Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
CARGILL NV NV met als contactadres Moervaartkaai 1, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024076980) ingediend bij de deputatie op 10 juli 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van een productiebedrijf van plantaardige oliën en biodiesel (IIOA + SH)
• Adres: Moervaartkaai 1, 9042 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie R nrs. 19L, 19N, 19P, 19M, 19R, 168/3 B, 1649G, 1649H, 1649F, 1649B, 1649D, 1649C, 1649E en 1649K
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 11 september 2024.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 11 september 2024.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 7 oktober 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit
De vestiging van Cargill NV in Gent is gelegen aan de Moervaartkaai 1 in de Gentse Kanaalzone. Cargill NV is reeds sinds 2007 actief als producent van biobrandstoffen in de haven van Gent. De biodieselplant op de Cargill site te Gent is sindsdien uitgegroeid tot één van de grootste en efficiëntste biodiesel productie units in Europa. Cargill NV te Gent is een soja- en koolzaadverwerkend bedrijf. Het bedrijf beschikt daarvoor over een crushinstallatie, waar alternerend sojabonen of koolzaad kunnen gecrusht worden, een semi-raffinage en een (1ste generatie) biodieselinstallatie.
Het bedrijfsterrein wordt begrensd door de Moervaartkaai (zuiden), de Pleitstraat (oosten), en de Oude Tragel (noorden).
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Volgende stedenbouwkundige handelingen worden aangevraagd:
1) Planelement Degumming: het bouwen van een ‘degumming’ proceskolom, bestaande uit een tank van ca. 21 m hoog met bijhorende technische elementen zoals een stalen trap en een container. Deze constructie wordt geplaats op een nieuwe inkuiping na uitbraak van bestaande asfaltverharding.
2) Planelement Scrubber: het bouwen van een nieuwe ‘scrubber’ proceskolom, bestaande uit een tank van ca. 7 m hoog. Deze tank wordt met een buis doorverbonden. De scrubber wordt geplaatst op een nieuwe betonnen fundering, na afbraak van de bestaande asfaltverharding.
3) Planelement Tankenpark: plaatsen van een nieuwe verdamperinstallatie in een bestaand tankenpark
4) Planelement Container 1: plaatsen van een nieuw schuilhuisje in bestaande groenzone
5) Planelement Container 2: plaatsen van een nieuw schuilhuisje in bestaande groenzone
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
Het betreft het veranderen van de exploitatie van een productiebedrijf van plantaardige oliën en biodiesel.
Met voorliggende vergunningsaanvraag worden 3 deelprojecten aangevraagd:
1. Enzymatic Degumming
Momenteel gebeurt er als onderdeel van de semi-raffinage een chemische (zure) ontslijming (degumming). Om de opbrengst van de ontslijming te verhogen wordt een extra processtap toegevoegd, nl. enzymatische ontslijming.
Voor de enzymatische ontslijming wordt een extra reactorvat geplaatst met bijhorende installaties voor koeling en verwarming, is er bijkomende opslag van gevaarlijke producten (enzymen), wordt er koelwater gebruikt en ontstaat er een extra stroom van potentieel verontreinigd hemelwater. Wat betreft het koelwater en het potentieel verontreinigd hemelwater past deze wijziging, gezien de beperkte volumes, binnen de reeds vergunde captatie- en lozingsvolumes koelwater en bedrijfsafvalwater.
Koelwater wordt ingezet om de niet-ontslijmde olie af te koelen (van 90°C naar 50°C) om het enzymatisch proces te laten doorgaan. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het bestaande koelwatercircuit. Men denkt maximum 25 m³ koelwater per uur nodig te hebben. Gezien het beperkte extra gebruik van koelwater (25 m³/uur) tov de vergunde hoeveelheid (max. 4.000 m³/uur) en de huidige maximale opname ( 2492 m³/uur) valt dit binnen de vergunde hoeveelheid en hoeft er geen aanpassing van het lozingsvolume aangevraagd te worden. Het koelwater verlaat de degumminginstallatie met een temperatuur van 55°C. Dit koelwater wordt toegevoegd aan het bestaande koelwatercircuit. Gezien de beperkte hoeveelheid zal de temperatuur afnemen bij het vermengen met het overige koelwater en wordt er geen invloed verwacht op de temperatuur van het koelwater bij lozing.
