Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 77, lid 1.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 247.
De gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn keurden op 21 juni 2021 de samenwerkingsovereenkomst 2021-2025 goed tussen Stad Gent, OCMW Gent en het extern verzelfstandigd agentschap (afgekort EVA) Sodigent.
De huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de Stad Gent, OCMW Gent en EVA vzw Sodigent dient via een eerste addendum aangepast te worden. Dit addendum nr. 1 dat nu voorgelegd wordt aan de raad voor maatschappelijk welzijn (en parallel aan de gemeenteraad) bevat aanpassingen om vier redenen.
Ten eerste om een financiële reden. De exploitatietoelage voor EVA vzw Sodigent zal immers vanaf 2024 verlagen. Voorliggend addendum voegt in artikel 8 van de samenwerkingsovereenkomst de nieuwe berekeningswijze toe.
Ten tweede op vlak van personeel. Het minimum aantal medewerkers dat Stad en/of OCMW samen ter beschikking stellen van het agentschap wordt bijgesteld vanaf juli 2024 van 6,7 VTE naar 5,7 VTE. Voorliggend addendum voegt daarom in artikel 9 van de samenwerkingsovereenkomst de nodige wijzigingen door.
Een derde aanpassing kadert in het actualiseren van artikel 12 van de samenwerkingsovereenkomst dat de meeste relevante wetgeving groepeert. Voortaan maakt dit artikel ook melding van het Bestuursdecreet.
En ten slotte wordt het artikel 20 van de samenwerkingsovereenkomst over de rapportering en evaluatie gecorrigeerd na een materiële vergissing in de oorspronkelijke versie. De huidige versie van dit artikel is nu volledig analoog met de bepalingen van de andere extern verzelfstandigde agentschappen.
Keurt goed addendum nr. 1 bij de samenwerkingsovereenkomst 2021-2025 tussen Stad Gent, OCMW Gent en EVA vzw Sodigent, zoals gevoegd in bijlage.
EVA vzw SodiGent nodigt eerstdaags haar leden uit voor de algemene vergadering die plaatsvindt op 20 december 2023, vanaf 18u30. Gelet op het feit dat dit een vergadering op afstand is verloopt deze vergadering digitaal via Microsoft teams.
De agendapunten zijn
Voor elke algemene vergadering moet het mandaat van de vertegenwoordigers van OCMW Gent worden goedgekeurd, meer bepaald:
om aan alle beraadslagingen en stemmingen deel te nemen, alle voorstellen met betrekking tot de agenda goed te keuren, alle akten, stukken notulen, aanwezigheidslijsten te ondertekenen en in het algemeen, het nodige te doen; om deel te nemen aan elke latere algemene vergadering met dezelfde dagorde in geval de eerste algemene vergadering niet rechtsgeldig zou kunnen beraadslagen.
Neemt kennis van de dagorde en elke van de afzonderlijke punten van de dagorde van de algemene vergadering van EVA vzw SodiGent op 20 december 2023 om 18u30, via MS teams:
keurt goed het mandaat aan de vertegenwoordigers van OCMW Gent die zullen deelnemen aan de algemene vergadering van EVA SodiGent vzw die plaatsvindt op 20 december 2023 via MS teams om,
Jaarlijks wordt de raad voor maatschappelijk welzijn in kennis gesteld van een geactualiseerd overzicht van alle organisaties, instellingen en vennootschappen waarin afgevaardigden van het OCMW Gent zetelen.
Deze rapportering, die wordt opgelegd door artikel 56, §6 van het Decreet over het lokaal bestuur, vond reeds plaats in 2014, 2015, 2016, 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021.
Het overzicht dat conform artikel 56, §6 van het Decreet over het lokaal bestuur jaarlijks aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt voorgelegd, wordt - in uitvoering van het hogervermelde raadsbesluit - aangevuld met een mandatenlijst (voor het kalenderjaar 2022).
Deze lijst bevat een overzicht van alle publieke en private mandaten die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien uit het mandaat van OCMW-raadslid of lid van het vast bureau, en die worden opgenomen door een fractielid of door personen afgevaardigd vanuit een fractie. Deze lijst bevat ook informatie over het al dan niet bezoldigd karakter van de vergaderingen en het aantal vergaderingen die hebben plaatsgevonden.
Deze verplichting vloeit voort uit artikel 32 van de deontologische code voor lokale mandatarissen dat als volgt luidt:
Artikel 32
De mandatarissen, met inbegrip van de externe personen die namens de Stad Gent of namens het OCMW een mandaat bekleden, melden aan algemeen directeur alle mandaten die zij opnemen in andere organisaties.Enkel voor wat de aangifteplichtige mandaten betreft, kan deze melding ook gebeuren door aan de algemeen directeur uiterlijk op 15 april een kopie te bezorgen van de mandatenlijst die jaarlijks aan het Rekenhof moet worden bezorgd.
Bij de melding wordt meegedeeld wat de bezoldiging van het mandaat is.
De dienst Bestuursondersteuning houdt van de gemelde mandaten een mandatenregister bij.
Een mandataris mag geen andere functies opnemen wanneer die een structureel risico vormen voor een integere invulling van zijn mandaat.
In geen geval mag een bijkomend mandaat of dienstverlenende activiteiten de eer en waardigheid van het ambt in het gedrang brengen.
Neemt kennis van de geactualiseerde overzichtslijst, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, van de instellingen, organisaties en vennootschappen waarin afgevaardigden van het OCMW Gent zetelen.
Neemt kennis van de mandatenlijst, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, voor het kalenderjaar 2022.
In 2021 werd er een subsidieovereenkomst afgesloten met vzw Lejo om stadsbreed realiseren van kwalitatief jeugdwelzijnswerk voor tieners/jongeren in meest precaire situaties met focus op tienermoeders en tienervaders. Vzw Lejo gebruikte hiervoor de methode van het mobiel jeugdwelzijnwerk in combinatie met trajectbegeleiding.
Na een gunstige evaluatie in 2021 en 2022 stellen we voor de convenant te verlengen.
De nood aan ondersteuning van kwetsbare tienerouders blijft hoog. We willen graag verder inzetten op het, gunstig geëvalueerd model, van mobiel jeugdwelzijnswerk en trajectbegeleiding.
Lejo vzw realiseert hiervoor de volgende prestaties:
1. Realiseren van stadsbreed kwalitatief jeugdwelzijnswerk voor meest precaire tieners/jongeren met focus op tienerouders, met een combinatie van mobiel jeugdwelzijnswerk en trajectbegeleiding.
2. Realiseren van de vrijetijdsfunctie via mobiel jeugdwelzijnswerk & realiseren van rust/activeringsmomenten (“safe spaces”)
3. Realiseren van welzijnsfunctie via trajectbegeleiding
4. Realiseren van de brug en signaalfunctie
De overeenkomst met vzw Lejo gaat in op 1 januari 2024 en eindigt op 31 december 2025.
Voor de opdracht mobiel jeugdwelzijnswerk (49.128,08€ per jaar (niet-geïndexeerd)) wordt de toegekende subsidie bij meerjarige subsidieovereenkomsten verhoogd met 1,83% voor het werkjaar 2025 met middelen Stad Gent (Jeugddienst). De subsidie zal voor 85% of meer kosten voor personeel dekken, zo is groeivoet personeel van toepassing.
Voor de methodiek trajectbegeleiding (31.865,13€ per jaar (niet-geïndexeerd)) wordt de toegekende subsidie bij meerjarige subsidieovereenkomsten verhoogd met 0,85% voor het werkjaar 2025 met middelen Stad Gent (DLPV).
Voor de opdracht voor mobiele tienermoederwerker (34.837,37 per jaar (niet-geïndexeerd)) wordt de toegekende subsidie bij meerjarige subsidieovereenkomst verhoogd met 1,83% voor het werkjaar 2025 met middelen OCMW. De subsidie zal voor 85% of meer kosten voor personeel dekken, zo is groeivoet personeel van toepassing
Dienst | Jeugddienst (mobiel jeugdwelzijnswerk | OCMW (mobiel tienermoederwerker | DLPV (methodiek Trajectbegeleiding) |
budgetplaats | 3406300LE | B10130000 | 35013IE00 |
budgetpositie | 6491000 | 6491000 | 6491000 |
categorie | E subsidies | E subsidies | E subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT | NIET_RELEVANT | NIET_RELEVANT |
2024 | 44.215,27 euro | 31.353,63 euro | 28.678,62 euro |
2025 | 49.937,22 euro | 35.411,15 euro | 32.108,90 euro |
2026 | 5.002,71 euro | 3.547,49 euro | 3.213,60 euro |
Totaal | 99.155,21 euro | 70.312,27 euro | 64.001,12 euro |
NVT
De omgevingsaanleg rondom LDC Speltincx dienst aangepakt te worden.
De inkom van LDC Speltincx ligt +/- 1 m boven het maaiveld. Om dit niveauverschil te overbruggen werd een plateaulift geplaatst bij nieuwbouw en verbouwing van het gebouw. Deze plateaulift staat frequent buiten dienst. Om de toegankelijkheid te garanderen dienst deze vervangen te worden door een helling. De wegen en paden rondom het gebouw zijn niet allemaal in even goede staat en er kan onthard worden. In overleg met dienst stedenbouw en ruimtelijke ordening en de groendienst werd beslist om de volledige tuin aan te pakken. Te ontharden waar mogelijk en beter toegankelijk te maken.
Het ontwerp, bestek, meetstaat en raming werd opgemaakt door het facilitair projectbureau van FM Welzijn bijgestaan door een ingenieursbureau voor de opmaak van de stabiliteitststudie.
De omgevingsvergunning werd verleend op 17/08/2023.
Gezien het bouwverlof net na de raad van maatschappelijk welzijn wordt gevraagd om de opdracht reeds te publiceren na vaststelling door het vast bureau. De opdracht wordt pas geopend na de raad voor maatschappelijk welzijn.
Hiertoe werd het bestek van de overheidsopdracht van werken - LDC Speltincx - FM/2023/261, opgemaakt.
Procedure: vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking.
Wijze van prijsbepaling: gemengde opdracht.
Uitvoeringstermijn: 100 werkdagen
Gunningscriteria: prijs
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | J56 LDC Speltincx |
| Budgetplaats | J56110004 J56110006 |
| Categorie* | I |
| Subsidiecode | FWG.OHE REC.KAS |
| 2024 | 281.884,93 |
| Totaal | 281.884,93 |
Stelt vast het bij dit besluit gevoegde bestek van de overheidsopdracht van werken - LDC Speltincx - FM/2023/261.
Procedure: vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking
Wijze van prijsbepaling: gemengde opdracht.
