Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
FRAX BVBA met als contactadres Kruisstraat 153, 9090 Melle heeft een aanvraag (OMV_2023167383) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 4 april 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het aanleggen van betonverharding, het uitbreiden van de wadi's en het uitbreiden van een was- en tankplaats inclusief het veranderen van de bestaande IIOA
• Adres: Evenstuk 7, 9042 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie A nr. 303F
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 29 april 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 12 juni 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.
Het betreft de aanleg van een betonverharding en de verandering van de was- en tankplaats alsook de verandering van de vergunning voor het exploiteren van een transportfirma (OMV_2019122477).
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag situeert zich in het industriële landschap van de haven van Gent. Het koppelingsgebied Desteldonk Noord vormt het overgangsgebied tussen de woonkern van Desteldonk in het zuiden en het noordelijk gelegen zeehavenondersteunend regionaal bedrijventerrein Moervaart Zuid. Het is een langgerekte strook met een breedte van 250m. De R4 - oost vormt de westelijke grens van het gebied en de Keurestraat met de open landbouwgebieden richting Lochristi en Wachtebeke de oostelijke grens. Momenteel is er nog vrij veel landbouwactiviteit aanwezig aan de oostelijke zijde, richten noordwest is de havenactiviteit zich volledig aan het ontwikkelen.
Deze aanvraag betreft het aanleggen van betonverharding op het perceel in functie van een transportfirma voor nationaal en internationaal goederenvervoer. Het terrein is nu aangelegd in steenpuinverharding, die in voorgaande aanvragen ook niet aanzien wordt als waterdoorlatende verharding. Ook zal de zone die nu reeds dient als tankplaats overdekt en uitgebreid worden zodat er aanvullend ruimte is die kan dienen als wasplaats voor vrachtwagens.
Ook omvatte een eerdere aanvraag verschillende wadi’s. Deze zullen uitgebreid en verbonden worden. Het water vanop het terrein zal hier rechtstreeks en via centrale afvoergoten in afwateren. De wadi aan de linkerzijde, aan de zijde van de al bestaande gracht zal breder worden gemaakt om zo meer buffer/infiltratie mogelijk te maken.
Er werd reeds een aanvraag ingediend op de site bij het college van burgemeester en schepenen op 19 juli 2023 met ref. OMV_2023058867. Deze aanvraag werd geweigerd op 12 oktober 2023. De verharding is noodzakelijk zowel voor het stallen van de trailers als de opslag van lege containers. Op basis van deze weigering werd in overleg gegaan. In dit overleg is duidelijk gemaakt dat huidige maatvoering en oppervlakte noodzakelijk is voor het functioneren van de bedrijfsvoering. Vrachtwagens moeten de trailers veilig kunnen stallen met 1 draaibeweging. Bovendien is het ook noodzakelijk dat de trailers achteraan nog bereikbaar zijn. Daarom kunnen deze niet tot de grens van de verharding en de infiltratievoorziening geplaatst worden.
Met deze aanvraag wil men de verharding op het betreffende perceel in ander materiaal voorzien in functie van het comfortabel parkeren en manoeuvreren voor vrachtwagens doorheen het jaar. In de winter is de site een natte modderpoel en in de zomer is de site een droog terrein waar veel stof gecreëerd wordt. In totaal wordt een oppervlakte van 13.000 m² verhard met betonverharding. Samen met de reeds vergunde verharding van 180m² aan de bestaande loods komt het totaal van de verhardingen op het terrein op 13.180m².
De uitbreiding van de loods heeft volgende afmetingen: 24,00m breed 15,20m lang en 7,00m hoog. Het materiaalgebruik is gelijk aan de reeds vergunde loods.
De al vergunde wadi’s worden doorgetrokken rondom het terrein met dezelfde breedte, alle wadi’s zijn zo met elkaar verbonden. De wadi aan de rechterzijde zal breder worden voorzien omdat de centrale al vergunde wadi komt te vervallen. Deze zal vervangen worden door afvoergoten die het water via een KWS afscheider naar de wadi rechts zullen leiden. Het water loopt via het oppervlak af in de wadi’s. De overloop naar de open gracht op de perceelsgrens voorzien we met een knijpleiding diameter 110 om een vertraagde afvoer te bekomen.
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
Het betreft de verandering van een transportbedrijf.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.1°b) | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | vermindering van het lozingsdebiet met 2,67 m³/uur (omwille van overdekken was-/tankplaats) | klasse 2 | Verandering | -2,67 m³/uur |
6.5.1° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | interne verplaatsing brandstofverdeelinstallatie | klasse 3 | Verandering | 0 verdeelslang |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | herindeling zone stalplaatsen bedrijfsvoertuigen | klasse 2 | Verandering | 0 voertuigen |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | bovengrondse houder van 55 000 l ipv ondergrondse houder van 40 000 l --> vermeerdering met de opslag van 15 000 l diesel (12,495 ton) | klasse 2 | Verandering | 12,495 ton |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
6.4.1° | opslag van 2.500 l motorolie en 2.500 l afvalolie in bovengrondse tanks | 5000 liter
15.2. | werkplaats voor eigen bedrijfsvoertuigen met 3 schouwputten | 3 schouwputten
15.4.1° | het wassen van ca. 10 voertuigen per dag (eigen bedrijfsvoertuigen) | 10 voertuigen/dag
16.3.2°a) | 2 compressoren (2 x 10 kW) | 20 kW
17.3.2.1.2.1° | opslag van 200 l ruitensproeiervloeistof in een vat | 0,184 ton
17.3.4.1°a) | opslag van 2 x 200 l wasproduct voor het wassen van voertuigen | 0,484 ton
17.3.6.1°a) | opslag van:
- 200 l ruitensproeiervloeistof
- 200 l antivries | 0,414 ton
17.3.7.1°a) | opslag van 200 l antivries | 0,23 ton
17.4. | opslag van diverse gevaarlijke vloeistoffen in kleine verpakkingen | 200 liter
29.5.2.1°a) | machines voor mechanisch behandelen van metalen | 5 kW
29.5.5.1°a) | ontvettingsbad voor metalen | 60 liter
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
- Op 12/12/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een opslagloods met bijhorende burelen, het rooien van bomen en de exploitatie van een internationale transport- en expeditiefirma (OMV_2019014377).
