Terug
Gepubliceerd op 22/09/2023

2023_CBS_09184 - 579/PRMER/3 - scopingadvies voor het project ‘Green primary: Het pad naar CO2 neutraliteit te Gent’ - voorwaardelijk gunstig advies

college van burgemeester en schepenen
do 21/09/2023 - 08:32 Collegezaal - Stadhuis
Datum beslissing: do 21/09/2023 - 10:10
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter; Filip Watteeuw, schepen; Sofie Bracke, schepen; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Isabelle Heyndrickx, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, waarnemend adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen
2023_CBS_09184 - 579/PRMER/3 - scopingadvies voor het project ‘Green primary: Het pad naar CO2 neutraliteit te Gent’ - voorwaardelijk gunstig advies 2023_CBS_09184 - 579/PRMER/3 - scopingadvies voor het project ‘Green primary: Het pad naar CO2 neutraliteit te Gent’ - voorwaardelijk gunstig advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

  • Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

  • Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) met een titel betreffende milieueffect- en veiligheidsrapportage van 18 december 2002.
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage, en de wijzigingen van 29 april 2013.
  • Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Op 16 augustus 2023 werd er een adviesvraag gesteld aan het college van burgemeester en schepenen door het Departement Omgeving, Team Milieueffectrapportage met volgend onderwerp:

Aanvrager

ARCELORMITTAL  BELGIUM NV

 

Omschrijving

scopingadvies voor het project ‘Green primary: Het pad naar CO2 neutraliteit te Gent’

 

Referentienummer van de aanvraag

PR3566

Adres van het project

John Kennedylaan 51-53

9042 Gent

Kadastrale gegevens

Gent (afd. 14) sectie A 75 W, (afd. 14) sectie A 176 M2, (afd. 14) sectie A 176 S2, (afd. 14) sectie A 486/2, (afd. 14) sectie A 512 L, (afd. 14) sectie A 512 P, (afd. 14) sectie A 512 N, (afd. 14) sectie A 512 Z, (afd. 14) sectie A 512 W, (afd. 14) sectie A 512 D2, (afd. 14) sectie A 512 B2, (afd. 14) sectie A 512 A2, (afd. 14) sectie A 512 Y, (afd. 14) sectie A 512 K2, (afd. 14) sectie A 512 V, (afd. 14) sectie A 512 C2, (afd. 14) sectie A 512 X, (afd. 14) sectie A 512 E2, (afd. 14) sectie A 514 A, (afd. 14) sectie A 514 B, (afd. 14) sectie A 515 B, (afd. 14) sectie A 515 E, (afd. 14) sectie A 515 C, (afd. 14) sectie A 515 A, (afd. 14) sectie A 515 D, (afd. 14) sectie B 450 K, (afd. 14) sectie B 450 H, (afd. 14) sectie D 357 W, (afd. 14) sectie D 423 K2, (afd. 14) sectie D 423 F2, (afd. 14) sectie D 573 X, (afd. 14) sectie D 573 N, (afd. 14) sectie D 601/2 B, (afd. 14) sectie D 601 C, (afd. 14) sectie D 603 K, (afd. 14) sectie D 603 B, (afd. 14) sectie D 603 C, (afd. 14) sectie D 605 C, (afd. 14) sectie D 605 A, (afd. 14) sectie D 605 B, (afd. 14) sectie D 605 D, (afd. 14) sectie E 123 X, (afd. 14) sectie E 123 R, (afd. 14) sectie E 123 C, (afd. 14) sectie E 123 Y, (afd. 14) sectie E 123 E, (afd. 14) sectie E 123 L2, (afd. 14) sectie E 363 B, (afd. 14) sectie E 363 C, (afd. 14) sectie E 363 E, (afd. 14) sectie E 363 A, (afd. 14) sectie E 363 D, (afd. 14) sectie H 917 P en (afd. 14) sectie H 917 R

 

Het dossier lag van 23 augustus 2023 tot 22 september 2023 ter inzage van het publiek op de Dienst Milieu en Klimaat.

