden windturbines het beste ingeplant:

-          Overeenkomstig het clusteringsprincipe

-          Overeenkomstig het bundelingsprincipe

-          Rekening houdende de gewenste ruimtelijke ontwikkeling

In voorliggende aanvraag wordt een cluster van 4 nieuwe turbines verder uitgebouwd binnen het ontwikkelingsperspectief voor windenergie in de Gentse haven. De aanwezigheid van windturbines in de omgeving, maar ook de inpassing binnen de infrastructuur in de nabijheid van R4, het kanaal Gent – Terneuzen en het Skaldenpark zorgt voor de nodige elementen inzake het bundelingsprincipe.

 

De inplanting van deze turbines houdt ook rekening met de bestaande bedrijvigheid en legt geen hypotheek op mogelijks toekomstig ontwikkelingspotentieel binnen deze bedrijvenzone.

 

De aanvraag is functioneel inpasbaar.

 

Mobiliteitsimpact
De aanvraag zal tijdens de aanlegwerken mogelijks tijdelijke en beperkte mobiliteitshinder met zich mee brengen. Vooral bij WT04 zal tijdens de constructiefase een deel van de openbare weg tijdelijk ingenomen en afgesloten worden, dit in samenspraak met de wegbeheerder.

 

Tijdens de exploitatiefase zal er geen mobiliteitshinder meer verwacht worden. De voorgestelde windturbines liggen op voldoende afstand van de R4 zodat geen hinder of problemen kunnen gevormd worden ten opzichte van de gewestweg.

 

Inzake mobiliteitsimpact is deze aanvraag in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.

 

Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid

De projectlocaties bevinden zich deels op reeds verharde terreinen, deels op onbebouwde terreinen. Voor de inpassing van deze turbines is vooral gekeken naar een goede en vooral werkbare omgeving om deze op te bouwen. In functie van tijdelijkheid en werfsituaties is meer verharding nodig die nadien uitgebroken en hersteld wordt. Ook voor de inpassing van de nodige randinfrastructuur, cabines en kabeltracés is gezocht naar een optimaal ruimtegebruik.

 

De windturbines worden ingeplant binnen een industrieterrein met hogere haveninfrastructuur waarbinnen reeds meerdere turbines aanwezig zijn. Binnen de onmiddellijke omgeving is er ook

verkeersinfrastructuur met verkeerswisselaars aanwezig en de dynamiek op en rond het kanaal. Omdat de omgeving al gekenmerkt wordt door windturbines, zal de aanwezigheid van de nieuwe turbines niet aanzienlijk veel bijdragen aan een bijkomende verandering van de schaal van de omgeving.

 

De aanvraag is ook op deze punten verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

 

Visueel – vormelijke aspecten

De voorgestelde windturbines zijn grijs van kleur en van het traagdraaiende type met drie wieken. Dit soort turbines worden als het minst visueel storende beschouwd. Om de soberheid van de turbines te bewaren wordt omzichtig omgesprongen met publiciteitsaspecten.

 

De tiphoogte van deze windturbines bedraagt 266,50m. Deze hoogtes zijn weliswaar hoog maar te verkiezen boven kleinere modellen omwille van hun energetische optimalisatie. Door in dit project te kiezen voor een hogere, geoptimaliseerde turbine wordt het aantal turbines ten aanzien van het eerdere vergunde project in het Skaldenpark gehalveerd. Dit zal vooral de visuele impact van deze installaties vanuit de omgeving sterk verminderen.

 

De voorgestelde turbines worden zo centraal mogelijk binnen het Skaldenpark opgesteld. Op die manier maken ze zoveel mogelijk gebruik van de dekking van de omliggende koppelingsgebieden en sluiten zo aan en gaan op in de industriële omgeving waarbinnen ze geplaatst worden.

 

Voor de middenspanningscabines wordt eveneens een logische en aansluitende positie gekozen. Deze cabines zijn sober van kleur en hebben een industriële afwerking net als de omgeving waarin ze geplaatst worden.

 

De aanvraag is visueel – vormelijk aanvaardbaar binnen de goede ruimtelijke ordening.

 

Bodemreliëf

De voornaamste werken in de bodem betreffen het plaatsen van de funderingen en het aanleggen van de kabeltracés. Deze zullen na aanlegwerken visueel niet meer zichtbaar zijn.

 

De aanvraag doorstaat wat bodem reliëf betreft de goede ruimtelijke ordening.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

WINDTURBINES

aspect geluid

In het dossier is een geluidstudie toegevoegd. Voor geluid worden naast de 4 gevraagde turbines nog rekening gehouden met 15 andere turbines.

