Terug
Gepubliceerd op 22/11/2024

2024_CBS_11129 - OMV_2024119294 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bemaling die wordt uitgevoerd in het kader van de afbraak, nieuwbouw en renovatie van appartementen met commerciële functies in de kelderverdieping en op het gelijkvloers - zonder openbaar onderzoek - Hoogpoort, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 21/11/2024 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 21/11/2024 - 08:39
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2024_CBS_11129 - OMV_2024119294 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bemaling die wordt uitgevoerd in het kader van de afbraak, nieuwbouw en renovatie van appartementen met commerciële functies in de kelderverdieping en op het gelijkvloers - zonder openbaar onderzoek - Hoogpoort, 9000 Gent - Vergunning 2024_CBS_11129 - OMV_2024119294 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bemaling die wordt uitgevoerd in het kader van de afbraak, nieuwbouw en renovatie van appartementen met commerciële functies in de kelderverdieping en op het gelijkvloers - zonder openbaar onderzoek - Hoogpoort, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

The City Is Smart NV met als contactadres Karel De Bondtlaan 25, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024119294) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 9 september 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het exploiteren van een bemaling die wordt uitgevoerd in het kader van de afbraak, nieuwbouw en renovatie van appartementen met commerciële functies in de kelderverdieping en op het gelijkvloers

• Adres: Hoogpoort 38 - 44, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 3 sectie C nr. 369K

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 8 oktober 2024.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 12 november 2024.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

 

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het betreft het exploiteren van een bemaling.

 

De aanvraag betreft een bemaling die wordt uitgevoerd in het kader van de afbraak, nieuwbouw en renovatie van appartementen met commerciële functies in de kelderverdieping en op het gelijkvloers. Er zal een bemaling noodzakelijk zijn voor de onderschoeiing van het naastliggende gebouw en voor de plaatsing van pompputten.  Aangezien de onderschoeiing grenst aan de zone van de pompputten en de werken achtereenvolgens worden uitgevoerd, wordt er een filterbemaling (ca. 80 dagen) voorzien rond de zone van de pompputten die ook zal aangewend worden voor de aanleg van de onderschoeiing. 

 

De bemaling wordt aangevraagd voor maximum 25.637 m³/jaar - 476 m³/dag en 20 m³/uur. De ingeschatte duurtijd van de bemaling bedraagt 80 dagen. De maximale grondwaterverlaging ten opzichte van het maaiveld bedraagt 8,29 m-mv. Rubriek 53.2.2°a) (klasse 3) is van toepassing.

 

In de omgeving van het projectgebied komen er regionaal verhoogde concentraties aan arseen voor. Er wordt aangeraden om verhoogde lozingsnormen aan te vragen voor de parameter arseen. Om die reden wordt rubriek 3.4.2 aangevraagd. 

Ter hoogte van het projectgebied werd een verhoogde geleidbaarheid vastgesteld (tot 2038 µS/cm).  Gezien de beperkte verhoging, wordt er geen negatieve impact verwacht van de verhoogde elektrische geleidbaarheid voor lozing op de DWA. 

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | lozing van bemalingswater zonder zuivering met een maximaal debiet van 20 m³/uur | klasse 2 | Nieuw

20 m³/uur

53.2.2°a)

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30 000 m³ per jaar) | Bemaling ikv onderschoeiing en pompputten met een totaal debiet van 25.637 m³/jaar en een maximale grondwaterverlaging tot 8,29 m-mv | klasse 3 | Nieuw

25637 m³/jaar

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:

 

Artikel: 4.2.5.1.1. § 1 – Afwijking meetmethode

 

Omschrijving

Er wordt een afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van Vlarem II gevraagd om geen meetgoot te moeten voorzien.

 

Motivatie

De lozing is beperkt in tijd volgens de duur van de bemaling. Dit zal maximaal 80 dagen duren. Er is een debietsmeter voorzien, en er kunnen bij de bemaling ook stalen genomen worden van het water.

