Terug
Gepubliceerd op 17/11/2023

2023_CBS_10978 - Aanpassen van de Deontologische Code Stad en OCMW Gent n.a.v. de invoering van de Klokkenluidersregeling & het Ontslagdecreet en aanpassen van de samenstelling van het integriteitscomité voor het stads- en OCMW-personeel - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
do 16/11/2023 - 08:32 Collegezaal - Stadhuis
Datum beslissing: do 16/11/2023 - 10:06
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Hafsa El-Bazioui

Aanwezig

Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen-voorzitter; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen-voorzitter
2023_CBS_10978 - Aanpassen van de Deontologische Code Stad en OCMW Gent n.a.v. de invoering van de Klokkenluidersregeling & het Ontslagdecreet en aanpassen van de samenstelling van het integriteitscomité voor het stads- en OCMW-personeel - Goedkeuring 2023_CBS_10978 - Aanpassen van de Deontologische Code Stad en OCMW Gent n.a.v. de invoering van de Klokkenluidersregeling & het Ontslagdecreet en aanpassen van de samenstelling van het integriteitscomité voor het stads- en OCMW-personeel - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

  • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 193.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

  • Bestuursdecreet van 7 december 2018
  • Decreet van 18 november 2022 tot wijziging van het Provinciedecreet van 9 december 2005, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het Bestuursdecreet van 7 december 2018, wat betreft klokkenluiders
  • Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent, artikelen 345 tot en met 354 bis
  • Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel
  • Koninklijk Besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

In het kader van het uitwerken van een gedragen integriteitsbeleid heeft de raad voor maatschappelijk welzijn op 13 december 2018 en de gemeenteraad op 17 december 2018 de vernieuwde deontologische code voor het stads- en OCMW-personeel goedgekeurd en dit met ingang vanaf 1 januari 2019. Die code geeft richtlijnen waarnaar de medewerkers moeten streven, maar toont ook de ondergrens, de minimumverwachtingen waaraan elke medewerker moet voldoen.

Om een integere manier van werken vast te ankeren in de organisatie, heeft aansluitend de gemeenteraad op 1 maart 2021 en de raad voor maatschappelijk welzijn op 2 maart 2021 een nieuw luik aan de deontologische code toegevoegd, dat aangeeft hoe medewerkers een (vermoeden van) integriteitsschending kunnen melden, hoe het vooronderzoek en onderzoek verlopen en wat de mogelijke resultaten daarvan kunnen zijn. In dezelfde zitting hebben de raden het integriteitscomité opgericht, dat tot doel heeft het integer handelen van de medewerkers te bewaken en versterken. Eén van de belangrijkste taken ervan is een kanaal aan te bieden via hetwelk medewerkers vragen of meldingen rond mogelijke integriteitsschendingen kunnen doorgeven.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Naar aanleiding van de opname van de klokkenluidersrichtlijn in de Belgische wetgeving, moet het luik van de deontologische code dat aangeeft hoe medewerkers een (vermoeden van) integriteitsschending kunnen melden, worden geconformeerd aan die klokkenluidersregeling, opgenomen in het Bestuursdecreet van de Vlaamse overheid.

Van die gelegenheid wordt gebruik gemaakt om de deontologische code ook aan te passen aan de mogelijkheden die het Ontslagdecreet biedt en om het gebruik van de voornaamwoorden in de code genderinclusief te maken.

