Wijzigingen aan het Algemeen Bouwreglement kaderen in een thematische aanpak. Na het thema Wonen en Studentenhuisvesting in 2018 wordt nu een wijziging die kadert in het thema Openbaar Domein doorgevoerd.
Volgende redenen liggen aan de basis van de voorliggende inhoudelijke wijziging van het Algemeen Bouwreglement:
Het voorstel van wijziging over deze onderdelen is gebaseerd op:
Net als het huidige algemeen bouwreglement, worden de voorliggende wijzigingen in tabelvorm opgesteld, waarbij de eerste kolom het verordenend voorschrift bevat en de tweede kolom de toelichting en motivering achter het voorschrift. Op die manier worden de verordenende bepalingen inhoudelijk geduid, overzichtelijk gemaakt en transparant gecommuniceerd. Onderaan de nieuwe of te wijzigen artikels wordt bijkomende toelichting opgenomen die nuttig is in functie van voorliggende besluitvorming maar geen toelichting is bij de gewijzigde of nieuwe voorschriften zelf.
Het college van burgemeester en schepenen keurde het ontwerp van wijzigingen een eerste keer goed op 14 juli 2022 en gaf toen opdracht om hierover een plan-MER-screening op te maken. De plan-MER-screenings zijn samen met de adviezen hierover en de beslissingen van Team MER van 28 oktober 2022 als bijlage gevoegd bij dit besluit. Team MER oordeelde voor de drie onderdelen dat deze wijzigingen geen aanzienlijke negatieve milieugevolgen met zich meebrengen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
De termijn van de plan-MER-screening werd ook gebruikt om de opbouw en artikelnummering van het Algemeen Bouwreglement te herwerken en alle artikels, zowel bestaande als nieuwe, te hernummeren. Doel was de leesbaarheid te verbeteren en het document meer robuuste te maken naar de toekomst toe.
Volgende elementen speelden mee bij de nieuwe indeling en nummering:
De nieuwe thematische indeling omvat volgende delen:
Deel 5 omvat voorlopig enkel de bestaande, inhoudelijk ongewijzigde artikels 33 en 34 van het ABR. De vertaling van de parkeerrichtlijnen in een parkeerverordening vormt een op zichzelf staande wijziging die hier op termijn in geschoven kan worden. Ook een volgende thematische wijziging kan in de toekomst als een nieuw deel aan het Algemeen Bouwreglement toegevoegd worden.
Deze herindeling en de nieuwe nummering van de artikels houdt ten opzichte van de versie die aan de plan-MER-screening werd onderworpen, geen noemenswaardige inhoudelijke aanpassingen van de verordenende voorschriften in, noch van de toelichting erbij. Redelijkerwijs kan zonder verder onderzoek geconcludeerd worden dat over deze aanpassing van de opbouw en nummering geen plan-MER-screening kan of moet gebeuren. We voegen aan dit besluit wel twee concordantietabellen toe om de link te leggen tussen de huidige/oude artikelnummering van het Algemeen Bouwreglement, de tussentijdse nummering van het op 14 juli inhoudelijk goedgekeurde ontwerp én de nieuwe nummering.
Het college van burgemeester en schepenen keurde het ontwerp van wijziging met inbegrip van die herindeling goed op 1 december 2022 waarmee de formele goedkeuringsprocedure werd gestart.
Adviesronde
Op 13 december 2022 werden het departement Omgeving, de deputatie en de Gecoro om advies gevraagd.
Ook volgende adviesraden werden mee uitgenodigd om een toelichting van deze wijzigingen aan de Gecoro bij te wonen en facultatief advies uit te brengen: MiNaraad, Woonraad, Stedelijke Adviesraad voor Personen met een Handicap (SAPH). De adviesraden werden verzocht advies uit te brengen voor het einde van het openbaar onderzoek.
Het departement Omgeving bracht geen advies uit.
De deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen bracht in zitting van 12 januari 2023 een gunstig advies uit en laadde dat op op het digitale uitwisselingsplatform DSI.
De GECORO bracht op 25 januari 2023 een gunstig advies uit met een aantal opmerkingen.
De Woonraad liet per mail weten geen afzonderlijk advies te zullen uitbrengen.
De voorzitter van de Minaraad bezorgde op 25 januari 2023 een advies met een aantal opmerkingen en suggesties per mail.
Op 31 januari 2023 bezorgde de Stedelijke Adviesraad voor Personen met een Handicap een voorwaardelijk positief advies.
Al deze adviezen zijn integraal opgenomen in de samenvattende nota met de bespreking van adviezen en bezwaren, gevoegd als bijlage bij dit besluit.
Openbaar onderzoek
Van 2 tot en met 31 januari 2023 vond een openbaar onderzoek plaats over deze wijzigingen. Conform de wettelijke verplichtingen werd dit bekend gemaakt door:
Tijdens het openbaar onderzoek werden 8 individuele bezwaren per mail ingediend, waarvan 1 laattijdig. Eén van de bezwaren werd per mail én per aangetekend schrijven bezorgd. Al deze bezwaren zijn samengevoegd in één pdf die als informatieve bijlage gevoegd is bij dit besluit.
Samenvatting en bespreking bezwaren en adviezen
De samenvatting en bespreking van de bezwaren is opgenomen in de samenvattende nota in bijlage die ook aangeeft welke aanpassingen naar aanleiding van die bezwaren en adviezen zijn doorgevoerd in de ontwerpversie goedgekeurd door het college op 1 december 2022. De goedkeuring van de samenvatting en bespreking van de bezwaren en adviezen door de gemeenteraad is deel van voorliggend besluit. In het definitief ontwerp van de gewijzigde en nieuwe artikels zoals opgenomen in bijlage van dit besluit, zijn deze aanpassingen verwerkt.
Samenvattend hebben deze aanpassingen betrekking op volgende artikels:
Belangrijkste inhoudelijke keuzes in voorliggende wijziging en aanvulling van het algemeen bouwreglement:
A. Vrijwaren van het openbaar domein
Alle hierna vermelde wijzigingen komen in deel 2, dat wordt opgedeeld in 2 inhoudelijke hoofdstukken die waar nodig nog verder worden opgedeeld in afdelingen.
afdeling 1 Beperken van de impact op de inrichting van het openbaar domein
1) Aanpassingen aan het openbaar domein tot een minimum beperken (nieuw artikel - art.2.2)
In functie van het bereikbaar maken van projecten voor verkeer, laden en lossen, verhuisbewegingen, afvalophaling en brandweer moet rekening gehouden worden met de bestaande toestand van het openbaar domein (bestaande bomen, plantvakken, parkeerplaatsen aan de overkant van nieuwe inritten, … ). Ook bij het ontwerpen van uitkragingen boven het openbaar domein is dat nodig. Onder het openbaar domein verstaan we zowel openbare wegen als pleinen en openbare parken. Het is geen absoluut verbod, aanpassing blijft mogelijk indien noodzakelijk, maar dit artikel moet ontwerpers stimuleren om bij hun ontwerp rekening te houden met de huidige aanleg en inrichting van het openbaar domein.
afdeling 2 Ondergrondse ruimtes, gevelmuren en uitsprongen
2) Verbod op ondergrondse ruimtes (nieuw artikel - art.2.3)
Ondergrondse innames leggen een grote hypotheek op de verdere mogelijkheden tot inrichting van het openbaar domein (aanplant en groeikansen van bomen, hindernis voor gravitair afwaterende rioleringsstelsels). Daarom wordt een verbod voorzien op ondergrondse toegankelijke ruimtes zoals kelders, autobergplaatsen, opslagruimtes,… onder het openbaar domein. Dit verbod geldt niet voor ondergrondse technische infrastructuur zoals nutsleidingen, collectieve energienetten, afvalcontainers,… Gemotiveerd afwijken is mogelijk mits akkoord van de wegbeheerder
3) Fundering van gevelmuren (wijziging bestaand artikel 5 - art.2.4)
Het voorschrift wordt aangevuld met een beperking van de uitsprong van de fundering. Er wordt ook een verklarende toelichting toegevoegd.