 

Voorstel

Het plaatsen van een meetgoot is niet verplicht.

 

Artikel: 5.53.6.1.1. – Afwijking lozingssituatie

 

Omschrijving

Er wordt een afwijking van artikel 5.53.6.1.1 van Vlarem II gevraagd om te lozen op de DWA terwijl er een RWA aanwezig is op een afstand van minder dan 200 m van de bemaling.

 

Motivatie

Er bevindt zich RWA aan het Goudenleeuwplein op minder dan 200 m van de bemaling. Gezien de drukbezochte locatie van het lozingspunt (midden op het plein, naast een terras), het feit dat het putdeksel gedeeltelijk dient open te liggen voor de lozing wat een potentieel gevaarlijke situatie is en de afvoerleiding naar het lozingspunt die een drukke winkelstraat en een mindervaliden helling dient te passeren, wordt dit lozingspunt niet weerhouden aangezien dit niet BATNEEC wordt beschouwd. Er wordt een lozingspunt voorzien op de DWA in de Hoogpoort.

 

Voorstel

Er mag geloosd worden op de DWA in de Hoogpoort.

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

Op 03/11/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de exploitatie van een okay compact buurtsupermarkt, bio-planet satelliet-verkooppunt en collect & go stadsafhaalpunt met op bovenliggende verdiepingen appartementen na het deels slopen, renoveren en herbouwen van de bestaande bebouwingen. (OMV_2022093874)

 

BEOORDELING AANVRAAG

 

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Voorwaardelijk gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 17 oktober 2024.

 

Geen advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 8 oktober 2024.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.  Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

5.           WATERPARAGRAAF

5.1.        Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

5.2.        Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

De bemaling betreft een ingedeelde activiteit. De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De bemaling moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verdroging zal voorkomen worden.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

De impact van het bouwproject op het overstromingsregime werd behandeld in OMV_2022093874.

 

Waterkwaliteit

De bemaling en de lozing van het al dan niet gezuiverde bemalingswater is een ingedeelde activiteit. De impact van de bemaling en de lozing van het al dan niet gezuiverde bemalingswater wordt besproken onder het aspect bodem & grondwater en lozing. De bemaling en de lozing moeten voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

5.3.        Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van maatregelen de watertoets doorstaat.

 

6.       NATUURTOETS

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

 

Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt.

De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.

 

Het bemalingswater wordt geloosd in de riolering.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

 

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

 

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

9.       OMGEVINGSTOETS

 

MILIEUHYGIENISCHE EN VEILIGHEIDSASPECTEN

 

ASPECT BODEM EN GRONDWATER

De bronbemaling moet voldoen aan onderafdeling 5.53.6.1 van Vlarem II en uitgevoerd worden volgens de richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu (VMM, 2019).

 

Geplande toestand

Er zal bemaald worden op een diepte van 12 meter, het grondwaterpeil wordt max. 8,29 meter verlaagd t.o.v. het maaiveld. Het grondwater zal onttrokken worden aan een debiet van maximaal 476 m³/dag. Het grondwater wordt volgens de aanvraag geloosd op de gemengde riolering van de Hoogpoort.

 

Bemalingscascade

In eerste instantie dient er zo weinig mogelijk grondwater opgepompt te worden. Het grondwater dat onttrokken wordt dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht worden buiten de onttrekkingszone. Indien dit technisch niet mogelijk is mag het grondwater geloosd worden.

 

Stap 1: beperken en retourneren

Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

-  het merk en serienummer

-  het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen

Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Beperken:

In elk geval dienen de netto debieten zoveel mogelijk beperkt te worden. Hiervoor wordt verwezen naar de ‘Richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu, VMM (2021)’. De bemaling dient in eerste instantie zoveel mogelijk beperkt te worden in de tijd:

-       Starten met een hoger dagdebiet kan ervoor zorgen dat de vereiste verlaging sneller bereikt wordt en er uiteindelijk netto minder grondwater wordt opgepompt.