Op het moment van de opmaak van het verslag, blijkt dat er nog geen bezwaarschriften werden ingediend.

De Dienst Milieu en Klimaat vroeg verschillende stadsdiensten om advies. Volgend gecoördineerd advies werd uitgebracht door de Dienst Milieu en Klimaat op 14 september 2023:

 

1. Omschrijving

ArcelorMittal Gent, gelegen aan de John Kennedylaan te Gent, vervaardigt vlak koolstofstaal met hoge toegevoegde waarde.

Om de mogelijke milieu impact van de huidige en geplande activiteiten in kaart te brengen moet een projectMER worden opgemaakt. Momenteel ligt de vraag tot scopingsadvies voor na aanmelding van het project aan de dienst MER.

Het milieueffectrapport maakt deel uit van de aanvraag inzake het Green Primary project wat de gedeeltelijke vervanging van de route sinterfabriek-hoogoven naar route DRI-EAF (direct reduced iron - elektrische vlamboogoven) omvat. Verder wordt een uitbreiding van de staalproductiecapaciteit beoogd, een vernieuwing van beitserij 3 en een uitbreiding van de opslagcapaciteit van schroot en grondstoffen. Hiertoe zal een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend worden bij de Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen.

 

2. Beoordeling

Algemene opmerkingen

 - Het project ambieert een zeer grote positieve klimaatimpact en is een noodzakelijke tussenstap in een transitie naar een duurzame staalproductie.

  • Het project is verweven met het project Rodenhuize Noord/North-C Circular, zowel qua doelstelling als qua projectgebied (aangrenzend). Om de impact correct in te schatten vraagt Stad Gent om de cumulatieve effecten van beide projecten in kaart te brengen.
  • Doorheen de tekst wordt er gebruik gemaakt van de term “pellets”. Dit zijn telkens ijzerhoudende pellets (grondstoffen). Kan dit overal verduidelijkt worden?
  • Op basis van het Ontwerp-MER leiden we af dat het geproduceerde staal vooral ingezet wordt voor de automobielindustrie, de bouw- en witgoedsector en de verpakkingsindustrie. De productiecapaciteit van de installatie zal in de toekomst merkelijk toenemen. Stad Gent vraagt inzicht in de toepassingsgebieden waarvoor het geproduceerde staal zal ingezet worden: in percenten en tonnages.
  • ArcelorMittal heeft aangekondigd een pilootfabriek op te starten met de techniek van directe electrolyse https://corporate.arcelormittal.com/media/pressreleases/arcelormittal-and-john-cockerill-announce-plans-to-develop-world-s-first-industrialscale-low-temperature-iron-electrolysis-plant. Dat is een van de drie decarbonisatietechnologieën waaraan ArcelorMittal werkt om netto-nul staalproductie te realiseren. De andere twee zijn Smart Carbon en DRI, die gebruikt zullen worden bij de decarbonisatie van de site in Gent. Het persbericht spreekt over een pilootfabriek in 2027, maar in deze MER komt deze oplossing niet aan bod. Verduidelijk waarom deze techniek niet onderzocht is.
  •  Verharding: Als gevolg van het project zal ca. 31 ha extra verhard worden. Stad Gent vraagt onderbouwing waarom ruimte-intensievere varianten die minder verharding nodig hebben niet zijn onderzocht. Stad Gent vraagt om onderzoek naar naar mogelijke compensatie met ontharding van in ongebruik geraakte verharde terreinen, oude installaties, op of in de buurt van de site zelf. Bijkomend vraagt Stad Gent om meer nadruk te leggen op boomsparend ontwerp.

Ruimtelijke aspecten

- Inrichtingsplan:

Bij grotere bedrijvenzones, industrie of kmo’s met een oppervlakte tussen de 8000 m² en 15000 m² bruto vloeroppervlakte (bvo) verwachten we de opmaak van een stedenbouwkundig inrichtingsplan.

Een stedenbouwkundig inrichtingsplan gaat vooraf aan één of meerdere omgevingsvergunningen en maakt deel uit van het begeleidingstraject van een project.