De dichtstbijzijnde woningen bevinden tov van de turbines 

-op 280 m in de Nokerstraat

-op 400 m in Rostijnenstraat

-op 630 m in de Rechtstraat

-op 650 m in de Lichterveldestraat

-op 680 m in Wittewalle

-op 760 m in Desteldonkdorp

 

De meeste woningen bevinden zich volgens Vlarem II in ‘Woongebieden < 500 m van industriegebied’ of ‘Agrarische gebieden < 500 m van industriegebied’ de normen waaraan dient afgetoetst zijn resp. 48 dB in dag/43 dB in de nacht-avond en 50 dB in dag/45 dB in de nacht-avond.

De turbines hebben een maximaal brongeluid van 107,5 dB(A). Uit de geluidsstudie blijkt dat in de avond en nacht de turbines gebrideerd te worden om aan de geluidsnormen te voldoen (in het ontwikkelscenario):

WT01: 101,1 dB(A)

WT02: 98,4 dB(A)

WT03: 102,1 dB(A)

WT04: 105,8 dB(A)

 

In de MER wordt aanbevolen om na realisatie geluidsmetingen uit te voeren op de meest kritische punten om na te gaan of voldaan wordt aan de normen van Vlarem II. 

De exploitant dient binnen de 6 maanden na ingebruikname van de turbine een controlemeting te laten uitvoeren van het door de fabrikant opgegeven geluidsbronvermogen in combinatie met een immissiemeting bij de meest kritische woningen (te bepalen in samenspraak met de vergunningverlenende overheid). In het meetverslag dienen de gemeten waarden (geluidsbronvermogen in situ + immissiemetingen) ter validatie van het gebruikte model vergeleken worden met de gemodelleerde overdrachtsberekening gebruikt in het dossier. De metingen en overdrachtsberekeningen dienen uitgevoerd te worden door een erkend Vlarem-deskundige in de discipline geluid en trillingen. Een meetvoorstel (cfr. bijlage 4.5.1§2 van Vlarem II) dient 14 kalenderdagen voorafgaand aan de metingen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de vergunningverlenende overheid.

Dit dient als voorwaarde in de vergunning worden opgenomen.

 

In de MER-studie werden bijkomende analyses gedaan van het aantal potentieel blootgestelde woningen en kwetsbare locaties binnen de relevante geluidscontouren. De geluidsniveaus werden getoetst aan de waarde voor hinderbeleving voor overdag (45 dB(A) en ‘s avonds en ’s nachts (40 dB(A)). Deze normen worden afgeleid uit het plan MER opgesteld door Vlaanderen.

In de geplande situatie met milderende maatregen (en inrekening van het omgevingslawaai) komt er tijdens de dag en nacht, respectievelijk  62 (+95,4 %) en 150 (+14 %) bijkomende adrespunten die boven de waarde uitkomen.

In het cumulatief ontwikkelingsscenario zijn er geen voorzieningen voor kinderopvang, onderwijsinstellingen of zorginstellingen gelegen binnen de 45 dB(A) contour in de dagperiode.

In het geplande scenario met milderende maatregelen worden er 2 voorziening voor kinderopvang blootgesteld aan 40 dB(A) of meer. In deze voorzieningen voor kinderopvang zijn echter gedurende de nacht veelal geen kinderen aanwezig.

Uit de berekeningen van het potentieel blootgestelde woningen blijkt dat het aantal hinderadressen voor geluid verdubbeld (+95,4 %) worden tijdens de dag door de plaatsing van de 4 windturbines. Tijdens de nacht zorgt bridage dat de geluidshinder beperkt blijft (+14%).

 

Gezien het grote aantal gehinderde wordt gevraagd zoals ook opgenomen in de bezwaren om ook  de gebrideerde normen toe te passen in weekend en op wettelijke feestdagen om op die manier het aantal gehinderde te verminderen.

 

Daarnaast dient er in de bijzondere voorwaarden opgenomen dat de exploitanten een meldpunt dient te organiseren waar omwonenden klachten als gevolg van windturbines kunnen melden. De klachten worden geregistreerd met vermelding van datum, klager, aard van de klacht en de genomen maatregelen. Dit register wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

 

Tevens wordt er gevraagd aan de exploitant om binnen een termijn van 3 maanden na de verlenen van de vergunning een infomarkt te organiseren voor de omwonende van Oostakker en Desteldonk waarop ze o.a. locatie specifieke informatie over het dossier kunnen krijgen. De organisatie dient in de bijzondere voorwaarde opgenomen te worden.

 

aspect slagschaduw

Een slagschaduwgevoelig object wordt in Vlarem II gedefinieerd als een binnenruimte waar slagschaduw van windturbines hinder kan veroorzaken.

Voor relevante slagschaduwgevoelige objecten in alle andere gebieden, en voor woningen in industriegebied, geldt

  • maximum acht uur effectieve slagschaduw per jaar, 
  • maximum van dertig minuten effectieve slagschaduw per dag.

