Op 15 november 2023 werd het ontwerpdecreet Open Scholen zo goed als unaniem aangenomen in het Vlaams Parlement.
Dit decreet verplicht scholen hun deuren buitenschools open te stellen voor buurtbewoners, het stadsbestuur en verenigingen zoals sportclubs en jeugdbewegingen.
In Vlaanderen beslaan de schoolgebouwen bijna 4.000 voetbalvelden aan ruimte. Hoewel het logisch lijkt om deze ruimte efficiënter te benutten door gebouwen te delen, gebeurt dit momenteel nog te weinig. Vele verenigingen en buurtbewoners zijn vaak op zoek naar geschikte ruimtes om hun activiteiten te organiseren.
Wat gebeurt vandaag al rond gedeeld gebruik van schoolgebouwen ?
Hoe zal men aan de slag gaan met het nieuwe decreet, zowel van de kant van de stedelijke scholen als van de kant van de Stad ?
Hoe zal dit allemaal in kaart gebracht worden zijnde van welke school heeft een ruimte ter beschikking voor welke soort activiteit ?
Vooraf een kleine duiding. Het nieuwe decreet legt aan onderwijsinstellingen een verplichting op om hun schoolgebouwen open te stellen, als voorwaarde om beroep te kunnen doen op de reguliere financiering voor scholenbouw door AGION (het Agentschap voor Infrastructuur in Onderwijs, www.agion.be) . In deze zin is het dus geen algemene verplichting maar enkel een voorwaarde tot het verkrijgen van infrastructuursubsidies. Dit decreet draait in de feiten de vorige regelgeving om. Wie in het verleden gedeeld gebruik of openstelling mogelijk maakte, kon rekenen op een extra subsidiëring. Nu is dat het uitgangspunt, de facto zal dit uiteraard betekenen dat zowat elk project gedeeld gebruik zal opnemen als doelstelling.
Ik beklemtoon graag dat wat dit decreet beoogt, al langer gewoon werkelijkheid is in onze stad. Openstelling of breed gebruik is niet nieuw voor het stedelijk onderwijs. Integendeel: het retributiereglement “met betrekking tot het beschikbaar stellen van stadszalen creëert het kader voor openstelling van stedelijke infrastructuur.
Onze schoolgebouwen behoren al geruime tijd tot de meest bevraagde “stadszalen”. De infrastructuur, voornamelijk dan de sportzalen, polyvalente zalen, refters, buitenruimtes … leent zich bijzonder goed voor openstelling aan derden én aan andere stadsdiensten. Ook klaslokalen kunnen door externen gebruikt worden, bijvoorbeeld voor taallessen en voor vrijetijdsverenigingen of hobbyclubs.
De sportzalen of turnzalen worden sterk bevraagd, met meer dan 32.000 uren gebruik/jaar, verspreid over een 50-tal scholen. Talrijke sportclubs, al dan niet erkend, met of zonder jeugdwerking, kunnen vaak niet terecht in de overbevraagde Farys-sporthallen en worden naar het stedelijk onderwijs doorverwezen. Algemeen beschouwd worden onze turnzalen dus elke avond van de werkweek ingezet, vanaf 18 uur (of soms vroeger) …, vaak aan meerdere gebruikers per avond, én tijdens weekends.
Het retributiereglement voorziet bovendien in voordelige tarieven voor erkende verenigingen, voor socio-culturele activiteiten en zelfs in vrijstelling van retributie in welomlijnde situaties. Ons bestuur komt daarmee in belangrijke mate tegemoet aan een middenveld met een hoge nood aan betaalbare ruimte in onze stad.
We zetten onze scholen dus multifunctioneel in, ook voor de eigen stedelijke diensten. Tot de stedelijke gebruikers behoort voornamelijk de kinderopvang, hét gedeelde gebruik bij uitstek (326.000 uren). Maar we delen onze schoolgebouwen ook voor de organisatie van het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs (48.000 uren samen) en in het kader van Brede School-werking. Dat laatste is dan in samenwerking met o.a. buurtorganisaties, socio-culturele actoren, jeugd- en welzijnswerk.
Ook in vakanties streven we een maximale invulling na van de beschikbare ruimtes. De bezetting voor vakantiewerkingen (stedelijke jeugddienst en andere aanbieders), plus het gebruik aan externen beloopt per jaar afgerond 247.000 uren.
