Terug
Gepubliceerd op 13/12/2024

2024_CBS_11749 - OMV_2023055170 - aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw en exploitatie van een nieuwe stoomturbine en het leidingentracé met de pijpleidingenbrug en andere noodzakelijk infrastructuur - met openbaar onderzoek - Arbedkaai en Jaak Janssensstraat, 9042 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 12/12/2024 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 12/12/2024 - 08:43
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_11749 - OMV_2023055170 - aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw en exploitatie van een nieuwe stoomturbine en het leidingentracé met de pijpleidingenbrug en andere noodzakelijk infrastructuur - met openbaar onderzoek - Arbedkaai en Jaak Janssensstraat, 9042 Gent - Vergunning 2024_CBS_11749 - OMV_2023055170 - aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw en exploitatie van een nieuwe stoomturbine en het leidingentracé met de pijpleidingenbrug en andere noodzakelijk infrastructuur - met openbaar onderzoek - Arbedkaai en Jaak Janssensstraat, 9042 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

FINARMIT BV met als contactadres Antwerpsesteenweg 260, 2660 Antwerpen heeft een aanvraag (OMV_2023055170) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 28 juni 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: de bouw en exploitatie van een nieuwe stoomturbine en het leidingentracé met de pijpleidingenbrug en andere noodzakelijk infrastructuur

• Adres: Arbedkaai 3 en Jaak Janssensstraat zn., 9042 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 14 sectie E nrs. 249L, 249F, 261E, 262A, 263A, 291M, 291G, 294G, 295E en 296C

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 5 september 2024.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 5 december 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

 

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Het doel van de aanvraag is de bouw en exploitatie van een nieuwe stoomturbine en het leidingentracé met de pijpleidingenbrug en andere noodzakelijk infrastructuur in het Gentse havengebied, tussen de R4 John Kennedylaan en het kanaal Gent-Terneuzen.

 

De volgende stedenbouwkundige handelingen worden gevraagd:

-       Het bouwen van een stoomturbinegebouw met een maximale hoogte van 12,30 m en een oppervlakte van ongeveer 260 m².

-       Het bouwen van een transformator van 2,40 m hoog en 8,10 m² groot.

-       Het plaatsen van een leidingenrek met een lengte van 410 m, een breedte van 2,20 m en een variabele hoogte van circa 50 cm boven het maaiveld tot circa 10 m ter plaatse van de kruising met de weg.

-       De aanleg van verharding rond het gebouw met de stoomturbine. De verharding bestaat uit een pad rond het gebouw (99 m²) en een zone voor verkeer met auto’s en vrachtwagens (407 m²) in functie van de toegang voor onderhoudspersoneel, de brandweer en transporten. De verharding is waterdoorlatend. Bijkomend wordt een toegangsweg aangelegd in waterdoorlatende materialen van 1784 m². Voor de bouw van de toegangsweg moet een gracht ingebuisd worden over een lengte van 20 m.

-       De aanleg van een ondergrondse hydrantenleiding over een lengte van ongeveer 24 m.

-       Een reliëfwijziging om de toegangsweg aan te leggen van 11 797 m³ op een hoogte van 8,50 TAW. Dit gaat samen met het dempen van een gracht.

-       Een reliëfwijziging voor de aanleg van de wadi van 28 m² groot en 30 cm diep.

-       Het rooien van 5 bomen (1 wilg en 4 eiken) voor de aanleg van de leidingen en de toegangsweg.

 

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft de exploitatie van een nieuwe inrichting, namelijk een nieuwe stoomturbine geëxploiteerd door Finarmit aan de Jaak Janssenstraat/Arbedkaai te Gent.

 

De stoomturbine zal geen interne verbranding bevatten. Finarmit zal namelijk stoom (onder hoge druk en hoge temperatuur: 40 bar – 400°C) afnemen van een nieuwe naastliggende slibverwerkingsinstallatie uitgebaat door Foster (DBFMO – partner van Aquafin) waar slib zal worden verbrand. Deze installatie betreft een installatie voor de mono-verwerking van slib, afkomstig van de zuivering van stedelijk afvalwater.

