Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
WILLEMEN INFRA NV met als contactadres Booiebos 4, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024129777) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 28 september 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: veranderen van de vergunde inrichting voor het exploiteren van een waterzuivering bij bemalingswerken aan filterlijnen 3-4 (fase 2 van de werkzaamheden) en het lozen van afvalwater
• Adres: Wondelgemkaai en Zeeschipstraat , 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: openbaar domein
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 17 oktober 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 29 november 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft veranderen van de vergunde inrichting voor het exploiteren van een waterzuivering bij bemalingswerken aan filterlijnen 3 en 4 (fase 2 van de werkzaamheden) en het lozen van afvalwater.
In het kader van hetzelfde project werden volgende bemalingen reeds vergund: OMV_2021114846, OMV_2021145397, OMV_2023040595 en OMV_2021145397.
Iedere filterlijn wordt onder een andere inrichting aangevraagd. De aanvraag heeft betrekking op filterlijn 3 (20230324-0052) – Zeeschipstraat en filterlijn 4 (20230324-0056) – Wondelgemkaai.
In de laatste fase zijn er nog 3 filterlijnen actief, naast filterlijn 3 en 4 is ook nog filterlijn 5 (20230324-0059) – New-Orleansstraat actief. Deze werden vergund in dossier OMV_2023042233.
De wijzigingen hebben betrekking op filterlijn 3 en 4:
-wijzigen lozingspunt: via een flexibele leiding in de Lieve
-aanvraag extra lozingsnormen (bijstelling voorwaarde):
- Koper: 10 keer indelingscriterium: 0,5 mg/l
- Perfluor-n-hexaansulfonzuur (PFHxS lineair) 100ng/l
- Perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS lineair) 100ng/l
- Perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS vertakt) 100ng/l
-impact berekening van lozing op de Schelde (Wezer-arrest)
De bemaling heeft volgens de aanvrager nog een beperkt duur na aanvat van de werken: 45 dagen voor filterlijn 3 en 50 dagen filterlijn 4.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Er wordt een wijziging aangevraagd van rubriek 3.4.2 zonder dat er bijkomend debiet wordt opgenomen voor inrichtingen:
-Willemen Infra - bemaling Meulestedebrug fase 2 filterlijn 3 (20230324-0052):
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | wijzigen lozingspunt | klasse 2 | Verandering | 0 m³/uur |
-Willemen Infra - bemaling Meulestedebrug fase 2 filterlijn 4 (20230324-0056):
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Wijzigen van lozingspunt | klasse 2 | Verandering | 0 m³/uur |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat - andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u). Waterzuivering voor bemalingswater | 28,8 m³/uur
3.6.3.2° | Afvalwaterzuiveringsinstallatie met inbegrip van het lozen van effluent water voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat g evaarlijke stoffen bevat – andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur) Waterzuivering voor het lozen van bemalingswater | 35,4 m³/uur
53.2.2°a) | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30 000 m³ per jaar) | Bronbemaling: filterlijn 4 met verticale onttrekkingsfilters aangesloten op een vacuümpomp | 30000 m³/jaar
53.2.2°a) | Bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreiningd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30.000 m³ per jaar). Bronbemaling: filterlijn 3 met verticale onttrekkingsfilters aangesloten op een vacuümpomp | 24290 m³/jaar
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
Er wordt een bijstelling gevraagd voor de lozingsnormen van koper en 3 PFAS parameters.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 27/09/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de herbouw van meulestedebrug gent. (OMV_2019032387)
* Op 25/03/2022 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor de exploitatie van een tijdelijke bemaling voor de herbouw van de meulestedebrug en omgevingsaanleg. (OMV_2022039989)
* Op 04/04/2022 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor de exploitatie van een tijdelijke bemaling voor de herbouw van de meulestedebrug en omgevingsaanleg. (OMV_2022046161)
* Op 21/04/2022 werd een aktename afgeleverd voor de exploitatie van bronbemaling in functie van heraanleg van meulestedebrug. (OMV_2022049500)
* Op 12/07/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het realiseren van kabelverbindingen tussen post nieuwe vaart elia en ringvaart site luminus en het aanleggen van werkstroken. (OMV_2021168748)
* Op 13/07/2023 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een waterzuivering bij bemalingswerken aan filterlijnen 3-4-5 (fase 2 van de werkzaamheden). (OMV_2023042233)
* Op 28/03/2024 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor het exploiteren van een bronbemaling (project meulestedebrug). (OMV_2024045424)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Geen advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 8 november 2024:
brandweer geeft geen advies op bemalingen
Voorwaardelijk gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 28 oktober 2024 onder ref. KAGA/OVA/BG/AC/xtie118152/52030:
De VMM-Adviseren Afvalwater adviseert gunstig voor:
- De wijziging van het lozingspunt van filterlijn 3 en 4 naar waterloop de Lieve
- bijstelling van de lozingsnormen:
o Koper: 10 keer indelingscriterium: 0,5 mg/l
o Perfluor-n-hexaansulfonzuur (PFHxS lineair) 100 ng/l
o Perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS lineair) 100 ng/l
o Perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS vertakt) 100 ng/l
Gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 31 oktober 2024 onder ref. 2024-231:
Wij verwijzen naar uw bovenvermelde adviesvraag via het Omgevingsloket van 17/10/2024 met referentie OMV_2024129777.