4) Contact met de straat (wijziging bestaand artikel 16 - art.2.5)
Volgens de eerste alinea van het huidig artikel 16 Garage en garagepoorten mag een garage niet rechtstreeks uitgeven op een kamer of studio omdat woonruimtes niet in contact mogen komen met verbrandingsgassen van motorvoertuigen. Deze alinea hoort eerder thuis bij thema Wonen en wordt daarom verplaatst naar artikel 4.16 Kamer in kamerwoningen en hospitawoning en artikel 4.17 Studio. Inhoudelijk wijzigt dit niet.
De tweede alinea van het huidig artikel 16 wordt grondig herwerkt. In plaats van enkel een verbod op garagepoorten bij bepaalde rijwoningen, wordt een nieuw voorschrift voorzien dat duidelijker aangeeft wat hiermee wordt beoogd, namelijk meer contact met de straat. Omdat het gebruik van een ruimte achter de voorgevel zeer moeilijk handhaafbaar is, wordt opgelegd dat op het gelijkvloers van elk gebouw in een gesloten gevelrij een raamopening moet voorzien zijn, waarbij regelmatig contact tussen de gebruiker van een gebouw en de straat mogelijk is. In de toelichting wordt wel aangegeven wat verstaan wordt onder levendige ruimtes, maar dit wordt niet verordenend vastgelegd. Ten opzichte van de vorige ontwerpversie werd de titel van het artikel ook beperkt aangepast: 'levendige plint' werd vervangen door 'contact met de straat'.
Het huidig verbod op garagepoorten in rijbebouwing op een perceel smaller dan 7m wordt wel behouden en tegelijk verruimd tot onderdoorgangen en open of halfopen autostaanplaatsen. In de toelichting wordt ook de link gelegd naar het nieuwe artikel over de opritten (nieuw artikel 2.9).
5) Verbod op gesloten gevelafsluitingen voor etalages van handelsruimtes (wijziging toelichting bestaand artikel 19 - art.2.6)
Hier wordt enkel een achterhaalde alinea m.b.t. de vergunningsplicht geschrapt.
6) Uitsprongen boven de openbare weg (wijziging bestaand artikel 7 - art.2.7)
Het huidige voorschrift van artikel 7 van het ABR heeft belangrijke beperkingen. Het is enkel van toepassing als de binnenruimte vergroot en geldt dus niet bij balkons of andere uitkragingen boven de openbare weg. De huidige vrije hoogte van 3 meter volstaat ook niet, het risico op aanrijden is groot nabij hoeken, in woonerven en dergelijke meer. Daarom wordt in een oplossing voorzien d.m.v. een getrapt systeem en wordt onderscheid gemaakt tussen constructieve en niet-constructieve elementen voorbij de rooilijn. Op die manier beperken we enerzijds het risico op schade bij een aanrijding door een vrachtwagen. Anderzijds zijn er toch kleinschalige uitsprongen mogelijk om esthetische, publiciteits- of functionele redenen.
Het voorstel komt overeen met de gangbare praktijk bij advisering door Dienst Wegen Bruggen en Waterlopen en is afgestemd op het Politiereglement op de private inname van de openbare weg of het openbaar domein. Afwijken is mogelijk op gemotiveerd verzoek bijvoorbeeld in geval van erfgoed. Voorgevelisolatie voor de rooilijn wordt buiten beschouwing gelaten aangezien de randvoorwaarden hiervoor vastgelegd zijn in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zelf.
