Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Mert Yildirim - Merve Selek met als contactadres Désiré Mercierlaan 124, 9050 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024092717) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 3 juli 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: de regularisatie van renovatiewerken met aanbouw
• Adres: Désiré Mercierlaan 124, 9050 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 23 sectie B nr. 519Y4
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 29 juli 2024.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 10 oktober 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de omgeving en de plaats
Het perceel van de aanvraag is gelegen in de Désiré Mercierlaan in de wijk Moscou-Vogelhoek. De omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door eengezinswoningen type gesloten en halfopen bebouwingen en de spoorwegbundel Station Merelbeke. Op het terrein zelf staat een eengezinswoning type halfopen bebouwing van één bouwlaag en een dakverdieping. Het perceel heeft een breedte van 9,21 m en een diepte van 35,20 m.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft de regularisatie van renovatiewerken bij een eengezinswoning met aanbouw.
Tegenover de vergunde toestand werd de aanbouw aan de woning groter uitgevoerd. De vergunde aanbouw had een breedte van 2,59 m, een diepte van 8,91 m en een hoogte van 3,20 m. De uitgevoerde aanbouw heeft een breedte van 5,42 m, een diepte van 8,91 m en een hoogte van 3,20 m.
In de tuinzone werd de garage met berging en carport afgebroken waarna een nieuwe garage werd opgericht zonder vergunning. De vergunde garage met carport heeft een breedte van maximaal 3,30 m, een diepte van 14,20 m en een hoogte van 2,90 m. De bestaande garage met carport heeft een breedte van 3,35 m, een diepte van 6,10 m en een hoogte van 2,60 m. De bestaande garage is geplaatst op de linker perceelsgrens gekoppeld met de tuinberging van de buren. De garage werd op 1,29 m van de achterste perceelsgrens geplaatst.
De volledige zijtuin is verhard. Er werd een houten afsluiting geplaatst op de beide perceelsgrenzen. Er wordt een septische put (3000 l) en een regenwaterput (7500 l) in de voortuin geplaatst.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen zijn gekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
Op 10/09/1979 werd een vergunning afgeleverd voor het bekleden van de gevel met plaketten (KWK-84-79G).
Op 18/04/1974 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning (1974GB023).
Op 28/09/1970 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een autobergplaats (1970GB355/44).
Bouwovertreding
Op 09/02/2024 werd vastgesteld dat volgende vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd:
Het plaatsen van houten omheiningen op de perceelsgrenzen met de zijburen.
Het slopen van een aanbouw en opbouwen van een nieuwe aanbouw met andere afmetingen.
Het verharden van de volledige zijtuin en een gedeelte van de achtertuin.
Het gebruik van de verharding in de zijtuin als autostaanplaats.
Het afwezig zijn van een septische put.
Afleiding van het regenwater naar de RWA-put bij de buur zonder regenwaterrecuperatie.
Op 15 februari 2024 werd de overtreder schriftelijk aangemaand om een omgevingsvergunningsaanvraag in te dienen.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van Infrabel afgeleverd op 9 augustus 2024 onder ref. 3516.2024.397.Gentbrugge:
Ingevolge uw aanvraag in het omgevingsloket nr. OMV 2024092717 kunnen wij u melden dat Infrabel geen principiële bezwaren heeft bij bovenvermelde aanvraag van Yildirim - Selek voor de regularisatie van een verbouwing in de Désiré Mercierlaan 124, 9050 Gentbrugge.
Ter info: de veiligheidsafstanden en de algemene voorwaarden m.b.t. bouwaanvragen dienen strikt te worden nageleefd (zie omgevingsloket).
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied en gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
In de gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen zijn de voorzieningen toegelaten, welke gericht zijn op het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. Woongelegenheid kan toegestaan worden voor zover die noodzakelijk is voor de goede werking van de inrichtingen (artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen)
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005).
Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg VOGELHOEK, goedgekeurd op 6 april 1987, en is bestemd als zone voor buffergroen, zone voor gekoppelde en/of open bebouwing, zone voor koeren en tuinen en zone voor voortuinstroken.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften van het BPA Vogelhoek.
De aanvraag wijkt af op volgende punten:
Zone voor open of gekoppelde bebouwing
In deze zone is de maximale bouwdiepte 18 m. In de aanvraag voorziet men in de regularisatie van de uitbreiding van de bouwdiepte tot 22,61 m door middel van de aanbouw uit te breiden in de breedte.