- Op 10/09/2020 werd door de deputatie een vergunning voorwaardelijk afgeleverd voor het bouwen van een loods en het exploiteren van een transportfirma voor nationaal en internationaal goederenvervoer. (OMV_2019122477)
- Op 20/12/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor een uitbreiding van de terreinverharding (OMV_2018115629).
- Op 24/08/2021 werd een melding wegens ongegrond/niet rechtsgeldig niet afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling – plaatsen van 5 regenwaterputten van 10.000l (OMV_2021071434)
- Op 23/02/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het aanleggen van grindverharding na ontbossing (OMV_2022142701)
- Op 12/10/2023 werd door het college van burgemeester en schepenen de vergunning geweigerd voor de aanleg van een betonverharding en de verandering van de was- en tankplaats alsook de verandering van de vergunning voor het exploiteren van een transportfirma (omv_2019122477). (OMV_2023058867)
Stedenbouwkundige vergunning
- Op 19/07/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het afwerken van het industrieterrein moervaart-zuid. (2005/50231)
- Op 14/04/2017 werd een vergunning afgeleverd voor het vervangen van draden en versterking van de masten van de bestaande hoogspanningslijn mercator tot horta tussen Kruibeke en Zomergem. (2016/01209)
- Op 31/08/2017 werd een vergunning afgeleverd voor de ontbossing en het bouwen van een loods. (2017/01108 Dig)
3. WIJZIGINGSAANVRAAG
Op 16 mei 2024 werd een wijzigingsverzoek ingediend op vraag van Fluxys. Op 23 mei 2024 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard.
BEOORDELING AANVRAAG
4. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
4.1. FLUXYS
EERSTE ADVIES
Ongunstig advies van Fluxys NV afgeleverd op 15 mei 2024 onder ref. TPW-OL-2024047061:
Onze onderneming beschikt over diverse ondergrondse en bovengrondse installaties in de omgeving van de projectzone waaronder een in dienst zijnde aardgasleiding die onder het bestaand fietspad ten zuiden van het betrokken perceel loopt. Bovendien werd onlangs een bijkomende leiding aangelegd en in dienst gesteld parallel met de bestaande.
Wij stellen vast dat deze niet werd weergegeven op de betrokken plannen.
Bovendien plannen wij in de toekomst de aanleg van een bijkomende leiding in deze zone.
Wij verzoeken u al onze installaties in te tekenen op uw ontwerpplannen zodat wij een correct advies kunnen afleveren.
In afwachting hiervan zijn wij genoodzaakt een negatief advies af te leveren
TWEEDE ADVIES (na wijzigingslus)
Voorwaardelijk gunstig advies van Fluxys NV afgeleverd op 3 juni 2024 met kenmerk TPW-OL-2024056887: (zie omgevingsloket)
Fluxys Belgium bezit diverse ondergrondse en bovengrondse installaties in de omgeving van de projectzone waaronder een in dienst zijnde aardgasleiding die onder het bestaand fietspad ten zuiden van het betrokken perceel loopt. Bovendien werd onlangs een bijkomende leiding aangelegd en in dienst gesteld in de zone tussen de perceelgrens en het fietspad.
Wij noteren dat het gaat om de aanvraag omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de was- en tankplaats van Frax BV aan Evenstuk 4 te Gent.
Onze onderneming kan een gunstig advies verlenen, mits het respecteren van onderstaande voorwaarden:
- Ten allen tijden dienen zowel de specifieke voorwaarden en veiligheidsmaatregelen op onderstaande pagina's te worden nageleefd in het kader van uw aanvraag.
4.2. BRANDWEER
EERSTE ADVIES
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 15 mei 2024 onder ref. 059744-003/PVH/2023:
Besluit: VOORWAARDELIJK GUNSTIG, mits te voldoen aan de vermelde maatregelen en reglementeringen.
Bijzondere aandachtspunten:
Bereikbaarheid te realiseren overeenkomstig het inplantingsplan en dit advies Compartimentswand tussen het bestaande en nieuwe gedeelte (R)EI 120 uit te voeren Uitrusting te voorzien overeenkomstig dit advies, o.a.: - Minimaal 1 bluseenheid per 150 m² - Hydranten aan de 2 tegenovergestelde gevels - Automatische detectie van het type totale bewaking
TWEEDE ADVIES
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 23 mei 2024 onder ref.: 059744-004/PVH/2024
Het advies 059744-003/PVH/2023 dd. 15/05/2024 blijft behouden.