7) Openbare verlichting en tramleidingen (nieuw artikel - art.2.8)
Bij nieuwbouw na sloop en werken aan een voorgevel op de rooilijn moet de bestaande verankering voor straatverlichting en tramleidingen altijd terug kunnen geplaatst worden. Dit is wettelijk verplicht, maar er wordt bij een ontwerp niet altijd rekening mee gehouden (bijvoorbeeld bij glazen gevels). Door opname in het ABR voegen we deze verplichting toe aan andere specifiek Gentse bouwvoorschriften.
Bovendien wordt een extra bepaling toegevoegd vanuit de zorg voor een goed toegankelijk openbaar domein met zo weinig mogelijk hindernissen. Meer bepaald wordt opgelegd om ingeval van een nieuwe voorgevel of grondige verbouwingswerken aan een voorgevel de mogelijkheid te voorzien om straatverlichting aan de gevel te kunnen verankeren daar waar ze nu op het voetpad staat.
afdeling 3 opritten en bereikbaarheid van gebouwen
8) Maximale breedte van de oprit en aantal opritten buiten het zeehavengebied (nieuw artikel - art.2.9)
Dit artikel is een verankering van de principes uit IPOD II en handelt over opritten ter hoogte van het openbaar domein. Het houdt een beperking tot 1 oprit per goed in als basisprincipe en de breedte van de oprit staat daarbij in verhouding tot de nuttige breedte van de rijweg. Er zijn uitzonderingen opgenomen voor grotere parkings en voor sites waarbij het afhandelen van vrachtverkeer op eigen terrein, of toegang met landbouwvoertuigen, noodzakelijk is. Daar zijn bredere of meerdere op-/uitritten toegestaan. Bundeling van opritten wordt gestimuleerd. Brandweerwegen vallen niet onder de beperkingen, maar moeten wel zoveel als mogelijk samenvallen met de opritten. Dit voorschrift is niet van toepassing binnen het zeehavengebied omwille van de aard en de schaal van de bedrijven daar en omdat het beheer van de wegen er door NorthSeaPort gebeurt.
9) Helling bij opritten (nieuw artikel - art.2.10)
Dit voorschrift zorgt ervoor dat ingeval van een hellende toegang, op eigen terrein een veilige slechts licht hellende opstelzone moet voorzien worden in functie van de zichtbaarheid en om onveilige situaties voor voetgangers of fietsers te vermijden.
10) Verbod op opritten voor motorvoertuigen via openbare parken en buurtparkings (nieuw artikel - art.2.11)
Dit artikel verbiedt nieuwe opritten en doet geen afbreuk aan bestaande. Het artikel wil bijkomende verharding en ontsluiting via een bestaand park vermijden. Eveneens wil het een privatisering van parkeerplaatsen op buurtparkings voorkomen. Een oprit is wel nog mogelijk indien het past binnen het ontwerp van het park of de buurtparking. Brandweerwegen vallen buiten toepassing van dit artikel.
11) Opritten van private parkeerplaatsen uitgevend op het autovrijgebied (wijziging bestaand artikel 35 - art.2.12)
Dit voorschrift is een actualisatie van het huidige artikel 35 dat nog verwijst naar het voetgangersgebied. Het bestaande verbod op bijkomende opritten naar private parkeerplaatsen blijft behouden, de terminologie wordt aangepast (autovrij gebied i.p.v. voetgangersgebied). De uitzonderingen voor wonen en logies worden geschrapt. Het betreft een aanpassing op basis van het Parkeerplan waar de doelstelling van het autovrij gebied is beschreven. Sedert het circulatieplan’17 werd het toegangsbeleid voor de autovrije gebieden verstrengd om verkeer dat geen bestemming heeft in een autovrij gebied een halt toe te roepen.