Het is onze ambitie om dit gedeeld te blijven stimuleren. De voordelen daarvan zijn heel helder, al wil ik toch ook benoemen dat het niet altijd eenvoudig is. Er zijn goede afspraken nodig, en de school heeft hier ook ‘beheerwerk’ aan.
Dit nieuwe decreet wijzigt dus eigenlijk niets voor onze stedelijke scholen. Ook bij toekomstige renovaties en nieuwbouwprojecten zit dit mee in de projectdefinities. Het Gentse beleid toont zich dus opnieuw als voortrekker. We hoeven n.a.v. decreet niks te veranderen aan onze aanpak.
do 07/12/2023 - 09:59Geachte schepen
Schoolomgevingen zijn levendig. Bij start en einde van de schooltijd is er een gezellige drukte, en er is leven in de brouwerij.
Buurtbewoners hebben een groot hart voor de scholen, en vinden die levendigheid best wel leuk.
Een klein minpuntje soms, is dat er in de buurt wat zwerfvuil kan achterblijven. Van snoepwikkels tot blikjes. Vaak ook rond de vuilnisbakjes die overvol geraken.
Ik kreeg hiervoor een suggestie die ik graag aan u voorleg:
Overvolle vuilnisbakken, zwerfvuil allerhande. Het is een eeuwigdurende ergernis. Ik maak me er zelf ook dikwijls druk in. Nu, aandacht voor netheid binnen en buiten de schoolmuren, dat is niet nieuw. Elke school werkt daaraan binnen het eigen pedagogische project.
Vanuit de stad organiseren we met IVAGO ook talloze acties en is er een scholenwerking uitgebouwd. Ik vroeg daarover informatie op bij mijn collega Bram Van Braeckevelt.
Tijdens de Gentsche Gruute Kuis in 2023 waren er 4134 deelnemers, verspreid over 138 initiatieven. 17 Gentse scholen hebben hieraan deelgenomen, met in totaal meer dan 1.000 leerlingen.
Scholen kunnen bij IVAGO een netheidspact aangaan, een Proper Pierke worden. Dat wil zeggen dat ze zich engageren om minstens één keer per jaar een eigen opruimactie te ondernemen. Ze krijgen hiervoor ondersteuning van IVAGO door middel van gratis zwerfvuilzakken, grijpstokken, handschoenen, fluohesjes … Momenteel zijn al 30% van de Gentse lagere scholen een Proper Pierke. Ongetwijfeld zijn er daarnaast heel wat scholen die eigen acties ondernemen zonder dat IVAGO hiervan op de hoogte is. We merken op dat heel wat scholen, zonder de steun van IVAGO, inspanningen leveren om de schoolbuurt net te houden. Maar ook om kinderen en jongeren te sensibiliseren rond correct sorteren en de impact van zwerfvuil.
In 2023 namen 4 scholen deel aan Operatie Proper. Operatie Proper is een initiatief van Mooimakers waarvoor scholen en verenigingen in ruil voor een zelfgekozen actieplan, en de terugkoppeling erover, een financiële vergoeding ontvangen.
Scholen kunnen ook een bezoek van IVAGO aan de school of omgekeerd aanvragen. Dit jaar bezocht onze afvalsteward reeds 22 scholen en bezochten 11 scholen IVAGO, goed voor 1158 leerlingen. Dit aanbod is volledig gratis, we vragen enkel aan de scholen om een Proper Pierke te worden, en dus minstens één opruimactie per jaar te organiseren.
Naast de initiatieven en acties van IVAGO bieden ook heel wat beheersorganisaties zoals Bebat, Fost Plus, Vlaco … workshops en pakketten aan. We zitten dus zeker niet stil. Een overzicht van heel wat opties bundelt IVAGO op haar website.
Het is zeker een goed idee om een extra actie binnen de Gentse scholen te houden, die leerlingen sensibiliseert rond netheid in de schoolbuurt. De expert afvalpreventie en -sensibilisering bekijkt IVAGO graag wat er nog extra kan.
De suggestie die u doet, collega Van Pee, is dus heel logisch, maar ik ben blij te kunnen stellen dat er dus al heel wat initiatieven zijn die daarop inzetten. Ik wil de scholen daarvoor ook uitdrukkelijk bedanken. Bewustmaking rond afvalreductie, sorteren, zwerfvuil … het kadert in de doelstellingen rond milieu, maar ook burgerschap.