Het stedenbouwkundig inrichtingsplan moet de voorspelbaarheid vergroten voor het verdere vergunningentraject. Het kadert het project en de eventuele deelprojecten in één samenhangende visie met ruimtelijke kwaliteit. Het biedt houvast voor grotere projecten die gespreid in de tijd gerealiseerd worden. Het stedenbouwkundig inrichtingsplan vult de bestaande planologische en juridische context aan, zonder deze te vervangen.

Een stedenbouwkundig inrichtingsplan heeft een beperkte ‘houdbaarheidsdatum’. Veranderende noden op het vlak van bouwen, mobiliteit, energie, milieu, klimaat en groen zorgen vaak voor nieuwe, gewijzigde inzichten. Het stedenbouwkundig inrichtingsplan maakt deel uit van de uitvoerende omgevingsvergunningen voor een gebied. Wanneer nieuwe inzichten ontstaan zal je als initiatiefnemer een nieuw stedenbouwkundig inrichtingsplan

moeten opmaken of het plan moeten herwerken alvorens een nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag in te dienen.

Voor het project North-C Circular werd de opmaak van een masterplan gevraagd voorafgaand aan de vergunningsaanvragen. Voor Green Primary is geen masterplan opgemaakt. Stad Gent vraagt naar de opmaak van een masterplan zodat kan voldaan worden aan noden vermeld in bovenstaande paragrafen. Zo wordt de voorspelbaarheid van het verdere vergunningstraject en de samenhangende visie voor het behoud van ruimtelijke kwaliteit bij volgende vergunningsaanvragen gewaarborgd.

Mobiliteit

Op pagina IX.259 staat onder “Mobiliteit” dat het relatief aandeel van het transport van schroot per schip in de geplande situatie gevoelig zal verhogen. Anderzijds wordt een daling in het scheepstransport verwacht van 4,5%. Is er meer potentieel voor vervoer via water? Indien zo aan welk voorwaarden?     

Ontbossing

Zowel het project Green Primary als het project Rodenhuize Noord/North-C Circular voorziet een ontbossing van een aanzienlijke omvang. Het is aan te bevelen dat de ecologische impact van de ontbossing, maar ook de boscompensatie, verduidelijkt wordt in het MER. Daarbij is het belangrijk om de onduidelijkheid in het MER over de oppervlakte die ontbost zal worden in kader van de realisatie van de beide projecten weg te nemen.

In de brownfieldconvenant van Rodenhuize Noord (North-C Circular) is er sprake van een ontbossing van 27 ha.  De ontbossing op de site van Rodenhuize wordt in de ontwerp-MER aangehaald in volgende passage op pagina IX 249:   

Aangezien het projectgebied van North-C Circular 150 ha bedraagt en er 27 ha bos ontbost wordt, is het de vraag wat de bovenstaande 70 ha betekent. Vermoedelijk heeft men de boscompensatie van beide MER’s opgeteld (27 ha + 42,6 ha). Dit is verwarrend.

Stad Gent vraagt om dit te verduidelijken om misverstanden te vermijden.

Boscompensatie

We willen graag de aandacht vestigen op de passage i.v.m. de boscompensatie in de brownfieldconvenant Rodenhuize Noord zoals deze wordt voorgelegd aan de gemeenteraad van september 2023

 

Bij Rodenhuize Noord wordt aangedrongen op een maximale zoektocht naar compensatie in grote blokken en in aaneengesloten gebieden. Deze elementen worden bij voorkeur aangehouden voor dit projectgebied en bij voorkeur in en rond Gent. Stad Gent vraagt dezelfde werkwijze voor de boscompensatie in het project ‘Green Primary’.