12) Niveauverschillen opvangen op eigen terrein (nieuw artikel - art.2.13)
Bij nieuwbouw moet een eventueel niveauverschil tussen private percelen en de openbare weg op het eigen terrein opgevangen worden en mag dit niet zomaar afgewenteld worden op het openbaar domein door er bijvoorbeeld een trap of een vaste helling te plaatsen. Ook bij verbouwingswerken moet voor het toegankelijk maken van een gebouw en het wegwerken van niveauverschillen in de eerste plaats een oplossing gezocht worden op het privaat terrein zelf. Een afwijking is daarbij wel mogelijk voor die gevallen waarbij de werken die hiervoor nodig zijn, raken aan de structurele elementen van het gebouw en het niveauverschil wel op het openbaar domein kan weggewerkt worden met respect voor het goed functioneren van het voorliggend openbaar domein. Dit artikel doet geen afbreuk aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid, die blijft onverminderd van kracht.
afdeling 4 Sorteerpunt bij grote woonprojecten
Bij de herindeling van het ABR wordt de verplichting om bij grote woonprojecten met nieuw openbaar domein een sorteerpunt aan te leggen, opgenomen in deel 2 aangezien ook dit gaat over de impact op het openbaar domein. Bij het eerdere ontwerp maakte dit nog deel uit van de wijzigingen rond hemelwater, groendaken en afvalberging. Er werd finaal ook voor gekozen dit als apart nieuw artikel op te nemen en tekstueel de link te leggen met het bestaande, te behouden artikel dat een gemeenschappelijke afvalberging op eigen terrein verplicht bij meergezinswoningen vanaf 10 woningen. Dit vergt ook een extra tekstuele aanpassing in het deel wonen, zie verderop.
13) Sorteerpunt (nieuw artikel, verwijzing naar bestaand artikel 25 - art.2.14)
Een ondergronds sorteerpunt bevordert het correct aanbieden van afval door bewoners en wordt daarom verplicht bij projecten vanaf 50 woningen met nieuw of heraan te leggen openbaar domein. Gevolg is tevens minder sluikstort en betere controlemogelijkheid door IVAGO. In de huidige voorschriften voor meergezinswoningen is een ondergronds systeem als optie voorzien om te kunnen afwijken van een verplicht gemeenschappelijk afvallokaal. Dit wordt omgedraaid en wordt nu bij grotere woonprojecten de norm. IVAGO kan steeds beslissen dat zo’n sorteerpunt niet vereist is, bijvoorbeeld indien het niet rendabel is.
B. Hemelwater, groendaken en afvalverzameling
Alle hierna vermelde wijzigingen komen in deel 3, dat wordt opgedeeld in 2 inhoudelijke hoofdstukken. Ten aanzien van het huidige ABR werd de volgorde van de artikels hier en daar aangepast. Dit alles in functie van de samenhang en leesbaarheid van het geheel.
hoofdstuk 2 Voorschriften met betrekking tot afvalwater en hemelwater
1) Gescheiden afvoerstelsel : verbod op waterspuwers (toevoeging aan bestaand artikel 9 - art.3.4)
Er komt een verbod op waterspuwers die lozen op de openbare weg. Het betreft een kleine aanvulling op het bestaand artikel rond het afvoerstelsel. Voorts worden enkele zinnen in de toelichtingskolom gereviseerd. Deze kleine wijziging hangt ook samen met het beperken van de impact op het openbaar domein, maar is onlosmakelijk verbonden met het afvoerstelsel en hoort daarom thuis bij dit artikel van deel 3 en niet in deel 2. In de marge van deze aanpassing wordt ook de bestaande toelichting bij dit artikel beperkt aangepast zonder aan de inhoud te raken, dit is een louter redactionele aanpassing in functie van het gebruik van klare taal.
2) voorschrift voor afvoerbuizen die uitmonden in de openbare rioolstelsels (aanpassing bestaand artikel 9bis - art.3.5)
Om duidelijk te maken dat de invulling van het begrip onroerend goed in dit artikel een andere invulling heeft dan die in het nieuwe artikel 2.9, worden in de toelichting de woorden 'in dit artikel' toegevoegd. Inhoudelijk wijzigt er niets.
