-
Tijdens de voorbije commissie AFB stelden een aantal collega's en ikzelf een reeks vragen over de doortocht met dramatische gevolgen van de storm Ciarán in onze stad. Veel Gentenaars zitten met vragen of en hoe de tragische dodelijke ongevallen hadden kunnen voorkomen worden.
De burgemeester en de bevoegde schepenen beperkten zich in hun antwoorden echter grotendeels tot een algemene toelichting over de noodweerprocedures op de hogere niveaus, over het beheer van de Gentse parken en bomen op het publieke domein, en over het stedelijke aanbod qua speelpleinwerking.
Over wat er die dag gebeurde – of net niet gebeurde – werd met nauwelijks een woord gerept. Als argument werd verwezen naar het ‘geheim van het onderzoek’ dat door het parket gevoerd wordt en deels ook naar het lopende onderzoek door de dienst interne audit. Beide onderzoeken kunnen er echter niet toe leiden dat door gemeenteraadsleden gestelde en pertinente vragen onbeantwoord blijven. Het stellen van kritische vragen behoort tot de kern van het democratische controlerecht van de raadsleden die de vertegenwoordigers zijn van de Gentse bevolking.
Vandaar mijn vragen:
1. Welk noodoverleg is er in Gent geweest op het moment dat er van code geel naar code oranje geswitcht werd (= ’s ochtends rond 8u30)? Waar en wanneer vond dit plaats? Wie was hierbij betrokken? Welke inschattingen werden daar gemaakt en welke beslissingen werden er genomen, zowel op vlak van maatregelen als op vlak van communicatie ervan? In hoeverre strookte de gevolgde aanpak met de (nood)procedures die hiervoor al dan niet in voege zijn? Is er een verslag van dit noodoverleg voorhanden?
2. Wat was de toestand van de bomen die bij de dodelijke ongevallen betrokken waren? Welke informatie was over deze bomen al dan niet opgenomen in het stedelijke bomenregister? Kan hierbij toegelicht worden hoe deze ongevallen op vlak van verzekeringen opgevolgd worden en wat hier de situatie is?
3. Waarom is er bij de omschakeling van code geel naar code oranje niet gecommuniceerd vanuit de jeugddienst of een andere stedelijke instantie richting de stedelijke speelpleinwerkingen (Offerlaan en Storyplein) en eventuele andere niet-stedelijke jeugd-initiatieven? Is dit niet voorzien in de geldende procedures?