Terug
Gepubliceerd op 18/10/2024

2024_CBS_09872 - OMV_2024096747 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen en heropbouwen van een eengezinswoning, het bouwen van een tuinberging en het rooien van 4 bomen - zonder openbaar onderzoek - Aan de Bocht, 9000 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 17/10/2024 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 17/10/2024 - 08:40
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_09872 - OMV_2024096747 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen en heropbouwen van een eengezinswoning, het bouwen van een tuinberging en het rooien van 4 bomen - zonder openbaar onderzoek - Aan de Bocht, 9000 Gent - Weigering 2024_CBS_09872 - OMV_2024096747 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen en heropbouwen van een eengezinswoning, het bouwen van een tuinberging en het rooien van 4 bomen - zonder openbaar onderzoek - Aan de Bocht, 9000 Gent - Weigering

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

An Hofman - Stien Hofman met als contactadres Rijsenbergstraat 71, 9000 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024096747) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 23 juli 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het slopen en heropbouwen van een eengezinswoning, het bouwen van een tuinberging en het rooien van 4 bomen

• Adres: Aan de Bocht 19, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 9 sectie I nr. 122K3

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 26 augustus 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 10 oktober 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Bestaande toestand

Omgeving

Het perceel ligt langs de straat ‘Aan de Bocht’ in de wijk ‘Watersportbaan – Ekkergem’.
De bebouwing in de omgeving is van het type open bebouwing, de hoofdgebouwen tellen 1 en 2 bouwlagen. De panden zijn hoofdzakelijk ingevuld met de functie wonen.
De bouwplaats betreft enkele aan elkaar gesloten percelen van dezelfde eigenaar, gelegen langs een Leiearm, in de bocht/hoek van de straat.
 

Morfologie

Samengestelde percelen: oppervlakte +/-1.835 m², straatbreedte: +/-89,5 m.  Op het perceel staan een 14-tal bomen.
Type bebouwing: open bebouwing.

Functie van het pand: eengezinswoning.
Volumes : het hoofdgebouw telt 2 bouwlagen met hellend dak, de aangebouwde volumes tellen 1 bouwlaag met plat dak.
 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Programma

Het slopen van de eengezinswoning en het rooien van 4 hoogstammige bomen.
Het oprichten van een nieuwe eengezinswoning, een tuinberging, het aanleggen van een zwembad, het aanleggen van 2 terrasverhardingen en een oprit, het aanleggen van een wadi en het aanplanten van 4 bomen.
 

Aanpassingen bouwvolumes, gevels en indeling, scheidingsmuren

Bestaande bebouwing: Alle gebouwen worden gesloopt. 
 

Nieuwe eengezinswoning: 
*  Volume:
Het gebouw heeft een oppervlakte van 127,7 m², telt 1 ondergrondse en 2 bovengrondse bouwlagen, heeft een licht hellend dak, de kroonlijst ligt op 6,67 m en de nokhoogte op 9,01 m boven het trottoirpeil.
*  Inplanting:
Op 7,58 m van de noordelijke zijperceelsgrens, op 3,0 m van de westelijke rooilijn, op 5,75 m van de oostelijke perceelsgrens en op minimum ongeveer 20,3 m van de zuidelijke rooilijn te liggen.
*  Gevels:
De zuidelijke gevel bestaat vooral uit grote raampartijen, de andere 3 gevels hebben wit gelakte gevels. Het dak wordt voorzien in antracietkleur en wordt belegd met zonnepanelen.
*  Indeling: 
In de kelder wordt met een fietsenberging, een wasruimte, technische ruimten en koude bergingen ingericht.  Op de gelijkvloerse bouwlaag komt een open dagleefruimten (+/- 69 m²), de trappenhal, een toilet en een bergruimte (3,0 m²) en deze bouwlaag sluit aan op een orangerie (deels intern, deels extern het hoofdgebouw).  De 1e verdieping wordt ingericht met een trappenhal, 3 slaapkamers (23,1 m², 15,7 m² en 12,2 m²), een badkamer, een toilet, een dressing en verschillende kastruimten. De 1e verdieping heeft 1 inpandig terras en 1 klein extern terras.

 

Tuinberging: Deze wordt opgericht tegen de oostelijke perceelsgrens, heeft een oppervlakte van 34,7 m², het dak is plat met een dakrandhoogte van 2,81 m boven het maaiveld. Op het dak worden zonnepanelen geplaatst.