-       Evalueer permanent of de bemaling nog vereist is, ook als de werf stilligt (verlof, juridisch geschil …). Stuur bij indien mogelijk.

-       Er dient permanent geëvalueerd te worden of de bemaling nog vereist is. Als de constructie al waterdicht is, maar nog niet voldoende zwaar om de opstuwende kracht te compenseren, kan extra ballast worden aangebracht. De ballast voorkomt dan het opdrijven van de constructie wanneer de bemaling volledig wordt stopgezet.

Bijkomend mag het grondwater niet verder verlaagd worden dan voorzien in deze studie. Er wordt aangeraden om hiervoor te werken met een peilgestuurde bemaling. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

Eveneens dienen op de werf zelf de opgepompte debieten opgevolgd te worden ter controle van het ontwerp. Deze opvolging is de verantwoordelijkheid van de exploitant, maar kan door o.a. de bemaler of werfleider gebeuren.

Om het waterbezwaar te beperken worden de werken voor de aanleg van de onderschoeiing en de werken voor de aanleg van de pompputten achtereenvolgens uitgevoerd waarbij de filterbemaling voor beide werken wordt aangewend om de grondwaterstand te verlagen en in stand te houden.

 

Retour/herinfiltratie:

Retourbemaling of herinfiltreren van het bemalingswater in het grondwater is in het geval van dit project niet mogelijk gezien het projectgebied grotendeels bebouwd wordt. Er is op de projectlocatie niet voldoende plaats om eventuele retourputten op een afstand van het tienvoud van het aantal meter verlaging van het grondwaterpeil (volgens de vuistregel van VMM) te plaatsen.

 

Stap 2: hergebruik

Ter hoogte van de projectlocatie werd een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd (98243). Er werd een verhoogde concentratie aan arseen vastgesteld alsook een verhoogde elektrische geleidbaarheid. Er is een verhoogd risico op verontreiniging in het bemalingswater waardoor het bemalingswater niet geschikt is om ter beschikking te stellen voor gebruik in nuttige toepassingen.

 

Stap 3: lozen op waterloop of RWA

Het dichtstbijzijnde oppervlaktewater waarop geloosd kan worden is de Leie op ca. 170 m (vogelvlucht) ten noordwesten van de projectlocatie. Gezien de bemaling zich in toeristisch gebied bevindt met veel bezoekers en er een heel aantal toegangen van gebouwen gekruist dienen te worden, wordt dit lozingspunt niet weerhouden.

De dichtstbijzijnde RWA bevindt zich aan het Goudenleeuwplein ca. 65 m leidinglengte ten zuidoosten van de onderzoekslocatie. De RWA mondt uit in de Leie. Als maximaal aanvaardbare afstand van het lozingspunt van de bemaling wordt 200 m gehanteerd. Het lozen op de RWA aan het Goudenleeuwplein is echter niet haalbaar omwille van de drukbezochte locatie van het lozingspunt. De afvoerleiding naar het lozingspunt zou een drukke winkelstraat moeten passeren alsook een mindervalidenhelling in de Donkersteeg. Bovendien bevindt het lozingspunt zich in het midden van het plein, naast een terras. Aangezien het putdeksel gedeeltelijk dient open te liggen, zou dit voor een potentieel gevaarlijke situatie zorgen. Deze optie wordt niet BATNEEC beschouwd. Er dient een afwijking (van artikel 5.53.6.1.1) aangevraagd te worden.

 

Stap 4: lozen op de gemengde riolering

Er bevindt zich een gemengde riolering ter hoogte van de Hoogpoort en de Donkersteeg. De gemengde riolering heeft geen voorkeur als het gaat over het lozen van bemalingswater en kan enkel gebruikt worden als voorgaande opties onvoldoende of niet geschikt zijn.