4.3. POLDER MOERVAART EN ZUIDLDE
Geen tijdig advies van Polder Moervaart en Zuidlede. De adviesvraag is verstuurd op 29 april 2024. Op 11 juni 2024 is nog géén advies ontvangen. Omdat de decretaal omschreven adviestermijn verstreken is, kan aan de adviesvereiste voorbij gegaan worden.
4.4. NORTH SEA PORT
Voorwaardelijk gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 23 mei 2024 onder ref: 2024-101
De vergunningsaanvraag heeft betrekking op concessieterrein.
De werken kunnen gunstig onder voorwaarden geadviseerd worden.
Door de vergunningverlenende overheid werd in vergunning (met ref. OMV_2022015743 dd. 09/06/2022) een wijziging doorgevoerd. Vanuit North Sea Port werden aangeleverde documenten omtrent PFAS doorgenomen. Hierbij werd specifiek aandacht gevestigd op de studie: “Studie verwijdering PFAS (versie 20240325)”. North Sea Port hecht groot belang aan de gerichte aanpak van deze problematiek. Zoals in het besluit wordt meegenomen worden gestelde grenzen (behalen lozingsnormen) behaald door de ingepaste technieken.
Vanuit North Sea Port worden de onderstaande voorwaarden gesteld:
- Verder onderzoek omtrent dit onderwerp en locatie te verstrekken aan North Sea Port
- Aanpassingen aan ingezette BBT’s en de reden ter implementatie te delen met North Sea Port
Verder geven wij graag nog onderstaande kennisgeving mee:
“North Sea Port verleent dit advies binnen het kader van duurzame ontwikkeling van het havengebied en omgeving. Hieronder wordt onder meer verstaan het beoordelen en begeleiden van (ontwikkelings)projecten binnen de strategische visie van North Sea Port, waarbij rekening wordt gehouden met ruimtelijke ordening, economische groei en sociale- en juridische aspecten. Dit schrijven is niet bedoeld als milieutechnisch advies. Elke interpretatie als dusdanig behoort nadrukkelijk niet tot dit advies.”
4.5. ELIA
Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Elia Asset afgeleverd op 27 mei 2024 onder ref.: 302075-CVE:
Naar aanleiding van deze aanvraag, kunnen wij meedelen dat voor alle activiteiten nabij bovengrondse hoogspanningslijnen wettelijke horizontale en verticale veiligheidsafstanden gelden.
• In een zone van 0 tot 50 meter langs beide zijden van deze hoogspanningslijnen geeft Elia steeds een gedetailleerd advies met te respecteren hoogtebeperkingen.
• In de zone van 50 tot 100 meter langs beide zijden van deze hoogspanningslijnen zijn er geen specifieke hoogtebeperkingen tenzij u werken uitvoert met werfkranen, betonpompen, hoogtewerkers of andere hijstoestellen waarvan sommige delen (vb. giek van de kraan) toch binnen de zone van 0 tot 50 meter zouden kunnen binnendringen.
Na situering van uw activiteit hebben wij vastgesteld dat deze voorzien is in de zone van 0 tot 50 meter t.o.v. de hoogspanningslijn. Hieronder vindt u ons advies.
Wij verklaren in principe geen bezwaar te hebben tegen de bovenvermelde werken voor zover rekening gehouden wordt met de bepalingen en veiligheidsvoorschriften die u in bijgevoegd advies van 17 januari 2023 met ref 124043-KVR kunt vinden. (zie integraal advies op het omgevingsloket)
De opdrachtgever wordt geacht deze richtlijnen mee te delen aan iedereen die in zijn (directe of indirecte) opdracht werken uitvoert.
U kan deze vinden via onderstaande link:
https://eliagroup.sharepoint.com/%3Ab%3A/s/Contact/EVQiZh41AQ9HndCh4xH0wdwB0ssdFHUApZttxcJIOIx8ag
https://eliagroup.sharepoint.com/%3Ab%3A/s/Contact/EW5b44pTkBtFvorDUONjHW4BXw6L_1hp0E6X1A4qhqLFdg
4.6. VMM
Voorwaardelijk gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 23 mei 2024 onder ref. KAGA/BG/TD/114632/51219, zie 9.Omgevingstoets.
5. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
5.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
5.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
5.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg (havenweg).
5.5. Archeologienota
De aanvraag ligt in een gebied waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt.
6. WATERPARAGRAAF
6.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het terrein is momenteel bebouwd.
6.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst:
Gescheiden stelsel
De bouwheer voorziet een privaat gescheiden afvoerstel van afval- en hemelwater.
Alle verharding (parkeerplaatsen vrachtwagens) moet (via een KWS-afscheider met coalescentiefilter) aangesloten worden op de infiltratievoorziening(en), evenals de overloop van de hemelwaterputten.
De infiltratievoorziening kan een overloop hebben naar het openbaar rioleringsstelsel (gracht). Deze overloop moet hoog genoeg geplaatst worden zodat maximaal geïnfiltreerd kan worden (voor meer informatie zie : https://www.vlario.be/infiltratiesystemen/richtlijnen-bovengrondse-infiltratie/).
Verharding
Het terrein mag enkel verhard worden waar noodzakelijk.
Op basis van de plannen kan de verharding aansluitend aan de infiltratiekommen/gracht verminderd worden zodat een kwalitatieve waterpartij kan ontwikkeld worden met zachte hellingen.
De parkeerplaatsen voor personenwagens moeten waterdoorlatend zijn. Per 5 parkeerplaatsen moet een boom voorzien worden. Waarom is heel de zone rond de parkings aan de inrit verhard. Zijn deze parkings wel noodzakelijk?