De inkuiping van het bioreactorvat zorgt voor een extra stroom van potentieel verontreinigd hemelwater. Deze stroom wordt afgeleid naar de eigen waterzuivering. De oppervlakte van de inkuiping bedraagt 90 m² (10m x 9m). Op basis van het piekuurdebiet (0,0159 m³/u/m²), dagdebiet (0,0408 m³/d/m²) en jaardebiet (0,85 m³/m²/jaar) betekent dit een afvalwaterstroom van 1,43 m³/u - 3,67 m³/dag - 76,5 m³/jaar. De bestaande waterzuivering is vergund voor een lozingsdebiet van max. 206,95 m³/uur - 1.326 m³/dag en 215.199 m³/jaar. Deze extra te verwerken stroom geeft geen invloed op de werking van de bestaande waterzuivering gezien deze stroom heel beperkt is ten opzichte van de totaal te verwerken stroom. Gezien het beperkte volume van de bijkomende stroom kan dit na zuivering geloosd worden binnen het vergunde lozingsdebiet en de lozingsnormen van de waterzuivering.
2. Aspiration
Er wordt een extra scrubber voorzien op de afzuiging van de persen en de vetter, die onderdeel zijn van de voorbereiding van de crush-plant. De afzuiging van de persen en de vetter-unit wordt in de toekomst gesplitst door een extra waterscrubber met ventilator te plaatsen. De huidige scrubber en ventilator zijn ondergedimensioneerd waardoor het proces niet stabiel draait. De extra scrubber zorgt niet voor toename in emissies, het totale luchtdebiet zal wel stijgen. Deze aanpassing resulteert niet in een verandering in de ingedeelde inrichtingen, maar zorgt wel voor een extra emissiepunt. Het vroegere emissiepunt “scrubber perserij” wordt hernoemd naar “scrubber walsen & vetter”. Een nieuw emissiepunt met de naam “scrubber persen” wordt toegevoegd.
3. Verdamper
Een evaporation unit wordt bijgeplaatst om de afvalwaterstroom afkomstig van de Midas-plant bijkomend te behandelen. De installatie bestaat uit een evaporator en stripper. Er is een bijkomende opslag van chemicaliën. Het destillaat van de verdamper wordt naar de bestaande aerobe waterzuivering geleid. Er is geen wijziging in lozingsdebiet van het effluent van de bestaande waterzuivering nodig. Op basis van analyses op proeftesten wordt verwacht dat de extra stroom te behandelen afvalwater geen impact heeft op de concentraties in het effluent. Er worden geen aanpassingen gevraagd van de geldende lozingsnormen.
Met deze aanvraag wordt eveneens een administratieve rechtzetting en regularisatie m.b.t. de opslag van fosforzuur (rubriek 17.3.4.3) aangevraagd. De totale vergunde opslagcapaciteit werd hierbij correct vergund. Inzake de opslagcapaciteit van fosforzuur zijn de opslagcapaciteiten van 5 m³, 30 m³ en 35 m³ eveneens correct. Echter, de som van deze bovengrondse opslaghouders resulteert in een opslag van 2 x 58,8 ton (= 117,6 ton). Dit werd in de vergunning niet correct opgenomen. Deze rechtzetting wordt mee aangevraagd met voorliggende aanvraag.