Uitvoeringstermijn: 100 werkdagen
Gunningscriteria: prijs
Aan de Hogeweg 92 in Sint-Amandsberg worden 11 robuuste woningen en een begeleidersunit gebouwd. De robuuste woningen bieden een alternatieve woonoplossing voor de doelgroep van alleenstaande chronisch dak- en thuislozen met verschillende problemen (psychische kwetsbaarheid, sociale problematiek, verslaving…). Door hun multi-problematiek aarden deze mensen niet in een reguliere (sociale) woning.
Om het permanent wonen weer mogelijk te maken heeft deze doelgroep nood aan een langdurige en intensieve vorm van begeleiding op maat. Hiervoor is er de inzet van een dedicated team per bewoner en de aanwezigheid van een terreinbeheerder. Deze terreinbeheerder is het eerste aanspreekpunt voor de bewoners, de begeleiders en de buurt. De terreinbeheerder staat in voor het goede contact tussen en met de bewoners onderling en bewaakt de goede verstandhouding met de buurt.
Zowel de bouw en de inplanting van de robuuste woningen als de flankerende begeleiding maakt het mogelijk voor deze doelgroep om permanent te wonen op duurzame basis.
Hiertoe werd de subsidieovereenkomst voor een terreinbeheerder van de robuuste woningen in Sint-Amandsberg met Beschut Wonen IPSO/ Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge, Fratersplein 9, 9000 Gent opgemaakt voor de periode 01/01/2024 t.e.m. 31/12/2025, waarbij een subsidie wordt toegekend van 140.070,02 euro.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Beleidscel precair verblijf, opvang en overgang naar wonen |
| Budgetplaats | B1410000 |
| Categorie* | 6491000 |
| Subsidiecode | / |
| 2024 | 62.460 |
| 2025 | 70.543,02 |
| 2026 | 7067 |
| Totaal | 140.070,02 |
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De Stad Gent kampt met een problematiek van dak- en thuisloosheid en heeft de ambitie om dit aan te pakken. De resultaten van en uitdagingen die naar voor kwamen uit de dak- en thuislozentelling in 2020 werden vertaald in het Gentse armoedebeleidsplan, goedgekeurd op de gemeenteraad van 19 oktober 2020.
Het transitieverblijf Leeuwenhof kadert in onze inzet op het duurzaam en structureel opheffen van dak- en thuisloosheid. Een samenwerking die de voorbije jaren mooie resultaten opleverde, meer dan 50 bewoners vonden de voorbije jaren een duurzame en structurele oplossing dankzij de begeleiding en omkadering.
Het herstelverblijf is ons antwoord op de signalen dat er geen aanbod is voor dakloze personen met nood aan medische nazorg na een opname of behandeling. Vaak is de onmogelijkheid om uit te zieken of te herstellen in een stabiele woonst/verblijfsvorm de aanleiding om de opname te verlengen of komen ze in de Nachtopvang terecht. Deze setting is immers niet voorzien op verzorging en behandeling met negatieve impact op de medische toestand tot gevolg.
Het transitieverblijf met 17 plaatsen evolueerde de voorbije jaren tot een belangrijke stap in het vinden van structurele en duurzame oplossingen uit dakloosheid. De focus ligt op Gentse dak- en thuislozen die frequent beroep doen op de nachtopvang en waar meervoudige kwetsbaarheden gedetecteerd zijn door het netwerk. De omkaderende begeleiding en de rust van de 24 uursopvang zijn hefbomen om een traject uit dakloosheid op te zetten.
De nood om een medisch herstelverblijf op te starten voor deze groep was de voorbije jaren duidelijk. Zorgverstrekkers en de nachtopvang hebben sinds de start van het herstelverblijf een alternatief om daklozen met een medisch probleem een ondersteund traject uit dakloosheid aan te bieden en in te zetten op doorstroom naar en integratie in de reguliere gezondheidszorg. RIZIV voorziet vanaf 2023 en dit voor 3 jaar een tussenkomst voor de paramedische kosten ten bedrage van 138 euro/dag/bezet bed voor 5 herstelbedden voor daklozen in Gent. Hiervoor sloot het RIZIV een samenwerkingsovereenkomst af met Presbyterium Gandae vzw, Burgemeester van Gansberghelaan 83, 9820 Merelbeke, voor de periode 01/01/2024 tem 31/12/2025.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Beleidscel Precair verblijf, opvang en overgang naar wonen (POOW) |
| Budgetplaats | B14110000 |
| Categorie* | 6495000 |
| Subsidiecode | |
| 2024 | 126940,50 |
| 2025 | 142.123,99 |
| 2026 | 14224,49 |
| Totaal | 283288,88 |
Het effectief uit te betalen bedrag is afhankelijk van de bezettingsgraad; het betreft aldus een indicatieve inschatting.
Keurt de subsidieovereenkomst met Presbyterium Gandae vzw, Burgemeester van Gansberghelaan 83, 9820 Merelbeke voor de uitbating van 17 transitiebedden voor dakloze volwassenen en 5 bedden medisch herstel voor dakloze volwassenen met een medische zorgnood van 1/01/2024 tem 31/12/2025, zoals toegevoegd in bijlage, goed.
Beheersovereenkomst 2020-2025 tussen Stad Gent, OCMW Gent en sogent zoals goedgekeurd op de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019.
Nota beheer en verkoop patrimonium OCMW Gent in beheer van sogent voor de periode 2020-2025 zoals goedgekeurd op de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 april 2021.
De gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019 hebben de beheersovereenkomst 2020 - 2025 tussen stad Gent, OCMW Gent en sogent goedgekeurd. In de beheersovereenkomst werd het beheer van het passief OCMW-patrimonium opnieuw toegekend aan sogent voor de periode 2020 tot en met 2025.
Op 26 april 2021 keurden de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, in uitvoering van deze beheersovereenkomst, een richtkader goed dat gehanteerd moet worden voor het beheer en de verkoop van het passief OCMW-patrimonium bij sogent. Rond de besteding van de opbrengsten uit de verkoop van het passief patrimonium werden in het richtkader voorwaarden gesteld. Dit om de slagkracht van het OCMW te bestendigen en dus de sociale missie ook in de toekomst zeker te stellen.
"Het patrimonium van het OCMW, bestaande uit gronden en gebouwen, zijn vaste activa. De vervreemding van vaste activa maakt deel uit van de investeringsverrichtingen (= verrichtingen die verbonden zijn aan de aanschaf, het gebruik en de vervreemding van duurzame middelen). De geïnde bedragen of opbrengsten die uit vervreemding van deze eigendommen gehaald worden dienen aangewend te worden voor investeringen. De waardevastheid van patrimonium moet behouden blijven om de sociale missie ook op lange termijn te kunnen inzetten. Concreet betekent dit dat het niet mogelijk is om patrimonium te verkopen om te investeren in goederen die op korte termijn afgeschreven worden. De naleving hiervan zal opgevolgd worden door de Stad en OCMW en hierover zal een rapportage opgezet worden. De opbrengsten uit investeringsverrichtingen kunnen dus niet aangewend worden om de exploitatierekening in evenwicht te houden. Indien er tekorten zijn op deze rekening mag deze niet worden aangevuld met investeringsgelden. De reden hiervoor is het systeem van de autofinancieringsmarge. Dit is om te vermijden dat de OCMW's zouden verplicht worden om activa te verkopen om zo het financiële evenwicht in stand te houden. Opbrengsten die wel kunnen worden toegewezen op de exploitatierekening zijn recurrente opbrengsten zoals huuropbrengsten, pachtgelden, etc." (p. 5)
In bijgaand rapport wordt dan ook voor rechtspersoon OCMW enerzijds en op grondgebied Gent anderzijds nagegaan in hoeverre voor deze legislatuur aan de eis tot waardevaste herinverstering van de opbrengsten uit verkoop tegemoet wordt gekomen. Dit betekent concreet dat de investeringen in nieuwbouw, verwerving van gronden en gebouwen evenals renovaties die tot waardebehoud of -vermeerdering leiden, worden afgezet tegenover de opbrengsten uit verkoop. Ook subsidie-inkomsten en uitgaven worden meegenomen.
Van de totale investeringsontvangsten (verkopen en subsidies) blijkt deze legislatuur 73% op rechtspersoon OCMW en 155,4% stadsbreed (rechtspersoon OCMW, stad Gent, SoGent en de sociale huisvestingsmaatschappijen) opnieuw waardevast geïnvesteerd te worden in functie van de meest kwetsbaren/ van eerder kwetsbare personen. In deze cijfers wordt 2/3e van de onderhoudsinvesteringen van het OCMW-patrimonium als waardevast beschouwd.
Neemt kennis van het resultaat van waardevaste herinvesteringen van opbrengsten uit verkoop van passief OCMW-patrimonium voor de periode 2020 tot en met 2025 zoals gerapporteerd in bijgevoegde nota.
De Stad Gent en het OCMW Gent ontwikkelden in de loop van 2015 een gezamenlijke beleidsvisie op de sociale restaurants in Gent. Deze visie gaf aanleiding tot de ontwikkeling van een erkenningsreglement, zoals goedgekeurd in de raad voor maatschappelijk welzijn van 10 november 2015, en een subsidiebeleid dat in 2016 van start ging.
Een aanpassing van dit erkenningsreglement is wenselijk om een aantal onduidelijkheden weg te werken: het onderscheid tussen de criteria op organisatieniveau en op restaurantniveau, het onderscheid tussen erkenning versus subsidiëring en het definiëren van de evaluatietermijnen. Het bestaande reglement wordt daarom opgeheven.
Neemt kennis van het feit dat er in het 3de kwartaal van 2023 geen beslissingen genomen zijn m.b.t. overheidsopdrachten dagelijks bestuur.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56, § 1.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Gezien de sociale economie in Vlaanderen en de context waarbinnen sociale economiebedrijven dienen te opereren, de voorbije jaren sterk zijn gewijzigd, staat ook het Dienstenbedrijf Sociale Economie (DBSE) de komende jaren voor heel wat veranderingen en uitdagingen. De belangrijkste wijzigingen vinden hun oorzaak in decreetswijzigingen, waarbij de implementatie (en dus afschaffing) van de Lokale Diensteneconomie (LDE) in het decreet Individueel Maatwerk de voornaamste is.
De situatie van DBSE waarbij een lokale overheid de actorrol opneemt is vrij uniek en niet vergelijkbaar met de situatie van andere sociale economiebedrijven, zoals de (collectieve) maatwerkbedrijven. Door de inplanting van DBSE op het sociale economie bedrijventerrein UCO, is er veel contact en uitwisseling met volgende organisaties op de site; Labeur VZW, Weerwerk VZW, Ateljee VZW en Gandae VZW. Zowel Labeur, Ateljee en Weerwerk zijn lid van koepelorganisatie Herw!n VZW en zijn vragende partij voor een lidmaatschap van DBSE bij Herw!n.