 

Het bedrijf vraagt de lozing aan van het bemalingswater in de gemengde riolering van de Hoogpoort en motiveert dit als volgt:

Er bevindt zich RWA aan het Goudenleeuwplein op minder dan 200 m van de bemaling. Gezien de drukbezochte locatie van het lozingspunt (midden op het plein, naast een terras), het feit dat het putdeksel gedeeltelijk dient open te liggen voor de lozing wat een potentieel gevaarlijke situatie is en de afvoerleiding naar het lozingspunt die een drukke winkelstraat en een mindervaliden helling dient te passeren, wordt dit lozingspunt niet weerhouden aangezien dit niet BATNEEC wordt beschouwd. Er wordt hiervoor een afwijking van artikel 5.53.6.1.1 aangevraagd. Er wordt een lozingspunt voorzien op de DWA in de Hoogpoort.

Conform het advies van de VMM kan hiermee akkoord gegaan worden.

 

De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via www.farys.be/melden-van-bemaling. Met het oog op een goede werking van de openbare riolering wordt dit als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Volumes groter dan 10 m³ per uur mogen enkel geloosd worden in een openbare riolering aangesloten op een RWZI mits de uitdrukkelijke toelating van de exploitant van deze installatie. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Wateroverlast

De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Verontreiniging

In de omgeving van het projectgebied komen er regionaal verhoogde concentraties aan arseen voor. Er wordt aangeraden om verhoogde lozingsnormen aan te vragen voor de parameter arseen. Om die reden wordt rubriek 3.4.2 aangevraagd. 

Ter hoogte van het projectgebied werd een verhoogde geleidbaarheid vastgesteld (tot 2038 µS/cm).  Gezien de beperkte verhoging, wordt er geen negatieve impact verwacht van de verhoogde elektrische geleidbaarheid voor lozing op de DWA. 

 

Zettingen

Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar het aspect zettingen. Volgens de studie toegevoegd aan de aanvraag is er een veenlaag aanwezig in de ondergrond, en is het risico op zettingen naar aanleiding van de bemaling reëel. Bijgevolg is het conform artikel 5.53.1.3 van Vlarem II verplicht, voorafgaand aan de start van de werken, een plaatsbeschrijving uit te voeren van al de constructies in zettingsgevoelige gronden die door ontwatering een gevaar zijn voor de stabiliteit van deze constructies binnen de invloedszone van de bemaling. Op deze constructies worden zettingsbakens aangebracht en genivelleerd t.o.v. een referentiepunt buiten de invloedszone. Bij gebouwen die al scheuren vertonen kunnen scheurmetingen worden uitgevoerd (voor, tijdens en na). Zo kan je vermijden dat bestaande schade aan het bemalingsproject wordt toegeschreven. Een continue monitoring van de effectieve zettingen is noodzakelijk. Indien de zettingen onaanvaardbaar worden, dient de bemaling te worden stopgezet en dienen verder maatregelen uitgewerkt te worden. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

ASPECT AFVALWATER

 

Lozingssituatie

De inrichting ligt in centraal gebied. De Hoogpoort beschikt over een gemengde riolering die aangesloten is op RWZI Gent. Er bevindt zich op minder dan 200 m een RWA-leiding aan het Goudenleeuwplein en de Korenmarkt. Het dichtstbijzijnde oppervlaktewater bevindt zich op ca. 180 m ten westen van de inrichting. Het betreft de Leie. Op ca. 460 m ten oosten van de onderzoekslocatie bevindt zich de Nederschelde.

 

Bedrijfsafvalwater

Het bedrijf vraagt de lozing aan van 20 m³/uur – 476 m³/dag – 25.637 m³/jaar bemalingswater met gevaarlijke stoffen, niet via een wzi, in de riolering van de Hoogpoort gedurende 80 kalenderdagen.

 

Debiet

Het opstartdebiet van de bemaling bedraagt 20 m³/u (gedurende ca. 5 dagen). Vervolgens wordt er een stationair debiet berekend van 13 m³/u voor de resterende 75 dagen.

