Op 23 december 2022 werd er een adviesvraag gesteld aan het college van burgemeester en schepenen door het Departement Omgeving, Team Milieueffectrapportage met volgend onderwerp:
Aanvrager | Luminus NV |
Omschrijving | scopingadvies voor het windenergieproject Kluizendok Haven Gent |
Referentienummer van de aanvraag | PR3509 |
Adres van het project | Christoffel Columbuslaan zn 9042 Sint-Kruis-Winkel |
Kadastrale gegevens | Sint-Kruis-Winkel (afd. 14) sectie G 1 G, (afd. 14) sectie G 2 A, (afd. 14) sectie G 4 E, (afd. 14) sectie G 4 F, (afd. 14) sectie G 9 A, (afd. 14) sectie G 10 A, (afd. 14) sectie G 11 C, (afd. 14) sectie G 15 A, (afd. 14) sectie G 16 D, (afd. 14) sectie G 37 H, (afd. 14) sectie G 37 G, (afd. 14) sectie G 40 B, (afd. 14) sectie G 42 A, (afd. 14) sectie G 43 A, (afd. 14) sectie G 44 C, (afd. 14) sectie G 45 B, (afd. 14) sectie G 49 B, (afd. 14) sectie G 50 E, (afd. 14) sectie G 51 B, (afd. 14) sectie G 52 A, (afd. 14) sectie G 53 C, (afd. 14) sectie G 53 D, (afd. 14) sectie G 53 B, (afd. 14) sectie G 56 C, (afd. 14) sectie G 58 D, (afd. 14) sectie G 59 E, (afd. 14) sectie G 64 C, (afd. 14) sectie G 69 C, (afd. 14) sectie G 73 C, (afd. 14) sectie G 73 B, (afd. 14) sectie G 78/2, (afd. 14) sectie G 78 A, (afd. 14) sectie G 79 E, (afd. 14) sectie G 79 D, (afd. 14) sectie G 80 A, (afd. 14) sectie G 82 B, (afd. 14) sectie G 82 D, (afd. 14) sectie G 82 C, (afd. 14) sectie G 85 C, (afd. 14) sectie G 85 D, (afd. 14) sectie G 86 B, (afd. 14) sectie G 86 C, (afd. 14) sectie G 87 B, (afd. 14) sectie G 88 E, (afd. 14) sectie G 89 A, (afd. 14) sectie G 91 B, (afd. 14) sectie G 91 C, (afd. 14) sectie G 93 D, (afd. 14) sectie G 94 E, (afd. 14) sectie G 125 A, (afd. 14) sectie G 130 B, (afd. 14) sectie G 200 B, (afd. 14) sectie G 209 B, (afd. 14) sectie G 209 C, (afd. 14) sectie G 238 A, (afd. 14) sectie G 255 B, (afd. 14) sectie G 256 B, (afd. 14) sectie G 256 D, (afd. 14) sectie G 318 C, (afd. 14) sectie G 325 B, (afd. 14) sectie G 335 A, (afd. 14) sectie G 337 B, (afd. 14) sectie G 353 B, (afd. 14) sectie G 382 D, (afd. 14) sectie G 383 C, (afd. 14) sectie G 386 E, (afd. 14) sectie G 391 B, (afd. 14) sectie G 394 A, (afd. 14) sectie G 404 A, (afd. 14) sectie G 620 A, (afd. 14) sectie G 624 A en (afd. 14) sectie G 635 A |
De Dienst Milieu en Klimaat vroeg verschillende stadsdiensten om advies. Volgend gecoördineerd advies werd uitgebracht door de Dienst Milieu en Klimaat op 8 maart 2023:
1. Omschrijving
Het voorgenomen project waarvoor voorliggende aanmelding voor het project-MER (inclusief verzoek om scopingadvies) is ingediend, betreft de repowering van 3 windturbines en de oprichting en exploitatie van 1 extra windturbine in de Gentse Zeehaven, meer bepaald ter hoogte van het Kluizendok op grondgebied van de stad Gent en de gemeente Evergem.
De repowering betreft de inplanting van nieuwere en performantere windturbines in de zeer nabije omgeving van de bestaande windturbines.
Aangezien uit een studie blijkt dat de omvang van het windpark met de nieuw geplande turbine meer dan 20 windturbines telt, wordt er overgegaan tot de opmaak van een project-MER.