Door lidmaatschap bij Herw!n maakt DBSE deel uit van een krachtig netwerk waar kennis en ervaringen gedeeld worden. Dit gaat niet enkel om het thema begeleiden van medewerkers in werkervaring, maar ook over de circulaire thema’s waarbinnen DBSE al jaren een rol in speelt (met Foodsavers als meest gekende project, maar recentelijk ook met de webshop vol circulaire producten en de circulaire inrichting van de bepaalde gebouwen als het stadskantoor en Campus Prins Filip).
Het aanbod van Herw!n kan flankerend en versterkend werken t.a.v. het bestaande interne ondersteuningsaanbod zoals regie sociale economie Dienst Werk & Activering, personeel, strategische subsidies, …
Lidmaatschap bij Herw!n biedt volgende voordelen:
OCMW Gent (DBSE) wenst om bovenstaande redenen lid te worden van de vzw Herw!n en zal ook bestuurder worden. Op deze gemeenteraad wordt daarom ook een afzonderlijk besluit voorgelegd in verband met de mandatering van OCMW Gent (DBSE) in de algemene vergadering en het bestuursorgaan van vzw Herw!n.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | DBSE | ||
| Budgetplaats | D3700 | ||
| Categorie* | 61411110 Erelonen intellectuele dienstverlening |
||
| Subsidiecode | N.v.t. | ||
| 2022 | - | ||
| 2023 | - | ||
| 2024 | 8.973,10 | ||
| 2025 | 8.973,10 | ||
| 2026 | |||
| 2027 | |||
| 2028 | |||
| Later | |||
| Totaal | 17.946,20 |
Keurt goed het lidmaatschap, samen met de deelname in het bestuursorgaan, van OCMW Gent (DBSE) in vzw Herw!n, met maatschappelijke zetel Koning Albertlaan 124 te Gent.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 74 en artikel 83, 5de lid.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de notulen door de algemeen directeur worden opgesteld en dat die notulen in de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.
Elk lid van de vergadering heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
De notulen zijn te vinden in de interne toepassing eBesluitvorming bij de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 oktober 2023 onder 'Publicaties' (link: https://ebesluitvorming.gentgrp.gent.be/agenda/view?id=11984).
Keurt de notulen goed van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 november 2023.
Het oude Seniotel wordt omgevormd tot een asielcentrum onder beheer van Fedasil, met ruimte voor 135 asielzoekers. Hiervoor was dit voormalige hotel een noodopvangcentrum voor Oekraïense vluchtelingen. Dit nieuwe asielcentrum kadert uiteraard in een breder federaal plan om overal nieuwe asielopvangplaatsen te forceren, terwijl er niets verandert aan de immense instroom.
Onze stad heeft overigens al op eigen initiatief verschillende opvangprojecten opgestart. Hierbij denk ik aan het onsuccesvolle opvangtraject op de Lübecksite en het kostbare opvangproject 'De Blekerij'. Daarnaast verleent de stad diverse voordelen aan nieuwkomers, en zelfs aan illegalen.
We kunnen dus stellen dat de Gentenaars al ruimschoots hun gastvrijheid hebben getoond. Om deze reden vindt het Vlaams Belang dan ook dat de stad geen extra asielcentrum nodig heeft op Gents grondgebied.
De stad Gent zal in gesprek gaan met de eigenaar van het pand en met Fedasil om de plannen voor de transformatie van het Seniotel tot een asielcentrum niet voort te zetten.
De stad Gent heeft al tal van eigen initiatieven voor het opvangen van asielzoekers, illegalen en voor de noodopvang van Oekraïners. Het Vlaams Belang waarschuwt al jaren voor een hellend vlak en het misbruik van deze opvangplaatsen in het kader van de asielcrisis. Eerst verkoopt men aan de Gentenaar nieuwe opvangcentra voor oorlogsvluchtelingen uit eigen regio en vervolgens worden het reguliere asielcentra voor migranten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Het Vlaams Belang vindt het niet kunnen dat de noodopvangplaatsen die de stad creëert en op deze manier aan de burger voorstelt, worden omgevormd tot reguliere asielcentra, beheerd door Fedasil. Hiermee misleidt de stad haar inwoners, en daar kunnen we niet mee akkoord gaan. Er zijn in ons land, en zeker in onze stad, niet te weinig opvangplaatsen, maar er is veel te veel migratie. Gezien het feit dat we kampen met een zelf gecreëerd probleem, lijkt het ons aangewezen om in de toekomst geen extra reguliere asielcentra meer te voorzien in Gent.
Vanaf nu zal de stad Gent geen locaties meer ter beschikking stellen aan Fedasil voor de opvang van asielzoekers
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 249.
Het meerjarenplan voor de planningsperiode 2020 t.e.m. 2025 van Stad Gent en OCMW Gent maakt opnieuw voorwerp uit van een aanpassing. Hierbij worden zowel korte- als langetermijneffecten verrekend op basis van de inzichten van betrokken diensten en bovenlokale instellingen zoals o.a. het Federaal Planbureau. Het bestuur heeft hierbij de nodige keuzes gemaakt om een meerjarenplan op te leveren dat financieel in evenwicht is en blijft de macro-economische vooruitzichten nauwgezet opvolgen om in de volgende aanpassing van het meerjarenplan bij te sturen waar nodig.
Artikel 257 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 stipuleert dat minstens een keer per jaar het meerjarenplan wordt aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld. Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast. Een aanpassing van het meerjarenplan omvat minstens een aangepaste financiële nota, een toelichting en de eventuele wijzigingen van de strategische nota.
In de strategische nota worden de beleidsdoelstellingen en actieplannen voor de periode 2020-2026 geïntegreerd weergegeven. In de financiële nota wordt verduidelijkt hoe de financiële evenwichten worden gehandhaafd en worden de financiële consequenties van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven.
Alle relevante rapporten in het kader van de vaststelling van de aanpassing van het meerjarenplan zijn na goedkeuring door het College en Vast Bureau te vinden via het mia portaal.
Het voorontwerp van de aanpassing van het meerjarenplan werd besproken en vastgesteld door het managementteam op 23 mei 2023.
Alle relevante rapporten in het kader van de vaststelling van de aanpassing van het meerjarenplan zijn na goedkeuring door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn te vinden via het mia portaal
Stelt de aanpassing meerjarenplan 2020-2025 (budgetopmaak 2024) met titel 'BO 2024 - Boek 1 - Aanpassing MJP 20-25', zoals in bijlage toegevoegd, vast.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
In zitting van 26 mei 2021 keurde de raad voor maatschappelijk welzijn een nieuwe versie goed van het kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent en het OCMW Gent.
De voornaamste nieuwigheden zaten in het hoofdstuk rond de beleggingen van de pensioenreserves meer specifiek de nieuwe te volgen regels inzake het duurzaamheidsbeleid.
In de lijn met het bestuursakkoord werd ervoor gekozen om het fossielvrije beleid door te trekken naar alle beleggingen van de pensioenreserves (waarover de Stad en het OCMW volledig zeggenschap hebben) om tegen eind 2023 volledig fossielvrij te zijn. Deze pensioenreserves worden belegd in een Tak 21-fonds en een Tak 23-fonds, beheerd door de vermogensbeheerder Candriam. In Tak 21 zitten hoofdzakelijk obligaties, verdeeld over overheidsobligaties en bedrijfsobligaties. Tak 23 bevat hoofdzakelijk aandelen(fondsen).
Conform het beleggingskader geldt voor de bedrijven een specifieke sectoruitsluiting (100%) omwille van het fossielvrije beleid:
Bedrijven met fossiele brandstofreserves;
bedrijven die zoeken naar kolen, olie en gas of ze boven halen, behandelen, raffineren of vervoeren;
bedrijven die investeren in ‘utilities’ die fossiele brandstoffen gebruiken om elektriciteit te produceren
worden uitgesloten, zelfs indien ze groene obligaties uitgeven.
Richtdatum voor de volledige omzetting naar een fossielvrije beleggingsportefeuille is uiterlijk eind 2023.
Wat de conformiteit van het beleggingen met het fossielvrije beleid van het kader betreft, is de situatie op vandaag de volgende:
TAK 23-fonds:
De Tak 23-portefeuille, met een actuele inventariswaarde van 64,9 miljoen euro, is voor 100% conform aan het kader.
Tak 21-fonds:
De Tak 21-portefeuille, met een actuele inventariswaarde van 97,8 miljoen euro bevat 2 obligaties voor een totaalbedrag van 1,9 miljoen euro die niet conform zijn aan de specifieke fossielvrije uitsluitingscriteria. Het betreft 2 obligaties gehouden in organisaties waarin de Stad ook strategisch participeert. Deze twee posities moeten volgens het kader normaal voor het einde van 2023 verkocht worden.
Omwille van strategische participaties aangehouden door de Stad wordt de uiterste datum waarop deze 2 obligaties dienen te voldoen aan de criteria, verschoven naar 31 december 2024. Dit moet de organisaties toelaten tegemoet te komen aan de vooropgestelde klimaatambities en doelstellingen van de Stad. Indien niet aan de vooropgestelde doelstellingen kan tegemoet gekomen worden per 31 december 2024 zal alsnog een verkoop plaatsvinden.
De Stad Gent zal een brief sturen naar de betrokkenen met de vragen dat zij:
Keurt goed het verschuiven van de datum van de conformiteit met het kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad en het OCMW Gent, voor 2 obligaties aangehouden bij vennootschappen waarin de Stad strategische participaties heeft, naar 31 december 2024.
Het managementteam heeft op voorstel van de algemeen directeur op 14 november 2023 een voorontwerp voor de geïntegreerde personeelsbehoefte 2024 van Stad en OCMW opgemaakt.
Met dit voorstel van besluit wordt de personeelsbehoefte voorgelegd. De personeelsbehoefte heeft een bindend karakter, nl. bij het opstarten van een sollicitatieprocedure gebonden blijven aan de vastgelegde middelen (VTE's).
Personeelsbehoefte 2024
Alle departementen hebben in functie van de budgetopmaak 2024 de personeelsbehoefte geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd.
