Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, lid 2, 17°.
Het (oud) Burgerlijk Wetboek, artikel 2044 en volgende
Boek 2, Titel I van het Wetboek van Strafvordering, artikel 216
Het Strafwetboek, artikel 418 e.v.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen
Op 29 april 2019 kreeg de eerste patiënt klachten tengevolge van de legionellabesmetting. De dagen daaropvolgend werden meerdere personen slachtoffer van de legionellabacterie. Deze bacterie bevindt zich in de bodem en in water, meestal in kleine aantallen, die geen gevaar vormen. De legionellabacterie vormt pas een probleem als ze zich heeft kunnen vermenigvuldigen. Dit gebeurt vooral in stilstaand water met een temperatuur tussen 20 en 50 graden. Besmetting ontstaat door inademing van zeer kleine, besmette waterdruppeltjes die verneveld worden. Men kan niet besmet raken door het drinken van water. De ziekte is niet overdraagbaar van de ene persoon op de andere.
Op basis van de woonplaats, werkplaats of verplaatsingen van de patiënten was het waarschijnlijk dat de bron van de besmetting in de buurt van Evergem (zuidelijke kanaalzone) gezocht moest worden. Het leek erop dat de zieke mensen ergens in de open lucht in contact gekomen zijn met de bacterie, vandaar dat de bron in de eerste plaats diende gezocht te worden in de zogeheten “koeltorens” van de industrie in de (vooral zuidelijke) Gentse kanaalzone. Vanuit zo’n koeltoeren kon een waternevel met de legionellabacterie ergens neergeslagen zijn.
In totaliteit werden 32 personen door het Agentschap voor Zorg en Gezondheid (AZG) erkend als slachtoffer van deze legionellauitbraak, 2 personen zijn aan de besmetting overleden.
Op 17 mei 2019 gaf het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent goedkeuring aan het indienen van een klacht met burgerlijke partijstelling tegen onbekenden wegens inbreuk op artikel 418 e.v. (onopzettelijk doden en onopzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel) teneinde zowel de oorzaak van het uitbreken van de legionellabacterie als diegenen die verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor de verspreiding van voornoemde bacterie te achterhalen. Hierdoor kon de Stad Gent op de hoogte worden gehouden van het verder verloop van het gerechtelijk onderzoek en konden voor zover nodig bijkomende onderzoeksdaden worden gevraagd. Ook de gemeente Evergem stelde een klacht met burgerlijke partijstelling in dit met hetzelfde doel.
Door de burgerlijke partijstelling van de stad Gent en de gemeente Evergem werd op 23 mei 2019 een gerechtelijk onderzoek geopend naar de oorzaak van de legionellauitbraak, onder leiding van dhr. Tom Van den Hende, onderzoeksrechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent.
Door het AZG werd in opdracht van de onderzoeksrechter een onafhankelijk brononderzoek gevoerd om de oorzaak van de infectie op te sporen, waarbij verschillende bedrijven in de Gentse Kanaalzone met een koeltoren als “potentiële bronnen” nader werden onderzocht.
Op grond van een matching van de legionellastam die werd teruggevonden naar aanleiding van genetisch onderzoek bij enkele slachtoffers, met de legionellastam die werd teruggevonden in het koelwater van de koeltoren EC2, werd Stora Enso Langerbrugge NV (met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Wondelgemkaai 200) weerhouden als bron van de legionella-uitbraak. Stora Enso heeft daaropvolgend een aantal corrigerende maatregelen doorgevoerd in de bedrijfswerking, zoals o.a. de verfijning van het legionellabeheersplan.
Het gerechtelijk onderzoek werd door de onderzoeksrechter afgerond en middels beschikking tot mededeling opnieuw overgemaakt aan de procureur des Konings, die op 27 mei 2021 zijn eindvordering heeft opgemaakt. De procureur des Konings verzocht hierin de Raadkamer om Stora Enso door te verwijzen naar de correctionele rechtbank, voor de tenlasteleggingen onopzettelijke doding van twee personen, onopzettelijk slagen aan dertig personen en schending van de zorgplicht.
De effectieve regeling van de rechtspleging werd evenwel uitgesteld wegens het verzoek van Stora Enso om bijkomende onderzoeksverrichtingen met het oog op verder onderzoek naar de samenloop van omstandigheden, zijnde de betrokkenheid van de waterbehandelaar Kurita die gedurende het incident servicerapporten aanleverde waaruit geen verhoogde risico op microbiologische activiteit in het koelwater van koeltoren EC2 bleek, alsook de betrokkenheid van verschillende laboratoria waarbij het AZG tot de vaststelling kwam van afwijkende analyseresultaten van staalnames. Het verzoek werd (groten)deels ingewilligd.
Na de uitvoering van deze bijkomende onderzoekshandelingen informeerde de procureur des Konings de onderzoeksrechter, op 18 november 2021, dat hij zijn eindvordering wenste te handhaven. Na het uitwisselen van conclusies, werd op 18 februari 2022 een zitting gehouden voor de Raadkamer over de regeling van de rechtspleging. Er werd voorafgaand aan deze zitting een conclusie ingediend namens de stad Gent omtrent haar burgerlijke belangen.
Bij beschikking van 18 februari 2022 besloot de Raadkamer dat het gerechtelijk onderzoek voldoende volledig werd gevoerd om te oordelen over de regeling van de rechtspleging en dat het gerechtelijk onderzoek voldoende bezwaren opleverde om Stora Enso voor de voornoemde tenlasteleggingen door te verwijzen naar de correctionele rechtbank.