Daarom wordt voorgesteld om het plan als volgt aan te passen:
Alle verharding ook de bestaand verharding moet aangesloten worden op de infiltratievoorzieningen.
De waterdoorlatende verharding dient uitgevoerd te worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad dient minder dan 2% te bedragen. Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.
Dit wordt opgenomen als een bijzondere voorwaarde.
Hemelwaterput
De bestaande dakoppervlakte (864 m²) wordt uitgebreid met 365 m², totaal 1095 m².
De bestaande dakoppervlakte was reeds aangesloten op 5 x 20 m³ hemelwaterputten (totaal 100 m³). Er worden geen hemelwaterputten meer bijgeplaatst, dit is conform de GSVH.
Het hemelwater moet hergebruikt worden via een pompsysteem, dit is niet op de plannen af te lezen.
Het hemelwater wordt hergebruikt voor de wasplaats, enkele dienstkranen onderhoud en het aanwezige sanitair. Het dossier bevat een berekening van het nuttig hergebruik. Nagenoeg de gehele dakoppervlakte kan gecompenseerd worden bij regelmatig gebruik van de wasplaats. Er dient geen groendak voorzien te worden (ABR).
Infiltratievoorziening
De infiltratievoorziening is bovengronds (type: infiltratiekom, gracht). De verharding die dient aangesloten bedraagt volgens het aanvraagdossier ca 13 160 m². De voorzieningen dienen een totale inhoud te hebben van 329 m³ liter en een oppervlakte van 526,4 m². Volgens het aanvraagdossier kan hier aan voldaan worden.
Aan de buitenzijde van de verharding worden infiltratiekommen aangelegd (ondiepe zone van 30 cm). Het water loopt via het oppervlak af in deze voorzieningen. Voor de functionaliteit en overrijdbaarheid van het terrein zijn de originele wadi’s centraal op het terrein vervangen door een afvoergoot. Deze afvoergoot loopt via een KWS afscheider over in de grote infiltratiegracht aan de rechterzijde van het perceel. Om alle infiltratiekommen, de goot en de overloop van de hemelwaterputten te kunnen laten overlopen is deze infiltratiegracht dieper genomen dan de 50 cm vooropgesteld door de GSVH (75cm). Op basis van de toegevoegde gegevens aan het dossier blijkt dat de infiltratiegracht hoger voorzien wordt dan de beschikbare meetgegevens over de grondwaterstand en de grond goed infiltreerbaar is.
Er kan voldaan worden aan de GSV en het ABR indien bovenstaande maatregelen worden toegepast.
Voor de praktische toepassing van de regelgeving wordt verwezen naar het Technisch achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater (CIW-rapport, 2023).
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Indien de maatregelen uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater worden toegepast, wordt er geen significant effect op het overstromingsregime verwacht.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het perceel ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede. Er werd advies gevraagd aan de waterbeheerder.
De afstandsregels tot waterlopen zoals voorzien in het Waterwetboek en de wet onbevaarbare waterlopen worden gerespecteerd.
Waterkwaliteit
De lozing van het afval is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
6.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
INPLANTING VOLUME
De uitbreiding in het verlengde van de bestaande loods is naar inplanting, volume en materiaalgebruik ruimtelijk inpasbaar binnen de onmiddellijke omgeving van het havenlandschap.
Om onderhoud van de wadi’s mogelijk te maken zal op het terrein niets gestald of gestockeerd worden dichter dan 5m van de wadi’s. Bovendien is deze zone ook noodzakelijk om de toegankelijkheid van de trailers mogelijk te maken. Het is noodzakelijk dat chauffeurs hun trailer na het stallen achteraan het voertuig nog kunnen betreden op een veilige manier. Daarom dat noodzakelijk is om voldoende verharding op het terrein te voorzien. Dit in functie van draaicirkels eigen aan de bedrijfsvoering en ruimte nodig voor onderhoud.
Linksvoor zal eveneens ruimte voorzien worden voor het stockeren van zeecontainers afkomstig van externe bedrijven. Frax heeft momenteel een contract lopen met o.a. Volvo voor tijdelijke opslag van hun lege zeecontainers. nodig. Eveneens hiervoor kan de motivatie aangehouden worden dat voldoende verharding nodig is voor de bedrijfsvoering.
MOBILITEIT
In de vergunningen uit 2018 werden de 13 autoparkeerplaatsen goedgekeurd, samen met 9 fietsenstallingsplaatsen. In de vergunning uit 2019 werd een kleinere loods geplaats van 864 m², waardoor men in feite te veel parkeerplaatsen had (max 8). De parkeerzone met 13 plaatsen bleef echter bestaan.
Nu wil men de loods uitbreiden met 372 m² bvo, en het terrein waarop de vrachtwagens moeten manoeuvreren (nu een grintverharding) een betonverharding geven (13.154 m²) om de omgeving minder stoffig in de zomer en modderig in de natte periodes te maken. In de nota wordt expliciet vermeld dat men over voldoende parkeerplaatsen en fietsenstallingen beschikt, aangezien het aantal werknemers niet wijzigt. De totale oppervlakte van de loodsen zal dan 1236 m² bvo bedragen, wat overeenkomt met 5 à 11 autoparkeerplaatsen en minimaal 8 fietsenstallingsplaatsen. Er zijn dus voldoende plaatsen aanwezig, en deze mogen bewaard blijven.