Sinds de goedkeuring van de landbouwvisie van de Stad Gent in mei 2023 vragen we meer aandacht voor de impact op landbouw van ruimtelijke planning & vergunningen. We willen in functie van korte-keten-bevoorrading van Stad Gent, geen landbouwgronden zien verdwijnen voor compensatiebossen. Gelieve in beeld te brengen waar de boscompensatie gerealiseerd kan worden en wat de impact is op de landbouwgebruikspercelen van de boscompensatie

Het dossier blijft vaag over de kwaliteit van het bestaande bos en hoeveel compensatiebebossing hiertegenover staat. Ook is het onduidelijk of alle bomen effectief gerooid moeten worden voor de nieuwe ontwikkeling. Is het nodig om alle bomen te rooien? Hoeveel bomen kunnen blijven staan? Is er een mogelijkheid om gefaseerd tewerk te gaan bij het effectieve ontbossen? Stad Gent vraagt om de principes van boomsparend ontwerp toe te passen, ook in samenhang met het opstellen van het stedenbouwkundig inrichtingsplan.


Klimaat - energie 

Het project Green Primary is een essentiële tussenstap in de evolutie naar klimaatneutrale staalproductie op de site. De MER vermeldt louter de volgende stappen die nog kunnen genomen worden, zonder cijfermatige onderbouwing ervan.

Het lijkt zeker aangewezen om heel helder schetsen wat de evolutie van de CO2-uitstoot en de energie-input bij de productie (per ton en absoluut) zal zijn voor het hele traject tot 2050, en waar deze tussenstappen nu effect op hebben. Graag visuals, grafieken en procestekeningen ter verduidelijking.

De huidige teksten zijn qua opmaak helder, maar de tabellen eerder verwarrend om te kunnen inschatten of de productie daalt/stijgt, of de energiebehoeftebehoefte daalt/stijgt en wat de evolutie in de CO2-uitstoot zal zijn.

 

Geef ook duidelijk weer hoe de indicator ton CO2 uitstoot per geproduceerde ton staal evolueert om in de verschillende stappen om de gunstige evolutie van CO2 emissies te staven.

 

Het moet ook duidelijk aangetoond zijn dat deze tussenstappen noodzakelijk zijn, en ook noodzakelijk tot de volgende stappen zullen/kunnen leiden. Het voorliggende project mag geen negatief effect hebben op de verdere klimaattransitie.Plan van aanpak gebruik van restwarmte:

Warmtelozing (1.1.3.4 Thermische impact) wordt enkel bekeken vanuit onaanvaardbare temperatuurtoenames voor aquatische fauna. Graag nog onderstaande opportuniteiten verder te onderzoeken. Maak ook duidelijk wat de impact is op bereiken van de 2050-doelstellingen en maak de link met het warmteverbruik van Carbon Capture & Storage & Use. Leg ook de link met uitwisseling van restwarmte met het project North-C Circular. 

  • Wat is het potentieel van het hergebruik van de restwarmte van de verschillende processen binnen (proceswarmte, elektriciteitsproductie) én buiten de site (levering aan omliggende bedrijven en als bron voor gebouwverwarming)?
  • Wat is de totale warmteproductie?
  • Hoeveel daarvan zal worden hergebruikt?
  • Hoeveel gaat er verloren?

Energieverbuik:

Tabel V-3 geen duidelijkheid of het een uitbreiding of een vervanging van bestaande capaciteit gaat op basis van het energieverbruik. Dat daalt volgens deze tabel enkel voor ‘Antraciet SIFA’. Voor de rest blijft de hoeveelheid gebruikte brandstof (vnl cokes) gelijk. Voor elektriciteit en vooral gas is er een significante stijging. Maak duidelijk hoe dat komt en hoe dat zich vertaalt naar de daling van de CO2-uitstoot. Wordt er geen daling verwacht door de sluiting van HO A (en SiFa 1)?

