Op 28/09/2023 keurde het college van burgemeester en schepenen de gunning van de overheidsopdracht goed voor de raamovereenkomst voor opmaak van archeologienota’s voor projecten Stad Gent en Sogent.
Deze raamovereenkomst kadert in de besparingsbeweging bij de dienst stadsarcheologie die eind vorig jaar beslist werd. De besparing zou gerealiseerd worden door de personeelsbezetting van de dienst in te krimpen van 1 coördinator-expert, 2 adjuncten van de directie en 2 consulenten naar 1 adjunct van de directie en 1 consulent. In-house projecten – waarmee bedoeld worden: het opmaken van nieuwe archeologienota’s en het uitvoeren van nieuwe archeologische opgravingen – zouden dan voortaan via een externe partner gebeuren, binnen die raamovereenkomst dus.
Het archeologisch toezicht en de coördinatie van de archeologische werven die door derden worden verzorgd, blijft uiteraard wel een taak voor de stadsdienst. Bovendien zullen ook private werven moeten opgevolgd worden in het kader van de recente erkenning als onroerenderfgoedgemeente.
Er lopen dus verschillende belangrijke evoluties door elkaar waarbij 2023 onvermijdelijk een overgangsjaar vormt. Er is steeds gesteld dat de hervorming niet tot gevolg mocht hebben dat decennialang opgebouwde expertise verloren zou gaan en de kwaliteit van archeologisch onderzoek zou gegarandeerd worden. Tenslotte - aangezien het uiteindelijk over een besparingsmaatregelen ging – is het de bedoeling dat er op het eind einde rit ook een effectieve besparing gerealiseerd wordt die deze hele beweging kan verantwoorden.
Ik dacht dat dit een schriftelijke vraag was. Ik wou hiervoor bellen naar de voorzitter van de gemeenteraad.
Alvast dank voor deze nuttige opvolgingsvraag. Als ik uw vraag goed begrijp, deelt u alvast mijn mening dat het privatiseren van de publieke dienstverlening enkel en alleen bij hoogdringendheid – zoals bij acute besparingen – een optie mag zijn. Een terechte bekommernis, overigens.
De prijsofferte voor het raamcontract voor opmaak van archeologienota’s is gebaseerd op een inventaris waarin alle mogelijke types en deelfases archeologisch vooronderzoek, inclusief werfinrichting, zijn opgenomen. Per type of per deelfase is in de inventaris een maximaal verwacht aantal meegegeven. Het is echter niet zo dat alle types en/of deelfases in die maximum aantallen zullen voorkomen. We weten natuurlijk niet op voorhand welke types onderzoek en/of welke deelfases voor de toekomstige projecten van toepassing zullen zijn. Daarom zijn we uitgegaan van een maximale inschatting.
We verwachten geenszins dat binnen de looptijd van het raamcontract het plafondbedrag van het bestek zal worden overschreden. Mocht dit toch gebeuren, zal er een nieuw bestek moeten worden opgemaakt om een nieuw raamcontract te gunnen. In de laatste begroting zaten ook besparingsvoorstellen naar bvb. de wegendienst. Dit betekent dat er ook wel wat minder projecten zullen zijn.
Het eventuele noodzakelijke vervolgonderzoek moet eveneens worden voorzien in de totale raming van betreffend project. Dit is de beste garantie op een goede omgang met ons archeologisch erfgoed en sluit ook aan bij het Vlaams archeologiebeleid dat vertrekt vanuit het principe van maximaal behoud ‘in situ’. Eenmaal iets is opgegraven, is de klok immers niet terug te draaien. Dan is wel kennis vergaard en gearchiveerd maar meteen ook het archeologisch erfgoed ‘in situ’ vernietigd. Het is enkel maar door de archeologiekost mee te nemen in de totale projectkost, dat behoud in situ (en dus niet graven of minder graven), als optie tijdens het ontwerpproces op tafel zal komen. Of anders: de projecten met de grootste garantie van het ‘in situ’ behoud van archeologische resten, zijn die projecten waar de archeologiekost mee in rekening wordt gebracht. Als je deze kost externaliseert, reduceer je de reflex op behoud.
Vertrekkend vanuit de zorg voor ons archeologisch patrimonium, is het dus een bewuste en weloverwogen keuze om enkel te voorzien in een raamcontract voor archeologisch vooronderzoek en de eventuele kost voor het vervolgonderzoek ten laste van het project te leggen.