Noot: parallel met voorliggende wijziging van de gemeentelijke verordening, liep ook een aanpassing van de gewestelijke hemelwaterverordening. Bij de eerdere besluitvorming werd reeds gewezen op het feit dat die wijziging ook tot gevolg kan hebben dat onderstaande aanpassingen opnieuw zullen moeten aangepast worden. Aangezien de wijzigingen van de gewestelijke verordening echter nog niet van kracht waren, werd verder gewerkt op de lokale aanpassingen en werden deze ontwerpteksten ook bekend gemaakt aan het publiek. De inhoudelijke keuzes die hierin vervat zijn, geven immers duidelijk de beleidskeuzes van de stad Gent ter zake weer.
Op 10 februari 2023 keurde de Vlaamse Regering de gewestelijke Hemelwaterverordening 2023 definitief goed. Deze Hemelwaterverordening 2023 treedt pas in werking op 2 oktober 2023, en is van toepassing op vergunningsaanvragen en meldingen die worden ingediend vanaf die datum. Voor alle aanvragen voorafgaand aan die datum geldt dus nog de oude regelgeving. Daarom behouden we onderstaande ontwerpteksten en starten een aparte ABR-wijziging op in functie van de aanpassing aan de gewestelijke verordening.
3) Verduidelijking aanvulling op de gewestelijke hemelwaterverordening (wijziging bestaand artikel 13 - art.3.7)
De bepalingen van huidig artikel 13 zijn een aanvulling op de gewestelijke verordening hemelwater maar zijn door die samenhang wat moeilijk leesbaar. Bovendien is dit artikel, ook in samenhang met huidig artikel 14, onvoldoende afgestemd op het uitgangspunt dat een groendak en een hemelwaterput met hergebruik evenwaardige keuzes zijn, wat wel verankerd zit in de gewestelijke verordening hemelwater. Daarom is er nood aan verduidelijking en vereenvoudiging, de voorliggende aangepaste tekst en toelichting van artikel 3.7 (oud artikel 13) komt hieraan tegemoet en zal na goedkeuring van deze aanpassing ook vertaald worden in een verduidelijkend schema in functie van communicatie naar de burger
4) Aanscherpen afwijkingsmogelijkheden m.b.t. verplichting aanleg groendak en toevoegen uitzonderingen (wijziging bestaand artikel 14 - art.3.8)
Deze aanpassing omvat enerzijds een verduidelijking rond het toepassingsgebied van deze verplichting. Het toepassingsgebied van huidig artikel 14 laat immers teveel ruimte toe voor interpretatie en discussie. Vandaar wordt expliciet verduidelijkt wat vrijgesteld is van groendakverplichting: verticale uitbreidingen binnen de bestaande footprint van het gebouw, constructies die logischerwijze niet in aanmerking komen om een groendak op te voorzien zoals veranda’s, luifels, dakterrassen en ramen of doorzichtige dakvlakken.