Maar laat ons de focus hier niet verengen tot onze jeugd. We zien allemaal hoe de kaai langs de Gras- en Korenlei eruitziet in de zomermaanden. Of het Citadelpark. Of de karrenvrachten afval die langs de steenwegen ligt. Maar evengoed de tienduizenden peuken op de straten. Dit is een opdracht voor iedereen. Je kan onze jeugd daarover sensibiliseren, maar dat begint ook met het geven als volwassenen van het goede voorbeelden.
Voor een verdere opvolging van dit thema verwijs ik graag door naar collega Van Braeckevelt.
do 07/12/2023 - 10:00We weten dat de kinderopvang op dit moment nog steeds in een crisis verkeert. Naar aanleiding van mijn vraag op de commissie van juni 2022, bleek dat ook bij de Dienst Kinderopvang van Stad Gent het niet eenvoudig was om voldoende personeel ter beschikking te hebben. Daarom moet de dienst bij momenten overschakelen op verminderde dienstverlening. Als antwoord op mijn vraag toen, werden acties opgenomen die het tij moesten keren. Ik hoor graag wat het resultaat is van deze acties.
Meer concreet wil ik graag weten:
Hoe zit het met het personeelstekort bij de Dienst Kinderopvang op vandaag?
Voldoende personeel vinden is in de kinderopvang, als sector in crisis, een hele uitdaging. We horen dat van onze eigen dienst Kinderopvang, en op het Lokaal Overleg Kinderopvang met de partners. Ook in de pers en in de voorbereidingen over de toekomst is dit een belangrijk item.
Ik denk dat we daar enkele maatregelen Vlaams moeten nemen: zoals voldoende verloning, uitdagende loopbaanpaden, waardering voor de job, goede opleidingen, kindvrije uren en een haalbare kindbegeleiderratio.
We gaan natuurlijk ook op lokaal niveau als organisator van kinderopvang mee aan de slag. Op die domeinen waar wij kunnen op ingrijpen. Meer hierover later.
Eerst antwoord ik op uw eerste vraag: Hoe zit het met het personeelstekort bij Dienst Kinderopvang? Ik zal u daar in 2 luiken op antwoorden:
Daar zitten we op een ziekteverletpercentage van 11,88%. In vergelijking met Groep Gent ligt dat hoger (benchmark Groep Gent = 8,88 %). We wijken af van Groep Gent omdat we natuurlijk in de sector Kinderopvang werken, een sector in crisis. Het kort verletpercentage (dat is 1 tot 30 dagen afwezigheid) is voor DIKO 8,76 %. In de evolutie van het kort verlet zien we een lichte daling. en we volgen daarmee de trend van Groep Gent. Dat is dus ook positief nieuws.
We hebben dus een positief saldo in onze aanwervingen. En daarmee kom ik op uw tweede vraag: hoe zorgen we ervoor dat we vlot mensen kunnen aanwerven? Daar hebben we verschillende acties lopen:
Al deze acties zorgen ervoor dat we alle beschikbare vacatures voor kinderbegeleiders konden invullen.
Naast het optimaliseren van de aanwervingen voor kinderbegeleiders, namen we ook een aantal extra maatregelen om meer handen op de vloer te hebben.
De laatavondopvang is tijdelijk gecentraliseerd op 1 plek. Zo kunnen medewerkers vooral aan de slag op momenten met veel kinderen.
En in januari 2024 starten we met een nieuw profiel binnen de DIKO: ondersteuner in de kinderopvang (OKO). Dat zijn de huishoudhulpen die we nu inzetten, maar waarvoor het functieprofiel een upgrade kreeg en er een verhoging van de functie van E naar D gerealiseerd wordt. De Ondersteuners in de Kinderopvang zullen vooral logistieke taken opnemen, zodat kinderbegeleiders meer op hun kerntaken kunnen focussen. Tegelijk zal deze functie ook een doorgroeibaan worden om, na kwalificaties, de job als kinderbegeleider uit te oefenen.
We werken voor zij-instroom ook in verschillende projecten samen met andere diensten van de stad zoals het ESF-project ‘nieuwe krachten voor de kinderopvang’ ism de Dienst Werk en K-trajecten ism HR, waarbinnen stadsmedewerkers een opleiding kunnen volgen tot kinderbegeleider ism HR. Op die manier schoolden zich een 5-tal stadsmedewerkers om.