De volgende aanpassingen zijn vereist:

  1. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen een melding van een (vermoeden van) integriteitschending bij de leidinggevende en een melding binnen de klokkenluidersregeling. Die laatste melding gebeurt bij voorkeur intern (via het intern meldpunt) ofwel extern (via Audit Vlaanderen). Het intern meldpunt wordt beheerd door het integriteitscomité, dat als intern meldingskanaal fungeert;
  2. Aan het intern meldpunt kunnen ook meldingen m.b.t. discriminatie worden gedaan. Niet alleen is discriminerend gedrag volgens de deontologische code niet integer, bovendien moet hiertegen correctief/sanctionerend kunnen worden opgetreden. Een correctie of sanctie kan het gevolg zijn van een (voor)onderzoek; 
  3. Het is volgens de klokkenluidersregeling voortaan ook mogelijk om een (vermoeden van) integriteitschending anoniem te melden;
  4. Het luik over de bescherming van de melder kan worden geschrapt aangezien een melder ingevolge de klokkenluidersregeling automatisch beschermd is;
  5. In het luik over het onderzoek kan de verwijzing naar de tuchtregeling voor statutaire medewerkers worden geschrapt: door de wijziging van het decreet over het Lokaal Bestuur, in werking getreden op 1 oktober 2023 (het zogenaamde 'Ontslagdecreet') is het mogelijk om het onderzoek voor statutaire medewerkers voortaan op dezelfde manier te voeren als voor contractuele medewerkers. Aangezien een gelijke behandeling van contractueel en statutair personeel één van de speerpunten van het personeelsbeleid is, wordt daarvoor gekozen;
  6. Het bestuur moedigt aan dat iedere medewerker zichzelf kan zijn op de werkvloer en stimuleert het juist gebruik van voornaamwoorden. Om die reden worden de voornaamwoorden ‘hij/zij’ en ‘zijn/haar’ in de deontologische code aangevuld met ‘die’ en ‘hun’.

Naast deze aanpassingen aan de deontologische code, wordt voorgesteld om het integriteitscomité voor het stads- en OCMW-personeel uit te breiden en daaraan een medewerker van de Juridische Dienst en Kennisbeheer toe te voegen. Net als de overige diensten die deel uitmaken van het integriteitscomité, wordt deze dienst vanuit haar werking vaak geconfronteerd met integriteitsissues. De kennis en expertise van de dienst heeft dan ook een meerwaarde voor de werking van het comité.

Adviezen

managementteam Gunstig advies

Activiteit

PRN0063 Uitbouwen van een gedragen integriteitsbeleid en een deontologische code

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

Keurt goed dat de Deontologische Code Stad en OCMW Gent met onmiddellijke ingang als volgt wordt geconformeerd aan de klokkenluidersregeling en aan het Ontslagdecreet:

  • Op pagina 22 onderaan wordt aan het punt "Je meldt (vermoedens van) integriteitsschendingen" de volgende zin toegevoegd: "Je kan een vermoeden van integriteitsschending ook melden aan het INTERN MELDPUNT of aan het extern meldingskanaal, zoals beschreven in luik III van deze deontologische code."

  • Op 23 bovenaan wordt de zin "Het integriteitscomité van de Stad Gent voert een vooronderzoek van je melding uit. Daarna kan er nog een grondiger onderzoek volgen." geschrapt.

  • Op p. 23 wordt de eerste alinea onder punt '1. Het integriteitscomité' als volgt herschreven:

    "Het integriteitscomité is de spil van de integriteitswerking en onderzoekt dus ook de meldingen binnen de klokkenluidersregelingHet integriteitscomité is een intern orgaan met vertegenwoordigers van diensten die in hun werking geregeld te maken krijgen met integriteitsonderwerpen, zoals de Dienst Interne Audithet kabinet van de algemeen directeur, de Juridische Dienst en Kennisbeheer, de Dienst Organisatieontwikkeling of sommige HR-diensten. De samenstelling van het integriteitscomité vind je terug op MIA ."

  • Op p. 23 en 24 wordt de tekst onder 'Waar meld je een (vermoeden van) integriteitsschending?' als volgt herschreven:

    "We maken een onderscheid tussen een melding aan je leidinggevende en een melding binnen de klokkenluidersregeling:
  1. Melding aan je leidinggevende
    Een melding doe je liefst aan je leidinggevende, die is je eerste aanspreekpunt. Dat kan op mail of mondeling gebeuren. Wil je dit liever niet of laat de situatie het niet toe? Dan kan je de melding doen aan de leidinggevende van jouw leidinggevende, of bij je departementshoofd.


