Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Air Products NV met als contactadres Leonardo da Vincilaan 19C bus 4, 1831 Machelen en De heer Maarten Cleuren met als contactadres Arbedkaai 1, 9042 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024120514) ingediend bij de deputatie op 24 oktober 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van een bedrijf voor de productie, opslag en distributie van gassen (IIOA en SH)
• Adres: Arbedkaai 1, 9042 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 14 sectie E nrs. 94C, 94D, 291H, 291L, 291M en 291D
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 18 november 2024.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 18 november 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 3 december 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag situeert zich op een bestaande industriële site Air Products gelegen langs de Arbedkaai
in het noorden van de haven van Gent. Air Products baat op de site drie luchtscheidingsinstallaties uit voor de productie van zuurstof, stikstof en argon.
De geplande werken situeren zich centraal op de site. Een bestaande LOX-tank wordt vervangen door een nieuwe, grotere LOX-tank met een hoogte van ongeveer 17,5 m en een diameter van 3 m. De bestaande funderingssokkel in beton zal beperkt vergroot worden met 14,45 m². Naast de bestaande tank worden de bestaande niet-waterdoorlatende klinkers vervangen door nieuwe waterdoorlatende klinkers.
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
Het betreft het veranderen van een bedrijf voor de productie, opslag en distributie van gassen.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
17.1.2.2.3° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 10000 liter | Uitbreiding bestaande tank T209 vloeibare zuurstof met 38 m³ (38.000 liter) | klasse 1 | Verandering | 38000 liter |
17.2.2. | VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 6, delen 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel als vermeld in noot 4 bij bijlage 6, deel 1 en deel 2
noot: hogedrempelinrichting | Uitbreiding met 45 ton | klasse 1 | Verandering | 45 ton |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
3.4.1°a) | Het lozen van 0,5 m³/uur – 5 m³/dag – 1.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater afkomstig van het wassen van voertuigen in een oppervlaktewater. | 0,5 m³/uur
3.4.2° | Het lozen van 70 m³/uur - 1.050 m³/dag – 250.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater afkomstig van koeltorens, reinigingswater, grondwater kelders en proceswater compressoren in een oppervlaktewater. | 70 m³/uur
3.6.1. | Het lozen van 5 m³/uur – 8 m³/dag – 1.560 m³/jaar huishoudelijk afvalwater met zuivering op oppervlaktewater. | 1560 m³/jaar
6.4.1° | De opslag van 8.660 l brandbare vloeistoffen waarvan: - 5.200 l minerale olie; - 2.000 l smeerolie; - 1.460 l afvalolie. | 8660 liter
6.5.1° | Eén brandstofverdeelslang voor diesel. | 1 verdeelslang
12.1.1.1°a) | Drie dieselgroepen met een geïnstalleerd totaal elektrisch schijnbaar vermogen van 511,5 kVA (125 kW, 418 kW en 480 kW). | 511,5 kVA
12.2.2° | 12 transformatoren van 2 x 50.000 kVA, 1 x 25.000 kVA, 1 x 23.000 kVA 1 x 22.000 kVA, 2 x 20.000 kVA, 1 x 4.000 kVA, 1 x 2.000 kVA en 3 x 1.600 kVA. | 220800 kVA
15.1.1° | Het stallen van maximaal 25 voertuigen. | 25 voertuigen
15.2. | Een werkplaats voor onderhoudsactiviteiten aan CO2-trailers. | 1 werkplaats
15.4.1° | Het wassen van maximum 5 voertuigen/dag. | 5 voertuigen/dag
16.2.1° | Installatie voor de productie van 8.362 ton/dag aan gassen waaronder 7.810 ton stikstofgas, 152 ton vloeibaar argon en 400 ton vloeibare stikstof per dag d.m.v. 3 luchtscheidingsinstallaties en diverse compressoren, pompen en distributiesystemen | 8362 ton/dag
16.2.2° | Installatie voor de productie van 4.110 ton/dag aan gassen waaronder 3.910 ton zuurstofgas en 200 ton vloeibare zuurstof per dag d.m.v. 3 luchtscheidingsinstallaties en diverse compressoren, pompen en distributiesystemen | 4110 ton/dag