Een algemeen overzicht van de personeelsbehoefte 2023 (W23) goedgekeurd op GR/RMW juni 2023 en de personeelsbehoefte 2024 (B24):
(VTE = voltijdse equivalenten)
GR/RMW jun 2023 | GR/RMW dec 2023 | |
| Politiek bestuur | 101,4 VTE | 101,4 VTE |
| Reguliere personeelsbehoefte | 5.736,8 VTE | 5.729,6 VTE |
| Niet-gesubsidieerd personeel met onderwijsstatuut | 211,9 VTE | 193,0 VTE |
| Tewerkstellingsmaatregelen | 477,3 VTE | 456,7 VTE |
| Externe tewerkstelling | 128,5 VTE | 123,6 VTE |
| Totaal | 6.655,8 VTE | 6.604,3 VTE |
Het aantal VTE van de personeelsbehoefte van jaar 2023 (W23) naar jaar 2024 (B24) daalt met 51,5 VTE.
De meest significante wijzigingen bevinden zich bij de Reguliere personeelsbehoefte en bij de Tewerkstellingsmaatregelen.
Bij de Reguliere personeelsbehoefte situeren deze zich vooral op de graad van maatschappelijk werker (+11,5 VTE), zorgkundige (+ 25,1 VTE), assistent (+33,9 VTE), servicemedewerker (+23,8 VTE), adjunct van de directie (-15,4 VTE), consulent (-17,2 VTE), deskundig medewerker (-17,3 VTE) en onderhoudsmedewerker (-33,6 VTE).
Bij de Tewerkstellingsmaatregelen situeert de daling zich bij de art. 60 personeelsleden (-20 VTE). Door de gewijzigde arbeidsmarktsituatie is het niet mogelijk om de vooropgestelde behoefte in te vullen. Voor 2024 wordt het aantal plaatsen daarom verder verminderd met in totaal 20 VTE. Het beschikbare budget wordt heraangewend ter compensatie van de gederfde ontvangsten voor artikel 60 medewerkers op private werkvloeren en voor het tijdelijk inzetten van regulier personeel voor het Dienstenbedrijf Sociale Economie.
Voor meer detail over de personeelsbehoefte wordt verwezen naar bijlage 1.
Deze personeelsbehoefte vormt een onderdeel van de budgetbeslissing B24 zoals opgenomen in het meerjarenplan 2020-2025. Daar waar het meerjarenplan informatie bevat voor verschillende jaren, bevat deze personeelsbehoefte cijfers voor het jaar 2024.
Financieel
Het financiële luik van de voorliggende personeelsbehoefte wordt opgenomen in het meerjarenplan 2020-2025. De aanwervingen kaderen steeds binnen de voorziene kredieten.
Het vast bureau geeft opdracht het ontwerp van nieuwe personeelsbehoefte voor te leggen aan de vakbonden voor overleg.
De nieuwe personeelsbehoefte vervangt deze die vastgesteld werd in de gemeenteraad van 26 juni 2023.
Stelt de geïntegreerde personeelsbehoefte 2024 van Stad Gent en OCMW Gent vast zoals opgesteld in bijlage 1: personeelsbehoefte: overzichtstabellen, gevoegd in bijlage en die deze vastgesteld door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 juni 2023 vervangt.
Jong Gent in Actie vzw is een jongerenwerking die groeide uit de drie erkende armoedeverenigingen in Gent. Sinds april 2022 is JGIA een afzonderlijke VZW, tot voorheen was ze opgenomen binnen de werking van BMLIK. OCMW Gent heeft sinds 2014 een overeenkomst met een van de verenigingen waar armen het woord nemen: BMLIK vzw. De bevoegde collega's evalueerden de subsidieovereenkomsten met deze vereniging de voorbije jaren steeds positief. Daarnaast hadden de jeugddienst en Dienst Outreachend werk een addendum bij de masterovereenkomst met BMLIK voor 2022. Beide overeenkomsten liepen af eind 2022. Binnen de beschikbare budgetten werd ervoor gekozen om een nieuwe masterconvenant op te maken voor 2023 zodat de verschillende prestaties en indicatoren maximaal op elkaar afgestemd zijn en we voor de betrokken organisaties een administratieve vereenvoudiging realiseren. De evaluatiefiche van deze masterconvenant is in bijlage toegevoegd. De overeenkomst voor federale middelen i.k.v. het Strategisch Veiligheids-en Preventieplan 2023 werd ook goedgekeurd (Subsidieovereenkomst met Jong Gent in Actie vzw voor Trajectbegeleiding i.k.v. het Strategisch Veiligheids-en Preventieplan 2023.).
JGiA vzw werkt met de vier functies van het jeugdwelzijnswerk en de zes criteria van een armoedevereniging. Concreet betekent dit dat JGiA vzw aan de slag gaat met jongeren om structurele uitsluitingsmechanismen aan te kaarten. Jongeren in armoede nemen op alle niveaus het woord met als doel armoede uit te bannen. De ervaringen van jongeren in armoede zijn de basis om naar de overheid, diensten, het middenveld en het bedrijfsleven te stappen.
Het masterconvenant werd in 2022 voor 1 jaar (werkingsjaar 2023) goedgekeurd. We leggen nu de masterconvenant voor de jaren 2024 -2025 voor.
In het Armoedebeleidsplan 2020-2025, zijn doelstellingen/acties geformuleerd rond extra ondersteuning voor jongeren (jongeren als prioritaire doelgroep) en het versterken van de Gentse Verenigingen waar Armen Het Woord Nemen. Van hieruit werd besloten de doelstellingen voor JGIA zoals geformuleerd binnen de aflopende masterovereenkomst met BMLIK te verlengen en ze te integreren met de doelstellingen voor kwalitatief outreachend jeugdwelzijnswerk. Binnen de doelgroep van jongeren in precaire situaties blijken jongeren in generatiearmoede, levend met een inkomen onder de armoedegrens, vaak dak- en thuisloos en vaak met een instellingsverleden bijzondere aandacht te vragen. Ze krijgen moeilijk aansluiting bij het reguliere vrijetijdsaanbod, een sociaal netwerk en de arbeidsmarkt. De jeugdwelzijnswerker, present in de leefwereld van de jongeren, ondersteunt de jongeren op verschillende levensdomeinen om hen weerbaarder en sterker te maken in hun eigen positie in de maatschappij. De jeugdwelzijnswerker vervult hierbij de vier functies van kwalitatief jeugdwelzijnswerk. Via (outreachende) methodieken kan JGIA jongeren in precaire levenssituaties maximaal bereiken én hen een stem geven.
De middelen in kader van de subsidieovereenkomst met JGIA worden voorzien vanuit 3 diensten, omdat de werking van Jong Gent in Actie VZW actief is op verschillende beleidsdomeinen:
| Dienst* | Lokaal Sociaal Beleid | Jeuddienst | Dienst Outreachend Werk |
| Budgetplaats | B10130000 | 3406300JG | 35013IE00 |
| Categorie* | 6491000 | E | E |
| Subsidiecode | / | / | / |
| 2024 | 22.599,65 euro | 16.465,97 euro | 27.383,40 euro |
| 2025 | 25.524,29 euro | 18.596,84 euro | 30.792,94 euro |
| 2026 | 2.557,02 euro | 1.863,03 euro | 3.083,37 euro |
| Totaal | 50.680,96 euro | 36.925,84 euro | 61.259,71 euro |
In 2019 werden voor de eerste keer alle subsidies van Stad en OCMW Gent aan CAW Oost-Vlaanderen vzw gebundeld in 1 masterconvenant. De masterconvenant die hieruit voortvloeide werd goedgekeurd op de raden van 22 juni 2020. Ook voor werkingsjaar 2023 werd een masterconvenant afgesloten, die goedgekeurd werd op de raden van 19 december 2022.
Daarnaast keurde de raad voor maatschappelijk welzijn op 27/09/2021 een bijkomende subsidieovereenkomst goed voor opvang en oriëntatie De Blekerij. Deze overeenkomst loopt tot en met 31/12/2023.
De uitvoeringen van deze deelwerkingen werden steeds positief beoordeeld en bijgestuurd indien nodig.
De masterconvenant met CAW Oost-Vlaanderen vzw voor verschillende deelwerkingen met CAW Oost-Vlaanderen vzw, Visserij 153 te 9000 Gent wordt opgemaakt voor de periode 2024-2025, waarbij een subsidie wordt toegekend van 5.289.894,50 euro. In deze masterconvenant zijn de volgende deelwerkingen vervat:
1. Nachtopvang: organisatie, exploitatie en coördinatie van nachtopvang en noodbedden voor dak- en thuislozen
2. Inloopcentra: organisatie en exploitatie van inloopcentra in kader van dagopvang voor Gentse dak- en thuislozen
3. Brugteam: outreachende werking naar dak- en thuislozen op verschillende vindplaatsen in Gent en toeleiding in kortlopende trajecten naar de reguliere Gentse hulpverlening
4. Transithuis: individuele hulpverlening rond de verblijfsprocedures aan mensen met een onzeker verblijfsstatuut
5. O&O Blekerij: opvang en toekomstoriëntatie voor dakloze mensen zonder wettig verblijf
6. Opvangprojecten met begeleiding in leegstaande sociale woningen: leegstand, O&O jongeren, gezinsopvang, instapwonen
7. Mind Spring: psycho-educatief groepsaanbod voor vluchtelingen en personen met een migratieachtergrond
Inloopcentra
| Dienst* | Thematische Hulp |
| Budgetplaats | B14110000 |
| Categorie* | 6491000 |
| Subsidiecode | / |
| 2024 | 253.800,36 € |
| 2025 | 262.461,64 € + 28.200,04 € |
| 2026 | 29.162,40 € |
| Totaal | 573.624,45 euro |
Warme Winter
| Dienst* | Thematische Hulp |
| Budgetplaats | B14110000 |
| Categorie* | 6491000 |
| Subsidiecode | / |
| 2024 | 100.398,99 € |
| 2025 | 103.825,05 € + 11.155,44 € |
| 2026 | 11.536,12 € |
| Totaal | 226.915,60 euro |
Brugteam
| Dienst* | Thematische Hulp |
| Budgetplaats | B14110000 |
| Categorie* | 6491000 |
| Subsidiecode | / |
| 2024 | 76.981,09 € |
| 2025 | 81.382,71 € + 8.553,45 € |
| 2026 | 9.042,52 € |
| Totaal | 175.959,77 euro |
Transithuis
| Dienst* | Thematische Hulp |
| Budgetplaats | B14110000 |
| Categorie* | 6491000 |
| Subsidiecode | / |
| 2024 | 153.801,39 € |
| 2025 | 155.541,07 € + 17.089,04 € |
| 2026 | 17.282,34 € |
| Totaal | 343.713,84 euro |
Juristen de Blekerij
| Dienst* | Thematische Hulp |
| Budgetplaats | B10640000 |
| Categorie* | 6491000 |
| Subsidiecode | / |
| 2024 | 119.714,93 € |
| 2025 | 123.472,78 € + 13.301,66 € |
| 2026 | 13.719,20 € |
| Totaal | 270.208,57 euro |
O&O De Blekerij
| Dienst* | Thematische Hulp | Thematische Hulp |
| Budgetplaats | B10640000 | B14110000 |
| Categorie* | 6491000 | 6491000 |
| Subsidiecode | / | / |
| 2024 | 284.132,53 € | 12.727,00 € |
| 2025 | 291.669,77 € + 32.984,39 € | 14.737,00 € |
| 2026 | 34.045,20 € | 0 € |
| Totaal | 642.831,89 euro | 27.464 euro |
Nachtopvang
| Dienst* | Thematische Hulp | Thematische Hulp |
| Budgetplaats | B14110000 |
B14110000 |
| Categorie* | 6491000 | 6491000 |
| Subsidiecode | / | POD.ODL |
| 2024 | 859.482,34 € |
50.000 € |
| 2025 | 894.073,07 € + 101.053,59 € |
50.000 € |
| 2026 | 104.897,01 € |
0 € |
| Totaal | 1.959.506,01 | 100.000 euro |
Projecten Leegstand
| Dienst* | Thematische Hulp | Thematische Hulp | Thematische Hulp |
| Budgetplaats | B14110000 | B10640000 | B141100PO |
| Categorie* | 6491000 | 6491000 | 6641000 |
| Subsidiecode | / | / | / |
| 2024 | 284.895,82 € | 60.546,38 € | 40.000 € |
| 2025 | 288.790,01 € + 31.655,09 € | 61.281,05 € + 6.727,38 € | 40.000 € |
| 2026 | 32.087,78 € | 6.809,01 € | 0 € |
| Totaal | 637.428,70 euro | 135.363,81 euro | 80.000 euro |
Mind-Spring
| Dienst* | Regie Gezondheid en Zorg |
| Budgetplaats | 352140000 |
| Categorie* | E subs |
| Subsidiecode | / |
| 2024 | 52.245,00 € |
| 2025 | 58.750,08 € |
| 2026 | 5.882,79 € |
| Totaal | 116.877,87 € |
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
In het kader van het uitwerken van een gedragen integriteitsbeleid heeft de raad voor maatschappelijk welzijn op 13 december 2018 en de gemeenteraad op 17 december 2018 de vernieuwde deontologische code voor het stads- en OCMW-personeel goedgekeurd en dit met ingang vanaf 1 januari 2019. Die code geeft richtlijnen waarnaar de medewerkers moeten streven, maar toont ook de ondergrens, de minimumverwachtingen waaraan elke medewerker moet voldoen.
