Wijzigingen aan het Algemeen Bouwreglement kaderen in een thematische aanpak. De thematische aanpak laat toe de inzet van mensen en middelen meer te spreiden in de tijd, en het proces op een efficiënte manier te laten lopen met focus op de juiste thematische betrokken diensten, die in belangrijke mate instaan voor de inhoudelijke input.
Voorliggend besluit omvat 2 onderdelen: enerzijds aanpassingen vanuit thema Mobiliteit - fietsparkeren en anderzijds een verplichte aanpassing aan de recent goedgekeurde gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater.
Volgende redenen liggen aan de basis van de wijzigingen met betrekking tot thema Mobiliteit – fietsparkeren:Na de evaluatie en actualisatie van het thema Wonen en Studentenhuisvesting in 2018 werd als volgend thema Mobiliteit en Openbaar Domein naar voor geschoven. Tijdens de uitwerking daarvan bleek de vertaling van de parkeerrichtlijnen naar verordenende voorschriften een moeilijker oefening met bovendien potentieel een zwaardere plan-MER-procedure. Daarom werd beslist om het thema Mobiliteit en Openbaar Domein van elkaar los te koppelen. De gemeenteraad stelde de wijzigingen vanuit het luik Openbaar Domein intussen definitief vast en die worden van kracht voor vergunningsaanvragen vanaf 1 oktober 2023.
Het Bestuursakkoord 2019-2024 stelt dat de parkeerrichtlijnen verder verfijnd moeten worden en ingeschreven moeten worden in het Algemeen Bouwreglement. Bij de concrete uitwerking van die opdracht, bleek echter dat de integrale vertaling van de parkeerrichtlijnen naar verordenende stedenbouwkundige voorschriften vastloopt op enkele fundamentele pijnpunten:
• De parkeerrichtlijnen zijn afgestemd op parkeerzones, de opgelegde of toegestane fiets- en autoparkeerplaatsen variëren naargelang de ligging. Deze parkeerzones stemmen overeen met de huidige parkeertariefzones voor betalend parkeren op openbaar domein die fluctueren doorheen de tijd en waarvan het wenselijk is dat we die flexibel kunnen aanpassen als dat vanuit de beleidsvisie rond parkeren nodig is. We zetten ze als sturend mobiliteitsinstrument in. Een verankering van de richtlijnen mét hun variatie en koppeling aan die zones, betekent een juridische verankering van die zones. De huidige flexibiliteit gaat hiermee verloren. Elke aanpassing van de zonegrenzen en bijvoorbeeld ook een verfijning van de witte zone, impliceert een nieuwe ABR-aanpassing met de daarbij horende procedure.
• Economische activiteiten zoals bedrijvigheid, kleinhandel en kantoren kennen een grote variatie op vlak van mobiliteitsprofiel, personeelsbezetting en dus parkeerbehoefte. Ook binnen een grote bedrijfssite hebben niet alle gebouwen eenzelfde personeelsbezetting en dus parkeerbehoefte. Dit vertaalt zich binnen de parkeerrichtlijnen in een opdeling van de grote categorieën ‘werken’ en ‘commercieel’ in verschillende subtypes van activiteiten met elk eigen fiets- en autoparkeerrichtlijnen per zone. Bij vertaling in een verordening is er nood aan heldere definities en zuivere functiecategorieën. De stedenbouwregelgeving vormt daarbij de basis. Het onderscheid tussen die subtypes is echter stedenbouwkundig niet scherp te definiëren, aangezien het vaak gaat om gebruik en gedrag, eerder dan gebouwen, constructies of stedenbouwkundige functiecategorieën.
De enige onderdelen waarbij deze 2 pijnpunten zich niet stellen, zijn de fietsparkeerrichtlijnen voor wonen en studentenhuisvesting. Daarom stellen we nu voor om enkel die verordenend te maken, waarmee we tegelijk de bestaande voorschriften voor fietsenbergingen bij meergezinswoningen en grootschalige studentenhuisvesting schrappen uit deel 4 en die toevoegen aan het bestaande deel 5 Parkeren. Tegelijk nemen we in dat deel 5 Parkeren een inleidende tekst op die de globale visie weergeeft en de link legt met zowel de autoparkeerrichtlijnen als de fietsparkeerrichtlijnen voor andere functies. Deze blijven dan als beleidsmatig gewenste ontwikkeling vanuit mobiliteit doorwerken in de afweging van de goede ruimtelijke ordening binnen de vergunningverlening.