 

De stoom die geproduceerd wordt bij de verbranding zal getransporteerd worden over een nieuw leidingnetwerk en zal intakken op het stoomnet van ArcelorMittal Belgium (AMB). Gezien ArcelorMittal echter stoom gebruikt op veel lagere drukken en temperaturen (11 bar – 186°C) zal er door Finarmit een tegendrukstoomturbine geplaatst worden. Deze kan de hogedrukstoom omzetten naar lagere druk stoom. Daarnaast kan de turbine ook de energie die daarvoor gebruikt wordt omzetten in elektriciteit. Zo kan er quasi continu tussen de 1,1 MW en 1,4 MW elektrische energie worden gegenereerd.

 

De stoomturbine wordt beschouwd als een afzonderlijke milieutechnische eenheid aangezien er een aparte rolverdeling wordt voorzien voor de bewerking van stoom:

-       Producent van stoom: SMV – Foster

-       Afnemer van stoom: stoomturbine - Finarmit

Beide projecten zullen door verschillende exploitanten (Foster enerzijds en Finarmit anderzijds) worden geëxploiteerd. Hiervoor werden er afzonderlijke omgevingsvergunningsaanvragen opgemaakt voor de stoomturbine en de slibverwerkingsinstallatie. De vergunningsaanvragen werden dan ook apart ingediend. De procedure voor het project van de slibverwerkingsinstallatie van Foster is intussen lopende.

 

Indien de door Finarmit geproduceerde stoom en elektriciteit niet meer zou kunnen afgenomen worden door ArcelorMittal Belgium (AMB) Gent zijn er in de naburige omgeving andere bedrijven aanwezig waaraan de geproduceerde stoom en elektriciteit kan geleverd worden. De stoomturbine wordt dus ook als een afzonderlijke entiteit t.o.v. AMB Gent beschouwd.

 

Volgende inrichtingen worden aangevraagd:

-       De opslag van 750 liter hydraulische olie in een enkelwandige tank (rubriek 6.4.1.);

-       Een airco van 9,6 kW en een compressor van 37 kW (rubriek 16.3.2.a);

-       De opslag van 2.000 liter smeerolie (1,67 ton) in een bovengrondse dubbelwandige tank (rubriek 17.3.2.1.1.1.b);

-       Een generator van 1.530 kVA met een inhoud van 300 liter (rubriek 39.1.1.);

-       Een stoomturbine met een elektrisch vermogen van 1,4 MW (rubriek 39.5.1).

 

Er zal ook een transformator van 500 kVA aanwezig zijn. Gezien de Vlarem-trein is deze niet meer indelingsplichtig. Er zullen ook 5 warmtewisselaars met elk een individueel inhoudsvermogen kleiner dan 25 liter (2 x 15 liter, 2 x 8 liter en 1 x 5 liter) aanwezig zijn. Deze zijn eveneens niet indelingsplichtig.

 

Er kan mogelijks een noodgenerator geplaatst worden op de site. Mocht dit het geval zijn dan zou het gaan om een niet indelingsplichtige generator die minder dan 100 bedrijfsuren per jaar zal draaien.

 

Er zal geen lozing van afvalwater zijn. Enkel in noodsituaties wanneer de nooddouches gebruikt worden of wanneer er een lek ontstaat bij de warmtepompen kan er huishoudelijk afvalwater ontstaan. Gezien dit enkel in nood of bij calamiteit kan voorkomen zal dit minder dan 600 m³ per jaar zijn en is dit hierdoor niet indelingsplichtig. Het huishoudelijk afvalwater wordt niet geloosd maar apart opgevangen en opgehaald door een externe verwerker.