  2. Melding binnen de klokkenluidersregeling
    Wil je liever geen melding doen aan de leidinggevenden in je departement en/of wil je bescherming van de klokkenluidersregeling? Dan meld je een (vermoeden van) integriteitsschending aan:
  • het INTERN MELDPUNT (zie MIA): als personeelslid meld je bij voorkeur via dit kanaal.
  • het extern meldingskanaal Audit Vlaanderen: meld hier enkel als je denkt dat je het risico loopt op represailles van de Stad Gent of het OCMW Gent of als je denkt dat je melding intern niet doeltreffend kan worden behandeld."

  • Op p. 24 wordt onder het punt 'Hoe meld je een (vermoeden van) integriteitsschending?' de volgende alinea geschrapt:

    "Het integriteitscomité behandelt geen anonieme meldingen. Met één uitzondering: een anonieme melding wordt wel onderzocht als aan de volgende twee voorwaarden samen is voldaan: 1. de melding is zo groot en ernstig dat ze onmogelijk te negeren valt, én 2. de melding is voldoende gedetailleerd."

  • Op p. 24 worden onder hetzelfde punt 'Hoe meld je een (vermoeden van) integriteitsschending?' de derde tot vijfde alinea als volgt herschreven:

    "Als je de melding mondeling doet bij een leidinggevende, dan moet die de gegevens zelf noteren en kan die in overleg met jou de melding doorgeven aan het INTERN MELDPUNT.  Elke melding van een vermoeden van integriteitsschending wordt vertrouwelijk behandeld: het integriteitscomité maakt niet bekend wie de melding heeft gedaan, tenzij je uitdrukkelijk en ondubbelzinnig toelating hebt gegeven om je naam bekend te maken of er een wettelijke verplichting is in het kader van een onderzoek door nationale autoriteiten of gerechtelijke procedures, om de rechten van verdediging van de betrokken persoon te waarborgen.
    Buiten deze gevallen kan het integriteitscomité niet verplicht worden de identiteit van de melder(s) bekend te maken, ook al is de beschermingstermijn verstreken of werd een melding onontvankelijk bevonden."

  • Op p. 24 wordt de derde alinea van punt '3. Vooronderzoek' als volgt herschreven:

    "Het integriteitscomité gaat met je melding aan de slag wanneer het op basis van die criteria oordeelt dat die voldoende zwaar weegt. Dat hangt af van de de directe bewijzen die je levert of van het feit of je vermoedens op een redelijke grond zijn gebaseerd. Het integriteitscomité kan, indien nodig, een intakegesprek voeren of bijkomende informatie verzamelen zodat het een correcte beslissing kan nemen over de betrouwbaarheid en onderzoekswaardigheid van je melding.  Het vooronderzoek is geen effectief onderzoek naar de mogelijke integriteitsschending zelf. Pas als dit vooronderzoek uitwijst dat de melding betrouwbaar en onderzoekswaardig is, volgt het effectieve onderzoek."

  • Op p. 25 worden in de vierde bullet onder punt '5. Het onderzoek' de woorden "een tuchtonderzoek of" geschrapt.

  • Op p. 26 en 27 wordt de tekst vanaf 'Dossieropbouw' als volgt herschreven:

    "Dossieropbouw
  • De algemeen directeur kan aan de leidinggevende(n) van de vermoedelijke pleger van een integriteitsschending vragen om de nodige dossieropbouw op te starten (opstellen van feitenverslagen, organiseren van confrontatiegesprekken enz.).Met die dossieropbouw kan het college van burgemeester en schepenen of vast bureau vervolgens een correct gemotiveerde beslissing te nemen.

    Dossieropbouw zoekt zowel naar feiten die de schuld van de medewerker (m/v/x) kunnen bewijzen als naar feiten die de onschuld van de medewerker (m/v/x) kunnen bewijzen.