Daarnaast werd de opslagtank van 5 m³ uitgevoerd in 5 IBC’s van 1 m³. De totale opslagcapaciteit wijzigt aldus niet. Wel wordt een wijziging van type opslagtank mee aangevraagd.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
12.2.2° | transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | verwijdering van 2 transformatoren van elk 3.500 kVA (binnen project Volta) | klasse 2 | Verandering | -7000 kVA |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Uitbreiding met koelgroep van 10 kW bij de enzymatische degumming | klasse 2 | Verandering | 10 kW |
17.3.4.3° | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | uitbreiding met 2660 kg NaOH (30,5%) in IBC's en 2600 kg salpeterzuur in IBC's (verdamper) en wijzigingen m.b.t. opslag fosforzuur (type opslagtanks + regularisatie opslaghoeveelheid) | klasse 1 | Verandering | 5,26 ton |
17.3.5.3° | giftige vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton | uitbreiding met 2600 kg salpeterzuur in IBC's (verdamper). | klasse 1 | Verandering | 2,6 ton |
17.3.7.3° | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton | Uitbreiding met de opslag van 10 ton purifine in IBC's (enzymatische degumming) | klasse 1 | Verandering | 10 ton |
39.4.1° | andere warmtewisselaars dan de warmtewisselaars, vermeld in rubriek 39.2, en de warmtewisselaars voor op een stoomdistributienet aangesloten woningen, met een individuele inhoud van de secundaire ruimte van 25 l tot en met 5000 l | Uitbreiding met 3 warmtewisselaars met een individuele inhoud van de secundaire ruimte van respectievelijk 490 en 2 x 36 liter (degumming). | klasse 3 | Verandering | 562 liter |
44.2.3°a) | andere inrichtingen voor het vervaardigen of behandelen van plantaardige of dierlijke oliën en vetten, wassen, of andere niet-eetbare vetstoffen dan de inrichtingen, vermeld in rubriek 44.1, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 1000 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | uitbreiding met 55,5 kW aan installaties bij de extra scrubber en 51,55 kW aan installaties bij de degumming. | klasse 1 | Verandering | 107,05 kW |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
2.2.4.2°a) | de maximale opslag van 17.230 ton dierlijke bijproducten van categorie 3 en de fysico-chemische verwerking er van | 17230 ton
2.2.4.2°b) | de maximale opslag van 17.230 ton dierlijke bijproducten van categorie 2 en de fysico-chemische verwerking er van | 17230 ton
2.2.4.2°c) | de maximale opslag van 17.230 ton dierlijke bijproducten van categorie 1 en de fysico-chemische verwerking er van | 17230 ton
2.2.5.e)3° | de maximale opslag van 17.230 ton niet-gevaarlijke afvalstoffen (vetten en oliën) en de fysico- chemische verwerking er van | 17230 ton
2.4.3.b)2° | de voorbehandeling van vet- of olieafval voor verbranding of meeverbranding met een totale verwerkingscapaciteit van 455 ton per dag | 455 ton/dag
2.4.7. | de verwerking van dierlijke bijproducten (oliën en vetten) met een totale verwerkingscapaciteit van 455 ton per dag. | 455 ton/dag
3.5.3° | de lozing van maximaal van 4.000 m³/uur en 96.000 m³/dag koelwater in een oppervlaktewater. | 4000 m³/uur
3.6.1. | de lozing van maximaal 4.530 m³/jaar huishoudelijk afvalwater via 5 kleinschalige waterzuiveringsinstallaties in een oppervlaktewater. | 4530 m³/jaar
3.6.3.3° | de lozing van maximaal 206,95 m³/uur – 1.326 m³/dag en 215.199 m³/jaar bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat via een waterzuiveringsinstallatie in een oppervlaktewater | 206,95 m³/uur
6.4.3° | de maximale opslag van 32.659.059,21 liter brandbare vloeistoffen, waarvan: - 4.500 m³ ruw ontslijmde plantaardige olie in 3 bovengrondse houders van 1.500 m³; - 1.200 m³ biodiesel in 4 bovengrondse houders van respectievelijk 200 m³, 2 x 300 m³ en 400 m³; - 100 m³ fatty matter in 1 bovengrondse houder; - 800 m³ ruwe glycerine in 4 bovengrondse houders van respectievelijk 4 x 200m³; - 300 m³ vrije vetzuren in 3 bovengrondse houders van 100 m³; - 100.000 liter glycerine water 30 % in een bovengrondse houder van 100 m³; - 25.760 m³ diverse brandbare vloeistoffen in 27 enkelwandige bovengrondse houders van respectievelijk 2 x 3.615 m³ - 3 x 2.487 m³ - 3 x 1.227 m³ - 11 x 552 m³ - 3 x 272 m³ - 135 m³ - 3 x 121 m³ en 2 m³; - en het overige in verplaatsbare recipiënten. | 32659059,21 liter
6.5.1° | twee verdeelslangen bij stookolieopslag | 2 verdeelslang
