Terug
Gepubliceerd op 07/12/2023

2023_MV_00643 - Mondelinge vraag van raadslid Christiaan Van Bignoot: minder studierichtingen

commissie onderwijs, welzijn en participatie (OWP)
wo 06/12/2023 - 19:00 Hybride vergadering
Datum beslissing: wo 06/12/2023 - 21:57
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Gabi De Boever; Karin Temmerman; Mehmet Sadik Karanfil; Karlijn Deene; Jef Van Pee; Mieke Bouve; Carl De Decker; Karla Persyn; Evita Willaert; Patricia De Beule; Stijn De Roo; Anita De Winter; Bert Misplon; Caroline Persyn; Sonja Welvaert; Fourat Ben Chikha; Rudy Coddens; Astrid De Bruycker; Alana Herman; Cengiz Cetinkaya; Hafsa El-Bazioui; Christiaan Van Bignoot; Els Roegiers; Emilie Peeters; Helga Stevens; Manuel Mugica Gonzalez; Christophe Peeters; Veli Yüksel; Jeroen Van Lysebettens; Jeroen Paeleman; Catty Hoste; Sofie Rédelé; Neelke Vernaillen; Mattias  De Vuyst; Eva Vanhullebusch; Christel Verleyen; Hans Baetslé; Stephanie Cooman; Reine de Laat; Melissa Van De Velde; Ellen Wyns; Anneleen Van Bossuyt; Ruud Van de Velde; Toon Mertens

Afwezig

Sven Taeldeman; Zeneb Bensafia; Tom De Meester; Yüksel Kalaz; Joris Vandenbroucke; Ronny Rysermans; Martine Verhoeve; Anton Vandaele; Nikolaas Schuiten; Tom Van Dyck; Bart De Muynck; Anneleen Schelstraete; André Rubbens; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser

Secretaris

Jeroen Paeleman
2023_MV_00643 - Mondelinge vraag van raadslid Christiaan Van Bignoot: minder studierichtingen 2023_MV_00643 - Mondelinge vraag van raadslid Christiaan Van Bignoot: minder studierichtingen

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

We hebben het hier al vaak aangekaart het lerarentekort is een chronisch probleem. 

Volgens Lieven Boeve, directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen moet het anders. Volgens hem moet de almaar uitdijende lijst van mogelijke studierichtingen – de zogenoemde opleidingenmatrix – weer beperkt worden. 

Sinds 2019 is er een enorme uitbreiding van het aantal studierichtingen, maar er zijn geen leerlingen bijgekomen. Wat impliceert dat er per studierichting minder leerlingen zijn. In een tijdperk  met te weinig leerkrachten moet dit herbekeken worden. 

Hij haalt volgend concreet voorbeeld aan : ‘Vroeger was er een richting tweewielers en lichte verbrandingsmotoren. Ondertussen werd dit opgesplitst in een opleiding fietsinstallaties en in een opleiding brom- en motorfietsinstallaties.  Gezien er ondertussen meer en meer elektrische fietsen zijn en meer elektrificatie, stelt hij zich de vraag waarom deze richting nog moet gesplitst zijn.  

Hij  besluit dus door studierichtingen samen te voegen, dat er meer leerlingen in de klassen  zullen zitten en minder nood aan leerkrachten.  

Indiener(s)

Christiaan Van Bignoot

Gericht aan

Evita Willaert

Tijdstip van indienen

do 30/11/2023 - 17:38

Toelichting

Wat is de visie van de schepen  in deze  ? 

Bespreking

Antwoord

Dank u, collega Van Bignoot, voor uw interesse in mijn visie hieromtrent. 

Lieven Boeve, de topman van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, gaat na dit schooljaar op pensioen. Naar aanleiding van zijn nakende pensioen, maakte hij een paar weken geleden inderdaad wat de balans op, waarbij hij een aantal bezorgdheden aanhaalt, een aantal interne denkoefeningen binnen Katholiek Onderwijs Vlaanderen aankondigt en ook een aantal suggesties van oplossingen ten aanzien van het Vlaamse beleid doet. Het artikel bevat heel wat eten en drinken. Ik probeer kort op de verschillende elementen in te gaan.  

Een eerste punt is dat er volgens hem te veel versnippering is in het aanbod, vooral in het technisch en beroepsonderwijs. 

Daarbij pleit hij voor het regionaal afstemmen van het studieaanbod, met een minimumnorm waarbij een studierichting om het te kunnen inrichten minstens x-aantal leerlingen moet tellen.  

Zelf ben ik het met meneer Boeve eens dat goede regionale afstemming inderdaad een meerwaarde kan betekenen voor de scholen. Dit zowel om elkaars aanbod te kennen en zo complementair mogelijk te kunnen werken, om eventuele samenwerkings- of doorverwijzingsafspraken te maken, om stageplaatsen te vinden, etc. 

Een belangrijke noot hierbij is dat dit overleg ook gefaciliteerd en geprofessionaliseerd moet worden, zodat de afstemming op basis van goede afspraken en in alle transparantie kan gebeuren.  