Om een integere manier van werken vast te ankeren in de organisatie, heeft aansluitend de gemeenteraad op 1 maart 2021 en de raad voor maatschappelijk welzijn op 2 maart 2021 een nieuw luik aan de deontologische code toegevoegd, dat aangeeft hoe medewerkers een (vermoeden van) integriteitsschending kunnen melden, hoe het vooronderzoek en onderzoek verlopen en wat de mogelijke resultaten daarvan kunnen zijn. In dezelfde zitting hebben de raden het integriteitscomité opgericht, dat tot doel heeft het integer handelen van de medewerkers te bewaken en versterken. Eén van de belangrijkste taken ervan is een kanaal aan te bieden via hetwelk medewerkers vragen of meldingen rond mogelijke integriteitsschendingen kunnen doorgeven.
Naar aanleiding van de opname van de klokkenluidersrichtlijn in de Belgische wetgeving, moet het luik van de deontologische code dat aangeeft hoe medewerkers een (vermoeden van) integriteitsschending kunnen melden, worden geconformeerd aan die klokkenluidersregeling, opgenomen in het Bestuursdecreet van de Vlaamse overheid.
Van die gelegenheid wordt gebruik gemaakt om de deontologische code ook aan te passen aan de mogelijkheden die het Ontslagdecreet biedt en om het gebruik van de voornaamwoorden in de code genderinclusief te maken.
De volgende aanpassingen zijn vereist:
Naast deze aanpassingen aan de deontologische code, wordt voorgesteld om het integriteitscomité voor het stads- en OCMW-personeel uit te breiden en daaraan een medewerker van de Juridische Dienst en Kennisbeheer toe te voegen. Net als de overige diensten die deel uitmaken van het integriteitscomité, wordt deze dienst vanuit haar werking vaak geconfronteerd met integriteitsissues. De kennis en expertise van de dienst heeft dan ook een meerwaarde voor de werking van het comité.
Keurt goed dat de Deontologische Code Stad en OCMW Gent met onmiddellijke ingang als volgt wordt geconformeerd aan de klokkenluidersregeling en aan het Ontslagdecreet:
De algemeen directeur kan aan de leidinggevende(n) van de vermoedelijke pleger van een integriteitsschending vragen om de nodige dossieropbouw op te starten (opstellen van feitenverslagen, organiseren van confrontatiegesprekken enz.).Met die dossieropbouw kan het college van burgemeester en schepenen of vast bureau vervolgens een correct gemotiveerde beslissing te nemen.
Dossieropbouw zoekt zowel naar feiten die de schuld van de medewerker (m/v/x) kunnen bewijzen als naar feiten die de onschuld van de medewerker (m/v/x) kunnen bewijzen.
Mogelijke onderzoeksmethoden zijn:
De leidinggevende of dienstchef beslist welke onderzoeksmethoden hij/zij/die toepast.
Ze worden in het onderzoek bijgestaan door de juristen van de Dienst HR Juridische Ondersteuning en Sociaal Overleg. Die bewaken de organisatiebrede lijn en zorgen dat het onderzoek procedureel en inhoudelijk correct verloopt.
De medewerking van de melder bij dossieropbouw
Als melder ben je niet verplicht om aan de dossieropbouw mee te werken. Indien je geen verdere medewerking meer wil verlenen, dan kan het integriteitscomité beslissen om de melding toch verder te onderzoeken als:
Mogelijke resultaten van de dossieropbouw
Na afloop van de dossieropbouw leggen de dienstchef en het departementshoofd het resultaat van het onderzoek vast in een verslag. Als zij menen dat er gegronde redenen zijn om tot het ontslag van de medewerker (m/v/x) over te gaan, sturen ze via het daarvoor bestemde formulier (hier te vinden op MIA) een gemotiveerde aanvraag tot ontslag naar de Dienst Personeelsbeheer. Ze zorgen ervoor dat de bevoegde schepen op de hoogte is van de ontslagaanvraag en de kans heeft gehad om alle relevante vragen te stellen. De Dienst Personeelsbeheer maakt het ontslagbesluit op voor het college van burgemeester en schepenen of vast bureau.
Ook na afloop van een persoonsgericht onderzoek krijg je als melder via het integriteitscomité een terugkoppeling van de geplande maatregelen en over de redenen daarvoor, rekening houdend met de rechten en de persoonlijke levenssfeer van de andere betrokken partijen. Zo deelt het integriteitscomité bijvoorbeeld enkel mee dat het onderzoek werd afgerond, een integriteitsschending werd vastgesteld of aanbevelingen werden geformuleerd."
Keurt de aangepaste gecoördineerde versie van de Deontologische Code Stad en OCMW Gent, zoals gevoegd bij dit besluit, goed.
Keurt goed dat aan het integriteitscomité voor het stads- en OCMW-personeel een medewerker van de Juridische Dienst en Kennisbeheer wordt toegevoegd, waardoor volgende diensten er voortaan deel van uitmaken:
Het vast bureau duidt de effectieve leden en voorzitter van het integriteitscomité aan.
In zitting van september 2019 hebben de gemeente- en OCMW-raad een gemeenschappelijke rechtspositieregeling goedgekeurd voor het stadspersoneel en het OCMW-personeel, m.u.v. de personeelsleden van artikel 186, § 2, 3° Decreet Lokaal Bestuur en artikel 60-personeelsleden. Omwille van beleidsbeslissingen worden een aantal wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent voorgesteld. De wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent worden ter onderhandeling voorgelegd aan de vakbonden en ter goedkeuring voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Binnen het Medisch Sociaal Opvangcentrum (MSOC) liggen er momenteel verschillende uitdagingen om het MSOC future proof te maken. Om hieraan tegemoet te komen wordt voorgesteld om de nieuwe functie 'Deskundige zorgbeleid' (m/v/x) op te nemen in de rechtspositieregeling zodat kan ingezet worden op:
Het MSOC heeft daarnaast verschillende verplichtingen zoals jaarverslagen. Momenteel doen de huidige medewerkers dit, maar ten koste van hun begeleidingen waardoor ze minder prestaties kunnen doen. Deze prestaties zijn de belangrijkste bron waarvoor het MSOC gefinancierd wordt.
Het MSOC participeert omwille van zijn werking in vele netwerken (daklozen, VVBV, stad Gent, stad Sint-Niklaas, stad Lokeren, gevangenissen, opstap, …). Ook hiervoor moeten beleidsnota’s geschreven en opgevolgd worden, bijvoorbeeld de samenwerkingsakkoorden met UZ, de 3 steden, apotheek.
Verslavingszorg is tenslotte een sector waar voortdurend nieuwe wetenschappelijke inzichten verschijnen. Deze opvolgen en integreren in de huidige werking is cruciaal om van het MSOC een blijvend performante organisatie te maken. Het MSOC wordt regelmatig geconfronteerd met ‘nieuwe drugs’ bv Flaka, Xylazine, fentanyl. Hierover geïnformeerd worden is belangrijk voor zowel de dagelijkse werking als het drugbeleid van stad Gent.
Omwille van bovenstaande elementen wordt voorgesteld om de functie van deskundige zorgbeleid (m/v/x) met rang Av en IFIC cat.16 toe te voegen aan artikel 152 van de rechtspositieregeling, onder de nieuwe graad van deskundige zorgbeleid (m/v/x).
Door het nieuwe Rechtspositiebesluit van 20 januari 2023 wordt het Besluit van de Vlaamse regering van 12 september 2002 betreffende de toekenning en de vaststelling van het vakantiegeld van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel opgeheven. In onze eigen rechtspositieregeling wordt naar dit BVR verwezen in het hoofdstuk over het vakantiegeld. Door de opheffing van het BVR is er niet langer een rechtsgrond in onze rechtspositieregeling voor de berekening en uitbetaling van het vakantiegeld publieke sector. Er kan niet gewacht worden op de opmaak van een integrale nieuwe rechtspositieregeling om hiervoor een juridische basis te creëren.
Het is aangewezen om de relevante bepalingen over de toekenning en berekening van vakantiegeld publieke sector (zoals voorzien in het nieuwe Rechtspositiebesluit) integraal op te nemen in onze eigen rechtspositieregeling én daarbij de huidige werk- en berekeningswijze van het vakantiegeld ongewijzigd te behouden. In het licht van de opmaak van de nieuwe rechtspositieregeling naar aanleiding van het nieuwe Rechtspositiebesluit zal bekeken worden of aan de berekeningswijze aanpassingen nodig zijn.