7.11.1°b) | twee biodieselinstallaties met een productiecapaciteit van respectievelijk 150.000 ton/jaar en 425.000 ton/jaar | 575000 ton/jaar
7.12.1°a) | twee biodieselinstallaties met een productiecapaciteit van respectievelijk 150.000 ton/jaar en 425.000 ton/jaar | 575000 ton/jaar
12.1.1.3° | Een WKK voor elektriciteitsproductie met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van 10.400 kVA | 10400 kVA
15.1.1° | het stallen van maximaal 13 bedrijfsvoertuigen andere dan personenwagens. | 13 voertuigen
17.1.2.1.2° | de opslag van maximaal 4976 liter diverse gassen in gasflessen. | 4976 liter
17.1.2.2.3° | de maximale opslag van 27.500 liter N2 in een vaste bovengrondse houder. | 27500 liter
17.3.2.1.1.1°b) | de maximale opslag van 3,889 ton gasolie in 5 bovengrondse houders van respectievelijk 430 liter, 3 x 1.000 liter en 1.200 liter. | 3,889 ton
17.3.2.1.2.3° | de maximale opslag van 274,88 ton diverse overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3, waarvan 170.850 kg (255 m³) hexaan in 3 ondergrondse dubbelwandige houders van 85 m³ elk en 104.032,5 kg Natriummethylaat in een bovengrondse houder van 107.250 liter. | 274,88 ton
17.3.2.2.3°b) | de maximale opslag van 247,4 ton diverse ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 waarvan 124,8 ton methanol in een bovengrondse houder van 156.000 liter, 118,8 ton floating components in een bovengrondse houder van 135.000 liter en het overige in verplaatsbare recipiënten. | 247,4 ton
17.3.6.3° | de maximale opslag van 341,8 ton diverse schadelijke stoffen waarvan 170.850 kg (255 m³) hexaan in 3 ondergrondse dubbelwandige houders van 85 m³ elk, 58.500 kg proforce in een bovengrondse, dubbelwandige houder van 45 m³, 57.450 kg zoutzuur (HCl) in een bovengrondse houder van 50 m³, 18,54 ton blusschuim in 3 bovengrondse houders van respectievelijk 2.000 liter, 3.000 liter en 13.000 liter en het overige in verplaatsbare recipiënten. (341,8 TON). | 341,8 ton
17.3.8.2° | de maximale opslag van 179,477 ton diverse voor het aquatisch milieu gevaarlijke stoffen waarvan 170.850 kg (255 m³) hexaan in 3 ondergrondse dubbelwandige houders van 85 m³ elk en het overige in verplaatsbare recipiënten. | 179,477 ton
17.4. | de maximale opslag van 1277 kg diverse gevaarlijke producten in kleine verpakkingen. | 1277 kg
24.2. | 2 geïntegreerde, kleine labo’ s, gericht op de interne controle van eigen productieprocessenlabo waar afvalwater, eigen aan de laboratoriumtechnieken, gegenereerd wordt. | 2 labo's
29.5.2.1°a) | diverse metaalbewerkingstoestellen met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 41,8 kW | 41,8 kW
29.5.7.1°a)1) | Het ontvetten van machineonderdelen in een reinigingsbad van 200 liter | 200 liter
31.1.3° | een gasturbine met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 26,8 MW. | 26806 kW
39.1.3° | 4 stoomketels met een waterinhoud van respectievelijk 40.000 liter, 28.900 liter 20.000 liter en 10.000 liter. | 98900 liter
39.2.1° | 13 stoomvaten met een individuele waterinhoud van respectievelijk 400 liter, 600 liter, 770 liter, 820 liter, 850 liter, 891 liter, 1.050 liter, 1.600 liter, 1.715 liter, 1.990 liter, 2 x 2.000 liter en 3.735 liter. | 18421 liter
39.2.2° | drie stoomvaten met een waterinhoud van respectievelijk 6.750 liter, 8.029 liter en 30.000 liter. | 44779 liter
39.4.2° | 2 warmtewisselaars met een individuele inhoud van de secundaire ruimte van respectievelijk 7.810 liter en 9.950 liter | 17760 liter
43.1.3° | 7 stookinstallaties met een respectievelijk totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 34 MW - 22 MW -10,2 MW - 8.127 kW (2 branders samen) en 340 kW (2 branders samen). (totaal: 74.667 kW). | 74667 kW
43.3.2° | 8 stookinstallaties met een respectievelijk totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 34 MW - 22 MW - 21,15 MW -10,2 MW - 8.127 kW (2 branders samen), 340 kW (2 branders samen) en een gasturbine met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 26,806 MW. (totaal: 122,62 MW). | 122,62 MW
43.4. | 6 stookinstallaties met een respectievelijk totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 34 MW - 22 MW - 21,15 MW - 10,2 MW - 8.127 kW (2 branders samen) en een gasturbine met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 26,806 MW. (totaal: 122,28 MW). | 122,28 MW
44.3. | de maximale opslag van 33.147,58 ton vetten, wassen of andere nieteetbare vetstoffen. | 33147,58 ton