Met betrekking tot je vraag over de personeelsbezetting, is het misschien nuttig om u op te wijzen, dat er geen dienst stadsarcheologie bestaat. Al meer dan 4 jaar is er in stad Gent een dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg. De volledige dienst telt 21 collega’s. De huidige personeelsbezetting omvat 3 archeologen, 2 historici, 1 kunsthistorica, 3 architecten, 1 ingenieur-architect, een specialist funerair erfgoed, een communicatiespecialist, 5 administratief medewerkers, 3 arbeiders en een directeur. Er zal binnen afzienbare termijn 1 master archeologie bijkomend worden aangeworven ter vervanging van 1 archeoloog die boven op de besparingstarget de dienst verliet. In april gaan 2 arbeiders op pensioen; zij worden niet vervangen. 2 van de 5 administratief medewerkers zullen na pensionering evenmin worden vervangen.
Omdat u allicht alludeerde op het personeelsbestand van de personeelspoule, dat instond voor de archeologische ‘in-house’ trajecten, kan ik je meegeven dat het voorziene heroriënteringstraject voor deze poule zonder naakte ontslagen is verlopen. Ik had beloofd om daar naar te streven. Dit is ook gelukt, de herorienteringen zijn gebeurd. Momenteel is er in deze poule nog één erkende archeoloog werkzaam. Gelet op het goedgekeurde contingent van deze poule, zal dit personeelslid binnen afzienbare tijd een collega met het diploma master in de archeologie aangeworven worden.
U hebt gelijk; in 2023 zijn enkel nog in-house projecten afgewerkt waarvoor al afspraken werden gemaakt in 2022 of vroeger. Het gaat over 4 archeologienota’s, 1 werfbegeleiding, 1 archeologische opgraving op basis van wetenschappelijke vraagstelling, 1 archeologische opgraving bij een project van stad Gent en terreinwerk aan de Coupure. Ik zal u de volledige lijst laten bezorgen.
Verder zijn er geen nieuwe projecten meer opgestart.
Wat je vraag over de aanvangsdatum van het raamcontract en de eventuele gevolgen voor stedelijke projecten betreft, is het nuttig om aan te geven dat het pas zin heeft om een archeologienota te laten opmaken bij bijna definitieve ontwerpplannen. Enkel het project voor de HUB voor de Groendienst aan de Westerbegraafplaats was in deze fase voordat het raamcontract kon worden toegekend. Voor dit project van de Groendienst werd een archeologienota opgemaakt door het bedrijf All Archeo voor een bedrag van 1433,35 euro incl. BTW.
Voor de andere projecten die een archeologienota nodig hebben om naar de fase omgevingsvergunning te kunnen gaan, waren er nog geen definitieve plannen beschikbaar voordat het raamcontract werd gegund. Op korte termijn zal het aangestelde bureau RAAP opdracht krijgen om een plan van aanpak op te maken voor het project “Herinneringsboom op de Bijloke” en een archeologienota voor de uitbreiding van de Volkstuinen aan de Hoge weg. Voor deze projecten bezorgde de Groendienst afgelopen week de definitieve plannen aan de leidend ambtenaar van het raamcontract.
Er is nog geen zicht op de kostprijs voor deze 2 projecten aangezien nog niet gekend is welke type nota het bureau zal moeten opmaken. Herinner u mijn antwoorden op je eerste vraag.
Kortom, op basis van de huidige stand van zaken, is er op dit moment geen enkele indicatie dat het voorziene bedrag voor het raamcontract ontoereikend zou zijn voor de vooropgestelde looptijd van 48 maanden.
De door u aangehaalde Vlaamse subsidie van 90.000 euro zal worden gekoppeld aan 1 van de 7 de adjuncten van de directie bij de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg die vandaag een taak opneemt die gekoppeld is aan de erkenning als onroerenderfgoedgemeente.
Tot slot was er nog uw vraag met betrekking tot het behoud van expertise en kwaliteit bij het archeologisch beheer in onze stad. Ook hier kan ik u geruststellen: de oorspronkelijke doelstelling met betrekking tot het behoud van expertise en kwaliteit van archeologisch beheer in onze stad blijft gegarandeerd. Kort resumerend:
De beoogde grootteorde van de besparing binnen deze legislatuur blijft gehandhaafd. Aangezien de besparingstarget binnen de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg sneller gehaald is dan oorspronkelijk ingeschreven, zal de besparing zelfs iets positiever uitvallen dan oorspronkelijk voorzien.
vr 13/10/2023 - 10:32