Opmerkingen m.b.t. milieu effecten per hoofdstuk

  •  Hoofdstuk IV beschrijving inrichting, 1.2.2 Torrero: hier staat vermeld dat de installatie nog niet in gebruik is terwijl er op p. 97 staat dat deze in gebruik is in Q1 2023. Graag verduidelijken
  •  Hoofdstuk V. Milieu - Tabel V-2: Impact op het watersysteem: In de huidige situatie wordt er 21 miljoen m³ water uit het kanaal Gent-Terneuzen gebruikt, 1,4 miljoen m³ grondwater en 0,28 miljoen m³ leidingwater. In de nieuwe situatie zal dat gevoelig stijgen. Maar ook de lozingen van het koelwater gaan toenemen. Dat alles zal effect hebben op verdroging, verzilting en de oppervlaktewaterkwaliteit waaronder temperatuur. Stad Gent vraagt zich af of de op het watersysteem voldoende in beeld is gebracht, zeker gezien de de aanzienlijke verhoging van het grondwatergebruik van 1,4 miljoen m³ naar 2 miljoen m³. Graag duiding of er voldoende aandacht is gegaan naar een variantenonderzoek inzake het inzetten van koelwater en het gebruik van water in het algemeen.

Risico-activiteiten m.b.t. bodem en grondwater:  

  • Waarom kan geen oplijsting gegeven van de VLAREBO-rubrieken die effectief van toepassing zullen t.h.v. de projectzone? Verwoording is nu te vaag.
  • “Er zal i.k.v. voorliggend project waar nodig een situatierapport opgemaakt worden”. Waar nodig op basis van wat? Voor Stad Gent lijkt het conform de richtlijnen van OVAM sowieso nodig een situatierapport op te maken.  (Nulonderzoek: situatierapport (vlaanderen.be))

- Hoofdstuk VI: Actuele, ref en geplande situatie, tabel VI-1: In deze tabel zijn van de 2 scenario’s de worst case opgenomen? Het betreft dus een mengeling van beide scenario’s? Kan dit verduidelijkt worden?

