Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut van 24 februari 2017, artikel 8, 2e lid
Decreet betreffende onteigening voor het algemeen nut van 24 februari 2017
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, artikel 2 ev.
Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019, artikel 27
Op 29 mei 2024 besliste de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf ‘Stadsontwikkeling Gent’ (kortweg ‘sogent’) tot goedkeuring van het voorlopig onteigeningsbesluit met betrekking tot een deel van een perceel gelegen te 9041 Oostakker, Smalle Heerweg 124, met een oppervlakte van 12a08,32ca, kadastraal gekend onder Gent, 17de afdeling, sectie B, perceel 742/M2P0000. Met haar beslissing van 29 mei 2024 gaf de raad van bestuur van sogent ook opdracht tot het organiseren van een openbaar onderzoek in overleg met de Stad Gent. Het openbaar onderzoek werd gestart op 15 juni 2024 en liep gedurende 30 dagen tot en met 15 juli 2024. De onteigening van het hieronder omschreven perceel dient voor de aanleg van de omleidingsweg Drieselstraat. De aanleg van deze weg kadert binnen de ontwikkeling van het gemengd regionaal bedrijventerrein gelegen te Gent, Oostakker, langsheen de R4 en tot net over de grens met Lochristi ten noorden van de N70. De realisatie van het regionaal bedrijventerrein is gekoppeld aan het verordenende inrichtingsprincipe, vastgelegd in het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening Grootstedelijk Gebied Gent uit 2005 dat een strikte scheiding oplegt tussen het lokale verkeer en het economische verkeer van en naar het bedrijventerrein. De realisatie van deze scheiding wordt verwezenlijkt door de aanleg van de nieuwe omleidingsweg voor de Drieselstraat. De nieuwe omleidingsweg Drieselstraat zal de lokale verbindingsfunctie van de bestaande lokale wegen (Drieselstraat en Smalle Heerweg) overnemen.
De ontwikkeling van het gemengd regionaal bedrijventerrein R4 Oostakker Noord gebeurt door sogent in nauwe samenwerking met de Stad Gent, waarbij sogent optreedt als opdrachtgever voor de noodzakelijke wegenaanleg voor de ontsluiting van de bedrijfskavels en voor de realisatie van de bijhorende werken (o.a. in functie van de waterhuishouding) alsmede voor de uitgifte, opnieuw in overleg met de Stad Gent, van de bouwrijpe bedrijfskavels.
Minnelijke gesprekken met het oog op een minnelijke verwerving hebben niet tot een akkoord kunnen leiden.
Volgens artikel 6, 4° van het onteigeningsdecreet zijn de autonome gemeentebedrijven bevoegd om tot onteigening over te gaan. Deze instanties kunnen evenwel pas overgaan tot het nemen van een definitief onteigeningsbesluit indien ze daartoe, overeenkomstig artikel 8, lid 2 onteigeningsdecreet, gemachtigd zijn door de gemeenteraad van de gemeente op wiens grondgebied het voorwerp van de onteigening zich bevindt.
Het verzoek tot machtiging dient gestaafd te zijn met de stukken zoals vermeld in artikel 2 van het uitvoeringsbesluit bij het onteigeningsdecreet.
De machtiging houdt een toetsing van zowel de interne als de externe wettigheid van de voorgenomen maatregel in en van de voorwaarden vermeld in artikel 3 van het onteigeningsdecreet.
Overeenkomstig dit artikel is een onteigening enkel mogelijk ten algemene nutte en slechts indien daartoe een uitdrukkelijke wettelijke of decretale rechtsgrond is voorzien. De onteigening dient daarnaast noodzakelijk te zijn, met betrekking tot volgende cumulatieve elementen: het doel van de onteigening, de onteigening als middel en het voorwerp van de onteigening. Nog volgens dit artikel is onteigening slechts mogelijk indien daartoe de wettelijke procedures werden gevolgd en enkel tegen een billijke en voorafgaandelijke schadeloosstelling.