 

In onderstaande tabel een overzicht van de berekende debieten en invloedstraal:

Afbeelding met tekst, schermopname, nummer, Lettertype

Automatisch gegenereerde beschrijving

 

Conform het advies van de VMM kan akkoord gegaan worden met de gevraagde debieten.

 

Lozingsnormen

Het bedrijf vraagt geen sectorale lozingsvoorwaarden aan.

De algemene lozingsvoorwaarden voor lozing in de riolering zijn van toepassing.

 

De theoretisch berekende invloedsstraal bedraagt 337 m. Echter wordt er door de aanwezigheid van de Leie geen invloed van de bemaling verwacht aan de overkant van de Leie.

 

In de bemalingsstudie werden de bodemverontreinigingen in kaart gebracht aan de hand van OVAM-dossiers.

Het volgende werd geconcludeerd:

Er werd vastgesteld dat arseen regionaal verhoogd voorkomt ter hoogte van de bemaling. Er wordt aangeraden om een verhoogde lozingsnorm voor arseen aan te vragen.

Ter hoogte van het projectgebied werd een verhoogde elektrische geleidbaarheid vastgesteld (tot 2038 μS/cm) in het grondwater. Gezien de beperkte verhoging, wordt er geen negatieve impact van de verhoogde geleidbaarheid verwacht bij lozing op de DWA. Indien er geloosd zou worden op de RWA, zou het bemalingswater terecht komen in de Leie (Gentse Binnenwateren, type grote rivier). Aangezien dit lozingspunt niet weerhouden wordt, worden er geen verhoogde lozingsnormen voor de elektrische geleidbaarheid voorzien.

 

De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een PFAS no regret-zone. De invloedsstraal van de bemalingen overlapt gedeeltelijk met de PFAS no regret-zone met een straal van 500 m rond de Academiestraat. Er wordt geen invloed van de bemaling op de verontreiniging met PFAS verwacht aangezien de kernzone van de PFAS no regret-zone niet binnen de invloedstraal valt en de Leie zich tussen de kernzone en de bemaling bevindt.

 

De volgende lozingsnormen worden aangevraagd:

As: 50 μg/l

Conform het advies van de VMM kan er akkoord gegaan worden met de aangevraagde lozingsnorm. Ze wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Controle-inrichting

Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit en kwantiteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig artikel 4.2.5.1.1. van Vlarem II.

Het bedrijf vraagt een afwijking aan op artikel 4.2.5.1.1. van Vlarem II. En motiveert dit als volgt:

De lozing is beperkt in tijd volgens de duur van de bemaling. Dit zal maximaal 80 dagen duren. Er is een debietsmeter voorzien, en er kunnen bij de bemaling ook stalen genomen worden van het water.

Conform artikel 4.2.5.1.1 van Vlarem II en het advies van de VMM mag voor de bepaling van het debiet de meetmethode conform hoofdstuk 5.53.3 van Vlarem II gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.

 

Monitoring

Het bedrijf dient, conform artikel 4.2.5.3.1 Vlarem II, minstens jaarlijks een analyse op het effluent van de bemaling uit te voeren. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

ASPECT GELUID

In de buurt zijn woningen aanwezig. De pompen zullen continu in werking zijn. Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

ASPECT FAUNA EN FLORA

Het droogtrekken van de ruimere omgeving kan levensbedreigend zijn voor aanwezige bomen. Op het eigen terrein staan enkele grotere bomen.

Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

De bemaling wordt bij voorkeur uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 maart. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | lozing van bemalingswater zonder zuivering met een maximaal debiet van 20 m³/uur | Nieuw

20 m³/uur

53.2.2°a)

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30 000 m³ per jaar) | Bemaling ikv onderschoeiing en pompputten met een totaal debiet van 25.637 m³/jaar en een maximale grondwaterverlaging tot 8,29 m-mv | Nieuw

25637 m³/jaar

 

TERMIJN

De gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van 80 kalenderdagen. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze datum dient gemeld te worden conform de bijzondere voorwaarde.

Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het exploiteren van een bemaling die wordt uitgevoerd in het kader van de afbraak, nieuwbouw en renovatie van appartementen met commerciële functies in de kelderverdieping en op het gelijkvloers aan The City Is Smart nv (O.N.:0759863653) gelegen te Hoogpoort 38 - 44, 9000 Gent.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit Bemaling met inrichtingsnummer 20240903-0039 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | lozing van bemalingswater zonder zuivering met een maximaal debiet van 20 m³/uur | Nieuw

20 m³/uur

53.2.2°a)

bronbemaling, met inbegrip van terugpompingen niet-verontreinigd grondwater in dezelfde watervoerende laag, die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van bouwkundige werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° (netto opgepompt debiet van maximum 30 000 m³ per jaar) | Bemaling ikv onderschoeiing en pompputten met een totaal debiet van 25.637 m³/jaar en een maximale grondwaterverlaging tot 8,29 m-mv | Nieuw

25637 m³/jaar

 

 

Artikel 2

De gevraagde vergunning wordt verleend voor een termijn van 80 kalenderdagen. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze datum dient gemeld te worden conform de bijzondere voorwaarde.

Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).

 

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Webapplicatie DOV

Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

  1. het merk en serienummer;
  2. het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing;

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.”

 

Peilsturing

Om het debiet en de invloed van de bemaling zoveel mogelijk te beperken dient een peilsturing van de bemaling te gebeuren. Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De regeling van de peilsturing dient bijgesteld in functie van de vordering van de bouwwerken.

 

Bemalingscascade

-       De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via www.farys.be/melden-van-bemaling

-       Volumes groter dan 10 m³ per uur mogen enkel geloosd worden in een openbare riolering aangesloten op een RWZI mits de uitdrukkelijke toelating van de exploitant van deze installatie.

 

Wateroverlast

De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.

 

Zettingen

Conform artikel 5.53.1.3 van Vlarem II dient voorafgaand aan de start van de werken, een plaatsbeschrijving uit te voeren van al de constructies in zettingsgevoelige gronden die door ontwatering een gevaar zijn voor de stabiliteit van deze constructies binnen de invloedszone van de bemaling. Op deze constructies worden zettingsbakens aangebracht en genivelleerd t.o.v. een referentiepunt buiten de invloedszone. Bij gebouwen die al scheuren vertonen kunnen scheurmetingen worden uitgevoerd (voor, tijdens en na). Zo kan je vermijden dat bestaande schade aan het bemalingsproject wordt toegeschreven. Een continue monitoring van de effectieve zettingen is noodzakelijk. Indien de zettingen onaanvaardbaar worden, dient de bemaling te worden stopgezet en dienen verder maatregelen uitgewerkt te worden.

 

Lozingsvoorwaarden

Volgende lozingsnorm wordt toegestaan:

- As: 50 μg/l

De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van Vlarem II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II. Bij ontstentenis van een indelingscriterium zijn de concentraties beperkt tot de rapportagegrens of tot de bepalingsgrens.

 

Monitoring

Het bedrijf dient, conform artikel 4.2.5.3.1 Vlarem II, minstens jaarlijks een analyse op het effluent van de bemaling uit te voeren.

 

Fauna en flora

Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert.

 

 

Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:

Artikel: 4.2.5.1.1. § 1 en 5.53.6.1.1.: Artikel: 4.2.5.1.1. § 1  – Afwijking meetmethode

Voor de bepaling van het debiet de meetmethode conform hoofdstuk 5.53.3 van Vlarem II gebruikt worden. Een staalnamepunt voor het effluent dient voorzien te worden.

 

Artikel: 5.53.6.1.1. – Afwijking lozingssituatie

Er mag geloosd worden op de DWA in de Hoogpoort.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Geluid

Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn.