Meer en meer leerlingen uit het secundair onderwijs hebben hun smartphone bij zich op school.
De leerkrachten trekken aan de alarmbel. Ze spreken over een echt ‘probleem’. Op de speelplaats zien ze allemaal kinderen die naast elkaar op een scherm bezig zijn. Een kleine minderheid praat of is aan het spelen. De smartphone monopoliseert elke pauze. En ook niet onbelangrijk, digitaal pesten is een veelkoppig monster.
In het GO! Atheneum in Etterbeek heeft men actie ondernomen. Sinds september verdwijnt de smartphone één week per maand uit de school. De eerste resultaten werden als bijzonder positief ervaren. Er werd meer gespeeld, meer gebasket, de leerlingen praten terug met elkaar, …. Tijdens de smartphonevrije week waren de leerlingen iets rustiger en worden ze gedwongen om meer sociaal te zijn.
Die ingreep is geen verrassing. In onze buurlanden wordt op veel grotere schaal gestreden tegen de smartphone op school.
In Vlaanderen liggen geen plannen op tafel. Vlaams minister van onderwijs wijst op de autonomie van de scholen.
Alles verbieden is volgens mij ook geen oplossing. De leerlingen moeten er eerder leren mee omgaan.
Heeft de schepen reeds dergelijke signalen opgevangen uit het stedelijk secundair onderwijs ?
Zijn er al stadsscholen die de smartphone weren ?
Hoe staat de schepen tegenover het gebruik van smartphone op school ?
De smartphone vormt inderdaad een uitdaging voor de scholen. In de eerste plaats voor secundaire scholen, maar ik hoorde ook al gelijkaardige signalen uit het basisonderwijs.
De smartphones zijn intussen overal ingeburgerd, ook bij onze jongeren. En op zich kunnen smartphones – en bij uitbreiding alle digitale toestellen – ook een meerwaarde betekenen voor het onderwijs. Om die reden keken scholen aanvankelijk wat de kat uit de boom en gingen schoolteams op zoek naar of en hoe de smartphone in de klas voor een meerwaarde kon zorgen.
Maar smartphones blijken inderdaad ook risico’s met zich mee te brengen, met gevolgen voor zowel het leerproces (moeilijke concentratie) als voor de sociale ontwikkeling van de leerlingen.
Om die reden werkten de verschillende scholen van het stedelijk secundair onderwijs de afgelopen jaren binnen hun team een kader uit, dat de komende jaren verder geëvalueerd en indien nodig bijgeschaafd zal worden. Ik vind het belangrijk dat scholen dit kader binnen hun eigen context en pedagogisch project kunnen vormgeven. De ene school is immers de andere niet en een generiek kader zomaar top down aan alle scholen op te leggen, lijkt me geen werkwijze te zijn die zou werken. Voor één keer volg ik de minister van Onderwijs wél 😉 en leg ik de autonomie hiervoor ook liefst bij de scholen.
Collega Bouve, ik ga het beleid niet voor elke school overlopen, dat zou ons wat te ver leiden. Maar ik kan wel een aantal belangrijke rode draden meegeven, die wel wat beeld geven van hoe onze scholen kijken naar het gebruik van smartphones op school.
De scholen zoeken naar een evenwicht tussen de idee dat het ook deel van het leerproces is dat leerlingen op een gezonde manier leren omgaan met de smartphone enerzijds, en het wegnemen van de verleiding van de smartphone om meer plaats te maken voor leren en sociale interactie.
In de eerste graad van het secundair onderwijs is het in de meeste gevallen zo dat leerlingen hun smartphone ’s ochtends afgeven en na schooltijd terug kunnen ophalen. Ook in de hogere graden zijn er scholen die bepaalde restricties opleggen.
Op 1 september laatstleden was ik in de Toren van Babel, een OKAN-school, waar men een beleid heeft om de smartphone te verbieden in de school en waarbij men alle kansen om het Nederlands in te oefenen tracht te grijpen, ook op de speelplaats. Men stimuleert de leerlingen zoveel mogelijk in interactie te gaan met elkaar. De smartphone heeft daarom geen plek op deze school.
do 12/10/2023 - 10:25