Aanwerven en extra handen op de vloer is 1 ding, mensen aan boord houden een andere zaak.
Ook daarvoor hebben we heel wat zaken ondernomen. Deze acties moeten ook zorgen voor een daling van het ziekteverlet.
Conclusie: We hebben een positieve evolutie doorgemaakt in het aanwerven van kinderbegeleiders. Tegelijk zindert de aanhoudende crisis in de sector ook bij ons door. Hoewel we een hoger absenteïsmepercentage kennen, daalden de kortdurende afwezigheden, wat een goede zaak is.
We werken met vrouw en macht verder. Maar we kunnen dat niet alleen. We hebben daarvoor het langverwachte Marshallplan van de Vlaamse Regering nodig.
De medewerkers van Dienst Kinderopvang zijn hard aan het werk geweest. Met mooie resultaten als gevolg. Ik wil hen daar van harte voor danken.
Toch blijft alertheid belangrijk, zeker gezien de hoge cijfers mbt ziekteverlet. Dat betekent ook dat er momenten zijn dat de dienstverlening niet kan gegarandeerd worden voor ouders. Dat is pijnlijk, maar noodzakelijk om veilige en goede kinderopvang te kunnen organiseren.
do 07/12/2023 - 10:05-
Recent vond in Jan Palfijn een boeiend symposium plaats over leeftijdsdiscriminatie. Eén van de sprekers deed in dit verband een aantal voorstellen om oudere bewoners in woonzorgcentra of in assistentiewoningen een meer actieve rol te geven in de plekken waar ze wonen.
Het ging dan bijvoorbeeld over het betrekken van de bewoners bij de evaluatie van zorgverleners. Bewoners kunnen daar een aanvullend perspectief bieden ten opzichte van de criteria die leidinggevenden hanteren. Een ander voorbeeld betrof het betrekken van de bewoners van assistentiewoningen bij de aanwerving van een nieuwe woonassistent. Die laatste is binnen hun woonomgeving immers een sleutelfiguur die een grote impact kan hebben. Voor de duidelijkheid: het ging in beide gevallen niet om het verlenen van een beslissende, maar wel van een eerder raadgevende stem.
Vandaar mijn vragen:
Zoals u weet, was ik ook aanwezig op het symposium in AZ Jan Palfijn enkele weken geleden en heb ik de verschillende boeiende presentaties ook gehoord en mij erdoor laten inspireren.
In Gent dragen we participatie van alle burgers en dus zeker ook van senioren, hoog in het vaandel.
Op dit moment betrekken we bewoners niet bij de selectiegesprekken bij het aanwerven van het personeel in onze WZC of LDC’s.
Ik ben het idee op zich genegen.
Ik heb wel twijfels of dit altijd praktisch uitvoerbaar is:
Daar (in selectieprocedures) waar het praktisch wel uitvoerbaar is, heb ik er persoonlijk principieel niets op tegen dat bewoners zouden betrokken worden. Maar ik laat het aan de wijsheid van mijn collega Hafsa El-Bazioui en de dienst selectie over wat kan en niet kan.
Ik sta graag ook nog even stil bij het betrekken van bewoners bij de evaluaties en samenwerkingsgesprekken.
Als organisatie staan wij voor een feedbackcultuur en de stem van de bewoners is daarin zeker ook heel belangrijk.
Wij beluisteren daarom op vandaag al naar de bewoners over het functioneren van medewerkers n.a.v. het samenwerkingsgesprek en evaluatie na proeftijd. In de tevredenheidsenquêtes zijn er specifieke vragen rond leidinggevenden en algemene vragen m.b.t. basismedewerkers.
De meeste input komt echter via de bewonersraad, opmerkings- en klachtenregisters zowel schriftelijk als mondeling. Maar ook de bedankingen van onze bewoners en/of familieleden/mantelzorgers zijn een belangrijke bron van feedback.
Al deze input van de bewoners wordt dus meegenomen in het kader van de samenwerkingsgesprekken.
do 07/12/2023 - 08:48In november 2021 stelde ik in deze commissie al een vraag over palliatieve thuiszorg en vroegtijdige zorgplanning voor thuiswonende senioren.
De schepen vermeldde in zijn antwoord dat er toen net een nieuwe samenwerking tussen de lokale dienstencentra en LEIF was opgestart. LEIF ging o.m. een infosessie geven en er zou ook een maandelijkse zitdag komen.
