Lokale besturen dragen mee de verantwoordelijkheid om een beleid te voeren dat bijdraagt tot betaalbaar wonen. Daartoe hebben de steden en gemeenten verschillende sleutels in handen.
De initiatiefnemers van de voorbije volksraadpleging focusten in hun beide vragen vooral op het grond- en pandenbeleid dat de Stad Gent zou kunnen voeren, met name via een verbod op de privatisering van gemeentelijk publiek vastgoed en via de oprichting van een publieke grondenbank om 40% sociaal wonen te realiseren.
Het eerste voorstel kon binnen de gemeenteraad slechts op beperkte steun rekenen wegens te verwachten contraproductieve effecten. De steun binnen de gemeenteraad voor het tweede voorstel was breed, maar met N-VA waren we hier evenmin voorstander van. De cruciale vragen wat hiervan de budgettaire impact zou zijn en hoe zo’n grondenbank die leidt tot 40% sociaal wonen (of 20% sociale woningen strictu sensu en 20% budgethuur-woningen of aanverwante woonsystemen) zou moeten gefinancierd worden, bleven onbeantwoord.
Tegelijk heeft het stadsbestuur ook andere instrumenten voorhanden om betaalbaar wonen te bevorderen, met name via zijn ruimtelijk en stedenbouwkundig beleid. Snellere doorlooptermijnen en efficiënte structuren voor de behandeling van met name de wat grotere of complexere woon- of gemengde projecten kunnen op korte termijn gevoelig meer aanbod creëren.
Maar daar wringt het schoentje in Gent. Een veelgehoorde en systematisch terugkerende klacht uit de sector is dat de voorbije jaren de behandelingstermijnen (belangrijk: inclusief voortrajecten) steeds verder opgelopen zijn en nu al gemakkelijk jaren aanslepen. Daar zijn twee redenen voor: de steeds complexere harde en zachte stedelijke regelgeving enerzijds en het gebrek aan afstemming tussen een kluwen aan betrokken stadsdiensten. Samen geeft dat een stedenbouwkundige lasagne die de kosten opdrijft, zorgt voor verminderde rechtszekerheid en maakt dat de creatie van meer aanbod gehinderd wordt.
Bovenop de harde regelgeving van structuurplannen, bestemmingsplannen en ruimtelijke uitvoeringsplannen en het algemeen bouwreglement (ABR) zijn er een reeks door dit stadsbestuur gewenste ontwikkelingen zoals die vervat zijn in documenten zoals de woningtypetoets, de bouwblokvisie, de parkeerrichtlijnen, enz. Voor mensen die een project willen uittekenen wordt het soms moeilijk om door de bomen het bos nog te zien.
Problematisch met name is dat de verschillende bij een dossier betrokken diensten op basis van de diverse regelgevende documenten tot elkaar tegensprekende adviezen komen met betrekking tot bouwprojecten. Dit leidt ertoe dat overlegtrajecten eindeloos doorgaan zonder dat er, door een gebrek aan coördinatie en sturing, getrancheerd wordt. Dat de politieke verantwoordelijkheid voor de diverse betrokken diensten versnipperd is over verschillende schepenen helpt evenmin.
In het belang van het sneller realiseren van meer aanbod is het cruciaal dat op korte termijn en in overleg met de sector en andere relevante spelers een traject wordt opgestart dat als dubbele doelstelling heeft om te komen tot: a) minder regels, b) eenvoudigere en efficiëntere structuren. Vanzelfsprekend is het hierbij niet de bedoeling om de huidige stedenbouwkundige lasagne te vervangen door een ruimtelijke Far West.
Op die manier mee zorgen voor sneller meer aanbod zou een gunstig effect op de betaalbaarheid van de prijzen op de private huur- en koopmarkt hebben. Die private markt maakt in Gent het leeuwendeel uit van de woonmarkt. De grote meerderheid van (toekomstige) Gentenaars die op zoek zijn naar een woning om te huren of te kopen zou bijgevolg gebaat zijn bij een voluntaristisch meer-aanbod-beleid.
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om onmiddellijk en in overleg met de sector en andere relevante spelers een traject op te starten dat – onder het motto ‘minder regels en structuren, meer gevels en muren’ – als dubbele doelstelling heeft om op stedelijk niveau te komen tot: a) minder regels, b) eenvoudigere en efficiëntere structuren.