Terug
Gepubliceerd op 03/03/2023

2023_CBS_01803 - Nederbrugstraat: Verkrijgende verjaring o.b.v. art. 13, § 5, gemeentewegendecreet - Vaststelling

college van burgemeester en schepenen
do 02/03/2023 - 08:30 Collegezaal
Datum beslissing: do 02/03/2023 - 08:47
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Sofie Bracke, schepen-voorzitter; Tine Heyse, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sami Souguir, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Hafsa El-Bazioui, schepen; Evita Willaert, schepen; Rudy Coddens, schepen; Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Afwezig

Isabelle Heyndrickx, schepen

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Filip Watteeuw, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Danny Van Campenhout, adjunct-algemeendirecteur

Voorzitter

Sofie Bracke, schepen-voorzitter
2023_CBS_01803 - Nederbrugstraat: Verkrijgende verjaring o.b.v. art. 13, § 5, gemeentewegendecreet - Vaststelling 2023_CBS_01803 - Nederbrugstraat: Verkrijgende verjaring o.b.v. art. 13, § 5, gemeentewegendecreet - Vaststelling

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

• Het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, artikel 13, § 2 en §5

• Het Decreet over het lokaal bestuur, artikel 40

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

• Het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, artikel 13, § 2 en §5

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

De Nederbrugstraat in Gentbrugge is een gemeenteweg waarvan de bedding ten privaat is, maar die reeds lang publiek gebruikt wordt en die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de stad Gent valt.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

In functie van een latere heraanleg dient de stad het zakelijk recht over de ondergrond te verkrijgen. 

Artikel 13, § 2, van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen (hierna: het gemeentewegendecreet), dat in werking is getreden op 1 september 2019, bepaalt:

De gemeenteraad die op eigen initiatief of op grond van een verzoekschrift vaststelt dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd, belast het college van burgemeester en schepenen met de opmaak van een rooilijnplan, en met de vrijwaring en het beheer van de weg overeenkomstig de in dit decreet opgenomen instrumenten en handhavingsbevoegdheden.

De vaststelling door de gemeenteraad van een dertigjarig gebruik door het publiek heeft van rechtswege de vestiging van een publiek recht van doorgang tot gevolg.

Artikel 13, § 5, van het gemeentewegendecreet luidt dan weer als volgt:

Als de gemeente met betrekking tot een grondstrook al dertig jaar bezitshandelingen heeft gesteld waaruit de wil van de gemeente om eigenaar te worden van de wegbedding duidelijk tot uiting komt, dan is de gemeenteraad ertoe gerechtigd om de grondstrook zonder financiële vergoeding op te nemen in het openbaar domein, zonder toepassing van artikel 28.

Voor de toepassing van het eerste lid worden onder meer het aanbrengen van een duurzame wegverharding over het geheel of over een substantieel deel van de weg of het aanbrengen van openbare verlichting als bezitshandelingen beschouwd.

Die laatste bepaling heeft tot gevolg dat de gemeenteraad zelf kan oordelen dat de gemeente ten gevolge van verkrijgende verjaring zonder enige vergoeding eigenaar is geworden van de grondstrook waarvan zij zelf heeft geoordeeld dat aan de voorwaarden voor die verjaring is voldaan (Parl. St., Vlaams Parlement, 2018-2019, nr. 1847/1, pp. 24-32).

In bijlage de nota om te staven dat de Nederbrugstraat in aanmerking komt om, met toepassing van bovenvermeld artikel 13, § 5, van het gemeentewegendecreet opgenomen te worden in het openbaar domein en in volle eigendom van de stad Gent. 

Gekoppeld aan deze gemeenteraadsbeslissing zal de voorlopige vaststelling gebeuren van het rooilijnenplan. Het rooilijnplan is in dit geval het vaststellen van de feitelijke rooilijn. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

Op basis van het voorliggende bewijsmateriaal de weg te erkennen als gemeenteweg, met de vestiging van een publieke erfdienstbaarheid van doorgang tot gevolg, volgens art. 13, §2 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019;

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de opmaak van een gemeentelijk rooilijnplan voor de weg in kwestie, eveneens volgens art. 13, §2 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.

Artikel 3

Op grond van de gestelde bezitsdaden oordeelt de gemeenteraad bovendien de zate weg op te nemen in het gemeentelijk openbaar domein, volgens art. 13, §5 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.