De afstand ten opzichte van de niet bebouwde zijdelingse perceelsgrens is bepaald op 4 m in de voorschriften. In de aanvraag houdt men 3,70 m afstand tot deze perceelsgrens in de zone voor gekoppelde bebouwing.
Zone voor koeren en tuinen
Gezien de woning een grotere bouwdiepte kent dan de ingetekende zone op plan, wordt wonen in de zone voor koeren en tuinen aanzien als een afwijking op de bestemming. In de zone voor koeren en tuinen worden enkel functies in het teken van de tuinzone toegestaan zoals bv. tuinhuizen.
Bijkomend werd een houten tuinafsluiting geplaatst op de zijdelingse perceelsgrenzen. In de voorschriften is bepaald dat de afsluiting moet bestaan uit een levendige haag eventueel versterkt met paal en draad.
Afwijkingsmogelijkheden:
Beperkte afwijking
Overeenkomstig artikel 4.4.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan beperkt afgeweken worden van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, wat betreft de perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van de constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.
De afwijking ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens in de zone voor gekoppelde bebouwing en het voorzien van een afsluiting in houten panelen worden als een beperkte afwijking beschouwd.
De afwijking ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens kan worden toegestaan. Echter kan het oprichten van een afsluiting in hout enkel worden toegestaan wanneer er bijkomend groene elementen worden voorzien zodat de afsluiting toch een groene uitstraling kent. Dit kan onder meer door bijkomende beplanting aan de afsluiting, het voorzien van klimplanten,… In de omgeving komen namelijk nog voornamelijk groene haagafsluitingen voor. Er wordt bij de aanvraag geen melding gemaakt van het vergroenen van de afsluiting. De afwijking kan niet worden toegestaan.
Verruimde afwijking
Artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse codex ruimtelijk ordening bepaalt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan bij het afleveren van een omgevingsvergunning mag afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan 15 jaar en mits het in acht nemen van een aantal voorwaarden.
Artikel 4.3.1, § 1, 1° bepaalt tevens dat de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening onverminderd blijft gelden. Een afwijking kan bijgevolg enkel toegestaan worden indien deze uitgaat van de goede ruimtelijke ordening, waarbij het ‘verhogen van het ruimtelijk rendement’ een nieuw onderdeel is.
Om de kansen die deze verruimde afwijkingsmogelijkheden bieden te stroomlijnen met de principes van Ruimte voor Gent (het ruimtelijk structuurplan), werd de beleidsnota Ruimtelijk rendement in relatie tot Ruimte voor Gent opgesteld. In deze beleidsnota worden per deelruimte (binnenstad, kernstad, groeistad, buitengebied) de principes van het BPA waarop al dan niet kan afgeweken worden, besproken. Deze afweging wordt telkens gemaakt in relatie tot de principes van Ruimte voor Gent.
De verruimde afwijkingsmogelijkheden zijn van toepassing op het bouwen met woonfunctie in de tuinzone en de daarmee samenhangende grotere bouwdiepte. De toetsing met de goede ruimtelijke ordening en het beleidskader Ruimtelijk rendement in relatie tot Ruimte voor Gent kan teruggevonden worden onder de rubriek ‘Omgevingstoets’. Voor deze aanvraag betreft dit een negatieve evaluatie.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op artikel 2.9. Dit artikel bepaalt de maximale breedte van de oprit ter hoogte van de rooilijn op basis van de rijwegbreedte.
In de aanvraag wordt een oprit van 3,82 m breed voorzien ter hoogte van het openbaar domein. Op deze locatie wordt maximaal één oprit met een breedte van 3 m toegestaan. De breedte van de oprit zal zich moeten beperken tot 3 m. Er wordt geen afwijking toegestaan.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Hemelwater
Er is een bestaande hemelwaterput aanwezig met een inhoud van 7500 l. De hemelwaterput is uitgerust met een pompinstallatie die voorziet in het hergebruik van het opgevangen hemelwater voor toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik buiten.
Infiltratie
Het perceel is groter dan 120 m², waardoor er verplicht een bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd moet worden. De overloop van de hemelwaterput moet aangesloten worden op een voldoende ruim gedimensioneerde bovengrondse infiltratievoorziening.