Voor relevante slagschaduwgevoelige objecten in industriegebied, met uitzondering van woningen, geldt 

  • maximum dertig uur effectieve slagschaduw per jaar,
  • maximum dertig minuten effectieve slagschaduw per dag.

 

Er werd een slagschaduw studie uitgevoerd. De resultaten van de cluster van 25 windturbines worden hierin geëvalueerd.

 

De berekeningen m.b.t. de slagschaduw werden uitgevoerd met behulp van WindPro software. In deze berekeningen wordt rekening gehouden met de statistieken van het aantal zonneschijnuren per maand in België.

De meest relevante slagschaduwgevoelige objecten werden gedefinieerd aan de hand van de 4u-contour.

 

Reeds in de referentiesituatie zonder de geplande turbines zijn er slagschaduwnorm overschrijdingen bij 297 van de 563 beschouwd woonobjecten. Met de geplande turbines zijn er slagschaduwnorm overschrijding in 519 van de 563 beschouwde woonobjecten.

 

De turbines worden voorzien van een stilstand regeling zodat er voldaan wordt aan de normen. Gezien het grote aantal bewoners rondom het project dient als bijzondere voorwaarde in de vergunning opgenomen dat de exploitant op aanvraag (binnen de 72 uur) de informatie over de effectieve slagschaduw per dag beschikbaar te stellen.

 

Als gevolg van de mogelijke impact van de slagschaduw op diverse woningen is de beheersing en controle van de werking volgens de normen essentieel. Het controle rapport dat volgens Vlarem II maar de eerste 2 jaar dient opgemaakt te worden, dient blijvend opgemaakt te worden en ter beschikking gesteld. Dit dient als bijzondere voorwaarde opgenomen.

De exploitant stelt jaarlijks een controlerapport op waar minstens de volgende gegevens terug te vinden zijn:

- aanduiding van de slagschaduwgevoelige objecten en hun lambert coördinaten

- overzicht van effectieve slagschaduw per slagschaduwgevoelig object (binnen contour van vier uur verwachte slagschaduw per jaar)

- overzicht van eventueel genomen remediërende maatregelen

- periodes dat de turbine stilgestaan heeft in kader van slagschaduwbeheersing.

 

Om de schittering en slagschaduw te beperken dient de turbines voorzien zijn van antireflecterende coating of lichtabsorberend materiaal zoals opgenomen in de milderende maatregelen van de MER. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

aspect veiligheid

De windturbine is voorzien van een redundant remsysteem, een online controlesysteem, een bliksembeveiligingssysteem en een ijsdetectiesysteem. Daarnaast is de turbine voorzien van een positioneringssysteem om de wieken zo te plaatsen om de risico’s naar de omgeving te minimaliseren en wordt er signalisatie (systeem en/of borden) voorzien om derden binnen de zone van ijsval te waarschuwen.

Het geselecteerde type windturbine voor onderhavig project zal gecertificeerd zijn volgens IEC61400 norm of gelijkwaardig. 

 

Er werd een veiligheidsstudie toegevoegd bij het dossier waarin de directe risico’s en indirecte risico’s geanalyseerd op basis van het ‘Beoordelingskader Windturbines Code van goede praktijken inzake risicocriteria voor windturbines – versie 1.0 d.d. 01/10/2019’ van de Vlaamse Overheid.

Er wordt besloten dat het plaatsgebonden mensrisico en groepsrisico van de windturbines voldoet aan de in Vlaanderen gehanteerde risicocriteria.

De indirecte risico’s ten gevolge van de inplanting van de windturbines houden verband met de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in installaties in de omgeving. Uit de analyse volgt dat er geen significante verhoging is van het risico dat uitgaat van de LPG-tankplaats op het terrein van Tailormade Logistics door de inplanting van de windturbines.

 

Daarnaast bevinden zich geen nucleaire inrichtingen klasse I binnen de 2 km of hoogspanningsinfrastructuur binnen de drukgevaargrensafstand (1,5 keer rotordiameter) of effectafstanden voor de tip van een rotorblad in het geval van mastbreuk of bladbreuk bij nominaal rotortoerental. De hoogspanningspost Desteldonk bevindt zich binnen de adviesgrensafstand (i.e. 3,5 keer rotordiameter) van max. 612,5 m. 

 

In kader van ijsval, is de turbine voorzien van een redundant ijsdetectiesysteem, zodanig dat de windturbines uit dienst gezet worden wanneer mogelijk ijs gedetecteerd wordt. Heropstart zal pas gebeuren zodra de turbines ijsvrij zijn. Gedurende de stilstandperiode bij ijsvorming, wordt een zone op het terrein afgebakend, groot genoeg om mogelijke ijsval zonder risico’s toe te laten. Ook hierover worden de nodige afspraken gemaakt met de concessiehouder / eigenaar.