- Hoofdstuk IX Effectvoorspelling & beoordeling

    • 2. Lucht-Luchtkwaliteit
    • Tabel IX-39: Niet duidelijk waar de streef- en/of grenswaarde lange termijn 2050 voor lucht vandaan komen. Is dit gebaseerd op de nieuwe (2021) WGO-advieswaarden? En zo ja welke? Gaat het om een van de interim-waarden of de (strengste) effectieve advieswaarden? Of werd hier de GAW opgenomen? Graag verduidelijken en motiveren/onderbouwen. Graag ook toetsen aan de normen zoals opgenomen in het ontwerp-herziening van de richtlijnen inzake de kwaliteit van de omgevingslucht.
    • P 191: ivm de zin “De hoogste PM10 impact doet zich wel voor t.h.v. andere bedrijven in de kanaalzone.  Dit is niet meer te zien op de laatste kaarten (2021) van VMM. Gelieve gebruik te maken van de juiste informatie voor het inschatten van de effecten op vlak van PM10 bij de opmaak van het definitieve MER
    • Tabel IX-51: duidelijker meegeven dat “BP” voor “Beoordelingspunt” staat en verwijzen naar tabel met deze beoordelingspunten. 
    • 2.5.1. Luchtkwaliteit in de referentiesituatie bij autonome evolutie: er wordt gesteld dat er “ruimschoots aan de wettelijke grenswaarden voldaan wordt”. Gelieve tevens te vermelden en de aandacht te vestigen op het feit dat de EU-grenswaarden in herziening zijn en zeer waarschijnlijk worden aangescherpt, zodat deze meer in de richting evolueren van de WGO advieswaarden.
    • 2.5.3. Impact in de referentiesituatie: in tabel IX-51 is de impact van de diffuse emissies beschreven, onder de tabel is er evenwel sprake van de totale impact, wat dus wellicht diffuse + geleide is. Kan de impact van de geleide emissies hier ook opgenomen worden?
    • 2.7.3.1 Geleide emissies tussenfase (en verder / eerder): hier wordt gesproken van simulatie 1 en 2. Dit verwijst naar scenario 1 en 2? Graag de term “scenario” aanhouden, om verwarring te vermijden
    • 3. Geluid en trillingen
    • P.146 en 153: tabellen zijn moeilijk leesbaar (kwaliteit pdf).
    • P. 155: het zou nuttig zijn hier een beschrijving te geven van de vaststellingen die op basis van deze kaarten gedaan kunnen worden.
    • P. 156: aangezien de studie nog niet geverifieerd is best onder voorbehoud formuleren: “De geluidsemissie van het opvoerstation WWA is wellicht ook voldoende laag.”
    • P. 163: “eventueel wel nog geverifieerd te worden d.m.v. controlemetingen”. Hoe wordt bepaalt of er wel of geen controlemetingen uitgevoerd worden? “Eventueel” wordt bij voorkeur geschrapt.
    • 4. Mens en gezondheid
    • Algemeen: Graag in de tekst een overzicht geven van de gebruikte GAW (Gezondheidskundige advieswaarden) voor lucht
    • 4.6.2 beoordeling chemische stressoren. In de 2de paragraaf staat dat “zowel in de geplande situatie op korte termijn (tussenfase) als de geplande situatie op lange termijn de emissies inzake de (relevante) geselecteerde parameters NOx, SOx, CO, PM10, PM2,5, H2S en HCl gelijk aan of lager liggen dan in de referentie situatie (= vergunde situatie). Maar voor PM geeft scenario 1 toch een hogere emissie? Graag een verduidelijking.
    • 7.1. Bodem en grondwater
    • Er wordt verwezen naar de bijlagen mbt de bodemonderzoeken. Bijlage A4:
    1. Er zijn verschillende percelen (133D, 191Y, 191G, 292D2, 292G2, 292W) die risicogronden zijn, nog niet eerder onderzocht naar waar volgens het MER geen risico-activiteiten werden uitgeoefend. Graag een gemotiveerde verklaring voor schrapping opmaken of bijkomend toelichten in het MER waarom deze geen risicogrond betreffen
    2. Opmerking: p.19 van de bijlagen, tweede paragraaf: onder hoofdstuk 292D2 wordt verwezen naar perceel 191P. Dit klopt niet
    3. Voor perceel 292F2 is een bijkomend BBO nodig voor PFAS. Verdere info ontbreekt hier echter over. Graag verduidelijken waar en in welk medium (grond/grondwater…) deze PFAS precies werd vastgesteld en welke saneringsprioriteit werd vastgesteld in het VBO?
    4. Voor perceel 147S, 123W en 198D zijn gebruiksadviezen van toepassing voor de bodemverontreiniging met asbest. Hier wordt schijnbaar geen rekening mee gehouden ikvh MER. Dit is relevant bij afbraak van verharding/bestaande installaties en dient wat ons betreft verder onderzocht te worden
    5. Voor perceel 159C en 198D is een sanering lopende ihkv van de verontreiniging met minerale olie, waarbij een drijflaag werd vastgesteld, en arseen in het grondwater (enkel perceel 198D). Hoe ziet deze sanering er in de praktijk uit? Wordt hier een actieve onttrekking uitgevoerd en werd hiermee rekening gehouden in de bemalingsstudie? Of is dit enkel een monitoring en heeft de bemaling hier dan geen invloed op?
    6. Perceel 362H: opslag van slakken? Niet duidelijk: ofwel te corrigeren ofwel te verduidelijken waarom dit geen risicogrond is
    7. Algemeen dateren de uitgevoerde bodemonderzoeken van voor 2021, dus voor het uitbreken van de PFAS-problematiek. Gezien de historiek van het terrein lijkt het voorkomen van PFAS hier dan ook niet uit te sluiten. Dringt een bijkomende monitoring van PFAS, bijvoorbeeld in het eerder voorgestelde situatierapport, zich dan ook niet op? Werd hier rekening mee gehouden?
    • Invloed van bemaling op grondwaterkwaliteit:
      1. In het onwerp MER wordt gesteld dat “Op basis van de berekeningen van AGT zou enkel de grondwaterverontreiniging ter hoogte van het hoogovenslibbekken beïnvloed kunnen worden door de voorziene bemaling.”. Echter, dit lijkt niet de effectieve conclusie van de bemalingstudie van AGT waarin hierover geen uitspraak gedaan wordt omwille van de beperkte gegevens (hoofdstuk 8.1 uit de bemalingstudie). Vanwaar wordt deze aanname dan toch gemaakt in het MER?
      2. Er wordt gesteld dat “De grondwaterkwaliteit ter hoogte van de bemalingszone dient op voorhand geanalyseerd te worden in de aanwezige peilbuizen. Op deze manier kan de kwaliteit afgetoetst worden aan de voorwaarden voor herinfiltratie (grondwaterkwaliteitsnorm), voor hergebruik in het productieproces en voor lozing (indelingscriterium).” Over hoeveel peilbuizen gaat dit? Over welke filterstelling gaat dit en kan steeds dezelfde grondwaterlaag bemonsterd worden bij de opstart van de bemaling als het grondwaterniveau ca. 1,5 m-mv zakt? Welke parameters worden in deze bemonstering voorzien? Dringt een periodieke monitoring ihkv van een eventuele uitbreiding/verplaatsing van de grondwaterverontreiniging zich niet op?
    • Plannen met de kwaliteit van grond en grondwater lijken te ontbreken. Hierdoor is het moeilijk om de aannames/conclusies mbt de bodem en grondwaterkwaliteit te controleren en te toetsen met de vastgestelde situatie in voorgaande bodemonderzoeken. Kunnen deze nog opgenomen worden?