Het bedrijf heeft een 10-tal werknemers, en qua vrachtwagens 5 trekkers met 100 opleggers, die op het eigen terrein gestald worden. Gemiddeld zijn er 60 à 70 vervoersbewegingen per dag. Uitzonderlijk kan dit oplopen tot 100 à 150 bewegingen per dag. Aangezien men zich in het Havengebied bevindt, geeft dit geen problemen.
De parkeerplaatsen voor personenwagens moeten om veiligheidsreden gebundeld worden recht van de inkom voor het gebouw. Deze moet worden aangelegd in waterdoorlatende grindverharding afgeboord met een haag en voorzien van minimaal 1 hoogstammige boom per 5 parkeerplaatsen.
De parkeerplaatsen links van de oprit wordt geschrapt en aan aangelegd als groenzone.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect afvalwater
Situatieschets
De aanvraag betreft het veranderen van een bestaande en vergunde inrichting.
De inrichting is momenteel vergund voor het lozen van 3,37 m³/uur – 10,35 m³/dag –
1066,8 m³/jaar bedrijfsafvalwater met 2C stoffen op oppervlaktewater bij Besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van Gent dd. 12 maart 2020.
Lozingssituatie
De site is gelegen buiten het zoneringsplan, het bedrijf dient dus zelf in te staan voor de zuivering van het eigen afvalwater.
Er ligt een RWA-riolering die aangesloten is op een gracht, die op zijn beurt uitkomt op de Rodenhuizeloop en zo verder gaat naar de Moervaart.
Bedrijfsafvalwater
Het bedrijf vraagt voor het lozen van bedrijfsafvalwater volgende rubriek aan:
- rubriek 3.4.1.b: het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet één of meer van de in bijlage 2C bij titel II van het Vlarem bedoelde gevaarlijke stoffen bevat (in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria, vermeld in kolom ‘indelingscriteria GS (gevaarlijke stoffen)’ van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van titel II van het Vlarem, met een debiet tot en met 2 m³/uur, wanneer het bedrijfsafvalwater één of meer gevaarlijke stoffen hoger dan voormelde concentraties bevat.
Het debiet van het bedrijfsafvalwater wordt verlaagd naar 0,7 m³/uur – 3,5 m³/dag –
924 m³/jaar en is afkomstig van het wassen van de voertuigen. Het wordt via een KWS-afscheider met coalescentiefilter geloosd op oppervlaktewater.
De tankpiste en wasplaats worden vergroot en overdekt waardoor er geen verontreinigd hemelwater meer ontstaat.
Het bedrijf stelt het volgende met betrekking tot de lozing van bedrijfsafvalwater:
De voertuigen worden ongeveer 2 maal per maand gewassen. Dit komt neer op ca. 10 voertuigen per dag. De bedrijfsvoertuigen worden gewassen met een hogedrukreiniger en shampoo. Rekening houdend met een volume van 0,35 m³ per voertuig betekent dit 3,5 m³/dag. Geëxtrapoleerd naar 22 werkdagen per maand en 52 weken per jaar, betekent dit 924 m³/jaar. Aangenomen dat er max. 2 voertuigen per uur worden gewassen: 0,70 m³/uur.
Het bedrijfsafvalwater is apart bemonsterbaar via een controleput.
Er is 1 lozingspunt naar de openbare riolering in Evenstuk. Op het plan is dit aangeduid als BA. De totaal geloosde afvalwaterstroom bestaat dus uit bedrijfsafvalwater + huishoudelijk afvalwater, met dien verstande dat enkel het bedrijfsafvalwater is ingedeeld. De volledige afvalwaterstroom moet niet beschouwd worden als bedrijfsafvalwater, aangezien het bedrijfsafvalwater apart bemonsterbaar is.
De reeds verleende bijzondere voorwaarden worden opnieuw aangevraagd:
- Ptot : 2 mg/l
- Anion. Det. : 1 mg/l
- Kation.+non-ion.det.: 3 mg/l
Conform het advies van de VMM-Advisering Afvalwater kan gunstig advies gegeven worden voor het lozen van 0,7 m³/uur – 3,5 m³/dag – 924 m³/jaar bedrijfsafvalwater met 2C stoffen via een KWS-afscheider met coalescentiefilter op oppervlaktewater, mits het naleven van de algemene voorwaarden voor lozing van bedrijfsafvalwater op oppervlaktewater.
Conform artikel 48,§2 van het Omgevingsvergunningenbesluit moet een omgevingsvergunning de geactualiseerde vergunningstoestand vermelden.
Voor wat betreft de lozing van afvalwater zijn volgende gecoördineerde bijzondere voorwaarden op dit moment nog van toepassing:
3. Via de controle-inrichting van het bedrijfsafvalwater mag geen huishoudelijk afvalwater, koelwater of hemelwater worden afgevoerd.
4. Bijzondere lozingsnormen:
- P: 2 mg/l
- Anion. Det.: 1 mg/l
- Kation. + non-ion. Det.: 3 mg/l
De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II of bij ontstentenis daarvan tot maximaal 10 maal de rapportagegrens.
5. De detergenten die het bedrijf gebruikt, moeten voldoen aan de Verordening van het Europees Parlement en de Raad (nr. 648/2004) betreffende detergenten. Het bedrijf houdt de overeenstemmende MSDS fiches beschikbaar voor de toezichthoudende overheid.
Aspect bodem en grondwater
De was- en tankplaats worden overdekt. Op deze manier is er geen potentieel verontreinigd hemelwater van deze zone dat zou kunnen afvloeien naar de bodem.