De Europese Richtlijn 2003/88/EG van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd en de daarbij horende Europese rechtspraak verplicht de lidstaten om medewerkers die een jaar gewerkt hebben, in datzelfde jaar minstens vier weken vakantie met behoud van loon toe te kennen. De Europese Commissie heeft aan België opmerkingen overgemaakt over het feit dat de huidige (private) reglementering een medewerker voor wie het om bepaalde redenen onmogelijk was al zijn vakantiedagen in het vakantiejaar op te nemen, niet toestaat zijn vakantiedagen ook na dat vakantiejaar over te dragen. De Europese Commissie stelt tevens vast dat de huidige Belgische reglementering een medewerker ook niet toestaat zijn vakantiedagen op een later tijdstip op te nemen indien zich tijdens zijn vakantieperiode een ziekte voordoet, waardoor hij de vakantiedagen die samenvallen met zijn ziekte verliest.
Binnen de Stad Gent zijn reeds grondige wijzigingen in het vakantiestelsel doorgevoerd, onder meer om deze in lijn te brengen met bovenstaande Europese richtlijn en rechtspraak: vanaf 2021 wordt voor alle medewerkers het vakantietegoed opgebouwd gedurende het lopende jaar (publieke vakantiestelsel) waarbij voor medewerkers die in het lopende jaar ziek zijn geweest, ten minste 4 weken (i.c. 24 dagen) vakantie worden gegarandeerd, dit onder de vorm van een overdracht naar het volgende jaar. Enkel de laatste opmerking van Europa: namelijk het garanderen van deze vakantiedagen voor een medewerker die voor of tijdens een geplande vakantie ziek wordt, werd (nog) niet ingevoerd.
Intussen werd de Belgische wetgeving op deze punten aangepast voor de vakantieregeling van de private sector. Ook het nieuwe Rechtspositiebesluit bepaalt in artikel 54 dat, onafhankelijk van het toepasselijke vakantiestelsel en zowel voor contractuele als statutaire medewerkers, een afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid nooit als vakantiedag mag tellen: als medewerkers arbeidsongeschikt worden vóór de aanvang van aangevraagde en toegestane vakantiedagen, wordt de vakantie opgeschort; wanneer medewerkers arbeidsongeschikt worden tijdens een periode van jaarlijkse vakantie, wordt het vakantieverlof omgezet in verlof wegens arbeidsongeschiktheid.
Het Agentschap Binnenlands Bestuur adviseert uitdrukkelijk om ook in onze rechtspositieregeling eenzelfde regeling te voorzien voor alle medewerkers en dit ten laatste vanaf 1 januari 2024.
De modaliteiten (werkgever inlichten over verblijfplaats tijdens ziekte, verplicht indienen van ziekteattest in verstaanbare taal, ...) van deze nieuwe regeling worden opgenomen in de rechtspositieregeling.
In artikel 153 wordt de bestaande praktijk voor verloning van lesgevers of monitoren voor specifieke en/of kortlopende activiteiten en sessies die zijn aangeworven via een studenten- of monitorenovereenkomst opgenomen in de rechtspositieregeling.
Wijzigt de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent met ingang van 1 januari 2024 als volgt:
* In artikel 152, § 1 wordt in de opsomming 5° bij niveau A een nieuwe graad van 'Deskundige zorgbeleid (m/v/x)' toegevoegd met in de tweede kolom 'Functie' de nieuwe functie 'Deskundige zorgbeleid (m/v/x)' met in de derde kolom rang 'Av' en in de laatste kolom IFIC '16'.
* In artikel 153, § 1 wordt de zin bij 2. aangepast als volgt: '2. de medewerkers (m/v/x) aangeworven bij toepassing van artikel 7 of via een studenten- of monitorenovereenkomst in één van onderstaande functies.'
* Het huidige artikel 219 bis wordt opgeheven en vervangen als volgt:
'De medewerker (m/v/x) ontvangt jaarlijks een vakantiegeld.
Het vakantiegeld publiek stelsel bedraagt voor volledige prestaties die gedurende het hele referentiejaar zijn verricht, 92% van het maandsalaris van de maand maart van het vakantiejaar.
In de tweede alinea wordt verstaan onder:
1° referentiejaar: het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vakantie wordt toegekend;
2° vakantiejaar: het jaar waarin de vakantie wordt toegekend;
3° maandsalaris: het maandsalaris, vermeld in artikel 167 van deze rechtspositieregeling aangevuld met de eventuele haard- of standplaatstoelage.'
* Na artikel 219 bis worden een artikel 219 bis/1 tot en met artikel 219 bis/3 toegevoegd als volgt:
'Artikel 219 bis/1
Indien er in het referentiejaar, zijnde de 12 maanden voorafgaand aan de vakantiemaand, variabel salaris toegekend werd, wordt een bijkomende vergoeding als aanvullend vakantiegeld toegekend.
Onder variabel salaris vallen alle toelagen die niet tot het salaris behoren, zoals voorzien in de toepasselijke salarisschaal, en waarop sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.
Deze bijkomende vergoeding wordt berekend als volgt: 15,67 % van dit totaalbedrag aan bruto variabel salaris in de referentieperiode berekend op basis van het maandgemiddelde.
Voor de uitbetaling van dit bedrag gelden dezelfde modaliteiten zoals opgenomen in artikel 219 bis/2.
Artikel 219 bis/2
Het vakantiegeld wordt uitbetaald op de derde laatste werkdag van de maand april.
Ingeval van uitdiensttreding wordt het vakantiegeld uitbetaald tijdens de maand die volgt op de datum van de uitdiensttreding.
Bij een gedeeltelijk salaris wegens het uitoefenen van deeltijdse prestaties wordt het vakantiegeld in evenredige mate verminderd.
Bij de berekening van het vakantiegeld wordt rekening gehouden met het percentage en de eventuele inhouding, die op de datum in kwestie van kracht zijn. Het percentage wordt toegepast op het jaarsalaris dat als basis dient voor de berekening van het salaris dat de medewerker (m/v/x) op die datum geniet.
Als de medewerker (m/v/x) op die datum geen salaris of een verminderd salaris geniet, dan wordt het percentage berekend op het salaris dat hem/haar betaald zou zijn geweest, als het op die datum zijn/haar ambt uitgeoefend zou hebben.
Artikel 219 bis/3
§ 1. De periodes van disponibiliteit en de periodes van verlof en afwezigheid waarbij het recht op salaris (gedeeltelijk) blijft behouden, komen in aanmerking om het bedrag van het vakantiegeld te berekenen.
Het onbetaald verlof komt niet in aanmerking om het bedrag van het vakantiegeld te berekenen.
§ 2. Om het bedrag van het vakantiegeld te berekenen, komt de periode vanaf 1 januari van het referentiejaar tot de dag die voorafgaat aan de datum van de indiensttreding als medewerker (m/v/x), ook in aanmerking als de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de medewerker (m/v/x) is jonger dan 25 jaar op het einde van het referentiejaar;
2° de medewerker (m/v/x) is uiterlijk in dienst getreden op de laatste dag van de vierde maand die volgt na de maand waarin de medewerker (m/v/x) een studie die recht geeft op kinderbijslag heeft beëindigd, of de maand waarin de medewerker (m/v/x) een leerovereenkomst heeft beëindigd.
In dit artikel wordt onder referentiejaar verstaan: het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vakantie wordt toegekend.'
* Artikel 230 wordt vervangen als volgt:
'Artikel 230
Als een medewerker (m/v/x) ziek wordt voor de aanvang van aangevraagde en toegestane vakantiedagen, dan wordt de vakantie opgeschort en worden voor de statutaire medewerkers (m/v/x) de ziektedagen aangerekend op het beschikbare ziektekrediet.
Als de medewerker (m/v/x) ziek wordt tijdens een periode van jaarlijkse vakantie, dan wordt het vakantieverlof omgezet in ziekteverlof dat voor de statutaire medewerkers (m/v/x) aangerekend wordt op het beschikbare ziektekrediet.
Indien de medewerker (m/v/x) de niet opgenomen vakantiedagen onmiddellijk aansluitend aan het ziekteverlof wil opnemen, wordt die vraag uiterlijk op het moment van het indienen van het ziekteattest aan de leidinggevende gesteld. De leidinggevende is niet verplicht om op die vraag in te gaan.'
* Aan de eerste alinea van artikel 240/4, § 1 worden op het einde volgende zinnen toegevoegd: 'Attesten van buitenlandse artsen worden steeds opgemaakt in een verstaanbare taal. Daaronder wordt verstaan: één van de drie landstalen (Nederlands, Frans, Duits) of Engels.'
* Aan de tweede alinea van artikel 240/4, § 1 worden op het einde volgende zinnen toegevoegd: 'Deze vrijstelling van de verplichting om een attest van arbeidsongeschiktheid in te dienen, geldt niet als de medewerker (m/v/x) ziek wordt tijdens een periode van jaarlijkse vakantie. In dit laatste geval is steeds een ziekteattest vereist.'
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn hebben op 27/06/2023 de subsidieovereenkomst goedgekeurd tussen vzw Ateljee, de Stad en het OCMW voor het project Digipunten, werkingsjaren 2023-2025.
De Vlaamse regering keurde op 15 juli 2022 het besluit tot uitvoering van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling goed. Dit besluit bepaalt dat de nieuwe regelgeving ingaat op 01/07/2023.
De Vlaamse regering keurde op 26 mei 2023 het besluit goed betreffende de werkingssubsidie aanvullend lokaal dienstenaanbod van algemeen economisch belang juli 2023 - december 2023.
De invoering van het decreet individueel maatwerk betekent dat de financiering voor projecten lokale diensteneconomie (LDE) stopt vanaf juli 2023. Deze projecten kunnen voortaan gebruik maken van de financiering individueel maatwerk voor het organiseren van aanvullende lokale diensten. Een gevolg hiervan is dat ook de huidige financiering via de Sociale Inschakelingeconomie (SINE) maatregel verviel. De Vlaamse overheid voorziet vanaf juli 2023 een extra budget voor 'Aanvullende Lokale Diensten' (ALD) om het wegvallen van de SINE-middelen te compenseren. Dit budget wordt ter beschikking gesteld van de lokale overheden om te verdelen over de voormalige LDE-projecten. Voor de Stad Gent werd hiervoor een budget van 646.848,57 euro toegekend voor het werkingsjaar 2023.