 

Op de projectsite zal er per shift ongeveer 1 werknemer aanwezig zijn gedurende 1 uur.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | De opslag van 750 liter hydraulische olie in een enkelwandige tank | klasse 3 | Nieuw

750 liter

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | 1 compressor met een vermogen van 37 kW en 1 airco met een vermogen van 9,6 kW | klasse 3 | Nieuw

46,6 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | de opslag van 2.000 liter smeerolie in een bovengrondse dubbelwandige tank | klasse 3 | Nieuw

1,67 ton

39.1.1°

stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (waterinhoud van 25 l tot en met 500 l) | een generator van 1.530 kVA met een individuele inhoud van 300 l | klasse 3 | Nieuw

300 liter

39.5.1°

stoommachines (zuigermachines, turbines) met een totaal vermogen (het vermogen van de brander valt onder rubriek 43) van 1 tot en met 100 MW | Een stoomturbine met een elektrisch vermogen van 1,4 MW | klasse 2 | Nieuw

1,4 MW

 

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

BEOORDELING AANVRAAG

 

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Brandweerzone Centrum

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 17 oktober 2024.

Het advies is raadpleegbaar op het omgevingsloket.

 

North Sea Port

Voorwaardelijk gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 14 november 2024:

De aanvraag heeft betrekking op privaat terrein. De werken kunnen gunstig geadviseerd worden. In aansluiting op het eerder gegeven advies (zie bijlage OMV_2023055170) geven we jullie voor de volledigheid ook de voorwaarden voor het plaatsen van een bronbemaling in deze zone door:

“Ten westen van de R4 en ten noorden van het Rodenhuizedok liggen historische baggerdepots. North Sea Port voert hier momenteel samen met Maritieme Toegang grond- en grondwateronderzoek uit op en rond deze depots. Er is historische verontreiniging vastgesteld. Gezien de nabijheid van jullie werken, dient dit mee in beschouwing genomen te worden bij jullie bemalingsstudie indien er bemaald wordt. Het OBO werd goedgekeurd door Ovam, dossier 915. Momenteel is BBO in afwerkingsfase. De gegevens van de metingen kunnen bij North Sea Port opgevraagd worden. In geval bemaling wordt toegepast, dient de impact van bemalingswerken op de vastgestelde grondwaterverontreinigingen nagegaan te worden. Er dient rekening gehouden te worden met eventuele andere bemalingswerken in de omgeving. De impact op de (verspreiding) van de verontreiniging dient maximaal vermeden te worden.  Voldoende voorafgaand aan de werken dient met North Sea Port contact opgenomen te worden om dit verder af te stemmen vooraleer kan gestart worden. U dient eveneens voorafgaand aan de werken af te stemmen met ArcelorMittal en Maritieme Toegang over deze werken.”

Het advies is raadpleegbaar via het omgevingsloket.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Fluxys NV afgeleverd op 8 oktober 2024 mits het respecteren van volgende voorwaarden:

-       De bestaande toegangsweg tot haar station dient minstens 4 meter breed te blijven zoals overeengekomen tijdens de diverse coördinatievergaderingen in ontwerpfase;

-       Het drukreduceerstation van Fluxys dient 24u/24u en 7d/7d bereikbaar te blijven, ook tijdens de bouwwerken;

-       Het hekwerk rond de site dient op 2 meter van het hekwerk van het Fluxys-station geplaatst te worden zodat een vrije strook van 2 meter beschikbaar blijft ter hoogte van de nooduitgang van het station zoals overeengekomen tijdens de diverse coördinatievergaderingen in ontwerpfase;

-       Ten allen tijden dienen zowel de specifieke voorwaarden en veiligheidsmaatregelen op onderstaande pagina's te worden nageleefd in het kader van uw aanvraag.

Het advies is raadpleegbaar op het omgevingsloket.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).

 

Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.

 

Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

 

5.       ARCHEOLOGIE

Gelet op het programma van maatregelen in de archeologienota met referentienummer 30981, waarvan akte genomen dd. 07/10/2024, zijn er geen specifieke maatregelen met betrekking tot archeologisch erfgoed noodzakelijk.

 

Uiteraard blijven de werken onderhevig aan artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet, en dienen alle eventuele vondsten bij het Agentschap Onroerend Erfgoed te worden gemeld.

ID nota: 30981: https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/archeologienotas/30981

 

6.       WATERPARAGRAAF

 

Ligging project

Het project situeert zich in het afstroomgebied in het beheer van Havenbedrijf Gent GAB.  Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het terrein is momenteel braakliggend.

