Terug
Gepubliceerd op 03/03/2023

2023_CBS_01991 - 11114/PRMER/1 - scopingsadvies voor de hernieuwing en uitbreiding van een bioraffinaderij - voorwaardelijk gunstig advies

college van burgemeester en schepenen
do 02/03/2023 - 08:30 Collegezaal
Datum beslissing: do 02/03/2023 - 09:03
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Tine Heyse

Aanwezig

Sofie Bracke, schepen-voorzitter; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Isabelle Heyndrickx, schepen

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Filip Watteeuw, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen-voorzitter
2023_CBS_01991 - 11114/PRMER/1 - scopingsadvies voor de hernieuwing en uitbreiding van een bioraffinaderij - voorwaardelijk gunstig advies 2023_CBS_01991 - 11114/PRMER/1 - scopingsadvies voor de hernieuwing en uitbreiding van een bioraffinaderij - voorwaardelijk gunstig advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

*Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

*Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) met een titel betreffende milieueffect- en veiligheidsrapportage van 18 december 2002.

*Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage, en de wijzigingen van 29 april 2013.

*Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Op 16 december 2022 werd er een adviesvraag gesteld aan het college van burgemeester en schepenen door het Departement Omgeving, Team Milieueffectrapportage met volgend onderwerp:

Aanvrager

ALCO BIO FUEL NV

 

Omschrijving

scopingsadvies voor de hernieuwing en uitbreiding van een bioraffinaderij

 

Referentienummer van de aanvraag

PR3506

Adres van het project

Pleitstraat 1

9042 Desteldonk

Kadastrale gegevens

Desteldonk (afd. 13) sectie R 6 E

  

De Dienst Milieu en Klimaat vroeg verschillende stadsdiensten om advies. Volgend gecoördineerd advies werd uitgebracht door de Dienst Milieu en Klimaat op 17 februari 2023:

1. Omschrijving

De huidige omgevingsvergunning voor Alco Bio Fuel activiteiten verstrijkt op 26/07/2026. Voor de verderzetting van de activiteiten zal een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd worden.

Een ontwerp-milieueffectrapport werd opgemaakt om de impact van de huidige en geplande activiteiten in kaart te brengen. Een scopingadvies wordt opgevraagd in kader van dit ontwerp-MER.

Alco Bio Fuel is een bioraffinaderij, met als activiteiten de productie van bio-ethanol vanuit mais/graan, de productie van eiwitrijke veevoeding, de productie van maïsolie en de captatie van biogene CO2.

Het bedrijf wenst de huidige site (vervroegd) te hervergunnen, te regulariseren en de productiecapaciteit te verhogen.  

Het bedrijf is in de huidige vergunning (dd. 27/07/2006) vergund voor 150.000 m³/jaar bio-ethanol. In de geplande situatie wenst het bedrijf de productie te verhogen tot 300.000 m³/jaar. In 2021 betrof de productie van ethanol al ca. 286.000 m³/jaar.

Het bedrijf is vergund (dd 19/11/2020) voor het scheiden van gassen met 180.000 ton CO2/jaar. In de geplande situatie wenst het bedrijf deze capaciteit uit te breiden naar 200 .00 ton CO2/jaar.  

Met het project wens het bedrijf

- een reductie van 15 % op het aardgasverbruik bij de droger te realiseren door het vervangen van de decanters

 - een reductie van 15 % op het aardgasverbruik bij de WKK te realiseren door o.a. de temperatuur van het product bij een stoominjectie te verlagen van 120°C naar 85 °C. Hierbij is o.a. een uitbreiding van de liquefactie eenheid voorzien en recuperatie van restenergie van de droger.

 

2. Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Afvalwater/hemelwater

Het is niet duidelijk in de aanvraag welke oppervlaktes op de sites hergebruikt/geloosd worden. Er is geen plan beschikbaar. Gezien de grote watervraag en water aangekocht wordt, is het zinvol om te onderzoeken of hierin kan geoptimaliseerd worden:

Op pagina 47 staat ‘Hemelwater dat in de inkuipingen van de procesinstallaties terechtkomt wordt maximaal gebruikt in het productieproces.’ Het is bijgevolg mogelijk om water rond de procesinstallaties te hergebruiken.

Op pagina 48 staat ‘Hemelwater afkomstig van de productieruimten, wegenis en tankparken op de bedrijfssite, dat potentieel vervuild kan zijn (bv. door lekken van de installaties), wordt in een bufferbekken opgevangen. Na analyse op eventuele vervuiling wordt dit hemelwater ofwel gezuiverd (LP2), of indien geen noemenswaardige vervuiling aanwezig, zonder doorgang door de waterzuivering geloosd in het Rodenhuizedok. In deze waterzuivering wordt eveneens het reinigingswater van de installaties gezuiverd en een eventuele overschot aan proceswater.’

Voor een oppervlakte van 12 981 m² verhardingen wordt aangegeven dat het potentieel verontreinigd hemelwater is dat geloosd wordt via een bufferbekken.