Tegelijk met de opname van fietsparkeernormen, passen we ook de bestaande artikels over openbare (auto)parkeerplaatsen beperkt aan.
Volgende redenen liggen aan de basis van de wijzigingen met betrekking tot hemelwater en groendaken:
Op 10 februari 2023 keurde de Vlaamse Regering de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 definitief goed. De vorige Vlaamse regels rond opvang van hemelwater hielden onvoldoende rekening met evoluties inzake klimaat, waardoor hevige piekregenval en lange periodes van droogte vaker voorkomen. Bovendien is 16% van Vlaanderen verhard, wat leidt tot een snelle afvoer van water.
De Vlaamse Regering heeft daarom een nieuwe hemelwaterverordening vastgesteld, die de regelgeving van 2013 vervangt.
Vertrekpunt is dat elke druppel telt. Vanuit die redenering volgen volgende verstrengingen:
• de minimale volumes van hemelwaterputten zijn opgetrokken
• een hemelwaterput moet verplicht geplaatst worden bij verbouwing of uitbreiding aan bestaande gebouwen
• het opgevangen hemelwater moet maximaal gebruikt worden voor toepassingen waar geen drinkwaterkwaliteit voor nodig is, waaronder toiletspoeling, kuiswater, wasmachine en buitengebruik
• het buffervolume en de infiltratieoppervlakte van de verplichte infiltratievoorziening wordt vergroot
• het buffervolume voor grote verharde oppervlakten wordt vergroot, wanneer om technische redenen geen infiltratievoorziening kan aangelegd worden
• de mogelijkheid om verplichtingen met betrekking tot hemelwater collectief op te nemen wordt ingevoerd
Deze hemelwaterverordening 2023 treedt in werking op 2 oktober 2023, en is van toepassing op vergunningsaanvragen en meldingen die worden ingediend vanaf die datum.
Artikel 19 van het Besluit van de Vlaamse Regering waarmee die nieuwe gewestelijke verordening werd vastgesteld, verplicht de provincieraden en gemeenteraden om bestaande verordeningen binnen vierentwintig maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit in overeenstemming te brengen met de voorschriften ervan.
In het kader van de in de gemeenteraad van april definitief vastgestelde wijziging mbt thema openbaar domein + integrale herindeling, namen we enkele aanpassingen en verduidelijkingen van de artikels over hemelwater en groendaken mee. Bij de besluitvorming hierover kondigden we al aan dat we deze artikels naar aanleiding van de gewestelijke verordening opnieuw zouden moeten aanpassen. Om de periode tussen inwerkingtreding van de gewestelijke hemelwaterverordening en die van de aanpassing van onze gemeentelijke verordening daaraan, zo kort mogelijk te houden, putten we de termijn van 24 maanden niet uit. In functie van duidelijkheid voor burgers en ontwerpers houden we die periode best zo kort mogelijk.
Hoofdstuk 2 van deel 3 van het Algemeen Bouwreglement van de stad Gent bevat meerdere artikels rond afval- en hemelwater. Voorliggend besluit bevat de aanpassing van die artikels naar aanleiding van de nieuwe gewestelijke verordening.
Net als het huidige algemeen bouwreglement, stellen we de voorliggende wijzigingen in tabelvorm op, waarbij de eerste kolom het verordenend voorschrift bevat en de tweede kolom de toelichting en motivering achter het voorschrift. Op die manier worden de verordenende bepalingen inhoudelijk geduid, overzichtelijk gemaakt en transparant gecommuniceerd.
Belangrijkste inhoudelijke keuzes in voorliggende wijziging:
A. Deel 5 Parkeren
Inleiding
We starten met een nieuwe inleidende tekst die de link maakt tussen het ABR, de deelnota en de ontwerprichtlijnen. Deze tekst is gebaseerd op de doelstelling en de visie uit de Deelnota Parkeerrichtlijnen Fiets en Auto. De link tussen de verschillende teksten is nieuw en moet ook omgekeerd beter verduidelijkt worden, zowel in de deelnota als de ontwerprichtlijnen. Dit doen we om aan te tonen dat wat we opnemen in het ABR slechts een deel is van een groter mobiliteitsverhaal. Zo zijn er nog richtlijnen voor andere functies dan wonen en voor autoparkeerplaatsen, grotendeels gekoppeld aan de parkeertariefzones. Ook voor het inrichten van een fietsenstalling zijn er meer opties voor comfort en toegankelijkheid dan wat is opgenomen in het ABR.