De Wondelgemkaai en de Zeeschipstraat zijn in eigendom en beheer van het Vlaams Gewest, Agentschap Wegen & Verkeer.
De werken kunnen gunstig geadviseerd worden.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied en industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Afbakening Zeehavengebied Gent - Fase 2 en Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Fase 2' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 20 juli 2012), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van North Sea Port en in de nabijheid van waterloop in beheer van Stad Gent.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
De bemaling betreft een ingedeelde activiteit. De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De bemaling moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verdroging zal voorkomen worden.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
De lozing van het bemalingswater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er worden geen wijzigingen aan bouwvolumes/constructies en/of verhardingen voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op aanwezige waardevol groen.
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
Het bemalingswater wordt geloosd in oppervlakte water. Het betreft een tijdelijke activiteit en het oppervlakte water staat niet direct in verbindingen met speciale beschermingszones of VEN gebieden.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
aspect afvalwater
Aanpassing lozingsconstructie
Het bedrijf is momenteel vergund voor de lozing van het bemalingswater:
- Filterlijn 3 in de RWA-leiding in de Wondelgemkaai
- Filterlijn 4 in de RWA-leiding in de Wondelgemkaai
- Filterlijn 5 in de riolering van de New-Orleansstraat.
Het bedrijf vraagt een wijziging van het lozingspunt voor filterlijn 3 en 4.
In plaats van te lozen via de RWA-leiding zal er geloosd worden via een flexibele, tijdelijke, mobiele, verwijdbare lozingsbuis te gebruiken welke op vraag van de waterbeheerders tot in de waterloop zullen doorgetrokken worden.
Conform het advies van de VMM bevoegd voor Afvalwater kan er akkoord gegaan worden met de aanpassing.
Aanpassing lozingsnormen
In dossier OMV_2023042233 werden volgende lozingsnormen opgenomen:
-arseen: 50 µg/l
-fluoranteen: 0,05 µg/l
-acenafteen: 0,06 µg/l
-benzo(a)pyreen: 0,05 µg/l
-benzo(g,h,i)peryleen: 0,002 µg/l
-indeno-(1,2,3-c,d)pyreen: 0,002 µg/l
-PFBA: 0,1 µg/l
-Perfluoroctaanzuur (lineair): 0,1 µg/l
-Overige PFAS-individueel: tot respectievelijke rapportagegrens
-Ethylbenzeen: 10 pg/l
-Xyleen: 10 pg/l
-Vinylchloride: 1 ug/l
-Minerale olie: 500 pg/l
Op basis van een nieuw staal waarbij geanalyseerd werd op de verdachte parameters zware metalen, minerale olie, BTEXN, VOCl, cyaniden, fluoride, PAK, MTBE en PFAS is gebleken dat koper boven het indelingscriterium werd gemeten en bepaalde andere PFAS-parameters worden aangetroffen.