Om het hemelwater te aanzien als verontreinigd water wordt als enige argument het lekken van installaties gegeven. De verhardingen rond bepaalde installaties kan eventueel aanzien worden als potentieel verontreinigd hemelwater en mag mits controle geloosd.

Het water dat op andere verharde oppervlakte (vb wegenis, parkings,…), niet gelegen langs deze verontreinigde installaties, dient als gewoon hemelwater aanzien worden tenzij er andere argumenten zijn waaruit blijkt dat het verontreinigd wordt.

Dit hemelwater zou kunnen opgevangen hergebruikt en/of geïnfiltreerd kunnen worden.

 

Lucht

De mogelijks relevante luchtemissies zijn:  

- verbrandingsemissies vanuit de stookinstallaties;

- VOS-emissies;

- niet gecapteerde CO2;

- transportemissies.  

De emissies in de geplande situatie werden begroot en de impact van de geplande situatie op de omgevingslucht werd gemodelleerd. Uit de modellering blijkt dat de jaargemiddelde impact voor de parameters NO2, PM10, PM2,5 en ethanol verwaarloosbaar tot beperkt negatief zijn.  

Bij de omzetting van graan naar alcohol wordt CO2 geproduceerd tijdens het vergistingsproces. Bij de fermentatie en vrijstelling van CO2 kunnen eventueel andere componenten aanwezig zijn die een invloed hebben op de geur in de onmiddellijke omgeving.  

De scrubber van de CO2 en de drooginstallatie worden aanzien als de belangrijkste geurbronnen.

Er werd een snuffelcampagne uitgevoerd waaruit blijkt dat in de huidige situatie geen aanzienlijk negatieve effecten (geurconcentratie > 5 se/m³ als 98-percentiel), noch negatieve effecten (geurconcentratie 3 tot 5 se/m³ als 98-percentiel) worden berekend ter hoogte van de nabijgelegen straten van Sint-Kruis-Winkel of de woonkern Doornzele.

Het geplande project omvat een uitbreiding van productiecapaciteit door het efficiënter benutten van de bestaande installatie. Er komen geen geuremissiepunten bij. Ook de installatie blijft gelijk. Op basis van de berekende geuremissies voor de huidige installatie werd een extrapolatie uitgevoerd voor de verwachte geuremissie voor de geplande situatie. Uit de resultaten van de impactmodellering blijkt dat ook in de geplande situatie geen negatieve effecten (geurconcentratie 3 tot 5 se/m³ als 98-percentiel) worden berekend ter hoogte van woningen.

Geluid

Er zijn verscheidene geluidsemissiebronnen terug te vinden op het bedrijfsterrein van Alco Bio Fuel, zoals o.a. pompen, compressoren, koeltorens en oppervlaktebeluchters van de waterzuivering.

Daarnaast zijn er ook mobiele bronnen zoals vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen.

Uit de geluidsmetingen blijkt dat er een dominante invloed is van het wegverkeer op de Kennedylaan (R4) ter hoogte van de bewoning aan de Spanjeveerstraat.

Uitgaande van bronmetingen en een extrapolatie blijkt dat actueel het specifieke geluid van de inrichting in alle evaluatiepunten conform de milieukwaliteitsdoelstellingen is.


Klimaat

In het ontwerp MER werd de impact van de grondstofwinning en het gebruik van het eindproduct niet besproken. De grondstof die gebruikt wordt is hoofdzakelijk mais. De aanvoer van mais via schip/vrachtwagen en trein zal stijgen naar 762.423 ton/jaar (verhoging met 38.900 ton/jaar).

De bioethanol die geproduceerd wordt uit mais is een vervanging voor het gebruik van fossiele brandstoffen. De teelt, verwerking en verbranding van deze plantaardige grondstoffen veroorzaakt een grote een impact op milieu en maatschappij:

  • uitstoot van CO2 tijdens het telen, verwerken en vervoeren,
  • CO2–uitstoot en verlies aan biodiversiteit door het aansnijden van nieuwe teeltgronden,
  • uitstoot van verontreinigende stoffen door deze activiteiten, het gebruik van meststoffen,
  • concurrentie met voedingsgewassen waardoor de voedselprijs stijgt.

In de MER dienen deze factoren te worden besproken, meer bepaald:

  • Wat is de CO2-uitstoot van productie, transport en verbruik van bioethanol in vergelijking met andere brandstoffen, inclusief elektrificering?
  • Het bedrijf maakt deel uit van het samenwerkingsverband Smart Delta Resources in de Gentse Haven. SDR formuleerde de strategie Circular Transition Pathway om de werking van de haven klimaatneutraal te maken. Kan er geduid worden hoe dit project kadert in deze lange termijndoelstelling?
  • Welke maatregelen zal het bedrijf nemen om de klimaatimpact van het product te beperken?
  • Waar worden de gewassen geteeld die het bedrijf zal gebruiken?
  • Worden deze duurzaam geteeld?
  • Zijn deze gewassen geschikt voor menselijke of dierlijke consumptie?