 

Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater

 

Algemeen geplande toestand

Nieuwe platte dakoppervlakte: 249 m²

-       Stoomturbinegebouw: 241 m²

-       Transformator cabine: 8 m²

 

Waterdoorlatende verharding: 2.255 m²

-       Nieuwe toegangsweg: 1.748 m²

-       Verharding rondom gebouw: 507 m²

 

Hemelwaterput: 10.000 liter

 

Infiltratievoorziening

-       Volume: 8.300 liter

-       Oppervlakte: 28 m²

 

Verharding

Conform artikel 12 van het ABR moet het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt worden. De strikt noodzakelijke verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

 

De nieuwe toegangsweg (1.748 m²) en de verharde zone rondom het stoomturbinegebouw (507 m²) worden aangelegd in waterdoorlatende materialen of kan afwateren naar de omgeving.

De waterdoorlatende verharding dient uitgevoerd te worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad bedraagt minder dan 2%. Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden.

De verhardingen moeten, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.

 

Hemelwaterput

In de gebouwen die deel uitmaken van de aanvraag zijn er geen sanitaire voorzieningen waardoor er slechts beperkt gebruik van hemelwater mogelijk is. Voor de werking van de stoomturbine is er op de site geen water nodig. De stoom die de turbine gebruikt, wordt extern aangeleverd. Er wordt wel een hemelwaterput voorzien van 10.000 liter voor recuperatie van hemelwater middels een dienstkraan.

 

Groendak

Conform artikel 3.8 van het ABR wordt een uitzondering gevraagd voor de aanleg van een groendak. Het betreft hier een industrieel gebouw gelegen in de haven van Gent. Op het dak van het stoomturbinegebouw komen er verschillende technische installaties die warmte afgeven en onderhoud vragen. Tevens is een groendak boven een hoog- en laagspanningslokaal vrijgesteld in functie van brandgevaar.

Volgens het gemotiveerd verzoek, toegevoegd aan het dossier, kan de uitzondering toegestaan worden.

 

Infiltratievoorziening

Het perceel is groter dan 120 m², waardoor er verplicht een infiltratievoorziening aangelegd moet worden.

 

Voor de berekening van de oppervlakte van de infiltratievoorziening wordt rekening gehouden met volgende oppervlakte

-       Dakoppervlakte stoomturbinegebouw: 241 m²

-       Dakoppervlakte transformatorcabine: 8 m²

 

De infiltratievoorziening is bovengronds (wadi).  De voorziening dient een inhoud te hebben van 8.217 liter en een oppervlakte van 19,92 m². De bouwheer voorziet een infiltratievoorziening van 8.300 liter en een oppervlakte van 28 m².

 

Er wordt voldaan aan de GSV en het ABR.

 

Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.

In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

 

7.       NATUURTOETS

Op minstens 25 meter van de stoomturbine zelf liggen er percelen die aangeduid staan als biologisch waardevol. De stoomleidingen van de turbine doorkruisen een perceel dat aangeduid staat als biologisch waardevol. Dit perceel bevat een jong loofbos. Het tracé loopt doorheen een bomenrij met als gevolg het rooien van 3 grote eiken. Als voorwaarde moeten 4 nieuwe hoogstammige inheemse loofbomen (met minimumstamomtrek HS12/14) in de directe omgeving aangeplant worden en dit ten laatste in het eerstvolgende plantseizoen na de bouwwerkzaamheden (zie ook verder onder beoordeling van de goede ruimtelijke ordening).

 

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

 

Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

 

8.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

 

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

 

9.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 13 september 2024 tot en met 12 oktober 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

 

10.   OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Het doel van de aanvraag is de bouw van een stoomturbine met bijhorende verharding, leidingen en een dienstweg. Het tracé is zodanig gelegd dat het rekening houdt met de grondenruil tussen Arcelormittal en naastliggend bedrijf Air Products. Door een knik te voorzien loopt het tracé doorheen een bomenrij met als gevolg het rooien van 3 grote eiken. Het rooien van de bomen is jammer maar de keuze is begrijpelijk. De grondenruil is definitief, wat maakt dat het niet te verantwoorden is om het tracé opnieuw te verleggen. Het is dus logisch dat het tracé nu al rekening houdt met de grondpositiewissel. Als voorwaarde moeten 4 nieuwe hoogstammige inheemse loofbomen (met minimumstamomtrek HS12/14) in de directe omgeving aangeplant worden en dit ten laatste in het eerstvolgende plantseizoen na de bouwwerkzaamheden (dit wordt ook zo aangegeven in de verantwoordingsnota).