Bijgevolg worden volgende normen aangevraagd:
-Koper: 10 keer indelingscriterium: 0,5 mg/l
-Perfluor-n-hexaansulfonzuur (PFHxS lineair) 100ng/l
-Perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS lineair) 100ng/l
-Perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS vertakt) 100ng/l
Ook de parameter perfluorocataanzuur (PFOA lineair) was gemeten maar hiervoor was er reeds een verhoogde norm van 100 ng/l verkregen.
Conform het advies van de VMM bevoegd voor Afvalwater kan er akkoord gegaan worden met de gevraagde lozingsnormen.
Gebruik Wezertool
Voor koper werd via de Wezertool, door het bedrijf, nagegaan of er een impact is op de Lieve. De waterloop Lieve is een LP bk 2 waardoor er stroomafwaarts dient gekeken te worden.
Voor de PFAS -parameters kan er geen gebruik gemaakt worden van de Wezertool. De aangevraagde parameters zijn nog niet opgenomen als prioritaire gevaarlijke stoffen. Er wordt slechts gedurende zeer korte periode bemaald en geloosd. Hierdoor kan aangenomen worden dat de impact beperkt zal zijn.
De VMM-Adviseren Afvalwater geeft hierbij als opmerking dat de Wezertool enkel dient toegepast te worden bij bemalingen met een duur van meer dan 6 maanden én een maximaal debiet van meer dan 2500 m³/d.
Gecoördineerde voorwaarden
De aangepaste lozing en lozingsnormen worden toegevoegd in de vergunde bijzondere voorwaarden. Volgende gecoördineerde voorwaarde zijn van toepassing voor filterlijn 3 (20230324-0052) – Zeeschipstraat en filterlijn 4 (20230324-0056) –Wondelgemkaai:
1. Het bemalingswater van filterlijnen 3 en 4 mag niet geloosd worden op de gemengde riolering, maar dient geloosd te worden via een flexibel in de Lieve.
2. De bemalingen dienen peilgestuurd te verlopen. Er dienen sondes voorzien die de bemalingspomp aansturen. De sondes worden bij de lijnbemaling geplaatst in een peilput in het actieve lijntraject.
3. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen, dienen de start- en einddatum van de verschillende bemalingen via e-mail gemeld te worden aan de diensten Milieu en Klimaat (milieuenklimaat@stad.gent) en Toezicht (toezicht@stad.gent) van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer. Deze melding dient te gebeuren op de dag van opstart en de dag van het beëindiging van de bemaling. Ook het eventueel uitstellen van de bemaling naar een andere periode dan de hierboven meegedeelde, dient via e-mail aan dezelfde stadsdiensten meegedeeld te worden.
4. De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via www.farys.be/melden-van-bemaling.
5. Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem ll gebruikt worden. Het bedrijf dient een staalnamepunt voor het effluent te voorzien.
6. Volgende lozingsnormen worden toegestaan:
-arseen: 50 µg/l
-fluoranteen: 0,05 µg/l
-acenafteen: 0,06 µg/l
-benzo(a)pyreen: 0,05 µg/l
-benzo(g,h,i)peryleen: 0,002 µg/l
-indeno-(1,2,3-c,d)pyreen: 0,002 µg/l
-PFBA: 0,1 µg/l
-perfluoroctaanzuur (lineair): 0,1 µg/l
-perfluor-n-hexaansulfonzuur (PFHxS lineair) 100ng/l
-perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS lineair) 100ng/l
-perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS vertakt) 100ng/l
-overige PFAS-individueel: tot respectievelijke rapportagegrens
-ethylbenzeen: 10 pg/l
-xyleen: 10 pg/l
-vinylchloride: 1 ug/l
-minerale olie: 500 pg/l
-koper: 10 keer indelingscriterium: 0,5 mg/l
De overige parameters dienen te voldoen aan het IC.
7. Op het bemalingswater worden analyses uitgevoerd, bij opstart wordt ook een proefbemaling gehouden om het grondwater te kunnen analyseren en al dan niet wordt het effluent van de bemaling gekoppeld met een waterzuivering indien er verontreiniging wordt aangetroffen. De waterzuivering omvat twee waterzijdige actief koolfilters (minerale olie, BTEXN, VOCL, PAK's, MTBE) en eventueel een harsfilter (metalen, cyanide). Indien PFAS aangetroffen wordt boven de in de vergunning opgenomen lozingsnorm dient de waterzijdige actieve koolfilter eveneens geschikt te zijn voor PFAS.