 

Scheidingsmuren:

Het profiel van de bestaande scheidingsmuren, meer bepaald deze met de rechter buur (huisnr. 17) wijzigen niet in hoogte of lengte.
 

Inrichting tuin
* Verhardingen / zwembad:
Het voorstel een totaal van 391 m² aan verhardingen op het terrein:
a)  Bebouwde oppervlakte van woning (inclusief dak, trappenhal naar kelder en orangerie): 179,4 m².
b)  Bebouwde oppervlakte tuinberging (inclusief tuinmuren): 36,8 m².
c)  De oprit met onder-verharding: 51,1 m².
d)  Een zwembad: 68,4 
e)  Een houten, waterdoorlatend terras aan de linker zijde van de westgevel: 19 m².
f)  Een houten, waterdoorlatend terras tussen het zwembad en de tuinberging: 35,9 m².
 

*  Groenaanleg:
Men voorziet het rooien van 4 bomen aan de noordelijke zijde van het perceel voorzien. Als compensatie worden 4 nieuwe bomen aangeplant op het perceel.
 

Aanpassingen riolering / waterhuishouding

Er wordt een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd, met een septische put voor 6 personen.
Verder wordt een hemelwaterput (10.000 L) en een infiltratievoorziening, namelijk een wadi (infiltratieoppervlakte: 18,0 m²; inhoud: 7500 L) voorzien.
 

2.       HISTORIEK

Er zijn geen relevante voorgaande vergunningen gekend voor het betrokken goed.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies werden gevraagd:  

-      De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West.
Er werd door deze instantie geen advies verleend, bijgevolg wordt aan de adviesvereiste voorbijgegaan worden.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005).

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

 

5.       WATERPARAGRAAF

5.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

-      Korte beschrijving van de in de nieuwe dakoppervlakten en verhardingen
Oppervlakte nieuwbouw en tuinberging: 216,2 m².
Oppervlakte nieuwe verharding (2 terrassen en oprit): 106 m².
Oppervlakte van zwembad: 68,4 m².
 

-      Hemelwaterput
Met voorliggende aanvraag wordt een nieuwbouw eengezinswoning en een tuinberging opgetrokken die afwateren naar de hemelwaterput. De totale oppervlakte van deze 2 gebouwen bedraagt 216,2 m².
Hiervoor is de aanleg van een hemelwaterput verplicht. Er dient een minimum-inhoud van 10.000 L te worden voorzien.
-> De aanvraag voldoet aan de vereisten.

 

-      Groendak
De afvoer van het hemelwater is aangesloten op een voldoende grote hemelwaterput met hergebruik.
-> Bijgevolg moet er geen groendak aangelegd worden.
 

-      VERHARDING
De verharding (bebouwde en andere) op het perceel dient voldoende beperkt te blijven. Het perceel heeft weliswaar een relatief grote omvang (1.835 m²). Voor percelen van dergelijke omvang hanteren we als richtcijfer dat maximaal 20% van de volledige oppervlakte mag bebouwd en/of verhard worden. Dit is voor ons een aanvaardbaar en realistische verhouding. Met een bebouwingoppervlakte van in totaal 391 m² zit dit hier net boven (ca. 25 m²). Bij herwerking van het project (zie verder) is het noodzakelijk om met dit uitgangspunt rekening te houden.
-> Het ontwerp heeft een te hoge verhardingsgraad.

 

-      Infiltratievoorziening
Het perceel heeft een oppervlakte die ruim groter is dan 120 m². Bijgevolg dient een infiltratievoorziening te worden aangelegd.

Deze infiltratievoorziening wordt voorzien in het ontwerp, in de vorm van een wadi ((infiltratieoppervlakte: 18,0 m²; inhoud: 7.500 L).
-> De infiltratievoorziening voldoet aan de nodige vereisten.
 

-      BUFFERVOORZIENING
De afwaterende oppervlakte is kleiner dan 1000 m².
-> Er dient geen buffervoorziening te worden voorzien.

 

-      Bodem
-> Er worden geen bodemwerken voorzien.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het perceel ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Er werd advies gevraagd aan de waterbeheerder.

De afstandsregels tot waterlopen zoals voorzien in het Waterwetboek en de wet onbevaarbare waterlopen worden niet gerespecteerd.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3. Conclusie

We besluiten dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat en dit door een te groot percentage aan verharding op het perceel. Dit kan weliswaar via voorwaarden worden geremedieerd, maar gelet op de meer fundamentele weigeringsgrond (zie verder bij omgevingstoets), wordt deze negatieve conclusie een bijkomende weigeringsgrond.