 

De gevraagde constructies zijn vrij kleinschalig binnen de schaal van het havengebied en zijn ruimtelijk en stedenbouwkundig te verantwoorden. De vormtaal en materialisatie van de bebouwing sluit aan bij de industriële omgeving.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Aspect afval

Er worden geen afvalstoffen geproduceerd in het productieproces. Worst-case kan er een afvalstroom ontstaan van ethyleenglycol indien er een lek ontstaat in de koelleidingen. Indien dit zou voorvallen zal deze stroom worden opgevangen en opgehaald door een erkende verwerker.

 

Aspect bodem en grondwater

Opslag gevaarlijke producten

De opslag van 2.000 liter smeerolie, zal gebeuren in een bovengrondse dubbelwandige tank. In het aanvraagdossier is opgenomen dat de tank voorzien zal zijn van een lekdetectiesysteem en overvulbeveiliging. De opslag van 750 liter hydraulische olie zal gebeuren in een bovengronds enkelwandig reservoir voorzien van een inkuiping.

 

Deze nieuwe tanks dienen voor de ingebruikname, conform artikel 5.17.4.3.4 van Vlarem II, aan een keuring onderworpen te worden. Ter staving van de naleving wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat de keuringsattestten van deze controles op de bovengrondse tanks binnen de 3 maanden na de ingebruikname moeten bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

Alle nodige maatregelen moeten getroffen worden om, bij het vullen van de tanks, morsen van vloeibare brandstoffen en de verontreiniging van de bodem en het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Transformator

Binnen het project zal er 1 transformator van 500 kVA aanwezig zijn. Deze transformator is niet ingedeeld (< 1.000 kVA). Het is onduidelijk welk type transformator het betreft (droge of oliegekoelde). Indien de transformator met olie worden gekoeld is verontreiniging van de bodem mogelijk. Een opvangbak, die bij lek de diëlektrische vloeistof kan opvangen, dient voorzien te worden. De installatie dient, volgens het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installatie), jaarlijks gekeurd te worden door een erkend organisme. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect lucht

Koeltoestellen

Er wordt een air cooler (adiabatic) met een elektrisch vermogen van 9,6 kW (3,2 kg R32, 2,16 ton CO2-equivalent) aangevraagd.

Dit toestel bevat koelmiddel dat door lekverliezen in de atmosfeer zou kunnen terecht komen. Er wordt gebruik gemaakt van het koelmiddel R32, een koelmiddel met een relatief lage GWP-waarde nl. 675.

 

Het koeltoestel dient te voldoen aan de voorwaarden van Vlarem II, artikel 5.16.3.3. inzake bouw, opstelling, attesten, onderhoud en periodieke controles (naargelang de aard en de hoeveelheid koudemiddel). Een logboek moet bijgehouden worden.

Deze elementen worden als opmerking opgenomen.

 

Compressor

Er wordt een luchtcompressor (37 kW) met een inhoud van 3.000 liter (7 bar) aangevraagd.

Het product van de toelaatbare druk (7 bar) en het volume (3.000 liter) van de luchtcompressor is groter is dan 3.000 bar.liter. Bijgevolg dient de luchtcompressor, conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II ten minste om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd.

Ter staving van de naleving wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd dat het attest van het periodiek onderzoek op de luchtcompressor, conform artikel 5.16.3.2.§4 van Vlarem II, binnen een termijn van 3 maanden na ingebruikname, moet bezorgd worden aan de dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

Stoomturbine

De stoomturbine zelf zal geen directe emissies naar de lucht veroorzaken, aangezien er geen interne verbranding plaatsvindt. De emissies naar de lucht zullen afkomstig zijn van de slibverwerkingsinstallatie van Foster die de stoom levert.