Deze infiltratievoorziening moet een minimale oppervlakte hebben van 5,28 m² en een buffervolume van 2178 l.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van onderstaande maatregelen de watertoets doorstaat.
- Het voorzien van een bovengrondse infiltratievoorziening met een minimale oppervlakte van 5,28 m² en een minimaal buffervolume van 2178 l.
6. NATUURTOETS
Het project veroorzaakt geen bijkomende stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen. De aanvraag heeft bijgevolg geen negatieve impact op de overschrijding van de kritische depositiewaarde ten aanzien van de speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 6 augustus 2024 tot en met 4 september 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
In deze aanvraag wenst men de verbreding van de aanbouw te regulariseren. De aanbouw heeft in de vergunde toestand een bouwdiepte van 22,61 m. Gezien men in de aanvraag de aanbouw verbreed heeft over deze diepte wijkt men af van de voorschriften van het BPA inzake de bestemming en de bouwdiepte van de woning. Dit betreffen verruimde afwijkingen.
Om de kansen die deze verruimde afwijkingsmogelijkheden bieden te stroomlijnen met de principes van Ruimte voor Gent (het ruimtelijk structuurplan), werd de beleidsnota Ruimtelijk rendement in relatie tot Ruimte voor Gent opgesteld. In deze beleidsnota worden per deelruimte (binnenstad, kernstad, groeistad, buitengebied) de principes van het BPA waarop al dan niet kan afgeweken worden, besproken. Deze afweging wordt telkens gemaakt in relatie tot de principes van Ruimte voor Gent.
Het perceel is gelegen in de groeistad volgens de nota ruimtelijk rendement waarbij er niet afgeweken wordt op de bestemming. Afwijken op de bestemming kan enkel voor kwetsbare stedelijke functies waar de functie wonen niet onder valt. Ook op vlak van bouwdiepte wordt geen verruimde afwijking toegestaan. Compact bouwen staat voorop waarbij ingezet wordt op het hoger bouwen in plaats van het dieper bouwen op het perceel of het uitbreiden van de gelijkvloerse verdieping. Hieruit volgt dat de uitbreiding aan de woning buiten de bestemmingszone wonen niet kan worden toegestaan. De aanbouw voor zover deze buiten de zone voor wonen komt, kan niet geregulariseerd worden.
Het voorzien van de septische put en de hemelwaterput in de voortuin kan worden toegestaan.
Er wordt opgemerkt dat de zijtuin van de woning volledig verhard is omwille van het bereiken van de garage. Dit komt het terrein niet ten goede. De verharding op het gehele perceel moet beperkt worden. Gezien de vergunde carport en garage zonder vergunning werden afgebroken en een nieuwe garage werd opgebouwd, wordt ook de verharding opnieuw bekeken. Men kan zich niet beroepen op de voorgaande vergunning.
Op vandaag ligt er 116 m² aan verharding op het terrein. De totale terreinbezetting in de bestaande situatie bedraagt 75 %. Dit is niet aanvaardbaar. Er wordt voor een perceel van dergelijke grootte gestreefd naar een maximale terreinbezetting tussen de 55 en 60 %. Wanneer men de garage wenst te behouden, zal men de totale verharding op het terrein moeten beperken. Dit kan bereikt worden door het aanleggen van de oprit in een karrenspoor waartussen een onverharde zone zonder fundering zoals gras wordt voorzien. Het is steeds de bedoeling dat er zo min mogelijk verharding op het perceel aanwezig is.
Ter hoogte van het openbaar domein wordt slechts één oprit met een breedte van maximaal 3 m toegestaan. De oprit zal zich verder moeten beperken in breedte.
Er zal een nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag moeten worden ingediend waarbij de verharding wordt beperkt en extra motivatie wordt toegevoegd omtrent het behouden en vergroenen van de houten afsluiting. De aanbouw van de woning gelegen buiten de zone voor wonen komt niet in aanmerking voor vergunning/regularisatie.
Omwille van de strijdigheid met het BPA, het algemeen bouwreglement en de goede ruimtelijke ordening, komt de regularisatie niet in aanmerking voor vergunning.
CONCLUSIE
Ongunstig omwille van strijdigheden met het BPA Vogelhoek, het algemeen bouwreglement en de goede ruimtelijke ordening.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor de regularisatie van renovatiewerken met aanbouw aan Mert Yildirim - Merve Selek gelegen te Désiré Mercierlaan 124, 9050 Gent.