 

Ook wordt bij te veel wind de windturbines uit de wind geplaatst vanuit veiligheidsoverwegingen.

 

aspect biodiversiteit

De effecten op de biodiversiteit werden nagegaan in het bijgevoegde MER.

Volgende aspecten werden onderzocht:

- ecotoop- en habitatverlies 

- versnippering en barrièrewerking

- aanvaringsrisico

- verstoring

- verdroging

- stikstofuitstoot

 

Er worden geen significante negatieve effecten gevonden of milderende maatregelen genomen.

 

BEMALING

In kader van de bemalingen dienen volgende bijzondere voorwaarde opgenomen:

 

*Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

-  het merk en serienummer

-  het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen

*Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken, wordt in de bijzondere voorwaarden een peilsturing van de bemaling opgenomen.

Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De regeling van de peilsturing dient bijgesteld in functie van de vordering van de bouwwerken.


CONCLUSIE

Er wordt voorwaardelijk gunstig advies gegeven.

De aanvraag wordt beslist door de  Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de Vlaamse Regering over omgevingsvergunningsaanvragen die door de Vlaamse Regering worden behandeld (vlaamse projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Niet van toepassing.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het exploiteren van een windturbineproject ter hoogte van het bedrijventerrein 'Skaldenpark' van ELECTRABEL nv en SABEEN nv, gelegen te Bragistraat 3, Eddastraat 1, 21, Mai Zetterlingstraat 10, 70, Skaldenstraat 61, 62, 64, 125, 129, 131 en 142, 9042 Gent.

Artikel 2

Verzoekt de Vlaamse Regering om volgende bijzondere milieuvoorwaarden op te nemen:

1. De gebrideerde normen:

WT01: 101,1 dB(A)

WT02: 98,4 dB(A)

WT03: 102,1 dB(A)

WT04: 105,8 dB(A)

dienen toegepast worden in de avond, nacht en ook tijdens de dag in het weekend en op wettelijke feestdagen.

 

2. De exploitanten dient een meldpunt te organiseren waar omwonenden klachten als gevolg van windturbines kunnen melden. De klachten worden geregistreerd met vermelding van datum, klager, aard van de klacht en de genomen maatregelen. Dit register wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

 

3. Binnen een termijn van 3 maanden na het verlenen van de vergunning dient een infomarkt te worden georganiseerd voor de omwonende waarop o.a. locatie specifieke informatie over het dossier wordt gegeven.

 

4. De exploitant dient binnen de 6 maanden na ingebruikname van de turbine een controlemeting te laten uitvoeren van het door de fabrikant opgegeven geluidsbronvermogen in combinatie met een immissiemeting bij de meest kritische woningen (te bepalen in samenspraak met de vergunningverlenende overheid). In het meetverslag dienen de gemeten waarden (geluidsbronvermogen in situ + immissiemetingen) ter validatie van het gebruikte model vergeleken worden met de gemodelleerde overdrachtsberekening gebruikt in het dossier. De metingen en overdrachtsberekeningen dienen uitgevoerd te worden door een erkend Vlarem-deskundige in de discipline geluid en trillingen. Een meetvoorstel (cfr. bijlage 4.5.1§2 van Vlarem II) dient 14 kalenderdagen voorafgaand aan de metingen ter goedkeuring voorgelegd worden aan de vergunningverlenende overheid.

 

5. De exploitant dient op aanvraag (binnen de 72 uur) de informatie over de effectieve slagschaduw per dag beschikbaar te stellen

De exploitant stelt jaarlijks en per turbine een controlerapport op waar minstens de volgende gegevens terug te vinden zijn:

- aanduiding van de slagschaduwgevoelige objecten en hun lambert coördinaten

- overzicht van effectieve slagschaduw per slagschaduwgevoelig object (binnen contour van vier uur verwachte slagschaduw per jaar)

- overzicht van eventueel genomen remediërende maatregelen

- periodes dat de turbines stilgestaan hebben in kader van slagschaduwbeheersing.

 

6. De turbines dienen voorzien zijn van antireflecterende coating of lichtabsorberend materiaal.

 

Verzoekt de Vlaamse Regering om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:

De adviezen en bijzondere voorwaarden van externe adviesinstanties Defensie, AWV - dienst patrimonium - Oost-Vlaanderen, DGLV – Airfields en het agentschap voor Natuur en Bos worden strikt nageleefd.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordening

In het dossier/project dient er rekening gehouden worden met de Gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV).

Het is onduidelijk in het dossier hoeveel nieuwe verhardingen (inclusief waterdoorlatende verharding) worden voorzien. Een algemeen grondplan met aanduiding van de nieuwe permanente en of tijdelijke verhardingen, infiltratievoorzieningen of natuurlijk afwaterende zones ontbreekt.

Het is onduidelijk of er voldaan wordt aan de GSV

 

Artikel 3

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.