De waterzuivering dient conform BBT 'Bodemsanering' te zijn.
8. Het bedrijf dient, conform artikel 4.2.5.3.1 Vlarem II, minstens jaarlijks een analyse op het effluent van de bemaling uit te voeren.
9. Monitoring: voor de vergunde lozingsparameters alsook zware metalen, minerale olie, BTEXN, VOCL, cyaniden, fluoride, PAK, MTBE en PFAS dient een monitoring uitgevoerd te worden, bij opstart en gedurende de bemaling (minstens wekelijks). 10. Na de opstart van de bemaling wordt voor PFAS de monitoring op het geloosde effluent herhaald als volgt:
Bij concentraties > 80 % norm: analyse op het geloosde effluent in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse maximaal 80 % van norm.
Bij concentraties < 80 % norm: geen herhaling noodzakelijk
De te analyseren parameters voor PFAS zijn minstens de kwantificeerbare PFAS-componenten die in het WAC IV A 025 opgenomen zijn of zullen worden.
11. De resultaten van de analyses dienen samen met een toetsing aan de geldende norm bezorgd te worden aan dienst Toezicht Toezicht (toezicht@stad.gent) van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer.
12. Verkeershinder is mogelijk tijdens de bemalingswerken. Eventueel kunnen ook een aantal nutsleidingen worden omgelegd gedurende de civieltechnische werken. Tijdens de periode van de bemaling dient de openbare weg steeds toegankelijk te zijn. Een plaatsbeschrijving dient te worden opgemaakt van de huidige toestand van het voetpad. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers.
13. Bij het uitvoeren van de bemalingswerken in de doorgaans droge periode tussen 15 maart en 15 oktober, dient tijdens een aanhoudende droge periode van meer dan 10 dagen zonder regen (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert.
Volgende bijstelling is van toepassing voor filterlijn 3 (20230324-0052) – Zeeschipstraat en filterlijn 4 (20230324-0056) – Wondelgemkaai:
Gunstig: Artikel: 4.2.5.1.1 §1:
In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 mag voor de bepaling van het debiet een meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem ll gebruikt worden. Het bedrijf dient een staalnamepunt voor het effluent te voorzien.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
De rubrieken worden als volgt geadviseerd:
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld
-voor Willemen Infra - bemaling Meulestedebrug fase 2 filterlijn 3, 20230324-0052:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | wijzigen lozingspunt | Verandering | 0 m³/uur |
-voor Willemen Infra - bemaling Meulestedebrug fase 2 filterlijn 4, 20230324-0056:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Wijzigen van lozingspunt | Verandering | 0 m³/uur |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit is voor
-Willemen Infra - bemaling Meulestedebrug fase 2 filterlijn 3, 20230324-0052:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Het lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet een of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM II) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2m³/uur tot en met 100 m³/u). Het lozen van bemalingswater zonder waterzuivering | klasse 2 | 28,8 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat - andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u). Waterzuivering voor bemalingswater | vlarebo : A | klasse 2 | 28,8 m³/uur |
53.2.2°a) | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30 000 m³ per jaar) | Bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreiningd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30.000 m³ per jaar). Bronbemaling: filterlijn 3 met verticale onttrekkingsfilters aangesloten op een vacuümpomp | klasse 3 | 24290 m³/jaar |
-Willemen Infra - bemaling Meulestedebrug fase 2 filterlijn 4, 20230324-0056:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Het lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet een of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM II) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2m³/uur tot en met 100 m³/u). Het lozen van bemalingswater zonder waterzuivering | klasse 2 | 35,4 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Afvalwaterzuiveringsinstallatie met inbegrip van het lozen van effluent water voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat – andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur) Waterzuivering voor het lozen van bemalingswater | vlarebo : A | klasse 2 | 35,4 m³/uur |
53.2.2°a) | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30 000 m³ per jaar) | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30 000 m³ per jaar) | Bronbemaling: filterlijn 4 met verticale onttrekkingsfilters aangesloten op een vacuümpomp | klasse 3 | 30000 m³/jaar |
TERMIJN
Dezelfde termijn (of resterende termijn) wordt vergund zoals is opgenomen in dossier OMV_2023042233.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor veranderen van de vergunde inrichting voor het exploiteren van een waterzuivering bij bemalingswerken aan filterlijnen 3-4 (fase 2 van de werkzaamheden) en het lozen van afvalwater aan WILLEMEN INFRA nv (O.N.:0405092190) gelegen te Wondelgemkaai en Zeeschipstraat , 9000 Gent.
De rubrieken beslist het college als volgt:
-voor Willemen Infra - bemaling Meulestedebrug fase 2 filterlijn 3, 20230324-0052:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | wijzigen lozingspunt | Verandering | 0 m³/uur |
-voor Willemen Infra - bemaling Meulestedebrug fase 2 filterlijn 4, 20230324-0056:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Wijzigen van lozingspunt | Verandering | 0 m³/uur |
De geactualiseerde vergunningstoestand:
-Willemen Infra - bemaling Meulestedebrug fase 2 filterlijn 3, 20230324-0052:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Het lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet een of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM II) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2m³/uur tot en met 100 m³/u). Het lozen van bemalingswater zonder waterzuivering | klasse 2 | 28,8 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat - andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u). Waterzuivering voor bemalingswater | vlarebo : A | klasse 2 | 28,8 m³/uur |
53.2.2°a) | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30 000 m³ per jaar) | Bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreiningd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30.000 m³ per jaar). Bronbemaling: filterlijn 3 met verticale onttrekkingsfilters aangesloten op een vacuümpomp | klasse 3 | 24290 m³/jaar |
-Willemen Infra - bemaling Meulestedebrug fase 2 filterlijn 4, 20230324-0056:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.2° | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Het lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet een of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM II) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2m³/uur tot en met 100 m³/u). Het lozen van bemalingswater zonder waterzuivering | klasse 2 | 35,4 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/u tot en met 50 m³/u) | Afvalwaterzuiveringsinstallatie met inbegrip van het lozen van effluent water voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat – andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur) Waterzuivering voor het lozen van bemalingswater | vlarebo : A | klasse 2 | 35,4 m³/uur |
53.2.2°a) | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30 000 m³ per jaar) | bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30 000 m³ per jaar) | Bronbemaling: filterlijn 4 met verticale onttrekkingsfilters aangesloten op een vacuümpomp | klasse 3 | 30000 m³/jaar |
Dezelfde termijn (of resterende termijn) wordt vergund zoals is opgenomen in dossier OMV_2023042233.
Legt volgende voorwaarden op:
BIJZONDERE MILIEU VOORWAARDEN voor inrichting 20230324-0052 en 20230324-0056
Er kan via een flexibel geloosd worden in de Lieve.
Volgende lozingsnormen worden toegestaan:
-koper: 10 keer indelingscriterium: 0,5 mg/l
-perfluor-n-hexaansulfonzuur (PFHxS lineair) 100 ng/l
-perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS lineair) 100 ng/l
-perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS vertakt) 100 ng/l
GEACTUALISEERDE BIJZONDERE MILIEU VOORWAARDEN voor inrichting 20230324-0052 en 20230324-0056
1. Het bemalingswater van filterlijnen 3 en 4 mag niet geloosd worden op de gemengde riolering, maar dient geloosd te worden via een flexibel in de Lieve.
2. De bemalingen dienen peilgestuurd te verlopen. Er dienen sondes voorzien die de bemalingspomp aansturen. De sondes worden bij de lijnbemaling geplaatst in een peilput in het actieve lijntraject.
3. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen, dienen de start- en einddatum van de verschillende bemalingen via e-mail gemeld te worden aan de diensten Milieu en Klimaat (milieuenklimaat@stad.gent) en Toezicht (toezicht@stad.gent) van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer. Deze melding dient te gebeuren op de dag van opstart en de dag van het beëindiging van de bemaling. Ook het eventueel uitstellen van de bemaling naar een andere periode dan de hierboven meegedeelde, dient via e-mail aan dezelfde stadsdiensten meegedeeld te worden.