Daarnaast zei de schepen dat de LDC’s een meer structurele samenwerking met het Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo verkenden. Bedoeling toen was om enerzijds een regelmatig zitmoment te organiseren in Gent en anderzijds een reeks infomomenten te organiseren over dit thema.
Vandaar mijn vragen:
Er is ondertussen inderdaad een meer structurele samenwerking opgezet tussen de lokale dienstencentra en het Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo. In het bijzonder ook met de LEIF-puntwerking die in de schoot van het Netwerk Palliatieve Zorg bestaat.
De samenwerking is opgezet om informatie over waardig levenseinde en vroegtijdige zorgplanning (zoals de negatieve wilsverklaring, wilsverklaring euthanasie, orgaandonatie, palliatieve zorg,…) beter kenbaar te maken en het ondersteuningsaanbod voor Gentenaars rond dit thema te versterken.
Concreet gaat er sinds begin 2022 elke eerste dinsdagvoormiddag van de maand een LEIF-zitmoment door (centraal in de stad), nl. in LDC De Horizon. Mensen kunnen er bij een LEIF-medewerker terecht voor hun individuele vragen en ondersteuning om bijv. formulieren in te vullen.
Daarbovenop heeft het netwerk palliatieve zorg in 2022 een infomoment gegeven, over waardig levenseinde en vroegtijdige zorgplanning, in elk van onze 11 LDC’s. Kort na dat infomoment werd er ook altijd een zitmoment voorzien in dat LDC, zodat mensen na de algemene toelichting ook nog eens in hun eigen buurt terecht konden voor hun persoonlijke vraag of individuele ondersteuning.
Het Netwerk Palliatieve Zorg staat in voor de expertise en zorgt voor medewerkers en vrijwilligers, dit voor zowel de infomomenten als de individuele zitmomenten. De LDC’s zorgen voor de communicatie van de info- en zitmomenten, stellen de accommodatie gratis ter beschikking, zorgen voor de inschrijvingen voor het infomoment, helpen mensen (die de digitale weg niet vinden) om zich in te schrijven voor een afspraak op het zitmoment en zorgen voor vervoer voor minder mobiele Gentenaars die er niet geraken,… Het is een mooie evenwichtige samenwerking, die de doelstellingen van zowel onze LDC’s als het Netwerk Palliatieve Zorg realiseert. Een echte win-win dus, en vooral goed voor onze Gentse inwoners.
Gezien de samenwerking in 2022 positief geëvalueerd werd, door zowel het Netwerk als door ons, is de samenwerking in 2023-2024 verdergezet.
U vroeg ook nog naar een vorm van financiële en inhoudelijke rapportage, dus ik eindig graag met een aantal cijfers.
Over het financiële kan ik geen cijfers voorleggen, omdat zowel de LDC als het Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo deze samenwerking uitvoeren binnen hun reguliere werking en middelen. Dat vraagt voor beide partijen zeker een inspanning; maar we hebben daardoor dus geen afzonderlijke afrekening van deze samenwerking die we kunnen voorleggen.
Inhoudelijk zijn er wel cijfers. Er zijn ondertussen:
Ik kan dus met volle overtuiging zeggen dat de samenwerking heel positief verloopt, dat we veel mensen bereiken en dat we dit in de toekomst zullen blijven verderzetten.
do 07/12/2023 - 08:51-
Vapen is bij jongeren een toenemend probleem. Dat is met name ook het geval bij jongeren vanaf twaalf jaar. De problematiek is al herhaaldelijk in de pers geweest en er zijn vanuit diverse instanties al verschillende instrumenten uitgewerkt en nieuwe initiatieven lopende om te proberen deze trend te keren, o.a. het #SmokeFree-project – met o.a. de KULeuven en het Vlaams Instituut Gezond Leven – waarbij het de bedoeling is om een succesvolle preventiestrategie te ontwikkelen.
Vandaar mijn vragen:
In Gent zetten we in op het bevorderen van een gezonde levensstijl. Binnen dit kader is de preventie van roken en vapen bij kinderen een belangrijk aandachtspunt.