45.3.3°a) | een semiraffinage van plantaardige oliën met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 12.820 kW | 12820 kW
45.14.1°b) | de opslag van sojabonen, sojaschroot, sojabloem e.d. met een totale opslagcapaciteit van 116.000 m³. | 116000 m³
45.16.2°a) | het verwerken van plantaardige grondstoffen met een productiecapaciteit van 3.550 ton eindproducten per dag | 3550 ton/dag
45.17.1° | het vervaardigen van plantaardige oliën/vetten met een productiecapaciteit van 1.100.000 ton (550.000 ton in de crushafdeling – 550.000 ton bij de semiraffinage). | 1100000 ton/jaar
59.16.1° | de extractie van plantaardige olie met een oplosmiddelenverbruik van 1.080 ton hexaan/jaar | 1080 ton/jaar
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 29/03/2018 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een nieuw mcc gebouw en het bouwen van een nieuwe silo voor cellulose opslag. (OMV_2017010398)
* Op 17/05/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een sojaverwerkend bedrijf en biodieselinstallatie + bijstelling + het slopen en bouwen van gebouwen of constructies. (OMV_2018003152)
* Op 28/05/2018 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een dubbele ondergrondse 36kv-kabelverbinding tussen het onderstation kennedylaan tot net boven het rodenhuizedok. (OMV_2017011064)
* Op 20/08/2018 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor bemaling pleitstraat. (OMV_2018087256)
* Op 10/10/2019 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een productiebedrijf van plantaardige oliën en biodiesel (iioa + sh). (OMV_2019058814)
* Op 26/03/2020 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een productiebedrijf van plantaardige oliën en biodiesel (iioa + sh) + bijstelling. (OMV_2019148443)
* Op 11/03/2021 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een tijdelijke werfinrichting, tot januari 2022. (OMV_2020133343)
* Op 09/12/2021 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een productiebedrijf van plantaardige oliën en biodiesel. (OMV_2021117642)
* Op 05/01/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een fietssnelweg f401. (OMV_2022096055)
* Op 19/01/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de sloopwerken in functie van project victorinox. (OMV_2022146052)
* Op 25/05/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een productiebedrijf van plantaardige oliën en biodiesel (iioa en sh). (OMV_2022105263)
* Op 27/10/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor bemalingen r4 oost farys: het plaatsen en exploiteren van een bemaling + lozing + zuivering die technisch noodzakelijk is voor het uitvoeren van bouwkundige werken (uitgraven sleuf voor plaatsing kabels en leidingen) + bijstellingen. (OMV_2023061226)
* Op 14/03/2024 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een productiebedrijf van plantaardige oliën en biodiesel (iioa + sh). (OMV_2022064102)
* Op 01/08/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen van een productiebedrijf van plantaardige oliën en biodiesel (iioa + sh). (OMV_2023159108)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 02/06/1969 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een directiewoning. (Litt. R-4-69)
* Op 18/10/1976 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een bovengrondse gasleiding voor hoogovengas tussen ebes en sidmar. (Litt. P-13-76)
* Op 17/01/1977 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een graanopslag- en overslagbedrijf
(wijziging litt. z-2-75 dd. 15/12/1975). (Litt. Z-14-76)
* Op 25/06/1979 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een olieraffinaderij fase 1, zaadsilo's (6 stuks). (Litt. M-15-79)
* Op 27/05/1980 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een olieraffinaderij - fase 2. (Litt. M-42-79)
* Op 28/06/1982 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een opslagplaats. (1982/268)
* Op 09/08/1982 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van 4 zaadsilo's. (1982/324)
* Op 09/06/1983 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van magazijn. (1983/320)
* Op 05/06/1986 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een werkplaats. (1986/612)
* Op 19/02/1987 werd een vergunning afgeleverd voor de uitbreiding van een bedrijfsgebouw. (1986/1737)
* Op 23/02/1989 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van pallettenmagazijn. (1988/2124)