Daarnaast wordt de huidige afwijkingsbepaling grondig herwerkt waarbij tegelijk enkele uitzonderingen worden toegevoegd. De huidige afwijkingsmogelijkheden voor groendaken op industriegebouwen is vandaag inhoudelijk niet consistent (de toelichting gaat verder dan de verordenende bepaling zelf) en ook vaag en te ruim geformuleerd waardoor aanpassing van het artikel en extra toelichting nodig is om steeds terugkomende discussies hierover te vermijden. Aanscherping is ook nodig want afwijken is de norm geworden, wat ingaat tegen de ambities inzake klimaatadaptatie. Meerkost is het meest gehanteerde motief om af te wijken en bovendien is het niet duidelijk waarom enkel bedrijfsgebouwen mogen afwijken, want wat met andere gebouwen met grote overspanningen, zoals een sporthal, landbouwbedrijfsgebouwen, expohal, …? Er is nood aan differentiatie binnen de afwijkingsbepaling en daarom werd de afwijkingsbepaling grondig herwerkt, en is die naast bedrijven ook toepasbaar bij gemeenschapsvoorzieningen. Het resultaat van de herwerking zijn 4 specifieke uitzonderingsbepalingen en 1 afwijkingsbepaling geworden. De uitzonderingsbepalingen betreffen
Tegelijk blijft een gemotiveerde afwijkingsmogelijkheid behouden om een technische, juridische reden andere dan voornoemde uitzonderingsgrond. Een louter financiële reden kan hiervoor niet langer ingeroepen worden aangezien reeds een uitzondering voorzien is voor de grote daken net omwille van de potentiële grote meerprijs op de constructie bij deze projecten.
hoofdstuk 3 Voorschriften om milieuhinder te beperken
5) Afvalruimte bij horecazaken (nieuw artikel - art.3.9)
Een ruimte voor tijdelijke afvalstockage, al of niet in openlucht is nodig om hinder te voorkomen op het openbaar domein. Uit praktijkervaring van Dienst Toezicht, Bouwen en Milieu blijkt immers dat horecazaken hun afvalcontainers soms bij gebrek aan eigen ruimte langdurig op het openbaar domein stockeren, wat niet wenselijk is. De afvalruimte wordt enkel verplicht voor nieuwe horeca en bij uitbreiding van bestaande. Van de vereiste oppervlakte kan op gemotiveerd verzoek afgeweken worden, van de verplichting zelf niet.
C. Kleine wijzigingen met betrekking tot ‘Wonen en studentenhuisvesting’
1) Studio (wijziging bestaand artikel 1 - art.4.1 en bestaand artikel 28 - art.4.17) en kamer (wijziging bestaand artikel 27 - art.4.16)
In de huidige definitie van studio kan die enkel als onderdeel van een meergezinswoning, door deze definitie wat aan te passen, is een studio ook mogelijk als zelfstandige woning (bijvoorbeeld als mobiele mantelzorgwoning of i.g.v. verbouwing van beluikhuisjes).
Daarnaast wordt de bepaling dat een garage niet rechtstreeks mag uitgeven op een kamer of een studio verplaatst naar artikel 4.17, resp.4.16, zie ook hoger.
2) Kookgelegenheid (wijziging bestaande artikels 27, 44, 47a,b,c - art.4.16, 4.30, 4.33, 4.34, 4.35)
Het begrip kookgelegenheid is in het huidig reglement niet gedefinieerd en veroorzaakt problemen bij de handhaving van kamerwoningen. Vandaar wordt een definitie ingevoegd conform de Vlaamse Codex Wonen. Ook worden vandaag de begrippen ‘kookruimte’ en ‘kookgelegenheid’ door mekaar gebruikt en wordt in het voorstel overal het begrip kookgelegenheid gehanteerd.
3) Verplichte beheersovereenkomst met een hoger onderwijsinstelling (wijziging bestaand artikel 39 - art.4.25)
Aan dit artikel wordt een zinnetje toegevoegd dat het college van burgemeester en schepenen toelaat om toezicht te houden op de exclusieve verhuur aan studenten van de grootschalige verblijfsaccommodaties voor studenten opgericht in toepassing van het ABR, zoals ook opgenomen in de verplichte beheersovereenkomst tussen de beheerder en de onderwijsinstelling. Deze toevoeging is nodig om zo’n toezicht te kunnen doen met respect voor de GDPR-wetgeving.
