Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Urban Waterway Logistics VZW met als contactadres Kippendonkstraat 7, 9850 Deinze heeft een aanvraag (OMV_2024021552) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 1 maart 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het aanleggen van een op-en overslagkade en betonsokkel voor mobiele kraan, het inrichten van 2 parkeerplaatsen, het plaatsen van 2 bureelcontainers en 2 zeecontainers + het exploiteren van een inrichting voor het lossen en opslaan van uiteenlopende bouwmaterialen
• Adres: Wondelgemkaai , 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie S nr. 91C
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 15 maart 2024.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 25 april 2024.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag omvat het aanleggen van een op- en overslagkade, betonsokkel voor mobiele kraan, het inrichten van 2 parkeerplaatsen, het plaatsen van 2 bureelcontainers en 2 zeecontainers + het exploiteren van een inrichting voor het lossen en opslaan van uiteenlopende bouwmaterialen.
De aanvraag situeert zich tussen de Ringvaart en het bedrijf Stora Enso langsheen de Wondelgemkaai. Urban Waterway logistics heeft de intentie om op boven vernoemde locatie een op-en overslagkade aan te leggen. Het terrein is momenteel braakliggend.
Het terrein zal worden gebruikt als overslag hub voor goederen die worden aangevoerd via de waterweg dan wel via de weg om te worden overslagen op duurzame voer- en vaartuigen. Dit past in de samenwerking met De Vlaamse Waterweg in het kader van het project Via Palletto om modal shift te promoten, en ook in de samenwerking met de stad Gent om een neutrale stadhub (City Logistics Hub) te creëren voor stedelijke distributie. Dit staat ook vermeld in de nota van de stad Gent ‘Visie nota water in de stad’.
Vergunningsaanvraag voor:
• Overslag van binnenvaartschepen op het terrein
• Overslag bouwmaterialen in een gesloten verpakking voor overslag op vrachtwagens dan wel op kleine boten voor stedelijke distributie
• Overslag bulk in gesloten of afgedekte containers
• Stockage van kleine hoeveelheden bouwmaterialen (inerte granulaten)
• Uitvoeren van testen in de bovenstaande gevallen in kader van Europese projecten
Tijdens standaardoperaties zullen de Stadslogistiek Hubs de aankomst van de vracht over de binnenvaart synchroniseren met verschillende transportmodi die compatibel zijn met de doelstellingen van de Stad Gent om te focussen op levenskwaliteit en ecologische duurzaamheid.
Wanneer vracht via de binnenwateren in de City Logistics Hub arriveert, is er infrastructuur nodig om de vracht van het binnenschip te laden en op de stedelijke logistieke transportmodi te laden.
De maximale ruimte die zal ingenomen worden op het kanaal is beperkt. Het aanmeren gebeurt in 1 laag in de breedte waardoor er geen stremming kan optreden. De bouwmaterialen in bulk zullen in hoofdzaak inerte granulaten zijn.
Er wordt geopteerd om in deze logistieke flow met gesloten containers te werken om spillage en contaminatie te vermijden.
De stockage van kleine hoeveelheden bouwmaterialen of energieboxen zal eerder beperkt zijn en deze zijn ook verpakt waardoor geen bezoedeling van het regenwater kan ontstaan. Deze kleine hoeveelheden zijn bedoeld om klaargezet te worden voor afhaling per e-van of cargobike om naar de stad te brengen of met de zero emissie urban boat naar het centrum te varen.
Het terrein zal voorzien worden van een betonverharding: voor de circulatie op het terrein enerzijds en anderzijds om in specifieke zones de verschillende bouwmaterialen tijdelijk te kunnen plaatsen. Alle materialen worden getransporteerd en opgeslagen in gesloten verpakkingen of containers. Niet gesloten containers worden afgedekt tegen de regen. Eventuele bouwmaterialen die tijdens de overslag worden opgeslagen zijn inert en kunnen zodoende geen bezoedeling van regenwater veroorzaken.