Deze aanmelding vormt de start van de MER-procedure voorafgaand aan de omgevingsvergunningsprocedure. Op basis van de inhoud van het scopingsadvies zal het ontwerp-MER uitgewerkt worden tot een volwaardig MER dat ter goedkeuring wordt toegevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag.
2. Beoordeling
2.1. Ruimtelijke situering
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, bufferzone, koppelingsgebied type 1 volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
Een meer gedetailleerde beoordeling van de stedenbouwkundige aspecten zal gebeuren i.k.v. de aan te vragen omgevingsvergunning.
2.2. Milieueffecten
Geluid en trillingen
De geluidsimpact van het voorziene windproject werd berekend ter hoogte van enkele relevante geluidsgevoelige locaties omheen de projectzone. Er werd rekening gehouden met het cumulatief effect het geplande windproject in combinatie met de vergunde/bestaande windturbines in de omgeving.
Voor de geplande situatie werd uitgegaan van een windturbine met een maximaal geluidsbronvermogen van 106,6 dB(A) bij 95% volvermogen op een mashoogte van 164 m (worst case scenario).
Tijdens de exploitatie moet minstens voldaan worden aan de toepasselijke Vlarem geluidsnormen. Het specifiek geluid in open lucht van de turbines mag de richtwaarden uit bijlage 5.20.6.1 van Vlarem II niet overschrijden. De omliggende woningen zijn planologisch gelegen in deelgebieden in deelgebieden 2a en 2b van bijlage 5.20.6.1. Tijdens de nachtperiode dient het specifieke geluid van de turbines respectievelijk beperkt te worden tot 45 dB(A) en 43 dB(A).
Opmerking
Wij verwijzen naar het plan-MER ‘Sectorale voorwaarden voor windturbines Vlarem II’. In dit plan-MER worden aanbevelingen toegevoegd bij de discipline geluid aangezien lokaal ter hoogte van windturbineprojecten wel ernstig gehinderden kunnen voorkomen. Deze gehinderden wonen vooral in zeer stillen gebieden waar het achtergrondgeluid ’s avond en ’s nachts sterk kan terugvallen.
Uit de berekeningen blijkt dat er t.g.v. de cumulatie tussen de geplande windturbines en de operationele en vergunde windturbines overschrijdingen waarneembaar zijn tijdens de avond- en nachtperiode. Om te kunnen voldoen aan de geluidsnormen dienen de geplande windturbines tijdens de avond- en nachtperiode aan een verminderd vermogen (gebrideerd) te draaien.
Slagschaduw
In kader van voorliggend MER werd een slagschaduwmodellering uitgevoerd die nagaat of de wettelijk vastgestelde slagschaduwniveaus voor de representatieve slagschaduwobjecten gerespecteerd worden voor dit project.
Een toetsing aan Vlarem-slagschaduwnormering werd uitgevoerd voor 46 (waarvan 37 woningen, 4 scholen en 5 bedrijven/kantoren) kritische, relevante slagschaduwgevoelige objecten
Gezien het project een zogenaamde ‘repowering” betreft, waarbij drie bestaande windturbines zullen worden afgebroken en vervangen door vier nieuwe, grotere turbines, dienen bij de bepaling van de door te rekenen scenario’s de turbines die niet compatibel zijn met andere turbines, weggelaten te worden. Dit geldt ook voor het windpark Wachtebeke (Storm), waarvoor ook een repoweringproject lopende is. Bij de slagschaduwmodellering zullen bijgevolg volgende situaties doorgerekend worden:
Er kan geconcludeerd worden dat mits toepassing van mitigerende maatregelen (slagschaduwmodule met stilstandregeling) er kan voldaan worden aan de geldende normen voor wat betreft slagschaduw.
Biodiversiteit
Wij hadden verwacht dat het verplaatsen van de bestaande windmolens uit het koppelingsgebied naar de andere zijde van de weg (in industriegebied) voor vogels en vleermuizen eerder positief zou zijn. Mits milderende maatregelen is dit het geval.