Via verwijzingsbeschikking van 18 februari 2022 van de Raadkamer is de zaak aanhangig gemaakt bij de correctionele rechtbank, deze werd ingeleid op 6 september 2022, waarbij deze vervolgens tweemaal werd verdaagd, i.e. naar de zitting van 3 januari 2023 en daarna naar de zitting van 2 mei 2023. Op deze laatste zitting werd een conclusiekalender geakteerd voor de resterende burgerlijke partijen (zijnde de Vlaamse Gemeenschap, de stad Gent en de gemeente Evergem) en werd een zittingsdag vastgesteld op 12 september 2023.
De toegekende uitstellen kaderden binnen de minnelijke onderhandelingen op burgerlijk vlak die Stora Enso parallel met de correctionele procedure had opgestart, om alle 32 door het AZG erkende slachtoffers (natuurlijke personen) te vergoeden voor de schade die zij hebben geleden. De onderhandelingen met de erkende slachtoffers, inclusief met de nabestaanden van de twee dodelijke slachtoffers, werden succesvol afgerond middels ondertekende dadingsovereenkomsten waarbij officieel afstand werd gedaan van hun rechtsvordering. Hierdoor zijn er geen natuurlijke slachtoffers meer in de lopende procedure. In kader van de regelingen ten aanzien van de slachtoffers (natuurlijke personen) is het parket akkoord gegaan met een opschorting waardoor dit niet vermeld wordt op het strafregister.
Daarnaast werd door Stora Enso bijkomend ingezet op het betrachten van een minnelijke regeling met de resterende burgerlijke partijen (zijnde de Vlaamse Gemeenschap, de stad Gent en de gemeente Evergem), volgens Stora Enso om een goede relatie na te streven en te behouden met de (lokale) overheden en de lokale gemeenschap, in het bijzonder gelet op haar huidige operationele en toekomstige bedrijfsvoering in de Gentse Kanaalzone.
Op 28 juni 2023 en 10 juli 2023, heeft Stora Enso in het strafdossier een overeenkomst voorafgaande erkenning van schuld (de 'guilty plea') met het openbaar ministerie afgesloten conform artikel 216 van het Wetboek Strafvordering, waarin zij schuld erkent aan de ten laste gelegde feiten en zich akkoord heeft verklaard met het opleggen van de maximumstraf, zijnde een totaalbedrag van 384.000,00 EUR.
De potpourri II-wet introduceertde deze mogelijkheid in het strafrecht, met als doel de afhandeling van strafzaken te vereenvoudigen waardoor de correctionele rechters en de politierechters ontlast zouden worden en de strafuitvoering doeltreffender maken zodanig dat de verdachte of beklaagde de straf die overeengekomen werd gemakkelijker zou uitvoeren wat ten goede komt aan de doeltreffendheid van de strafuitvoering. Bij een guilty plea wordt door het Openbaar Ministerie en de verdachte of beklaagde die zijn schuld aan de hem tenlastegelegde feiten bekent, een overeenkomst afgesloten over de bestraffing dit in ruil voor (een kans op) een lichtere sanctie. Die overeenkomst wordt nadien ter bekrachtiging voorgelegd aan de correctionele rechtbank waarbij de rechter bij die beslissing onder meer rekening houdt met de wil van de beklaagde om de schade te vergoeden, zijn persoonlijkheid, de overeenstemming van de feiten met de voorgestelde straffen, enz.
Na bekrachtiging zal de rechter de afgesproken straffen uitspreken. Hij spreekt zich ook uit over de ontvankelijkheid en gegrondheid van de burgerlijke partijstelling en neemt een beslissing over een eventuele schadevergoeding.
De correctionele rechtbank heeft op de laatste zittingsdag van 12 september 2023 de zaak in totaliteit uit te stellen naar de zitting van 9 januari 2024 met oog op de (lopende) minnelijke regelingen te kunnen finaliseren. Tussen de stad Gent en Stora Enso werden de nodige onderhandelingen gevoerd die resulteerden in betrokken dadingsovereenkomst.
Stora Enso zal hierbij eenzelfde bedrag als dat van de strafrechtelijke maximale geldboete, t.t.z. een totaalbedrag van 384.000 EUR, bijdragen aan de gemeenschap, zijnde zowel de stad Gent als de gemeente Evergem en diens respectievelijke inwoners. Dit impliceert een vergoeding van 192.000 EUR aan de stad Gent (waarvan 1,00 EUR als symbolische vergoeding aan de inwoners van de stad Gent voor de geleden schade) en een vergoeding van 192.000 EUR aan de gemeente Evergem.
Deze bijdrage wordt ter beschikking gesteld vanuit het oogmerk van Stora Enso om te voorzien in een compensatie aan de lokale gemeenschap voor het leed en de onzekerheid veroorzaakt ten gevolge van het incident.
Vanuit het perspectief van de Stad Gent is voormelde bijdrage vrij te besteden binnen het decretaal toegekende takenpakket van algemeen en gemeentelijk belang.
Intussentijd werd eenzelfde dadingsovereenkomst reeds goedgekeurd door de gemeenteraad van de gemeente Evergem, de Vlaamse Gemeenschap zal de dadingsovereenkomst met haar afgesloten nog finaliseren en officialiseren vóór de zitting van 9 januari a.s.
Gelet op bovenstaande wordt de dadingsovereenkomst in bijlage voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring. Door het afsluiten van deze dadingsovereenkomst wordt de schade in hoofde van de stad Gent in deze vergoed.
Keurt goed de dadingsovereenkomst tussen de Stad Gent en Stora Enso Langerbrugge NV, met zetel te 9000 Gent, Wondelgemkaai 200, welke als bijlage bij dit besluit is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt, aangaande vergoeding van de geleden schade in hoofde van de stad Gent en haar inwoners voortvloeiend uit de legionella-uitbraak in 2019 die haar oorsprong vond in de koeltoren EC2 van Stora Enso.