Het regenwater dat op de betonverharding valt zal opgevangen worden en geïnfiltreerd worden op eigen terrein. Alvorens het regenwater naar de infiltratie geloosd wordt zal er uit voorzorg een koolwaterstoffenafscheider met coalescentiefilter voorzien worden om ervoor te zorgen dat eventuele koolwaterstoffen afkomstig van de banden van het verkeer op het terrein verwijderd worden.
De toegang van het terrein vindt plaats via de Buitenring Wondelgem aan de Oostelijke zijde van het terrein. Dit is aan de voet van de brug over de Ringvaart. Aangezien het terrein lang en smal is, de maximale breedte bedraagt 17,3m, is het voor vrachtverkeer niet mogelijk om zich te keren op het terrein. Men wenst dan ook in deze aanvraag op te nemen om de uitrit van het terrein te behouden aan de Westelijke zijde via de dienstweg van de Vlaamse Waterweg. Dit om een vlotte circulatie op het terrein te creëren. Zo voorkomt men ook dat er extra draaibewegingen, manoeuvres nodig zijn op de openbare weg. Indien het terrein slechts over & in/uitrit zou beschikken zou men achterwaarts op het terrein moeten rijden en zo men zich dus zou moeten keren op de openbare weg.
De aanvraag omvat het plaatsen van 2 bureelcontainers + 2 zeecontainers:
- Afmetingen bureel containers: 6mx2,45mx2,5m. De prefab bureelcontainers worden aan elkaar gekoppeld. Beperkt sanitair wordt in de containers voorzien. Afwerkingskleur: lichtgrijs.
- Afmetingen zeecontainers: 6,06mx2,45mx2,59m. Afwerkingskleur: donkerblauw.
De bestaande beplanting langs de gracht die reeds op het terrein aanwezig is wordt bewaard en aangevuld met nieuw aan te planten bomen en struiken zodat een groenscherm ontstaat naar de Wondelgemkaai toe. Op de bouwvrije strook ter hoogte van de ondergrondse leiding van Fluxys zal dit met lage begroeiing gebeuren.
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
Het betreft de aanvraag van een nieuwe klasse 3 inrichting voor het lossen en opslaan van diverse bouwmaterialen.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.5.1° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | Het betreft het gebruik van 1 verdeelslang om de heftruck te tanken. Het tanken zal binnen gebeuren op een vloeistofdichte vloer. | klasse 3 | Nieuw | 1 verdeelslang |
15.1.1° | stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het gaat over het stallen van een of twee heftrucks, aanhangwagens en vrachtwagens. | klasse 3 | Nieuw | 10 voertuigen |
17.3.2.1.1.1°b) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Om de heftruck(s) van brandstof te voorzien zal de exploitant een bovengrondse dubbelwandige stookolietank plaatsen met een inhoud van 1.200 liter (1 ton). De tank zal binnen worden geplaatst, in een container en uitgerust zijn met een lekdetectiesysteem en een overvulbeveiliging. De tank zal de wettelijke keuringen ondergaan. | klasse 3 | Nieuw | 1 ton |
48.1.2. | opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | Het gaat over de tijdelijke opslag van de meest uiteenlopende bouwmaterialen. In de legende bij het uitvoeringsplan worden de hoeveelheden per materiaal vermeld. Voor hout werd gerekend met een soortelijk gewicht van 0,7. Niet alle producten zullen voor de maximale hoeveelheid tegelijkertijd aanwezig zijn. De soorten producten en de respectievelijke hoeveelheden zijn afhankelijk van de vraag. | klasse 3 | Nieuw | 7860 ton |
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 17/02/2021 werd een melding wegens ongegrond/niet rechtsgeldig niet afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling voor werken aan een gasleiding (OMV_2021027252).
* Op 19/02/2021 werd een melding wegens ongegrond/niet rechtsgeldig niet afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling (OMV_2021027280).
* Op 25/02/2021 werd een melding wegens ongegrond/niet rechtsgeldig niet afgeleverd voor het exploiteren van 2 bronbemalingen om de werken aan een gasleiding mogelijk te maken (OMV_2021031820).
* Op 18/03/2021 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van 2 bronbemalingen om de werken aan een gasleiding mogelijk te maken (OMV_2021034653).