Uit de evaluatie in de discipline biodiversiteit blijkt dat er voor vogels geen belangrijke negatieve effecten te verwachten zijn door verstoring of mortaliteit (aanvaring). Voor vleermuizen is er een risico op aanzienlijke effecten op vlak van verstoring en mortaliteit omwille van de nabijheid van vliegroutes en foerageergebied bij turbines KLZ_WT17 en KLZ_WT19. De turbines KLZ_WT17 en KLZ_WT19 kunnen betekenisvolle effecten op vleermuizen veroorzaken (risico op aanvaring en verstoring). Voor deze turbines wordt aanbevolen om een stilstand-module te voorzien.
Op p 186 wordt volgende vermeld: ‘Ter hoogte van turbines KLZ_WT17 en KLZ_WT18 is een overwelving van de naastgelegen gracht nodig om het werfverkeer te laten toekomen’.
Het is onduidelijk of de baangracht tijdelijk voor de constructiefase dan wel als permanent onderhoudsplatform ingebuisd wordt. Ingeval van het laatste dient dit dan toch wel gecompenseerd te worden door elders waterberging en gracht te voorzien.
Op p 160 wordt er verwezen naar de BWK-kaart van het INBO (versie 2). Deze is voor wat betreft de projectzone (Kluizendok) niet accuraat. Beter wordt de geactualiseerde versie BWK 2020 van Gent gebruikt, te vinden op website Stad Gent www.gent.be BWK.
Mobiliteit
De bouwfase en de eventuele hinder voor mobiliteit zijn beperkt in tijd. Voor het uitzonderlijk vervoer van elke windturbine zal de meest optimale route worden uitgestippeld zodat de hinder voor het normale verkeer beperkt blijft. Er worden geen belangrijke effecten verwacht voor wat betreft de mobiliteit. Tijdens de exploitatiefase worden er geen effecten verwacht ten aanzien van mobiliteit.
Landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie
De geplande windturbines hebben geen directe impact op waardevolle landschaps- of erfgoedelementen. Er wordt geen significante invloed van het project op beschermd erfgoedlandschap, noch op de erfgoedwaarde van erfgoedobjecten in de omgeving verwacht.
Gezien het geplande project visueel aansluit bij het reeds aanwezige windpark van meerdere windturbines wordt er geen bijkomende visuele impact verwacht.
Veiligheid
Er werd door erkend veiligheidsdeskundige Sertius een veiligheidsstudie uitgevoerd.
In deze veiligheidsstudie werden de directe en indirecte risico’s geanalyseerd voor de toekomstige windturbine, rekening houdend met eventuele cumulatieve risico’s afkomstig van de reeds bestaande windturbines in de omgeving.
3. Conclusie
Het voorliggende scopingadvies kan, mits aanvullingen/verduidelijking conform bovenstaande opmerkingen, gunstig geadviseerd worden.
Het college van burgemeester en schepenen moet over het ingediende scopingadvies een advies uitbrengen. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand gecoördineerd advies van de Dienst Milieu en Klimaat en neemt het tot haar eigen motivatie.
Het college van burgemeester en schepenen geeft een gunstig advies voor het scopingadvies voor het windenergieproject Kluizendok Haven Gent ingediend door Luminus NV, gevestigd in de Christoffel Columbuslaan zn te 9042 Sint-Kruis-Winkel, kadastraal bekend als Sint-Kruis-Winkel (afd. 14) sectie G 1 G, (afd. 14) sectie G 2 A, (afd. 14) sectie G 4 E, (afd. 14) sectie G 4 F, (afd. 14) sectie G 9 A, (afd. 14) sectie G 10 A, (afd. 14) sectie G 11 C, (afd. 14) sectie G 15 A, (afd. 14) sectie G 16 D, (afd. 14) sectie G 37 H, (afd. 14) sectie G 37 G, (afd. 14) sectie G 40 B, (afd. 14) sectie G 42 A, (afd. 14) sectie G 43 A, (afd. 14) sectie G 44 C, (afd. 14) sectie G 45 B, (afd. 14) sectie G 49 B, (afd. 14) sectie G 50 E, (afd. 14) sectie