 

6.       NATUURTOETS

Het project veroorzaakt geen bijkomende stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen. De aanvraag heeft bijgevolg geen negatieve impact op de overschrijding van de kritische depositiewaarde ten aanzien van de speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn.

 

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

 

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

Bebouwing

Programma

* Slopen bestaande gebouwen: De eengezinswoning heeft geen specifieke waarden, waardoor het slopen van de bebouwing gunstig geadviseerd wordt.
* Nieuwbouw 1 eengezinswoning : Het oprichten van een eengezinswoning met 2 bouwlagen en licht hellend zadeldak is qua vormgeving passend bij de bestaande bebouwing in de buurt.
Qua inplanting is het bouwvolume en de bijhorende verhardingen op het perceel echter niet aanvaardbaar. (zie verder).

 

Inplanting bouwvolumes en verhardingen

De inplanting van de eengezinswoning, de oprit en de wadi worden negatief beoordeeld. Dit omwille van de visie van de Stad Gent dat 2 van de 4 waardevolle hoogstammige bomen aan de noordzijde van het perceel niet gerooid mogen worden.
Dit heeft tot gevolg dat de inplanting van de woning, de oprit en de wadi aangepast dienen te worden, zodat zij op voldoende afstand (minstens 6,50 m²) komen te liggen van de te behouden bomen. Ook het bijhorende zwembad en de terrassen bijgevolg meer naar het zuiden van het perceel te worden verschoven.

 

Groenaanleg

Vonnis Vredegerecht:

De aanvrager legt een akkoordvonnis van de Vrederechter van het Eerste Kanton Gent heeft recent bij vonnis van 1 juli 2024, gekend onder rolnummer 24A1613/1 voor en licht toe dat het college geen beoordelingsbevoedheid meer heeft omwille van de “medewerkingsplicht” van de overheid bij het uitvoeren van vonnissen en arresten (artikel 4 GGW).

 

In het akkoordvonnis neemt de Vrederechter akte van een akkoord tussen de aanvrager en een aanpalende eigenaar over het vellen van 4 bomen.

 

In het vonnis heeft de Vrederechter zelf geen beoordeling van het burengeschil – m.n. de noodzaak tot vellen van de bomen - gemaakt, maar slecht akte genomen van het akkoord tussen partijen.

 

Het college van burgemeester en schepenen heeft op 3/10/2024 beslist om derdenverzet aan te tekenen tegen dit akkoordvonnis.

 

De Stad Gent acht zich - op dit moment – dan ook niet gebonden door de inhoud van dit akkoordvonnis, zodat het college van burgemeester en schepenen - als bevoegde vergunning verlenende overheid - alle vrijheid behoudt om de aanvraag tot het vellen van bomen inhoudelijk te beoordelen.

 

Voorliggend ontwerp:

Er werden geen stedenbouwkundige handelingen en geen duidelijke motivatie aangevraagd voor de kapping van de 4 hoogstammige bomen. In de verantwoordingsnota werd melding gemaakt van burenhinder en verkeerde snoei. In het vonnis werd geen motivatie voor de kapping opgenomen. 
Op het inplantingsplan werd de ligging van 4 hoogstammige bomen weergegeven, nabij de noordelijke perceelsgrens. Het betreft een bomenrij met 4 waardevolle bomen met een vermoedelijke stamomtrek van ca. 1,5 à 2 m en een geschatte leeftijd van minstens 50 jaar. 
De 2 meest westelijke ( op een afstand van ca. 7 m van de perceelsgrens) en de meest oostelijke (op korte afstand van de perceelsgrens) bomen betreffen essen.

Es is diepwortelend, heeft een halfopen kroon en verdraagt snoei zéér goed.
Centraal op een afstand van ca. 7 m van de perceelsgrens is 1 paardenkastanje gesitueerd.

 

Beide te behouden bomen vormen dan nog steeds een opmerkelijk groengeheel in deze omgeving gekenmerkt door percelen met veel opgaand groen (en hoogstammige bomen). Door de klimaatwijziging zijn grote bomen nog meer van belang en daar waar behoud mogelijk is, pleiten we dan ook voor het maximaal behoud ervan. Mits boomvriendelijk te ontwerpen op voldoende afstand van de te behouden bomen, kan nog steeds een voldoende ruime woning worden gebouwd.
We oordelen dat het verwijderen van alle bomen de goede ruimtelijke ordening schaadt. Indien het vellen wordt toegelaten voor alle 4 de bomen (waarvan twee bomen voldoende gezond en op voldoende afstand van de perceelsgrens) en dit wordt doorgetrokken voor alle bomen in deze omgeving (gelijkheidsbeginsel bij potentieel andere aanvragen), dan wijzigt deze groene buurt fundamenteel, nu gekenmerkt door vele grote bomen. Deze ingreep is dan ook ruimtelijk/landschappelijk gezien niet te verantwoorden en druist in tegen de huidige beleidsprincipes om aanwezig waardevol groen maximaal te behouden.