 

Aspect geluid

De projectlocatie bevindt zich in industriegebied. Er werd een geluidstudie toegevoegd aan de aanvraag. Hierin wordt nagegaan welke geluidsbelasting de exploitatie van deze nieuwe inrichting met zich meebrengt.

Tijdens de normale exploitatie worden er geen overschrijdingen van de toetsingsnormen verwacht, zowel niet voor de stoomturbine als cumulatief met de SMV (slib monoverbrander) Gent. Enkel bij opstart en/of calamiteiten kunnen de toetsingsnormen eventueel overschreden worden met maximaal 1 dB voor de stoomturbine en met maximaal 2 dB cumulatief met de SMV Gent. Gezien de opstart en/of calamiteiten geschat maar 2 keer per jaar zouden voorkomen, worden er geen significante effecten verwacht op de omgeving.

 

Er dient te allen tijde voldaan te zijn aan de geluidsnormen van Vlarem II. Dit wordt als opmerking meegenomen.

 

Aspect klimaat

Tegen 2050 heeft de Europese Unie de ambitie om koolstofneutraal te zijn. Ook het Klimaatplan van de stad Gent streeft naar een netto CO2-uitstoot van nul tegen 2050. De energiesector draagt in belangrijke mate bij tot de problematiek rond klimaatopwarming. Daarom moeten er alternatieven gezocht worden voor de traditionele CO2-intense brandstoffen.

 

Het stoomexpansieturbine-project (SET-project) bestaat uit een turbine met alle toebehoren incl. een elektrisch onderstation.

Een stoomketel, die aangedreven wordt door het verbranden van slib in een oven (omgevingsvergunningsaanvraag van Foster 2023029476) produceert stoom (40bar) die zal gebruikt worden in de turbine (deze vergunningsaanvraag) die een generator aandrijft. Hierdoor wordt er een elektrisch vermogen van ca. 1MWe gegenereerd. De geproduceerde elektriciteit wordt teruggevoerd naar de slibverbrandingsinstallatie. De reststoom zal gebruikt worden voor de verwarming van de hallen van ArcelorMittal Belgium.

In het SET gebouw zijn er 2 relevante restwarmtebronnen die samen ca. 100-150 kW genereren:

-       de turbine

-       de generator

Deze warmte wordt volledig gebruikt voor het voorverwarmen van het RO-water. Dit water wordt met een bepaalde temperatuur geïnjecteerd in de 11 bar stoomleiding om de stoom op AMB kwaliteit te brengen (voornamelijk koelen).

 

Door de inzet van stoomturbine-technologie die gebruik maakt van hernieuwbare warmte (afkomstig van de verbranding van slib), wordt de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen voor energieproductie verminderd. Dit draagt bij aan de klimaatdoelstellingen van de regio en van België.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 070887-002/JT/2024) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.


CONCLUSIE 

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | De opslag van 750 liter hydraulische olie in een enkelwandige tank | Nieuw

750 liter

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | 1 compressor met een vermogen van 37 kW en 1 airco met een vermogen van 9,6 kW | Nieuw

46,6 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | de opslag van 2.000 liter smeerolie in een bovengrondse dubbelwandige tank | Nieuw

1,67 ton

39.1.1°

stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (waterinhoud van 25 l tot en met 500 l) | een generator van 1.530 kVA met een individuele inhoud van 300 l | Nieuw

300 liter

39.5.1°

stoommachines (zuigermachines, turbines) met een totaal vermogen (het vermogen van de brander valt onder rubriek 43) van 1 tot en met 100 MW | Een stoomturbine met een elektrisch vermogen van 1,4 MW | Nieuw

1,4 MW

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor de bouw en exploitatie van een nieuwe stoomturbine en het leidingentracé met de pijpleidingenbrug en andere noodzakelijk infrastructuur aan FINARMIT bv (O.N.:0795341503) gelegen te Arbedkaai 3 en Jaak Janssensstraat , 9042 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit Stoomturbine Aquafin met inrichtingsnummer 20240604-0085 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | De opslag van 750 liter hydraulische olie in een enkelwandige tank | Nieuw