Op 28 augustus 2024 diende het autonoom gemeentebedrijf ‘stadsontwikkeling Gent, sogent’, met zetel te 9000 Gent, Voldersststraat 1, met ondernemingsnummer 0367.300.594 (hierna sogent) een verzoek tot onteigeningsmachtiging in bij de Stad Gent. Het verzoek betrof de onteigeningsmachtiging voor het hierna vermelde onroerende goed gelegen te 9041 Oostakker, Smalle Heerweg 124, waaruit blijkt dat de Stad Gent de bevoegde instantie is om tot de machtiging over te gaan.
Concreet gaat het over het volgende onroerend goed:
Deel van een perceel gelegen te 9041 Oostakker, Smalle Heerweg 124, met een oppervlakte van 12a08,32ca, kadastraal gekend onder Gent, 17de afdeling, sectie B, perceel 742/M2P0000.
Het machtigingsverzoek werd gestaafd met volgende stukken:
Uit voorgaande blijkt dat voldaan is aan de voorwaarde van de artikelen 8, lid 2 van het onteigeningsdecreet en artikel 2 van het uitvoeringsbesluit bij het onteigeningsdecreet.
Op 29 mei 2024 werd door de Raad van Bestuur van sogent een voorlopig onteigeningsbesluit genomen met betrekking tot het hoger vermeld onroerend goed op basis van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, het uitvoeringsbesluit van 24 februari 2017 en het Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019. Het besluit voldoet aan de voorwaarden van artikel 10-12 van het Onteigeningsdecreet.
Hierop volgend heeft sogent het openbaar onderzoek georganiseerd en aangekondigd overeenkomstig de voorschriften uit artikel 17 t.e.m. 20 van het onteigeningsdecreet en artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit:
Het openbaar onderzoek, dat een aanvang nam op 15 juni 2024, heeft 30 dagen geduurd. Binnen deze termijn werd 1 bezwaarschrift ontvangen. Er werd geen verzoek tot zelfrealisatie ontvangen.
Een verslag van de behandeling van de standpunten , opmerkingen en bezwaren werd opgemaakt door Sogent op 28 augustus 2024. De machtigingsaanvraag werd aan de Stad Gent bezorgd op 28 augustus 2024, zijnde binnen de voorgeschreven termijn van artikel 3 van het uitvoeringsbesluit.
Er kan dus besloten worden dat hiermee tot op heden door sogent voldaan is aan artikel 3, §4 van het onteigeningsdecreet, waarin is bepaald dat onteigening slechts mogelijk is nadat daartoe de volgens het onteigeningsdecreet bepaalde procedures werden gevolgd.
Uit de motivering van het voorlopig onteigeningsbesluit en de projectnota bij dit besluit blijkt afdoende dat de onteigening gebeurt ter realisatie van een doelstelling van algemeen nut, namelijk de aanleg van de omleidingsweg Drieselstraat. De aanleg van deze weg is noodzakelijk voor de realisatie van een gemengd regionaal bedrijventerrein R4 Oostakker Noord, meer bepaald om de strikte scheiding tussen het lokale verkeer en het economische verkeer van en naar het bedrijventerrein te kunnen verwezenlijken.
Uit de besluitvorming van sogent blijkt afdoende dat zij overeenkomstig artikel 27 van het decreet houdende de gemeentewegen beschikken over een specifieke decretale rechtsgrond om tot onteigening over te gaan en dat met andere woorden aan de noodzakelijke habilitatievoorwaarde voldaan zal zijn nadat machtiging verkregen is door de Gemeenteraad.
Sogent licht in haar voorlopig onteigeningsbesluit de onteigeningsnoodzaak toe in punt 1.6. van het voorlopig onteigeningsbesluit.
De onteigening van voormeld perceel is noodzakelijk om de aanleg van de omleidingsweg Drieselstraat te realiseren. Deze weg zorgt voor de scheiding van het economische en lokale verkeer en is tevens ter uitvoering van het rooilijnplan. Door de gemeenteraden van de gemeente Lochristi en de Stad Gent werd respectievelijk op 28 september 2023 en 23 oktober 2023 het rooilijnplan voor de omleidingsweg definitief vastgesteld. Bijgevolg is door sogent aangetoond dat het doel van de onteigening een dwingende reden van algemeen belang uitmaakt.