* Op 23/03/2023 werd een aktename afgeleverd voor het exploiteren van een bronbemaling voor het plaatsen van een werfput voor het controleren van de hoge druk gasleiding (OMV_2023030843).
* Op 26/10/2023 werd een weigering afgeleverd voor het aanleggen van een op- en overslagkade, het inrichten van 2 parkeerplaatsen, het plaatsen van 2 bureelcontainers en 2 zeecontainers + het exploiteren van een inrichting voor het lossen en opslaan van uiteenlopende bouwmaterialen (OMV_2022039220).
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 07/07/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het verhogen van de w18 - Eversteinbrug over de ringvaart & aanpassen toegangshellingen. (2015/07054)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
3.1. WEGEN EN VERKEER
Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op
23 april 2024 onder ref.: AV/411/2024/00409.
Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N4580001 van 4.0 +0 tot 4.2 +50):
de grens van het openbaar domein is geschat op de perceelsgrens
- de rooilijn valt samen met grens openbaar domein
- de zone van achteruitbouw bedraagt 8,00 meter.
- de minimaal te respecteren bouwlijn ligt op 8,00 meter achter de perceelsgrens volgens vigerende wegnormen
BESLUIT
Het agentschap Wegen en Verkeer adviseert gunstig betreffende voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met de vermelde inlichtingen en beperkingen.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten. (zie integraal advies op het omgevingsloket)
3.2. ELIA
Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Elia Asset afgeleverd op 16 april 2024 onder ref. 285282:
Wij kunnen u meedelen dat voor alle activiteiten nabij bovengrondse hoogspanningslijnen wettelijke horizontale en verticale veiligheidsafstanden gelden.
Na situering van uw activiteit hebben wij vastgesteld dat deze voorzien is in de zone van 0 tot 50 meter t.o.v. de hoogspanningslijn. Hieronder vindt u ons advies.
Wij verklaren in principe geen bezwaar te hebben tegen de bovenvermelde werken voor zover rekening gehouden wordt met de hieronder vermelde bepalingen en de veiligheidsvoorschriften in bijlage.
Indien er tijdens de werken gebruik gemaakt wordt van een werfkraan (inclusief giek), betonpomp, hoogwerker of andere hijstoestellen, dan dienen deze zodanig opgesteld en gebruikt te worden dat de veiligheidszones te allen tijde worden gerespecteerd. Mocht ten gevolge de door u uit te voeren veiligheidsanalyses en studie betreffende mogelijke alternatieve werkmethoden toch de noodzaak tot buitendienstname blijken, vragen wij u om zo spoedig mogelijk met Elia te overleggen.
Elia zal deze vraag analyseren in functie van de situatie van het hoogspanningsnet op de gevraagde tijdstippen, zonder echter een buitendienstname te garanderen. In het geval er een tijdelijke buitendienstname mogelijk is, dient met een minimum aanvraagtermijn van 12 weken rekening gehouden te worden. De criticiteit van de lijn kan ook als gevolg hebben dat de aanvraagtermijn nog veel langer moet zijn of dat er geen buitendienstname mogelijk is.
Werken inzake ondergrondse installaties:
Waarschuwingsborden/banners:
Om tijdens uw werken en op deze werf de nodige aandacht te vestigen op de gevaren van de nabij gelegen hoogspanningslijnen, kunnen wij u gratis volgende waarschuwingsborden/banners aanbieden:
Deze borden/banners bieden een duidelijke visuele waarschuwing betreffende de aanwezige hoogspanningslijnen en het daaraan verbonden elektrocutiegevaar (zie bijlage - aanvraagformulier).
U kan deze waarschuwingsborden/banners gratis bekomen door een e-mail - met ingevuld aanvraagformulier - te sturen naar: contactcenternoord@elia.be met vermelding van:
1. Elia referentie (reeds vermeld op het formulier)
2. Adres van de werf (reeds vermeld op het formulier)
3. Gewenst aantal (per type)
4. Naam + adres aanvrager (bestemmeling)
Gelieve dan deze borden/banners te positioneren op de plaats(en) die u het meest aangewezen acht in uw werkzone.