750 liter

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | 1 compressor met een vermogen van 37 kW en 1 airco met een vermogen van 9,6 kW | Nieuw

46,6 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | de opslag van 2.000 liter smeerolie in een bovengrondse dubbelwandige tank | Nieuw

1,67 ton

39.1.1°

stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (waterinhoud van 25 l tot en met 500 l) | een generator van 1.530 kVA met een individuele inhoud van 300 l | Nieuw

300 liter

39.5.1°

stoommachines (zuigermachines, turbines) met een totaal vermogen (het vermogen van de brander valt onder rubriek 43) van 1 tot en met 100 MW | Een stoomturbine met een elektrisch vermogen van 1,4 MW | Nieuw

1,4 MW

 

Artikel 2

Verleent de vergunning voor onbepaalde duur.

 

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Opslag gevaarlijke producten

De nieuwe tanks  voor de opslag van 2.000 liter smeerolie en 750 liter hydraulische olie dienen voor de ingebruikname, conform artikel 5.17.4.3.4 van Vlarem II, aan een keuring onderworpen te worden. De keuringsattesten van deze controles op de bovengrondse tanks dienen binnen de 3 maanden na de ingebruikname bezorgd te worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

Alle nodige maatregelen moeten getroffen worden om, bij het vullen van de tanks, morsen van vloeibare brandstoffen en de verontreiniging van de bodem en het grond- en oppervlaktewater te voorkomen.

 

Compressor

Het attest van het periodiek onderzoek op de luchtcompressor van 37 kW dient, conform artikel 5.16.3.2.§4 van Vlarem II, binnen een termijn van 3 maanden na ingebruikname, bezorgd te worden aan de dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.

 

 

Bijzondere voorwaarde voor de geplande werken:

Externe adviezen

  • De voorwaarden in het advies van Brandweerzone Centrum, afgeleverd op 17 oktober 2024 onder ref. 070887-002/JT/2024, moeten strikt nageleefd worden.
  • De voorwaarden in het advies van advies van North Sea Port, afgeleverd op 14 november 2024 moeten strikt nageleefd worden.
  • De voorwaarden in het advies van Fluxys NV, afgeleverd op 8 oktober 2024 onder ref TPW-OL-2024123130, moeten strikt nageleefd worden.

Hemelwater

De waterdoorlatende verharding dient uitgevoerd te worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad bedraagt minder dan 2%. Er mogen geen afvoerkloken voorzien worden.

De verhardingen met natuurlijke infiltratie moeten, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd (met uitzondering van dakgoten en regenpijpen) afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. De oppervlakte waaronder zich ondergrondse constructies bevinden mogen niet in rekening gebracht worden bij de onverharde zone.

Compensatie te rooien bomen

Er moeten 4 nieuwe hoogstammige inheemse loofbomen (met minimumstamomtrek HS12/14) aangeplant worden in de directe omgeving van het project en dit ten laatste in het eerstvolgende plantseizoen na de bouwwerkzaamheden.


De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.



Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Transformator

Binnen het project zal er 1 transformator van 500 kVA aanwezig zijn. Deze transformator is niet ingedeeld (< 1.000 kVA). Het is onduidelijk welk type transformator het betreft (droge of oliegekoelde). Indien de transformator met olie worden gekoeld is verontreiniging van de bodem mogelijk. Een opvangbak, die bij lek de diëlektrische vloeistof kan opvangen, dient voorzien te worden. De installatie dient, volgens het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installatie), jaarlijks gekeurd te worden door een erkend organisme.

 

Koeltoestellen

Er wordt een air cooler (adiabatic) met een elektrisch vermogen van 9,6 kW (3,2 kg R32, 2,16 ton CO2-equivalent) aangevraagd.

Het koeltoestel dient te voldoen aan de voorwaarden van Vlarem II, artikel 5.16.3.3. inzake bouw, opstelling, attesten, onderhoud en periodieke controles (naargelang de aard en de hoeveelheid koudemiddel). Een logboek moet bijgehouden worden.

 

Geluid

Er dient te allen tijde voldaan te zijn aan de geluidsnormen van Vlarem II.