Er wordt een bovengrondse dubbelwandige dieseltank van 55.000 liter geplaatst in plaats van de vergunde ondergrondse tank van 40.000 liter. Het tankcertificaat met prototypekeuring voor de tank van 55.000 liter kon worden voorgelegd. Er dient nog een attest vóór de ingebruikname voorgelegd te worden. Binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit dient het attest vóór de ingebruikname van de dieseltank van 55.000 liter, conform artikel 5.17.4.3.4 van VLAREM II, bezorgd te worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De brandstofverdeelinstallatie wordt op een andere locatie voorzien dan voorheen vergund.
In functie van het comfortabel parkeren en manoeuvreren voor vrachtwagens, wordt deze zone uitgebreid en anders georganiseerd. Het aantal stalplaatsen blijft gelijk. De zone wordt gebruikt voor het stallen van lege zeecontainers als het stallen van trekkers of trailers).
Er wordt een KWS-afscheider geplaatst voor de afvoer van het hemelwater van de verharding waar trailers worden gestald naar de infiltratievoorziening.
Aspect geluid
De inrichting is gelegen in een industriegebied. Tussen de dichtste bewoning en de inrichting is er enige afstand, ook biedt de bedrijfsloods enige afscherming voor een deel van de activiteiten.
Er zullen geen bijkomende transportbewegingen gegenereerd worden als het gevolg van voorliggende aanvraag.
De wasplaats wordt overdekt waardoor de eventuele geluidsemissies naar de omgeving hiervan beperkter zullen zijn dan in de initieel vergunde situatie.
De onderstaande, in de lopende vergunning opgelegde, bijzondere voorwaarden dienen steeds gerespecteerd te worden:
- Het afspuiten van voertuigen is enkel toegestaan tijdens de dagperiode (7u-19u).
- Tijdens de avond - en nachtperiode is het laden en lossen van trailers enkel toegestaan aan de noordelijke zijde van het terrein.
- De exploitant moet een controlemeting laten uitvoeren door een erkende vlarem-geluidsdeskundige, binnen de drie maand na ingebruikname van de inrichting. Indien overschrijding zou blijken wordt onverwijld een volledig akoestisch onderzoek met saneringsplan opgemaakt (bijlage 4.5.2 en 4.5.3 van Vlarem 2).
Volgens het aanvraagdossier worden de opleggers (trailers) die 's avonds en 's nachts geladen worden, gepositioneerd aan de noord(westelijke) zijde van het terrein (grotere afstand tot bewoning). Het afspuiten van voertuigen gebeurt enkel tijdens de dagperiode.
Aangezien de inrichting nog niet volledig in gebruik is genomen, werd nog geen controlemeting uitgevoerd.
Aspect bodem
Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van
14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect energie
Het bedrijf komt in aanmerking voor energiecoaching van de stad Gent. De energiecoach geeft professioneel advies op maat voor zowel renovaties, nieuwbouw of voor een algemene verlaging van het energieverbruik binnen het bedrijf.
Contact en meer info: Energiecoaching@stad.gent of 09 268 23 00 of http://www.stad.gent/energiecoaching. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect brandveiligheid
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 059744-004/PVH/2024 + 059744-003/PVH/2023) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.1°b) | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | vermindering van het lozingsdebiet met 2,67 m³/uur (omwille van overdekken was-/tankplaats) | Verandering | -2,67 m³/uur |
6.5.1° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | interne verplaatsing brandstofverdeelinstallatie | Verandering | 0 verdeelslang |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | herindeling zone stalplaatsen bedrijfsvoertuigen | Verandering | 0 voertuigen |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | bovengrondse houder van 55 000 l ipv ondergrondse houder van 40 000 l --> vermeerdering met de opslag van 15 000 l diesel (12,495 ton) | Verandering | 12,495 ton |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20191008-0045) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.1°b) | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | lozen van max. 0,7 m³/uur - 3,5 m³/dag - 324 m³/jaar bedrijfsafvalwater afkomstig van het wassen van eigen voertuigen via een kws-afscheider en bezinkput in de openbare riolering | klasse 2 | 0,7 m³/uur |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | opslag van 2.500 l motorolie en 2.500 l afvalolie in bovengrondse tanks | klasse 3 | 5000 liter |
6.5.1° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | brandstofverdeelinstallatie met 2 verdeelslangen | klasse 3 | 2 verdeelslangen |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | stallen 105 bedrijfsvoertuigen (100 trailers, 5 trekkers) | klasse 2 | 105 voertuigen |
15.2. | herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | werkplaats voor eigen bedrijfsvoertuigen met 3 schouwputten | vlarebo : A | klasse 3 | 3 schouwputten |
15.4.1° | niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | het wassen van ca. 10 voertuigen per dag (eigen bedrijfsvoertuigen) | klasse 3 | 10 voertuigen/dag |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | 2 compressoren (2 x 10 kW) | klasse 3 | 20 kW |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | bovengrondse dubbelwandige gecompartimenteerde houder voor de opslag van 55 0000 liter diesel (45 000 l + 10 000 liter) | vlarebo : A,A* | klasse 2 | 45,815 ton |
17.3.2.1.2.1° | overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton | opslag van 200 l ruitensproeiervloeistof in een vat | klasse 3 | 0,184 ton |
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | opslag van 2 x 200 l wasproduct voor het wassen van voertuigen | klasse 3 | 0,484 ton |
