Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2018, artikel 56 § 3, 1°.
Het archeologisch depot leent regelmatig vondsten uit voor tentoonstellingen, educatieve doeleinden of wetenschappelijk onderzoek. Hiervoor wordt altijd een bruikleenovereenkomst opgemaakt en voorgelegd aan het college.
Bruikleen is onderworpen aan een retributie zoals voorzien in het retributiereglement voor diensten verstrekt in De Zwarte Doos, goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2019. In artikel 4, § 3 is voorzien in een vrijstelling van retributie voor wetenschappelijk onderzoek.
We merken dat onderzoekers van onderzoeksinstellingen en archeologisch bedrijven steeds vaker de weg naar ons depot vinden en steeds meer materiaal opvragen. Dit voor doctoraatsonderzoek en in het kader van syntheseprojecten. Het overgrote deel van die onderzoekers vraagt ook om het materiaal of de vondsten mee te nemen naar een andere plaats (vaak labo) om verder te onderzoeken. Dergelijke vraag telkens naar het college brengen vraagt vaak meer tijd dan de onderzoeker heeft.
Om die reden wordt voorgesteld om de bruikleen van archeologische ensembles, archeologische artefacten, vondsten en vondstenensembles voor wetenschappelijk onderzoek (doctoraatsonderzoek, post-doctoraal onderzoek, wetenschappelijke projecten, archeologisch syntheseonderzoek, …), voor een maximale periode van vier jaar te delegeren aan de algemeen directeur, met het oog op een subdelegatie aan de leidinggevende van de beherende dienst.
De periode van 4 jaar komt overeen met de looptijd van een doctoraat. Toestaan van langere bruikleen wordt voorbehouden aan het college.
De delegatie wordt beperkt tot het toestaan van dergelijke bruikleen. Weigeringen blijven bevoegdheid van het college.
De bruikleen wordt telkens door de delegatiehouder afgesloten op basis van bijgevoegde modelovereenkomst.
Er wordt voorzien in een jaarlijkse rapportering aan het college van burgemeester en schepenen.
Keurt goed de delegatie bij reglement van de bevoegdheid tot het toestaan van bruikleen van archeologische ensembles in het kader van wetenschappelijk onderzoek, aan de algemeen directeur, onder volgende voorwaarden:
§ 1. het betreft de bruikleen van archeologische ensembles, archeologische artefacten, vondsten en vondstenensembles voor wetenschappelijk onderzoek (doctoraatsonderzoek, post-doctoraal onderzoek, wetenschappelijke projecten, archeologisch syntheseonderzoek, …), voor een maximale periode van vier jaar;
§ 2. de bruikleenovereenkomst wordt afgesloten op basis van het model zoals gevoegd bij deze beslissing;
§ 3. de aan de algemeen directeur gedelegeerde bevoegdheid kan het voorwerp uitmaken van een subdelegatie aan andere door haar te bepalen personeelsleden;
§ 4. de algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen over de uitvoering van deze bevoegdheid.