Teneinde de veiligheid van mensen, de continuïteit van de elektriciteitsvoorzieningen en de vrijwaring van alle betrokken installaties te garanderen, dient men in de onmiddellijke omgeving van de hoogspanningsgeleiders enkele wettelijke bepalingen te eerbiedigen.
Gelieve daarom kennis te nemen van de veiligheidsvoorschriften ter zake die wij in een beknopte weergave als bijlage op het omgevingsloket zenden.
De opdrachtgever wordt geacht deze richtlijnen mee te delen aan iedereen die in zijn (directe of indirecte) opdracht werken uitvoert.
3.3. FLUXYS
Voorwaardelijk gunstig advies van Fluxys NV afgeleverd op 2 april 2024 onder ref. TPW-OL-2024025136: - Zie integraal advies op het omgevingsloket.
Fluxys Belgium bezit diverse installaties in de omgeving waaronder een hoge druk aardgasleiding die door de projectzone loopt tussen de Wondelgemkaai en de Ringvaart.
Wij noteren dat het gaat om de aanvraag omgevingsvergunning voor de realisatie van een overslaghub voor open overslag van bouwmaterialen in de aangeduide projectzone tussen de Wondelgemkaai en de Ringvaart te Gent.
Onze onderneming kan een gunstig advies verlenen, mits het respecteren van onderstaande voorwaarden:
3.4. NORTH SEA PORT
Voorwaardelijk gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 21 maart 2024 onder ref. 2024-064:
Het terrein is in eigendom en beheer van de Vlaamse Waterweg.
De weg waarop de in- en uitrit van de site aansluit is in beheer bij de Vlaamse Waterweg.
De werken kunnen gunstig worden geadviseerd, mits rekening te houden met volgende voorwaarden:
- De ruimte die zal ingenomen worden op het kanaal tijdens de laad- en losactiviteiten zijn beperkt tot 1 laag in de breedte zodat er geen stremmingen kunnen ontstaan.
- Wanneer er geen activiteiten zijn aan de kade kan deze gebruikt worden door schippers als wacht- of overnachtingszone. UWL is zelf verantwoordelijk voor toezicht en afstemming met de binnenschippers voor geplande laad- en losactiviteiten.
3.5. VLAAMSE WATERWEG
Voorwaardelijk gunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 16 april 2024 onder ref. AB/2024/290:
De Vlaamse Waterweg nv – afdeling Regio West verleent aan vermelde omgevingsvergunningsaanvraag voor het aanleggen van een op- en overslagkade en betonsokkel voor mobiele kraan, het inrichten van 2 parkeerplaatsen, het plaatsen van 2 bureelcontainers en 2 zeecontainers + het exploiteren van een inrichting voor het lossen en opslaan van uiteenlopende bouwmaterialen in de Wondelgemkaai zn, kadastraal gekend als 13e afdeling, sectie S, nr. 91C te 9000 Gent een voorwaardelijk gunstig advies.
Het projectgebied is gelegen langs de bevaarbare waterloop Ringvaart om Gent BV59 in het beheer van De Vlaamse Waterweg N.V.. Het projectgebied is niet gelegen in een pluviaal of fluviaal overstromingsgevoelig gebied.
Voorwerp van de aanvraag behelst het aanleggen van een laad- en loskade door het verharden van de zone naast de waterweg. Tegelijkertijd wordt er een funderingsplaat aangelegd voor een mobiele kraan die zal instaan voor het laden en lossen van de schepen en 4 containers geplaatst waarvan 2 zullen ingericht worden als bureelruimte.