17.3.6.1°a) | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | opslag van: - 200 l ruitensproeiervloeistof - 200 l antivries | klasse 3 | 0,414 ton |
17.3.7.1°a) | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | opslag van 200 l antivries | klasse 3 | 0,23 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | opslag van diverse gevaarlijke vloeistoffen in kleine verpakkingen | klasse 3 | 200 liter |
29.5.2.1°a) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | machines voor mechanisch behandelen van metalen | vlarebo : O | klasse 3 | 5 kW |
29.5.5.1°a) | oppervlaktebehandeling van metalen door middel van een elektrolytisch of chemisch procédé (van 10 l tot en met 1 000 l) als de inrichting volledig in industriegebied ligt | ontvettingsbad voor metalen | klasse 3 | 60 liter |
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het aanleggen van betonverharding, het uitbreiden van de wadi's en het uitbreiden van een was- en tankplaats inclusief het veranderen van de bestaande IIOA aan FRAX bvba (O.N.:0711762838) gelegen te Evenstuk 7, 9042 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit Frax bvba met inrichtingsnummer 20191008-0045 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.1°b) | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | vermindering van het lozingsdebiet met 2,67 m³/uur (omwille van overdekken was-/tankplaats) | Verandering | -2,67 m³/uur |
6.5.1° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | interne verplaatsing brandstofverdeelinstallatie | Verandering | 0 verdeelslang |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | herindeling zone stalplaatsen bedrijfsvoertuigen | Verandering | 0 voertuigen |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | bovengrondse houder van 55 000 l ipv ondergrondse houder van 40 000 l --> vermeerdering met de opslag van 15 000 l diesel (12,495 ton) | Verandering | 12,495 ton |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20191008-0045) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.4.1°b) | lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | lozen van max. 0,7 m³/uur - 3,5 m³/dag - 324 m³/jaar bedrijfsafvalwater afkomstig van het wassen van eigen voertuigen via een kws-afscheider en bezinkput in de openbare riolering | klasse 2 | 0,7 m³/uur |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | opslag van 2.500 l motorolie en 2.500 l afvalolie in bovengrondse tanks | klasse 3 | 5000 liter |
6.5.1° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | brandstofverdeelinstallatie met 2 verdeelslangen | klasse 3 | 2 verdeelslang |
15.1.2° | al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | stallen 105 bedrijfsvoertuigen (100 trailers, 5 trekkers) | klasse 2 | 105 voertuigen |
15.2. | herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | werkplaats voor eigen bedrijfsvoertuigen met 3 schouwputten | vlarebo : A | klasse 3 | 3 schouwputten |
15.4.1° | niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | het wassen van ca. 10 voertuigen per dag (eigen bedrijfsvoertuigen) | klasse 3 | 10 voertuigen/dag |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | 2 compressoren (2 x 10 kW) | klasse 3 | 20 kW |
17.3.2.1.1.2° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | bovengrondse dubbelwandige gecompartimenteerde houder voor de opslag van 55 0000 liter diesel (45 000 l + 10 000 liter) | vlarebo : A,A* | klasse 2 | 45,815 ton |
17.3.2.1.2.1° | overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton | opslag van 200 l ruitensproeiervloeistof in een vat | klasse 3 | 0,184 ton |
17.3.4.1°a) | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied | opslag van 2 x 200 l wasproduct voor het wassen van voertuigen | klasse 3 | 0,484 ton |
17.3.6.1°a) | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | opslag van: - 200 l ruitensproeiervloeistof - 200 l antivries | klasse 3 | 0,414 ton |
17.3.7.1°a) | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | opslag van 200 l antivries | klasse 3 | 0,23 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | opslag van diverse gevaarlijke vloeistoffen in kleine verpakkingen | klasse 3 | 200 liter |
29.5.2.1°a) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | machines voor mechanisch behandelen van metalen | vlarebo : O | klasse 3 | 5 kW |
29.5.5.1°a) | oppervlaktebehandeling van metalen door middel van een elektrolytisch of chemisch procédé (van 10 l tot en met 1 000 l) als de inrichting volledig in industriegebied ligt | ontvettingsbad voor metalen | klasse 3 | 60 liter |
Legt volgende voorwaarden op:
BIJZONDERE VOORWAARDEN VOOR DE GEPLANDE WERKEN:
Brandweer
De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 23 mei 2024 met kenmerk 059744-003/PVH/2023).
VMM
De voorwaarden opgenomen in het advies van VMM (advies van 23 mei 2024, met kenmerk KAGA/BG/TD/114632/51219) moeten strikt nageleefd worden.
North Sea Port
De voorwaarden opgenomen in het advies van North Sea Port Flanders (advies van 23 mei 2024, met kenmerk 2024-101) moeten strikt nageleefd worden.
Elia
De voorwaarden opgenomen in het advies van ELIA ASSET (advies van 27 mei 2024, met kenmerk 302075-CVE) moeten strikt nageleefd worden.
Fluxys
De voorwaarden opgenomen in het advies van Fluxys NV (advies van 3 juni 2024, met kenmerk TPW-OL-2024056887) moeten strikt nageleefd worden.
Parkeerplaatsen personenwagens
De parkeerplaatsen voor personenwagens moeten om veiligheidsreden gebundeld worden recht van de inkom voor het gebouw. Deze moet worden aangelegd in waterdoorlatende grindverharding afgeboord met een haag en voorzien van minimaal 1 hoogstammige boom per 5 parkeerplaatsen.