Algemeen hebben we eerst ingezet op informatie over nieuwe tabaksproducten. Op vraag van de Stichting Tegen Kanker hebben we een factsheet en communicatieplan opgemaakt over nicotinezakjes en nieuwe tabaksproducten, waaronder ook de e-sigaret. Zo willen we hulpverleners en jeugdwelzijnswerkers informeren over de verslavende werking van nicotinezakjes, vooral bij minderjarigen. De informatie werd verspreid via verschillende kanalen, waaronder de nieuwsbrief van de Sportdienst en de dienst Economie.
Er zijn ook bredere vormingssessies over roesmiddelen voor het Gentse jeugdwelzijnswerk. Hierin is het gebruik van de e-sigaret en ‘vapen’ ook steeds een thema.
Gent heeft in 2019 het Charter Rookvrije Generatie van de alliantie Rookvrije Samenleving ondertekend. Recent heeft Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke een reeks maatregelen aangekondigd om naar een rook- en vapevrije generatie toe te werken.
Vanaf 1 januari 2025 zal nieuwe wetgeving van kracht zijn, waaronder een uitstalverbod voor sigaretten en vapes. Tijdelijke verkooppunten zullen verdwijnen en er zal een rookverbod gelden op locaties waar veel kinderen en jongeren samenkomen, zoals attractieparken, dierentuinen, kinderboerderijen, speelpleinen en op en naast sportterreinen. Binnen een perimeter van 10 meter aan in- en uitgangen van zorg-, opvang- en onderwijsinstellingen en openbare bibliotheken zal roken ook verboden zijn.
Om de transitie te faciliteren, werkt Logo Gezond+ momenteel aan een actieplan voor Gent. Dit plan zal scholen en andere plaatsen waar kinderen en jongeren samenkomen ondersteunen om rookvrije zones te realiseren. Dit zal hen ook steunen in een sterk preventief beleid omtrent roken en vapen. Er wordt overleg gepland met het Onderwijscentrum, Brede School en de Sportdienst om een gezamenlijk plan van aanpak te bepalen.
U had ook vragen over de preventie van vapen in het Gentse (stedelijke) onderwijs.
Alle Gentse scholen kunnen ondersteuning krijgen via het netwerk ‘Gezonde School’. om een effectief gezondheidsbeleid te implementeren. Roken en vapen zijn onderwerpen die binnen dit kader worden behandeld. We verstrekken diverse tools, materialen, diensten en organiseren workshops om preventief te kunnen werken rond vapen.
Ook de kerngroep ‘Roesmiddelen Onderwijs’ van de dienst Preventie voor Veiligheid gaat regelmatig in op het thema van roken en vapen.
De Gentse Brede Schoolwerking zorgt voor de specifieke toeleiding scholen met een kwetsbaar publiek naar de ondersteuning door Gezonde School. Zo gaat er op 12 december een inspiratiemoment Gezonde School Gent door met een infomarkt en workshops voor het 60-koppige team van de Gentse brugfiguren. Er staat een vorming rond vapen op de agenda, verzorgd door CGG Adentro. De brugfiguren engageren zich om deze informatie meenemen naar de scholen, leerlingen en hun ouders.
We hebben het hier al vaak aangekaart het lerarentekort is een chronisch probleem.
Volgens Lieven Boeve, directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen moet het anders. Volgens hem moet de almaar uitdijende lijst van mogelijke studierichtingen – de zogenoemde opleidingenmatrix – weer beperkt worden.
Sinds 2019 is er een enorme uitbreiding van het aantal studierichtingen, maar er zijn geen leerlingen bijgekomen. Wat impliceert dat er per studierichting minder leerlingen zijn. In een tijdperk met te weinig leerkrachten moet dit herbekeken worden.
Hij haalt volgend concreet voorbeeld aan : ‘Vroeger was er een richting tweewielers en lichte verbrandingsmotoren. Ondertussen werd dit opgesplitst in een opleiding fietsinstallaties en in een opleiding brom- en motorfietsinstallaties. Gezien er ondertussen meer en meer elektrische fietsen zijn en meer elektrificatie, stelt hij zich de vraag waarom deze richting nog moet gesplitst zijn.
Hij besluit dus door studierichtingen samen te voegen, dat er meer leerlingen in de klassen zullen zitten en minder nood aan leerkrachten.
Wat is de visie van de schepen in deze ?
Dank u, collega Van Bignoot, voor uw interesse in mijn visie hieromtrent.