    Mogelijke onderzoeksmethoden zijn:

    • het horen van de betrokken medewerker (m/v/x);
    • het horen van getuigen;
    • het raadplegen van dossiers en/of geautomatiseerde bestanden;
    • een onderzoek op de werkplek;
    • een onderzoek naar de telecommunicatie;
    • enz.


    De leidinggevende of dienstchef beslist welke onderzoeksmethoden hij/zij/die toepast.

    Ze worden in het onderzoek bijgestaan door de juristen van de Dienst HR Juridische Ondersteuning en Sociaal Overleg. Die bewaken de organisatiebrede lijn en zorgen dat het onderzoek procedureel en inhoudelijk correct verloopt.

    De medewerking van de melder bij dossieropbouw

    Als melder ben je niet verplicht om aan de dossieropbouw mee te werken. Indien je geen verdere medewerking meer wil verlenen, dan kan het integriteitscomité beslissen om de melding toch verder te onderzoeken als:

    1. er voldoende informatie aanwezig is om het onderzoek op een nuttige wijze verder te zetten zonder jouw medewerking, én
    2. het dossier ernstig genoeg is, én
    3. de vertrouwelijkheid van het onderzoek gegarandeerd kan blijven bij het verdere verloop.


    Mogelijke resultaten van de dossieropbouw

    Na afloop van de dossieropbouw leggen de dienstchef en het departementshoofd het resultaat van het onderzoek vast in een verslag. Als zij menen dat er gegronde redenen zijn om tot het ontslag van de medewerker (m/v/x) over te gaan, sturen ze via het daarvoor bestemde formulier (hier te vinden op MIA) een gemotiveerde aanvraag tot ontslag naar de Dienst Personeelsbeheer. Ze zorgen ervoor dat de bevoegde schepen op de hoogte is van de ontslagaanvraag en de kans heeft gehad om alle relevante vragen te stellen. De Dienst Personeelsbeheer maakt het ontslagbesluit op voor het college van burgemeester en schepenen of vast bureau.

    Ook na afloop van een persoonsgericht onderzoek krijg je als melder via het integriteitscomité een terugkoppeling van de geplande maatregelen en over de redenen daarvoor, rekening houdend met de rechten en de persoonlijke levenssfeer van de andere betrokken partijen. Zo deelt het integriteitscomité bijvoorbeeld enkel mee dat het onderzoek werd afgerond, een integriteitsschending werd vastgesteld of aanbevelingen werden geformuleerd."

  • Op p. 28 en 29 wordt punt '6. Bescherming van de melder' en de tekst eronder integraal geschrapt.

  • Op p. 30 (28 van de nieuwe versie) worden de rechtsbronnen in Luik IV van de Deontologische Code Stad en OCMW Gent ('Verwijzingen naar regelgeving') geactualiseerd.

Artikel 2

Keurt de aangepaste gecoördineerde versie van de Deontologische Code Stad en OCMW Gent, zoals gevoegd bij dit besluit, goed.

Artikel 3

Keurt goed dat aan het integriteitscomité voor het stads- en OCMW-personeel een medewerker van de Juridische Dienst en Kennisbeheer wordt toegevoegd, waardoor volgende diensten er voortaan deel van uitmaken:

  1. Kabinet van de algemeen directeur
  2. Dienst Interne Audit
  3. Dienst Organisatieontwikkeling
  4. Juridische Dienst en Kennisbeheer
  5. Dienst HR Juridische Ondersteuning en Sociaal Overleg
  6. Dienst Talent en Ontwikkeling

 Het college van burgemeester en schepenen duidt de effectieve leden en voorzitter van het integriteitscomité aan.

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 4

Het college van burgemeester en schepenen legt het ontwerp van de in artikel 1 voorgestelde wijzigingen aan de Deontologische Code Stad en OCMW Gent ter onderhandeling voor aan de representatieve vakorganisaties.


Bijlagen