Advies m.b.t. de watertoets
Het voorwerp van de aanvraag is niet gelegen op een locatie die watergevoelig is. Er is geen pluviaal of fluviaal overstromingsrisico. De aanvrager voorziet de afwatering dusdanig dat het terrein gaat afhellen naar de landinwaartse zijde van de loskade waar al het afstromende regenwater wordt opgevangen door kolken en naar een ondergrondse infiltratievoorziening wordt geleid. De totale nieuwe verharde oppervlakte bedraagt 3.267m². De standaardbuffereis van 33l/m² is van toepassing op dit project, gelijk met de infiltratie-eis van 8%. De aanvrager dient een infiltratievoorziening te voorzien van 107.811l en een infiltrerende oppervlakte van 261,36m². Volgens de aanvraag zal exact deze hoeveelheid voorzien worden. Gezien de groottes van deze voorzieningen die op de markt beschikbaar zijn vermoeden we dat het definitief uitgevoerde getal hier wat van zal verschillen.
De aanvrager wenst de infiltratievoorziening ondergronds uit te voeren. Dit is een afwijking tegenover de standaardvoorschriften van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) hemelwater. In regel dienen deze bovengronds uitgevoerd te worden. Aanvrager motiveert zijn afwijkingsvraag door te stellen dat de vorm van het terrein, een aanwezige gracht en een ondergrondse leiding van Fluxys aanwezig op het terrein het onmogelijk maken om een bovengrondse infiltratievoorziening van deze grootte te voozien.
De Vlaamse Waterweg N.V. benadrukt, zoals alle waterloopbeheerders, het belang van de uitbouw van kwalitatieve bovengrondse voorzieningen omwille van het makkelijkere toezicht op hun werking en hydro- ecologische meerwaarde. Gemotiveerde afwijkingen blijven echter steeds mogelijk en het is aan de vergunningverlenende overheid om te beslissen of deze afwijking kan toegestaan worden. Op zijn minst moeten de minimale afmetingen gerespecteerd worden.
Advies m.b.t. het beheer en de exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv Uit eerste analyse wordt geconcludeerd dat voor vak 1 de beoogde belastingen te zwaar zullen zijn voor de kaaimuur en dat de kaaimuur ofwel dient verstevigd te worden ofwel dat het kaaiplateau apart dient gefundeerd te worden zodat minder belasting op de kaaimuur zal worden overgedragen.
Voor vakken 2-3-4 wordt op basis van de beoogde belastingen in eerste instantie aangenomen dat er geen versteviging van de kaaimuur zal noodzakelijk zijn, mits de stapeling van goederen op het kaaiplateau pas aangevat wordt vanaf een bepaalde afstand vanaf de kaaimuur. Deze afstand wordt op heden ingeschat op 5 m. Deze zone van 5 m kan bv. wel gebruikt worden voor passage van vrachtwagens. Bovenstaande zaken dienen echter nog specifiek via een stabiliteitsberekening in detailstudie te worden getoetst. Deze detail- en stabiliteitsstudie dient aan De Vlaamse Waterweg N.V. bezorgd te worden VOOR aanvang van de werken en moet intern nagekeken worden.
Nautisch gezien zijn er geen problemen. Tevens zijn de kaaimuur en bolders ontworpen op het grootste schip dat gebruik zal maken van de kaaimuur (CEMT-klasse IV). De voorziene bolderkrachten (en bijgevolg ook bolders) wijken wel af van de hedendaagse normen voor CEMT-klasse Va schepen.
Het terrein is toegankelijk vanaf de meest stroomopwaarts gelegen aftakking van de Wondelgemkaai. Er dient in principe dus geen specifieke toegangsweg meer gecreëerd te worden richting het terrein van UWL.
In het ontwerp van de hemelwatervoorzieningen wordt het uniform landinwaarts hellende terrein sterk aangepast door grondverzet in het projectgebied. In dit grondverzet dient UWL zich te beperken tot de geconcedeerde zone. De grond die overblijft van de uitgraving zou men achter de keermuur deponeren en verdelen over het terrein buiten de concessie zone. Er wordt nergens bepaald om hoeveel grondverzet dit precies gaat. Het ophogen van het achterliggende terrein is niet toegelaten. De uitgegraven grond dient afgevoerd te worden. Als bewijs afleverbons te bezorgen.