Voor de verdeling van deze middelen door de lokale overheid gelden enkele voorwaarden:
Er wordt voorgesteld om de middelen toe te kennen en hiervoor volgende verdeelsteutel te hanteren:
Om de continuering van het project Digipunten te garanderen wordt volgende jaarlijkse verdeling van tewerkstelling en financiering ALD voorgesteld.
Ateljee vzw, Getouwstraat 11, 9000 Gent
Organisatie van project Digipunten.
10 VTE doelgroepwerknemers, periode 01/01/2023-31/12/2025
Huidige lopende basisfinanciering: bedrag dat jaarlijks geïndexeerd wordt:
Dienst Werk en Activering | Dienst Lokaal Sociaal Beleid | Totaal | |
| 2023 | 70.338,42 € | 70.338,42 € | 140.676,84 € |
Bijkomende financiering voor Aanvullende Lokale Diensten (bedrag voor 2023, wordt niet geïndexeerd en jaarlijks aangepast aan beschikbare budget):
| Dienst Werk ALD | VTE |
43.033,40 euro | 10 |
De evaluatiefiche voor het project Digipunten voor het werkingsjaar 2022 werd als bijlage bij dit besluit gevoegd.
Gezien een deel van de subsidie verleend wordt door de dienst Werk en Activering, zal dit besluit ook aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
| Dienst* | Werk en Activering |
| Budgetplaats | 348230000 |
| Categorie* | Exploitatie |
| Subsidiecode | WSE-ALD |
| 2023 | 38.730,06 |
| 2024 | 4.303,34 |
| Totaal | 43.033,40 |
| Dienst* | Werk en Activering |
| Budgetplaats | 348230000 |
| Categorie* | Exploitatie |
| Subsidiecode | WSE-ALD |
| 2024 | 43.033,40 |
| Totaal | 43.033,40 |
Subsidieovereenkomst voor 'Opvang en Oriëntatie mensen zonder wettig verblijf' en 'Materiële dienstverlening' voor werkingsjaar 2023 zoals voorgelegd aan het vast bureau en de Raad Maatschappelijk Welzijn van 27 maart 2023.
Hiertoe wordt de subsidieovereenkomst voor 'Opvang en Oriëntatie mensen zonder wettig verblijf' en 'Materiële dienstverlening' voor werkingsjaren 2024-2025 met Een Hart Voor Vluchtelingen vzw opgemaakt voor de periode van 2 jaar, waarbij een subsidie wordt toegekend van 382.652,74 euro.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Thematische Hulp | Lokaal Sociaal Beleid | Lokaal Sociaal beleid |
| Budgetplaats | B10640000 | B10132100 | B10150000 |
| Categorie* | 6491000 | 6491000 | 6491000 |
| Subsidiecode | / | / | / |
| 2024 | 99.166,21 | 57.837,61 | 14.461,19 |
| 2025 | 111.027,59 | 64.755,63 | 16.190,91 |
| 2026 | 11.112,12 | 6.481,03 | 1.620,46 |
| 2027 | |||
| 2028 | |||
| Later | |||
| Totaal | 221.305,92 | 129.074,27 | 32.272,60 |
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | |||
| Budgetplaats | |||
| Categorie* | |||
| Subsidiecode | |||
| 2020 | |||
| 2021 | |||
| 2022 | |||
| 2023 | |||
| 2024 | |||
| 2025 | |||
| Later | |||
| Totaal |
Het versterken van materiële ondersteuning wordt als een belangrijke actie omschreven in het Armoedebeleidsplan 2020 – 2025 om te verzekeren dat mensen kunnen voorzien in hun basisbehoeften. Sociale restaurants zijn hierin belangrijke partners als aanbieder van materiële ondersteuning: binnen de stad garanderen ze een aanbod van voedzame, bereide maaltijden. De sociale restaurants vormen bovendien een belangrijke schakel in het realiseren van de voedselstrategie van Stad Gent.
Kwetsbare Gentenaars kunnen in alle erkende sociale restaurants terecht voor een maaltijd aan sociaal tarief. De voorwaarden en de sociale tarieven zijn in elk sociaal restaurant uniform en het recht op korting wordt in elk sociaal restaurant aangetoond met de UiTPAS aan kansentarief. Minimaal 25% van het totaal aantal verkochte maaltijden moet aan sociaal tarief verkocht worden.
Per maaltijd verkocht aan sociaal tarief krijgt het restaurant een opleg tot een vastgelegd bedrag in de vorm van een prijssubsidie. Dit bedrag wordt verhoogd van 6,90€ in 2023 naar 7,66€ in 2024 om de sterk gestegen kosten in de sociale restaurants te compenseren.
Kompas vzw heeft een erkenning voor het sociale restaurant Villa Ooievaar gelegen in Wondelgem.
Deze overeenkomst regelt de voorwaarden verbonden aan het aanbieden van maaltijden aan sociaal tarief volgens het erkenningsreglement.
Hiertoe werd de Subsidieovereenkomst sociale restaurantwerking 2024-2025 met Kompas vzw, Botestraat 131-133, 9032 Wondelgem opgemaakt voor de periode 2024-2025, waarbij een subsidie wordt toegekend per maaltijd verkocht aan sociaal tarief.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Lokaal Sociaal Beleid |
| Budgetplaats | B1013 |
| Categorie* | 649500 |
| Subsidiecode | / |
| 2024 | 18.000 € |
| 2025 | 18.500 € |
| Totaal | 36.500€ |
Het versterken van materiële ondersteuning wordt als een belangrijke actie omschreven in het Armoedebeleidsplan 2020 – 2025 om te verzekeren dat mensen kunnen voorzien in hun basisbehoeften. Sociale restaurants zijn hierin belangrijke partners als aanbieder van materiële ondersteuning: binnen de stad garanderen ze een aanbod van voedzame, bereide maaltijden. De sociale restaurants vormen bovendien een belangrijke schakel in het realiseren van de voedselstrategie van Stad Gent.
Kwetsbare Gentenaars kunnen in alle erkende sociale restaurants terecht voor een maaltijd aan sociaal tarief. De voorwaarden en de sociale tarieven zijn in elk sociaal restaurant uniform en het recht op korting wordt in elk sociaal restaurant aangetoond met de UiTPAS aan kansentarief. Minimaal 25% van het totaal aantal verkochte maaltijden moet aan sociaal tarief verkocht worden.
Per maaltijd verkocht aan sociaal tarief krijgt het restaurant een opleg tot een vastgelegd bedrag in de vorm van een prijssubsidie. Dit bedrag wordt verhoogd van 6,90€ in 2023 naar 7,66€ in 2024 om de sterk gestegen kosten in de sociale restaurants te compenseren.
Toreke vzw heeft een erkenning voor de sociale restaurants Eétcafé Toreke in het Rabot en Café M in Muide-Meulestede.
Deze overeenkomst regelt de voorwaarden verbonden aan het aanbieden van maaltijden aan sociaal tarief volgens het erkenningsreglement.
Hiertoe werd de Subsidieovereenkomst sociale restaurantwerking 2024-2025 met Toreke vzw, Vlotstraat 22, 9000 Gent opgemaakt voor de periode 2024-2025, waarbij een subsidie wordt toegekend per maaltijd verkocht aan sociaal tarief.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
Deze bedragen zijn indicatief, op basis van het verwachte aantal verkochte maaltijden.
| Dienst* | Lokaal Sociaal Beleid |
| Budgetplaats | B10130000 |
| Categorie* | 649500 |
| Subsidiecode | / |
| 2024 | 40.000 € |
| 2025 | 40.500 € |
| Totaal | 80.500€ |
Het versterken van materiële ondersteuning wordt als een belangrijke actie omschreven in het Armoedebeleidsplan 2020 – 2025 om te verzekeren dat mensen kunnen voorzien in hun basisbehoeften. Sociale restaurants zijn hierin belangrijke partners als aanbieder van materiële ondersteuning: binnen de stad garanderen ze een aanbod van voedzame, bereide maaltijden. De sociale restaurants vormen bovendien een belangrijke schakel in het realiseren van de voedselstrategie van Stad Gent.
Kwetsbare Gentenaars kunnen in alle erkende sociale restaurants terecht voor een maaltijd aan sociaal tarief. De voorwaarden en de sociale tarieven zijn in elk sociaal restaurant uniform en het recht op korting wordt in elk sociaal restaurant aangetoond met de UiTPAS aan kansentarief. Minimaal 25% van het totaal aantal verkochte maaltijden moet aan sociaal tarief verkocht worden
Per maaltijd verkocht aan sociaal tarief krijgt het restaurant een opleg tot een vastgelegd bedrag in de vorm van een prijssubsidie. Dit bedrag wordt verhoogd van 6,90€ in 2023 naar 7,66€ in 2024 om de sterk gestegen kosten in de sociale restaurants te compenseren.
Ateljee vzw heeft een erkenning voor 4 sociale restaurants:
Deze overeenkomst regelt de voorwaarden verbonden aan het aanbieden van maaltijden aan sociaal tarief volgens het erkenningsreglement.
Hiertoe werd de Subsidieovereenkomst sociale restaurantwerking 2024-2025 met Ateljee vzw, Getouwstraat 11, 9000 Gent opgemaakt voor de periode 2024-2025, waarbij een subsidie wordt toegekend per maaltijd verkocht aan sociaal tarief.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
Deze bedragen zijn indicatief, op basis van het verwachte aantal verkochte maaltijden
| Dienst* | Lokaal Sociaal Beleid |
| Budgetplaats | B10130000 |
| Categorie* | 649500 |
| Subsidiecode | / |
| 2024 | 170.000 € |
| 2025 | 172.000 € |
| Totaal | 342.000 € |
De raad voor maatschappelijk welzijn heeft op 25 maart 2019 de aanduiding van de stemgerechtigde leden in het gezamenlijk Intern Auditcomité voor Stad en OCMW Gent goedgekeurd.
De Open Vld-fractie wenst over te gaan tot een vervanging in het gezamenlijk Intern Auditcomité voor Stad en OCMW Gent.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt goed de vervanging van Christophe Peeters door Alana Hermen, namens de Open Vld-fractie, als lid met stemrecht van het gezamenlijk Intern Auditcomité voor Stad en OCMW Gent, en dit met ingang van 1 januari 2024.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn van december 2023 wordt het lidmaatschap en de deelname in het bestuursorgaan van OCMW Gent (DBSE) in de vzw Herw!n ter goedkeuring voorgelegd.
Het OCMW Gent (DSBE) wenst 1 natuurlijke persoon als hun vaste vertegenwoordiger voor te dragen in het bestuursorgaan
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn van december 2023 wordt het lidmaatschap en de deelname in het bestuursorgaan van OCMW Gent (DBSE) in de vzw Herw!n ter goedkeuring voorgelegd.