De parkeerplaatsen links van de oprit wordt geschrapt en aan aangelegd als groenzone. (zie aanduiding op plan)
Gescheiden stelsel
Het dossier bevat geen rioleringsplan met de hemelwaterafvoer.
Alle verharding (parkeerplaatsen vrachtwagens) moet (via een KWS-afscheider met coalescentiefilter) aangesloten worden op de infiltratievoorziening(en), evenals de overloop van de hemelwaterputten.
De infiltratievoorziening kan een overloop hebben naar het openbaar rioleringsstelsel (gracht). Deze overloop moet hoog genoeg geplaatst worden zodat maximaal geïnfiltreerd kan worden (voor meer informatie zie : https://www.vlario.be/infiltratiesystemen/richtlijnen-bovengrondse-infiltratie/).
Verharding
Alle verharding ook de bestaand verharding moet aangesloten worden op de infiltratievoorzieningen.
De waterdoorlatende verharding dient uitgevoerd te worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad dient minder dan 2% te bedragen. Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.
Hemelwaterput
Het hemelwater moet hergebruikt worden via een pompsysteem.
De hemelwatervoorzieningen dienen opgebouwd en aangesloten te worden conform het Technisch achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater (CIW-rapport, 2024).
BIJZONDERE VOORWAARDEN VOOR DE INGEDEELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT:
1. Binnen een termijn van 3 maanden na datum van dit besluit dient het attest vóór de ingebruikname van de dieseltank van 55.000 liter, conform artikel 5.17.4.3.4 van VLAREM II, bezorgd te worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent) met vermelding van het dossiernummer.
2. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 059744-004/PVH/2024 + 059744-003/PVH/2023) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
Volgende geactualiseerde milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:
1. Via de controle-inrichting van het bedrijfsafvalwater mag geen huishoudelijk afvalwater, koelwater of hemelwater worden afgevoerd.
2. Bijzondere lozingsnormen:
- P: 2 mg/l
- Anion. Det.: 1 mg/l
- Kation. + non-ion. Det.: 3 mg/l
De concentraties in het effluent van de niet-nominatief in de vergunning genoemde parameters welke bedoeld zijn in lijst 2C van VLAREM II, zijn beperkt tot concentraties opgenomen in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van art. 3 van bijlage 2.3.1 van VLAREM II of bij ontstentenis daarvan tot maximaal 10 maal de rapportagegrens.
3. De detergenten die het bedrijf gebruikt, moeten voldoen aan de Verordening van het Europees Parlement en de Raad (nr. 648/2004) betreffende detergenten. Het bedrijf houdt de overeenstemmende MSDS fiches beschikbaar voor de toezichthoudende overheid.
4. Een attest van onderzoek, conform artikel 5.16.3.2§4 van VLAREM II, moet uiterlijk 3 maanden na de opstart van de exploitatie bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent - met vermelding van het dossiernummer).
5. Het attest vóór de ingebruikname van de dieseltank van 55.000 liter dient, conform artikel 5.17.4.3.4 van VLAREM II, voorgelegd te worden. Uiterlijk 3 maanden na de opstart van de exploitatie moet het attest overgemaakt worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent – met vermelding van het dossiernummer).
6. Uiterlijk 3 maanden na de opstart van de exploitatie moet aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent - met vermelding van het dossiernummer) aangetoond worden dat de opslag van alle gevaarlijke producten conform VLAREM II in of op een lekbak/inkuiping gebeurt.
7. Er dienen de nodige maatregelen getroffen te worden om het morsen van vloeibare producten en de verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen.
Om die reden dient steeds absorptiemateriaal voorzien te worden om bij morsen de aangepaste maatregelen te treffen.
8. Het afspuiten van voertuigen is enkel toegestaan tijdens de dagperiode (7u-19u).
9. Tijdens de avond - en nachtperiode is het laden en lossen van trailers enkel toegestaan aan de noordelijke zijde van het terrein.
10. De exploitant moet een controlemeting laten uitvoeren door een erkende vlarem-geluidsdeskundige, binnen de drie maand na ingebruikname van de inrichting. Indien overschrijding zou blijken wordt onverwijld een volledig akoestisch onderzoek met saneringsplan opgemaakt (bijlage 4.5.2 en 4.5.3 van Vlarem 2).
11. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 059744-004/PVH/2024 + 059744-003/PVH/2023) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
Volgende bijzondere voorwaarden wordt bijgesteld:
Gunstig: In afwijking van artikelen 4.2.5.1.1.§1 en 4.2.5.1.1.§2 van VLAREM II volstaat het om voor het bedrijfsafvalwater een controle-inrichting te voorzien waaruit de toezichthoudende overheid ten allen tijde een controleschepstaal kan nemen.
Gunstig: In afwijking van artikel 5.15.0.6.§1 van VLAREM II mag vrachtverkeer 24u/24u en 7 dagen/7 dagen de site oprijden en verlaten.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Bodem
Conform het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (Bodemdecreet) en het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) is een oriënterend onderzoek verplicht om de 20 jaar en bij overdracht, sluiting en faillissement.
Energiecoaching
Het bedrijf komt in aanmerking voor energiecoaching van de stad Gent. De energiecoach geeft professioneel advies op maat voor zowel renovaties, nieuwbouw of voor een algemene verlaging van het energieverbruik binnen het bedrijf.
Contact en meer info: Energiecoaching@stad.gent of 09 268 23 00 of http://www.stad.gent/energiecoaching.
Grondwaterbemaling
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.