  • In onze stad levert ons Onderwijscentrum Gent hierrond ook mooi werk, bijvoorbeeld  door samen met zowel scholen als arbeidsmarktactoren het overlegforum duaal leren te trekken en te faciliteren. Weliswaar zonder formeel kader en zonder formele analyse of advies bij programmatieaanvragen, maar de scholen beamen zonder uitzondering de meerwaarde van dit afstemmingsoverleg. 
  • De idee om een dergelijke samenwerking bij decreet te regelen, is op zich ook niet nieuw: het installeren van netoverschrijdende regionale afstemming rond programmatie was precies wat toenmalig minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke in 2007 met de ‘consortia’ in het volwassenenonderwijs heeft geïntroduceerd. Maar toen hebben de onderwijskoepels zich hier sterk tegen gekant, waarop minister Crevits de consortia eind 2014 opnieuw afschafte.  

Ik ben dus helemaal gewonnen voor meer regionale afstemming met betrekking tot de programmatie van het studieaanbod. 

Maar ik ben er geen voorstander van om top down minimumquota op te leggen en ik wil u graag uitleggen waarom: 

  • Het is niet omdat een studierichting bestaat, dat een school die per definitie moet inrichten. Het lijkt me belangrijk dat een school ook in de toekomst de autonomie blijft hebben om op basis de lokale of regionale noden hun onderwijsaanbod uit te bouwen. 
  • Scholen ontvangen hun subsidies niet per studierichting, maar wel per leerling. Het is dus niet zo dat als een school een richting inricht voor 5 leerlingen, dat dat de overheid of de belastingbetaler meer kost. Een school die ervoor kiest om voor een beperkt aantal leerlingen toch een bepaalde studierichting in te richten, moet daarvoor vandaag zelf de nodige uren en middelen verschuiven van andere richtingen die door meer leerlingen gevolgd worden. Vaak worden de leerlingen van kleinere richtingen voor bepaalde vakken ook samen gezet met andere leerlingen. Met andere woorden: de financiering van de scholen zit zo in elkaar dat scholen vandaag al goed moeten overwegen welke richtingen ze wel of niet aanbieden. 
  • Het opleggen van minimumgroottes van de klasgroepen brengt ook risico’s met zich mee. 
    1. Ten eerste zou zo’n oefening voor heel wat discussie zorgen rond de vraag hoe hoog dat minimumaantal leerlingen dan zou moeten liggen. Moet dat dan één getal zijn voor alle richtingen, of moet dat variëren? Moeten meer landelijke regio’s dan aan dezelfde minimumaantallen geraken als de stedelijke gebieden? 
    2. Ten tweede moeten we ons ook de vraag stellen wat er dan zou gebeuren als er binnen een bepaalde regio geen enkele school aan de minimumaantallen komt.  Riskeren we dan niet dat er in de regio helemaal geen aanbod meer zal overblijven, wat zou betekenen dat heel wat jongeren uit het technisch en beroepsonderwijs zich een stuk verder zouden moeten verplaatsen om naar school te gaan?  

Een ander element waar ik even op inga, gaat over het beperken van de opleidingenmatrix in het technisch en beroepssecundair onderwijs. 

De aanbeveling van meneer Boeve over studierichtingen die vroeger breder waren en die nu in verschillende richtingen opgedeeld worden te herbekijken, waarbij hij stelt dat die richtingen niet altijd zouden beantwoorden aan de vraag van de arbeidsmarkt. Dit gaat natuurlijk over een heel ander aspect, namelijk over de inhoud, over wat de leerlingen leren.   

Om ervoor te zorgen dat de inhoud van wat de leerlingen aanleren wel degelijk antwoord biedt op een vraag van de arbeidsmarkt, is sinds 2009 het Decreet betreffende de Vlaamse Kwalificatiestructuur in werking. Dit decreet schrijft voor dat de beroepssectoren als eerste aan zet zijn om te bepalen welke beroepsprofielen ze in de toekomst nodig zullen hebben. Bijvoorbeeld: wat moet een zorgkundige of een elektrotechnisch installateur over 10 jaar kennen en kunnen? Op basis van die beschrijvingen worden de arbeidsmarktgerichte onderwijsopleidingen vormgegeven. 

Dit is voor beroepssectoren niet altijd een eenvoudige oefening. Ik begrijp dat meneer Boeve ook in vraag stelt of de opleidingsinhouden effectief ook nauwer aansluiten bij de vraag van de arbeidsmarkt. Persoonlijk heb ik hier niet onmiddellijk een uitgesproken mening over, maar misschien zou het een goed idee zijn dat de Vlaamse regering deze werkwijze/dat decreet na bijna 15 jaar inderdaad eens samen met alle betrokkenen gaat evalueren en bijsturen waar nodig.  

Collega Van Bignoot, ik vat samen: 

  • Ja, ik ben voorstander van meer lokale/regionale afstemming, 
  • Neen, ik ben niet voor het opleggen van minimum klasgroottes; het financieringssysteem van de scholen zit zo in elkaar dat scholen vandaag al goed moeten overwegen welke richtingen ze wel of niet aanbieden.
  • Met betrekking tot de inhoud van wat in technisch of beroepsgericht onderwijs geleerd wordt, zou ik zelf aansturen op een evaluatie van het Decreet betreffende de Vlaamse Kwalificatiestructuur. 
do 07/12/2023 - 10:07