/
Een ondernemer contacteerde mij omdat hij een gas-boete ontving voor het inrijden van het autovrij gebied. Zijn vergunning was inderdaad verlopen maar hij had hier in tegenstelling tot de voorbije jaren geen herinneringsmail voor gekregen. Bij contactname met het Mobiliteitsbedrijf kreeg hij te horen dat er voor de vergunning ‘uitvoeren van werken en diensten’ geen herinneringsmails gestuurd worden en dat het de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder zelf is om de einddatum in de gaten te houden. Nochtans heeft de ondernemer de herinneringsmails van voorbije jaren nog staan voor dit vergunningstype.
Graag had ik hierover volgende vragen gesteld:
Er wordt voor de vergunningen van de categorie 'uitvoeren van werken en diensten' wel degelijk een herinneringsmail gestuurd voor het aflopen van de vergunning. Dit gebeurt uit klantvriendelijkheid en loopt automatisch.
Het is altijd mogelijk dat de herinneringsmail de vergunninghouder niet bereikt. De mail kan in de map ongewenste e-mails terechtkomen, de vergunninghouder kan van mailadres wijzigen, een volle mailbox hebben, er kan een technisch probleem zijn…. Vergunninghouders kunnen steeds contact opnemen met het Mobiliteitsbedrijf als ze vermoeden dat er iets niet goed loopt met hun mails, dan kan het mobiliteitsbedrijf dit bekijken.
Wat er in die ene individivuele case waar u het over heeft exact gezegd werd is moeilijk na te gaan. Het klopt wel dat we van vergunninghouders verwachten dat zij de einddatum van hun vergunning zelf ook opvolgen. Die einddatum vervalt natuurlijk niet door het al dan niet goed ontvangen van een herinneringsmailtje.
De bestuurder heeft wel steeds de mogelijkheid om een GAS-boete te betwisten. Het is aan de behandelende sanctionerend ambtenaar om in dergelijke situaties een beslissing te nemen. De GAS-ambtenaar beslist die hierin onafhankelijk, waarbij de verschillende sanctionerend ambtenaren wel inzetten op een gelijke beoordeling van dezelfde situaties.
Het voorstel om vanuit het college in te grijpen op het aantal gasboetes, ontvangen tussen de eerste vaststelling en de eerste boete, zou afbreuk doen aan het vergunningenbeleid van Stad Gent. Als we het signaal zouden geven dat men gedurende een bepaalde periode herhaaldelijk inbreuken kan begaan voor de prijs van één, riskeren we aanleiding te geven tot misbruik en een toename van inbreuken.
Wanneer door het college zou beslist worden om in een reglement op te nemen dat het aantal boetes standaard dient te worden beperkt, wordt er bovendien geraakt aan de bevoegdheden van de sanctionerend ambtenaar. Hierbij zou het reglement indruisen tegen hogere regelgeving, wat volgens de hiërarchie der rechtsbronnen niet is toegelaten.
wo 13/09/2023 - 10:42