Sogent heeft verschillende pogingen ondernomen tot het voeren van onderhandelingen met de betrokken eigenaar, maar deze pogingen hebben niet geleid hebben tot de verhoopte minnelijke verwerving van het beoogde onroerend goed. Bijgevolg is de onteigening als middel noodzakelijk.
Voorafgaand aan de onteigeningsprocedure hebben de gemeenteraden van de gemeente Lochristi en de Stad Gent respectievelijk op 28 september 2023 en 23 oktober 2023 de definitieve vaststelling van het rooilijnplan met betrekking tot de omleidingsweg Drieselstraat goedgekeurd. In de procedure tot definitieve vaststelling van het rooilijnplan is een uitgebreide motiveringsnota opgemaakt en samen met de definitieve vaststelling goedgekeurd. Het onteigeningsdossier van sogent is opgestart met het oog op het realiseren van de rooilijn. Bij het bepalen van de wegenis werd een zorgvuldige belangenafweging gemaakt waarbij verschillende alternatieven werden onderzocht. Er werd gekozen voor de inname van onderhavig in te nemen perceel daar uit de vergelijking van de diverse alternatieven bleek dat aan deze inname de laagste maatschappelijke kosten zijn verbonden. Bovendien werden voor dit in te nemen perceel 4 alternatieve scenario’s onderzocht, waarbij finaal werd besloten tot het voorliggende ontwerp om het onteigeningsdoel zo adequaat mogelijk te kunnen realiseren waarbij de inneming zo beperkt mogelijk wordt gehouden. Hieruit blijkt dat het redelijkheidsprincipe werd gehanteerd. Daarnaast werd voor de bezorgdheid van de onteigende, met name de vermindering van parkeer-en manoeuvreerruimte, een oplossing aangereikt door een mogelijke uitbreiding te voorzien aansluitend bij de huidige exploitatie. Bijgevolg kan worden geoordeeld dat er werd voldaan aan het zorgvuldigheidsprincipe door alle belangen zorgvuldig af te wegen. Uit deze belangenafweging is dan ook gebleken dat het betrokken onroerend goed, zijnde het voorwerp, noodzakelijk is voor de gewenste doelstelling van algemeen nut.
Met de argumentatie en motivering zoals voorzien in het voorlopig onteigeningsbesluit en de bijhorende projectnota heeft sogent de onteigeningsnoodzaak zowel naar doel, middel als voorwerp aangetoond op een manier zoals van een overheidsbestuur kan verwacht worden.
Op 1 juli 2024 werd de eigenaar, met een beveiligde zending, in kennis gebracht van de in het voorlopig onteigeningsbesluit vastgestelde onderhandelingstermijn van 3 maanden. Bijgevolg is voldaan aan artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit.
Daarnaast bezorgt sogent een reeks mailverkeer waaruit de onderhandelingen met de eigenaar blijkt. De voorstellen die hierbij werden gedaan zijn gebaseerd op een schattingsverslag, opgemaakt door een beëdigd landmeter-expert.
Er kan dus worden geconcludeerd dat er reeds aantoonbare pogingen ondernomen zijn om te onderhandelen, en dat hierbij een billijke vergoeding werd geboden bij wijze van schadeloosstelling, waarmee dan ook voldaan werd aan de verplichting uit artikel 3, §5 van het onteigeningsdecreet.
Wat betreft de gevoerde administratieve onteigeningsprocedure door sogent voor de onteigening van het hoger vermeld perceel kan er dan ook algemeen geconcludeerd worden dat er voldaan werd aan zowel de interne als de externe wettigheid waaraan een dergelijke procedure en besluitvorming moet voldoen.
Verleent machtiging aan sogent om over te gaan tot het vaststellen van een definitief onteigeningsbesluit ter realisatie van het regionaal bedrijventerrein R4 Oostakker met betrekking tot volgend onroerend goed: Deel van een perceel gelegen te 9041 Oostakker, Smalle Heerweg 124, met een oppervlakte van 12a08,32ca, kadastraal gekend onder Gent, 17de afdeling, sectie B, perceel 742/M2P0000.