4. De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via www.farys.be/melden-van-bemaling.
5. Voor de bepaling van het debiet mag de meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem ll gebruikt worden. Het bedrijf dient een staalnamepunt voor het effluent te voorzien.
6. Volgende lozingsnormen worden toegestaan:
-arseen: 50 µg/l
-fluoranteen: 0,05 µg/l
-acenafteen: 0,06 µg/l
-benzo(a)pyreen: 0,05 µg/l
-benzo(g,h,i)peryleen: 0,002 µg/l
-indeno-(1,2,3-c,d)pyreen: 0,002 µg/l
-PFBA: 0,1 µg/l
-perfluoroctaanzuur (lineair): 0,1 µg/l
-perfluor-n-hexaansulfonzuur (PFHxS lineair) 100ng/l
-perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS lineair) 100ng/l
-perfluor-n-octaansulfonzuur (PFOS vertakt) 100ng/l
-overige PFAS-individueel: tot respectievelijke rapportagegrens
-ethylbenzeen: 10 pg/l
-xyleen: 10 pg/l
-vinylchloride: 1 ug/l
-minerale olie: 500 pg/l
-koper: 10 keer indelingscriterium: 0,5 mg/l
De overige parameters dienen te voldoen aan het IC.
7. Op het bemalingswater worden analyses uitgevoerd, bij opstart wordt ook een proefbemaling gehouden om het grondwater te kunnen analyseren en al dan niet wordt het effluent van de bemaling gekoppeld met een waterzuivering indien er verontreiniging wordt aangetroffen. De waterzuivering omvat twee waterzijdige actief koolfilters (minerale olie, BTEXN, VOCL, PAK's, MTBE) en eventueel een harsfilter (metalen, cyanide). Indien PFAS aangetroffen wordt boven de in de vergunning opgenomen lozingsnorm dient de waterzijdige actieve koolfilter eveneens geschikt te zijn voor PFAS.
De waterzuivering dient conform BBT 'Bodemsanering' te zijn.
8. Het bedrijf dient, conform artikel 4.2.5.3.1 Vlarem II, minstens jaarlijks een analyse op het effluent van de bemaling uit te voeren.
9. Monitoring: voor de vergunde lozingsparameters alsook zware metalen, minerale olie, BTEXN, VOCL, cyaniden, fluoride, PAK, MTBE en PFAS dient een monitoring uitgevoerd te worden, bij opstart en gedurende de bemaling (minstens wekelijks). 10. Na de opstart van de bemaling wordt voor PFAS de monitoring op het geloosde effluent herhaald als volgt:
Bij concentraties > 80 % norm: analyse op het geloosde effluent in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse maximaal 80 % van norm.
Bij concentraties < 80 % norm: geen herhaling noodzakelijk
De te analyseren parameters voor PFAS zijn minstens de kwantificeerbare PFAS-componenten die in het WAC IV A 025 opgenomen zijn of zullen worden.
11. De resultaten van de analyses dienen samen met een toetsing aan de geldende norm bezorgd te worden aan dienst Toezicht Toezicht (toezicht@stad.gent) van de stad Gent met vermelding van het dossiernummer.
12. Verkeershinder is mogelijk tijdens de bemalingswerken. Eventueel kunnen ook een aantal nutsleidingen worden omgelegd gedurende de civieltechnische werken. Tijdens de periode van de bemaling dient de openbare weg steeds toegankelijk te zijn. Een plaatsbeschrijving dient te worden opgemaakt van de huidige toestand van het voetpad. Een veilige omleiding dient voorzien te worden voor de voetgangers/fietsers.
13. Bij het uitvoeren van de bemalingswerken in de doorgaans droge periode tussen 15 maart en 15 oktober, dient tijdens een aanhoudende droge periode van meer dan 10 dagen zonder regen (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert.
Volgende bijstelling is van toepassing voor filterlijn 3 (20230324-0052) – Zeeschipstraat en filterlijn 4 (20230324-0056) – Wondelgemkaai:
Gunstig: Artikel: 4.2.5.1.1 §1:
In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 mag voor de bepaling van het debiet een meetmethode conform hoofdstuk 5.53 van Vlarem ll gebruikt worden. Het bedrijf dient een staalnamepunt voor het effluent te voorzien.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.