* Op 06/02/1990 werd een vergunning afgeleverd voor uitbreiden van nijverheidsgebouw "ultra". (1989/1310)
* Op 14/09/1990 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van 62 bomen en 10 stronke. (1990/50105)
* Op 11/06/1991 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een stapelplaats centraal magazijn (zone algemene diensten). (1990/50167)
* Op 21/09/1993 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van 6 metalen stockagesilo's. (1993/50109)
* Op 05/07/1994 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van silo's en een elevatortoren. (1994/90031)
* Op 09/08/1994 werd een vergunning afgeleverd voor de uitbreiding van een voorbereiding en redlerbrug tussen de voorbereiding en schrootsilo's. (1994/90037)
* Op 29/11/1994 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een ketelhuis. (1994/90068)
* Op 15/06/1995 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een stockageruimte met silo's. (1995/90042)
* Op 18/01/1996 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een zaaddroger. (1995/90107)
* Op 08/02/1996 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een vlaksilo na gedeeltelijke afbraak van een bestaande vlaksilo. (1995/90117)
* Op 24/09/1997 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een magazijn. (1997/90039)
* Op 03/02/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een magazijn. (1999/50088)
* Op 10/02/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een kantoorgebouw. (1999/50259)
* Op 17/08/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van drie hexaantanks. (2000/50014)
* Op 23/08/2001 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een nieuwe desolventiser (dt). (2001/50120)
* Op 22/08/2002 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een luifel aan de vlaksilo. (2002/50033)
* Op 22/08/2002 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een silo voor diatomeeraarde. (2002/50106)
* Op 30/04/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een sanitair- en omkleedgebouw. (2003/50021)
* Op 21/08/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een gebouw voor een oliepersinstallatie en bouwen van een tankpark. (2003/50004)
* Op 16/10/2003 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van nieuwe bonensilo's. (2003/50141)
* Op 23/11/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een bio-diesel productie-eenheid en de sloping van twee gebouwen (provatex en oliefiltratie). (2006/50138)
* Op 03/05/2007 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een ondergrondse bioethanolleiding en van bovengrondse transportleidingen voor koolzaadolie en biodiesel. (2007/50043)
* Op 26/11/2007 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een ondergrondse aardgasvervoerleiding. (2007/50178)
* Op 20/03/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het verwijderen van twee silo's. (2008/50025)
* Op 03/04/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een ketelhuis en gasstation en de afbraak van het bestaande ketelhuis en de schoorsteen. (2008/50040)
* Op 23/04/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het verwijderen van twee silo's, die werden geplaatst onder de vergunde aanvraag 2003/50141. (2009/50044)
* Op 07/05/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van opvangbekkens en dienstgebouwen. (2009/50063)
* Op 26/11/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een tweelaags kantoorgebouw. (2009/50183)
* Op 27/01/2011 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een koeltoren, leidingenbrug en lokaal waterbehandeling. (2010/50209)
* Op 02/02/2011 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een biodiesel productie-eenheid (voorstel tot regularisatie). (2010/50208)
* Op 12/04/2012 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een nieuw mcc-lokaal. (2012/50016)
* Op 19/09/2012 werd een vergunning afgeleverd voor het aanpassen van een bestaand reinigingsgebouw en het bouwen van een brug voor een transportband. (2012/50132)
* Op 13/12/2012 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van promex gebouwen. (2012/50174)
* Op 06/06/2013 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van 16 stockage silo's. (2013/50057)
* Op 10/12/2013 werd een vergunning afgeleverd voor de bouw van een nieuwe kaaimuur aan de noordelijke zijde van de moervaartkaai in de zeehaven van gent. (2013/50161)