 

Conclusie:

1/  De kapping van de oostelijk gelegen es op korte afstand van de perceelsgrens kan gunstig geadviseerd worden, rekening houdend met de verminderde gezondheidstoestand en de betere uitgroei van de aanpalende bomen.

2/  De kapping van de centrale es van de 3 bomen gesitueerd op ca. 7 m van de perceelsgrens kan gunstig geadviseerd worden, rekening houdend met de verminderde gezondheidstoestand en de betere uitgroei van de 2 aanpalende bomen.

3/  Ongunstig advies voor de kapping van de linkse es en de paardenkastanje, rekening houdend met de gezondheidstoestand en de betere uitgroei als gevolg van de kapping van de andere 2 essen.

4/  Compensatie voor rooien 2 essen:
De heraanplanting van minimaal 2 volwassen streekeigen hoogstammige bomen ( HS 20/25) het eerstvolgende plantseizoen na de kapping , tenminste 2 m van de perceelsgrens.

5/  Inplanting nieuwbouw tot de te behouden bomen:

De bouwzone moet gesitueerd worden buiten de kroonprojecties ( + 10%) van de 2 te behouden bomen. Dit was ook eerder gecommuniceerd aan de aanvrager in het preadvies. Een minimale bouwafstand van 6,5 m werd aangegeven en is nu niet voldaan.
De inplanting van de gebouwen binnen de kroonprojecties van de 2 te behouden bomen negatief beoordeeld.

6/  Bemaling:

Bijkomend is er een bemaling gepland, waardoor er ook een impact van verdroging voor deze bomen zou kunnen optreden.

Om de impact van de bouwzones, bodemophoging en bemaling op de bomen te beperken dient een BEA opgemaakt en opgevolgd te worden door een boomdeskundige ETW.  Deze is niet aanwezig in de aanvraag.

 

Bouwvolumes, gevels, indeling en scheidingsmuren

Het voorstel van de eengezinswoning en de omliggende verhardingen, het zwembad en de wadi worden - omwille van de inplanting ten opzichte van de 2 te behouden bomen – negatief geadviseerd.  
Er dient een aangepast plan te worden voorzien met voldoende afstand (6,50 m) tot de 2 te behouden bomen.

 

Tuinverhardingen

Ondanks de grote oppervlakte van het perceel wordt er geoordeeld dat de geplande oppervlakte tuinverhardingen (2 externe houten, oprit en zwemvijver) aanzienlijk groot is, namelijk 216,2 m².
Rekening houdende met bebouwde oppervlakte van 174,4 m² komt dit in totaal uit op 391 m² aan verharding op het perceel, wat te groot aandeel is (zie ook watertoets).
->  Gelet op de omvang van dit grote perceel (1835 m²) wordt er gestreefd naar een maximum verhardingspercentage van 20%.
 

 

CONCLUSIE

Ongunstige beoordeling om volgende redenen:
1/  Het rooien van 4 bomen aan de noordelijke zijde van het perceel is niet aanvaardbaar, gezien ze deel uitmaken van een opmerkelijk groengeheel in deze omgeving. Ook in het kader van de klimaatwijziging is een optimaal behoud van minstens 2 van deze 4 bomen van belang.

2/  De inplanting van de nieuwbouw, de oprit en de wadi passen niet binnen het behoud van de 2 bomen in de noordelijke bomenrij, de bebouwing moet op minstens 6,5 m van de bomen (stammen) worden ingeplant. Dit kan niet via stedenbouwkundige voorwaarden geremedieerd worden, er dient een nieuw ontwerpt te worden gemaakt.

3/  De totale verhardingspercentage (bebouwing en andere verhardingen) op dit grote perceel (1853 m²) is te groot.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het slopen en heropbouwen van een eengezinswoning, het bouwen van een tuinberging en het rooien van 4 bomen aan An Hofman - Stien Hofman gelegen te Aan de Bocht 19, 9000 Gent.