16.3.2°b) | Diverse luchtcompressoren, productcompressoren, airco's en pompen met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 90.756 kW waaronder: - 8 luchtcompressors (19.100 kW, 16.100 kW, 12.500 kW, 10.500 kW, 3.800 kW en 3 x 4.000 kW - diverse airco's met een totaal vermogen van 168 kW - 7 stikstofcompressoren (5.300 kW, 1.085 kW, 800 kW, 2 x 580 kW, 335 kW en 274 kW - 3 zuurstofcompressoren (3.200 kW, 2.150 kW, 1.300 kW) - een argoncompressor (150 kW) - een freoneenheid (184 kW) - diverse pompen voor verdampers (650 kW) | 90756 kW
16.4.2° | 17 laadpunten verspreid over 3 laadbaaien voor het niet-huishoudelijk vullen van vrachtwagens. | 17 aantal
17.1.2.1.3° | 99.500 l gassen in verplaatsbare recipiënten waarvan: - 19.500 liter gassen (gassen van groep 1, groep 3 en groep 4) in flessen en flessenbatterijen; - 80.000 l aan H2 in 4 tube trailers van elk 20 m³. | 99500 liter
17.3.2.1.1.1°b) | De opslag van 9,68 ton aan brandgevaarlijke vloeistoffen, zijnde gasolie in 2 bovengrondse houders van 6.000 liter (5,28 ton) en 5.000 liter (4,4 ton). | 9,68 ton
17.3.4.2°a) | De opslag van 71,66 ton aan bijtende stoffen, zijnde 43,24 ton zwavelzuur; 17,08 ton javel; 5,085 ton corrosie-inhibitor en 6,255 ton fosfaatoplossing. | 71,66 ton
17.3.6.1°a) | De opslag van 8,25 ton aan schadelijke stoffen, zijnde dispersant. | 8,25 ton
17.3.8.2° | De opslag van 17,08 ton aan stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu, zijnde javel. | 17,08 ton
29.5.2.1°a) | 71,2 kW metaalbewerkingstoestellen | 71,2 kW
29.5.7.2°a)1) | Eén ontvettingstafel van 30 l met een organisch oplosmiddel. | 30 liter
31.1.1°a) | Drie dieselgroepen met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 511,5 kW (125 kW, 418 kW en 480 kW). | 511,5 kW
43.1.1°a) | Een regeneratieverwarmer op aardgas van 1.820 kW. | 1820 kW
53.8.3° | Een grondwaterwinning van maximaal 590 m³ per dag en 50.000 m³/jaar uit 3 diepe grondwaterputten met een diepte van resp. 60, 70 en 76 m (Ledo-Paniseliaan Aquifersysteem, HCOV 0600). | 50000 m³/jaar
2. HISTORIEK
De vergunningverlenende overheid staat in voor de historiek van de inrichting.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste havenweg.
5. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:
Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater
Verharding
Conform artikel 3.2 van het ABR moet het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt worden. Deze verharding moet waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.
De bestaande niet-waterdoorlatende klinkers worden vervangen door nieuwe waterdoorlatende klinkers (63,83 m²).
Het hemelwater dat op de nieuwe tank en op de nieuwe/bestaande fundering valt, infiltreert op eigen terrein in de onverharde zone (waterdoorlatende klinkers).
De waterdoorlatende verharding dient uitgevoerd te worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad moet minder dan 2% bedragen.
Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.
Bij natuurlijke infiltratie moeten de verhardingen afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.
6. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Het project zal bijgevolg geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De stedenbouwkundige handelingen in deze aanvraag beperken zich tot het vervangen van een bestaande tank door een iets grotere tank. Deze werken zijn eerder kleinschalig in deze industriële omgeving. De nieuwe constructies zijn dan ook ruimtelijk en stedenbouwkundig te verantwoorden.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een bedrijf voor de productie, opslag en distributie van gassen (IIOA en SH) van Air Products nv en de heer Maarten Cleuren, gelegen te Arbedkaai 1, 9042 Gent.
Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:
Extern advies
De voorwaarden in het advies van Fluxys NV, afgeleverd op 29 november 2024, moeten strikt nageleefd worden.
Hemelwater
De waterdoorlatende verharding dient uitgevoerd te worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad moet minder dan 2% bedragen.
Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.
Bij natuurlijke infiltratie moeten de verhardingen afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.