Lieven Boeve, de topman van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, gaat na dit schooljaar op pensioen. Naar aanleiding van zijn nakende pensioen, maakte hij een paar weken geleden inderdaad wat de balans op, waarbij hij een aantal bezorgdheden aanhaalt, een aantal interne denkoefeningen binnen Katholiek Onderwijs Vlaanderen aankondigt en ook een aantal suggesties van oplossingen ten aanzien van het Vlaamse beleid doet. Het artikel bevat heel wat eten en drinken. Ik probeer kort op de verschillende elementen in te gaan.
Een eerste punt is dat er volgens hem te veel versnippering is in het aanbod, vooral in het technisch en beroepsonderwijs.
Daarbij pleit hij voor het regionaal afstemmen van het studieaanbod, met een minimumnorm waarbij een studierichting om het te kunnen inrichten minstens x-aantal leerlingen moet tellen.
Zelf ben ik het met meneer Boeve eens dat goede regionale afstemming inderdaad een meerwaarde kan betekenen voor de scholen. Dit zowel om elkaars aanbod te kennen en zo complementair mogelijk te kunnen werken, om eventuele samenwerkings- of doorverwijzingsafspraken te maken, om stageplaatsen te vinden, etc.
Een belangrijke noot hierbij is dat dit overleg ook gefaciliteerd en geprofessionaliseerd moet worden, zodat de afstemming op basis van goede afspraken en in alle transparantie kan gebeuren.
Ik ben dus helemaal gewonnen voor meer regionale afstemming met betrekking tot de programmatie van het studieaanbod.
Maar ik ben er geen voorstander van om top down minimumquota op te leggen en ik wil u graag uitleggen waarom:
Een ander element waar ik even op inga, gaat over het beperken van de opleidingenmatrix in het technisch en beroepssecundair onderwijs.
De aanbeveling van meneer Boeve over studierichtingen die vroeger breder waren en die nu in verschillende richtingen opgedeeld worden te herbekijken, waarbij hij stelt dat die richtingen niet altijd zouden beantwoorden aan de vraag van de arbeidsmarkt. Dit gaat natuurlijk over een heel ander aspect, namelijk over de inhoud, over wat de leerlingen leren.
Om ervoor te zorgen dat de inhoud van wat de leerlingen aanleren wel degelijk antwoord biedt op een vraag van de arbeidsmarkt, is sinds 2009 het Decreet betreffende de Vlaamse Kwalificatiestructuur in werking. Dit decreet schrijft voor dat de beroepssectoren als eerste aan zet zijn om te bepalen welke beroepsprofielen ze in de toekomst nodig zullen hebben. Bijvoorbeeld: wat moet een zorgkundige of een elektrotechnisch installateur over 10 jaar kennen en kunnen? Op basis van die beschrijvingen worden de arbeidsmarktgerichte onderwijsopleidingen vormgegeven.
Dit is voor beroepssectoren niet altijd een eenvoudige oefening. Ik begrijp dat meneer Boeve ook in vraag stelt of de opleidingsinhouden effectief ook nauwer aansluiten bij de vraag van de arbeidsmarkt. Persoonlijk heb ik hier niet onmiddellijk een uitgesproken mening over, maar misschien zou het een goed idee zijn dat de Vlaamse regering deze werkwijze/dat decreet na bijna 15 jaar inderdaad eens samen met alle betrokkenen gaat evalueren en bijsturen waar nodig.
Collega Van Bignoot, ik vat samen:
Mensen die in dak- of thuisloosheid terechtkomen, moeten overleven in zeer precaire omstandigheden. Op straat leven is een echte beproeving voor lichaam en geest.
Veel daklozen hebben dan ook gezondheidsproblemen, fysiek of psychisch. Het kan de reden zijn dat men op straat is beland, maar voor anderen is het er het gevolg van.
De toeleiding naar zorg is belangrijk.
Beste collega Anita De Winter, ik wil je alvast danken voor je vraag.
U vermeldt het in uw toelichting: het leven op straat is een uitdaging op zich. Daarin is de toeleiding naar zorg inderdaad een heel belangrijke factor.
We streven naar een menswaardig leven voor iedereen en daarom is het belangrijk dat we de ogen niet sluiten, ook niet voor mensen in heel precaire situaties.
Dat is in essentie de opdracht van outreachende werkers: om sowieso de vinger aan de pols te houden met en bij heel kwetsbare mensen zonder of met een fragiel netwerk. Ook de gezondheidstoestand van de kwetsbare groep is iets wat deel uitmaakt van hun uitdagingen tot specifieke ondersteuning.