G 51 B, (afd. 14) sectie G 52 A, (afd. 14) sectie G 53 C, (afd. 14) sectie G 53 D, (afd. 14) sectie G 53 B, (afd. 14) sectie G 56 C, (afd. 14) sectie G 58 D, (afd. 14) sectie G 59 E, (afd. 14) sectie G 64 C, (afd. 14) sectie G 69 C, (afd. 14) sectie G 73 C, (afd. 14) sectie G 73 B, (afd. 14) sectie G 78/2, (afd. 14) sectie G 78 A, (afd. 14) sectie G 79 E, (afd. 14) sectie G 79 D, (afd. 14) sectie G 80 A, (afd. 14) sectie G 82 B, (afd. 14) sectie G 82 D, (afd. 14) sectie G 82 C, (afd. 14) sectie G 85 C, (afd. 14) sectie G 85 D, (afd. 14) sectie G 86 B, (afd. 14) sectie G 86 C, (afd. 14) sectie G 87 B, (afd. 14) sectie G 88 E, (afd. 14) sectie G 89 A, (afd. 14) sectie G 91 B, (afd. 14) sectie G 91 C, (afd. 14) sectie G 93 D, (afd. 14) sectie G 94 E, (afd. 14) sectie G 125 A, (afd. 14) sectie G 130 B, (afd. 14) sectie G 200 B, (afd. 14) sectie G 209 B, (afd. 14) sectie G 209 C, (afd. 14) sectie G 238 A, (afd. 14) sectie G 255 B, (afd. 14) sectie G 256 B, (afd. 14) sectie G 256 D, (afd. 14) sectie G 318 C, (afd. 14) sectie G 325 B, (afd. 14) sectie G 335 A, (afd. 14) sectie G 337 B, (afd. 14) sectie G 353 B, (afd. 14) sectie G 382 D, (afd. 14) sectie G 383 C, (afd. 14) sectie G 386 E, (afd. 14) sectie G 391 B, (afd. 14) sectie G 394 A, (afd. 14) sectie G 404 A, (afd. 14) sectie G 620 A, (afd. 14) sectie G 624 A en (afd. 14) sectie G 635 A
Volgende opmerkingen worden meegegeven:
Aspect geluid
Wij verwijzen naar het plan-MER ‘Sectorale voorwaarden voor windturbines Vlarem II’. In dit plan-MER worden aanbevelingen toegevoegd bij de discipline geluid aangezien lokaal ter hoogte van windturbineprojecten wel ernstig gehinderden kunnen voorkomen. Deze gehinderden wonen vooral in zeer stillen gebieden waar het achtergrondgeluid ’s avond en ’s nachts sterk kan terugvallen.
* Strengere richtwaarde in gebieden (uitgezonderd woongebieden of delen van woongebieden) op minder dan 500 m van een industriegebied (gebiedsbestemming 2a) waar het achtergrondgeluid (LA95) ’s nachts en ’s avonds ook zeer laag is (>40 dB(A)). De richtwaarde voor deze gebieden is momenteel 45 dB(A) voor de avond- en nachtperiode. Als dan het achtergrondgeluid beduidend lager is, dan is het verschil te groot. De richtwaarde zou aangepast kunnen worden naar 43 dB(A).
Er dienen milderende maatregelen toegepast te worden. Om te kunnen voldoen aan de geluidsnormen dienen de geplande windturbines tijdens de avond- en nachtperiode aan een verminderd vermogen (gebrideerd) te draaien. Na het uitvoeren van controlemetingen kunnen de milderende maatregelen eventueel worden bijgestuurd.
Aspect slagschaduw
Er dient gewaakt te worden dat de voorziene milderende maatregelen uit het dossier m.b.t. slagschaduw uitgevoerd worden:
* Het voorzien van de windturbines van een slagschaduwdetectiesysteem met automatische stilstandsmodule, zodat de windturbines automatisch worden stilgelegd bij een mogelijke overschrijding
Aspect biodiversiteit
Voor turbines KLZ_WT17 en KLZ_WT19 wordt aanbevolen een stilstand-module te voorzien om verstoringseffecten en mortaliteit van vleermuizen te voorkomen.
Het is onduidelijk of de baangracht tijdelijk voor de constructiefase dan wel als permanent onderhoudsplatform ingebuisd wordt. Ingeval van het laatste dient dit dan toch wel gecompenseerd te worden door elders waterberging en gracht te voorzien.
De BWK-kaart van het INBO (versie 2) waarnaar verwezen wordt is voor wat betreft de projectzone (Kluizendok) niet accuraat. Beter wordt de geactualiseerde versie BWK 2020 van Gent gebruikt, te vinden op website Stad Gent www.gent.be BWK.