Fietsparkeren
- Definities - Aangezien we een onderscheid maken in de nieuwe tekst van het ABR, nemen we enkele begrippen omtrent het inrichten van fietsparkeerplaatsen op ter verduidelijking: fietsenberging, fietsparkeerplaats en fietsenstalling.
- Aanpassingen in deel 4 Voorschriften bij het bouwen en verbouwen van woningen en studentenhuisvesting
- Nieuw hoofdstuk 2 Fietsparkeernormen
- Hoofdstuk 4 bijlagen en extra informatie
Autoparkeren
Hoofdstuk 2 Parkeerplaatsen wordt hoofdstuk 3 Autoparkeerplaatsen.
- We voegen een verwijzing naar de autoparkeerrichtlijnen toe met een duidelijke vermelding dat de parkeerrichtlijnen voor fiets en auto samen te bekijken zijn met de bovenstaande fietsparkeernormen om een samenhangend ontwerp op te maken.
- We passen de definitie voor openbare parkeerplaatsen aan zodat die helder is.
- Artikel 5.2 Openbare parkeerplaatsen gelegen binnen de R40/N430: de vermelding '(R40/N430 niet inbegrepen)' leidt tot verwarring, we stellen voor de ‘niet’ te schrappen. Zo is duidelijk dat parkings die rechtstreeks op de R40/N430 ontsloten worden en aan de binnenkant van de ring liggen, ook gevat worden door dit artikel. Openbare parkings buiten de ring, niet. Dit vermelden we ook expliciet in de toelichtende kolom.
- We schrappen artikel 5.3 parkeerplaatsen binnen de P-route: we gebruiken de P-route al lang niet meer en bovendien is dit artikel inhoudelijk niet afgestemd op het circulatieplan en de autoparkeerrichtlijnen.
De motivatienota die deel is van dit besluit bevat de inhoudelijke onderbouwing van alle aanpassingen en maakt ook de vergelijking met de parkeerrichtlijnen. Daar waar de omzetting in verordenende voorschriften tegelijk een inhoudelijke wijziging is ten opzichte van de parkeerrichtlijnen, motiveren we dat ook expliciet in die nota. Het is de bedoeling ook de parkeerrichtlijnen zelf op analoge wijze te actualiseren, dat is echter geen deel van het ABR en volgt dus een apart, parallel traject.
B. Deel 3 Klimaatmaatregelen en bouwkundige ingrepen om milieuhinder te beperken
Aanpassing artikel 3.2 Beperken van verhardingen
De definitie van waterdoorlatende verharding is aangepast in de nieuwe gewestelijke hemelwaterverordening van 2023, die aanpassing voeren we dus ook in de toelichting bij artikel 3.2 door. Daarnaast voegen we in die toelichting ook toe dat verharding in dit artikel slaat op het kunstmatig afdekken van de bodem op maaiveldniveau. Dit artikel slaat dus niet op gebouwen of andere overdekte constructies. De woorden ‘strikt noodzakelijk’ schrappen we, ze voegen niets wezenlijks toe aan wat ervoor staat en houden een risico in dat alle verhardingen onmogelijk gemaakt worden – zelfs als ze waterdoorlatend zouden zijn - wegens niet strikt noodzakelijk (vb terrassen, tuinpaden, parkeerplaatsen, …).
Schrappen artikel 3.7 Aanvulling op de gewestelijke hemelwaterverordening
De nieuwe gewestelijke verordening hemelwater houdt belangrijke verstrengingen in. Ook verbouwingen zijn nu gevat, net zoals dat in het Gentse ABR al vele jaren het geval is.
Doordat huidig artikel 3.7 enkele inhoudelijke bepalingen uit de oude gewestelijke verordening overnam, is het niet langer in overeenstemming met de nieuwe hemelwaterverordening en moet het vanaf 2 oktober buiten toepassing gelaten worden.
Omdat de verplichte hemelwaterput nu goed en uitgebreid geregeld is in de gewestelijke verordening van 2023, is deze Gentse aanvulling niet langer nodig en schrappen we dit artikel zonder meer.