Een eerste opdracht is dan ook om contact te maken en contact te houden. De outreachend werkers gaan met hen op pad en zoeken ook samen met hen een weg in de dienst- en hulpverlening.
Vele dak- en thuislozen hebben wel al vaak hulp gezocht, maar omwille van een complexe problematiek, omdat ze niet voldeden aan bepaalde voorwaarden of om nog andere redenen, hebben ze vaak het vertrouwen in hulp- en dienstverlening verloren. Dat zijn zaken waarop de veldwerkers elke dag inzetten.
U vraagt me op welke manier dak– en thuislozen de weg vinden naar medische zorg. Het antwoord is niet éénduidig:
Het doet zich heel geregeld voor dat de Dienst Outreachend Werk vragen krijgt over verzorging of medische hulp, bij hun patrouilles of straathoekwerking.
Daar zijn geen harde data over beschikbaar, het is moeilijk om dit statistisch te duiden. Maar er zijn legio straatverhalen waarbij een duidelijke vraag is naar verzorging.
Tegelijk zijn de outreachers zich ervan bewust dat ze ook niet altijd alles opmerken of te weten komen. Dat heeft opnieuw te maken met het feit dat hun ‘gasten’ vaak het vertrouwen hebben verloren in de mensen en/of ‘instanties’ waarnaar ze worden doorverwezen.
Ook zijn er soms andere drempels om hulp te zoeken. Een dak-of thuisloze laat bijvoorbeeld niet zomaar zien dat hij/zij wondverzorging nodig heeft. Dit gebeurt vaak uit schrik dat ze voor een bepaalde tijd zouden worden opgenomen in een ziekenhuis, waardoor ze bijvoorbeeld niet meer kunnen zorgen voor hun hond of geen toegang meer zouden hebben tot verslavende middelen zoals alcohol of drugs.
Dat maakt het voor de veldwerkers van Dienst Outreachend Werk niet makkelijk om in te schatten of iemand nood heeft aan acute verzorging.
NABIJHEID is hierin een sleutelbegrip.
Door de dak- en thuislozen frequent te bezoeken kan de veldwerker vertrouwen winnen, een betere inschatting maken en de dak- en thuisloze zoveel mogelijk trachten toe te leiden naar zorg wanneer daar nood toe is.
Ook bij de werking Opstap bijvoorbeeld zet men specifiek in op het versterken van een vertrouwensband tussen medische hulpverleners en de specifieke doelgroep van mensen met een drugsverslaving en mensen in herstel. Men nodigt ten gepaste tijden een tandarts of arts uit binnen de werking, zodat men op een laagdrempelige manier met elkaar in contact kan komen.
Er zijn in onze stad tot slot inderdaad afspraken tussen de outreachers en de verschillende zorg- en hulp initiatieven die zich op verschillende manieren inzetten om gerichte medische zorg te krijgen tot bij deze precaire groep zoals dak-en thuislozen.
Hierbij wil ik ook graag even mijn collega Rudy Coddens bedanken voor de goede samenwerking die er is tussen onze diensten om ervoor te zorgen dat de drempels naar medische zorg voor de meest kwetsbare mensen uit onze stad zoveel mogelijk worden weggewerkt.
Hierbij enkele voorbeelden:
Deze teams geven mobiele ondersteuning in de leefomgeving van een gast, met ernstige psychische kwetsbaarheden. Er is een goeie samenwerking tussen hen en de veldwerkers van Dienst Outreachend Werk, die vaak gasten/daklozen aan melden bij dit team.
Mevrouw De Winter, ik wil u nogmaals danken voor uw vraag over dit zeer relevante thema. De winter komt eraan, we hadden al enkele winterprikken. Ik wil onze outreachers en onze hulpverleners nadrukkelijk bedanken voor hun inzet en hun werk. Zij maken echt het verschil voor hun gasten.
Om af te ronden stip ik graag nog even aan dat het natuurlijk ook de taak is van ons allemaal om de hulpdiensten in te schakelen wanneer je ziet dat iemand dringende medische hulp nodig heeft. Zo’n urgenties komen natuurlijk ook voor bij dak- en thuislozen en ook voor hen moeten we, als medemens, zorgen.
do 07/12/2023 - 10:10