Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Purmix BVBA met als contactadres Booiebos 8, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2023091650) ingediend bij de deputatie op 18 januari 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van een inrichting voor de opslag, de productie, de behandeling, de aankoop, de verkoop, … van polyurethaan (IIOA) (+naamswijziging)
• Adres: Booiebos 8, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie D nr. 818F
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 15 mei 2024.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 15 mei 2024.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 20 juni 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het veranderen van een inrichting voor de opslag, de productie, de behandeling, de aankoop, de verkoop, … van polyurethaan (IIOA).
Purmix ontwikkeld en verdeelt isolatieproducten op maat, waarbij een focus bestaat op spray-producten. Naast het onderzoeken van nieuwe stoffen om isolatie in woningen vorm te geven, worden ook kwaliteitstesten gedaan op de site. De productie die ter plaatse gebeurd zijn mengprocessen waarbij grondstoffen worden gecombineerd tot een nieuw product die op de werven zal gebruikt worden om isolatie aan te brengen.
Op 17 augustus 2017 werd er door het College van Burgemeester en Schepenen een klasse 2 vergunning afgeleverd voor onbepaalde duur. Met voorliggende aanvraag beoogt de exploitant een verandering van de vergunning door wijziging en uitbreiding. De aangevraagde veranderingen betreffen hoofdzakelijk wijzigingen in de opslaghoeveelheden. Ten gevolge van de aangevraagde wijzigingen wordt de inrichting ingedeeld als een klasse 1 bedrijf.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.4.2° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 50.000 l tot en met 5.000.000 l | Opslag van brandbare vloeistoffen zonder gevarensymbool en met een vlampunt van <250°C, in verplaatsbare recipiënten | klasse 2 | Nieuw | 78350 liter |
7.1.2° | productie of behandeling van organische of anorganische chemicaliën (menging met een jaarcapaciteit van meer dan 1 000 ton tot en met 10 000 ton) | Het mengen van chemische producten | klasse 2 | Nieuw | 10000 ton/jaar |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Actualiseren van de te vergunnen vermogens (elektrisch vermogen in plaats van koelvermogen), inclusief toevoegen van koelinstallatie | klasse 3 | Verandering | -68,09 kW |
17.1.2.2.3° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 10000 liter | Opslag van gassen onder druk (Solstice HFO) in een bovengrondse opslagtank | klasse 1 | Nieuw | 35000 liter |
17.3.2.1.2.1° | overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton | Opslag van ontvlambare vloeistoffen (Polycat 8) in verplaatsbare recipiënten | klasse 3 | Nieuw | 2 ton |
17.3.4.2°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Bijkomende opslag van bijtende vloeistoffen | klasse 2 | Verandering | 59,476 ton |
17.3.5.1°a) | giftige vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 10 kg tot en met 2 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Verminderde opslag van giftige vloeistoffen | klasse 3 | Verandering | -2000 kg |
17.3.6.3° | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering met gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | Bijkomende opslag van schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen | klasse 1 | Verandering | 123,056 ton |
17.3.7.3° | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton | Bijkomende opslag van op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen | klasse 1 | Verandering | 21,596 ton |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
17.3.8.2° | Voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 | 53 ton
17.4. | Opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg | 500 liter
24.2. | Geïntegreerde, kleine laboratoria gericht op de interne controle van de eigen productieprocessen of de eigen waterzuiveringsinstallatie, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | 1 labo
Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:
16.3.1.1° | Koelinstallaties voor het bewaren van producten, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties | 5,6 kW
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Milieuvergunningen
Op 17/08/2017 werd door het College van Burgemeester en Schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een bedrijf voor opslag, productie, behandeling, aankoop, verkoop,... van poly-urethaan toepassingen in het algemeen en het bouwbedrijf in het bijzonder. (15001/E/1)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 23 mei 2024 tot en met 21 juni 2024.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
6. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
CONCLUSIE
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een inrichting voor de opslag, de productie, de behandeling, de aankoop, de verkoop, … van polyurethaan (IIOA) (+naamswijziging) van Purmix bvba, gelegen te Booiebos 8, 9031 Gent.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.