3. Ruimtelijke situering

Onder de ‘Juridische en beleidsmatige randvoorwaarden’ is het algemeen bouwreglement van stad Gent niet opgenomen.

Daarnaast wordt als opmerking meegegeven dat de stedenbouwkundige verordening betreffende hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, dit jaar wijzigen.

Als conclusie voor dit onderdeel (op p 30 in functie van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening/algemeen bouwreglement) wordt gesteld dat ‘Het terrein is momenteel ‘grotendeels’ verhard. In het kader van het project worden geen extra verhardingen voorzien.‘ Ook verbouwingen of aanpassingen van bestaande verhardingen vallen onder het algemeen bouwreglement of de stedenbouwkundige verordening betreffende hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen. Daarnaast wordt op p 49 in de tabel aangegeven dat o.a. de verharde oppervlakte en de dakconstructie vergroten. De reglementering is van toepassing op deze uitbreidingen.

Op verschillende plaatsen (‘1. Algemene situering’, 1.7 Klimaatreflex…) is opgenomen dat Alco Bio Fuel niet gelegen is in een mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied (watertoetskaart 2017).’ Dit klopt niet meer. 

De watertoetskaarten zijn aangepast. De nieuwe kaarten zijn terug te vinden op waterinfo.be/watertoets. 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- voor een deel gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- voor een deel gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming of klein onder klimaatverandering.

De beheerder van het afstroomgebied is Havenbedrijf Gent.

Afbeelding met tekst

Automatisch gegenereerde beschrijving

Dit aspect dient besproken worden in het MER.


CONCLUSIE:

Het gecoördineerd advies van de Dienst Milieu en Klimaat is voorwaardelijk gunstig.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het college van burgemeester en schepenen moet over het ingediende scopingadvies een advies uitbrengen. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand gecoördineerd advies van de Dienst Milieu en Klimaat en neemt het tot haar eigen motivatie.

Activiteit

AC34245 Adviseren en afleveren van omgevingsvergunningen en MER's

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft een voorwaardelijk gunstig advies voor het scopingsadvies voor de hernieuwing en uitbreiding van een bioraffinaderij ingediend door Alco Bio Fuel NV, gevestigd in de Pleitstraat 1 te 9042 Desteldonk, kadastraal bekend als Desteldonk (afd. 13) sectie R 6 E.

Artikel 2

Volgende aanbevelingen worden meegegeven:

  1. Het dient verduidelijkt worden in de aanvraag welke oppervlaktes op de sites hergebruikt/geloosd worden.
  2. Gezien de grote watervraag en water aangekocht wordt, dient er onderzocht worden of er meer water kan opgevangen en hergebruikt worden.
  3. Het water dat op verharde oppervlakte (vb wegenis, parkings…), niet gelegen langs verontreinigde installaties, dient als gewoon hemelwater aanzien worden. Dit hemelwater dient opgevangen hergebruikt en/of geïnfiltreerd.
  4. De teelt, verwerking en verbranding van de grondstoffen veroorzaakt een grote een impact op milieu en maatschappij. Die werd niet besproken in het ontwerp MER. Het volgende dient in kaart gebracht te worden in kader van het MER: 
    • Wat is de CO2-uitstoot van productie, transport en verbruik van bioethanol in vergelijking met andere brandstoffen, inclusief elektrificering? 
    • Het bedrijf maakt deel uit van het samenwerkingsverband Smart Delta Resources in de Gentse Haven. SDR formuleerde de strategie Circular Transition Pathway richting klimaatneutraal. Kan er geduid worden hoe dit project kadert in deze lange termijndoelstelling?
    • Welke maatregelen zal het bedrijf nemen om de klimaatimpact van het product te beperken?
    • Waar worden de gewassen geteeld die het bedrijf zal gebruiken? 
    • Worden deze duurzaam geteeld? 
    • Zijn deze gewassen geschikt voor menselijke of dierlijke consumptie? 
  5. Onder de ‘Juridische en beleidsmatige randvoorwaarden’ is het algemeen bouwreglement van stad Gent niet opgenomen.
  6. De conclusie op p 30 in functie van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening/algemeen bouwreglement is niet correct. Ook verbouwingen of aanpassingen van bestaande verhardingen vallen onder het algemeen bouwreglement of de stedenbouwkundige verordening betreffende hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen. Daarnaast wordt op p 49 in de tabel aangegeven dat o.a. de verharde oppervlakte en de dakconstructie vergroten. De reglementering is van toepassing op deze uitbreidingen.
  7. De conclusie dat het bedrijf niet gelegen is in overstromingsgebied klopt niet meer. De nieuwe watertoetskaarten dienen gebruikt. Dit aspect dient bijgevolg uitgewerkt worden in het MER.

Artikel 3

Volgende opmerkingen worden meegegeven:

De stedenbouwkundige verordening betreffende hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen zal dit jaar wijzigen/verstrengen.