Het groenscherm en de voorziene extra aanplantingen bevinden zich grotendeels buiten de concessie zone. Compensatie en groenvoorziening dient steeds op eigen terrein te gebeuren. Aangezien dit buiten de concessie zone ligt zijn ze niet verplicht om dit te onderhouden. Dit geeft dus mogelijk extra kosten naar beheer toe voor De Vlaamse Waterweg N.V.. Daarom dient UWL dient zich qua inrichtingswerken te beperken tot de geconcedeerde zone. Daarnaast kunnen enkel inheemse planten gebruikt worden. Er zit geen beplantingsplan bij de aanvraag. Ze voorzien de zone boven de gasleiding voor aanplanten lage beplanting (10m x volledige lengte). De bestaande beplanting die reeds op het terrein aanwezig is wordt bewaard en aangevuld met nieuw aan te planten bomen en struiken zodat een groenscherm ontstaat naar de Wondelgemkaai toe.
Aan de voorziene uitrit van het terrein staat een paal met waarschuwingsborden, zie foto onder, die via de hoogtemetingen van schepen aangeeft of ze al dan niet mogen doorvaren. Deze paal moet ingetekend worden op de plannen, waarop de hoogtes ook in mTAW dienen aangeduid te worden. Deze paal mag absoluut niet beschadigd worden en moet beschermd worden door andere palen of platen die UWL langs de uitrit dient te plaatsen om te verhinderen dat voertuigen deze paal ook accidenteel zouden beschadigen. Er dient steeds rekening gehouden te worden met de zichtbaarheid (voor de scheepvaart) van en de toegankelijkheid (voor DVW) naar de LED-borden, pinklicht en andere borden.
Besluit
Aangevuld met bovenvermelde maatregelen en/of voorwaarden is het project verenigbaar met het watersysteem en het beheer van De Vlaamse Waterweg N.V. van haar patrimonium. Indien de vergunningsverlener een vergunning voor dit project wenst te verlenen moet deze op zijn minst deze voorwaarden bevatten. Met deze voorwaarden voldoet het project aan de doelstellingen en beginselen zoals geformuleerd in art. 1.2.2 en 1.2.3 van het gecoördineerde decreet integraal waterbeleid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Zeehaven van Gent - Uitbreiding papierproducerend bedrijf' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 9 mei 2003). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor havenontsluitingsweg.
In dit gebied zijn alle werken, handelingen en constructies toegestaan die nodig of nuttig zijn voor de aanleg en de exploitatie van de weg.
In dit gebied is de aanleg van zowel boven- als ondergrondse leidingen alsmede de aanleg bijbehorende constructies toegestaan.
De gronden die bestemd zijn als zone voor havenontsluitingsweg kunnen tevens gebruikt worden voor de volgende bestemmingen met inbegrip van de bouwwerken die gevat worden onder deze bestemmingen onder de volgende beperkende voorwaarden:
- de hoofdbestemming mag niet worden geschaad;
- de toegelaten bestemmingen zijn de bestemmingen van aanpalende gebieden volgens de voorschriften van het vigerende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan.
In dit gebied is de aanleg van constructies voor laden en lossen aan de Ringvaart mogelijk in zoverre de hoofdbestemming niet wordt geschaad. Een rechtstreekse toegang voor auto- en vrachtverkeer tot de bedrijfsterreinen is toegelaten aan de voet van de brug over de Ringvaart en ter hoogte van de bestaande toegang tot het bedrijf Stora Enso.
Uitsluitend twee diensttoegangen voor intern bedrijfsverkeer voor het spoorwegrangeerterrein en de zone voor oppervlaktewatercaptatie en –behandeling en de ingesloten bedrijfsterreinen ten westen van de weg zijn toegelaten
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften. Er werd rekening gehouden met de bemerkingen uit de omgevingsaanvraag (OMV_2022039220).
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 24 april 2023, van kracht sinds 23 juni 2023.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
(Zie waterparagraaf)
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.
4.5. Archeologienota
Vrijgestelde zone. De locatie betreft een gebied waarvan op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten onderbouwd kon worden dat het met hoge waarschijnlijkheid geen archeologische waarde heeft.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het terrein is momenteel braakliggend.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater
Verharding
Conform artikel 3.2 van het ABR moet het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt worden. Deze verharding moet waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.
