In Gent experimenteren we al zo'n 15 jaar met tijdelijke invullingen. De Site in het Rabot en DOK aan de Oude Dokken waren iconische projecten die in hun kielzog heel wat anderen inspireerden om ook met tijdelijke invulling aan de slag te gaan. In 2014 startten we daarom met het Fonds Tijdelijke Invullingen waarmee we aanvragers stimuleren om in onbruik zijnde plekken (zoals braakliggende terreinen, leegstaande gebouwen, …) op een veilige en toegankelijke manier opnieuw te activeren en hier een tijdelijke werking met maatschappelijke meerwaarde voor de buurt of stad in uit te bouwen.
Na bijna 10 jaar werking was het Fonds toe aan een evaluatie en bijsturing. Een ontwerp van nieuw subsidiereglement Fonds Tijdelijke Invullingen werd reeds goedgekeurd op de zitting van het college van burgemeester en schepenen van 1 september. Deze ontwerptekst werd hierna nog voorgelegd aan volgende adviesraden alvorens het reglement definitief ter goedkeuring voor te leggen aan de Gemeenteraad.
Het reglement werd besproken op volgende adviesraden:
- Jeugdraad (18/9/2023)
- Cultuurraad (2/10/2023)
- Stedelijke Adviesraad voor Personen met een Handicap (9/10/2023)
Deze 3 adviesraden gaven vervolgens een gunstig advies.
De Cultuurraad vraagt opnieuw betrokken te worden bij de tussentijdse evaluatie van het reglement, wat zal gebeuren.
De Stedelijke Adviesraad voor Personen met een Handicap vraagt om volgend jaar (september 2024) de subsidieaanvragen rond toegankelijkheid en de voortschrijdende expertise te rapporteren aan de SAPH, wat zal gebeuren.
De Cultuurraad stelde ook een aanvulling op de ontwerptekst voor omtrent het voorzien van begeleiding van de tijdelijke invullingen door bezoek(en) van de Stad. De tekst is in die zin aangepast in artikel 7§3.
De Dienst Beleidsparticipatie is belast met het toezicht op de uitvoering van dit reglement.
Het nieuw 'Subsidiereglement Fonds Tijdelijke Invullingen' treedt in werking op 1 december 2023.
De SAPH adviseert om de toegankelijkheidsambtenaar en eventueel ervaringsdeskundigen in te zetten. In het aanvraagformulier is een expliciete vraag opgenomen rond toegankelijkheid van de tijdelijke invulling waarbij het aanvraagformulier verwijst naar het aanbod om de locatie te laten screenen door de toegankelijkheidsambtenaar.
De SAPH vraagt de Dienst Beleidsparticipatie om volgend jaar (september 2024) de subsidieaanvragen rond toegankelijkheid en de voortschrijdende expertise te rapporteren aan de SAPH. Dat zal gebeuren.
De Cultuurraad vraagt opnieuw betrokken te worden bij de tussentijdse evaluatie van het reglement, wat zal gebeuren.
De Cultuurraad stelde ook een aanvulling op de ontwerptekst voor omtrent het voorzien van begeleiding van de tijdelijke invullingen door bezoek(en) van de Stad. De tekst is in die zin aangepast in artikel 7§3.
De Cultuurraad vraagt of de Stad private eigenaren meer kan stimuleren om leegstand te voorkomen en hun panden ter beschikking te stellen voor tijdelijke invulling. Wij hebben als Stad in het verleden al een aantal matchmakings georganiseerd waarbij allerhande eigenaars van vastgoed en initiatieven en personen op zoek naar ruimte konden netwerken met elkaar om zo tot matches te komen. Dit kan in de toekomst nog gebeuren, indien gewenst.
De Jeugdraad vraagt waarom de dienst Economie toegevoegd wordt aan de jury. Tijdelijke invullingen zijn in het verleden vaak springplanken gebleken voor jonge makers en creatievelingen allerhande. Hoofdzakelijk commerciële initiatieven zijn uitgesloten van subsidiëring volgens artikel 3§2 maar in tijdelijke invulling kunnen wel kansen liggen voor starters. Daarom betrekken we de dienst Economie ook graag bij de jury.
De Jeugdraad vraag ook op welke manier het commerciële oogpunt bewaakt wordt. Zoals hierboven gezegd sluit het reglement hoofdzakelijk commerciële initiatieven uit. Met ander woorden: initiatieven gericht op louter financiële of beroepsmatige winst. Ook puur evenementiële initiatieven zijn uitgesloten. Dit betekent dat louter zomerbars bijvoorbeeld uitgesloten zijn van subsidiëring. De aanvragen worden beoordeeld op de mate waarin zij een werking met maatschappelijke meerwaarde ontplooien in de tijdelijke invulling.