Aanpassing artikel 3.8 Groendaken
- Ook dit artikel passen we aan naar aanleiding van de nieuwe gewestelijke hemelwaterverordening van 2023. Er is geen samenhang meer met artikel 3.7 nu de verplichtingen rond hemelwaterputten afdoende geregeld zijn in de gewestelijke hemelwaterverordening. Inhoudelijk behouden we de groendakverplichting voor platte daken die niet ingezet worden voor opvang en hergebruik van hemelwater, net als vandaag. We maken daarbij onderscheid tussen woongebouwen en niet-woongebouwen omwille van het grote verschil in hergebruikmogelijkheden en het onderscheid dat de gewestelijke verordening maakt. Omdat te grote hemelwaterputten zonder voldoende hergebruiksmogelijkheden niet zinvol zijn, behouden we de koppeling van de groendakverplichting aan het aangetoond nuttig gebruik van hemelwater. Op die manier stimuleren we hergebruik én zetten we daken die niet nuttig zijn voor opvang met hergebruik in voor andere klimaatambities zoals het milderen van het hitte-eilandeffect en inzet voor hernieuwbare energie. Ook de toelichting vullen we waar nodig aan als verduidelijking naar aanleiding van de nieuwe bepalingen uit de gewestelijke verordening. Voor de leesbaarheid laten we geschrapte tekst weg uit de toelichting.
- De ondergrens van 40m² is in de nieuwe gewestelijke verordening verlaten en we laten die dus ook vallen in dit artikel. We voegen wel een ondergrens van 6m² toe voor de groendakplicht zodat heel kleine daken niet gevat worden. Deze ondergrens stemt overeen met de minimumoppervlakte groendak om in aanmerking te komen voor een stedelijke subsidie.
- De uitzonderingsbepalingen voor de groendakverplichting zoals opgenomen in de wijziging die de gemeenteraad definitief vaststelde in april 2023, behouden we integraal. We passen enkel hier en daar de tekst aan naar aanleiding van de schrapping van artikel 3.7 en de aanpassing aan de gewestelijke verordening.
Aanpassing artikel 3.12 Bijlagen en extra informatie
- We voegen een verwijzing naar artikel 3.9 (verplichte afvalberging) toe bij de verplichte nota ‘geluids- en geurhinder’ voor aanvragen van een omgevingsvergunning voor horeca – door een vergetelheid was dit nog niet meegenomen met de goedkeuring van dat artikel zelf.
- We schrappen de verwijzingen naar het hemelwaterformulier en artikel 3.7. en vervangen dit door een groendakformulier bij vergunningsaanvragen met een andere functie dan wonen. Een aanvrager kan het nuttig gebruik motiveren in zijn aanvraag. We zullen een groendakformulier ter beschikking stellen waarvan gebruik kan worden gemaakt. Dat wordt een informatieve bijlage bij het ABR, geen verordenend stuk.
Het bij dit besluit gevoegde ontwerp van aanpassing met betrekking tot Deel 3 van het ABR, bevat per artikel ook wat extra motivatie cursief onder de tabel met links het verordenend voorschrift en rechts de toelichtende kolom. Voor dit deel is er dus geen aparte motivatienota.
Procedureel
Voorafgaand aan de eigenlijke procedure tot goedkeuring van deze wijzigingen aan de verordening, moeten de ontwerpvoorschriften onderworpen worden aan een plan-MER-screening. Parallel met de adviesronde over de plan-MER-screening en in afwachting van de beslissing van team MER hierover, kan de procedure van de verordening al worden opgestart. De plan-MER-screening wordt samen met het ontwerp van wijziging aan een openbaar onderzoek onderworpen en verplicht voor advies overgemaakt aan het departement Omgeving, de deputatie en aan de Gecoro.
Het openbaar onderzoek houdt volgende onderdelen in:
Na afloop van de adviesronde en het openbaar onderzoek en na verwerking van de adviezen en eventuele bezwaren, leggen we het definitief ontwerp voor aan de gemeenteraad om definitief te worden vastgesteld.
Huidig ABR, zoals laatst goedgekeurd op de gemeenteraad van 24 april 2023. Dit is de meest recente versie van het Algemeen Bouwreglement die van toepassing wordt op vergunningsaanvragen vanaf 1 oktober 2023.
Zie reglementenpagina op de website van de stad Gent: https://stad.gent/nl/reglementen/algemeen-bouwreglement
Keurt het ontwerp van gewijzigde en nieuwe artikels van het algemeen bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, zoals opgenomen in de bijlagen bij dit besluit en met inbegrip van de toelichting erbij, goed.
Geeft opdracht om deze ontwerpteksten aan een plan-MER-screening te onderwerpen en daarvoor de nodige procedurestappen te zetten.
Legt het ontwerp van stedenbouwkundige verordening samen met de plan-MER-screening ter advies voor aan het departement, de deputatie en aan de GECORO en onderwerpt het aan een openbaar onderzoek van 30 dagen.