Volgende bouwwerken worden voorzien op het momenteel braakliggend terrein:
* Aanbrengen van verhardingen ten behoeve van de opslag van materialen en circulatie op het terrein:
- Een deel wordt aangelegd in betonverhardingen: 1644m² + 1623m²
- Een betonsokkel (15 x 15m) wordt voorzien voor het tijdelijk opstellen van een mobiele kraan om de schepen te laden/lossen.
De verhardingen worden zo aangelegd dat het regenwater kan opgevangen worden in een afvoergoot en via kolken kan afgevoerd worden. Het regenwater afkomstig van de aan te leggen verhardingen wordt via de kolken naar een ondergrondse infiltratie gebracht en geïnfiltreerd op eigen terrein. Door enerzijds de helling en de vorm van het terrein en anderzijds de gracht en de ondergrondse leiding van Fluxys die op een deel van het terrein gelegen is, is het niet mogelijk om een bovengrondse infiltratie aan te brengen in de naastliggende groenzone. Men stelt dan ook voor om een ondergrondse infiltratie aan te brengen op de locatie tussen en onder de zeecontainers.
Infiltratievoorziening
De infiltratievoorziening is ondergronds De voorziening dient een inhoud te hebben van 107 811 liter en een oppervlakte van 261,36 m². De bouwheer voorziet een infiltratievoorziening van 117 640 liter en een oppervlakte van 264,44 m².
De afwaterende oppervlakte aangesloten op de voorziening is groter dan 1 000 m² en de voorziening is net 50cm diep. De voorziening mag niet dieper dan 50 cm aangelegd worden zonder metingen (cfr. GSVH). Dit wordt opgenomen als opmerking.
De infiltratievoorziening is correct gedimensioneerd volgens de GSV.
Er wordt voldaan aan de GSV en het ABR. Bovenstaande maatregelen dienen nageleefd te worden.
Voor de praktische toepassing van de regelgeving wordt verwezen naar het Technisch achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater (CIW-rapport, 2023).
De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het perceel ligt in de nabijheid van waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Er werd advies gevraagd aan de waterbeheerder.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
7. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
8. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Het terrein zal worden gebruikt als overslag hub voor goederen die worden aangevoerd via de waterweg dan wel via de weg om te worden overslagen op duurzame voer- en vaartuigen. Dit past in de samenwerking met De Vlaamse Waterweg met de stad Gent om een neutrale stadhub (City Logistics Hub) te creëren voor stedelijke distributie.
De aanvraag is ruimtelijk inpasbaar binnen deze grootschalige industriële infrastructuur van de haven en draagt bij de verdere ontwikkeling naar een meer duurzame haven.
Ook vanuit groenoogpunt is de aanvraag aanvaardbaar. De bestaande beplanting die reeds op het terrein aanwezig is wordt bewaard en aangevuld met nieuw aan te planten bomen en struiken zodat een groenscherm ontstaat naar de Wondelgemkaai toe. Op de bouwvrije strook ter hoogte van de ondergrondse leiding van fluxys zal dit met lage begroeiing gebeuren.
Mobiliteit
Het betreft het realiseren van een op- en overslagkade met 2 bureelcontainers op een momenteel braakliggend terrein. Daarnaast zal er ook een zone voor opslag gecreëerd worden. De containers zullen in totaal minder dan 300 m² bvo zijn, waardoor het project onder de drempelwaarde valt.
Er worden 2 nieuwe autoparkeerplaatsen voor personeel aangelegd en geen fietsparkeerplaatsen. Rekening houdend met de locatie, functie van het project en de beperkte grootte van het kantoor kunnen we hier mee akkoord gaan.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect afval
De aanvrager geeft aan dat bedrijfsafval gesorteerd zal worden en afgevoerd zal worden door een IHM’er.
Aspect hemelwater
Zie watertoets
Aspect afvalwater
Het project ligt niet in centraal gebied. Er is bijgevolg geen riolering aanwezig.
Het huishoudelijk afvalwater vanuit de containers met burelen en sanitair gaat via een IBA naar de gracht. De exploitant geeft aan dat er geen bedrijfsafvalwater gecreeerd wordt op de site.