* Op 05/06/2014 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een pe-tank op nieuwe betonsokkel. (2014/50032)
* Op 18/06/2015 werd een vergunning afgeleverd voor de uitbreiding van de bestaande productie-eenheid (cargill tripel project) + slopen van een loods en sloop van verschillende industriële installaties. (2015/01039)
* Op 26/01/2017 werd een vergunning afgeleverd voor de heraanleg van de personeelsparking (cargill). (2016/01198)
Milieuvergunningen
* Op 01/09/1994 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen van een inrichting door uitbreiding met een Provatex-produktie (behandeling sojabonen). (2065/E/2)
* Op 05/01/1995 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor uitbreiding door stoomketel. (2065/E/3)
* Op 16/11/1995 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor sojaverwerking. (2065/E/5)
* Op 14/08/1996 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor bonendroger 4300 ton/dag. (2065/E/7)
* Op 02/10/1997 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een inrichting. (2065/E/8)
* Op 29/01/1999 werd door de deputatie akte genomen voor melding van overname van de inrichting op naam van Vamo Mills door BVBA IZE-GENT OILSEEDS. (2065/E/9)
* Op 11/03/1999 werd door de deputatie akte genomen voor overname van het extractiebedrijf op naam van bvba ize-gent oilseeds door nv cargill. (2065/E/10)
* Op 20/01/2000 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen door wijziging, uitbreiding en toevoeging van het sojaverwerkend bedrijf. (2065/E/11)
* Op 24/08/2000 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor aktename van de melding van een inrichting klasse 3. (2065/E/12)
* Op 12/04/2001 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen van de inrichting. (2065/E/13)
* Op 14/02/2002 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen van het extractiebedrijf door enkele wijzigingen en uitbreidingen. (2065/E/14)
* Op 06/11/2003 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor verandering van een extractiebedrijf. (2065/E/15)
* Op 02/09/2004 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen door uitbreiding van het extractiebedrijf. (2065/E/16)
* Op 24/11/2005 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor mededeling van kleine verandering van een BKG-inrichting voor de emissie van het broeikasgas CO2. (2065/E/17)
* Op 12/04/2007 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het hernieuwen en veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een vergund extractiebedrijf. (2065/E/18)
* Op 19/06/2008 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een extractiebedrijf. (2065/E/19)
* Op 17/09/2009 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor mededeling van een kleine verandering voor het veranderen van een vergund sojaverwerkend bedrijf. (2065/E/20)
* Op 27/01/2011 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding) van een sojaverwerkend bedrijf en een biodieselinstallatie. (2065/E/21)
* Op 19/09/2013 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor een mededeling van een kleine verandering voor het veranderen van een sojaverwerkend bedrijf en biodieselinstallatie. (2065/E/22)
* Op 27/03/2014 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor een mededeling van een kleine verandering voor het veranderen van een bedrijf voor de productie van plantaardige oliën en vetten en een biodieselbedrijf. (2065/E/23)
* Op 02/07/2015 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door wijziging/uitbreiding) van een sojaverwerkend bedrijf en een biodieselinstallatie. (2065/E/24)
* Op 15/10/2015 werd door de deputatie akte genomen voor een mededeling van een kleine verandering voor het veranderen van een sojaverwerkend bedrijf. (2065/E/26)
Afwijkingen
* Op 17/02/1994 werd door de deputatie een goedkeuring verleend voor wijziging lozingsvoorwaarden (art. 45 vlarem). (2065/E/1)
* Op 12/10/1995 werd door de deputatie een goedkeuring verleend voor het wijzigen van de exploitatievoorwaarden m.b.t. de lozingsnorm voor totale fosfor (vlarem i, art. 45). (2065/E/4)
* Op 10/09/2015 werd door de deputatie een goedkeuring verleend voor een verzoek ingediend volgens artikel 45 van vlarem i tot het opleggen van een bijzondere voorwaarde ter beperking van de stofemissies. (2065/E/25)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
Voorwaardelijk gunstig advies van Infrabel afgeleverd op 17 september 2024.
Gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 26 september 2024:
Wij verwijzen naar uw bovenvermelde adviesvraag via het Omgevingsloket van 11/9/2024 met referentie OMV_2024076980.
De aanvraag heeft betrekking op concessieterrein.
De werken kunnen gunstig geadviseerd worden.
Geen advies advies van stedenbouwkundig advies afgeleverd op 30 september 2024:
Er wordt geen advies uitgebracht.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan voldoende uitgeruste havenwegen.
5. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:
1. Ligging project
Het project situeert zich in het afstroomgebied van een waterloop in het beheer van het North Sea Port en in het afstroomgebied van een waterloop in beheer van de Vlaamse Waterweg.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelige gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het terrein is momenteel bebouwd.
2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
2.1 Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
De aanvraag voorziet in de bouw van enkele technische constructies. Er zijn geen mogelijkheden tot hergebruik van het hemelwater. Het hemelwater dat terecht komt op de containers kan infiltreren in een grindzone rondom de containers. De infiltratiezones zijn voldoende groot hiervoor. Het hemelwater dat terecht komt op de ondoorlatende verharding bij de nieuwe scrubber en gummer, wordt als vervuild beschouwd en wordt afgevoerd naar de riolering.
De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
2.2 Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
2.3 Overstromingen
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.
Ruimten met kwetsbare functies kunnen extra beschermd worden tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/publicaties/waterwegwijzer-bouwen-en-verbouwen (p 19)).
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
2.4 Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
3. Conclusie
Er kan geconcludeerd worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Het project veroorzaakt geen bijkomende stikstofemissiegenererende vervoersbewegingen. De aanvraag heeft bijgevolg geen negatieve impact op de overschrijding van de kritische depositiewaarde ten aanzien van de speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn.
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 17 september 2024 tot en met 16 oktober 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag voorziet in het bouwen van een degumming-, scrubber- en verdampingsinstalatie en het bouwen van 2 schuilhuisjes. Deze handelingen zijn ruimtelijk en stedenbouwkundige te verantwoorden binnen de industriële context van de Gentse zeehaven. Zowel qua schaal als materiaalgebruik integreert de uitbreiding zich binnen zijn omgeving. De ruimtelijke en visuele impact is beperkt.
Deze beperkte wijzigingen van technische installaties hebben geen invloed op waardevolle groenwaarden binnen het terrein.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
Volgende opmerking wordt opgenomen in het advies:
Het bedrijf gebruikt landbouwgrondstoffen voor de productie van biodiesel. Stad Gent stelt zich hier fundamentele vragen bij en wil de exploitant wijzen op de impact op milieu, klimaat en voedselzekerheid hiervan. Als blijk van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap verwacht Stad Gent dat de exploitant gepaste inspanningen doet om milieu- en sociale effecten in de keten ten goede te beheersen en hierover ook transparant te communiceren.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een productiebedrijf van plantaardige oliën en biodiesel (IIOA + SH) van CARGILL NV nv, gelegen te Moervaartkaai 1, 9042 Gent.
Verzoekt de deputatie om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:
Extern advies
De voorwaarden in het advies van Infrabel, afgeleverd op 17 september 2024 met kenmerk 3516.2024.471.Desteldonk, moeten strikt nageleefd worden.
Volgend aandachtspunt wordt meegegeven:
Het bedrijf gebruikt landbouwgrondstoffen voor de productie van biodiesel. Stad Gent stelt zich hier fundamentele vragen bij en wil de exploitant wijzen op de impact op milieu, klimaat en voedselzekerheid hiervan. Als blijk van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap verwacht Stad Gent dat de exploitant gepaste inspanningen doet om milieu- en sociale effecten in de keten ten goede te beheersen en hierover ook transparant te communiceren.