De statuten bepalen dat de algemene vergadering is samengesteld uit alle werkende leden.
Keurt goed de aanduiding van Edwin Beaumon, directeur DBSE, als OCMW-vertegenwoordiger in de algemene vergadering van de vzw Herw!n.
Er worden een aantal wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent voorgesteld. De wijzigingen die aangebracht worden aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent moeten ook overgenomen worden voor de medewerkers die vallen onder het toepassingsgebied van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg. De wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg worden ter onderhandeling voorgelegd aan de vakbonden en ter goedkeuring voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Door het nieuwe Rechtspositiebesluit van 20 januari 2023 wordt het Besluit van de Vlaamse regering van 12 september 2002 betreffende de toekenning en de vaststelling van het vakantiegeld van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel opgeheven. In onze eigen rechtspositieregeling wordt naar dit BVR verwezen in het hoofdstuk over het vakantiegeld. Door de opheffing van het BVR is er niet langer een rechtsgrond in onze rechtspositieregeling voor de berekening en uitbetaling van het vakantiegeld publieke sector. Er kan niet gewacht worden op de opmaak van een integrale nieuwe rechtspositieregeling om hiervoor een juridische basis te creëren.
Het is aangewezen om de relevante bepalingen over de toekenning en berekening van vakantiegeld publieke sector (zoals voorzien in het nieuwe Rechtspositiebesluit) integraal op te nemen in onze eigen rechtspositieregeling én daarbij de huidige werk- en berekeningswijze van het vakantiegeld ongewijzigd te behouden. In het licht van de opmaak van de nieuwe rechtspositieregeling naar aanleiding van het nieuwe Rechtspositiebesluit zal bekeken worden of aan de berekeningswijze aanpassingen nodig zijn.
De Europese Richtlijn 2003/88/EG van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd en de daarbij horende Europese rechtspraak verplicht de lidstaten om medewerkers die een jaar gewerkt hebben, in datzelfde jaar minstens vier weken vakantie met behoud van loon toe te kennen. De Europese Commissie heeft aan België opmerkingen overgemaakt over het feit dat de huidige (private) reglementering een medewerker voor wie het om bepaalde redenen onmogelijk was al zijn vakantiedagen in het vakantiejaar op te nemen, niet toestaat zijn vakantiedagen ook na dat vakantiejaar over te dragen. De Europese Commissie stelt tevens vast dat de huidige Belgische reglementering een medewerker ook niet toestaat zijn vakantiedagen op een later tijdstip op te nemen indien zich tijdens zijn vakantieperiode een ziekte voordoet, waardoor hij de vakantiedagen die samenvallen met zijn ziekte verliest.
Binnen de Stad Gent zijn reeds grondige wijzigingen in het vakantiestelsel doorgevoerd, onder meer om deze in lijn te brengen met bovenstaande Europese richtlijn en rechtspraak: vanaf 2021 wordt voor alle medewerkers het vakantietegoed opgebouwd gedurende het lopende jaar (publieke vakantiestelsel) waarbij voor medewerkers die in het lopende jaar ziek zijn geweest, ten minste 4 weken (i.c. 24 dagen) vakantie worden gegarandeerd, dit onder de vorm van een overdracht naar het volgende jaar. Enkel de laatste opmerking van Europa: namelijk het garanderen van deze vakantiedagen voor een medewerker die voor of tijdens een geplande vakantie ziek wordt, werd (nog) niet ingevoerd.
Intussen werd de Belgische wetgeving op deze punten aangepast voor de vakantieregeling van de private sector. Ook het nieuwe Rechtspositiebesluit bepaalt in artikel 54 dat, onafhankelijk van het toepasselijke vakantiestelsel en zowel voor contractuele als statutaire medewerkers, een afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid nooit als vakantiedag mag tellen: als medewerkers arbeidsongeschikt worden vóór de aanvang van aangevraagde en toegestane vakantiedagen, wordt de vakantie opgeschort; wanneer medewerkers arbeidsongeschikt worden tijdens een periode van jaarlijkse vakantie, wordt het vakantieverlof omgezet in verlof wegens arbeidsongeschiktheid.
Het Agentschap Binnenlands Bestuur adviseert uitdrukkelijk om ook in onze rechtspositieregeling eenzelfde regeling te voorzien voor alle medewerkers en dit ten laatste vanaf 1 januari 2024.
De modaliteiten (werkgever inlichten over verblijfplaats tijdens ziekte, verplicht indienen van ziekteattest in verstaanbare taal, ...) van deze nieuwe regeling worden opgenomen in de rechtspositieregeling ouderenzorg.
In artikel 149 wordt de huidige praktijk voor verloning van studenten opgenomen in de rechtspositieregeling.
Wijzigt de Rechtspositieregeling Ouderenzorg met ingang van 1 januari 2024 als volgt:
* In artikel 149 wordt § 1 vervangen als volgt:
'§ 1. De medewerker (m/v/x) wordt bezoldigd in een salarisschaal verbonden aan zijn/haar graad met uitzondering van de studenten. Studenten worden bezoldigd op basis van een uursalaris vastgesteld op 1/1976ste van het minimum van :
• IFIC categorie 4 voor de studenten die in het onderhoud en/of de keuken worden tewerkgesteld;
• IFIC categorie 8 voor de studenten die in de verzorging worden tewerkgesteld en die niet beschikken over een visum als zorgkundige;
• IFIC categorie 11 voor de studenten die in de verzorging worden tewerkgesteld en die beschikken over een visum als zorgkundige.'
* Het huidige artikel 214/1wordt opgeheven en vervangen als volgt:
'De medewerker (m/v/x) ontvangt jaarlijks een vakantiegeld.
Het vakantiegeld publiek stelsel bedraagt voor volledige prestaties die gedurende het hele referentiejaar zijn verricht, 92% van het maandsalaris van de maand maart van het vakantiejaar.
In de tweede alinea wordt verstaan onder:
1° referentiejaar: het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vakantie wordt toegekend;
2° vakantiejaar: het jaar waarin de vakantie wordt toegekend;
3° maandsalaris: het maandsalaris, vermeld in artikel 167 van deze rechtspositieregeling aangevuld met de eventuele haard- of standplaatstoelage.'
* Na artikel 214/1 worden artikels 214/2 tot en met artikel 219/4 toegevoegd als volgt:
'Artikel 214/2
Indien er in het referentiejaar, zijnde de 12 maanden voorafgaand aan de vakantiemaand, variabel salaris toegekend werd, wordt een bijkomende vergoeding als aanvullend vakantiegeld toegekend.
Onder variabel salaris vallen alle toelagen die niet tot het salaris behoren, zoals voorzien in de toepasselijke salarisschaal, en waarop sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.
Deze bijkomende vergoeding wordt berekend als volgt: 15,67 % van dit totaalbedrag aan bruto variabel salaris in de referentieperiode berekend op basis van het maandgemiddelde.
Voor de uitbetaling van dit bedrag gelden dezelfde modaliteiten zoals opgenomen in artikel 219 bis/2.
Artikel 214/3
Het vakantiegeld wordt uitbetaald op de derde laatste werkdag van de maand april.
Ingeval van uitdiensttreding wordt het vakantiegeld uitbetaald tijdens de maand die volgt op de datum van de uitdiensttreding.
Bij een gedeeltelijk salaris wegens het uitoefenen van deeltijdse prestaties wordt het vakantiegeld in evenredige mate verminderd.
Bij de berekening van het vakantiegeld wordt rekening gehouden met het percentage en de eventuele inhouding, die op de datum in kwestie van kracht zijn. Het percentage wordt toegepast op het jaarsalaris dat als basis dient voor de berekening van het salaris dat de medewerker (m/v/x) op die datum geniet.
Als de medewerker (m/v/x) op die datum geen salaris of een verminderd salaris geniet, dan wordt het percentage berekend op het salaris dat hem/haar betaald zou zijn geweest, als het op die datum zijn/haar ambt uitgeoefend zou hebben.
Artikel 214/4
§ 1. De periodes van disponibiliteit en de periodes van verlof en afwezigheid waarbij het recht op salaris (gedeeltelijk) blijft behouden, komen in aanmerking om het bedrag van het vakantiegeld te berekenen.
Het onbetaald verlof komt niet in aanmerking om het bedrag van het vakantiegeld te berekenen.
§ 2. Om het bedrag van het vakantiegeld te berekenen, komt de periode vanaf 1 januari van het referentiejaar tot de dag die voorafgaat aan de datum van de indiensttreding als medewerker (m/v/x), ook in aanmerking als de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de medewerker (m/v/x) is jonger dan 25 jaar op het einde van het referentiejaar;
2° de medewerker (m/v/x) is uiterlijk in dienst getreden op de laatste dag van de vierde maand die volgt na de maand waarin de medewerker (m/v/x) een studie die recht geeft op kinderbijslag heeft beëindigd, of de maand waarin de medewerker (m/v/x) een leerovereenkomst heeft beëindigd.
In dit artikel wordt onder referentiejaar verstaan: het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vakantie wordt toegekend.'
* Artikel 225 wordt vervangen als volgt:
'Artikel 225
Als een medewerker (m/v/x) ziek wordt voor de aanvang van aangevraagde en toegestane vakantiedagen, dan wordt de vakantie opgeschort en worden voor de statutaire medewerkers (m/v/x) de ziektedagen aangerekend op het beschikbare ziektekrediet.
Als de medewerker (m/v/x) ziek wordt tijdens een periode van jaarlijkse vakantie, dan wordt het vakantieverlof omgezet in ziekteverlof dat voor de statutaire medewerkers (m/v/x) aangerekend wordt op het beschikbare ziektekrediet.
Indien de medewerker (m/v/x) de niet opgenomen vakantiedagen onmiddellijk aansluitend aan het ziekteverlof wil opnemen, wordt die vraag uiterlijk op het moment van het indienen van het ziekteattest aan de leidinggevende gesteld. De leidinggevende is niet verplicht om op die vraag in te gaan.'
* Aan de eerste alinea van artikel 234/4, § 1 worden op het einde volgende zinnen toegevoegd: 'Attesten van buitenlandse artsen worden steeds opgemaakt in een verstaanbare taal. Daaronder wordt verstaan: één van de drie landstalen (Nederlands, Frans, Duits) of Engels.'
* Aan de tweede alinea van artikel 234/4, § 1 worden op het einde volgende zinnen toegevoegd: 'Deze vrijstelling van de verplichting om een attest van arbeidsongeschiktheid in te dienen, geldt niet als de medewerker (m/v/x) ziek wordt tijdens een periode van jaarlijkse vakantie. In dit laatste geval is steeds een ziekteattest vereist.'