Aspect bodem en grondwater
De stookolie wordt bewaard in een bovengrondse dubbelwandige stookolietank met een inhoud van 1.200 liter (1 ton). De tank zal de nodige keuringen ondergaan. Het tanken van de heftrucks gebeurt binnen op een vloeistofdichte vloer.
Bij het morsen van brandstof dient de droge reinigingsmethode toegepast te worden aan de hand van absorberende korrels of doeken.
Aspect lucht en geluid
De aandacht wordt gevestigd op artikel 5.15.0.6 §2 lid 3 waar afstandsregels omtrent warmdraaien van motoren geregeld worden.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.5.1° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | Het betreft het gebruik van 1 verdeelslang om de heftruck te tanken. Het tanken zal binnen gebeuren op een vloeistofdichte vloer. | Nieuw | 1 verdeelslang |
15.1.1° | stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het gaat over het stallen van een of twee heftrucks, aanhangwagens en vrachtwagens. | Nieuw | 10 voertuigen |
17.3.2.1.1.1°b) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Om de heftruck(s) van brandstof te voorzien zal de exploitant een bovengrondse dubbelwandige stookolietank plaatsen met een inhoud van 1.200 liter (1 ton). De tank zal binnen worden geplaatst, in een container en uitgerust zijn met een lekdetectiesysteem en een overvulbeveiliging. De tank zal de wettelijke keuringen ondergaan. | Nieuw | 1 ton |
48.1.2. | opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | Het gaat over de tijdelijke opslag van de meest uiteenlopende bouwmaterialen. In de legende bij het uitvoeringsplan worden de hoeveelheden per materiaal vermeld. Voor hout werd gerekend met een soortelijk gewicht van 0,7. Niet alle producten zullen voor de maximale hoeveelheid tegelijkertijd aanwezig zijn. De soorten producten en de respectievelijke hoeveelheden zijn afhankelijk van de vraag. | Nieuw | 7860 ton |
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het aanleggen van een op-en overslagkade en betonsokkel voor mobiele kraan, het inrichten van 2 parkeerplaatsen, het plaatsen van 2 bureelcontainers en 2 zeecontainers + het exploiteren van een inrichting voor het lossen en opslaan van uiteenlopende bouwmaterialen aan Urban Waterway Logistics vzw (O.N.:0744621290) gelegen te Wondelgemkaai , 9000 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit UWL - opslag materialen met inrichtingsnummer 20220418-0011 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.5.1° | brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | Het betreft het gebruik van 1 verdeelslang om de heftruck te tanken. Het tanken zal binnen gebeuren op een vloeistofdichte vloer. | Nieuw | 1 verdeelslang |
15.1.1° | stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Het gaat over het stallen van een of twee heftrucks, aanhangwagens en vrachtwagens. | Nieuw | 10 voertuigen |
17.3.2.1.1.1°b) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Om de heftruck(s) van brandstof te voorzien zal de exploitant een bovengrondse dubbelwandige stookolietank plaatsen met een inhoud van 1.200 liter (1 ton). De tank zal binnen worden geplaatst, in een container en uitgerust zijn met een lekdetectiesysteem en een overvulbeveiliging. De tank zal de wettelijke keuringen ondergaan. | Nieuw | 1 ton |
48.1.2. | opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | Het gaat over de tijdelijke opslag van de meest uiteenlopende bouwmaterialen. In de legende bij het uitvoeringsplan worden de hoeveelheden per materiaal vermeld. Voor hout werd gerekend met een soortelijk gewicht van 0,7. Niet alle producten zullen voor de maximale hoeveelheid tegelijkertijd aanwezig zijn. De soorten producten en de respectievelijke hoeveelheden zijn afhankelijk van de vraag. | Nieuw | 7860 ton |
Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarden voor de geplande werken:
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Infiltratievoorziening
De afwaterende oppervlakte aangesloten op de voorziening is groter dan 1 000 m² en de voorziening is net 50cm diep. De voorziening mag niet dieper dan 50 cm aangelegd worden zonder metingen (cfr. GSVH).