 

3. Conclusie

Het voorliggende ontwerpMER moet aangevuld worden conform bovenstaande opmerkingen.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het college van burgemeester en schepenen moet over het ingediende scopingadvies een advies uitbrengen. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand gecoördineerd advies van de Dienst Milieu en Klimaat en neemt het tot haar eigen motivatie.

Activiteit

AC34245 Adviseren en afleveren van omgevingsvergunningen en MER's

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft een voorwaardelijk gunstig advies voor het scopingadvies voor het project ‘Green primary: Het pad naar CO2 neutraliteit te Gent’ ingediend door Arcelormittal  Belgium NV, gevestigd in de John Kennedylaan 51-53 te 9042 Gent, kadastraal bekend als Gent (afd. 14) sectie A 75 W, (afd. 14) sectie A 176 M2, (afd. 14) sectie A 176 S2, (afd. 14) sectie A 486/2, (afd. 14) sectie A 512 L, (afd. 14) sectie A 512 P, (afd. 14) sectie A 512 N, (afd. 14) sectie A 512 Z, (afd. 14) sectie A 512 W, (afd. 14) sectie A 512 D2, (afd. 14) sectie A 512 B2, (afd. 14) sectie A 512 A2, (afd. 14) sectie A 512 Y, (afd. 14) sectie A 512 K2, (afd. 14) sectie A 512 V, (afd. 14) sectie A 512 C2, (afd. 14) sectie A 512 X, (afd. 14) sectie A 512 E2, (afd. 14) sectie A 514 A, (afd. 14) sectie A 514 B, (afd. 14) sectie A 515 B, (afd. 14) sectie A 515 E, (afd. 14) sectie A 515 C, (afd. 14) sectie A 515 A, (afd. 14) sectie A 515 D, (afd. 14) sectie B 450 K, (afd. 14) sectie B 450 H, (afd. 14) sectie D 357 W, (afd. 14) sectie D 423 K2, (afd. 14) sectie D 423 F2, (afd. 14) sectie D 573 X, (afd. 14) sectie D 573 N, (afd. 14) sectie D 601/2 B, (afd. 14) sectie D 601 C, (afd. 14) sectie D 603 K, (afd. 14) sectie D 603 B, (afd. 14) sectie D 603 C, (afd. 14) sectie D 605 C, (afd. 14) sectie D 605 A, (afd. 14) sectie D 605 B, (afd. 14) sectie D 605 D, (afd. 14) sectie E 123 X, (afd. 14) sectie E 123 R, (afd. 14) sectie E 123 C, (afd. 14) sectie E 123 Y, (afd. 14) sectie E 123 E, (afd. 14) sectie E 123 L2, (afd. 14) sectie E 363 B, (afd. 14) sectie E 363 C, (afd. 14) sectie E 363 E, (afd. 14) sectie E 363 A, (afd. 14) sectie E 363 D, (afd. 14) sectie H 917 P en (afd. 14) sectie H 917 R