4) Gevolgen vernietigingsarrest nr.255.193 van de Raad van State van 6 december 2022 (wijziging bestaand artikel 1 - art.4.1; schrapping bestaand artikel 39bis)
Ingevolge dit vernietigingsarrest wordt de in 2020 toegevoegde tekst bij de definitie van wonen en het bijhorende artikel 39bis houdende een verbod op stukverkoop bij grootschalige studentenhuisvesting, weggelaten. De stad blijft inhoudelijk wel achter de aanleiding van deze bepaling staan, maar aanvaardt het oordeel van de Raad van State dat dit niet via een stedenbouwkundige verordening afgedwongen kan worden. Dit artikel wordt dus weggelaten, de erbij horende aanvulling in de definities eveneens. De artikelnummering van alle daarop volgende artikels wordt hieraan aangepast.
4) tekstuele aanpassing doorheen alle artikels: Vlaamse Wooncode wordt Vlaamse Codex Wonen (wijziging bestaande artikels 27, 30, 44, 46, 47a, 47b, 47c, 50 - art.4.16, 4.20, 4.18, 4.30, 4.32-4.34, 4.38)
Doorheen het volledige document wordt, zowel in de verordenende tekst als de toelichting daarbij, de verwijzing naar de Vlaamse Wooncode vervangen door de actuele naamgeving Vlaamse Codex Wonen. Waar nodig wordt ook een beperkte tekstuele aanpassing gedaan om de inhoudelijke correctheid van die verwijzing te garanderen. Deze kleine aanpassing was in de hiervoor vermelde artikels reeds doorgevoerd en onderworpen aan de plan-MER-screening. In voorliggend ontwerp worden ook de andere artikels waarin zo'n verwijzing staat, meegenomen.
5) afvalberging bij meergezinswoningen (wijziging bestaand artikel 25 - art.4.13)
De afwijkingsbepalingen binnen dit artikel worden afgestemd op de toevoeging van het nieuwe artikel in deel 2 dat een sorteerpunt verplicht bij grote woonprojecten met nieuw openbaar domein. Bij het eerste ontwerp werd dit §2 van het nieuwe artikel. Inhoudelijk blijft de voorgestelde aanpassing van dit artikel gelijk.
Inwerkingtreding - overgangsbepaling
Om ontwerpers toe te laten met deze wijzigingen rekening te houden bij hun ontwerp, wordt een overgangsperiode voorzien. Voorgesteld wordt bij de inwerkingtreding van dit besluit op te nemen dat de gewijzigde en nieuwe artikels pas van toepassing zijn op omgevingsvergunningsaanvragen ingediend vanaf 1 oktober 2023.
Lopende vergunningsaanvragen worden dus nog getoetst aan het ABR - versie 2022 zoals definitief vastgesteld door de gemeenteraad in september 2022.
Na definitieve vaststelling van dit ontwerp, geldt een schorsingstermijn van 45 dagen voor de toezichthoudende hogere overheid (Departement Omgeving en Deputatie), waarna de definitieve vaststelling bekend gemaakt moet worden via publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Naar aanleiding van deze wijziging en omwille van het streven naar heldere en transparante regelgeving, is er een nieuwe gecoördineerde tekst van het Algemeen Bouwreglement gemaakt, inclusief alle wijzigingen en inclusief alle memories van toelichting die (ook voor niet-gewijzigde artikels) in het verleden werden opgebouwd. Deze gecoördineerde tekst is als bijlage bij dit besluit gevoegd.
Huidig ABR, zoals laatst goedgekeurd op de gemeenteraad van 26 september 2022. Dit is de geldige versie van het Algemeen Bouwreglement.
Zie reglementenpagina op de website van de stad Gent: https://stad.gent/nl/reglementen/algemeen-bouwreglement
Keurt goed de behandeling van de adviezen en bezwaarschriften over de ontwerpwijziging van het Algemeen Bouwreglement, thema Openbaar Domein + integrale herindeling, zoals gevoegd in bijlage.
Deze wijzigingen van het ABR zijn van toepassing op omgevingsvergunningsaanvragen ingediend vanaf 1 oktober 2023.